Onrealistisch lage prijs D‑Reizen misleidend bevonden
RCC 3 maart 2026, RB 3978; 2025/00518 (klager tegen D-Reizen). D-Reizen bood op haar website een pakketreis naar Portugal aan voor “p.p. vanaf € 268,-” voor een vakantie van 11 dagen met halfpension voor vier personen in een vijfsterrenhotel met een 9,0-score. De zoekresultaten waren gesorteerd op “Prijs (laag)” en deze reis verscheen als goedkoopste optie bovenaan. Bij doorklikken bleek de reis echter € 1.545,- per persoon te kosten. D-Reizen voerde aan dat de lage ‘vanaf-prijs’ het gevolg was van een technische fout en dat de gemiddelde consument had moeten begrijpen dat het om een kennelijke vergissing ging, onder meer omdat vergelijkbare, minder luxe accommodaties direct daaronder voor circa € 383–384 per persoon werden aangeboden, de vertrekdatum in de herfstvakantie viel en elders geen vergelijkbare lage prijzen voor deze accommodatie te vinden waren. De Reclame Code Commissie kwalificeerde de vermelding op de zoekpagina als reclame én als uitnodiging tot aankoop in de zin van artikel 1 en 8.4 NRC, oordeelde dat de reisaanbieder onder III lid 1 en IV lid 1 RR correcte en duidelijke (vanaf)prijzen moet hanteren, en achtte die norm geschonden omdat de reis niet voor de geadverteerde prijs van € 268,- p.p. te boeken was, ongeacht of de consument de fout had kunnen herkennen.
Seminar over de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026
Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.
In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.
Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.
Wanneer is een onderneming een handelaar? Energie-etikettering bij promotie van producten in loyaliteitsprogramma’s
Conclusie A-G 26 februari 2026, RB 3977; ECLI:EU:C:2026:113 (Verband Wirtschaft im Wettbewerb, Verein für Lauterkeit in Handel und Industrie e.V. tegen PAYBACK GmbH). Deze zaak betreft een prejudiciële verwijzing van het Bundesgerichtshof (Duitse federale hoogste rechter) aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van regels inzake energie-etikettering van producten. Het geschil ontstond tussen de Duitse consumenten- en mededingingsorganisatie Verband Wirtschaft im Wettbewerb en PAYBACK GmbH, exploitant van een bonuspuntenprogramma. PAYBACK had in een online nieuwsbrief reclame gemaakt voor een kansspel waarbij deelnemers een televisie konden winnen. In die advertentie werd de televisie getoond zonder vermelding van de energie-efficiëntieklasse en de schaal van energieklassen. Volgens de organisatie was dit in strijd met de verplichtingen uit Verordening (EU) 2017/1369 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2013, die voorschrijven dat in visuele reclame voor energiegerelateerde producten de energieklasse moet worden vermeld. De kern van het geschil is of PAYBACK in deze situatie kan worden beschouwd als een “handelaar” die onder deze informatieplicht valt. De verwijzende rechter vroeg daarom aan het Hof of een exploitant van een loyaliteits- of bonusprogramma die in een nieuwsbrief reclame maakt voor een kans om een product te winnen, onder het begrip handelaar valt en dus verplicht is de energie-etiketteringsinformatie te vermelden.
Laurens Kamp start Rightlane Legal, IP & Licensing
Vanaf 2026 krijgt de wereld van het intellectuele eigendomsrecht er een nieuw en onderscheidend kantoor bij: Rightlane Legal, IP & Licensing. Laurens Kamp, voor velen een bekende naam als oud-advocaat bij Simmons & Simmons en Bingh, voormalig redactie-lid van IE-forum en het BMM-bulletin én oud-docent bij de BBMM-opleiding voor merken- en modellengemachtigden, keert terug naar vertrouwde grond. In de afgelopen jaren heeft Laurens zijn expertise verder verdiept als bedrijfsjurist en Head of Licensing, waar hij onder andere intensief samenwerkte met grote namen als Disney, WarnerBros. Discovery en Paramount Skydance. Deze brede en unieke ervaring vormt nu de basis van Rightlane Legal, IP & Licensing.
Rightlane specialiseert zich volledig in het intellectuele eigendomsrecht, met een sterke nadruk op (entertainment)licentiecontracten. Of het nu gaat om het beschermen van creatieve concepten, het ontwikkelen van licentieprogramma' s, assistentie bij royalty audits of om ondersteuning bij een geschil op het gebied van IE of licenties: Rightlane biedt praktisch en helder advies, precies afgestemd op de wensen van business owners en licentiemanagers. Korte lijnen, duidelijke taal, direct toepasbaar.
Meer weten? Neem een kijkje op www.rightlane.nl, bezoek de LinkedIn-pagina van Rightlane (www.linkedin.com/company/rightlane) of neem direct contact op met Laurens Kamp (Laurens.kamp@rightlane.nl en +31(0)6 2978 9976).
Uitspraak ingezonden door Anna van Essen, Leeway.
Reclame “Revolutionair Bodyfeel™ Materiaal” voor condoom niet misleidend
RCC 5 februari 2026, RB 3975; 2025/00434. Klager stelt dat de reclame-uiting “Revolutionair Bodyfeel™ Materiaal” voor het nieuwe condoom van Durex oneerlijk en misleidend is, omdat het woord “revolutionair” indruk wekt dat het om een nieuw materiaal gaat, terwijl het condoom van nitril is gemaakt. Nitril is een bestaand materiaal, dat al in andere producten wordt toegepast. Verder stelt klager dat met de aanduiding TM de indruk wordt gewekt dat dit beschermd zou zijn met een merkrecht, terwijl dat niet het geval is. Adverteerder voert in eerste aanleg zelf gemotiveerd verweer en onderbouwt dat de toepassing van nitril in een condoom voor mannen een baanbrekende innovatie betreft en dat de reclame niet misleidend is. De voorzitter van de Reclame Code Commissie wijst de klacht af. De voorzitter verwijst naar eerdere rechtspraak en een uitspraak van het College van Beroep, waaruit volgt dat het symbool ‘TM’ in Nederland geen juridische betekenis heeft, maar door consumenten wel kan worden opgevat als een verwijzing naar een merkrecht. Of dit misleidend is, hangt af van de context van de reclame-uiting en de indruk die deze als geheel wekt bij de gemiddelde consument. De voorzitter oordeelt dat “Bodyfeel TM ” in de reclame-uiting vooral beschrijvend wordt gebruikt voor het materiaal van het condoom en de daarmee geclaimde gebruikservaring. Omdat adverteerder aannemelijk heeft gemaakt dat zij als pionier een nieuw materiaal voor mannencondooms gebruikt met onderscheidende eigenschappen, is het gebruik van “TM” gerechtvaardigd. De gemiddelde consument wordt daardoor niet misleid en de klacht wordt afgewezen. Klager gaat tegen de beslissing van de voorzitter in beroep. Klager voegt aan zijn eerdere betoog toe dat het gaat om de vraag of geadverteerd mag worden met “revolutionair materiaal” als je eigenlijk bedoelt “revolutionaire toepassing van bestaand materiaal”. Klager stelt verder dat relevante onderbouwing en uitleg van de claim ontbreekt en dat het niet duidelijk is dat het om een condoom van nitril gaat.
Omgevingsvergunning carwash en Texaco-reclame: vergunning grotendeels houdbaar, maar motiveringsgebrek bij welstand
Rb. Noord-Nederland 8 december 2025, IEF 23308; RB 3974; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân). De Rechtbank Noord-Nederland doet een tussenuitspraak (bestuurlijke lus) over een omgevingsvergunning voor een perceel met tankstation/carwash (Dilledyk 1, Easterwierrum). Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo van toepassing. De vergunning ziet op (i) het veranderen/legaliseren van een carwash, (ii) het plaatsen van een prijzenbord/reclamezuil, (iii) het aanbrengen van TEXACO-reclame (letters/logo) op de overkapping van het pompeiland en een beperkte gebruikswijziging. De rechtbank verwerpt de procedurele klachten (o.a. onvolledige heroverweging, “verlopen” aanvraag, late publicatie, vooringenomenheid). Inhoudelijk acht zij de vergunning voor het prijzenbord en de carwash rechtmatig: het college mocht het peil voor de hoogtebepaling hanteren zoals gedaan en een beperkte planafwijking voor het prijzenbord vergunnen zonder strijd met een goede ruimtelijke ordening; de carwash voldoet aan de planregels (met name de goothoogte), en klachten over (geluids)overlast of het Bouwbesluit leveren hier geen weigeringsgrond op binnen het limitatief-imperatieve toetsingskader.
IQOS-omruilservice kwalificeert als tabaksreclame
Rechtbank Rotterdam 17 februari 2026, IEF 23306; RB 3973; ECLI:NL:RBROT:2026:1408 (Philip Morris Investments B.V. tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris). De rechtbank Rotterdam beoordeelt een door de staatssecretaris van VWS opgelegde bestuurlijke boete van € 45.000 aan Philip Morris Investments B.V. wegens overtreding van het reclameverbod van art. 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Centraal staat of het online omruilprogramma voor het elektronische verhittingsapparaat IQOS (ILUMA) “reclame” is in de zin van art. 1 Trw. De rechtbank oordeelt dat dit zo is, op beide gronden van de definitie: (i) het is een handeling in de economische sfeer met (mede) het doel de verkoop van tabaksproducten/aanverwante producten te bevorderen, mede omdat Philip Morris belang heeft dat ook bezitters van een goed werkend oud apparaat overstappen vanwege de non-compatibiliteit met nieuwe tabaksticks (TEREA) en het verdwijnen van HEETS; en (ii) het is een commerciële mededeling die het aanprijzen/bekendheid geven tot doel dan wel (on)rechtstreeks gevolg heeft. Daarbij weegt mee dat de website-informatie verder ging dan strikt noodzakelijk en op punten wervend was (“profiteren”, “voordelen”, “nieuwste innovatie”, en een geruststellende/emotionele formulering over “geen zorgen … in de toekomst”), zodat het niet kan worden afgedaan als louter (verplichte) productinformatie; ook beperkte toegankelijkheid voor (vermeend) bestaande 18+ gebruikers maakt het niet anders.
Taxi met reclame op taxistandplaats geen handelsreclame: sanctie en proceskostenvergoeding in Wahv‑procedure
Hof Arnhem-Leeuwaren 30 januari 2026, RB 3972; ECLI:NL:GHARL:2026:514. Op 14 januari 2023 om 01:04 uur werd aan de betrokkene bij inleidende beschikking een bestuurlijke boete van €210,- opgelegd wegens overtreding van artikel 5:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Gouda. Hem werd verweten dat hij zonder ontheffing op de Burgemeester Jamessingel in Gouda een voertuig, een taxi, met handelsreclame had geparkeerd met als kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. Uit de verklaring van de verbalisanten bleek dat de taxi voor het NS-station geparkeerd stond met een verlicht transparant op het dak, waarop wisselende afbeeldingen en reclameboodschappen van het taxibedrijf verschenen. De betrokkene erkende het parkeren op de betreffende tijd, datum en plaats. De kantonrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene op 16 april 2025 ongegrond. Zijn gemachtigde, mr. L.P. Kabel, stelde in hoger beroep dat het voertuig op een taxistandplaats bij het station stond, dat het doel van het parkeren niet het maken van handelsreclame was maar het ophalen van klanten, en dat de verplichte transparanten op grond van artikel 41a RVV 1990 informatie over bestemming of gebruik van het voertuig mochten bevatten.
CBB: exclusiviteitsafspraken en werkinstructies bij festivalverkoop geen reclame in de zin van de Tabaks- en rookwarenwet
CBB 24 februari 2026, RB 3971; ECLI:NL:CBB:2026:68 ([naam 1] tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid)). Een tabaksfabrikant verkocht tijdens het festivalseizoen 2018 tabaksproducten bij drie Nederlandse festivals via daarvoor ingerichte verkooppunten. Daartoe sloot de fabrikant samenwerkingsovereenkomsten met de festivalorganisatoren waarin een distributievergoeding werd afgesproken: een vaste vergoeding (€ 110.000,- tot € 120.000,- per seizoen) die met 50% zou halveren indien een andere tabaksfabrikant ook op het festival aanwezig zou zijn, plus een variabele vergoeding gebaseerd op het aantal verkochte pakjes en het aantal bezoekers. Bij aanwezigheid van een andere top‑5‑fabrikant behield de tabaksfabrikant bovendien het recht om de samenwerking te beëindigen zonder aansprakelijkheid. Voor de feitelijke verkoop huurde de fabrikant een derde partij in, wier werknemers een werkinstructie moesten hanteren die onder meer voorschreef dat klanten die vroegen naar concurrerende merken moesten worden geadviseerd over welk product van de tabaksfabrikant het meest vergelijkbaar was. Na inspecties door de NVWA legde de staatssecretaris van VWS in oktober 2019 aan de fabrikant drie boetes van elk € 45.000,- op wegens overtreding van het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Tabaks‑ en rookwarenwet. Volgens de staatssecretaris vormden zowel de exclusiviteitsafspraken als de werkinstructies ‘reclame’ in de zin van de wet, omdat zij als doel hadden de verkoop van tabaksproducten te bevorderen. In bezwaar handhaafde de staatssecretaris de boetes. De rechtbank Rotterdam oordeelde in augustus 2023 dat de fabrikant inderdaad het reclameverbod had overtreden met de distributievergoedingen en werkinstructies, maar matigde de boetes tot € 33.750,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Volg deLex op LinkedIn
Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.
Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.
Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.
Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.










