Reclame-uitingen onvoldoende voor kinderen herkenbaar in Vakantie Doeboek
Vzr. RCC 23 september 2015, RB 2550, dossiernr. 2015/00868, 2015/00869, 2015/00873, 2015/00874, 2015/00876, 2015/00878, 2015/00879 2015/00880, 2015/00881, 2015/00882, 2015/00883, 2015/00884, 2015/00886, 2015/00887, 2015/00888, 2015/00871, 2015/00885 (Vakantie Doeboek)
VT zonder aanbeveling. Vakantie Doeboek. De uiting: Het betreft het Vakantie Doeboek 2015 van supermarkt Hoogvliet voor zover hierin reclame-uitingen staan die de vorm hebben van kleurplaten, knutsels, eenvoudige puzzels, raadsels of doolhoven waarbij men de kortste weg naar het eindpunt dient te vinden. Het betreft de volgende pagina’s respectievelijk producten: - pagina 2 “Fred&Ed Mix Hagelslag XL+Goudzoekers” en “Fred&Ed aardbeienjam”, - pagina 4 “Robinsons’ Fruit Shoot Rood Fruit”, - pagina 5 “Appelsientje”, - pagina 10 “Perfect Pannenkoekenmix” en “Perfect Meergranen Pannenkoekenmix”, - pagina 12 “Duo Penotti Maxi chocoladehagel Melk” en ”Duo Penotti Hazelnootpasta”, - pagina 16 “Katja”, - pagina 18 “Brinky choco Fourré”, - pagina 22 “Mona Vanille” en “Mona Dame Blanche”, - pagina 26 “Kellogg’s honey pops loops” en “Kellogg’s coco pops” - pagina 32 “Venz Minions Hagelslag” en “Venz Minions Vlokken” waarbij op de verpakkingen van de afgebeelde producten zogenaamde “Minions” zijn te zien en waarbij onder meer wordt gezegd: “Met Minion funnies”, voorzien van een afbeelding van deze funnies, - pagina 42 “Blue Band”, - pagina 44 “La Vache Qui Rit Cheez dippers” en “La Vache Qui Rit Mini Babybel”, - pagina 56 “Iglo Spinazie à la crème”, - pagina 60 “Perfekt Wiebelkontjes Speculaas”, - pagina 64 “Perfekt Zappie bosvruchten” en “Perfekt Zappie Tropical”, - pagina 69 “Perfekt Sunny Fruit sinaasappel” en “Perfekt Sunny Fruit multifruit”.
De klacht: Klaagster stelt, samengevat, dat het Vakantie Doeboek duidelijk is gericht op jonge kinderen, deels tot 7 jaar, deels tussen 7 en 12 jaar. Er is derhalve sprake van een jonge doelgroep. Volgens verweerder zelf is het Vakantie Doeboek bedoeld voor kinderen die op de lagere school zitten en al kunnen lezen, zoals blijkt uit een door klaagster overgelegde verklaring van verweerder. De reclame-uitingen zijn in strijd met artikel 8 lid 1 van de Reclamecode voor Voedingsmiddelen (RVV) 2015. De aangeprezen producten vallen niet onder een van de uitzonderingen als bedoeld in artikel 8 lid 2 aanhef en onder c RVV 2015 in verbinding met de ‘Voedingskundige criteria reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen’. Derhalve mag voor die producten geen reclame mag worden gemaakt gericht op kinderen van 7 tot en met 12 jaar. Bovendien zijn de reclame-uitingen onvoldoende als zodanig herkenbaar en voldoen deze daardoor niet aan de eisen van artikel 11.1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) in verbinding met artikel 4a Kinder- en jeugdreclamecode (KJC). Met betrekking tot pagina 32, die een reclame-uiting betreft voor “Venz Minions Hagelslag” en ”Venz Minions Vlokken”, stelt klaagster dat het aanprijzen van de hagelslag door ‘Minions’, die volgens haar ‘kinderidolen’ zijn, in strijd is met artikel 10 RVV 2015.
Het oordeel van de voorzitter: 1) Niet in geschil is dat de bestreden reclame-uitingen in het Vakantie Doeboek 2015 telkens een of meer voedingsmiddelen betreffen en dat dit boek is gepubliceerd na het verstrijken van de overgangstermijn die tot 1 juli 2015 gold met betrekking tot artikel 8 RVV 2015. Evenmin is in geschil dat de reclame-uitingen in het boek vanwege het medium en hun inhoud (onder meer kleurplaten, knutsels, eenvoudige puzzels, raadsels of doolhoven gebundeld in een ‘Doeboek’ van verweerder bedoeld voor de zomervakantie van de lagere school) zijn gericht op personen van 12 jaar en jonger. De voorzitter acht een deel van deze doelgroep jonger dan 7 jaar. In zoverre zijn de reclame-uitingen in strijd met artikel 8 lid 1 aanhef RVV 2015. Verweerder is hiervoor mede verantwoordelijk. Zij heeft de betrokken reclame-uitingen gebundeld in een drukwerk dat, naar de voorzitter veronderstelt, mede strekt tot aanprijzing van haar als supermarkt.
2) Met betrekking tot de doelgroep 7 tot en met 12 jaar overweegt de voorzitter dat klaagster onweersproken heeft gesteld dat zich met betrekking tot de uitingen niet een uitzondering voordoet als bedoeld in artikel 8 lid 2 aanhef en onder c RVV 2015. De aangeprezen producten voldoen, gelet op de door klaagster gegeven productinformatie, telkens niet aan de ‘Voedingskundige criteria reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen’. Dit impliceert dat het verbod van artikel 8 lid 1 aanhef RVV 2015 om reclame te maken voor voedingsmiddelen onverkort van toepassing is, ook voor zover het betreft de doelgroep 7 tot en met 12 jaar.
3) Verweerder heeft verder niet weersproken dat de afzonderlijke reclame-uitingen telkens onvoldoende als zodanig herkenbaar zijn waardoor niet is voldaan aan de eisen van artikel 11.1 NRC in verbinding met artikel 4a KJC. De voorzitter oordeelt dat de reclame-uitingen in strijd met deze artikelen zijn, nu deze de vorm hebben van kleurplaten, knutsels, eenvoudige puzzels, raadsels of doolhoven en het woord “advertentie” in de reclame-uitingen ontbreekt. Verweerder acht zich medeverantwoordelijk voor het feit dat de reclame-uitingen voor kinderen onvoldoende als zodanig herkenbaar zijn.
4) Ten aanzien van de klacht dat op pagina 32 producten worden aangeprezen door de ‘Minions’, oordeelt de voorzitter als volgt. In de bewuste reclame-uiting zijn verpakkingen te zien met op de hagelslag ‘Minions’ en daarnaast twee funnies in de vorm van ‘Minions”. De in de uiting afgebeelde ‘Minions’ (animatiefiguren) laten zich niet over het product uit en hebben in het geheel van de uiting ook geen ‘actieve’ rol bij de aanprijzing, zoals bedoeld in artikel 10 RVV 2015. Derhalve kan de uiting niet in strijd met dit artikel worden geacht en dient de klacht in zoverre te worden afgewezen. Bij deze uitkomst kan verder in het midden blijven of ‘Minions’ wel als kinderidolen in de zin van de RVV kunnen worden beschouwd.
5) De voorzitter neemt nota van de mededeling van verweerder dat zij de klacht erkent en “deze manier van reclame maken niet meer (zal) toepassen”. Voorts heeft verweerder meegedeeld dat het Vakantie Doeboek 2015 niet meer in de winkel verkrijgbaar is en ook van haar website is verwijderd. Dit laatste stemt overeen met hetgeen de voorzitter heeft geconstateerd op basis van eigen onderzoek. De voorzitter gaat ervan uit dat verweerder niet meer haar Vakantie Doeboek zal samenstellen met reclame-uitingen als de onderhavige. Om die reden zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep en een aanbeveling achterwege laten.
De beslissing van de voorzitter:
Op grond van hetgeen onder 1) en 2) is vermeld, acht de voorzitter de bestreden pagina’s in strijd met het bepaalde in artikel 8 lid 1 aanhef RVV 2015. Op grond van hetgeen onder 3) is vermeld acht de voorzitter de bestreden pagina’s in strijd met artikel 11.1 NRC in verbinding met artikel 4a KJC. Met betrekking tot hetgeen onder 4) is vermeld, wijst de voorzitter de klacht af.
Aanbeveling. BSO. De uiting: Het betreft een (voor)gedrukte uitnodiging die de zevenjarige zoon van klaagster op school heeft ontvangen van een vriendje, met daarop aan de voorzijde afgedrukt een afbeelding van een kind dat van een glijbaan glijdt met daar onder de tekst: “Kom je spelen? Kom gratis een middagje langs!” Linksboven staat: “Kinderopvang Skdd meer voor kind en ouder”. De achterzijde van de kaart bevat de volgende tekst (waarbij de namen van de kinderen door een kind met de hand zijn geschreven): “Voor: Rens. Ik vind het leuk als je een middag op mijn BSO komt spelen! Wil je ook? Laat je vader of moeder van te voren even bellen of mailen voor een afspraak. Groetjes van Livio”. Hierna volgen de naam, het adres en de contactgegevens van de betreffende BSO en de mededeling: “Geldig tot: 31-12-2015” Rechts onderin staat de tekst: “www.skdd.nl/info@skdd.nl” Een kopie van de uiting is aan deze uitspraak gehecht. De klacht: Klaagster maakt bezwaar tegen de onderhavige reclame-uiting omdat kinderen die reeds gebruik maken van de buitenschoolse opvang van adverteerder via deze uiting worden gebruikt om reclame te maken voor deze buitenschoolse opvang.
VAF vernietigd. Aanbeveling. Buitenhaard. De uiting: Het betreft de aanbieding van de “Buitenhaard” van verweerder sub 2 in de Voorjaarsspecial 2015 van de webwinkel van verweerder sub 1. In de uiting staat, voor zover hier van belang: “Een buitenhaard geïnspireerd op de archetypische fabrieksschoorsteen. Door de lengte van bijna 2 meter kan de rook makkelijk zijn weg omhoog vinden waardoor de omgeving er minder last van heeft.” De klacht: In de reclame-uiting wordt gesuggereerd dat de effecten van houtverbranding op de omgeving worden opgeheven door de lengte van de pijp van de buitenhaard. Het woord ‘omgeving’ wordt in onbepaalde zin gebruikt. Het is volgens klaagster duidelijk dat het gebruik van het product op een door woningen omgeven plaats zeer nare gevolgen heeft voor de omgeving. Het begrip ‘last’ wordt niet nader omschreven, maar volgens klaagster is het bekend dat houtrook op zijn minst 26 zeer schadelijke componenten bevat. De hoogte van de pijp (twee meter) laat alleen in het open veld toe dat de rook wegdrijft op de wind. In elk ander geval zal de rook de huizen van buren binnendringen.
Vergelijkende reclame. Vergunninghouder heeft het voornemen ter promotie van haar geneesmiddel Y een in tijdschrift Z verschenen artikel, onder de aandacht van artsen B te brengen. Het gaat om de publicatie van auteur C e.a. met de titel "Switch to geneesmiddel Y versus geneesmiddel A in ziekte D". De vergunninghouder vraagt aan de Codecommissie haar te adviseren of de publicatie van auteur C e.a. aan de door de Code Geneesmiddelenreclame gestelde eisen voldoet om X in de gelegenheid te stellen de uitkomsten van het artikel te delen met de Nederlandse artsen en indien het artikel toelaatbaar is, of het is toegestaan dat te doen in de vorm van de overgelegde reprint carrier met een toelichting op de uitkomsten en grafieken door een commerciële buitendienstmedewerker.
Uitspraak ingezonden door Siobhan Rueter,
Bijdrage ingezonden door Jetse Sprey,
Aanbeveling. Misleidende reclame. Televisiecommercial. De bestreden reclame-uitingen. Het betreft de volgende twee uitingen: I) de televisiecommercial van adverteerder waarin het product ‘Alpro Pur’Enjoy drinkyoghurt’ wordt aangeprezen. De voice-over luidt: “Nieuw: Alpro Pur’Enjoy, de eerste plantaardige variatie op drinkyoghurt. Met een natuurlijk frisse smaak en een verrassend fruitige twist. Heerlijk zijdezacht en 100% plantaardig. Dat is puur genieten. Ontdek : Alpro Pur’Enjoy Framboos-Granaatappel en Mango-Stervrucht.”. In beeld verschijnt aan het einde van de commercial, naast twee pakken van de genoemde smaakvarianten van het product, de tekst: “100% Plantaardig, Geen zoetstoffen.” II) de verpakking van het product, zoals te zien op de website van adverteerder, waarop onder meer staat: “geen zoetstoffen”. De klacht: In de commercial wordt – zo stelt klaagster - duidelijk, en vrij groot in beeld, naar voren gebracht dat er geen zoetstoffen in het product zitten. Ook op de verpakking staat: ‘geen zoetstoffen’. Klaagster is van mening dat de consument hierdoor foutief wordt geïnformeerd omdat het product volgens de ingrediënten toch suiker blijkt te bevatten.
Voorzittersafwijzing. Reclame webcamsex. De bestreden reclame-uiting: Het betreft een reclamesleepvlucht waarbij het vliegtuig ‘s middags boven het strand een doek sleepte met de tekst “webcamsex.nl”. De klacht: Klager stelt, samengevat, dat het ontoelaatbaar is op een zomerse zondag met veel kinderen op het strand reclame te maken voor webcamsex. Klager vindt dat zijn zoon van acht jaar van dit soort “misplaatste reclame-uitingen” verschoond dient te blijven. Bovendien is het niet toegestaan op zondag met reclame te vliegen.
Voorzitterstoewijzing. Misleiding vastgoed. De uiting: Het betreft een per e-mail aan klager verzonden nieuwsbrief van adverteerder waarin onder meer een appartement aan de Hudsonstraat te Amsterdam te koop werd aangeboden. De klacht: Klager stelt, samengevat, dat hij op grond van de nieuwsbrief was geïnteresseerd in het genoemde appartement. Navraag bij de makelaar wees echter uit dat het appartement in de week voorafgaand aan het verzenden van de nieuwsbrief was verkocht. De makelaar deelde bovendien mee dat het vaker voorkomt dat adverteerder doet voorkomen dat woningen nog te koop staan, terwijl deze dan al verkocht zijn. Adverteerder maakt zich aldus schuldig aan een werkwijze waarbij potentiële kopers willens en wetens worden misleid.
Voorzittersafwijzing. Reclame drank. De bestreden reclame-uiting: Het betreft een audiovisuele reclame-uiting die is uitgezonden direct voor de uitzending van de film “McKenna shoots for the stars”. In de uiting wordt door een voice-over gezegd “Liefmans Fruitesse. Verfrissend fruitbier. On the rocks”. Tegelijk verschijnt in beeld de boodschap “Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door Liefmans Fruitesse on the rocks”. Verder zijn in beeld twee glazen gevuld met bier te zien. De klacht: Klager stelt, samengevat, dat de uiting bewegende beelden, muziek, geluidseffecten en een voice-over bevat, waardoor deze als een reclame-uiting dient te worden gekwalificeerd. De reclame-uiting strekt tot aanprijzing van bier en mag om die reden niet uitgezonden voorafgaand aan, zoals deze film in de aankondiging wordt omschreven, de “familiefilm McKenna shoots for the Stars”. Gelet op het feit dat de film als familiefilm wordt geadverteerd, alsmede gelet op de inhoud en het tijdstip van uitzenden in de zomervakantie, acht klaagster het aannemelijk dat het kijkerspubliek voor meer dan 25% uit minderjarigen zal hebben bestaan. De betreffende reclame-uiting wordt vertoond voorafgaand aan ieder reclameblok van deze op minderjarigen gerichte film. Klaagster acht dit in strijd met artikel 21 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken (RVA) 2014.