Algemene regels

RB 3424

Misleidende vergelijkende reclame in de telecombranche

Rechtspraak (NL/EU) 19 jun 2020, RB 3424; (KPN tegen T-Mobile), http://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-vergelijkende-reclame-in-de-telecombranche

Vzr. Rechtbank Den Haag 19 juni 2020, IEF 19283, RB 3424; C/09/593895 (KPN tegen T-Mobile) Kort geding. De zaak betreft een radiocommercial die T-Mobile in het kader van haar campagne “Break-Up Weken” heeft uitgezonden. Er wordt geoordeeld dat deze commercial misleidend is, nu T-Mobile daarmee suggereert dat zij, in tegenstelling tot KPN, geen prijsverhogingen doorvoert, terwijl zij dat jaarlijks wel doet door een inflatiecorrectie toe te passen. Vorig jaar werd T-Mobile in kort geding op de vingers getikt wegens het uitzenden van een radiocommercial met een vergelijkbare boodschap. Nu T-Mobile de misleidende suggestie dat zij geen prijsverhogingen doorvoert opnieuw in een commercial heeft verwerkt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een breed geformuleerd verbod op te leggen, dat niet alleen op de specifieke commercial betrekking heeft (waarvan de uitzending enkele dagen vóór de zitting door T-Mobile was gestaakt), maar ook op andere commercials waarin de misleidende uiting wordt gedaan. Daarnaast moet T-Mobile een rectificatie op haar website plaatsen.

RB 3372

Boete KPN, Tele2, Vodafone en T-Mobile voor onduidelijke websites

toezichthouder 30 dec 2019, RB 3372; (ACM tegen KPN, Tele2, Vodafone en T-Mobile), http://www.reclameboek.nl/artikelen/boete-kpn-tele2-vodafone-en-t-mobile-voor-onduidelijke-websites

ACM 30 december 2019 (ACM tegen KPN, Tele2, Vodafone en T-Mobile) Internet. Onvolledige informatie. Concurrentie. De vier telecomaanbieders worden door de ACM beboet wegens onjuiste en onvolledige informatie over hun aanbod op hun webistes. Dit kan leiden tot oneerlijke concurrentie. 

RB 3317

Reclames huidcrème Lidl zijn misleidend én maken inbreuk op merkrechten La Prairie

Rechtspraak (NL/EU) 31 mei 2019, RB 3317; ECLI:NL:RBAMS:2019:3868 (La Prairie tegen Lidl), http://www.reclameboek.nl/artikelen/reclames-huidcr-me-lidl-zijn-misleidend-n-maken-inbreuk-op-merkrechten-la-prairie

Vzr. Rechtbank Amsterdam 31 mei 2019, IEF 18496; RB 3317, ECLI:RBAMS:2019:3868 (La Prairie tegen Lidl) Reclamerecht. Merkenrecht. Vergelijkende reclame. La Prairie biedt huidverzorgingsproducten aan, en is in deze hoedanigheid houdster van het internationale woordmerk ‘La Prairie’. Lidl is een levensmiddelenbedrijf, en heeft gestunt met soortgelijke huidverzorgingsproducten, waarbij La Prairie herhaaldelijk werd aangehaald. La Prairie vordert nu elk gebruik van het merk door Lidl te verbieden, en elke vergelijking in de reclames te verbieden. Lidl slaagt er niet in aan te tonen dat de gegevens in haar reclame juist zijn, nu slechts deels dezelfde ingrediënten worden gebruikt, en de resultaten van het gebruik ook zullen verschillen, terwijl in de reclame de indruk wordt gewekt dat deze gelijk zullen zijn. Daarnaast heeft Lidl een sub c inbreuk gemaakt op de merkrechten van La Prairie, nu Lidl heeft geprofiteerd van de reputatie van dit merk. Lidl wordt veroordeeld gebruik van de term La Prairie te staken en eerder gebruik te rectificeren.

RB 3314

Rendementen uit reclame zijn niet representatief voor daadwerkelijke rendementen

Rechtspraak (NL/EU) 7 mei 2019, RB 3314; ECLI:NL:CBB:2019:177 (X tegen AFM), http://www.reclameboek.nl/artikelen/rendementen-uit-reclame-zijn-niet-representatief-voor-daadwerkelijke-rendementen

CBb 7 mei 2019 RB 3314,  ECLI:NL:CBB:2019:177 (X tegen AFM) Niet duidelijke en misleidende reclame-uiting. Schending nemo tenetur-beginsel. Appellante beschikt over een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en biedt beleggingsdiensten aan. Tussen 2012 en 2014 heeft ze de volgende reclamecampagnes via televisie gevoerd: Achtbaan, Geld slaapt en Time out. In de reclames werden rendementen van X getoond. AFM heeft onderzocht in hoeverre ze voldeden aan artikel 4:19, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het College is van oordeel dat de in de reclame-uitingen getoonde rendementen niet representatief waren voor de daadwerkelijk behaalde rendementen in het getoonde risicoprofiel. De conclusie dat de getoonde informatie ook misleidend was, omdat in de reclame-uitingen een verband wordt gesuggereerd tussen rendementspercentage, werkwijze en profiel komt naar het oordeel van het College geen zelfstandige betekenis toe. Anders dan AFM is het College van oordeel dat het in de reclame-uitingen gesuggereerde verband er op zichzelf wel is. De werkwijze van X houdt, naar blijkt uit de reclame-uitingen, in dat elke dag de (volgens het algoritme juiste) beleggingen worden gekozen voor de klant en dat, als de beurs tegenzit, uit de aandelen wordt gestapt.

RB 3305

Chipproducent Infineon maakt inbreuk op merkrechten NXP

Rechtspraak (NL/EU) 30 apr 2019, RB 3305; ECLI:NL:GHDHA:2019:897 (NXP tegen Infineon), http://www.reclameboek.nl/artikelen/chipproducent-infineon-maakt-inbreuk-op-merkrechten-nxp

Hof Den Haag 30 april 2019, IEF 18431, Rb 3305; ECLI:NL:GHDHA:2019:897 (NXP tegen Infineon) Merkenrecht. Inbreuk. Vergelijkende en misleidende reclame. NXP en Infineon zijn beide producent van computerchips. NXP heeft een aantal merkrechten van het merk MIFARE. Infineon verhandelt chips met de aanduiding ‘Mifare compatible’. De rechtbank heeft de vorderingen van NXP afgewezen (zie IEF 16733). In hoger beroep heeft Infineon allereerst aangevoerd dat het merk MIFARE nietig is. NXP heeft echter aangetoond dat MIFARE wel degelijk als merk wordt gebruikt en zelfs een bekend merk is. Daarna komt de inbreuk aan bod. Infineon betoogt dat er geen sprake is van inbreuk nu zij stelt toestemming te hebben. Deze toestemming weet zij echter niet voldoende aan te tonen. Het verweer dat het merk enkel als beschrijvende verwijzing wordt gebruikt, slaagt niet. Ook komt niet vast te staan of de gebruikte aanduiding omtrent compatibiliteit juist is. NXP heeft verder gesteld dat er sprake is van onrechtmatige reclame. Deze grief slaagt nu er producten worden vergeleken, waarbij de producten van NXP als inferieur worden afgeschilderd. Infineon wordt veroordeeld in de proceskosten.

RB 3286

Geen misleidende uitlatingen omtrent certificeerbaarheid van producten

Rechtspraak (NL/EU) 23 jan 2019, RB 3286; ECLI:NL:RBROT:2019:1369 (Aviation Glass tegen Air-Craftglass), http://www.reclameboek.nl/artikelen/geen-misleidende-uitlatingen-omtrent-certificeerbaarheid-van-producten

Rechtbank Rotterdam 23 januari 2019, IEF 18271, RB 3286; ECLI:NL:RBROT:2019:1369 (Aviation Glass tegen Air-Craftglass). Misleidende reclame. Bedrijfsgeheimen. Aviation Glass drijft een onderneming die zich bezighoudt met glastoepassingen voor de luchtvaart. Gedaagde is CEO geweest van Aviation Glass, maar is uit deze functie ontslagen. Gedaagde is hierna doorgegaan in dezelfde branche met een ander, nieuw bedrijf (te weten: Air-Craftglass). Hierna is een conflict ontstaan tussen gedaagde en Aviation Glass, waarna Aviation Glass naar de Rechtbank Rotterdam is gestapt. Hier stelt Aviation Glass o.a. dat gedaagde misleidende uitlatingen heeft gedaan over haar nieuwe producten. Gedaagde zou namelijk reclame maken met certificeringen die zij niet bezit. Ook stelt Aviation Glass dat gedaagde bedrijfsgeheimen van haar heeft gestolen. De rechtbank komt in beide gevallen tot de conclusie dat de vordering niet toewijsbaar is. Dit omdat bij de vermeend misleidende uitlatingen het mogelijk is dat gedaagde haar producten eerst laat certificeren alvorens deze toe te passen, de producten zijn namelijk wel certificeerbaar. Met betrekking tot de bedrijfsgeheimen oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is gemotiveerd dat er sprake is van gestolen bedrijfsgeheimen.

RB 3276

Misleidende vergelijkende reclame door PROambt, vergelijking met ongelijke situaties

Rechtspraak (NL/EU) 5 dec 2018, RB 3276; ECLI:NL:RBAMS:2018:8692 (Felixx c.s. tegen PROambt), http://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-vergelijkende-reclame-door-proambt-vergelijking-met-ongelijke-situaties

Rechtbank Amsterdam 5 december 2018, RB 3276; ECLI:NL:RBAMS:2018:8692 (Felixx c.s. tegen PROambt) Misleidende en vergelijkende reclame. Partijen zijn beide pensioenadviesbureaus. Regeling ontwikkeld (Generatieregeling) door naam 1 die werkgevers kunnen hanteren voor oudere werknemers, waarbij werknemers in de vijf jaar voorafgaand aan hun AOW-leeftijd met gebruikmaking van (deeltijd-)pensioen en een parttime dienstverband minder kunnen gaan werken. Eiseres sub 2 adviseert hierover en Felixx stelt persoonlijke werknemersrapporten op waarin de regeling individueel wordt doorgerekend. PROambt is adviseur voor FNV, die het Generatiepact aanbiedt. Zij heeft een nieuwbrief uitgebracht, waarin zij volgens Felixx c.s. onjuiste en misleidende uitingen over de Generatieregeling doet. Misleidende en ontoelaatbare vergelijkende reclame doordat in de vergelijking wordt uitgegaan van ongelijke situaties. Mededeling in artikel dat PROambt de Generatieregeling alleen zou adviseren aan alleenstaande terminale patienten is nodeloos grievend uitgelaten over de diensten van Felixx c.s. Vordering tot rectificatie toegewezen. 

RB 3261

Vordering TP Vision toewijsbaar, voldoende ingespannen reclameuitingen OLED tv te verwijderen

Rechtspraak (NL/EU) 3 dec 2018, RB 3261; (TP Vision tegen LG), http://www.reclameboek.nl/artikelen/vordering-tp-vision-toewijsbaar-voldoende-ingespannen-reclameuitingen-oled-tv-te-verwijderen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 3 december 2018, RB 3261 (TP Vision tegen LG) Misleidende reclame. Partijen produceren en verkopen beide OLED televisies. De EISA heeft een LG OLED televisie bekroond als "Best Product", en een van TPV als "Best Buy". TPV heeft met de uiting "The best OLED TV you can buy" reclame gemaakt. LG heeft op grond hiervan een kort geding aanhangig gemaakt, stellende dat TPV misleidende reclame maakt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de reclameslogan in combinatie met het EISA-predicaat misleidend is omdat de awards "Best Buy" en "Best Product" wezenlijk verschillen. Dit is anders in het geval dat de slogan niet met het predicaat is gebruikt. TPV is geboden de reclameuitingen verwijderd te krijgen. Zij heeft daarom een brief gestuurd naar haar zakelijke afnemers het reclamemateriaal waarin de uiting wordt gebruikt in combinatie met het EISA-predicaat te stoppen. Bij email van LG is de raadsman van TPV er echter op gewezen dat LG folders had aangetroffen in vijf filialen waarin de gewraakte uiting werd gebruikt. LG heeft daarom aanspraak gemaakt op de dwangsommen uit het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter. TPV heeft echter voldaan aan de veroordeling om zich in te spannen de jegens LG onrechtmatige combinatieslogan bij derden verwijderd te krijgen. In de veroordeling is niet opgenomen op welke wijze TPV het moest doen. De inhoud van de verstuurde brief in overeenstemming met doel en strekking van het vonnis. Vordering toewijsbaar.