RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Oneerlijke handelspraktijken  

RB 4169

Consumentenbescherming staat opzegging huurovereenkomsten camping niet in de weg; huurverhoging zonder grondslag ongeldig

Rechtspraak (NL/EU) 10 mrt 2026, RB 4169; ECLI:NL:GHARL:2026:1465 (de vereniging tegen ALO), https://www.reclameboek.nl/artikelen/consumentenbescherming-staat-opzegging-huurovereenkomsten-camping-niet-in-de-weg-huurverhoging-zonder-grondslag-ongeldig

Hof Arnhem-Leeuwarden 10 maart 2026, RB 4169; ECLI:NL:GHARL:2026:1465 (de vereniging tegen ALO). Belangenvereniging De Scheepsbel en verschillende huurders van jaarplaatsen op camping De Scheepsbel in Doornspijk zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis waarin de opzegging van hun huurovereenkomsten door ALO Beheer B.V. rechtsgeldig werd geacht. De huurders hadden mondelinge huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd en beschikten over eigen caravans of chalets op de gehuurde standplaatsen. ALO had de overeenkomsten opgezegd nadat de huurders hadden geweigerd nieuwe schriftelijke huurovereenkomsten met de Recron-voorwaarden te ondertekenen. Volgens de huurders was de opzegging in strijd met de Europese regels over oneerlijke bedingen, oneerlijke handelspraktijken en consumentenrechten. Ook zou ALO onvoldoende rekening hebben gehouden met hun investeringen en belangen. Daarnaast maakten de huurders bezwaar tegen een huurverhoging van 9,9% en de doorberekende kosten voor nutsvoorzieningen, waarvan de berekening volgens hen onvoldoende inzichtelijk was.

RB 4168

Rechtbank stelt prejudiciële vragen over contractovername en consumentenbescherming bij overname klantenbestand energieleverancier

Rechtspraak (NL/EU) 10 mrt 2026, RB 4168; ECLI:NL:RBDHA:2026:4825 ([eiser] tegen Innova), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rechtbank-stelt-prejudiciele-vragen-over-contractovername-en-consumentenbescherming-bij-overname-klantenbestand-energieleverancier

Rb. Den Haag 10 maart 2026, RB 4168; ECLI:NL:RBDHA:2026:4825 ([eiser] tegen Innova). Een consument procedeert tegen Innova Energie B.V. naar aanleiding van de overname van het klantenbestand van SEPA Green Energy B.V. Innova nam op 22 december 2021 klanten van SEPA over in het kader van de destijds geldende regelingen voor de leveringszekerheid van elektriciteit en gas. Centraal staat de vraag of bij een vrijwillige overdracht van het klantenbestand ook de bestaande leveringsovereenkomsten, inclusief de daarin opgenomen voorwaarden en tarieven, op de overnemende energieleverancier overgaan. Als dat niet het geval is, rijst de vraag welke rechtsverhouding tussen de nieuwe leverancier en de consument ontstaat en welke betalingsverplichtingen daaruit voortvloeien. Daarbij is ook van belang of bij het ontstaan van een nieuwe overeenkomst de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen gelden en of sprake kan zijn van een oneerlijke handelspraktijk. In een eerder tussenvonnis had de kantonrechter aangekondigd hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te willen stellen. Nadat partijen op de conceptvragen hebben gereageerd, stelt de kantonrechter de definitieve vragen vast.

RB 4167

Kredietvergoeding van 60% in strijd met dwingend recht; kantonrechter onderzoekt mogelijke oneerlijke handelspraktijken

Rechtspraak (NL/EU) 9 sep 2026, RB 4167; ECLI:NL:RBNHO:2026:12058 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/kredietvergoeding-van-60-in-strijd-met-dwingend-recht-kantonrechter-onderzoekt-mogelijke-oneerlijke-handelspraktijken

Rb. Noord-Holland 9 september 2026, RB 4167; ECLI:NL:RBNHO:2026:12058 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een kredietverstrekker heeft een consument gedagvaard wegens het niet nakomen van een kredietovereenkomst. De consument had € 5.000 geleend om een huisuitzetting te voorkomen. Partijen waren overeengekomen dat de consument gedurende tien maanden € 800 per maand aan rente en aflossing zou betalen, wat volgens de kantonrechter neerkomt op een kredietvergoeding van 60%. Daarnaast bevat de overeenkomst een boetebeding van € 500 per betalingsachterstand en € 50 voor iedere dag dat deze voortduurt, evenals een verplichting om alle daadwerkelijk gemaakte incassokosten te vergoeden. De kredietverstrekker vordert na wijziging van eis € 11.900 aan hoofdsom, vermeerderd met onder meer incassokosten, contractuele boetes, rente en proceskosten. Omdat de consument niet in de procedure is verschenen, onderzoekt de kantonrechter ambtshalve of de kredietovereenkomst voldoet aan de dwingendrechtelijke regels ter bescherming van consumenten.

RB 4166

Autohandelaar handelt misleidend door wettelijke consumentenrechten als betaalde extra dienst aan te bieden

Rechtspraak (NL/EU) 2 sep 2026, RB 4166; ECLI:NL:RBLIM:2026:7953 ([eisende partij] tegen Europe-Vans), https://www.reclameboek.nl/artikelen/autohandelaar-handelt-misleidend-door-wettelijke-consumentenrechten-als-betaalde-extra-dienst-aan-te-bieden

Rb. Limburg 2 september 2026, RB 4166; ECLI:NL:RBLIM:2026:7953 ([eisende partij] tegen Europe-Vans). Een consument heeft een procedure aangespannen tegen autohandelaar Europe-Vans B.V. naar aanleiding van de aankoop van een Fiat Doblò voor € 5.989,50. Bij de aankoop moest zij een zogenoemd Excellent-pakket van € 1.687,95 afnemen, waarin onder meer een APK-keuring, een onderhoudsbeurt, drie maanden garantie en twaalf maanden bescherming bij non-conformiteit waren opgenomen. Daarnaast bracht Europe-Vans € 595 in rekening voor de vervanging van een gebrekkige distributieriem. Volgens de consument heeft Europe-Vans zich schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken door wettelijke consumentenrechten als betaalde extra diensten aan te bieden en haar onvoldoende te informeren over haar recht op kosteloos herstel. Verder stelt zij dat de bus non-conform was vanwege ontbrekende certificering van de CNG-tanks en dat Europe-Vans haar had moeten informeren over de fiscale gevolgen van het ombouwen van de bus tot camper. Zij vordert onder meer terugbetaling van de kosten van het Excellent-pakket, de distributieriem en de belasting van personenauto's en motorrijwielen (bpm), evenals verschillende schadevergoedingen.

RB 4165

Misleidende aanprijzing van landbouwgrond leidt tot vernietiging koopovereenkomsten en bestuurdersaansprakelijkheid

Rechtspraak (NL/EU) 31 dec 2025, RB 4165; ECLI:NL:RBNHO:2025:15703 ([eiser 1] c.s. tegen bestuurders TVP Vastgoed), https://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-aanprijzing-van-landbouwgrond-leidt-tot-vernietiging-koopovereenkomsten-en-bestuurdersaansprakelijkheid

Rb. Noord-Holland 31 december 2025, RB 4165; ECLI:NL:RBNHO:2025:15703 ([eiser 1] c.s. tegen bestuurders T.V.P. Vastgoed). Drie particuliere kopers en een vennootschap hebben procedures aangespannen tegen de (indirect) bestuurders van T.V.P. Vastgoed B.V. (TVP) wegens de verkoop van landbouwgrond in Amsterdam-Noord. TVP had de kavels via internetadvertenties, een brochure en verkoopgesprekken aangeprezen als aantrekkelijke investeringen met potentie voor toekomstige woningbouw. In de brochure werd onder meer gesproken over een veilige manier om vermogen te laten groeien, een verwachte opbrengst van € 400 per vierkante meter en een looptijd van twee tot vijf jaar. Volgens de kopers gaf TVP daarmee een misleidend beeld van de ontwikkelingsmogelijkheden en het verwachte rendement, terwijl onvoldoende werd gewaarschuwd voor de risico's van grondspeculatie. Ook zou TVP onvoldoende duidelijk hebben gemaakt dat zij de grond kort voor de verkoop voor € 35 per vierkante meter had gekocht en vervolgens voor € 117 tot € 150 per vierkante meter had doorverkocht. De kopers beroepen zich op vernietiging van hun koopovereenkomsten wegens oneerlijke handelspraktijken dan wel dwaling. Omdat TVP inmiddels door middel van een turboliquidatie is ontbonden, spreken zij haar (indirect) bestuurders persoonlijk aan.

RB 4176

Uitspraak ingezonden door Victor den Hollander, De Vos & Partners.

Athena hoeft WhatsAppreclame niet te rectificeren: onvoldoende bewijs voor misleidende handelspraktijken

Rechtspraak (NL/EU) 15 okt 2026, RB 4176; ECLI:NL:RBAMS:2026:9897 (Lawbooks tegen Athena), https://www.reclameboek.nl/artikelen/athena-hoeft-whatsappreclame-niet-te-rectificeren-onvoldoende-bewijs-voor-misleidende-handelspraktijken

Rb. Amsterdam 15 oktober 2026, IEF 23958; RB 4176; ECLI:NL:RBAMS:2026:9897 (Lawbooks tegen Athena). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft de vorderingen van Lawbooks tegen AthenaStudies wegens vermeende misleidende handelspraktijken via WhatsAppgroepen afgewezen. Beide ondernemingen bieden commerciële studieondersteuning aan en maken voor hun marketing gebruik van WhatsAppgroepen voor studenten. Volgens Lawbooks maakt Athena gebruik van verhulde reclame, gefingeerde studentenprofielen en gescripte gesprekken waarin haar eigen diensten worden aangeprezen en die van Lawbooks in een negatief daglicht worden gesteld. De Reclame Code Commissie had AthenaStudies in 2024 al aangesproken op misleidende reclame via WhatsAppgroepen. 

RB 4164

Webwinkel moet koopsommen terugbetalen wegens misleidende consumentenreviews en schending informatieplichten

Rechtspraak (NL/EU) 1 okt 2026, RB 4164; ECLI:NL:RBNHO:2025:11343 ([eiser 1] c.s. tegen [gedaagde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/webwinkel-moet-koopsommen-terugbetalen-wegens-misleidende-consumentenreviews-en-schending-informatieplichten

Rb. Noord-Holland 1 oktober 2025, RB 4164; ECLI:NL:RBNHO:2025:11343 ([eiser 1] c.s. tegen [gedaagde]). Elf consumenten hebben een procedure aangespannen tegen de voormalige eigenaar van een webwinkel wegens misleidende consumentenbeoordelingen en schending van wettelijke informatieverplichtingen. Op de productpagina's van de webwinkel werd een Trustpilot-beoordeling van 4,5 sterren op basis van 733 reviews getoond, terwijl volgens de gegevens van Trustpilot 94% van de beoordelingen één ster gaf. Daarnaast werden positieve beoordelingen als recent en geverifieerd gepresenteerd, terwijl dezelfde beoordelingen al maanden eerder op de website stonden. Volgens de consumenten waren deze beoordelingen misleidend en had de webwinkelier onvoldoende informatie verstrekt over onder meer het herroepingsrecht, de retourkosten en zijn identiteit en contactgegevens. Zij stellen dat zij de producten zonder deze handelspraktijken niet zouden hebben gekocht en vorderen daarom vernietiging van de koopovereenkomsten en terugbetaling van de betaalde koopsommen. De webwinkelier betwist dat sprake was van misleiding en voert aan dat de beoordelingen afkomstig waren van daadwerkelijke klanten en dat de afwijkende scores door een technische storing werden veroorzaakt.

RB 4163

Aannemer handelt onrechtmatig door consumenten niet te informeren over extra kosten zwaardere elektriciteitsaansluiting

Rechtspraak (NL/EU) 24 jul 2026, RB 4163; ECLI:NL:RBROT:2026:10512 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/aannemer-handelt-onrechtmatig-door-consumenten-niet-te-informeren-over-extra-kosten-zwaardere-elektriciteitsaansluiting

Rb. Rotterdam 24 juli 2026, RB 4163; ECLI:NL:RBROT:2026:10512 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten hebben een aannemer aansprakelijk gesteld omdat deze bij de bouw van hun nieuwbouwwoning in 2019 zonder hen daarover te informeren een zwaardere elektriciteitsaansluiting van 3x35 ampère heeft laten realiseren in plaats van de gebruikelijke aansluiting van 3x25 ampère. Volgens de aannemer was de zwaardere aansluiting noodzakelijk vanwege de door de consumenten gewenste warmtepomp en zonnepanelen. De consumenten stellen echter dat zij niet zijn geïnformeerd over de noodzaak van deze aansluiting en de daarmee gepaard gaande hogere aansluit- en netbeheerderskosten. Pas in augustus 2024 ontdekten zij dat de hogere kosten werden veroorzaakt door de zwaardere aansluiting. Zij stellen dat de aannemer zijn informatieverplichtingen heeft geschonden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De consumenten vorderen een verklaring voor recht en € 6.367,54 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten.

RB 4162

Uitspraak ingezonden door Jan Jacobi en Margot Vergeest, BarentsKrans. 

Gluggle Jug visvaas niet beschermd door slaafse nabootsing en merkenrecht, merk ‘Gluggle Jug’ wel geldig

Rechtspraak (NL/EU) 2 sep 2026, RB 4162; ECLI:NL:RBDHA:2026:25453 (Gluggle Jug c.s. tegen ITA), https://www.reclameboek.nl/artikelen/gluggle-jug-visvaas-niet-beschermd-door-slaafse-nabootsing-en-merkenrecht-merk-gluggle-jug-wel-geldig

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23825; RB 4162; ECLI:NL:RBDHA:2026:25453 (Gluggle Jug c.s. tegen ITA). De rechtbank oordeelt dat het Uniewoordmerk GLUGGLE JUG geldig is, maar slechts een beperkt onderscheidend vermogen heeft. Jug is beschrijvend voor kannen en vazen en gluggle heeft geen zelfstandige betekenis in het Engels, maar is wel afgeleid van het klanknabootsende woord glug, dat verwijst naar het gorgelende geluid dat bij het schenken van vloeistof ontstaat. Het merk is daarom niet uitsluitend beschrijvend en kan de commerciële herkomst van de waren aanduiden. Ook is onvoldoende aangetoond dat gluggle jug door toedoen of nalaten van de merkhouder in de Europese Unie tot soortnaam voor visvazen is verworden, zodat zowel de vordering tot nietigverklaring als die tot vervallenverklaring van het Uniemerk wordt afgewezen. Het gebruik van The Bubble Jug/Bubble Jug voor visvazen levert geen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Hoewel de tekens visueel en auditief in geringe mate overeenstemmen en voor identieke waren worden gebruikt, bestaat volgens de rechtbank geen verwarringsgevaar, mede gelet op het gemiddelde aandachtsniveau van het publiek en het geringe onderscheidend vermogen van GLUGGLE JUG. Het beroep van ITA op de neutralisatieleer wordt verworpen, omdat geen sprake is van een duidelijke en vaste begripsmatige betekenis die de visuele en auditieve overeenstemming neutraliseert. Wel levert het gebruik van #glugglejug voor visvazen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder a UMVo op. Ook het gebruik van gluggle en van gluggling, glug en/of glugging in combinatie met jug levert wegens de grote mate van overeenstemming en het daardoor ontstane verwarringsgevaar merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Gebruik van gluggling, glug en glugging zonder jug levert daarentegen geen merkinbreuk op.

RB 4158

Geld-terug-garantie bij BKR-verwijdering leidt tot oneerlijke handelspraktijk bij weigering terugbetaling

Rechtspraak (NL/EU) 22 sep 2026, RB 4158; ECLI:NL:RBAMS:2026:9609 ([eiser] tegen gedaagden), https://www.reclameboek.nl/artikelen/geld-terug-garantie-bij-bkr-verwijdering-leidt-tot-oneerlijke-handelspraktijk-bij-weigering-terugbetaling

Rb. Amsterdam 22 september 2026, IT 4158; ECLI:NL:RBAMS:2026:9609 ([eiser] tegen gedaagden). De rechtbank oordeelt dat een onderneming die adverteert met een 100%-geld-terug-garantie voor het verwijderen van negatieve BKR-registraties, maar weigert terug te betalen wanneer het beoogde resultaat uitblijft, een oneerlijke handelspraktijk verricht. Een consument had in totaal € 6.406 betaald voor dienstverlening gericht op het verwijderen van zijn BKR-registratie. Ondanks de verrichte werkzaamheden en de betrokkenheid van een advocaat werd de registratie niet verwijderd. De onderneming weigerde vervolgens het betaalde bedrag terug te betalen en beriep zich op een bepaling in de overeenkomst waarin stond dat slechts sprake was van een inspanningsverplichting en geen garantie op resultaat kon worden gegeven. Volgens de kantonrechter kan een onderneming die klanten aantrekt met een expliciete en ongeclausuleerde geld-terug-garantie, zich niet achteraf beroepen op een andersluidende bepaling in de overeenkomst.