Doelgroepen

RB 3215

"Speciaal voor kinderen" Kinder Bueno reclame refereert naar portie, niet naar gezondheid

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 20 sep 2018, RB 3215; (Kinder Bueno), http://www.reclameboek.nl/artikelen/speciaal-voor-kinderen-kinder-bueno-reclame-refereert-naar-portie-niet-naar-gezondheid

RCC 20 september 2018, RB 3215; dossiernr. 2018/00591 (Kinder Bueno) Afwijzing. Misleiding. De uiting betreft een televisiecommercial waarin door de voice-over wordt gezegd: “In een wereld voor volwassenen hebben kinderen behoefte aan dingen die op hun maat zijn gemaakt. Kinder-chocolade is speciaal gemaakt voor kinderen. Los verpakte porties met een heerlijke melkvulling en een smaak waar ze dol op zijn. Kinder-chocolade, speciaal gemaakt voor kinderen.” De klacht. Klager maakt bezwaar tegen de uiting omdat hierin chocolade wordt aangeprezen met de zin “speciaal gemaakt voor kinderen”. Klager meent dat adverteerder een ongezond product als gezond (“speciaal”) voor kinderen aan ouders aanprijst. De fabrikant zal ongetwijfeld aangeven dat het zal gaan om de grootte van de porties maar eigenlijk wordt in de reclame de suggestie gewekt dat het “speciaal voor kinderen” en dus “goed voor kinderen” is. Daarnaast wordt er gerefereerd aan melk waarbij een link wordt gelegd tussen zuivel en daarmee gezondheid.

RB 2653

Vergelijkende claims AirFluSal in strijd met Gedragscode Geneesmiddelenreclame

CGR Codecommissie 5 februari 2016, RB 2653; K15.010 (GlaxoSmithKline tegen Sandoz)
Uitspraak ingezonden door Machteld Hiemstra, Simmons & Simmons. GSK en Sando zijn ondernemingen die zich bezig houden met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen en zijn vergunninghouders zoals in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Sandoz brengt sinds medio 2015 AirFluSal op de markt, de generieke versie van het merkgeneesmiddel Seretide Diskus van GSK. Deze laatste klaagt over verschillende claims die Sandoz voert ten aanzien van AirFluSal op onder andere een informatiekaartje en in advertenties. De superioriteitsclaims van Sandoz worden volgens GSK door geen enkele vergelijkende klinische studie ondersteund. Zij verzoekt de Codecommissie Sandoz te bevelen het gebruik van de reclamen-uitingen en de claims te staken. De Codecommissie beoordeelt de innovatie claim als vergelijkend en misleidend, nu enig wetenschappelijke onderbouwing daarvan ontbreekt. De geclaimde zichtbare feedback en therapietrouw op zowel de informatiekaart als in de advertentie is eveneens misleidend. De claim is feitelijk onjuist, nu niet duidelijk wordt vermeld dat het noodzakelijk is de strips af te scheuren. De stelling van GSK dat juist het tegenovergestelde van therapietrouw wordt bereikt wordt echter van de hand gewezen, nu dit niet bijdraagt aan het oordeel of de claim juist is. De woorden ‘een nieuwe deur’ zijn niet vergelijkend of misleidend. Sandoz wordt bevolen de met de Gedragscode strijdige uitingen te staken en een rectificatiebrief te verzenden aan haar relaties.

6.8 Met GSK is de Codecommissie eens dat de claim “de bekende combinatie van salmeterol en fluticason, in een nieuwe, innovatieve inhalator: de Forspiro®.” een vergelijking oproept met de Seretide Discus van GSK. Evenzeer moet deze claim als een superioriteitsclaim worden beschouwd. Aan de term “innovatief” moet bij gebruik daarvan in het onderhavige verband niet alleen de betekenis van vernieuwend, maar ook van baanbrekend of grensverleggend worden toegekend, hetgeen impliceert dat de inhalator ten opzichte van andere inhalatoren, zoals de Seretide Discus, een nieuwe therapeutisch relevante functionaliteit bezit, zoals bijvoorbeeld een effectievere werking, een hoger gebruiksgemak of een hogere bijdrage aan therapietrouw. Nu enige wetenschappelijke onderbouwing daarvan ontbreekt, moet de vergelijking reeds om die reden als niet wetenschappelijk aantoonbaar juist worden geacht en moet deze in strijd worden geacht met het bepaalde in artikel 5.2.2.8 van de Gedragscode.

6.11 De Codecommissie stelt vast dat, gegeven de uitleg die Sandoz geeft, voor de geclaimde zichtbare feedback over het aantal per dag gebruikte doses dus kennelijk essentieel is dat per dag de gebruikte strips worden afgescheurd. Nergens in de SmPC of de bijsluiter wordt dit echter vermeld. (…)

6.14 Gezien het hiervoor overwogene is de claim “De Forspiro® laat uw patiënten direct zien of ze vandaag wel of nog niet geïnhaleerd hebben.” feitelijk onjuist, niet in overeenstemming met de SmPC en misleidend en is evenzeer feitelijk onjuist en misleidend de door Sandoz met de uitingen gewekte indruk dat de Forspiro ® innovatief is ten aanzien van gebruiksgemak of therapietrouw. Dit is in strijd met het bepaalde in de artikelen 5.2.2.3 en 5.2.2.8 van de Gedragscode.

6.17 Met betrekking tot de stelling van GSK dat met de AirFluSal Forspiro ® het tegenovergestelde van therapietrouw wordt bereikt, omdat AirFluSal Forspiro alleen beschikbaar is voor de dosering 50/500 µg salmeterol/fluticason en de patiënt zal moeten overschakelen naar een ander middel wanneer de dosering moet worden getitreerd naar de laagste mogelijke dosis (wat ook bij gebruik van AirFluSal Forspiro dient plaats te vinden), hetgeen de therapietrouw niet ten goede komt overweegt de Codecommissie het volgende. Niet ter discussie staat dat AirFluSal Forspiro uitsluitend beschikbaar is in de dosis 50/500 µg salmeterol/fluticason. Die dosering is op zichzelf duidelijk vermeld in de advertentie en ook in de overige promotiematerialen. Ook staat niet ter discussie dat bij de behandeling van patiënten met astma of COPD steeds getitreerd moet worden naar de laagst mogelijke dosering waarbij de symptomen effectief onder controle blijven. Dit staat ook met zoveel woorden in de SmPC en de K15.010 GSK/Sandoz 14 verkorte productinformatie van AirFluSal Forspiro. Als titratie naar een lagere dosering gewenst is, zal een patiënt die AirFluSal Forspiro gebruikt daarom moeten overschakelen naar een ander middel, met een andere inhalator. De Codecommissie is echter van oordeel dat dit aspect niet bijdraagt aan het oordeel dat de onderhavige claim in strijd met de Gedragscode moet worden geacht. Therapietrouw ziet in het algemeen (primair) op het gebruik van het middel volgens voorschrift bij de in de SmPC vermelde indicatie. In zoverre hoeft overschakeling naar een ander product niet af te doen aan therapietrouw.

RB 2581

Promo Penoza niet geschikt voor jonge kinderen

RCC 9 november 2015, RB 2581; Dossiernr: 2015/01045 (Penoza)
Aanbeveling. Kinderen. Uiting: Het betreft een promo voor de misdaadserie ‘Penoza’.

Klacht: De reclame-uiting is uitgezonden direct na het programma ‘Taarten van Abel’ dat gericht is op (jonge) kinderen. Klaagster acht de promo vanwege het heftige geweld dat hierin wordt getoond niet bestemd voor de ogen van (jonge) kinderen.

Commissie:

De Commissie vat de klacht aldus op dat klaagster de reclame-uiting in strijd acht met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), voor zover deze wordt uitgezonden op tijdstippen waarop (jonge) kinderen televisie kijken. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen, stelt de Commissie zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter van deze criteria. Met inachtneming hiervan oordeelt de Commissie als volgt.
In de reclame-uiting wordt een angstige sfeer, zowel qua beeld als geluid gecreëerd, mede vanwege het getoonde geweld. Zo komt er een auto met piepende banden aanrijden, is een gemaskerde man te zien, wordt er flink tegen elkaar geschreeuwd, een klap in het gezicht gegeven en tot slot wordt er een geladen pistool op het hoofd van een vrouw gezet en gezegd: “Geef me nou eens één goede reden waarom ik jou niet zou afschieten”. Gelet hierop acht de Commissie de promo niet geschikt om te worden uitgezonden op tijdstippen dat ook jonge kinderen daarvan kennis kunnen nemen en rondom programma’s die op kinderen zijn gericht. Volgens de vaste lijn van de beslissingen van de Commissie wordt in verband hiermee de grens van 20:00 uur gehanteerd. Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de eisen van goede smaak en fatsoen en derhalve met artikel 2 NRC voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20:00 uur.

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 2 NRC voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20:00 uur. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2576

Televisiereclame voor horrorfilm alleen toegestaan na kinderbedtijd

RCC 3 november 2015, RB 2576; Dossiernr: 2015/01053 (Crimson Peak)
Aanbeveling. Bioscoopfilm. Kinderen. Uiting: Het betreft de televisiecommercial voor de bioscoopfilm Crimson Peak. In de commercial wordt door beeld, geluid en de tekst van de voice-over “Een huis zo oud als dit…wordt een levend wezen” de sfeer opgeroepen van een naargeestig en spookachtig landhuis waar enge en mysterieuze dingen gebeuren. Aan het eind van de commercial is te zien hoe een jonge vrouw die – duidelijk angstig – in bed ligt wordt vastgepakt door een zwarte skeletachtige hand.

Klacht: De reclame voor de film Crimson Peak lijkt klaagster niet voor kinderogen bestemd. Toch heeft klaagster de reclame om kwart voor acht ‘s avonds, om half negen en om half drie op verschillende RTL-zenders gezien. Haar zoontje heeft het over “die reclame met die enge zwarte hand”. Dit kan niet de bedoeling zijn, aldus klaagster.

Commissie:

1. De Commissie vat de klacht aldus op dat klaagster de commercial in strijd acht met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) voor zover de uiting wordt uitgezonden op tijdstippen waarop (ook) jonge kinderen televisie kijken. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met (één van) deze criteria stelt de Commissie zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter daarvan. Met inachtneming hiervan oordeelt de Commissie als volgt.

2. Door de in de commercial opgeroepen spannende sfeer en met name door het slotbeeld waarin de angstige vrouw wordt vastgegrepen door een zwarte skeletachtige hand is de commercial dermate angstaanjagend, dat de Commissie deze niet geschikt acht om te worden uitgezonden op tijdstippen dat ook jonge kinderen daarvan kennis kunnen nemen. Volgens de vaste lijn van de beslissingen van de Commissie wordt in verband hiermee de grens van 20.00 uur gehanteerd. Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de eisen van goede smaak en fatsoen en derhalve met artikel 2 NRC voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur.

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 2 NRC voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2568

HelloFresh cadeaukaart bij Bobo is gericht op ouders

RCC 22 oktober 2015, RB 2568; Dossiernr. 2015/00920 (HelloFresh cadeaukaart bij Bobo)
Afwijzing. Kinderen. Voeding. Uiting: Het betreft een foldertje inclusief een “Cadeaukaart”, welk foldertje was ingestoken bij het blad Bobo. Op de voorkant van de Cadeaukaart staat links van het logo van HelloFresh: “Cadeaukaart. Kijk op de achterkant voor jouw unieke code” en “€ 20,-  www.hellofresh.nl”. Op de achterzijde van de kaart staat onder de code onder meer: “Voorwaarden: deze Cadeaukaart is geldig bij het bestellen van je eerste HelloFresh Box(…)”.

Klacht: Op de Cadeaukaart, die het formaat heeft van een creditcard, staat het bedrag van € 20,-. Dit is misleidend voor kinderen (en overigens ook voor volwassenen, zeker indien zij de bijbehorende kleine lettertjes niet kunnen lezen). De Bobo wordt aan het begin van het schooljaar uitgedeeld aan zeer veel kinderen op zeer veel scholen. Naar de mening van klager maakt adverteerder op smakeloze wijze gebruik van de goedgelovigheid van jonge kinderen. De ouders “mogen” de kinderen uitleggen dat ze niet zomaar € 20,- hebben gekregen om “te spenderen”.

Volgens de Reclame Code mag reclame kinderen niet tot de aankoop van een bepaald product aanzetten door te profiteren van hun onervarenheid of goedgelovigheid.

Commissie:

De Commissie vat de klacht op in die zin dat klager de uiting in strijd acht met artikel 2 lid 1 onder a van de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC). Deze bepaling luidt:

“Reclame gericht op kinderen mag hen geen morele of fysieke schade berokkenen en moet daarom voor hun bescherming voldoen aan de volgende criteria:

a.  zij mag niet tot de aankoop van een bepaald product aanzetten door te profiteren van hun onervarenheid of hun goedgelovigheid”.

Naar het oordeel van de Commissie is de onderhavige uiting niet gericht op kinderen als bedoeld in de KJC. In de KJC is “reclame gericht op kinderen” gedefinieerd als “reclame die geheel of gedeeltelijk tot kinderen wordt gericht”.

Wat betreft de inhoud is de uiting, die in haar geheel moet worden beschouwd, onmiskenbaar niet op kinderen, maar op hun ouders gericht. Zo wordt onder het kopje “Laat je verrassen door HelloFresh!” gesteld: “(…) wordt er elke week weer een HelloFresh Box samengesteld, zodat er jou veel werk uit handen wordt genomen. Wij bedenken wat je gaat eten en doen bovendien de boodschappen. Binnen een handomdraai heb jij lekkere en verrassende maaltijden op tafel staan!”.

Het enkele feit dat de uiting zich bevindt in de Bobo, betekent nog niet dat de uiting op kinderen is gericht. De Bobo is weliswaar een voor kinderen bedoeld tijdschrift, maar aannemelijk is dat dit blad ook veel ouders bereikt, bijvoorbeeld bij het voorlezen.

Nu de uiting niet op kinderen is gericht, is artikel 2 lid 1 KJC in dit geval niet van toepassing en wordt als volgt beslist. 

RB 2565

Onwenselijk dat jonge kinderen regelmatig op schoolroute enge clown zien

RCC 22 oktober 2015, RB 2565, dossiernr. 2015/01015 (Halloween Fright Night-schoolroute)
 Aanbeveling (gedeeltelijk). Recreatie, amusement, cultuur en sport. Kinderen en jongeren. Buitenreclame op schoolroute. Het betreft een abriposter met daarop een reclame-uiting voor de “Halloween Fright Nights” in Walibi. Hierop is een personage te zien dat is bedoeld om te verwijzen naar Halloween. Klaagster acht de uiting waarop een hele enge clown te zien is niet geschikt voor jonge kinderen, terwijl deze zich op 170 meter afstand van een kinderopvang/peuterspeelzaal bevindt en langs de route naar deze kinderopvang/peuterspeelzaal en een basisschool.

De Commissie: (...) Niet in geschil is dat de uiting zich op een afstand van 170 meter bevindt van een kinderopvang/peuterspeelzaal. Door de situering van de bestreden uiting in de nabijheid van hun kinderopvang/peuterspeelzaal en langs een route die, naar klaagster onweersproken heeft gesteld, wordt gebruikt om deze kinderopvang/peuterspeelzaal en een basisschool te bereiken, zullen jonge kinderen regelmatig met de poster (kunnen) worden geconfronteerd, hetgeen de Commissie niet wenselijk acht. Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de uiting – voor zover zij zich op deze specifieke plek naast de Bernardbrug in Moordrecht bevindt – de grens van het maatschappelijk toelaatbare te buiten gaat.
RB 2550

Reclame-uitingen onvoldoende voor kinderen herkenbaar in Vakantie Doeboek

Vzr. RCC 23 september 2015, RB 2550, dossiernr. 2015/00868, 2015/00869, 2015/00873, 2015/00874, 2015/00876, 2015/00878, 2015/00879 2015/00880, 2015/00881, 2015/00882, 2015/00883, 2015/00884, 2015/00886, 2015/00887, 2015/00888, 2015/00871, 2015/00885 (Vakantie Doeboek)
VT zonder aanbeveling. Vakantie Doeboek. De uiting: Het betreft het Vakantie Doeboek 2015 van supermarkt Hoogvliet voor zover hierin reclame-uitingen staan die de vorm hebben van kleurplaten, knutsels, eenvoudige puzzels, raadsels of doolhoven waarbij men de kortste weg naar het eindpunt dient te vinden. Het betreft de volgende pagina’s respectievelijk producten: - pagina 2 “Fred&Ed Mix Hagelslag XL+Goudzoekers” en “Fred&Ed aardbeienjam”, - pagina 4 “Robinsons’ Fruit Shoot Rood Fruit”, - pagina 5 “Appelsientje”, - pagina 10 “Perfect Pannenkoekenmix” en “Perfect Meergranen Pannenkoekenmix”, - pagina 12 “Duo Penotti Maxi chocoladehagel Melk” en ”Duo Penotti Hazelnootpasta”, - pagina 16 “Katja”, - pagina 18 “Brinky choco Fourré”, - pagina 22 “Mona Vanille” en “Mona Dame Blanche”, - pagina 26 “Kellogg’s honey pops loops” en “Kellogg’s coco pops” - pagina 32 “Venz Minions Hagelslag” en “Venz Minions Vlokken” waarbij op de verpakkingen van de afgebeelde producten zogenaamde “Minions” zijn te zien en waarbij onder meer wordt gezegd: “Met Minion funnies”, voorzien van een afbeelding van deze funnies, - pagina 42 “Blue Band”, - pagina 44 “La Vache Qui Rit Cheez dippers” en “La Vache Qui Rit Mini Babybel”, - pagina 56 “Iglo Spinazie à la crème”, - pagina 60 “Perfekt Wiebelkontjes Speculaas”, - pagina 64 “Perfekt Zappie bosvruchten” en “Perfekt Zappie Tropical”, - pagina 69 “Perfekt Sunny Fruit sinaasappel” en “Perfekt Sunny Fruit multifruit”.

De klacht: Klaagster stelt, samengevat, dat het Vakantie Doeboek duidelijk is gericht op jonge kinderen, deels tot 7 jaar, deels tussen 7 en 12 jaar. Er is derhalve sprake van een jonge doelgroep. Volgens verweerder zelf is het Vakantie Doeboek bedoeld voor kinderen die op de lagere school zitten en al kunnen lezen, zoals blijkt uit een door klaagster overgelegde verklaring van verweerder. De reclame-uitingen zijn in strijd met artikel 8 lid 1 van de Reclamecode voor Voedingsmiddelen (RVV) 2015. De aangeprezen producten vallen niet onder een van de uitzonderingen als bedoeld in artikel 8 lid 2 aanhef en onder c RVV 2015 in verbinding met de ‘Voedingskundige criteria reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen’. Derhalve mag voor die producten geen reclame mag worden gemaakt gericht op kinderen van 7 tot en met 12 jaar. Bovendien zijn de reclame-uitingen onvoldoende als zodanig herkenbaar en voldoen deze daardoor niet aan de eisen van artikel 11.1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) in verbinding met artikel 4a Kinder- en jeugdreclamecode (KJC). Met betrekking tot pagina 32, die een reclame-uiting betreft voor “Venz Minions Hagelslag” en ”Venz Minions Vlokken”, stelt klaagster dat het aanprijzen van de hagelslag door ‘Minions’, die volgens haar ‘kinderidolen’ zijn, in strijd is met artikel 10 RVV 2015.

Het oordeel van de voorzitter: 1)  Niet in geschil is dat de bestreden reclame-uitingen in het Vakantie Doeboek 2015 telkens een of meer voedingsmiddelen betreffen en dat dit boek is gepubliceerd na het verstrijken van de overgangstermijn die tot 1 juli 2015 gold met betrekking tot artikel 8 RVV 2015. Evenmin is in geschil dat de reclame-uitingen in het boek vanwege het medium en hun inhoud (onder meer kleurplaten, knutsels, eenvoudige puzzels, raadsels of doolhoven gebundeld in een ‘Doeboek’ van verweerder bedoeld voor de zomervakantie van de lagere school) zijn gericht op personen van 12 jaar en jonger. De voorzitter acht een deel van deze doelgroep jonger dan 7 jaar. In zoverre zijn de reclame-uitingen in strijd met artikel 8 lid 1 aanhef RVV 2015. Verweerder is hiervoor mede verantwoordelijk. Zij heeft de betrokken reclame-uitingen gebundeld in een drukwerk dat, naar de voorzitter veronderstelt, mede strekt tot aanprijzing van haar als supermarkt.
2)  Met betrekking tot de doelgroep 7 tot en met 12 jaar overweegt de voorzitter dat klaagster onweersproken heeft gesteld dat zich met betrekking tot de uitingen niet een uitzondering voordoet als bedoeld in artikel 8 lid 2 aanhef en onder c RVV 2015. De aangeprezen producten voldoen, gelet op de door klaagster gegeven productinformatie, telkens niet aan de ‘Voedingskundige criteria reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen’. Dit impliceert dat het verbod van artikel 8 lid 1 aanhef RVV 2015 om reclame te maken voor voedingsmiddelen onverkort van toepassing is, ook voor zover het betreft de doelgroep 7 tot en met 12 jaar.
3)  Verweerder heeft verder niet weersproken dat de afzonderlijke reclame-uitingen telkens onvoldoende als zodanig herkenbaar zijn waardoor niet is voldaan aan de eisen van artikel 11.1 NRC in verbinding met artikel 4a KJC. De voorzitter oordeelt dat de reclame-uitingen in strijd met deze artikelen zijn, nu deze de vorm hebben van kleurplaten, knutsels, eenvoudige puzzels, raadsels of doolhoven en het woord “advertentie” in de reclame-uitingen ontbreekt. Verweerder acht zich medeverantwoordelijk voor het feit dat de reclame-uitingen voor kinderen onvoldoende als zodanig herkenbaar zijn.
4)  Ten aanzien van de klacht dat op pagina 32 producten worden aangeprezen door de ‘Minions’, oordeelt de voorzitter als volgt. In de bewuste reclame-uiting zijn verpakkingen te zien met op de hagelslag ‘Minions’ en daarnaast twee funnies in de vorm van ‘Minions”. De in de uiting afgebeelde ‘Minions’ (animatiefiguren) laten zich niet over het product uit en hebben in het geheel van de uiting ook geen ‘actieve’ rol bij de aanprijzing, zoals bedoeld in artikel 10 RVV 2015. Derhalve kan de uiting niet in strijd met dit artikel worden geacht en dient de klacht in zoverre te worden afgewezen. Bij deze uitkomst kan verder in het midden blijven of ‘Minions’ wel als kinderidolen in de zin van de RVV kunnen worden beschouwd.
5)  De voorzitter neemt nota van de mededeling van verweerder dat zij de klacht erkent en “deze manier van reclame maken niet meer (zal) toepassen”. Voorts heeft verweerder meegedeeld dat het Vakantie Doeboek 2015 niet meer in de winkel verkrijgbaar is en ook van haar website is verwijderd. Dit laatste stemt overeen met hetgeen de voorzitter heeft geconstateerd op basis van eigen onderzoek. De voorzitter gaat ervan uit dat verweerder niet meer haar Vakantie Doeboek zal samenstellen met reclame-uitingen als de onderhavige. Om die reden zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep en een aanbeveling achterwege laten.

De beslissing van de voorzitter:
Op grond van hetgeen onder 1) en 2) is vermeld, acht de voorzitter de bestreden pagina’s in strijd met het bepaalde in artikel 8 lid 1 aanhef RVV 2015. Op grond van hetgeen onder 3) is vermeld acht de voorzitter de bestreden pagina’s in strijd met artikel 11.1 NRC in verbinding met artikel 4a KJC. Met betrekking tot hetgeen onder 4) is vermeld, wijst de voorzitter de klacht af.
RB 2549

Kinderopvang maakt gebruik van een kind teneinde een ander kind te bewegen bij de BSO te komen

RCC 24 september 2015, RB 2549, dossiernr. 2015/00861 (BSO maakt gebruik van kinderen om kinderopvang aan te prijzen).
Aanbeveling. BSO. De uiting: Het betreft een (voor)gedrukte uitnodiging die de zevenjarige zoon van klaagster op school heeft ontvangen van een vriendje, met daarop aan de voorzijde afgedrukt een afbeelding van een kind dat van een glijbaan glijdt met daar onder de tekst: “Kom je spelen? Kom gratis een middagje langs!” Linksboven staat: “Kinderopvang Skdd meer voor kind en ouder”. De achterzijde van de kaart bevat de volgende tekst (waarbij de namen van de kinderen door een kind met de hand zijn geschreven): “Voor: Rens. Ik vind het leuk als je een middag op mijn BSO komt spelen! Wil je ook? Laat je vader of moeder van te voren even bellen of mailen voor een afspraak. Groetjes van Livio”. Hierna volgen de naam, het adres en de contactgegevens van de betreffende BSO en de mededeling: “Geldig tot: 31-12-2015” Rechts onderin staat de tekst: “www.skdd.nl/info@skdd.nl” Een kopie van de uiting is aan deze uitspraak gehecht. De klacht: Klaagster maakt bezwaar tegen de onderhavige reclame-uiting omdat kinderen die reeds gebruik maken van de buitenschoolse opvang van adverteerder via deze uiting worden gebruikt om reclame te maken voor deze buitenschoolse opvang.

Het oordeel van de Commissie:
De Commissie stelt voorop dat de bestreden uiting dient te worden aangemerkt als reclame in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). In de uiting worden kinderen opgeroepen om (gratis) te komen spelen bij de buitenschoolse opvang van adverteerder, onmiskenbaar ook met de bedoeling om kinderen, en hun ouders te interesseren in de diensten van adverteerder en deze diensten op indirecte wijze aan te prijzen. Voorgaande brengt met zich dat sprake is van aanprijzing van voornoemde opvang en om die reden acht de Commissie zich bevoegd om deze uiting te toetsen aan de NRC. De Commissie vat de klacht in deze zin op dat klaagster de onderhavige reclame-uiting in strijd acht met de goede smaak en het fatsoen. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met één van de criteria van de goede smaak en/of het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) stelt de Commissie zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter daarvan. Het betreft criteria bij de interpretatie waarvan persoonlijke opvattingen een belangrijke rol spelen. Daarom wordt in een dergelijk geval volstaan met de beoordeling van de vraag of de uiting naar huidige maatschappelijke opvattingen de grenzen van het toelaatbare overschrijdt. Met inachtneming van deze terughoudendheid oordeelt de Commissie als volgt. In de bestreden uiting die een voorgedrukte uitnodiging betreft om te komen spelen, heeft een kind de naam ingevuld van een ander kind dat wordt uitgenodigd te komen spelen. Adverteerder maakt aldus gebruik van een kind teneinde een ander kind te bewegen een dag bij de buitenschoolse opvang van adverteerder te komen spelen, hetgeen gelet op de leeftijd van het kind, uitsluitend kan indien de ouders hiervoor toestemming geven. De uitnodiging betreft aldus de ouders van het kind. De Commissie is van oordeel dat het naar de hedendaagse maatstaven ontoelaatbaar dient te worden geacht dat een kind de naam van een ander kind dient op te geven, in het kader van de aanprijzing van een goed of dienst. Een dergelijke wijze van aanprijzing is in strijd met de goede smaak en fatsoen in de zin van artikel 2 van de NRC. Dat, zoals adverteerder heeft aangevoerd, er  primair andere doeleinden aan de uitnodiging ten grondslag liggen maakt het voorgaande niet anders. Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 2 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.