Adverteren met 'vers' voor ingevroren en ontdooide pangasius in strijd met art. 7 NRC
Vzr. RCC 24 december 2015, RB 2622; Dossiernr: 2015/01141 (AH Pangasiusfilet)Misleiding. Uiting: Het betreft de website www.ah.nl voor zover hierop een bonusaanbieding stond voor “AH Verse pangasiusfilet” met 25% korting. Op de bijbehorende foto is onder meer visfilet in een cellofaanverpakking te zien. Daarnaast zijn ook andere verpakkingen met visfilet afgebeeld.
Klacht: Klager stelt dat adverteerder reclame maakt voor verse pangasiusfilet. Uit niets blijkt dat het ontdooide vis betreft. Pas na het bestuderen van de achterkant van de verpakking bleek dat het product diepgevroren vanuit Vietnam is getransporteerd. Klager acht deze manier van adverteren misleidend.
Voorzitter:
1) In de bestreden uiting wordt in algemene zin “AH Verse pangasiusfilet” aangeboden. Hierbij ontbreekt informatie over het feit dat het product ingevroren is geweest en in ontdooide staat wordt verkocht. Blijkbaar bestaat geen mogelijkheid om door middel van klikken meer informatie over deze algemene aanbieding op te vragen. Bij de afzonderlijke pangasiusproducten die daarnaast in dezelfde uiting (blijkbaar in het kader van de webshop van adverteerder) worden aangeboden, staat overigens niet de aanduiding ‘vers’ in de omschrijving van die producten. Nu uit de klacht niet blijkt dat klager het product via de webshop heeft besteld, gaat de voorzitter ervan uit dat klager naar aanleiding van de algemene aanbieding heeft besloten het product in de winkel te kopen. Op grond hiervan zal de voorzitter de uiting niet toetsen aan de specifieke voedselinformatiebepalingen die op grond van Verordening (EU) nr. 1169/2011 gelden bij verkoop op afstand van levensmiddelen.
2) Adverteerder beroept zich op artikel 2 aanhef en onder 4 van Richtlijn 91/493/EEG. In de Nederlandstalige versie van dit artikel staat: “verse producten: visserijproducten, in gehele staat of na bewerking, daaronder begrepen vacuüm of onder een gewijzigde atmosfeer verpakte producten, die geen andere op conservering gerichte behandeling hebben ondergaan dan koeling”. Deze bepaling dient te worden uitgelegd in verband met de overige bepalingen van de richtlijn, die gedeeltelijk is geïmplementeerd in het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen. De voorzitter verwijst naar de volgende definitie van ‘koeling’ in Richtlijn 91/493/EEG: “procedé dat erin bestaat de temperatuur van de visserijproducten zodanig te doen dalen dat zij de temperatuur van smeltend ijs benadert”, alsmede naar de volgende definitie van ingevroren producten: “visserijproducten die zo zijn ingevroren dat hun kerntemperatuur, na thermische stabilisatie, minimaal - 18 °C bedraagt”. Uit deze bepalingen in onderling verband bezien, volgt dat een ‘ingevroren product’ onder de werking van Richtlijn 91/493/EEG niet een ‘vers product’ kan worden genoemd. Dit impliceert dat het beroep van adverteerder op Richtlijn 91/493/EEG geen doel treft.
3) Naar het oordeel van de voorzitter doet de aanduiding ‘vers’ zonder nadere toelichting ook onvoldoende recht aan het feit dat sprake is van een product dat eerst is ingevroren en, mogelijk pas geruime tijd na het invriezen, in ontdooide staat wordt verkocht. Door de aanduiding ‘vers’ zal de gemiddelde consument zich vermoedelijk een onjuist beeld vormen over het product. De gemiddelde consument kan immers niet uit eigen wetenschap op de hoogte worden geacht van het feit dat het om een product gaat dat altijd ingevroren is geweest. De voorzitter acht deze informatie van belang voor de consument. Aangenomen moet namelijk worden dat de consument bij een ‘vers’ (dat wil zeggen niet-ingevroren en ontdooid) product andere verwachtingen omtrent de kwaliteit heeft dan bij een diepvriesproduct. Niet gesteld of gebleken is dat pangasiusfilet die ingevroren is geweest zich kwalitatief gezien in geen enkel opzicht onderscheidt van pangasiusfilet die uitsluitend is gekoeld op de wijze als bedoeld in Richtlijn 91/493/EEG. De voorzitter acht het aannemelijk dat de gemiddelde consument om die reden bereid is meer te betalen voor het als ‘vers’ omschreven product dan het diepvriesproduct in de onjuiste veronderstelling dat het ‘verse’ product van betere kwaliteit is. In feite bestaat er echter geen relevant onderscheid, anders dan dat de als ‘vers’ aangeduide pangasiusfilet reeds is ontdooid. De gemiddelde consument dient om die reden te worden geïnformeerd over het feit dat het om een ontdooid product gaat. Dat deze informatie wel op de verpakking staat, doet niet af aan de verplichting ook op de website de consument reeds de essentiële informatie te verstrekken die hij nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Nu deze informatie ontbreekt, is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Uit het voorgaande volgt dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
4) Naar aanleiding van de mededeling van adverteerder dat andere aanbieders op dezelfde wijze hun product aanprijzen als ‘verse’ pangasiusfilet, overweegt de voorzitter dat blijkbaar sprake is van de situatie dat binnen de desbetreffende branche een onjuiste opvatting bestaat omtrent de wijze waarop dergelijke producten dienen te worden omschreven. Dit kan niet afdoen aan het feit dat adverteerder dient te worden aanbevolen om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Teneinde evenwel adverteerder niet onnodig in een ongunstigere positie te brengen dan de andere aanbieders in de branche, zal de voorzitter een termijn bepalen waarbinnen adverteerder de aanbeveling dient op te volgen, waarbij een termijn van acht weken de voorzitter redelijk voorkomt. De voorzitter zal bepalen dat de aanbeveling binnen deze termijn moet zijn opgevolgd. De voorzitter gaat ervan uit dat de branche door de Stichting Reclame Code over deze beslissing zal worden geïnformeerd en dat de branche naar aanleiding daarvan zijn reclame-uitingen zal aanpassen zodat deze alsnog in overeenstemming met de Nederlandse Reclame Code zullen zijn.
Op grond van hetgeen hiervoor is vermeld, acht de voorzitter de bestreden reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om uiterlijk acht weken na de datum van deze beslissing niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Misleiding. Uiting: Het betreft een televisiecommercial voor de zorgverzekering van Zilveren Kruis. In de commercial wordt door de hoofdpersoon het volgende gezegd:
Misleidende reclame. Internet. Uiting: Het betreft de aanbieding door Kruidvat van Lego en Playmobil met 30% extra korting in een televisiecommercial en op de website kruidvat.nl.
Gezondheidsclaims. Uiting: Het betreft de website https://ghbalance.nl voor zover in verband met de aanprijzing van het product GH Balance onder meer wordt gezegd:
Nutsvoorzieningen. Energie. Misleidende reclame. Uiting: Het betreft de mededeling “Scherpste tarief? Hebben we wel” van Energiedirect op of in:
Verzoekster heeft verweerster Comtech, een electroniabedrijf, gedaagd (vordering tot staking op grond van DUI BW) omdat verweerster voor contact met haar klanten een 0180-servicenummer heeft ingesteld waarvoor klanten meer betalen dan voor contact via een vast of mobiel nummer. Dat geldt ook voor klanten die reeds een product bij verweerster hebben aangeschaft en nadere informatie over het product wensen. Het 0180-nummer kost € 0,42 per minuut via het mobiele net en € 0,14 per minuut via het vaste net. Deze kosten liggen aanmerkelijk hoger dan bellen via gewoon (geografisch) vast of mobiel nummer. De ‘winst’ gaat geheel naar de door verweerster ingeschakelde telecomaanbieder.
Verzoeker is pomphouder voor BP Austria. Hij is bij beschikking van 24-03-2011 schuldig bevonden aan het meer dan één keer per dag verhogen van de benzineprijs, hetgeen in strijd is met een OOS verordening. Hij dient bezwaar in, waarbij hij arrest C-540/08 aanhaalt waarin het HvJEU bepaalde dat handelspraktijken die ‘alleen’ de economische belangen van concurrenten schaden of betrekking hebben op transacties tussen handelaren van het toepassingsgebied van de RL oneerlijke handelspraktijken zijn uitgesloten. Verweerder (Land Niederösterreich) stelt dat de OOS Vo. is ingesteld om oneerlijke handelspraktijken te verbieden. Het meerdere keren per dag aanpassen van de brandstofprijs leidt tot ondoorzichtigheid van de prijsstelling voor consumenten. Het doet niet af aan de toepasselijkheid van de RL dat de nationale maatregel ook eerlijke ondernemers beschermt tegen oneerlijke marktdeelnemers. Hij wijst met name op de collisieregel van artikel 3, lid 4 van RL 2005/29 waarbij voorrang wordt gegeven aan voorschriften voor specifieke aspecten van oneerlijke handelspraktijken. De rechter wijst verzoekers bezwaar af. Hij oordeelt dat de OOS regeling niet in strijd met de OOS Gw of met EUrecht en dat de RL oneerlijke handelspraktijken geen rechtstreekse toepassing kan vinden. De zaak ligt nu voor in beroep bij de verwijzende rechter.
Verzoekster, een supermarktketen, heeft in december 2012 een reclamecampagne gevoerd met als belangrijkste slogan dat de laagste prijs gewaarborgd was. Zij vergeleek daarbij haar prijzen van 500 (merk)producten met die van concurrerende ketens. Daarop wordt verzoekster in gebreke gesteld door concurrent Intermarché (ITM, verweerster) die bij aangetekende brief verzoekster oproept de reclamecampagne (zowel op tv als via YouTube) te staken, stellende dat de beweerde prijsverschillen misleidend en denigrerend zijn. ITM stapt 02-10-2013 naar de rechter ter veroordeling van verzoekster tot staking van en schadevergoeding wegens misleidende vergelijkende reclame en oneerlijke handelspraktijken. De rechter wijst de vordering (gedeeltelijk) toe met name omdat verzoekster niet kan aantonen, zoals wettelijk verplicht, dat de genoemde prijsverschillen feitelijk juist waren, en dat zij bepaalde selectie van winkels heeft toegepast (niet alleen super- maar ook hypermarkten). Daarnaast is alleen op internet de informatie te vinden dat de laagste prijsgarantie niet in alle type winkels van verzoekster geldt. Verzoekster wordt veroordeeld tot een schadevergoeding aan ITM en gaat tegen die beslissing in beroep.
Aanbeveling. Misleidende reclame. Gezondheid. Uiting: Het betreft: