16 feb 2026
Humoristische Odido‑reclame over digitale installatie niet kwetsend voor ouderen
RCC 16 februari 2026, RB 3979; 2026/00040 (Klager tegen Odido). Deze zaak gaat over een tv-commercial van Odido waarin een meisje haar vader filmt terwijl hij probeert “Odido TV” te installeren. Terwijl de dochter het geheel als een vlog presenteert, ontdekt de vader dat er geen kabels of kastje nodig zijn en besluit hij zijn eigen “kabeldoos” erbij te halen. De kabels vallen over hem heen en hij probeert ze te ontwarren, terwijl zijn zoon eenvoudig via de TV-app de installatie uitvoert en de tv snel aan de praat krijgt. De boodschap van de commercial is dat Odido TV gemakkelijk te installeren is, zonder kabels of ingewikkelde apparatuur.
Klager vindt de uiting kwetsend en discriminerend omdat hierin oudere generaties volgens hem worden neergezet als digitaal onbekwaam, ouderwets en niet in staat om nieuwe technologie te begrijpen, terwijl jongeren vanzelfsprekend digitaal vaardig worden afgebeeld. De voorzitter oordeelt echter dat de reclame duidelijk humoristisch is bedoeld en de nadruk legt op het gemak van digitale installatie, niet op de onbekwaamheid van ouderen. Het beeld van de vader die met kabels in de weer is, wordt gezien als een luchtige en herkenbare situatie, niet als een negatieve stereotypering. Dat niet iedereen de toon waardeert, is onvoldoende reden om de vrijheid van meningsuiting van de adverteerder te beperken. De klacht wordt daarom afgewezen.
1. De voorzitter begrijpt de klacht aldus dat klager de televisiecommercial nodeloos kwetsend acht als bedoeld in artikel 4 van de Nederlandse Reclame Code. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met dit artikel, stelt de voorzitter zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter daarvan.
2. Uitgaande hiervan kan de klacht niet slagen. De televisiecommercial is onmiskenbaar bedoeld om – op humoristisch bedoelde wijze – het digitale tv-abonnement van adverteerder onder de aandacht te brengen door middel van een verhaallijn die in beeld brengt dat het installeren van dit digitale tv-pakket via een app op het tv-toestel zelf gebeurt, in plaats van met een kabel of een kastje. Onderdeel van het ludieke karakter van de commercial is dat de vader, ondanks het feit dat er geen kabels of een kastje zijn meegeleverd, met zijn eigen kabelvoorraad aan de slag gaat en daarbij een onderdeel van zijn cassetterecorder tegenkomt, een apparaat waarmee zijn jonge dochter onbekend is. Anders dan klager ziet de voorzitter in de commercial geen negatieve stereotypering van volwassenen dan wel ouderen die nodeloos kwetsend is in de zin van artikel 4 NRC. Dat de uiting niet door iedereen wordt gewaardeerd, is onvoldoende om te oordelen dat om die reden de uiting ontoelaatbaar zou zijn en het recht op vrijheid van meningsuiting van adverteerder moet worden beperkt. De voorzitter beslist daarom als volgt.