RB

Producten  

RB 4081

Gratis lichttherapiebril moet als relevante relatie worden vermeld

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 23 jun 2026,, RB 4081; 2026/00255 https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gratis-lichttherapiebril-moet-als-relevante-relatie-worden-vermeld

RCC 23 juni 2026, RB 4081; 2026/00255 ([klager] tegen [influencer] en Propeaq). In deze zaak staat een TikTok-video centraal waarin een influencer haar ervaringen deelt met een lichttherapiebril van Propeaq. Zij vertelt dat de bril haar slaapritme en energie ondersteunt en deelt aan het einde van de video een kortingscode van € 25. Volgens klager maakt de influencer reclame voor het product terwijl zij zich presenteert als verpleegkundig specialist in opleiding. De Commissie stelt echter vast dat deze beroepsaanduiding niet voorkomt in de bestreden video. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag. De influencer en Propeaq voeren aan dat geen sprake was van een betaalde of formele samenwerking. Wel heeft de influencer de lichttherapiebril gratis ontvangen. Volgens de Commissie is voor het bestaan van een relevante relatie geen betaling of schriftelijke overeenkomst vereist. Ook een gratis product kan een voordeel vormen dat de geloofwaardigheid van de reclame beïnvloedt.

RB 4080

Caim ‘tot 10.000 meer haren’ suggereert geen nieuwe haargroei op kale plekken

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 jun 2026,, RB 4080; 2026/00259 ([klager] tegen Dove), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/caim-tot-10-000-meer-haren-suggereert-geen-nieuwe-haargroei-op-kale-plekken

RCC 24 juni 2026, RB 4080; RB 2026/00259 ([klager] tegen Dove). In deze zaak staat een televisiecommercial voor Dove Scalp + Hair Therapy centraal. In de commercial wordt geclaimd dat het gebruik van het serum binnen twaalf weken tot 10.000 meer haren kan leiden. Volgens klager wekt deze claim ten onrechte de indruk dat het product nieuwe haren laat groeien op kale plekken. Dove voert aan dat het serum uitsluitend de bestaande haargroei ondersteunt en haaruitval vermindert. Het product stimuleert geen nieuwe haargroei op plekken waar geen haarzakjes meer aanwezig zijn. In een disclaimer wordt bovendien vermeld dat het gaat om een toename van de haardichtheid door ondersteuning van bestaande haargroei en vermindering van haaruitval en dat het product geen behandeling voor kaalheid is.

RB 4077

Einddatum op stroopverpakking wekt onjuiste verwachting over winkans

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 10 jun 2026,, RB 4077; 2026/00233 ([klager] tegen [adverteerder]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/einddatum-op-stroopverpakking-wekt-onjuiste-verwachting-over-winkans

RCC 10 juni 2026, RB 4077; 2026/00233 ([klager] tegen [adverteerder]). In deze zaak staat de verpakking van “Echte Appel-Perenstroop” centraal. Op de deksel wordt consumenten voorgehouden dat zij een van zes vakanties bij de boer ter waarde van € 449 kunnen winnen. Onder de deksel staat dat deelname mogelijk is tot en met 31 maart 2026. Met een actiecode kon daarnaast een spaartegoed van € 8 worden opgebouwd, tot maximaal € 48 korting op een vakantie bij FarmCamps.De mogelijkheid om actiecodes voor de prijstrekking in te leveren eindigde echter al op 31 januari 2026. De zes vakanties werden op verschillende momenten verloot, waarbij de laatste trekking in februari 2026 plaatsvond. Daarna konden de codes alleen nog worden gebruikt voor het kortingsvoordeel.

RB 4063

Influencer en Lifeplus schenden regels voor herkenbare influencerreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 30 jun 2026,, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/influencer-en-lifeplus-schenden-regels-voor-herkenbare-influencerreclame

RCC 30 juni 2026, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus). Een influencer plaatst op Instagram een video waarin haar kinderen haar benen insmeren met een lotion van Lifeplus. In de begeleidende tekst prijst zij het product aan, noemt zij een actie van “6+1 gratis” met gratis verzending en vraagt zij volgers om haar voor informatie een privébericht te sturen. In de video en de tekst wordt niet vermeld dat sprake is van reclame of dat de influencer een commerciële relatie met Lifeplus heeft. De influencer voert aan dat de video vooral een persoonlijk en huiselijk moment toont en dat zij voor de plaatsing geen betaling, sponsoring of opdracht van Lifeplus heeft ontvangen. Ter zitting verklaart zij echter dat zij als zelfstandig wederverkoper reclame maakt voor Lifeplus en per verkocht product een commissie ontvangt. Volgens de Commissie heeft de uiting daardoor een aanprijzend karakter en bestaat tussen de influencer en Lifeplus een relevante relatie als bedoeld in artikel 2 RSM, die de geloofwaardigheid van de uiting kan beïnvloeden.

RB 4060

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

Rechtspraak (NL/EU) 16 jul 2026,, RB 4060; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

RB 4059

Pop-up onvoldoende voor B2B-uitzondering op reclameverbod voor e-sigaretten en e-liquids

Rechtspraak (NL/EU) 21 jul 2026,, RB 4059; ECLI:NL:CBB:2026:220 (de minister en UEG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/pop-up-onvoldoende-voor-b2b-uitzondering-op-reclameverbod-voor-e-sigaretten-en-e-liquids

CBb 26 mei 2026, RB 4059; ECLI:NL:CBB:2026:220 (de minister tegen UEG). UEG Holland, een groothandel in elektronische rookproducten, toont op de homepage van haar website afbeeldingen met merknamen van e-liquids en elektronische sigaretten. Bezoekers krijgen eerst een pop-up te zien waarin zij moeten bevestigen dat zij werkzaam zijn in de handel in tabaksproducten of aanverwante producten en ten minste achttien jaar oud zijn. Na het aanklikken van deze verklaring kan iedereen de homepage en de afbeeldingen bekijken; pas wanneer een bezoeker een account wil aanmaken om producten te bestellen, wordt gecontroleerd of deze daadwerkelijk handelaar is. De minister merkt de afbeeldingen aan als reclame en legt UEG wegens overtreding van artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet een boete van € 13.500 op. De rechtbank oordeelt dat de uitingen wel reclame zijn, maar onder de B2B-uitzondering van artikel 5 lid 6, onder a, onder 1°, Trw vallen. In hoger beroep erkent UEG dat de afbeeldingen commerciële mededelingen zijn die onder het reclameverbod vallen, waardoor de grondslag aan haar incidentele hoger beroep ontvalt.

RB 4055

IQOS-proefmaand kwalificeert niet als reclame onder de Tabaks- en rookwarenwet

Rechtspraak (NL/EU) 9 jun 2026,, RB 4055; ECLI:NL:CBB:2026:254 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/iqos-proefmaand-kwalificeert-niet-als-reclame-onder-de-tabaks-en-rookwarenwet

CBb 9 juni 2026, RB 4055; ECLI:NL:CBB:2026:254 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Op de website van de tabaksfabrikant wordt een IQOS-apparaat gedurende dertig dagen voor € 9 op proef aangeboden. Na deze proefmaand kan de consument het apparaat retourneren of voor € 49 aanschaffen. De voor het gebruik benodigde tabaksticks zijn niet inbegrepen en moeten afzonderlijk worden gekocht. De minister stelt dat de proefmaand indirect de verkoop van de tabaksticks bevordert, omdat het apparaat uitsluitend daarmee kan worden gebruikt, en legt in twee afzonderlijke zaken een boete van € 450.000 op wegens overtreding van het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet. De rechtbank acht het reclameverbod eveneens overtreden, maar grijpt wel in de hoogte van de boetes in.

RB 4054

ACM-boete Volkswagen herroepen wegens schending ne-bis-in-idembeginsel

Rechtspraak (NL/EU) 2 jun 2026,, RB 4054; ECLI:NL:CBB:2026:227 (Volkswagen tegen ACM), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/acm-boete-volkswagen-herroepen-wegens-schending-ne-bis-in-idembeginsel

CBb 2 juni 2026, RB 4045; ECLI:NL:CBB:2026:227 (Volkswagen tegen ACM). De ACM legt Volkswagen op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming een bestuurlijke boete van € 450.000 op wegens drie gestelde oneerlijke handelspraktijken rond dieselauto’s met de verboden EA 189-manipulatiesoftware. Volgens de ACM handelt Volkswagen in strijd met de vereisten van professionele toewijding door de verboden software te installeren, te gebruiken en te verzwijgen. Daarnaast zou zij consumenten hebben misleid met milieuclaims, zoals “schoner rijden” en “meest milieuvriendelijke en ecologisch verantwoorde dieselversie”, en ten onrechte de indruk hebben gewekt dat de auto’s aan de voorwaarden voor de Europese typegoedkeuring voldeden. De rechtbank Rotterdam laat de boete in stand. Volkswagen stelt in hoger beroep dat zij voor hetzelfde feitencomplex al onherroepelijk is bestraft door het Duitse openbaar ministerie, dat haar een boete van € 1 miljard oplegde: € 5 miljoen als sanctie en € 995 miljoen ter ontneming van het verkregen economische voordeel.

RB 4053

Animatie voor verhitte tabak valt niet onder uitzondering op reclameverbod

Rechtspraak (NL/EU) 9 jun 2026,, RB 4053; ECLI:NL:CBB:2026:253 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/animatie-voor-verhitte-tabak-valt-niet-onder-uitzondering-op-reclameverbod

CBb 9 juni 2026, RB 4053; ECLI:NL:CBB:2026:253 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In een tabaksspeciaalzaak wordt op een lcd-scherm een animatie getoond voor een apparaat waarmee tabak wordt verhit en de daarbij behorende tabaksticks. De animatie bevat onder meer de mededeling “95% minder schadelijke stoffen vergeleken met sigaretten”, toont een vergelijking tussen het verhitte tabaksproduct en een brandende sigaret en vermeldt schadelijke stoffen alleen bij de sigaret. De verplichte gezondheidswaarschuwing “Tabaksproducten zijn dodelijk” ontbreekt in de animatie. Niet in geschil is dat de animatie reclame vormt in de zin van artikel 1 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet en daarom in beginsel onder het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Trw valt. De destijds geldende uitzondering voor reclame in een tabaksspeciaalzaak geldt alleen wanneer aan de voorschriften van de Tabaks- en rookwarenregeling is voldaan, waaronder het verbod om op enige wijze een positief verband met de gezondheid te leggen en de verplichting om reclame voor rookloze tabaksproducten van de voorgeschreven gezondheidswaarschuwing te voorzien.

RB 4044

A-G HvJ EU: algemene meldplicht voor import van voedingssupplementen strijdig met Unierecht

EU 7 jul 2026,, RB 4044; ECLI:EU:C:2025:1004 (PRAGON s.r.o. tegen Státní zemědělská a potravinářská inspekce, Inspektorát v Praze), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/a-g-hvj-eu-algemene-meldplicht-voor-import-van-voedingssupplementen-strijdig-met-unierecht

HvJ EU 18 december 2025, RB 4044; LS&R 2409; ECLI:EU:C:2025:1004 (PRAGON s.r.o. tegen Státní zemědělská a potravinářská inspekce, Inspektorát v Praze). In deze zaak tussen PRAGON s.r.o. en de Tsjechische landbouw- en voedselinspectie staat de vraag centraal of een nationale regeling die importeurs van voedingssupplementen verplicht de bevoegde autoriteiten ten minste 24 uur vóór aankomst van de producten vanuit een andere lidstaat daarvan op de hoogte te stellen, verenigbaar is met Unierecht. De advocaat-generaal bespreekt met name de verhouding tussen het vrije verkeer van goederen en de volledig geharmoniseerde regels voor officiële controles op levensmiddelen in Verordening (EU) 2017/625. Volgens de conclusie verzet die verordening zich tegen een algemene en voortdurende meldplicht voor een gehele categorie levensmiddelen, zoals voedingssupplementen. PRAGON importeert voedingssupplementen uit andere lidstaten en verkoopt deze online en via fysieke winkels. Op grond van Tsjechische regelgeving moet iedere ontvangst van bepaalde levensmiddelen uit een andere lidstaat of uit een derde land uiterlijk 24 uur vóór aankomst worden gemeld aan de nationale voedselautoriteit. Daarbij moeten onder meer gegevens worden verstrekt over het soort product, de hoeveelheid, de herkomst, de ontvanger en het verwachte tijdstip van aankomst. PRAGON stelde dat deze verplichting ertoe leidt dat producten niet direct kunnen worden geleverd en daardoor een niet-tarifaire handelsbelemmering vormt. Bovendien geldt een dergelijke meldplicht niet voor vergelijkbare producten die zich reeds op Tsjechisch grondgebied bevinden, waardoor ingevoerde producten volgens PRAGON ongunstiger worden behandeld. De verwijzende Tsjechische rechter vraagt zich af of deze systematische meldplicht verenigbaar is met artikel 9 lid 7 van Verordening (EU) 2017/625. Daarbij wijst hij erop dat de regeling niet alleen extra administratieve lasten en kosten veroorzaakt, maar ook producenten en distributeurs kan ontmoedigen om voedingssupplementen op de Tsjechische markt aan te bieden. Daarnaast twijfelt de verwijzende rechter of een algemene meldplicht voor alle voedingssupplementen wel evenredig is, nu de risico's binnen deze productcategorie sterk uiteenlopen. De advocaat-generaal stelt allereerst vast dat de zaak moet worden beoordeeld aan de hand van Verordening (EU) 2017/625 en niet rechtstreeks aan de artikelen 34 en 36 VWEU. Volgens vaste rechtspraak worden nationale maatregelen immers uitsluitend getoetst aan de toepasselijke harmonisatieregels wanneer een terrein volledig door Unierecht is geharmoniseerd. De verordening vormt volgens de advocaat-generaal een volledig geharmoniseerd kader voor de organisatie van officiële controles op levensmiddelen. De nationale meldplicht moet daarom worden beoordeeld aan artikel 9 lid 7 van die verordening. Vervolgens bespreekt de advocaat-generaal de betekenis van artikel 9 lid 7. Uit de tekst, de systematiek en de doelstellingen van de verordening leidt hij af dat voorafgaande melding van goederen uit een andere lidstaat slechts bij uitzondering mag worden verlangd.