5 nov 2025
Geen overeenkomst tot stand gekomen tussen Stad en Streek Reclame en [gedaagde]
Rb. Limburg 5 november 2025, RB 3962; ECLI:NL:RBLIM:2025:10967 (Stad en Streek tegen [gedaagde]). Stad en Streek Reclame vordert betaling van een factuur voor advertentieplaatsing. [gedaagde] betwist dat zij een overeenkomst is aangegaan. [gedaagde] ontving op 7 november 2024 een e-mail met een conceptadvertentie en het verzoek om akkoord. In de e-mail wordt niet verwezen naar Stad en Streek als afzender. [gedaagde] reageerde met “Akkoord”, maar stelt achteraf dat dit alleen betrekking had op de juistheid van haar contactgegevens. Stad en Streek stuurde een factuur van € 295 excl. btw. [gedaagde] betwistte per e-mail de opdracht en vroeg om een ondertekende bevestiging. Stad en Streek bleef bij haar standpunt en sommeerde tot betaling.
De vraag in deze procedure is, of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Aangezien Stad en Streek het bestaan van een overeenkomst van opdracht aan haar vordering ten grondslag legt en op grond van die overeenkomst betaling vordert, rust de stelplicht (en bewijslast) ten aanzien van de totstandkoming van de overeenkomst op haar. De e-mail noemt de naam “Stad en Streek” niet en is verzonden vanaf een ander e-mailadres. Ook was de inhoud onvoldoende duidelijk om te kunnen spreken van een aanbod waarop [gedaagde] redelijkerwijs akkoord had kunnen geven. Stad en Streek heeft haar stelplicht volgens de rechtbank geschonden door onvoldoende te onderbouwen dat zij de afzender is en dat een overeenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter rekent het Stad en Streek aan dat zij in haar dagvaarding niet heeft voldaan aan haar verplichting om alles naar waarheid aan te voeren. Stad en Streek wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen.
4.6 Zoals hiervoor onder r.o. 4.4. overwogen heeft Stad en Streek niet voldaan aan haar waarheidsplicht ex artikel 21 Rv. De kantonrechter kan daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht en is van oordeel dat Stad en Streek zich met haar handelwijze schuldig heeft gemaakt aan misbruik van procesrecht. De kantonrechter acht het onder deze omstandigheden gerechtvaardigd om van het liquidatietarief af te wijken en Stad en Streek te verplichten de reële proceskosten van [gedaagde] te vergoeden. [gedaagde] heeft deze vordering onderbouwd aan de hand van factuur voor de verleende rechtsbijstand van € 931,25, vermeerderd met een bedrag van € 125,00 voor de conclusie van dupliek. Omdat de kantonrechter verder geen aanleiding heeft voor het oordeel dat deze kosten niet in redelijkheid zijn gemaakt, zal zij dit toewijzen, vermeerderd met de nakosten.