RB

Diensten  

RB 1131

Contanten voor Caravan

RCC 6 september 2011, Dossiernr. 2011/00660 (Contant geld voor caravan)

Caravan.pngReclamerecht. Misleiding. Advertentie op marktplaats met tekst: "wij geven contant geld voor uw caravan." Klager heeft caravan naar adverteerder gebracht maar is, na herhaaldelijke pogingen, niet uitbetaald.

Commissie: De Commissie is van oordeel dat door de reclame-uiting de indruk wordt gewekt dat door adverteerder direct na inlevering van de caravan, contant geld wordt betaald. Zowel door de gebruikte afbeeldingen als door de tekst wordt gesuggereerd dat sprake is van een direct af te sluiten transactie, waarbij na inleveren van de caravan onmiddellijk wordt overgegaan tot uitbetaling. Gebleken is echter dat adverteerder, ook omdat hij daarvoor niet de middelen in huis heeft, niet direct uitbetaalt, maar dat hij pas betaalt op het moment dat de caravan verkocht is.

Daargelaten klagers stelling dat de caravan in het geheel niet wordt verkocht, is de Commissie, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de uiting gepaard gaat met onjuiste dan wel voor de gemiddelde consument onduidelijke informatie zoals bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). (...) de reclame-uiting (is) misleidend en daar­door oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 1128

Old Amsterdam echt oud?

RCC 1 september 2011, Dossiernr. 2011/00585 (Old Amsterdam)

oldamsterdam.jpgReclamerecht. Misleiding. Vertrouwen. Televisiecommercial en website van Old Amsterdam met Amsterdamse beelden uit 1910-1930. Klager acht uitingen misleidend want product wordt neergezet als 'heritage brand' maar bestaat pas sinds 1985 en komt niet uit Amsterdam.

Commissie: Vast staat dat de bestreden commercial filmbeelden bevat van Amsterdam uit (ongeveer) de jaren ’20 of ’30 (...), waarin de naam van het kaasmerk Old Amsterdam is gemonteerd. Naar het oordeel van de Commissie wordt hierdoor niet de onjuiste indruk gewekt dat Old Amsterdam kaas in die periode reeds bestond. De gemiddelde consument zal de nostalgische beelden, (...), opvatten als romantische sfeertekening die de naam, de smaak en het karakter van de oude kaas Old Amsterdam verbeeldt en onderstreept. (...)

Dat in de bestreden uitingen wordt verwezen naar de stad Amsterdam, zonder dat de kaas in Amsterdam wordt gemaakt, betekent niet dat de uitingen daardoor ontoelaatbaar zijn. Deze verwijzing geschiedt kennelijk in verband met de naam “Old Amsterdam”, en in geen van de uitingen ligt de suggestie besloten dat de kaas ook in Amsterdam gemaakt wordt.

Gelet op het vorenstaande acht de Commissie de commercial en de bestreden uitingen op de website niet in strijd met de waarheid en/of misleidend in de zin van de (door klager aangehaalde) artikelen 8.2 en 10 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Evenmin is sprake van het schaden van vertrouwen in reclame in de zin van artikel 5 NRC.

De Commissie wijst de klacht af.

Lees de uitspraak hier (link / pdf)

RB 1126

Prijs zonder reserveringskosten

RCC 1 september 2011, Dossiernr. 2011/00612 (KRAS reizen / 3 dgn v.a. €49 onjuist reis excl toeristenbelasting + calamiteitenfonds)

Autoreis.pngReclamerecht. Onduidelijke prijs. Advertentie in krant: 3-daagse autoreis voor 49 euro. Klager stelt dat totaalbedrag hoger is dan 49 euro omdat er ook reserveringskosten, toeristenbelasting en bijdrage Calamiteitenfonds moet worden betaald.

Commissie: Adverteerder heeft aangetoond dat de reis die voor € 49,- per persoon wordt aangeboden voor dit bedrag ook werkelijk kan worden geboekt, mits voldaan is aan de duidelijk in de uiting gestelde voorwaarden. Ten aanzien van de toeristenbelasting overweegt de Commissie dat de klacht ook op dit punt ongegrond is, nu onder het kopje “Exclusief” deze kostenpost is vermeld alsmede het vermoedelijke bedrag dat terzake daarvan ter plaatse moet worden betaald,
De Commissie wijst de klacht af.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 1104

Duidelijk een voorbeeld

CvB 25 juni 2009, dossiernr. 2008/01226
RCC 13 maart 2009, dossiernr. 2008/01226A (deze samenvatting hieronder)
RCC 13 maart 2010, dossiernr. 2008/01226B

Uiting: ”Dit is Brigitte Bakker. Brigitte ontdekte vorige week een knobbeltje in haar borst. Over twee weken kon ze pas terecht in het ziekenhuis. Daar zag ze zo tegenop, dat ze Menzis belde om haar te helpen. En dat lukte. Morgen kan ze langskomen. Menzis heeft dan ook speciale afspraken met ziekenhuizen waardoor je in zo’n geval binnen drie werkdagen geholpen wordt. Want elk mens is er één. Juist de mens die onzeker is.”

Klaagster stelt dat de commercial misleidend en onjuist is, omdat daarin ten onrechte wordt gesuggereerd dat:
1) adverteerder patiënten naar een ziekenhuis kan verwijzen (alleen een huisarts of medisch specialist kan patiënten naar een ziekenhuis verwijzen),
2) verzekerden van adverteerder altijd de volgende dag in een ziekenhuis terecht kunnen (in dagelijkse praktijk is dit doorgaans niet mogelijk),
3) verzekerden van adverteerder een voorrangspositie hebben ten opzichte van verzekerden bij andere zorgverzekeraars.

Commissie wijst de klachten af, er worden geen onware statistische gegevens genoemd. College van Beroep bevestigd oordeel van de commissie en voegt toe dat het gaat om presentatie van een individueel geval, in de reclame wordt duidelijk een voorbeeld gegeven. Wachttijden zijn aan veranderingen onderhevig; geen aanvoering van statistieken of de beperkte houdbaarheid daarvan.

1. Gelet op enerzijds de verwijzing van IKNO in het beroepschrift naar de repliek en de pleitnota in eerste aanleg en anderzijds de toelichting van IKNO ter vergadering,  vat het College de grieven op in die zin dat deze zich richten tegen de volgende drie oordelen van de Commissie, neergelegd in onderdeel 8.6 van de beslissing van de Commissie:
- er wordt geen onjuiste of misleidende reclame gemaakt;
- er worden geen onware statistische gegevens genoemd en
- er wordt niet op zodanige wijze reclame gemaakt, dat wordt geappelleerd aan gevoelens van angst.
Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
 
2. In de gewraakte uiting wordt de aandacht gevestigd op de mogelijkheid om, na het ontdekken van een knobbeltje in de borst, binnen 3 werkdagen een ziekenhuis te bezoeken, en wel via bemiddeling door Menzis. Tussen partijen is niet in geschil dat Menzis in zodanige bemiddeling voorziet.
Ter aanprijzing hiervan wordt in de gewraakte reclame aangeknoopt bij het individuele geval van “Brigitte Bakker”, die pas over twee weken terecht “kon” in het ziekenhuis. IKNO heeft niet weerspoken dat het voorkomt dat patiënten met een knobbeltje in de borst twee weken moeten wachten, voordat zij in het ziekenhuis terecht kunnen. Meer in het bijzonder heeft de Commissie geoordeeld dat er op dit moment nog een reële mogelijkheid bestaat dat een persoon met een knobbeltje in de borst veertien dagen moet wachten voor een eerste consult in het ziekenhuis en heeft IKNO dat oordeel in hoger beroep niet bestreden.
Niet kan worden geoordeeld dat in de uiting de suggestie besloten ligt dat een wachttijd van twee weken gebruikelijk of gemiddeld zou zijn. In de reclame wordt duidelijk een voorbeeld gegeven.
Gelet op het bovenstaande kan niet worden geoordeeld dat in de uiting onjuiste informatie wordt gegeven als bedoeld in artikel 8.2 NRC.
 
3. In grief III stelt IKNO dat in de reclame niet wordt gewezen op “de beperkte geldigheid van de gebruikte statistieken (gegevens over toegangstijd)” en dat “het gegeven” “dat de wachttijd al snel twee weken bedraagt”, sterk aan verandering onderhevig is.
Zoals hiervoor overwogen, betreft de in de uiting genoemde wachttijd van twee weken duidelijk een voorbeeld. Niet kan worden geoordeeld dat deze vermelding  duidt op het gebruik van statistieken. Reeds daarom kan grief III niet slagen.
 
4. Van de wijze waarop Menzis de kijker attendeert op de door haar gemaakte “speciale afspraken met ziekenhuizen”, waardoor men, in geval van een knobbeltje in de borst, binnen drie werkdagen in een ziekenhuis terecht kan, kan niet worden geoordeeld dat daardoor wordt geappelleerd aan gevoelens van angst. Zoals hiervoor overwogen, ligt in de uiting niet de suggestie besloten dat een wachttijd van twee weken gebruikelijk zou zijn. Afgezien van het ene, desbetreffende voorbeeld laat Menzis zich in de gewraakte reclame niet uit over de wachttijd zoals die geldt, wanneer men geen gebruik maakt  van de regeling van Menzis. In het midden blijft of anders dan via Menzis ook een kortere wachttijd kan worden gerealiseerd.
Aan het bovenstaande doet niet af dat de bewuste televisiereclame betrekking heeft op een onderwerp, het ontdekken van een knobbeltje in de borst, dat onmiskenbaar gevoelens van angst en/of onzekerheid kan veroorzaken.     

RB 1093

Legertank rijden

Vz toewijzing RCC 23 augustus 2011, Dossiernr. 2011/00731 (Trafficcontrol Legertank)

Reclameboek Legertank rijden trafficcontrol.pngUiting (klik plaatje voor vergroting): "legertank rijden over een heuvelachtig parcours". Klacht: Misleidend ontbreken van informatie: op basis van roulatie mag door ieder 30 minuten gereden worden. Echter met 8 personen in totaal slechts 30 minuten is 4 minuten per persoon.

Verweer: Een half uur tank rijden op basis van roulatie duidt erop dat in een half uur meer personen aan de activiteit deelnemen. Klanten rijden wel degelijk een half uur in de tank, alleen zijn zij niet zelf een half uur aan het sturen. Iedere deelnemers is wel in de gelegenheid om de tank te besturen. De prijs is geen aanduiding voor de tijd dat men zelf stuurt.

Voorzitterstoewijzing

In de beschrijving die op de website wordt gegeven over het “Legertank rijden” staat niet hoelang deze activiteit duurt. Vermeld is: “Tank rijden vindt plaats op basis van roulatie. Er kunnen max. 8 personen in één tank.”  Alleen in het “Overzicht van uw reservering” staat “484 Tank rijden 30 minuten” waarvoor een bedrag van € 128,95 per persoon in rekening lijkt te worden gebracht. Uit bovenstaande teksten is niet duidelijk wat het aanbod inhoudt, meer in het bijzonder hoe lang een deelnemer zelf achter het stuur mag zitten.
 
Op grond van bovenstaande overweging is in de uiting voor de gemiddelde consument onduidelijke informatie verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Strijd met NRC (nieuw) art 7 en 8.2 aanhef

RB 1087

Foutje bij AH Bonus actie

Vz RCC 27 juli 2011, Dossiernr. 2011/00569 (Albert Heijn)

RB AH bonus.gifReclamerecht. Aanbieding in Bonusfolder: alle deodorant, douche en scheerproducten voor mannen 2+1 gratis. Klager: Fa douche for men blijkt niet onder actie te vallen, terwijl er geen uitzonderingen in folder staan vermeld. Acht uiting misleidend. Verweerder: per ongeluk waren Fa producten niet betrokken in actie, deze fout is aangepast.

Voorzitter: Commissie zal klacht toewijzen. Erkend dat aanvankelijk Fa producten niet in actie werden betrokken, terwijl er geen uitzondering in folder was vermeld. Sprake van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef NRC). Strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

Als erkend is komen vast te staan dat aanvankelijk de aanbieding “Alle deodorant, douche en scheerproducten voor mannen 2+1 gratis” niet van toepassing was op Fa producten, hoewel in de uiting daarvoor geen uitzondering is gemaakt. De uiting is derhalve gepaard gegaan met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.2 aanhef

RB 1086

Afbetaling goedkoper dan vermeld

VzRCC 27 juli 2011, Dossiernr. 2011/00582 (Fiat)

RB Fiat.jpgReclamerecht. Folder van Fiat Italia Mania actie met 3,9% rente met prijsvoorbeelden bij verkoop op afbetaling. Klager: Prijsberekeningen zijn niet juist.   Verweerder: inderdaad foutief maand- en totaalbedrag in uiting genoemd. Geen sprake van misleiding, want foute bedragen hoger dan juiste bedragen.
Voorzitter: Commissie zal klacht toewijzen. Erkend dat maand- en totaalbedrag onjuist zijn in uiting. Strijd met art. 2 NRC. Doet aanbeveling.

Als erkend is komen vast te staan dat in het in de uiting gegeven rekenvoorbeeld met een kredietsom van € 7.000 het maandbedrag en het totale bedrag onjuist zijn weergegeven.
De uiting is daarom in strijd met de waarheid als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 2

RB 1081

Fly cheap

RCC 29 juni 2011, Dossiernr. 2011/00427 (Cheaptickets.nl)

RB Cheaptickets_nl.jpgReclamerecht. Uiting op cheaptickets.nl. Klaagster wilde goedkoopste vlucht boeken via deze site. In boekingsproces kwamen er in verschillende stappen telkens kosten bij. Mededeling hierover staat heel klein vermeld op beginpagina. Verweerder stelt dat de hoogte van de kosten pas na keuze van vliegticket kan worden vermeld omdat het afhangt van luchtvaartmaatschappij, vlucht, verzekering en land. Meent dat klanten tijdig hierover worden geïnformeerd.
Commissie oordeelt het Customer Service Pakket direct bij prijs vlucht had moeten vermelden nu deze standaard inbegrepen is. Ook dossierkosten hadden direct vermeld moeten worden. Sprake van onduidelijke prijs dus strijd met art. III onder 1 RR en art. IV onder 1 RR. Doet aanbeveling en laat deze uitspraak als Alert verspreiden omdat zij al eerder aanbevelingen heeft gedaan.

Wat betreft het -volgens het verweer- in stap 3 vermelde “Customer Service Pakket” begrijpt de Commissie dat men hiervoor -naar klaagster stelt- tenminste € 13,50 dan wel -naar adverteerder stelt- tenminste € 7,50 verschuldigd is. Wat er zij van de precieze hoogte van het minimaal verschuldigde bedrag, de Commissie begrijpt uit de bij de klacht overgelegde afdruk van de bestreden uiting dat kan worden gekozen uit twee Customer Service pakketten, te weten een Uitgebreid Pakket en een Standaard Pakket, en dat het enige verschil tussen beide pakketten is dat een Uitgebreid Pakket een vliegticketverzekering bevat. Naar het oordeel van de Commissie had adverteerder voor de duidelijkheid direct bij de prijs van de vlucht van in klaagsters geval € 380,51 dienen te vermelden dat daar een Customer Service Pakket vanaf de prijs van een Standaard Pakket bijkomt.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: RR art. III onder 1 en art. IV onder 1.

RB 1079

Onvermijdbare kosten te laat getoond

Vz RCC 29 juni 2011, Dossiernr. 2011/00476 (Schipholtickets.nl)

RB Schipholtickets_nl.pngReclamerecht. Website www.schipholtickets.nl waarop vliegtickets kunnen worden gekocht. Klager stelt dat pas bij de vierde stap in het boekingsproces melding wordt gemaakt van de kosten voor "Customer Service". Deze informatie moet eerder gegeven worden.Verweerder laat weten het boekingssysteem te hebben aangepast en extra kosten worden één stap eerder getoond.
Voorzitter oordeelt dat Commissie aanbeveling zal doen. Overweegt daartoe dat uit art. III onder 1 RR jo. art. IV onder 1 RR volgt dat aanbieder in reclame-uiting de prijs inclusief onvermijdbare kosten moet vermelden. Nu verweerder hier niet aan heeft voldaan is er strijd met deze artikelen. Doet aanbeveling.

Ingevolge het bepaalde in artikel III onder 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) in verbinding met het bepaalde in artikel IV 1 onder 1 RR, dient een aanbieder in een reclame-uiting respectievelijk uitnodiging tot aankoop zijn prijs te publiceren, inclusief de hem op het moment van publicatie bekende vaste onvermijd­bare (=bijkomende onlosmakelijk aan de dienst verbonden) kosten die voor de aangeboden dienst aan de aanbieder moet worden betaald.
Nu vaststaat dat adverteerder de kosten met betrekking tot de “Customer Service” niet zo tijdig heeft gepubliceerd als mogelijk was, voldoet de uiting niet aan het bepaalde in artikel III onder 1 RR in verbinding met artikel IV onder 1 RR.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: RR art. III onder 1 en art. IV onder 1