RB

Algemene regels  

RB 4082

Rode omlijsting wekt indruk dat alle producten onder ‘1+1 gratis’-actie vallen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 1 jul 2026,, RB 4082; 2026/00302 ([klager] tegen Jumbo), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rode-omlijsting-wekt-indruk-dat-alle-producten-onder-1-1-gratis-actie-vallen

RCC 1 juli 2026, RB 4082; 2026/00302 ([klager] tegen Jumbo). In deze zaak tussen [klager] en Jumbo staat de wijze centraal waarop een “1+1 gratis”-actie in een filiaal wordt aangeduid. Boven de winkelschappen hing een breed rood bord met de tekst “1+1 gratis”. Een deel van de schappen was rood omlijst. Binnen deze schappen stonden zowel actieproducten als producten die niet onder de aanbieding vielen. Alleen de actieproducten hadden een prijskaartje met “1+1 gratis” en een rood hoesje met de tekst “NU”. Klager nam een shampoo uit een rood omlijst schap en ging ervan uit dat deze onder de aanbieding viel. Bij de kassa bleek dat dit niet het geval was. Volgens Jumbo maken de prijskaartjes, de rode hoesjes en de rode platen gezamenlijk voldoende duidelijk welke producten actieproducten zijn. Van de gemiddelde consument mag volgens Jumbo worden verwacht dat deze de afzonderlijke schapetiketten controleert.

RB 4079

Aanbieding voor 22 wasbeurten misleidend door oudere flessen in het schap

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 23 jul 2026,, RB 4079; 2026/00217 ([klager] tegen Robijn en Albert Heijn), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanbieding-voor-22-wasbeurten-misleidend-door-oudere-flessen-in-het-schap

RCC 23 juni 2026, RB 4079; 2026/00217 ([klager] tegen Robijn en Albert Heijn). In deze zaak staat een aanbieding van Albert Heijn voor Robijn Wol & Fijn centraal. Op het schapkaartje werd in het kader van een actie “2+3 gratis” als voorbeeld een fles met 22 wasbeurten genoemd. In het betreffende schap stonden alleen uitsluitend flessen waarop 18 wasbeurten waren vermeld. Albert Heijn voert aan dat sprake was van een tijdelijke overgangssituatie. De fabrikant had de samenstelling van het wasmiddel aangepast, waardoor de nieuwe, geconcentreerdere variant 22 wasbeurten bevatte. In de folder en de app werd deze nieuwe verpakking al getoond, terwijl in enkele filialen nog oude voorraad met 18 wasbeurten aanwezig was.

RB 4078

Niet-beschikbare "vanaf"-prijs voor raamhor is misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 16 jun 2026,, RB 4078; 2026/00272 ([klager] tegen Solerza), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/niet-beschikbare-vanaf-prijs-voor-raamhor-is-misleidend

RCC 16 juni 2026, RB 4078; 2026/00272 ([klager] tegen Solerza). In deze zaak staat een prijsvermelding op de website van Solerza centraal. Bij een plissé raamhor werd, in combinatie met 40% korting, een vanafprijs van € 26,34 genoemd. Volgens klager was het product echter bij geen enkele beschikbare maatvoering of configuratie daadwerkelijk voor dat bedrag te bestellen. Solerza voert aan dat zij maatwerkproducten aanbiedt, waarvan de prijs afhankelijk is van onder meer de afmetingen, uitvoering en aanvullende opties. Vanafprijzen zijn volgens haar gebaseerd op de minimale maatvoering en de eenvoudigste productconfiguratie. Tijdens een reguliere prijsoptimalisatie zou echter tijdelijk een afwijking zijn ontstaan in de prijsweergave van het betreffende product. Deze afwijking is inmiddels gecorrigeerd.

RB 4075

Uitspraak ingezonden door Hans Bousie, &bousie.

Geen auteursrecht op functionele websiteteksten, wel verbod op nep reviews

Rechtspraak (NL/EU) 4 aug 2026,, RB 4075; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-auteursrecht-op-functionele-websiteteksten-wel-verbod-op-nep-reviews

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23738; RB 4075; IT 5415; 200.343.772/01 (Fixiq Legal tegen Bonnetje c.s.). In deze zaak tussen Fixiq Legal en Bonnetje c.s. staat een geschil over websites en apps voor het aanvechten van verkeersboetes centraal. Nadat gesprekken over een mogelijke samenwerking waren stukgelopen, lanceerde Bonnetje een eigen website en app. Fixiq Legal stelde dat Bonnetje auteursrechtelijk beschermde teksten had overgenomen en misleidende handelspraktijken toepaste door onder meer nep reviews te plaatsen. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat de teksten op de testwebsite van Bonnetje openbaar waren gemaakt. De URL was via sociale media gedeeld en de website was, zij het met enige moeite, toegankelijk voor derden. Dat de openbaarmaking mogelijk niet was beoogd, maakt dat niet anders. Van auteursrechtinbreuk is volgens het hof echter geen sprake. Het format en de opbouw van de website zijn te zeer door functionaliteit bepaald. Ook de teksten van de Q&A, het doorloopproces en het machtigingsformulier zijn overwegend functioneel, technisch en juridisch van aard. Zij dragen geen waarneembaar persoonlijk stempel en voldoen daarom niet aan de werktoets.

RB 4069

Booking moet inzicht geven in eerdere kennis van onjuiste locatiegegevens bij accommodatie

Rechtspraak (NL/EU) 3 aug 2026,, RB 4069; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/booking-moet-inzicht-geven-in-eerdere-kennis-van-onjuiste-locatiegegevens-bij-accommodatie

Rb. Amsterdam 10 juli 2026, RB 4069; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking). Via Booking.com werd voor € 2.540 een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond dat de accommodatie op slechts enkele tientallen meters van Komi Beach lag en op de kaart werd zij direct aan zee weergegeven. Bij aankomst bleek de accommodatie volgens de boekers op aanzienlijke afstand van het strand en in een afgelegen gebied te liggen. Na annulering werd slechts € 132 terugbetaald. De aanspraken van de boeker en de betaler zijn vervolgens gecedeerd aan de verzoeker, die in de Europese procedure voor geringe vorderingen betaling van het resterende bedrag van € 2.408 vordert. Hij stelt dat de advertentie misleidend was en beroept zich op een oneerlijke handelspraktijk, dwaling en non-conformiteit. De kantonrechter acht de Nederlandse rechter bevoegd omdat Booking in Amsterdam is gevestigd. Op grond van de rechtskeuze in de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing, zonder dat de consument de bescherming verliest die hij aan dwingend Spaans recht ontleent.
 

RB 4064

Cursist dropshippingtraject is consument en behoudt herroepingsrecht door gebrekkige informatie

Rechtspraak (NL/EU) 17 jun 2026,, RB 4064; ECLI:NL:RBGEL:2026:5072 (MGG tegen [de gedaagde in conventie]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cursist-dropshippingtraject-is-consument-en-behoudt-herroepingsrecht-door-gebrekkige-informatie

Rb. Gelderland 17 juni 2026, RB 4064; ECLI:NL:RBGEL:2026:5072 (MGG tegen [de gedaagde in conventie]). Een vrouw kwam via een reclamefilmpje op Facebook in contact met Mijn Geld Groeit LLP (MGG). Tijdens een videogesprek op 22 januari 2025 sloot zij een overeenkomst voor het zogenoemde Diamond Traject, een online cursus met begeleiding bij het opzetten van een dropshippingwebshop. De cursusprijs bedroeg € 12.495, te betalen in vijf termijnen van € 2.499. Zij betaalde direct de eerste termijn, maar liet diezelfde avond weten dat zij ook een veel goedkoper traject had gezien en zich zorgen maakte over de hoge betalingsverplichting. Enkele dagen later schreef zij dat zij niet meer in het aangeboden traject geloofde en vroeg zij opnieuw om een goedkoper traject. Nadat zij de tweede termijn niet betaalde, blokkeerde MGG haar toegang tot de online omgeving en vorderde zij betaling van de vier resterende termijnen, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en overige kosten. De kantonrechter oordeelt dat de vrouw de overeenkomst als consument heeft gesloten. Dat haar eenmanszaak in het aanmeldformulier en op de factuur stond en dat zij een zakelijke bankpas gebruikte, maakt dat niet anders. Haar bestaande onderneming hield zich bezig met zorgverlening en de dropshippingcursus hield geen verband met die bedrijfsactiviteit. Dat zij mogelijk in de toekomst als dropshipper wilde beginnen, betekent niet dat zij bij het sluiten van de overeenkomst al in het kader van die beroepsactiviteit handelde. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht omdat de vrouw in Nederland woont en op grond van de rechtskeuze van partijen is het Nederlandse recht van toepassing.

RB 4062

Basic-Fit-reclame misleidend door ontbreken inschrijfkosten

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 jun 2026,, RB 4062; 2026/00261 (Klager tegen Basic-Fit), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/basic-fit-reclame-misleidend-door-ontbreken-inschrijfkosten

RCC 6 juni 2026, RB 4062; 2026/00261 (Klager tegen Basic-Fit). Basic-Fit adverteert op haar website met de mededeling “Sport nu 2 weken gratis”, gevolgd door de toelichting dat de aanbieding geldt bij een nieuw jaarabonnement met een duur van “2 + 52 weken”. Een consument klaagt dat de gratis weken in werkelijkheid aan het einde van het abonnement worden toegevoegd en dat hij bij inschrijving inschrijfgeld en later abonnementskosten moest betalen. De voorzitter oordeelt dat de mededeling over de twee gratis weken op zichzelf niet misleidend is. Uit de direct zichtbare toelichting begrijpt de gemiddelde consument dat hij in totaal 54 weken kan sporten en slechts voor 52 weken abonnementskosten betaalt. De uiting vermeldt niet dat specifiek de eerste twee weken gratis zijn. Bovendien blijkt uit de stellingen van partijen dat pas na twee weken abonnementskosten in rekening worden gebracht. Dat de gratis weken bij de klager aan het einde van de looptijd zijn toegevoegd, maakt het aanbod daarom niet onjuist.

RB 4060

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

Rechtspraak (NL/EU) 16 jul 2026,, RB 4060; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

RB 4059

Pop-up onvoldoende voor B2B-uitzondering op reclameverbod voor e-sigaretten en e-liquids

Rechtspraak (NL/EU) 21 jul 2026,, RB 4059; ECLI:NL:CBB:2026:220 (de minister en UEG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/pop-up-onvoldoende-voor-b2b-uitzondering-op-reclameverbod-voor-e-sigaretten-en-e-liquids

CBb 26 mei 2026, RB 4059; ECLI:NL:CBB:2026:220 (de minister tegen UEG). UEG Holland, een groothandel in elektronische rookproducten, toont op de homepage van haar website afbeeldingen met merknamen van e-liquids en elektronische sigaretten. Bezoekers krijgen eerst een pop-up te zien waarin zij moeten bevestigen dat zij werkzaam zijn in de handel in tabaksproducten of aanverwante producten en ten minste achttien jaar oud zijn. Na het aanklikken van deze verklaring kan iedereen de homepage en de afbeeldingen bekijken; pas wanneer een bezoeker een account wil aanmaken om producten te bestellen, wordt gecontroleerd of deze daadwerkelijk handelaar is. De minister merkt de afbeeldingen aan als reclame en legt UEG wegens overtreding van artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet een boete van € 13.500 op. De rechtbank oordeelt dat de uitingen wel reclame zijn, maar onder de B2B-uitzondering van artikel 5 lid 6, onder a, onder 1°, Trw vallen. In hoger beroep erkent UEG dat de afbeeldingen commerciële mededelingen zijn die onder het reclameverbod vallen, waardoor de grondslag aan haar incidentele hoger beroep ontvalt.

RB 4058

Intrum moet verstrekking ESIC-formulier nader onderbouwen

Rechtspraak (NL/EU) 26 mei 2026,, RB 4058; ECLI:NL:GHAMS:2026:1461 (Intrum tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/intrum-moet-verstrekking-esic-formulier-nader-onderbouwen

Hof Amsterdam 26 mei 2026, RB 4058; ECLI:NL:GHAMS:2026:1461 (Intrum tegen [geïntimeerde]). Een kredietgever sluit online met een consument een kredietovereenkomst voor € 50.000, met een looptijd van 120 maanden en een debetrente van 8,7% per jaar. Nadat de consument zijn betalingsverplichtingen niet nakomt, wordt de vordering aan Intrum gecedeerd. Intrum vordert vervolgens € 43.820,95, vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter wijst die vordering af omdat niet is aangetoond dat aan de precontractuele verplichtingen is voldaan en dat de kredietwaardigheid van de consument vóór het sluiten van de overeenkomst is beoordeeld. In hoger beroep legt Intrum onder meer bankafschriften, salarisgegevens, Kadasterinformatie, een inkomensberekening en een gepersonaliseerde kredietwaardigheidstoets over. Het hof acht daarmee voldoende aangetoond dat de oorspronkelijke kredietgever voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een kredietwaardigheidstoets als bedoeld in artikel 4:34 lid 1 Wft heeft uitgevoerd. Uit de algemene voorwaarden blijkt volgens het hof bovendien voldoende dat de consument is geïnformeerd over zijn recht om de op afstand gesloten kredietovereenkomst binnen veertien dagen te ontbinden.