RB

Media  

RB 4083

Commissie voor verkoop Lifeplus-producten moet kenbaar zijn in Instagrampost

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 30 jul 2026,, RB 4083; 2026/00271 ([klager] tegen [naam influencer] en Lifeplus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/commissie-voor-verkoop-lifeplus-producten-moet-kenbaar-zijn-in-instagrampost

RCC 30 juni 2026, RB 4083; 2026/00271 ([klager] tegen [naam influencer] en Lifeplus). In deze zaak staat een Instagrampost centraal waarin [naam influencer] een lotion van Lifeplus toont en positief bespreekt. In de beschrijving noemt zij een actie waarbij zes producten worden gekocht en één product gratis wordt verstrekt. Ook roept zij volgers op om haar een privébericht te sturen voor meer informatie. Hoewel de influencer de video naar eigen zeggen vanuit een persoonlijke en huiselijke context plaatste, heeft de uiting volgens de Commissie een aanprijzend karakter. De lotion wordt nadrukkelijk getoond en positief besproken, waarna een kortingsactie en een mogelijkheid tot contact over de aanschaf worden genoemd.

RB 4081

Gratis lichttherapiebril moet als relevante relatie worden vermeld

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 23 jun 2026,, RB 4081; 2026/00255 https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gratis-lichttherapiebril-moet-als-relevante-relatie-worden-vermeld

RCC 23 juni 2026, RB 4081; 2026/00255 ([klager] tegen [influencer] en Propeaq). In deze zaak staat een TikTok-video centraal waarin een influencer haar ervaringen deelt met een lichttherapiebril van Propeaq. Zij vertelt dat de bril haar slaapritme en energie ondersteunt en deelt aan het einde van de video een kortingscode van € 25. Volgens klager maakt de influencer reclame voor het product terwijl zij zich presenteert als verpleegkundig specialist in opleiding. De Commissie stelt echter vast dat deze beroepsaanduiding niet voorkomt in de bestreden video. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag. De influencer en Propeaq voeren aan dat geen sprake was van een betaalde of formele samenwerking. Wel heeft de influencer de lichttherapiebril gratis ontvangen. Volgens de Commissie is voor het bestaan van een relevante relatie geen betaling of schriftelijke overeenkomst vereist. Ook een gratis product kan een voordeel vormen dat de geloofwaardigheid van de reclame beïnvloedt.

RB 4076

Tag van adverteerder maakt gefaciliteerde reis niet herkenbaar als influencerreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 9 jun 2026,, RB 4076; 2026/00220 ([klager] tegen [naam influencer] en Corendon), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/tag-van-adverteerder-maakt-gefaciliteerde-reis-niet-herkenbaar-als-influencerreclame

RCC 9 juni 2026, RB 4076; 2026/00220 ([klager] tegen [naam influencer] en Corendon). In deze zaak staat een reeks Instagram Stories van [naam influencer] over een gezinsvakantie centraal. In de Stories doet de influencer verslag van de vliegreis, het vervoer naar de accommodatie en het verblijf. Daarbij worden de naam en het logo van de adverteerder getoond en wordt het Instagramaccount van de adverteerder getagd. Vaststaat dat de reis door de adverteerder is gefaciliteerd in het kader van een samenwerking. Daarmee bestaat een relevante relatie in de zin van de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing. Deze relatie moet uitdrukkelijk en op eenvoudig toegankelijke wijze in de reclame-uiting worden vermeld.

RB 4063

Influencer en Lifeplus schenden regels voor herkenbare influencerreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 30 jun 2026,, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/influencer-en-lifeplus-schenden-regels-voor-herkenbare-influencerreclame

RCC 30 juni 2026, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus). Een influencer plaatst op Instagram een video waarin haar kinderen haar benen insmeren met een lotion van Lifeplus. In de begeleidende tekst prijst zij het product aan, noemt zij een actie van “6+1 gratis” met gratis verzending en vraagt zij volgers om haar voor informatie een privébericht te sturen. In de video en de tekst wordt niet vermeld dat sprake is van reclame of dat de influencer een commerciële relatie met Lifeplus heeft. De influencer voert aan dat de video vooral een persoonlijk en huiselijk moment toont en dat zij voor de plaatsing geen betaling, sponsoring of opdracht van Lifeplus heeft ontvangen. Ter zitting verklaart zij echter dat zij als zelfstandig wederverkoper reclame maakt voor Lifeplus en per verkocht product een commissie ontvangt. Volgens de Commissie heeft de uiting daardoor een aanprijzend karakter en bestaat tussen de influencer en Lifeplus een relevante relatie als bedoeld in artikel 2 RSM, die de geloofwaardigheid van de uiting kan beïnvloeden.

RB 4042

RCC: Facebook-advertenties met prikpen zijn verboden publieksreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 jul 2026,, RB 4042; 2026/00002 (klacht tegen Wellis Health), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rcc-facebook-advertenties-met-prikpen-zijn-verboden-publieksreclame

RCC 10 maart 2026, RB 4042; 2026/00002 (klacht tegen Wellis Health). In deze zaak tussen klager en Wellis Health staat de vraag centraal of Wellis Health met Facebook-advertenties voor een behandeling tegen overgewicht verboden publieksreclame maakt voor receptgeneesmiddelen. De Reclame Code Commissie oordeelt dat vier van de vijf reclame-uitingen in strijd zijn met artikel 85 van de Geneesmiddelenwet, de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG) en de Nederlandse Reclame Code. De overige klachten wijst de Commissie af. De bestreden advertenties bevatten onder meer de teksten "Gewichtsverlies op maat", "Wetenschappelijk onderbouwd gewichtsverlies" en "Gratis ondersteuning door artsen en voedingsdeskundigen". In vier advertenties is daarnaast een prikpen prominent afgebeeld. Volgens klager gaat het om publieksreclame voor receptgeneesmiddelen en wekken de advertenties ten onrechte de indruk dat sprake is van medisch toezicht. Wellis Health voert aan dat zij geen geneesmiddelen promoot, maar een breder medisch behandeltraject waarin medicatie slechts één onderdeel vormt. De Commissie oordeelt dat de vier advertenties met een prikpen wel degelijk reclame maken voor een receptgeneesmiddel. Hoewel de advertenties ook verwijzen naar begeleiding door artsen en voedingsdeskundigen, staat de prikpen telkens centraal in beeld en trekt deze de aandacht van de consument. In drie advertenties is bovendien te zien hoe de prikpen wordt gebruikt om medicatie toe te dienen.

RB 4041

RCC: misleidende reclame wekt ten onrechte indruk dat Becel vezelrijk is

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 jul 2026,, RB 4041; 2025/00645 (klacht tegen Becel Nederland), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rcc-misleidende-reclame-wekt-ten-onrechte-indruk-dat-becel-vezelrijk-is

RCC 23 april 2026, RB 4041; 2025/00645 (klacht tegen Becel Nederland). In deze zaak tussen klager en Becel Nederland staat de vraag centraal of een TikTok-video over Becel met Haver & Vezels misleidend is. Volgens klager wekt de reclame ten onrechte de indruk dat het product een wezenlijke bijdrage levert aan de vezelinname en een romige haversmaak heeft. De voorzitter van de Reclame Code Commissie oordeelt dat de reclame voor wat betreft de vezelclaim in strijd is met artikel 8 van de Claimsverordening en artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code. De klacht over de smaakomschrijving wordt afgewezen. In de TikTok-video wordt Becel met Haver & Vezels gepresenteerd als een eenvoudige manier om meer vezels binnen te krijgen. Daarbij wordt onder meer gesproken over de 'fibermaxing trend', een 'boost van vezels' en de claim: "Zo voeg ik per boterham 10% extra vezels toe". Volgens Becel ziet die claim uitsluitend op de extra hoeveelheid vezels die wordt toegevoegd aan een snee volkorenbrood met een portie van het product. Klager vindt dat de reclame de bijdrage van het product aan de vezelinname overdreven voorstelt en betwist ook de omschrijving "heerlijke romige haversmaak". De voorzitter kijkt naar de totale indruk van de reclame.

RB 4035

Rb Amsterdam: journalistieke publicaties over Ozempic en Wegovy zijn verboden publieksreclame

Rechtspraak (NL/EU) 29 jun 2026,, RB 4035; ECLI:NL:RBAMS:2026:5160 ((DPG Media tegen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-amsterdam-journalistieke-publicaties-over-ozempic-en-wegovy-zijn-verboden-publieksreclame

Rb. Amsterdam 10 april 2026, RB 4035; LS&R 2404; ECLI:NL:RBAMS:2026:5160 (DPG Media tegen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).  In deze zaak tussen DPG Media B.V. [eiseres] en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [verweerder] staat de vraag centraal of [verweerder] aan [eiseres] terecht twee bestuurlijke boetes heeft opgelegd wegens publieksreclame voor de receptgeneesmiddelen Ozempic en Wegovy. Volgens [verweerder] bevatten een publicatie in Flair en een online artikel van De Stentor verboden publieksreclame voor receptgeneesmiddelen en was de verstrekte informatie bovendien niet in overeenstemming met de officiële productkenmerken van de geneesmiddelen. [eiseres] betoogt dat sprake is van journalistieke berichtgeving die bedoeld is om het publiek te informeren over een maatschappelijk relevant onderwerp en niet van reclame. Aanleiding voor de procedure vormden twee onderzoeken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd naar een artikel in de zomereditie van Flair over Ozempic en een online publicatie van De Stentor over Ozempic en Wegovy. De inspectie stelde vast dat beide publicaties in strijd waren met artikel 85 Geneesmiddelenwet, dat publieksreclame voor receptgeneesmiddelen verbiedt, en met artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet, omdat de verstrekte informatie niet overeenkwam met de samenvatting van de productkenmerken. [verweerder] legde daarop twee bestuurlijke boetes op van in totaal € 48.450, op grond van artikel 101 Geneesmiddelenwet en de Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2019, waarin normbedragen van € 150.000 per overtreding zijn vastgesteld. Hoewel de beleidsregels uitgaan van aanzienlijk hogere normbedragen, werden de boetes met 80% gematigd vanwege de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank stelt voorop dat het begrip reclame voor geneesmiddelen ruim moet worden uitgelegd. Doorslaggevend is niet of een publicatie objectieve informatie bevat of vanuit journalistieke motieven is geschreven, maar of de boodschap kennelijk tot doel heeft het voorschrijven of gebruik van een geneesmiddel te bevorderen. De rechtbank verwijst daarbij naar de wettelijke definities van reclame en publieksreclame in de Geneesmiddelenwet en naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie (Merckle) over het ruime reclamebegrip in het licht van Richtlijn 2001/83/EG. Ten aanzien van de Flair-publicatie oordeelt de rechtbank dat de gekozen invalshoek – drie vrouwen die vertellen hoeveel gewicht zij dankzij Ozempic verloren – en de prominente koppen als "Wondermiddel" en "Voor mij is het een WONDERMIDDEL" een duidelijk wervend karakter hebben. Hoewel ook wordt vermeld dat Ozempic oorspronkelijk is ontwikkeld voor diabetes en dat bijwerkingen kunnen optreden, overheerst volgens de rechtbank een vrijwel uitsluitend positieve presentatie van het middel. Dat [eiseres] stelt een maatschappelijk debat te hebben willen voeren, doet volgens de rechtbank niet af aan het effect dat de publicatie op lezers kan hebben. Ook het ontbreken van een commercieel belang bij de verkoop van Ozempic maakt niet dat geen sprake is van reclame.

RB 4033

CvB: tijdelijke abonnementsprijs zonder einddatum is misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 1 jun 2026,, RB 4033; 2026/00236 ((Donald Duck abonnementsmail)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cvb-tijdelijke-abonnementsprijs-zonder-einddatum-is-misleidend

CvB 1 juni 2026, RB 4033; 2026/00236 (Donald Duck abbonnement). In deze zaak staat de vraag centraal of een reclame-uiting voor een abonnement op Donald Duck voldoende duidelijk maakt dat het geadverteerde maandbedrag slechts tijdelijk geldt. De voorzitter van de Reclame Code Commissie oordeelt dat dit niet het geval is. Omdat niet direct uit de e-mail blijkt dat het maandtarief van € 7,95 slechts gedurende zes maanden geldt en daarna stijgt naar € 12,78 per maand, is sprake van een misleidende omissie in de zin van artikel 8.3 onder c NRC en daarmee van oneerlijke reclame als bedoeld in artikel 7 NRC. De klacht heeft betrekking op een aan klager gerichte e-mail van 12 maart 2026. In de uiting wordt Donald Duck aangeprezen met de tekst: "Nu voor maar 7,95 per maand". Verder wordt gesproken van een tijdelijke lentekorting van 60% en wordt benadrukt dat het abonnement altijd opzegbaar is. De e-mail vermeldt echter niet dat het genoemde maandbedrag slechts gedurende de eerste zes maanden geldt. Pas nadat klager het abonnement had afgesloten en de bevestigingsmail ontving, bleek dat daarna een bedrag van € 12,78 per maand verschuldigd is. Volgens klager is de reclame daarom misleidend. Hij stelt dat nergens duidelijk wordt gemaakt dat sprake is van een tijdelijk actietarief en dat hij het abonnement niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben afgesloten indien hij vooraf van de prijsstijging op de hoogte was geweest. De adverteerder voert aan dat de gemiddelde consument begrijpt dat een tijdelijke korting ook een tijdelijk tarief betekent. Bovendien zou tijdens het bestelproces expliciet worden vermeld dat het actietarief van € 7,95 gedurende de eerste zes maanden geldt en daarna een hoger bedrag verschuldigd is.

RB 4025

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum

'Geïnspireerd door' bekende parfummerken en gebruik van producttags levert merkinbreuk op

Rechtspraak (NL/EU) 11 jun 2026,, RB 4025; ECLI:NL:RBDHA:2026:17175 ((Coty tegen Petite Mort)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geinspireerd-door-bekende-parfummerken-en-gebruik-van-producttags-levert-merkinbreuk-op

Rb. Den Haag 11 juni 2026, IEF 23622; RB 4025; C/09/703674 (Coty tegen Petite Mort). In deze zaak tussen Coty en Perfumedia, handelend onder de naam Petite Mort, staat de vraag centraal of Petite Mort met de verkoop van zogenoemde imitatieparfums inbreuk maakt op de merkrechten van Coty en of haar vergelijkende reclame geoorloofd is. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelt voorshands dat Petite Mort op meerdere gronden inbreuk maakt op de Coty‑merken (art. 9 lid 2 onder a, b en c UMVo, in samenhang met de corresponderende bepalingen in het BVIE) en bovendien ongeoorloofde vergelijkende reclame maakt in de zin van artikel 6:194a BW. Coty maakt deel uit van de Coty Group, die wereldwijd schoonheidsproducten en parfums verhandelt van onder meer de merken Burberry, Chloé, Gucci en Hugo Boss. Binnen de groep is Coty verantwoordelijk voor de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten. Zij beschikt over exclusieve licenties voor een groot aantal parfummerken, waaronder BURBERRY, BURBERRY BODY, BURBERRY BRIT, MY BURBERRY, BURBERRY GODDESS, CHLOE, GUCCI, GUCCI RUSH, GUCCI FLORA, GUCCI GUILTY, HUGO BOSS, BOSS BOTTLED en BOSS THE SCENT. Petite Mort verkoopt via haar website en sociale media parfums die volgens haar eigen zeggen zijn "geïnspireerd door" bekende designerparfums. Op de website worden onder meer uitingen gebruikt als "Het premium alternatief voor designerparfums, zonder het luxe prijskaartje", "Ruik naar je favoriet" en "Spray gerust. Zonder schuldgevoel". Bij individuele producten wordt verwezen naar de bekende merken, bijvoorbeeld met aanduidingen als "Sensual Rose – geïnspireerd door Chloe EDP". Daarnaast gebruikt Petite Mort merknamen als Hugo Boss, Chloé, Burberry en Gucci als producttags in de achtergrond van haar website, waardoor consumenten die naar deze merken zoeken uitkomen bij de producten van Petite Mort. Ook verspreidde Petite Mort een nieuwsbrief waarin werd gesteld dat de parfum in een designerfles gemiddeld slechts € 1,50 kost en dat consumenten vooral betalen voor marketingcampagnes, dure flesjes en grote Hollywoodsterren. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat Petite Mort de merken gebruikt in de zin van artikel 9 lid 3 UMVo. De merknamen worden immers zowel zichtbaar gebruikt in advertenties als onzichtbaar verwerkt in producttags die de vindbaarheid van de producten beïnvloeden. Volgens de voorzieningenrechter is niet van belang dat deze tags niet zichtbaar zijn voor de internetgebruiker, omdat zij wel degelijk het economisch gedrag van consumenten beïnvloeden. De gehele opzet van de onderneming van Petite Mort is er volgens de rechtbank op gericht om consumenten die op zoek zijn naar een merkparfum van Coty uit te laten komen bij de parfums van Petite Mort. Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 onder a UMVo. Petite Mort gebruikt tekens die gelijk zijn aan de merken voor dezelfde waren waarvoor de merken zijn ingeschreven, namelijk parfums. Zo wordt bijvoorbeeld het teken "Chloe EDP" gebruikt bij een parfum van Petite Mort, waarbij de toevoeging "EDP" volgens de voorzieningenrechter uitsluitend beschrijvend is en het teken daarom gelijk is aan het merk CHLOE.Daarnaast is naar voorlopig oordeel sprake van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 onder b UMVo wegens verwarringsgevaar. De rechtbank acht daarbij van belang dat Petite Mort haar parfums presenteert als geuren die zijn geïnspireerd op bekende merken, terwijl tegelijkertijd wordt benadrukt dat zij hetzelfde ruiken, maar goedkoper zijn omdat de consument niet betaalt voor "dure logo's".

RB 4017

KPN krijgt aanbeveling na gebruik van aftelklok bij internetaanbieding

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mei 2026,, RB 4017; 2026/00166 ((klacht tegen KPN)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kpn-krijgt-aanbeveling-na-gebruik-van-aftelklok-bij-internetaanbieding

RCC 13 mei 2026, RB 4017; 2026/00166 (KPN). In deze zaak over een online aanbieding van KPN heeft de voorzitter van de Reclame Code Commissie geoordeeld dat een aftelklok op de website van KPN een misleidende indruk van urgentie wekte. De uiting is daarom in strijd met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De klacht richtte zich tegen een aanbieding voor een internetpakket op de website van KPN in het kader van de actie “Snelpakker!”. Bij de aanbieding stond de tekst “Je hebt nog:” in combinatie met een aftelklok. Volgens klager werd hiermee de indruk gewekt dat de actie zou aflopen zodra de timer op nul kwam. Nadat de klok was afgelopen, bleek de actie echter te zijn verlengd en begon de timer opnieuw af te tellen. Hierdoor zou ten onrechte tijdsdruk worden gecreëerd, waardoor consumenten sneller een aankoopbeslissing nemen dan zij anders zouden doen. KPN voerde aan dat de uiting voldeed aan de toepasselijke wet- en regelgeving en aan de Nederlandse Reclame Code. Daarnaast stelde KPN dat zij, zonder daartoe verplicht te zijn, had besloten de uiting aan te passen. Volgens KPN mocht die aanpassing niet worden opgevat als een erkenning dat de oorspronkelijke uiting in strijd was met de regels. De voorzitter stelt vast dat niet ter discussie staat dat de aftelklok na afloop opnieuw is gaan lopen.