RB
RB 4159
13 oktober 2026
Uitspraak

RCC: weergave van samengevoegde productreviews op Bol.com is misleidend

 
RB 4161
13 oktober 2026
Uitspraak

RCC: commerciële inhoud in servicemail van Praxis in strijd met Code reclame via e-mail

 
RB 4158
13 oktober 2026
Uitspraak

Geld-terug-garantie bij BKR-verwijdering leidt tot oneerlijke handelspraktijk bij weigering terugbetaling

 
RB 4159

RCC: weergave van samengevoegde productreviews op Bol.com is misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 7 sep 2026, RB 4159; 2026/00379 (Klager tegen Bol.com), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rcc-weergave-van-samengevoegde-productreviews-op-bol-com-is-misleidend

RCC 7 september 2026, RB 4159; 2026/00379 (Klager tegen Bol.com). De Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over de wijze waarop Bol.com beoordelingen van verschillende soorten oordopjes op haar website weergeeft. Op een overzichtspagina worden bij afzonderlijke producten, waaronder verschillende modellen van DunRock, dezelfde gemiddelde beoordeling van 4,5 sterren en hetzelfde aantal van 1.057 reviews getoond. Volgens de klager is dit misleidend, omdat de beoordelingen niet uitsluitend betrekking hebben op het specifieke product, maar ook op andere producten binnen dezelfde productfamilie. Bol.com voert aan dat consumentenreviews geen zelfstandige reclame-uitingen zijn en dat het samenvoegen van reviews van nagenoeg identieke producten consumenten juist helpt een vollediger beeld te krijgen. De Commissie oordeelt echter dat de overzichtspagina als geheel een uitnodiging tot aankoop vormt en daarmee reclame is in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De gemiddelde consument zal volgens de Commissie aannemen dat de weergegeven sterrenbeoordeling en het aantal reviews uitsluitend betrekking hebben op het product waarbij deze worden vermeld, terwijl daarin ook beoordelingen van andere producten zijn meegenomen.

RB 4161

RCC: commerciële inhoud in servicemail van Praxis in strijd met Code reclame via e-mail

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 9 sep 2026, RB 4161; 2026/00414 (Klager tegen Praxis), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rcc-commerciele-inhoud-in-servicemail-van-praxis-in-strijd-met-code-reclame-via-e-mail

RCC 9 september 2026, RB 4161; 2026/00414 (Klager tegen Praxis). De voorzitter van de Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over een e-mail van Praxis die was verzonden nadat klanten door een technische update onbedoeld waren uitgelogd uit hun account. Volgens de klager bevatte de e-mail reclame, terwijl hij zich had afgemeld voor het ontvangen van commerciële berichten. Praxis voert aan dat het om een servicebericht ging dat uitsluitend bedoeld was om klanten te informeren over de technische storing en hen te helpen opnieuw in te loggen. Uit onderzoek van Praxis bleek dat bepaalde voorkeuren voor persoonlijke aanbiedingen en verjaardagscommunicatie in het account van de klager als actief stonden geregistreerd, maar dat tegelijkertijd een algemene afmelding voor marketingcommunicatie (master opt-out) van kracht was. Volgens Praxis was deze afmelding gerespecteerd, omdat de verzonden e-mail geen reclame zou bevatten. De voorzitter stelt vast dat de klager zich daadwerkelijk had afgemeld voor reclame via e-mail en beoordeelt vervolgens of het bericht onder de Code reclame via e-mail 2025 (Code e-mail) valt.

RB 4158

Geld-terug-garantie bij BKR-verwijdering leidt tot oneerlijke handelspraktijk bij weigering terugbetaling

Rechtspraak (NL/EU) 22 sep 2026, RB 4158; ECLI:NL:RBAMS:2026:9609 ([eiser] tegen gedaagden), https://www.reclameboek.nl/artikelen/geld-terug-garantie-bij-bkr-verwijdering-leidt-tot-oneerlijke-handelspraktijk-bij-weigering-terugbetaling

Rb. Amsterdam 22 september 2026, IT 4158; ECLI:NL:RBAMS:2026:9609 ([eiser] tegen gedaagden). De rechtbank oordeelt dat een onderneming die adverteert met een 100%-geld-terug-garantie voor het verwijderen van negatieve BKR-registraties, maar weigert terug te betalen wanneer het beoogde resultaat uitblijft, een oneerlijke handelspraktijk verricht. Een consument had in totaal € 6.406 betaald voor dienstverlening gericht op het verwijderen van zijn BKR-registratie. Ondanks de verrichte werkzaamheden en de betrokkenheid van een advocaat werd de registratie niet verwijderd. De onderneming weigerde vervolgens het betaalde bedrag terug te betalen en beriep zich op een bepaling in de overeenkomst waarin stond dat slechts sprake was van een inspanningsverplichting en geen garantie op resultaat kon worden gegeven. Volgens de kantonrechter kan een onderneming die klanten aantrekt met een expliciete en ongeclausuleerde geld-terug-garantie, zich niet achteraf beroepen op een andersluidende bepaling in de overeenkomst.

RB 4160

RCC: reclame van bunq met spaarrente van 3,01% niet misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 7 sep 2026, RB 4160; 2026/00444 (Klager tegen bunq), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rcc-reclame-van-bunq-met-spaarrente-van-3-01-niet-misleidend

RCC 7 september 2026, RB 4160; 2026/00444 (Klager tegen bunq). De voorzitter van de Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over een televisiecommercial van bunq waarin een spaarrente van maximaal 3,01% per jaar wordt aangeprezen, die wekelijks wordt uitbetaald. Volgens de klager is de commercial misleidend, omdat consumenten die zich na 1 juli 2026 aanmelden in werkelijkheid slechts de basisrente van 1,51% zouden ontvangen. De bonusrente van 3,01% zou volgens hem pas beschikbaar zijn na het volgende meetmoment op 1 januari 2027. Bunq betwist dit en stelt dat nieuwe spaarders direct vanaf het openen van hun spaarrekening de bonusrente van 3,01% over hun volledige spaarsaldo ontvangen. De bonusrente geldt totdat de eerste zogenoemde thresholdberekening plaatsvindt. Daarbij wordt tweemaal per jaar, op 1 januari en 1 juli, een drempel vastgesteld op basis van het hoogste spaarsaldo in de voorafgaande zes maanden. Over het spaarsaldo tot deze drempel geldt de basisrente en over het bedrag daarboven de bonusrente.

RB 4157

Forbo en Duracryl moeten bepaalde misleidende duurzaamheidsclaims staken

Rechtspraak (NL/EU) 29 sep 2026, RB 4157; ECLI:NL:GHDHA:2026:3024 (Forbo en Duracryl c.s.), https://www.reclameboek.nl/artikelen/forbo-en-duracryl-moeten-bepaalde-misleidende-duurzaamheidsclaims-staken

Hof Den Haag 29 september 2026, IEF 23919; RB 4157; ECLI:NL:GHDHA:2026:3024 (Forbo tegen Duracryl c.s.). Forbo Flooring en Duracryl c.s. zijn concurrerende producenten van vloerbedekkingen die elkaar over en weer verwijten misleidende mededelingen te doen over de samenstelling en duurzaamheid van hun producten. Forbo stelt onder meer dat Duracryl haar product Corques Liquid Lino (CLL) ten onrechte als linoleum en als natuurlijk en klimaatvriendelijk presenteert. Duracryl c.s. voeren op hun beurt aan dat Forbo misleidende duurzaamheidsclaims doet over haar Marmoleum- en PVC/vinylvloeren. Het hof beoordeelt de uitingen aan de hand van artikel 6:194 BW. Een onjuiste of onvolledige mededeling is pas misleidend wanneer deze, gelet op de context, van voldoende materieel belang is om het economische gedrag van het relevante publiek te kunnen beïnvloeden. Op grond van artikel 6:195 BW rust de bewijslast van de juistheid of volledigheid van de relevante feitelijke mededelingen op degene die de inhoud daarvan heeft bepaald, nadat de wederpartij voldoende heeft onderbouwd waarin de gestelde misleiding bestaat. De Europese richtsnoeren over oneerlijke handelspraktijken en de Leidraad Duurzaamheidsclaims van de ACM zijn niet rechtstreeks van toepassing op misleiding tussen ondernemingen, maar kunnen wel aanknopingspunten bieden bij de beoordeling van duurzaamheidsclaims. Volgens het hof mag Duracryl CLL als linoleum en als gebaseerd op natuurlijke materialen aanduiden. Het product heeft vergelijkbare eigenschappen als traditioneel linoleum en bestaat volgens een overgelegde Environmental Product Declaration (EPD) voor 89% uit natuurlijke grondstoffen. Wel zijn de claims dat CLL geen gevaarlijke materialen bevat, een CO2-voetafdruk van -7 kg/m² heeft en dat de vloeren van Duracryl klimaatpositief zijn misleidend. Dit geldt ook voor het gebruik van de keurmerken Climate Positive Flooring en BREEAM. De claim met het RedListFree-keurmerk acht het hof daarentegen voldoende onderbouwd. Verder bevestigt het hof het oordeel van de rechtbank dat de mededelingen waarin CLL wordt aangeduid als een puur mengsel van natuurlijke materialen, als een mix van pure duurzame materialen die door moeder natuur zijn gegeven en als EPD-gecertificeerd product misleidend zijn (r.o. 6.5-6.50).

RB 4155

Invorderingsbedrijf misleidt particulieren over aangeboden incassodiensten

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 okt 2026, RB 4155; 2026/00343 (klager tegen Invorderingsbedrijf), https://www.reclameboek.nl/artikelen/invorderingsbedrijf-misleidt-particulieren-over-aangeboden-incassodiensten

RCC 15 september 2026, RB 4155; 2026/00343 (klager tegen Invorderingsbedrijf). Op de website van Invorderingsbedrijf stond onder de kop “Incassobureau inschakelen particulier” onder meer dat particuliere schuldeisers “bij ons terecht” kunnen voor het incasseren van achterstallige betalingen en dat “wij zorgen” dat het verschuldigde bedrag op de bankrekening van de schuldeiser staat. In werkelijkheid behandelen adverteerders particuliere incassovorderingen niet zelf, maar verwijzen zij deze consumenten door naar een derde partij. Volgens de voorzitter wekken de bewoordingen “bij ons” en “wij zorgen” bij de gemiddelde consument de onjuiste indruk dat adverteerders zelf incassodiensten aan particulieren aanbieden en de vordering zelf in behandeling nemen. Daarmee bevat de uiting onjuiste informatie over de aard van de dienst als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Omdat de gemiddelde consument hierdoor kan worden gebracht tot een besluit over een transactie dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 4156

Uitspraak ingezonden door Victor Bouman en Bo van Maaren, Wieringa Advocaten.

NS Stations moet Wakker Dier-reclame op treinstations toelaten

Rechtspraak (NL/EU) 23 sep 2026, RB 4156; C/1 6/61 7764 / KG ZA 26-569 (Wakker Dier tegen NS Stations), https://www.reclameboek.nl/artikelen/ns-stations-moet-wakker-dier-reclame-op-treinstations-toelaten

Rb. Midden-Nederland 23 september 2026, RB 4156; C/1 6/61 7764 / KG ZA 26-569 (Wakker Dier tegen NS Stations). In deze zaak tussen Wakker Dier en NS Stations staat de vraag centraal of NS Stations de reclamecampagne van Wakker Dier voor Werelddierendag mocht weigeren. Wakker Dier wilde twee uitingen tonen op NS-stations, waaronder de boodschap “Zullen we eens een dagje niet 650.000 dieren eten?” en, op Rotterdam Centraal, “Elke dag eten we bijna heel Rotterdam op aan dieren”. NS Stations weigerde de campagne omdat zij de boodschap als een maatschappelijke stelling beschouwde die aanleiding kon geven tot publiek debat. De voorzieningenrechter oordeelt dat NS Stations daarmee onrechtmatig tegenover Wakker Dier heeft gehandeld. Wakker Dier kan zich tegenover NS Stations niet rechtstreeks beroepen op de vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM en artikel 7 Grondwet, maar deze grondrechten werken wel indirect door via de open normen van het privaatrecht. Daarom moet het belang van Wakker Dier bij het uitdragen van haar ideële boodschap worden afgewogen tegen het belang van NS Stations om als eigenaar van de reclamedragers te bepalen welke uitingen zij toestaat. 

RB 4154

Uitingen RTHA over nieuw luchthavenbesluit zijn geen reclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 okt 2026, RB 4154; 2026/00142 - CVB (klager tegen Rotterdam The Hague Airport), https://www.reclameboek.nl/artikelen/uitingen-rtha-over-nieuw-luchthavenbesluit-zijn-geen-reclame

CvB 6 oktober 2026, RB 4154; 2026/00142 - CVB (klager tegen Rotterdam The Hague Airport). De zaak betreft een publicatie van Rotterdam The Hague Airport (RTHA) in De Heraut en een brief aan omwonenden over de aanvraag van een nieuw luchthavenbesluit. In de uitingen staan onder meer de mededelingen dat RTHA een “stap naar schoner en stiller” zet, dat “minder hinder” het uitgangspunt is, dat er minder nachtvluchten komen, geen extra commerciële vluchten op fossiele brandstof worden toegestaan en dat schonere en stillere vliegtuigen tot minder geluid en uitstoot moeten leiden. Appellante stelt dat RTHA hiermee haar diensten en denkbeelden aanprijst en dat sprake is van duurzaamheidsreclame in de zin van de Code voor Duurzaamheidsreclame. De voorzitter en vervolgens de Reclame Code Commissie oordeelden echter dat de uitingen niet als reclame in de zin van artikel 1 NRC kunnen worden aangemerkt, omdat zij zijn bedoeld als informatie over de aanvraag en het daarmee samenhangende besluitvormingsproces.

RB 4152

‘Nergens goedkoper!’ voor Hollandse asperges voldoende onderbouwd

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 20 aug 2026, RB 4152; 2026/00228 (klager tegen Vomar), https://www.reclameboek.nl/artikelen/nergens-goedkoper-voor-hollandse-asperges-voldoende-onderbouwd

RCC 20 augustus 2026, RB 4152; 202600228 (klager tegen Vomar). In deze zaak over een reclame-uiting van Vomar staat de claim “Nergens goedkoper!” voor Hollandse witte asperges van AA-kwaliteit centraal. Vomar bood 500 gram asperges met voucher aan voor € 5,89. Klager stelde dat de claim onjuist en misleidend was, omdat Dirk in dezelfde periode witte AA-asperges voor € 4,99 aanbood. De voorzitter volgde de klacht aanvankelijk en oordeelde dat sprake was van vergelijkende reclame die een niet-bestaand prijsvoordeel suggereerde. Vomar maakte bezwaar en legde daarbij een verklaring van de directie van Dirk over. Daaruit bleek dat de asperges die Dirk in de relevante periode voor € 4,99 aanbood afkomstig waren uit Peru en Griekenland. De productpagina waarop klager zich had gebaseerd, bevatte een onjuiste afbeelding waarop Nederland als land van oorsprong stond vermeld. De Commissie kan daarom niet langer uit die productpagina afleiden dat Dirk in de overlappende actieperiode Hollandse witte asperges voor € 4,99 aanbood.

RB 4153

Vastgoedhandelaar handelt onrechtmatig door misleidende informatie over speculatieve landbouwgrond

Rechtspraak (NL/EU) 1 okt 2026, RB 4153; ECLI:NL:GHAMS:2026:2484 (IGN tegen [geïntimeerde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/vastgoedhandelaar-handelt-onrechtmatig-door-misleidende-informatie-over-speculatieve-landbouwgrond

Hof Amsterdam 1 september 2026, RB 4153; ECLI:NL:GHAMS:2026:2484 (IGN tegen [geïntimeerde]). [geïntimeerde] kocht van IGN Vastgoed, thans Vastgoed Neder-Land, twee percelen landbouwgrond voor in totaal € 148.000, met het oog op een mogelijke waardestijging bij een toekomstige bestemmingswijziging. Het hof oordeelt, net als de rechtbank, dat IGN zich heeft bediend van een oneerlijke handelspraktijk en daarmee onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. Op grond van artikel 6:193j lid 1 BW rustte op IGN de bewijslast van de materiële juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. De brochures bevatten weliswaar grotendeels feitelijk juiste algemene informatie over woningnood, woningbouw en ruimtelijke ontwikkelingen, maar wekten door hun inhoud, opbouw en presentatie het misleidende beeld dat een bestemmingswijziging en bebouwing van juist de aangeboden percelen reële en op relatief korte termijn te verwachten mogelijkheden waren. IGN maakte onvoldoende duidelijk dat sprake was van uiterst speculatieve en risicovolle investeringen, zonder garantie op waardestijging en met een reële kans op verlies. De algemene waarschuwingen op de website, in de koopovereenkomsten en in de vragenlijsten namen dat misleidende beeld niet weg. Een consument moet volgens het hof niet alleen weten dát verlies mogelijk is, maar ook in staat worden gesteld bij benadering een reële inschatting te maken van de omvang van dat risico.