Algemene regels

RB 3261

Vordering TP Vision toewijsbaar, voldoende ingespannen reclameuitingen OLED tv te verwijderen

Rechtspraak (NL/EU) 3 dec 2018, RB 3261; (TP Vision tegen LG), http://www.reclameboek.nl/artikelen/vordering-tp-vision-toewijsbaar-voldoende-ingespannen-reclameuitingen-oled-tv-te-verwijderen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 3 december 2018, RB 3261 (TP Vision tegen LG) Misleidende reclame. Partijen produceren en verkopen beide OLED televisies. De EISA heeft een LG OLED televisie bekroond als "Best Product", en een van TPV als "Best Buy". TPV heeft met de uiting "The best OLED TV you can buy" reclame gemaakt. LG heeft op grond hiervan een kort geding aanhangig gemaakt, stellende dat TPV misleidende reclame maakt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de reclameslogan in combinatie met het EISA-predicaat misleidend is omdat de awards "Best Buy" en "Best Product" wezenlijk verschillen. Dit is anders in het geval dat de slogan niet met het predicaat is gebruikt. TPV is geboden de reclameuitingen verwijderd te krijgen. Zij heeft daarom een brief gestuurd naar haar zakelijke afnemers het reclamemateriaal waarin de uiting wordt gebruikt in combinatie met het EISA-predicaat te stoppen. Bij email van LG is de raadsman van TPV er echter op gewezen dat LG folders had aangetroffen in vijf filialen waarin de gewraakte uiting werd gebruikt. LG heeft daarom aanspraak gemaakt op de dwangsommen uit het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter. TPV heeft echter voldaan aan de veroordeling om zich in te spannen de jegens LG onrechtmatige combinatieslogan bij derden verwijderd te krijgen. In de veroordeling is niet opgenomen op welke wijze TPV het moest doen. De inhoud van de verstuurde brief in overeenstemming met doel en strekking van het vonnis. Vordering toewijsbaar.

RB 3256

Verzending ongeadresseerde reclame KPN na beëindiging klantrelatie in strijd met Code Postfilter

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 12 nov 2018, RB 3256; (KPN geadresseerde folder), http://www.reclameboek.nl/artikelen/verzending-ongeadresseerde-reclame-kpn-na-be-indiging-klantrelatie-in-strijd-met-code-postfilter

Vzr. RCC 12 november 2018, RB 3256; dossiernr. 2018/00749 (KPN geadresseerde folder) Voorzitterstoewijzing voor zover nodig. Code Postfilter. De uiting betreft de aan “de bewoners van” klagers adres geadresseerde folder van KPN met als onderwerp “Wilt u ook wifi tot in alle hoekjes en gaatjes?” De klacht. Klager voert aan, kort samengevat, dat hij op 18 september 2018 de reclamefolder van KPN heeft ontvangen, hoewel hij staat ingeschreven bij het Postfilter, hij in het verleden al vaker heeft meegedeeld geen reclame van KPN te willen ontvangen en ondanks de aanwezigheid van een NEE/NEE sticker. Op de bij KPN hierover ingediende klacht heeft klager geen reactie ontvangen.

RB 3253

Brief Ypsomed niet misleidend, keuze uit insulinepompen voldoende duidelijk voor consument

Rechtspraak (NL/EU) 21 nov 2018, RB 3253; ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.), http://www.reclameboek.nl/artikelen/brief-ypsomed-niet-misleidend-keuze-uit-insulinepompen-voldoende-duidelijk-voor-consument

Rechtbank Midden-Nederland 21 november 2018, RB 3253; LS&R 1675 ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.) Misleidende reclame. Oneerlijke handelspraktijken. Insulet c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, fabricage en wereldwijde verkoop van insulinepompsystemen, waaronder de zogenoemde "Omnipod". Ypsomed c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en wereldwijde verkoop van injectie- en infuussystemen voor zelfmedicatie, in het bijzonder voor diabetici. Insulet Corporation en Ypsomed Distribution hebben een distributieovereenkomst gesloten waarbij Ypsomed Distribution de distributeur van de Omnipod was. Deze is later geëindigd en de door Ypsomed Distribution uitgevoerde werkzaamheden zijn overgenomen door Insulet Corporation. Partijen hebben een brief opgesteld om hun klanten te informeren. Ypsomed heeft aan individuele Omnipod gebruikers een brief gestuurd, inhoudende dat de garantie van de insulinepomp binnenkort zal verlopen en dat ze kunnen kennismaken met de YpsoPump. Insulet c.s. stelt dat zij zich schuldig maakt aan misleidende reclame en/of oneerlijke handelspraktijken. Dit beroep slaagt niet, mede doordat voldoende duidelijk is gemaakt dat de Omnipod-gebruiker een keuze kan maken voor een nieuw apparaat en kan kiezen voor de Ypsopump. Dat niet opnieuw kan worden gekozen voor de Omnipomp blijkt daar niet uit. Vorderingen afgewezen.

RB 3219

Hogere prijs Chardonnay in winkel Jumbo misleidend door laagste prijsgarantie in blad

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 26 sep 2018, RB 3219; (Jumbo), http://www.reclameboek.nl/artikelen/hogere-prijs-chardonnay-in-winkel-jumbo-misleidend-door-laagste-prijsgarantie-in-blad

RCC 26 september 2018, RB 3219; dossiernr. 2018/00590 (Jumbo) Aanbeveling. Misleiding prijs(vermelding). De uiting betreft op pagina 49 van het blad “Hallo Jumbo”. Daarin staat onder de aanhef “Out of the box” onder meer: “Je kunt natuurlijk een aantal flessen van je favoriete wijn meenemen als je naar een festival gaat, of op vakantie. Maar zo’n bag-in-box, een pak wijn met een tapkraantje, is veel handiger! (…)”. Hieronder zijn vier pakken wijn afgebeeld, waaronder een pak “Grand Sud Chardonnay”. Onder deze afbeelding staat: “(...) 3 liter 13.79”. De klacht wordt als volgt samengevat. Klager vond dit product in het schap voor € 14,29 in plaats van € 13,79.  Eerder werd, na een opmerking van klager over dit prijsverschil, de prijs van het product bij de kassa aangepast. Op zaterdag 11 augustus 2018 werd de chef erbij gehaald, die aan klager meedeelde dat in het colofon van het bewuste blad vermeld staat dat prijzen kunnen worden aangepast. Lezing van het colofon, waarvan klager een afdruk overlegt, wijst uit dat het aanpassen van prijzen wordt genoemd in relatie tot prijsmetingen, dit in verband met de laagsteprijsgarantie. Op een schriftelijk ingediende klacht antwoordde Jumbo vervolgens dat de clausule is opgenomen in verband met eventuele fouten. Klager vindt dat een leverancier dergelijke voorwaarden niet behoort te hanteren.

RB 3217

Bouw7 wijst zich terecht aan als alternatief voor Admicom: geen merkinbreuk door toelaatbare vergelijkende reclame

Rechtspraak (NL/EU) 10 okt 2018, RB 3217; (Admicom tegen Bouw7), http://www.reclameboek.nl/artikelen/bouw7-wijst-zich-terecht-aan-als-alternatief-voor-admicom-geen-merkinbreuk-door-toelaatbare-vergelij

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 10 oktober 2018, IEF 18017; RB 3217 (Admicom tegen Bouw7) Merkenrecht. Vergelijkende reclame. Admicom is houdster van de woordmerken "VAKWARE" en "ADMICOM". Voor deze termen heeft Bouw7 heeft advertentieruimte gekocht d.m.v. Adwords. Advertenties leiden naar een webpagina van Bouw7 in welke url "admicom" voorkomt en waar Bouw7 als alternatief voor Admicom wordt aangeprezen. Mr. ing. N.M. Keijser heeft in opdracht van Admicom onderzoek gedaan naar de applicaties van partijen op basis van de door partijen beschikbaar gestelde informatie en heeft geconcludeerd dat Bouw7 geen alternatief vormt voor Admicom. De voorzieningenrechter oordeelt dat in het rapport van Keijser t.a.v. 63 functionaliteiten ten onrechte is vermeld dat zij in de software van Bouw7 zouden ontbreken. Keijser heeft daarbij nagelaten zich ook te baseren op de software zelf. Bouw7 heeft aannemelijk gemaakt dat haar software en die van Admicom in dezelfde behoeften voorzien en stelt daarmee terecht dat het een alternatief kan zijn. Van belang is daarbij dat de ondernemer tot wie zich de advertentie zich richt Bouw7 als alternatief ziet. Omdat Bouw7 zich nadrukkelijk van Admicom onderscheidt door de presentatie van haar software, is er geen sprake van misleiding. Omdat er voldaan is aan de voorwaarden voor vergelijkende reclame, kan van merkinbreuk geen sprake zijn. De vorderingen van Admicom worden afgewezen. 

RB 3036

Aanklikken link in e-mail om opzegging te bevestigen is onredelijk bezwarend

Rechtspraak (NL/EU) 10 nov 2017, RB 3036; ECLI:NL:RBAMS:2017:8331 (mijndomein.nl tegen gedaagde), http://www.reclameboek.nl/artikelen/aanklikken-link-in-e-mail-om-opzegging-te-bevestigen-is-onredelijk-bezwarend

Ktr. Rechtbank Amsterdam 10 november 2017, IT&R 2414; RB 3036; ECLI:NL:RBAMS:2017:8331 (mijndomein.nl tegen gedaagde). Algemene voorwaarden. Contracten. Gedaagde heeft in 2016 de overeenkomst met betrekking tot de domeinnaam willen opzeggen. Deze opzegging had bevestigd moeten worden door middel van het klikken op een link in een bevestigingsmail. Zolang niet op de link geklikt wordt, wordt de opzegging niet definitief en zal de overeenkomst weer met een jaar worden verlengd, aldus mijndomein.nl. Mijndomein.nl dat zij met de bevestigingsmail zeker wil stellen dat de opzegging niet per ongeluk heeft plaatsgevonden. Hoe zij hiermee zekerheid verkrijgt over de identiteit van degene die heeft opgezegd en/of degene die de link heeft aangeklikt, is op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt. Tevens bestaan er minder bezwarende wijzen waarmee een vergissing voorkomen kan worden.

RB 2680

Televisiecommercial Amstel Bier "Zeg het met een vaasje" niet in strijd met goede smaak of fatsoen

RCC 17 februari 2016, RB 2680; Dossiernr. 2016/00061 (Amstel Bier)
Audiovisuele media. Uiting: Het betreft de televisiecommercial ‘Zeg het met een vaasje’ voor Amstel Bier. In de commercial vertellen vier verschillende mannen respectievelijk in de kleedkamer van een voetbalclub, liggend in een tent, tijdens het kaarten in een café en staand op het erf van een boerderij aan de andere aanwezige mannen hoe bijzonder deze andere mannen voor de betreffende spreker zijn en hoezeer die hen waardeert en van hen houdt. De andere mannen voelen zich duidelijk ongemakkelijk bij deze woorden. Een van de toehoorders bij de boerderij rent weg na het horen van de woorden “Dat voel ik gewoon voor jullie”. Vervolgens zegt de voice-over: “Vrienden hoeven hun gevoelens toch helemaal niet uit te spreken?” En, terwijl mannen in een café proosten met een biertje: “Zeg het met een vaasje. Amstel bier. Maak het onvergetelijk”.

Klacht: Er wordt geschetst dat het tonen van gevoel door tegen vrienden te zeggen dat je van ze houdt eng en niet nodig is, en dat je beter samen een vaasje kunt drinken. Een agrariër reageert zelfs door weg te rennen. “Homofoob?”, vraagt klaagster zich af. In West-Friesland, waar klaagster woont, wil men de mannen/jongens leren wel te praten in plaats van alles weg te drinken. Er is veel leed onder jongens die worstelen met wat zij voelen en dat niet kunnen delen, met zelfs suïcide als ‘oplossing’. Klaagster denkt “dat artikel 5 en artikel 6 lid 1 hier van toepassing” zijn.

Commissie:
1. Klaagster meent dat de televisiecommercial voor Amstel bier in strijd met de artikelen 5 en 6 lid 1 RVA 2014 is, zo begrijpt de Commissie, omdat volgens haar de commercial als boodschap heeft dat het uitspreken van gevoelens door mannen jegens elkaar eng en niet nodig is en beter kan worden vervangen door het met elkaar drinken van een biertje.

2. Artikel 5 RVA 2014 luidt: “Reclame voor alcoholhoudende drank mag niet in strijd zijn met de goede smaak, het fatsoen, of afbreuk doen aan de menselijke waardigheid en integriteit.”

Artikel 6 lid 1 RVA 2014 luidt: “Reclame voor alcoholhoudende drank mag niet wijzen op de ontremmende werking van alcoholhoudende drank, zoals het verminderen of verdwijnen van angstgevoelens en innerlijke of sociale conflicten.”

3. Naar het oordeel van de Commissie is voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat de commercial op een overdreven en humoristisch bedoelde wijze weergeeft dat mannen hun vriendschap niet per se tegenover elkaar hoeven uit te spreken, maar ook zonder woorden kunnen laten blijken door met elkaar een biertje te gaan drinken. Hierin ligt geen oproep besloten aan mannen om in het geheel niet over hun gevoelens te spreken of deze weg te drinken. Ook zal de gemiddelde consument het wegrennen van een van de toehoorders niet opvatten als een uiting van homofobie, zoals klaagster kennelijk veronderstelt. Naar het oordeel van de Commissie is in de commercial evenmin sprake van het wijzen op de ontremmende werking van alcoholhoudende drank.

4. Gelet op het voorgaande acht de Commissie de commercial niet in strijd met artikel 5 en/of artikel 6 lid 1 RVA 2014. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 2679

Reclame-uiting DIDI “ALLES 40% korting” misleidend wegens onbreken essentiële informatie

RCC 17 februari 2016, RB 2679; Dossiernr. 2016/00067 (DIDI)
Misleiding. Essentiële informatie. Uiting: Het betreft de op de etalage van de winkel van Didi in Schagen aangebrachte sticker met de (herhaalde) mededeling: “ALLES 40% korting”.

Klacht: Bij het afrekenen van een trui bij de kassa werd klaagster meegedeeld dat dit ‘nieuwe’ artikel niet met 40% was afgeprijsd. In de winkel werd echter nergens vermeld dat de actie “ALLES 40% korting” alleen gold voor oudere artikelen en dat andere artikelen hiervan uitgezonderd waren. Klaagster vindt dit “geen stijl”.

Commissie:
De op de etalageruit aangebrachte mededeling “ALLES 40% korting” is absoluut gesteld en wekt daardoor de indruk dat daadwerkelijk op het totale aanbod van adverteerder 40% korting wordt verleend. Gebleken is echter dat de kortingsactie alleen geldt voor de artikelen uit de ‘winter 2015 sale’. Deze beperking van het aanbod “ALLES 40% korting” tot slechts een gedeelte van het assortiment betreft essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen en die daarom in de uiting zelf moet zijn opgenomen. Dat is niet het geval. Het enkele feit dat de uiting, zoals adverteerder heeft gesteld, is aangebracht op de ruit van de “winter 2015 sale etalage” maakt niet duidelijk dat de kortingsactie van 40% specifiek tot winterartikelen is beperkt en niet daadwerkelijk voor “alles” geldt. Uit de door klaagster overgelegde foto van de uiting blijkt immers geen duidelijk verband tussen de mededeling over de kortingsactie en de wintersale.

Gelet op het voorgaande is sprake van het ontbreken van essentiële informatie als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.