Reclame

RB 3217

Bouw7 wijst zich terecht aan als alternatief voor Admicom: geen merkinbreuk door toelaatbare vergelijkende reclame

Rechtspraak (NL/EU) 10 okt 2018, RB 3217; (Admicom tegen Bouw7), http://www.reclameboek.nl/artikelen/bouw7-wijst-zich-terecht-aan-als-alternatief-voor-admicom-geen-merkinbreuk-door-toelaatbare-vergelij

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 10 oktober 2018, IEF 18017; RB 3217 (Admicom tegen Bouw7) Merkenrecht. Vergelijkende reclame. Admicom is houdster van de woordmerken "VAKWARE" en "ADMICOM". Voor deze termen heeft Bouw7 heeft advertentieruimte gekocht d.m.v. Adwords. Advertenties leiden naar een webpagina van Bouw7 in welke url "admicom" voorkomt en waar Bouw7 als alternatief voor Admicom wordt aangeprezen. Mr. ing. N.M. Keijser heeft in opdracht van Admicom onderzoek gedaan naar de applicaties van partijen op basis van de door partijen beschikbaar gestelde informatie en heeft geconcludeerd dat Bouw7 geen alternatief vormt voor Admicom. De voorzieningenrechter oordeelt dat in het rapport van Keijser t.a.v. 63 functionaliteiten ten onrechte is vermeld dat zij in de software van Bouw7 zouden ontbreken. Keijser heeft daarbij nagelaten zich ook te baseren op de software zelf. Bouw7 heeft aannemelijk gemaakt dat haar software en die van Admicom in dezelfde behoeften voorzien en stelt daarmee terecht dat het een alternatief kan zijn. Van belang is daarbij dat de ondernemer tot wie zich de advertentie zich richt Bouw7 als alternatief ziet. Omdat Bouw7 zich nadrukkelijk van Admicom onderscheidt door de presentatie van haar software, is er geen sprake van misleiding. Omdat er voldaan is aan de voorwaarden voor vergelijkende reclame, kan van merkinbreuk geen sprake zijn. De vorderingen van Admicom worden afgewezen. 

RB 3174

Geen sprake van agressieve reclame door negeren bel-niet-aan verzoek

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 25 jun 2018, RB 3174; 2018/00380 (Agressieve reclame ), http://www.reclameboek.nl/artikelen/geen-sprake-van-agressieve-reclame-door-negeren-bel-niet-aan-verzoek

Voorz. RCC 25 juni 2018, RB 3174; dossiernr. 2018/00380 (bel-niet-aan en Nee/Nee-sticker) Agressieve reclame. Deels toegewezen. De klacht: Klager vond op zijn deurmat ongeadresseerd reclamedrukwerk (een kaartje) van afzender. Blijkbaar was een collectant aan de deur geweest die hem niet thuis had aangetroffen en die een kaartje heeft achtergelaten met de oproep te doneren. Het kaartje lijkt speciaal voor dit doel te zijn gemaakt. De collectant had echter door moeten lopen omdat de deur is voorzien van een bel-niet-aan sticker en de brievenbuis is voorzien van een Nee/Nee-sticker. Een verantwoorde afzender onderzoekt het als er iets mis gaat, biedt excuses aan en neemt maatregelen om herhaling te voorkomen. Afzender doet dit niet. Zij ontkent stellig en ongeloofwaardig, verhult de feiten en neemt geen maatregelen. Afzender heeft door klager niet met rust te laten en onvoldoende te reageren in strijd gehandeld met de volgende artikelen (...)

Het oordeel van de voorzitter
1)  Klager stelt dat een collectant in strijd met zijn bel-niet-aan sticker bij hem heeft aangebeld en tevens ten onrechte ongeadresseerd reclamedrukwerk bij hem heeft bezorgd. De wijze van werving bij de voordeur ('Door2Door werving') en het bezorgen van ongeadresseerd reclamedrukwerk zijn gereguleerd in de RFM respectievelijk de Code VOR. Dit brengt mee dat bij klachten over de wijze van werving waarop deze bijzondere reclamecodes zien, aan de specifieke en gedetailleerde bepalingen van die codes dient te worden getoetst. Om die reden beperkt de voorzitter de toetsing over de wijze van werving tot de artikelen 9 lid 1 RFM en artikel 3.1 Code VOR waarop de klachtonderdelen 2 en 7 zien. Het voorgaande impliceert dat de klachtonderdelen 11, 12, 13 en 14 geen afzonderlijke behandeling behoeven.

2)  Afzender acht het op grond van het door klager ontvangen kaartje aannemelijk dat een collectant bij hem heeft aangebeld. De voorzitter oordeelt op grond hiervan dat de betrokken collectant de bel-niet-aan sticker van klager niet heeft gerespecteerd. Hierdoor is gehandeld in strijd met artikel 9 lid 1 RFM, zodat klachtonderdeel 2 doel treft. Afzender heeft zich verantwoordelijk verklaard voor het handelen van haar vrijwilligers. De voorzitter ziet geen aanleiding ook de betrokken collectant verantwoordelijk te achten.

3)  Verder heeft klager onweersproken gesteld dat het kaartje bij hem is gedeponeerd in strijd met de Nee/Nee-sticker op zijn brievenbus als bedoeld in bijlage 1 bij de Code VOR. Hierdoor is gehandeld in strijd met artikel 3.1 Code VOR, zodat klachtonderdeel 7 doel treft. Afzender heeft zich voor dit handelen eveneens verantwoordelijk verklaard. Ook in zoverre ziet de voorzitter geen aanleiding om de collectant mede verantwoordelijk te achten.

4)  Klager stelt terecht dat hij niet binnen de termijn van artikel 5 is geïnformeerd door afzender naar aanleiding van zijn klacht. Klager heeft zich immers op 17 maart 2018 bij afzender schriftelijk beklaagd over de wijze van werven, waarop afzender pas heeft gereageerd bij e-mail van 24 april 2018. In zoverre heeft afzender gehandeld in strijd met artikel 5 Code VOR als bedoeld in klachtonderdeel 10. Tevens is daardoor niet de termijn van artikel 10 lid 1 RFM in acht genomen zoals kennelijk met klachtonderdeel 4 is bedoeld.

5)  Klager heeft geen belang meer bij klachtonderdeel 8, nu de uiting reeds op grond van het voorgaande in strijd met artikel 3.1 Code VOR is geacht. Nu geen contact heeft plaatsgevonden tussen klager en de collectant, doet zich verder niet de situatie voor als bedoeld in artikel 3 lid 3 RFM. Derhalve kan niet in strijd met dit artikel zijn gehandeld zodat klachtonderdeel 1 evenmin doel treft. Ook is niet gehandeld in strijd met artikel 10 lid 2 RFM. Dat klager geen genoegen neemt met de reactie van afzender, brengt niet mee dat artikel 10 lid 2 RFM is geschonden. Om dezelfde reden kan niet worden gezegd dat afzender heeft gehandeld in strijd met artikel 5 Code VOR. De klachtonderdelen 3 en 9 treffen daarom geen doel. Hetzelfde geldt voor de klachtonderdelen 5 en 6 nu de CBR in dit geval niet van toepassing is omdat het om ongeadresseerd reclamedrukwerk gaat dat onder de werking van de Code VOR valt.

6)  Afzender heeft meegedeeld het voorval te betreuren en dat zij er alles aan zal doen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Gelet hierop zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep, zodat volstaan wordt met te oordelen als volgt.

RB 3147

Mondelinge overeenkomst Euromast niet volledig, want verschillende wezenlijke elementen onbesproken

Rechtspraak (NL/EU) 7 nov 2017, RB 3147; ECLI:NL:GHDHA:2017:3103 (Euromast tegen HDI-Gerling Verzekeringen), http://www.reclameboek.nl/artikelen/mondelinge-overeenkomst-euromast-niet-volledig-want-verschillende-wezenlijke-elementen-onbesproken

Hof Den Haag 7 november 2017, RB 3147; ECLI:NL:GHDHA:2017:3103 (Euromast tegen HDI-Gerling Verzekeringen) Geen overeenkomst. Kern van het geschil is of tussen partijen (reclame)overeenkomsten tot stand zijn gekomen. Euromast en HDI stellen in november 2012 mondelinge overeenstemming te hebben te bereikt over het plaatsen van reclame-uitingen op verschillende delen van de Euromast. De afdeling Legal van HDI zou nog naar het contract kijken. Euromast heeft vervolgens meerdere malen gevraagd naar de stand van zaken. “Het dossier” was binnen HDI overgedragen en er werd in november/december 2012 aan Euromast geschreven dat het voorstel nog door de afdelingen marketing en juridische zaken moest worden beoordeeld. De door Euromast opgestelde overeenkomsten zijn op 18 juni 2013 door HDI van de hand gewezen. Euromast mocht er echter niet op vertrouwen dat er met de bereikte mondelinge overeenkomst reeds een volledige overeenkomst tot stand was gekomen, omdat partijen verschillende wezenlijke elementen van de beoogde overeenkomsten onbesproken hebben gelaten. Hieronder bevinden zich elementen die tot ingrijpende juridische en financiële consequenties voor HDI kunnen leiden, hetgeen ook Euromast zich had moeten realiseren. Er is geen volledige (rechtens afdwingbare) overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen. De grief wordt verworpen.

RB 3111

Bever weekaanbieding geldt alleen voor herenmodellen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 14 feb 2018, RB 3111; Dossiernr 2018/00057 (Bever weekaanbieding), http://www.reclameboek.nl/artikelen/bever-weekaanbieding-geldt-alleen-voor-herenmodellen
Bever weekaanbieding

RCC 14 februari 2018, RB 3111; Dossiernr 2018/00057 (Bever weekaanbieding) Aanbeveling. Het betreft een stoepbord bij de ingang van de winkel van Bever in Enschede. De klacht Klagers dochter wilde een The North Face Descendit ski-jas kopen en zag op het bord bij de winkel van Bever dat deze jassen in de aanbieding waren. Omdat de door haar gewenste maat en kleur niet aanwezig waren, bood een winkelmedewerker aan de jas voor haar te bestellen. Bij het invoeren van de bestelling in de computer bleek dat de aanbieding alleen gold voor herenmodellen. Nu op het bord alleen staat “The North Face Descendit Jacket” en er geen uitzondering wordt gemaakt voor damesjassen, is de uiting volgens klager misleidend.

RB 3107

Claim dat Auping bijdraagt aan dierenwelzijn van eenden en ganzen te absoluut

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 feb 2018, RB 3107; Dossiernr. 2017/00900 (Auping 100% verantwoord), http://www.reclameboek.nl/artikelen/claim-dat-auping-bijdraagt-aan-dierenwelzijn-van-eenden-en-ganzen-te-absoluut

RCC 6 februari 2018, RB 3107; Dossiernr. 2017/00900 (Auping 100% verantwoord) Aanbeveling. Het betreft de uiting op adverteerders website www.auping.com, waarin staat: “100% verantwoord dons" De klacht Auping gebruikt dons en veren van onder andere Nederlandse RDS-eendenhouders. De claim “100% verantwoord dons” is echter misleidend en oneerlijk, aldus Animal Rights. Het RDS-certificaat garandeert niet dat eenden “gezond leven, geen pijn lijden en geen angst of stress ervaren”, en de genoemde controle door Control Union kan dit ook niet waarborgen. De RDS draagt ook niet bij aan verbetering van het welzijn van eenden.

RB 3104

Legal line in reclame T-Mobile Go!Go!Go! Deals onvoldoende leesbaar

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 1 feb 2018, RB 3104; Dossiernr. 2018/00009 (T-Mobile Go!GO!Go! Deals), http://www.reclameboek.nl/artikelen/legal-line-in-reclame-t-mobile-go-go-go-deals-onvoldoende-leesbaar

RCC 1 februari 2018, RB 3104; Dossiernr. 2018/00009 (T-Mobile Go!GO!Go! Deals) Aanbeveling. Het betreft een televisiecommercial van T-Mobile voor “GO!GO!GO! DEALS”, waarin onder andere de tekst “voor maar 43 euro per maand” wordt uitgesproken en de volgende tekst in beeld verschijnt: “€43 / MAAND* T/M 31 DECEMBER”. De Klacht Klager maakt bezwaar tegen de uiting omdat de tekst achter de asterisk in een erg klein lettertype is uitgevoerd en te kort (volgens klager 2,8 seconden) in beeld is om de volledige tekst te kunnen lezen.

RB 3103

Mededeling dat “de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamines eigenlijk het minimum is” te absoluut

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 31 jan 2018, RB 3103; Dossiernr. 2017/00622K (Swisse multivitatminen), http://www.reclameboek.nl/artikelen/mededeling-dat-de-aanbevolen-dagelijkse-hoeveelheid-vitamines-eigenlijk-het-minimum-is-te-absoluut

RCC 31 januari 2018, RB 3103; Dossiernr. 2017/00622K (Swisse multivitatminen) dVAF vernietigd. Aanbeveling. Het betreft de televisiecommercial voor Swisse multivitaminen. De klacht In de commercial wordt beweerd: “Wist je dat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamines eigenlijk het minimum is”. Dit is volgens klager een volstrekt onjuiste uitleg van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). De ADH is juist niet de minimumhoeveelheid van een voedingsstof die nodig is om deficiėntie te voorkomen, maar is de hoeveelheid die voor verreweg de meeste mensen voldoende is. 

RB 3101

"Alstublieft uw €120,- shoptegoed" wekt onjuiste verwachtingen en beweegt geadresseerde tot openen envelop

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 25 jan 2018, RB 3101; Dossiernr. 2017/00836 (VriendenLoterij €120,- shoptegoed), http://www.reclameboek.nl/artikelen/alstublieft-uw-120-shoptegoed-wekt-onjuiste-verwachtingen-en-beweegt-geadresseerde-tot-openen-envel

RCC 25 januari 2018, RB 3101; Dossiernr. 2017/00836 (VriendenLoterij €120,- shoptegoed) Aanbeveling. Kansspel. Het betreft een aan klaagster geadresseerde mailing van de VriendenLoterij (hierna ook: VL), bestaande uit een vensterenvelop met daarin een brief, een aanmeldbon en een retourenvelop. De klacht Aan de voorzijde van de envelop wordt gesteld dat klaagster, die overigens geen deelnemer is aan de VriendenLoterij, € 120,- shoptegoed krijgt. Een verplichting wordt daarbij niet genoemd. Na het openen van de envelop blijkt dat klaagster een shoptegoed “tot” € 120,- kan krijgen, indien zij meespeelt met de VriendenLoterij. Klaagster vindt de uiting misleidend.