CBB: exclusiviteitsafspraken en werkinstructies bij festivalverkoop geen reclame in de zin van de Tabaks- en rookwarenwet
CBB 24 februari 2026, RB 3971; ECLI:NL:CBB:2026:68 ([naam 1] tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid)). Een tabaksfabrikant verkocht tijdens het festivalseizoen 2018 tabaksproducten bij drie Nederlandse festivals via daarvoor ingerichte verkooppunten. Daartoe sloot de fabrikant samenwerkingsovereenkomsten met de festivalorganisatoren waarin een distributievergoeding werd afgesproken: een vaste vergoeding (€ 110.000,- tot € 120.000,- per seizoen) die met 50% zou halveren indien een andere tabaksfabrikant ook op het festival aanwezig zou zijn, plus een variabele vergoeding gebaseerd op het aantal verkochte pakjes en het aantal bezoekers. Bij aanwezigheid van een andere top‑5‑fabrikant behield de tabaksfabrikant bovendien het recht om de samenwerking te beëindigen zonder aansprakelijkheid. Voor de feitelijke verkoop huurde de fabrikant een derde partij in, wier werknemers een werkinstructie moesten hanteren die onder meer voorschreef dat klanten die vroegen naar concurrerende merken moesten worden geadviseerd over welk product van de tabaksfabrikant het meest vergelijkbaar was. Na inspecties door de NVWA legde de staatssecretaris van VWS in oktober 2019 aan de fabrikant drie boetes van elk € 45.000,- op wegens overtreding van het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Tabaks‑ en rookwarenwet. Volgens de staatssecretaris vormden zowel de exclusiviteitsafspraken als de werkinstructies ‘reclame’ in de zin van de wet, omdat zij als doel hadden de verkoop van tabaksproducten te bevorderen. In bezwaar handhaafde de staatssecretaris de boetes. De rechtbank Rotterdam oordeelde in augustus 2023 dat de fabrikant inderdaad het reclameverbod had overtreden met de distributievergoedingen en werkinstructies, maar matigde de boetes tot € 33.750,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Volg deLex op LinkedIn
Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.
Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.
Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.
Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.
Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026: tot 1 maart met vroegboekkorting
Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld?
Tijdens ons seminar over consumentenrecht in de digitale sector bespreken we deze onderwerpen. We gaan in op de (omgekeerde) bewijslast in het eerste jaar, op slimme verzekeringen, garanties en andere zogenoemde dark patterns. Wanneer beschermt het consumentenrecht echt, wanneer zit je in het reclamerecht en wanneer blijkt het toch vooral een sigaar uit eigen doos? Tot slot bespreken we de nieuwste EDPB-richtlijnen over de wisselwerking tussen GDPR en DSA, en wat die concreet betekenen voor de praktijk.
Laatste week vroegboekkorting voor Duurzaamheid & Recht op 26 maart 2026
Steeds meer organisaties maken duurzaamheid tot kern van hun strategie. Maar wat betekent dat juridisch? Tijdens het congres Duurzaamheid & Recht gaan juristen, beleidsmakers en organisaties met elkaar in gesprek over de rol van duurzaamheid in het intellectuele eigendom- en reclamerecht. Onder leiding van onze dagvoorzitters, Jellien Roelofs (Lasting Legal) en Anne-Fleur Filemon (Hogeschool Leiden), bespreken we belangrijkste duurzaamheidsontwikkelingen en gaan we in op een paar interessante thema's.
Roos van der Poel (Greenpeace International) neemt ons mee in de praktijk bij Greenpeace International. Daarna gaat Edwin van der Velde (Simmons & Simmons) in op Alternatieven voor de vordering tot vernietiging en de proportionaliteit van andere IE-vorderingen. De actualiteiten worden zoals altijd besproken door Roelofs en Filmon.
Daarna geeft Tommi Palumbo (Autoriteit Consument & Markt) een update over het toezicht van de ACM op het gebied van duurzaamheid van het afgelopen jaar en geeft een blik op de toekomst. Hij zal stil staan bij relevante toezichtacties op het gebied van duurzaamheid en geeft inzicht in hoe de ACM het toezicht op de Richtlijn Empowering Consumers for the Green Transition verwacht te gaan inrichten en welke prioriteiten de ACM de komende tijd zal stellen. We sluiten af met een bijdrage van Claire van den Broek (True Price) die laat zien zien waar True Pricing vandaag de dag staat en hoe het zich ontwikkelt van concept naar concrete toepassingen.
Aanmelden met vroegboekkorting kan tot en met 15 februari aanstaande.
Afwijzing IE-vorderingen inzake vouwbare oprijplaten
Rb. Zeeland-West-Brabant 29 januari 2025, IEF 23281; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]). In het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vorderde producent A onder meer een verklaring voor recht dat producent B inbreuk maakte op haar auteursrechten op vouwbare oprijplaten met scharnierconstructie, zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing en misleidende of vergelijkende reclame, alsmede diverse verboden, rectificatie, terughaal- en vernietigingsmaatregelen en schadevergoeding. De rechtbank toetst het beroep op auteursrecht aan art. 1 en 10 Aw, uitgelegd conform de rechtspraak van het HvJ EU (o.a. Cofemel en Brompton): vereist is dat het voortbrengsel een oorspronkelijk werk is dat het resultaat vormt van vrije en creatieve keuzes. De door producent A aangewezen elementen, het profielpatroon, de handgrepen, het scharnier en het (optionele) kantelbare klepprofiel, acht de rechtbank overwegend technisch of functioneel bepaald. Producent A heeft onvoldoende concreet onderbouwd welke creatieve keuzes daarin tot uitdrukking komen. Ook de combinatie van deze elementen levert geen eigen intellectuele schepping op. De oprijplaat mist daarom het vereiste oorspronkelijk karakter en komt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking.
Ongeoorloofd gebruik van reclamefoto’s: contractuele beperkingen beslissend voor schadebegroting
Rb. Amsterdam 2 januari 2026, IEF 23262; RB 3966; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). De kantonrechter oordeelt in deze zaak over het gebruik van door een fotograaf gemaakte reclamefoto’s door de exploitanten van een sportschool. Partijen waren overeengekomen dat de foto’s uitsluitend mochten worden gebruikt op de eigen website en sociale media van de sportschool en pas nadat de factuur was voldaan. In de toepasselijke algemene voorwaarden was bovendien bepaald dat elk ander gebruik als een auteursrechtinbreuk geldt, dat bij dergelijk niet-toegestaan gebruik een vergoeding van ten minste driemaal de gebruikelijke licentievergoeding verschuldigd is en dat bij het ontbreken van naamsvermelding een aanvullende vergoeding moet worden betaald. Vast kwam te staan dat de factuur niet tijdig was betaald en dat de sportschool de foto’s niet alleen op Instagram en Google had geplaatst, maar ook, zonder enige toestemming, op externe sportplatforms (Classpass en Eversports), telkens zonder vermelding van de naam van de fotograaf. De kantonrechter acht beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk, nu zij gezamenlijk onder dezelfde handelsnaam naar buiten traden en samen de overeenkomst met de fotograaf hadden gesloten. De zaak is, ondanks de omvang van de vorderingen, met instemming van partijen op grond van artikel 96 Rv door de kantonrechter behandeld.
Oordeel voorzieningenrechter over bemiddelingssites Kings Online
Rb. Midden-Nederland 20 januari 2026, RB 3964; IT 5092; ECLI:NL:RBMNE:2026:112 (Translink en Rover tegen Kings Online). Kings Online biedt via twee websites (www.reisproductaanvragen.nl, en www.persoonlijkreisproduct.nl., hierna: de websites) een bemiddelingsdienst aan, waarmee zij voor consumenten een OV-chipkaart bestelt. De consument moet daarvoor € 37,50 betalen. Als consumenten de OV-chipkaart via de website van de officiële uitgever Translink bestellen, bedragen de kosten daarvoor € 7,50. Translink en Rover vinden dat Kings Online zich schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken, omdat de websites en marketing van Kings Online misleidend zijn. Translink en Rover willen daarom dat Kings Online deze websites niet langer exploiteert, en dat [gedaagde partijen] ook geen andere websites mogen exploiteren waarop de aanvraag van een OV-chipkaart wordt aangeboden, op straffe van een dwangsom. Kings Online betwist dat zij zich schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken.
Online marktplaats kan verwerkingsverantwoordelijke zijn door persoonsgegevens in getoonde advertenties
HvJ EU 2 december 2025, IT 5091; RB 3963; ECLI:EU:C:2025:935 (X tegen Russmedia Digital, Inform Media Press). Russmedia Digital, is eigenaar van de website www.publi24.ro, een onlinemarktplaats waarop kosteloos of tegen vergoeding advertenties kunnen worden gepubliceerd over met name de verkoop van goederen of het verlenen van diensten in Roemenië. Verzoekster in het hoofdgeding voert aan dat een niet-geïdentificeerde derde op 1 augustus 2018 op die website een misleidende en schadelijke advertentie heeft geplaatst waarin werd beweerd dat zij seksuele diensten aanbood. De advertentie bevatte met name foto’s van verzoekster in het hoofdgeding, die zonder haar toestemming werden gebruikt, maar ook haar telefoonnummer. Deze advertentie is vervolgens letterlijk overgenomen op andere reclamewebsites, waar zij met vermelding van de oorspronkelijke bron online is geplaatst. De Roemeense rechter stelde prejudiciële vragen, die het Hof eerst herformuleert.
"0% toegevoegde suiker" in radiocommercial niet in strijd met de EU Claimsverordening
RCC 22 december 2026, RB 3965; 2025/00462 (Klager tegen voorzitter). De klacht betreft de radiocommercial voor Chocomel “0% toegevoegde suiker”, waarin volgens klager ten onrechte niet wordt vermeld dat het product wél van nature aanwezige suikers bevat. Dit zou misleidend zijn, in strijd met de EU Claimsverordening (EG 1924/2006) en andere regelgeving. De claim “0% toegevoegde suiker” is een toegestane voedingsclaim, mits er geen suikers of vanwege hun zoetkracht gebruikte stoffen zijn toegevoegd. Indien het product wél van nature suikers bevat (in dit geval lactose en cacao), bepaalt de verordening dat de toevoeging “dit product bevat van nature aanwezige suikers” verplicht is, maar alleen op het etiket.
Geen overeenkomst tot stand gekomen tussen Stad en Streek Reclame en [gedaagde]
Rb. Limburg 5 november 2025, RB 3962; ECLI:NL:RBLIM:2025:10967 (Stad en Streek tegen [gedaagde]). Stad en Streek Reclame vordert betaling van een factuur voor advertentieplaatsing. [gedaagde] betwist dat zij een overeenkomst is aangegaan. [gedaagde] ontving op 7 november 2024 een e-mail met een conceptadvertentie en het verzoek om akkoord. In de e-mail wordt niet verwezen naar Stad en Streek als afzender. [gedaagde] reageerde met “Akkoord”, maar stelt achteraf dat dit alleen betrekking had op de juistheid van haar contactgegevens. Stad en Streek stuurde een factuur van € 295 excl. btw. [gedaagde] betwistte per e-mail de opdracht en vroeg om een ondertekende bevestiging. Stad en Streek bleef bij haar standpunt en sommeerde tot betaling.










