Conclusie A-G: Hof beoordeelt vergelijkende reclame Kingspan over brandtests onvoldoende zorgvuldig
Parket bij de Hoge Raad 19 december 2025, RB 4101; ECLI:NL:PHR:2025:1396 (Rockwool tegen Kingspan). Rockwool en Kingspan, producenten van isolatiemateriaal, procederen over reclame-uitingen over de brandprestaties van isolatiematerialen en de brandveiligheid van hoogbouwgevels. In cassatie staat in de eerste plaats een presentatie van Kingspan tijdens NEN Studiedagen centraal, waarin wordt meegedeeld dat gevelsystemen met Euroklasse A1- en A2-materialen kunnen falen bij grootschalige brandtests, terwijl systemen met Euroklasse C- en B-materialen kunnen slagen. Het hof kwalificeert deze uitingen als vergelijkende reclame in de zin van art. 6:194a BW, maar acht de vergelijking geoorloofd. Volgens A-G Hartlief kan dat oordeel niet in stand blijven. Dat de aangehaalde tests volgens de geaccepteerde BS8414-methode, door onafhankelijke instituten en op correcte wijze zijn uitgevoerd, is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een objectieve vergelijking als bedoeld in art. 6:194a lid 2 onder c BW. Wanneer verschillen in onder meer gevelconstructie, spouwbarrières, ventilatieruimtes en andere testomstandigheden de uitslag kunnen beïnvloeden, kunnen de resultaten niet zonder meer objectief iets zeggen over de geschiktheid van de isolatiematerialen voor toepassing in hoogbouwgevels. Het hof heeft onvoldoende betekenis toegekend aan die verschillen. Bovendien had het hof moeten beoordelen of het niet vermelden van andere relevante testresultaten – waaronder een geslaagde test met A1/A2-materialen en het gestelde vaker falen van tests met C/B-materialen – essentiële informatie weglaat waardoor de vergelijkende reclame misleidend kan zijn. Verschillende cassatieklachten van Rockwool slagen daarom.