RB
RB 4007
4 mei 2026
Uitspraak

Vordering tot verbod en rectificatie van uitingen over IVD MammaPrint afgewezen

 
RB 4006
4 mei 2026
Uitspraak

Dropshipping via Bol.com: betaling terecht opgeschort na verkoop van mogelijke namaakproducten

 
RB 4004
30 april 2026
Artikel

Loop geen kortingen mis en meld u aan vóór morgen, vrijdag 1 mei

 
RB 4007

Uitspraak ingezonden door Sophie Wiegant en Thera Adam‑van Straaten, Eversheds Sutherland.

Vordering tot verbod en rectificatie van uitingen over IVD MammaPrint afgewezen

Rechtspraak (NL/EU) 24 apr 2026, RB 4007; C/13/785453 ((Agendia tegen Exact Sciences c.s.)), https://www.reclameboek.nl/artikelen/vordering-tot-verbod-en-rectificatie-van-uitingen-over-ivd-mammaprint-afgewezen

Rb. Amsterdam 24 april 2026, IEF 23530; RB 4007; C/13/785453 (Agendia tegen Exact Sciences c.s.). Exact Sciences, een dochtervennootschap van Genomic Health (tezamen: Exact Sciences c.s.), biedt een in vitro diagnostische test (IVD) aan onder de naam Oncotype DX. Agendia biedt een IVD aan onder de naam MammaPrint. Beide testen ondersteunen de besluitvorming over het al dan niet ondergaan van chemotherapie bij borstkanker. Exact Sciences c.s. vorderde bij dagvaarding van 20 november 2025 in kort geding een verbod op en rectificatie van uitingen van Agendia over MammaPrint wegens vermeend misleidende (vergelijkende) reclame in de zin van Verordening (EU) 2017/746 en de artikelen 6:194 en 6:194a BW. Bij vonnis van 17 december 2025 werden deze vorderingen afgewezen. Onder meer omdat het kort geding zich niet leent voor het beslechten van een wetenschappelijke discussie en spoedeisend belang ontbrak. In een opvolgend kort geding stelde Agendia dat Exact Sciences c.s. in die eerdere procedure zelf onrechtmatige uitlatingen over MammaPrint had gedaan, onder meer door te suggereren dat MammaPrint een risico voor de volksgezondheid zou vormen en dat Oncotype DX aantoonbaar beter presteert dan MammaPrint zonder afdoende wetenschappelijk bewijs.

RB 4006

Dropshipping via Bol.com: betaling terecht opgeschort na verkoop van mogelijke namaakproducten

Rechtspraak (NL/EU) 15 apr 2026, RB 4006; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/dropshipping-via-bol-com-betaling-terecht-opgeschort-na-verkoop-van-mogelijke-namaakproducten

Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IEF 23529; RB 4006; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over een geschil tussen partijen die samen via een Bol.com-account producten verkochten op basis van een dropshipping-constructie. Partijen waren overeengekomen dat 20% van de winst aan de accounthouder ([gedaagde]) toekwam en 80% aan [eiseres]. [eiseres] vordert uitbetaling van haar winstdeel van ruim €6.000. De kantonrechter wijst de vordering af. Hoewel [gedaagde] erkent dat hij in beginsel een deel van de opbrengst moet afdragen, mocht hij de betaling opschorten.

RB 4005

Talpa moet [verweerster] blijven betalen, maar exclusiviteit blijft gelden

Rechtspraak (NL/EU) 9 apr 2026, RB 4005; ECLI:NL:RBAMS:2026:3561 ([verweerster] tegen Talpa TV), https://www.reclameboek.nl/artikelen/talpa-moet-verweerster-blijven-betalen-maar-exclusiviteit-blijft-gelden

Rb. Amsterdam 5 maart 2026, RB 4005; ECLI:NL:RBAMS:2026:3561 ([verweerster] tegen Talpa TV). In dit kort geding staat een geschil centraal tussen een influencer, [verweerster] en Talpa TV over een overeenkomst voor de ontwikkeling en presentatie van een zogenoemd “juice”-programma. Talpa had de samenwerking feitelijk stopgezet en de maandelijkse vergoeding niet langer betaald. De influencer vorderde doorbetaling van het overeengekomen bedrag.

RB 3958

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

RB 4002

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

Rechtspraak (NL/EU) 8 mei 2025, RB 4002; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.), https://www.reclameboek.nl/artikelen/hof-van-justitie-eu-verduidelijkt-consumentenbegrip-bij-gemengde-energiecontracten

Hof van Justitie EU 8 mei 2026, RB 4002; IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.). In deze zaak stond de vraag centraal of een landbouwer, die een elektriciteitscontract met vaste looptijd had gesloten voor zowel zijn boerderij als zijn privéwoning, als 'consument' kon worden aangemerkt onder Richtlijn 93/13. De landbouwer had het contract voortijdig opgezegd, waarna de leverancier een contractuele boete van ruim € 1.100 vorderde. De nationale rechter twijfelde over de status van de landbouwer bij deze 'gemengde overeenkomst', mede omdat het contract expliciet vermeldde dat het voor niet-consumenten bestemd was. Daarnaast rees de vraag of de Poolse energiewet, die boetes bij voortijdige opzegging toestaat, wel verenigbaar is met de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt (Richtlijn 2009/72), die een hoog niveau van consumentenbescherming en het recht op kosteloze leverancierswisseling voorschrijven.

RB 4003

Uitlatingen over brandveiligheid van isolatiemateriaal deels ongeoorloofd en misleidend

Rechtspraak (NL/EU) 5 okt 2022, RB 4003; ECLI:NL:RBGEL:2022:5713 (Rockwool tegen Kingspan), https://www.reclameboek.nl/artikelen/uitlatingen-over-brandveiligheid-van-isolatiemateriaal-deels-ongeoorloofd-en-misleidend

Rb. Gelderland 5 oktober 2022, IEF 23491; RB 4003; ECLI:NL:RBGEL:2022:5713 (Rockwool tegen Kingspan). De rechtbank beoordeelt een wederzijds geschil tussen Rockwool en Kingspan over uitlatingen over de brandveiligheid van steenwol- en kunststofisolatie in de nasleep van de brand in de Grenfell Tower. De rechtbank zet eerst uiteen dat voor misleidende reclame (art. 6:194 BW) en ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW) onder meer vereist is dat sprake is van een openbaar gemaakte mededeling die de relevante doelgroep kan misleiden en haar economisch gedrag kan beïnvloeden; maatgevend is daarbij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone beroeps- of bedrijfsbeoefenaar, hier vooral aannemers en architecten. In conventie krijgt Rockwool slechts gedeeltelijk gelijk, en wel alleen tegenover Kingspan Insulation B.V.. De rechtbank oordeelt dat de website-uiting van Kingspan Insulation dat het classificeren van een materiaal als onbrandbaar niet betekent dat het materiaal niet brandt, kwalificeert als ongeoorloofde vergelijkende reclame, omdat daarin impliciet naar steenwolproducten van Rockwool wordt verwezen en de formulering, zonder voldoende nuancering, misleidend is. Hetzelfde geldt voor de uitlatingen tijdens de NEN Studiedagen, voor zover daarin werd gesteld dat een combinatie van A1-isolatiemateriaal en A2-gevelbekleding een brandtest had gefaald zonder dat daaraan onderling identieke en objectief vergelijkbare brandtests ten grondslag lagen. De overige verwijten van Rockwool slagen niet: de tweede website-uiting kon niet aan de gedagvaarde Kingspan-vennootschappen worden toegerekend omdat zij afkomstig was van Kingspan Unidek, de Position Paper werd niet misleidend geacht omdat daarin feitelijk en op basis van objectief vergelijkbare DCLG-tests werd gerapporteerd, de bedrijfsfilm werd niet aan de gedagvaarde Kingspan-entiteiten toegerekend, en voor het gevorderde algemene gebod om op verzoek feitelijke onderbouwing van toekomstige uitingen te verstrekken biedt art. 6:195 lid 1 BW jo. art. 3:296 BW volgens de rechtbank geen grondslag. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat Kingspan Insulation onrechtmatig heeft gehandeld, verbiedt die specifieke uitingen, wijst een dwangsom toe en kent schadevergoeding op te maken bij staat toe; de gevorderde rectificatie wordt afgewezen. Kingspan Insulation wordt in conventie veroordeeld in de proceskosten van € 1.906,10.

RB 4000

CBb schrapt deel van boete tabaksfabrikant

reclameboek 7 apr 2026, RB 4000; ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://www.reclameboek.nl/artikelen/cbb-schrapt-deel-van-boete-tabaksfabrikant

CBb 7 april 2026, RB4000, ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). De tabaksfabrikant verkocht tijdens het festivalseizoen van 2019 op de festivals Pinkpop en het Defqon.1 tabaksproducten in speciaal daarvoor bestemde tabaksverkooppunten. De tabaksfabrikant had samenwerkingsovereenkomsten met de organisatoren van Pinkpop en Defqon.1 gesloten en betaalde daarvoor vergoedingen voor het verkooprecht. Na inspecties van de NVWA werden er twee boetes opgelegd. Met boetebesluit I heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van € 45.000 wegens overtreding van het sponsoringsverbod van artikel 5, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Volgens de staatssecretaris blijkt dit uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Met boetebesluit II heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van in totaal € 90.000 wegens overtreding van het reclame- en sponsoringsverbod (art. 5 lid 1 Trw). Volgens de staatssecretaris was er sprake van reclame omdat de presentatie van de producten verder ging dan nodig was. Dit bleek uit de opvallende plek die de producten van de tabaksfabrikant in het schap kregen en uit het feit dat dezelfde producten van deze fabrikant op meerdere plekken in het schap stonden. Daardoor ontstond een aaneengesloten blok van producten van de tabaksfabrikant, waarvoor geen andere reden bestond dan het extra onder de aandacht brengen en verkopen van deze producten. Dat sprake was van sponsoring bleek volgens de staatssecretaris uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Deze vergoeding stond niet in verhouding tot de totale omzet die hij daar kon behalen.

RB 4001

Bedrijfskleuren geen openbare aankondiging

Rechtspraak (NL/EU) 26 feb 2026, RB 4001; ECLI:NL:RBNHO:2026:2098 (([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus)), https://www.reclameboek.nl/artikelen/bedrijfskleuren-geen-openbare-aankondiging

Rb. Noord-Holland 26 februari 2026, RB4001, ECLI:RBNHO:2026:2098 ([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus). In deze zaak oordeelt de Rechtbank Noord-Holland over een aanslag reclamebelasting wegens de uitstraling van een bedrijfspand. De [belanghebbende] exploiteert een bedrijf in één pand, waarvan de gevels blauw zijn en de raam- en deurkozijnen, garagedeuren en dakranden geel. Daarnaast is de handelsnaam van het bedrijf in rechtopstaande letters boven op het dak aangebracht en hangen op de gevel twee borden met de handelsnaam en op één daarvan een afbeelding. De gemeente heft reclamebelasting op grond van de Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024 ter zake van “openbare aankondigingen” (waaronder ook kleuren) die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In deze zaak staat centraal of de kleuren van het bedrijfspand (blauw en geel) kwalificeren als een openbare aankondiging in de zin van de verordening en artikel 227 Gemeentewet. Daarnaast waren ook de verbindendheid van de verordening, de oppervlaktebepaling en de vraag of is gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in geschil. De rechtbank komt echter niet toe aan de beoordeling van deze punten, omdat de zaak reeds wordt beslist op het punt of sprake is van een openbare aankondiging (r.o. 15). De rechtbank sluit aan bij de omschrijving van ‘openbare aankondiging’ in de Verordening en bij jurisprudentie dat hieronder moet worden verstaan: tot het publiek gerichte mededelingen die erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken (vgl. Gerechtshof Amsterdam 9 januari 2014 en HR 30 maart 2007).

RB 3999

Gebrekkige bestelknop leidt tot vernietiging energiecontract, maar wel recht op gedeeltelijke vergoeding door schuld aan identiteitsfraude

Rechtspraak (NL/EU) 13 mrt 2026, RB 3999; ECLI:NL:RBROT:2026:2641 (Innova tegen [gedaagde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/gebrekkige-bestelknop-leidt-tot-vernietiging-energiecontract-maar-wel-recht-op-gedeeltelijke-vergoeding-door-schuld-aan-identiteitsfraude

Rb. Rotterdam 13 maart 2026, RB 3999; IT 5208; ECLI:NL:RBROT:2026:2641 (Innova tegen [gedaagde]). De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat een via internet gesloten energieovereenkomst vernietigbaar is wegens een ondeugdelijke bestelknop, maar dat de energieleverancier wel recht heeft op een gedeeltelijke vergoeding voor de geleverde energie. De zaak draaide om een overeenkomst tussen Innova Energie en [gedaagde], een consument, die betwistte dat hij de overeenkomst had gesloten en stelde dat sprake was van identiteitsfraude. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Voor zover sprake is van identiteitsfraude, komt deze onder de gegeven omstandigheden voor rekening van de consument, nu hij onvoldoende zorgvuldig met zijn persoonsgegevens en bankgegevens is omgegaan.