RB

Algemene regels  

RB 4159

RCC: weergave van samengevoegde productreviews op Bol.com is misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 7 sep 2026, RB 4159; 2026/00379 (Klager tegen Bol.com), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rcc-weergave-van-samengevoegde-productreviews-op-bol-com-is-misleidend

RCC 7 september 2026, RB 4159; 2026/00379 (Klager tegen Bol.com). De Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over de wijze waarop Bol.com beoordelingen van verschillende soorten oordopjes op haar website weergeeft. Op een overzichtspagina worden bij afzonderlijke producten, waaronder verschillende modellen van DunRock, dezelfde gemiddelde beoordeling van 4,5 sterren en hetzelfde aantal van 1.057 reviews getoond. Volgens de klager is dit misleidend, omdat de beoordelingen niet uitsluitend betrekking hebben op het specifieke product, maar ook op andere producten binnen dezelfde productfamilie. Bol.com voert aan dat consumentenreviews geen zelfstandige reclame-uitingen zijn en dat het samenvoegen van reviews van nagenoeg identieke producten consumenten juist helpt een vollediger beeld te krijgen. De Commissie oordeelt echter dat de overzichtspagina als geheel een uitnodiging tot aankoop vormt en daarmee reclame is in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De gemiddelde consument zal volgens de Commissie aannemen dat de weergegeven sterrenbeoordeling en het aantal reviews uitsluitend betrekking hebben op het product waarbij deze worden vermeld, terwijl daarin ook beoordelingen van andere producten zijn meegenomen.

RB 4158

Geld-terug-garantie bij BKR-verwijdering leidt tot oneerlijke handelspraktijk bij weigering terugbetaling

Rechtspraak (NL/EU) 22 sep 2026, RB 4158; ECLI:NL:RBAMS:2026:9609 ([eiser] tegen gedaagden), https://www.reclameboek.nl/artikelen/geld-terug-garantie-bij-bkr-verwijdering-leidt-tot-oneerlijke-handelspraktijk-bij-weigering-terugbetaling

Rb. Amsterdam 22 september 2026, IT 4158; ECLI:NL:RBAMS:2026:9609 ([eiser] tegen gedaagden). De rechtbank oordeelt dat een onderneming die adverteert met een 100%-geld-terug-garantie voor het verwijderen van negatieve BKR-registraties, maar weigert terug te betalen wanneer het beoogde resultaat uitblijft, een oneerlijke handelspraktijk verricht. Een consument had in totaal € 6.406 betaald voor dienstverlening gericht op het verwijderen van zijn BKR-registratie. Ondanks de verrichte werkzaamheden en de betrokkenheid van een advocaat werd de registratie niet verwijderd. De onderneming weigerde vervolgens het betaalde bedrag terug te betalen en beriep zich op een bepaling in de overeenkomst waarin stond dat slechts sprake was van een inspanningsverplichting en geen garantie op resultaat kon worden gegeven. Volgens de kantonrechter kan een onderneming die klanten aantrekt met een expliciete en ongeclausuleerde geld-terug-garantie, zich niet achteraf beroepen op een andersluidende bepaling in de overeenkomst.

RB 4160

RCC: reclame van bunq met spaarrente van 3,01% niet misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 7 sep 2026, RB 4160; 2026/00444 (Klager tegen bunq), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rcc-reclame-van-bunq-met-spaarrente-van-3-01-niet-misleidend

RCC 7 september 2026, RB 4160; 2026/00444 (Klager tegen bunq). De voorzitter van de Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over een televisiecommercial van bunq waarin een spaarrente van maximaal 3,01% per jaar wordt aangeprezen, die wekelijks wordt uitbetaald. Volgens de klager is de commercial misleidend, omdat consumenten die zich na 1 juli 2026 aanmelden in werkelijkheid slechts de basisrente van 1,51% zouden ontvangen. De bonusrente van 3,01% zou volgens hem pas beschikbaar zijn na het volgende meetmoment op 1 januari 2027. Bunq betwist dit en stelt dat nieuwe spaarders direct vanaf het openen van hun spaarrekening de bonusrente van 3,01% over hun volledige spaarsaldo ontvangen. De bonusrente geldt totdat de eerste zogenoemde thresholdberekening plaatsvindt. Daarbij wordt tweemaal per jaar, op 1 januari en 1 juli, een drempel vastgesteld op basis van het hoogste spaarsaldo in de voorafgaande zes maanden. Over het spaarsaldo tot deze drempel geldt de basisrente en over het bedrag daarboven de bonusrente.

RB 4157

Forbo en Duracryl moeten bepaalde misleidende duurzaamheidsclaims staken

Rechtspraak (NL/EU) 29 sep 2026, RB 4157; ECLI:NL:GHDHA:2026:3024 (Forbo en Duracryl c.s.), https://www.reclameboek.nl/artikelen/forbo-en-duracryl-moeten-bepaalde-misleidende-duurzaamheidsclaims-staken

Hof Den Haag 29 september 2026, IEF 23919; RB 4157; ECLI:NL:GHDHA:2026:3024 (Forbo tegen Duracryl c.s.). Forbo Flooring en Duracryl c.s. zijn concurrerende producenten van vloerbedekkingen die elkaar over en weer verwijten misleidende mededelingen te doen over de samenstelling en duurzaamheid van hun producten. Forbo stelt onder meer dat Duracryl haar product Corques Liquid Lino (CLL) ten onrechte als linoleum en als natuurlijk en klimaatvriendelijk presenteert. Duracryl c.s. voeren op hun beurt aan dat Forbo misleidende duurzaamheidsclaims doet over haar Marmoleum- en PVC/vinylvloeren. Het hof beoordeelt de uitingen aan de hand van artikel 6:194 BW. Een onjuiste of onvolledige mededeling is pas misleidend wanneer deze, gelet op de context, van voldoende materieel belang is om het economische gedrag van het relevante publiek te kunnen beïnvloeden. Op grond van artikel 6:195 BW rust de bewijslast van de juistheid of volledigheid van de relevante feitelijke mededelingen op degene die de inhoud daarvan heeft bepaald, nadat de wederpartij voldoende heeft onderbouwd waarin de gestelde misleiding bestaat. De Europese richtsnoeren over oneerlijke handelspraktijken en de Leidraad Duurzaamheidsclaims van de ACM zijn niet rechtstreeks van toepassing op misleiding tussen ondernemingen, maar kunnen wel aanknopingspunten bieden bij de beoordeling van duurzaamheidsclaims. Volgens het hof mag Duracryl CLL als linoleum en als gebaseerd op natuurlijke materialen aanduiden. Het product heeft vergelijkbare eigenschappen als traditioneel linoleum en bestaat volgens een overgelegde Environmental Product Declaration (EPD) voor 89% uit natuurlijke grondstoffen. Wel zijn de claims dat CLL geen gevaarlijke materialen bevat, een CO2-voetafdruk van -7 kg/m² heeft en dat de vloeren van Duracryl klimaatpositief zijn misleidend. Dit geldt ook voor het gebruik van de keurmerken Climate Positive Flooring en BREEAM. De claim met het RedListFree-keurmerk acht het hof daarentegen voldoende onderbouwd. Verder bevestigt het hof het oordeel van de rechtbank dat de mededelingen waarin CLL wordt aangeduid als een puur mengsel van natuurlijke materialen, als een mix van pure duurzame materialen die door moeder natuur zijn gegeven en als EPD-gecertificeerd product misleidend zijn (r.o. 6.5-6.50).

RB 4155

Invorderingsbedrijf misleidt particulieren over aangeboden incassodiensten

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 okt 2026, RB 4155; 2026/00343 (klager tegen Invorderingsbedrijf), https://www.reclameboek.nl/artikelen/invorderingsbedrijf-misleidt-particulieren-over-aangeboden-incassodiensten

RCC 15 september 2026, RB 4155; 2026/00343 (klager tegen Invorderingsbedrijf). Op de website van Invorderingsbedrijf stond onder de kop “Incassobureau inschakelen particulier” onder meer dat particuliere schuldeisers “bij ons terecht” kunnen voor het incasseren van achterstallige betalingen en dat “wij zorgen” dat het verschuldigde bedrag op de bankrekening van de schuldeiser staat. In werkelijkheid behandelen adverteerders particuliere incassovorderingen niet zelf, maar verwijzen zij deze consumenten door naar een derde partij. Volgens de voorzitter wekken de bewoordingen “bij ons” en “wij zorgen” bij de gemiddelde consument de onjuiste indruk dat adverteerders zelf incassodiensten aan particulieren aanbieden en de vordering zelf in behandeling nemen. Daarmee bevat de uiting onjuiste informatie over de aard van de dienst als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Omdat de gemiddelde consument hierdoor kan worden gebracht tot een besluit over een transactie dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 4154

Uitingen RTHA over nieuw luchthavenbesluit zijn geen reclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 okt 2026, RB 4154; 2026/00142 - CVB (klager tegen Rotterdam The Hague Airport), https://www.reclameboek.nl/artikelen/uitingen-rtha-over-nieuw-luchthavenbesluit-zijn-geen-reclame

CvB 6 oktober 2026, RB 4154; 2026/00142 - CVB (klager tegen Rotterdam The Hague Airport). De zaak betreft een publicatie van Rotterdam The Hague Airport (RTHA) in De Heraut en een brief aan omwonenden over de aanvraag van een nieuw luchthavenbesluit. In de uitingen staan onder meer de mededelingen dat RTHA een “stap naar schoner en stiller” zet, dat “minder hinder” het uitgangspunt is, dat er minder nachtvluchten komen, geen extra commerciële vluchten op fossiele brandstof worden toegestaan en dat schonere en stillere vliegtuigen tot minder geluid en uitstoot moeten leiden. Appellante stelt dat RTHA hiermee haar diensten en denkbeelden aanprijst en dat sprake is van duurzaamheidsreclame in de zin van de Code voor Duurzaamheidsreclame. De voorzitter en vervolgens de Reclame Code Commissie oordeelden echter dat de uitingen niet als reclame in de zin van artikel 1 NRC kunnen worden aangemerkt, omdat zij zijn bedoeld als informatie over de aanvraag en het daarmee samenhangende besluitvormingsproces.

RB 4153

Vastgoedhandelaar handelt onrechtmatig door misleidende informatie over speculatieve landbouwgrond

Rechtspraak (NL/EU) 1 okt 2026, RB 4153; ECLI:NL:GHAMS:2026:2484 (IGN tegen [geïntimeerde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/vastgoedhandelaar-handelt-onrechtmatig-door-misleidende-informatie-over-speculatieve-landbouwgrond

Hof Amsterdam 1 september 2026, RB 4153; ECLI:NL:GHAMS:2026:2484 (IGN tegen [geïntimeerde]). [geïntimeerde] kocht van IGN Vastgoed, thans Vastgoed Neder-Land, twee percelen landbouwgrond voor in totaal € 148.000, met het oog op een mogelijke waardestijging bij een toekomstige bestemmingswijziging. Het hof oordeelt, net als de rechtbank, dat IGN zich heeft bediend van een oneerlijke handelspraktijk en daarmee onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. Op grond van artikel 6:193j lid 1 BW rustte op IGN de bewijslast van de materiële juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. De brochures bevatten weliswaar grotendeels feitelijk juiste algemene informatie over woningnood, woningbouw en ruimtelijke ontwikkelingen, maar wekten door hun inhoud, opbouw en presentatie het misleidende beeld dat een bestemmingswijziging en bebouwing van juist de aangeboden percelen reële en op relatief korte termijn te verwachten mogelijkheden waren. IGN maakte onvoldoende duidelijk dat sprake was van uiterst speculatieve en risicovolle investeringen, zonder garantie op waardestijging en met een reële kans op verlies. De algemene waarschuwingen op de website, in de koopovereenkomsten en in de vragenlijsten namen dat misleidende beeld niet weg. Een consument moet volgens het hof niet alleen weten dát verlies mogelijk is, maar ook in staat worden gesteld bij benadering een reële inschatting te maken van de omvang van dat risico.

RB 4150

Reclamebord aan balkon mocht worden geweigerd vanwege aantasting woonuitstraling

Rechtspraak (NL/EU) 5 okt 2026, RB 4150; ECLI:NL:RBOBR:2026:1440 ([eiser] tegen het college van B&W Eindhoven), https://www.reclameboek.nl/artikelen/reclamebord-aan-balkon-mocht-worden-geweigerd-vanwege-aantasting-woonuitstraling

Rb. Oost-Brabant 10 maart 2026, RB 4150; ECLI:NL:RBOBR:2026:1440 ([eiser] tegen het college van B&W Eindhoven). In deze zaak tussen [eiser] en het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven staat de weigering van een omgevingsvergunning voor een reclamebord centraal. [eiser] had aan het Franse balkon van het pand waarin zijn dienstverlenende bedrijf is gevestigd een reclamebord van 2,90 bij 0,96 meter bevestigd. Het pand is aangewezen als gemeentelijk monument. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven adviseerde negatief over de aanvraag, waarna het college de vergunning weigerde. De rechtbank oordeelt dat het college op het welstandsadvies mocht afgaan. Een bestuursorgaan mag een dergelijk advies volgen wanneer het zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering begrijpelijk is en de conclusies daarop aansluiten. [eiser] heeft geen deskundig tegenadvies overgelegd en ook geen concrete aanknopingspunten aangedragen die twijfel oproepen over de zorgvuldigheid of inhoud van het advies.

RB 4151

RvS stelt prejudiciële vragen over voedingssupplementen, geneesmiddelen en medische claims in online reviews

Rechtspraak (NL/EU) 25 mrt 2026, RB 4151; ECLI:NL:RVS:2026:1651 ([appellanten] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rvs-stelt-prejudiciele-vragen-over-voedingssupplementen-geneesmiddelen-en-medische-claims-in-online-reviews

Raad van State 25 maart 2026, RB 4151; LS&R 2473; IEFbe 4337; ECLI:NL:RVS:2026:1651 ([appellanten] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In deze zaken tussen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en verschillende online verkopers staat de vraag centraal wanneer een als voedingssupplement verkocht product moet worden aangemerkt als geneesmiddel naar aandiening. De NVWA constateerde dat de verkopers verschillende producten op hun websites presenteerden met uitingen over onder meer pijn, gewrichten, verkoudheid, griep en het coronavirus. De minister legde daarop boetes op wegens het zonder handelsvergunning te koop aanbieden van geneesmiddelen en het maken van reclame voor geneesmiddelen zonder handelsvergunning.

RB 4146

Geen indruk van directe slachtofferhulp in Nederland door Terre des Hommes

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 18 aug 2026, RB 4146; 2026/00417 (klager tegen Terre des Hommes), https://www.reclameboek.nl/artikelen/geen-indruk-van-directe-slachtofferhulp-in-nederland-door-terre-des-hommes

RCC 18 augustus 2026, RB 4146; 2026/00417 (klager tegen Terre des Hommes). In deze zaak staat de vraag centraal of een e-mail van Terre des Hommes misleidend is doordat daarin de indruk zou worden gewekt dat de organisatie in Nederland directe hulp verleent aan slachtoffers van online seksueel geweld. In de e-mail wordt aandacht gevraagd voor online seksueel misbruik van kinderen, waaronder het gebruik van AI om nepnaaktbeelden te maken. Terre des Hommes beschrijft daarbij onder meer haar inzet om jongeren te leren hoe zij zich online kunnen beschermen, ouders en professionals te ondersteunen bij het voorkomen en herkennen van online misbruik en overheden en techbedrijven aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Klager stelt dat de e-mail misleidend is, omdat Terre des Hommes in Nederland geen directe hulp verleent aan slachtoffers van online seksueel geweld. Terre des Hommes voert aan dat zij inderdaad geen directe slachtofferhulp in Nederland verleent, maar zich richt op het voorkomen en stoppen van kinderuitbuiting. Haar werkzaamheden zijn zowel nationaal als internationaal. Volgens Terre des Hommes wordt in de campagne niet gesteld of gesuggereerd dat zij in Nederland als hulpverleningsorganisatie optreedt.