Claim ‘16% goedkoper dan AH’ niet misleidend door duidelijke afbakening tot 33 producten
SGR 4 augustus 2026, RB 4120; 2026/00392 (klacht tegen Hoogvliet). In deze zaak staat een klacht centraal over een prijsvergelijking in de digitale folder van Hoogvliet met de claim “16 procent goedkoper dan AH!”. Onder de claim staan twee kassabonnen met dezelfde 33 producten: bij Albert Heijn kosten deze samen € 72,17 en bij Hoogvliet € 60,50. Onderaan de uiting staat dat de vergelijking is gebaseerd op de reguliere verkoopprijzen van beide supermarkten op 2 juni 2026, uitsluitend ziet op de geselecteerde producten en niet op het volledige assortiment. Klager vindt de uiting misleidend en in strijd met art. 7, 8.2 en 13 NRC. Volgens hem wekt de prominente hoofdclaim de indruk dat Hoogvliet in algemene zin 16% goedkoper is dan Albert Heijn, terwijl dit percentage het resultaat is van een door Hoogvliet gekozen selectie van 33 producten. De disclaimer in kleinere letters neemt die indruk volgens klager niet weg.
Vodafone-commercial over maximale internetsnelheid niet misleidend
SGR 4 augustus 2026, RB 4118; IT 5473; 2026/00337 (klacht tegen Vodafone). In deze zaak gaat het om een televisiecommercial van Vodafone voor haar Unlimited-abonnementen. In de commercial wordt onder meer gezongen over “maximale snelheid” en “sneller dan snel”, terwijl in beeld staat: “Tot 1 Gbit/s bij alle Unlimited abonnementen.” Klager vindt de uiting misleidend omdat het netwerk van Vodafone volgens een speedtest van Ookla trager is dan dat van andere aanbieders en hij zelf in de praktijk een veel lagere snelheid ervaart. Vodafone voert aan dat de commercial duidelijk maakt dat alle Unlimited-abonnementen toegang geven tot de maximale technisch beschikbare snelheid zonder een abonnementsafhankelijke snelheidsbeperking. De daadwerkelijke snelheid kan volgens Vodafone variëren door onder meer locatie, dekking, netwerkdrukte en de omstandigheden binnen- of buitenshuis.
Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.
Europerfumery verboden Coty-merken te gebruiken bij aanbod imitatieparfums
Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23776; RB 4121; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.). In deze zaak tussen Coty c.s. en Europerfumery c.s. staat het gebruik van verschillende Unie- en Beneluxmerken van Coty bij het online aanbieden van imitatieparfums centraal. Volgens Coty biedt Europerfumery op haar websites imitatieparfums aan met gebruik van haar merken. De merknamen worden daarnaast gebruikt in zoekfilters, waarmee consumenten kunnen zoeken naar parfums waarvoor Europerfumery een imitatievariant aanbiedt, en in de metadata van de websites. Europerfumery verschijnt niet in de procedure. De voorzieningenrechter verleent verstek. Hoewel niet kon worden vastgesteld dat de dagvaardingen in persoon waren betekend, is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat Europerfumery daarvan tijdig kennis heeft kunnen nemen. Daarbij is onder meer van belang dat de dagvaardingen zijn verzonden naar de op de websites van Europerfumery vermelde e-mailadressen. De rechtbank beoordeelt vervolgens ambtshalve haar internationale bevoegdheid. Voor de vorderingen van Coty B.V. tegen de in Londen gevestigde Europerfumery kan de rechtbank ten aanzien van de ingeroepen Uniemerken een verbod voor de gehele Europese Unie opleggen. Voor de overige Uniemerkvorderingen is de bevoegdheid beperkt tot inbreuken in Nederland. Voor de ingeroepen Beneluxmerken strekt de bevoegdheid zich uit tot de gehele Benelux.
Jumbo misleidt met claim ‘De laagste paasprijzen van Nederland’ op winkelslinger
SRC 4 augustus 2026, RB 4117; 2026/00276 (klacht tegen Jumbo). In deze zaak staat een klacht van de Consumentenbond centraal over een vlaggenlijn in een winkel van Jumbo. Op het middelste vlaggetje staat prominent de claim “De laagste paasprijzen van Nederland”. Op de omliggende vlaggetjes staan verschillende producten afgebeeld, waaronder een feeststol, suikerbrood, eieren en een Deense knoop. Jumbo baseert de prijsclaim op een vergelijking van dertig geselecteerde paasproducten met de prijzen bij Albert Heijn, Lidl, Aldi, Plus en Dirk. Volgens de Consumentenbond wekt de vlaggenlijn de indruk dat de claim ook geldt voor de afgebeelde producten, terwijl verschillende daarvan geen onderdeel zijn van de prijsvergelijking. Ook ontbreken bij de vlaggenlijn de beperkingen en voorwaarden van de actie. Jumbo stelt dat de vlaggenlijn vooral decoratief is en dat zij de reikwijdte van de prijsvergelijking voldoende toelicht op de campagnewebsite.
Vattenfall pleegt oneerlijke handelspraktijk met onjuiste informatie over tariefwijzigingen
Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2025, RB 4116; ECLI:NL:GHAMS:2025:704 (Vattenfall tegen [geïntimeerde]). In deze zaak gaat Vattenfall in hoger beroep tegen een vonnis over een variabel energiecontract dat [geïntimeerde] in 2013 sloot met haar rechtsvoorganger. De Algemene Voorwaarden 2017 geven Vattenfall in art. 19 lid 3 en 4 de bevoegdheid om de leveringstarieven eenzijdig te wijzigen vanwege onder meer ontwikkelingen op de energiemarkt, prijs- en inkooprisico’s en wijzigingen in de kostenstructuur. Vattenfall wijzigde de tarieven doorgaans per 1 januari en 1 juli, maar kondigde op 22 maart 2022 vanwege de gestegen energieprijzen een extra verhoging per 1 april 2022 aan. Op haar website stond tegelijkertijd dat de tarieven bij een variabel contract twee keer per jaar wijzigen. De kantonrechter oordeelde dat deze mededeling een oneerlijke handelspraktijk vormde, verklaarde het eenzijdige wijzigingsbeding oneerlijk en vernietigde het. Vattenfall bestrijdt deze oordelen in hoger beroep.
Absolute prijsclaims Jumbo misleidend door onvoldoende duidelijke beperkingen prijsvergelijking
SGR 4 augustus 2026, RB 4119; 2026/00275 (klacht tegen Jumbo). In deze zaak staat een klacht van de Consumentenbond centraal over een digitale reclamefolder van Jumbo met de claims “Nergens goedkoper!” en “De laagste Paasprijzen van Nederland”. Op de pagina worden afbak-kaiserbroodjes van vier stuks voor € 0,54 aangeboden. Jumbo baseert de claims op een vergelijking van dertig geselecteerde paasproducten met de vaste prijzen bij Albert Heijn, Lidl, Aldi, Plus en Dirk. Tijdelijke aanbiedingen van deze supermarkten blijven buiten beschouwing. Volgens de Consumentenbond zijn de claims misleidend omdat deze beperkingen niet duidelijk uit de reclame zelf blijken. De disclaimer onderaan de pagina is volgens haar te klein en vanuit de hoofdclaims ontbreekt een duidelijke verwijzing naar de voorwaarden van de vergelijking. Jumbo stelt dat de campagne voldoende is afgebakend en dat de disclaimer en hyperlink naar de campagnepagina consumenten voldoende informeren.
Hi Tronic moet aankoopbedrag thuisbatterij terugbetalen; geen oneerlijke handelspraktijk
Rb. Midden-Nederland 25 maart 2026, RB 4115; ECLI:NL:RBMNE:2026:1369 ([eiseres] tegen Hi Tronic). In deze zaak vordert [eiseres] terugbetaling van € 13.279,75 voor de koop en installatie van een thuisbatterij. Het Verduurzamingscollectief benaderde haar op 6 maart 2025 telefonisch namens Hi Tronic. Tijdens dat gesprek ontving zij per e-mail een offerte, die zij op 6 maart en opnieuw op 15 maart 2025 ondertekende. [eiseres] ontbond de eerste offerte vóór of op 12 maart telefonisch en de tweede bij brief van 24 maart 2025. Hi Tronic weigerde het aankoopbedrag terug te betalen en stelde dat [eiseres] niet meer kon ontbinden omdat zij had ingestemd met directe uitvoering. Daarnaast wilde Hi Tronic € 3.695 aan gemaakte kosten verrekenen op grond van haar annuleringsregeling. [eiseres] stelt primair dat Hi Tronic zich schuldig heeft gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk.
IT-dienstverlener moet 80% terugbetalen na vernietiging overeenkomst wegens schending informatieplichten
Rb. Amsterdam 6 augustus 2026, RB 4114; IT 5471; ECLI:NL:RBAMS:2026:8215 ([eisers] tegen [gedaagde]). In deze zaak vorderen [eisers] terugbetaling van bedragen die zij betaalden voor een IT-dienstverleningsovereenkomst met [gedaagde]. Partijen sloten de overeenkomst in februari 2022 bij [eisers] thuis. Het ging om een abonnement voor 36 maanden van € 99,99 per maand voor IT-gerelateerde diensten. In april 2025 ontvingen [eisers] een brief van Ziggo waaruit bleek dat Ziggo-diensten op hun adres via een onderneming van [gedaagde] werden geleverd, terwijl het die onderneming niet was toegestaan deze diensten door te verkopen of commercieel te exploiteren. [eisers] vernietigden daarop de overeenkomst wegens schending van de precontractuele informatieplichten en misleiding. [gedaagde] betwist de vernietiging en stelt onder meer dat de vordering is verjaard en dat hij bij vernietiging recht heeft op vergoeding voor de IT-diensten die hij gedurende drie jaar heeft geleverd.
Gefaseerde verkoop elektronisch verhittingsapparaat geldt als verboden reclame
Rb. Rotterdam 6 maart 2026, RB 4113; ECLI:NL:RBROT:2026:2805 ([eiseres] tegen [verweerder]). In deze zaak komt [eiseres] op tegen een bestuurlijke boete van € 45.000 wegens overtreding van het reclameverbod uit art. 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet (Trw). [eiseres] bood een elektronisch verhittingsapparaat via een speciale actie aan voor € 3, waarmee consumenten het apparaat veertien dagen konden uitproberen. Daarna konden zij het apparaat binnen zeven dagen kosteloos retourneren of houden. In dat laatste geval werd 31 dagen na de eerste betaling automatisch het resterende bedrag van € 26 afgeschreven. [eiseres] stelt dat sprake is van een reguliere vorm van gefaseerde koop, namelijk huurkoop, en niet van reclame. De consument betaalt bij behoud van het apparaat immers uiteindelijk hetzelfde bedrag als bij een reguliere aankoop.
Ontbindingsbeding in private leaseovereenkomst vermoedelijk oneerlijk; rentebeding vernietigd
Rb. Noord-Holland 8 juli 2026, RB 4112; ECLI:NL:RBNHO:2026:8476 (Volkswagen Pon Financial Services tegen [gedaagde]). In deze zaak vordert Volkswagen Pon Financial Services (Volkswagen Pon) van [gedaagde] betaling van € 7.905,78, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. [gedaagde] verschijnt niet, waardoor de kantonrechter verstek verleent. Omdat de vordering voortkomt uit een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, toetst de kantonrechter ambtshalve of Volkswagen Pon heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten uit art. 6:230l BW en of de toepasselijke voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten. Volkswagen Pon heeft voldoende onderbouwd dat zij aan de informatieplichten heeft voldaan. Op de private leaseovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease en aanvullende voorwaarden van toepassing.










