Direct marketing

RB 2637

Envelop met "laat deze brief niet aan je ouders lezen" vanwege ludieke karakter niet ontoelaatbaar

Vzr. RCC 22 december 2015, RB 2637; Dossiernr: 2015/01169 (Besured)
Direct marketing. Uiting: Het betreft een aan klaagster verzonden brief in een envelop met daarop de tekst: “Laat deze brief niet aan je ouders lezen”. In de envelop zit een folder met informatie over de zorgverzekering van Besured en een brief waarin onder meer staat:

“ waarom mag ik deze brief nou niet aan mijn ouders laten lezen? Een meerderheid van de studenten krijgt een extra financiële bijdrage van hun ouders. Grote kans dus dat dit bij jou ook zo is. Het zou natuurlijk jammer zijn als de financiële meevaller van de studentenzorgverzekering door je ouders wordt ingehouden op jouw maandelijkse bijdrage;) ”.

 

Klacht: Veel studenten wonen nog thuis en door op de envelop de tekst “Laat deze brief niet aan je ouders lezen” te plaatsen, geeft dit ouders het gevoel dat hen iets wordt onthouden of achter hun rug om plaatsvindt. Daarnaast vind klager het een vorm van stoken tussen ouders en kinderen en worden kinderen (studenten) op het idee gebracht om hun ouders voor te liegen en ervoor te zorgen dat zij profiteren van geld van hun ouders terwijl ze achter hun rug om een andere verzekering sluiten.

Voorzitter:

De klacht is gericht tegen een mailing van adverteerder bestaande uit een envelop met daarop de tekst: “Laat deze brief niet aan je ouders lezen” en daarin een brief en een folder met informatie over de zorgverzekering van adverteerder. Klaagster stelt dat de uiting in strijd is met de goede smaak en fatsoen, zo begrijpt de voorzitter, omdat ouders erdoor het gevoel krijgen dat hen iets wordt onthouden, gestookt wordt tussen ouders en kinderen en kinderen worden aangezet tot het voorliegen en profiteren van (het geld van) hun ouders.

De voorzitter stelt voorop dat zij zich bij de beoordeling van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met een fatsoensnorm terughoudend opstelt gelet op het subjectieve karakter ervan. Met inachtneming met deze terughoudendheid is de voorzitter van oordeel dat de onderhavige reclame-uiting de grenzen van het toelaatbare niet overschrijdt. Uit het geheel van de uiting blijkt dat de oproep om de in de brief bedoelde financiële meevaller voor ouders te verzwijgen niet serieus is bedoeld. Uit de toonzetting van de inhoud van de envelop, waaronder het geplaatste ‘knipoogje’ en het spreken over een voordeel voor “jou en/of je ouders”, volgt dat adverteerder slechts op een ludieke, op de specifieke doelgroep van studenten afgestemde, wijze duidelijk wil maken dat men geld kan besparen door te kiezen voor de zorgverzekering van adverteerder. De voorzitter is van oordeel dat daarbij de grenzen van het toelaatbare niet zijn overschreden. De voorzitter heeft er overigens begrip voor dat niet iedereen de reclame-uiting zal waarderen. Dit kan evenwel niet tot een andere uitkomst leiden.

De voorzitter wijst de klacht af.

RB 2636

Reclame in besteld pakket geen (geadresseerde) brievenbusreclame

RCC 15 december 2015, RB 2636; Dossiernr: 2015/01156 (Bol.com)
Direct marketing. CBR. Uiting: Het betreft de reclamefolder “Bomvol” van bol.com, die toegevoegd was aan een door klager bij bol.com geplaatste bestelling.

Klacht: Klager heeft op 24 juli 2015 per e-mail aan bol.com laten weten dat hij geen reclame per post wil ontvangen. Op 26 oktober 2015 heeft klager toch een reclamefolder ontvangen die door adverteerder in een door klager besteld pakket is gedaan. Omdat de folder in een geadresseerde doos zat, is volgens klager sprake van geadresseerde reclame. Bol.com heeft klager desgevraagd laten weten het hiermee niet eens te zijn.

Commissie:

1. Klager maakt bezwaar tegen de ontvangst van een reclamefolder van bol.com die in een door klager besteld pakket is gedaan, omdat klager zegt bij e-mail van 24 juli 2015 aan bol.com te hebben meegedeeld geen reclame per post te willen ontvangen. De Commissie vat deze klacht aldus op dat volgens klager door bol.com in strijd met artikel 14 (juncto artikel 1) CBR geadresseerde brievenbusreclame aan klager is toegezonden.

Artikel 14 CBR luidt: “Indien een ontvanger schriftelijk heeft meegedeeld geen geadresseerde reclame te willen ontvangen dient de opdrachtgever ervoor te zorgen dat deze wens zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van het verzoek, zonder restrictie ingewilligd wordt.”

2. De klacht kan niet slagen. Op grond van artikel 1 sub a CBR is sprake van brievenbusreclame in de zin van deze code bij reclame die, geadresseerd of ongeadresseerd, via brievenbus of postbus wordt verspreid en geen geïntegreerd deel uitmaakt van een ander medium. In het onderhavige geval bevond de reclamefolder van bol.com zich samen met de door klager bestelde producten in een pakket. Daardoor maakte de folder geïntegreerd deel uit van dat bestelde pakket. Bovendien blijkt het pakket niet via de brievenbus maar door een pakketbezorger te zijn verspreid.

De Commissie wijst de klacht af.

RB 2582

Banner in bestelbevestiging niet zonder meer toegestaan

RCC 9 november 2015, RB 2582; Dossiernr: 2015/01048 (Bol.com)
Aanbeveling. Online shopping. Direct Marketing. Uiting: Het betreft de volgende door bol.com aan klager verzonden e-mailberichten:
a. bevestiging van 18 september 2015 van de door klager geplaatste bestelling
b. mededeling van 22 september 2015 dat klagers bestelling wordt verzonden.

Klacht: In de bestelbevestiging maakt bol.com reclame voor haar kinderkleding door middel van de banner met de tekst “Nieuw bij bol.com. De hipste mode voor (b)engeltjes”. Klager heeft bij bol.com niet eerder kinderkleding afgenomen. Hij heeft ook bekend gemaakt geen reclame te willen ontvangen.

 

In de e-mail waarin bol.com meedeelt dat de bestelling wordt verzonden zijn links opgenomen naar diverse andere producten van bol.com, te weten “Boeken, Muziek, DVD, Games, Speelgoed, Baby, Wonen, Koken & tafelen, Mooi & gezond, Sieraden & Horloges, Sport & Vrije tijd, Elektronica, Computer, Tuin, Klussen, Dier, Fotoservice”.

Commissie:

1. Klager maakt bezwaar tegen de toezending door bol.com van de hiervoor met a en b aangeduide e-mailberichten, omdat deze e-mails volgens klager reclame bevatten terwijl hij heeft meegedeeld dat hij geen reclame wenst te ontvangen. De Commissie gaat ervan uit dat klager bedoelt te zeggen dat bol.com heeft gehandeld in strijd met de Code reclame via e-mail 2012 (hierna: Code e-mail). Uit het verweer begrijpt de Commissie dat bol.com de klacht ook in deze zin heeft opgevat.

2. In haar uitspraak van 31 augustus 2015 (dossier 2015/00836) heeft de Commissie onder meer geoordeeld dat de toen aan de orde zijnde bestel- en verzendbevestigingen die bol.com aan klager had gezonden niet als reclame in de zin van artikel 1 NRC konden worden beschouwd, nu in die e-mails feitelijke informatie werd verstrekt over de status van klagers bestelling en de uitingen geen aanprijzend of wervend karakter hadden. Anders dan bol.com stelt, kan deze uitspraak niet zonder meer van toepassing worden verklaard op de uitingen waarop de onderhavige klacht betrekking heeft. In de eerder beoordeelde bestelbevestiging was niet de banner voor peuterkleding opgenomen waarover klager zich thans beklaagt. Voorts had klager in de voorgaande zaak niet specifiek bezwaar gemaakt tegen de in de verzendbevestiging opgenomen links naar het productassortiment van bol.com. De Commissie begrijpt dat klager zich op het standpunt stelt dat door de aanwezigheid van de banner voor peuterkleding in de bestelbevestiging en de links naar het productassortiment in de verzendbevestiging hem ongeoorloofde reclame per e-mail toegezonden is.

3. Met betrekking tot de verschillende uitingen oordeelt de Commissie als volgt.

De door bol.com aan klager gezonden e-mail van 18 september 2015 (uiting a) bestaat voor het grootste deel uit een bevestiging van de door klager geplaatste bestelling en informatie over het recht op en de mogelijkheid tot herroeping. In zoverre heeft deze e-mail geen wervend karakter en is deze niet aan te merken als reclame in de zin van artikel 1 NRC. Dit oordeel geldt niet voor de in de e-mail opgenomen banner met daarin, naast de afbeelding van enkele peuterkleertjes, de tekst “Nieuw bij bol.com. De hipste mode voor (b)engeltjes”. Deze banner bevat een specifieke aanprijzing van een nieuwe productcategorie waarop bol.com uitdrukkelijk de aandacht wil vestigen. De banner heeft een duidelijk wervend en aanprijzend karakter en gaat daarmee het kader van feitelijke informatie over de status van klagers bestelling te buiten.

4. Door het opnemen van de banner in de bestelbevestiging is sprake van toezending van (ongevraagde) reclame per e-mail aan klager. In artikel 1.3 sub a van de Code e-mail is bepaald - kort samengevat - dat reclame via e-mail in beginsel is toegestaan als de geadresseerde daartoe vooraf toestemming heeft verleend dan wel diens e-mailadres door de bestandseigenaar wordt gebruikt voor het aanbieden van eigen gelijksoortige producten of diensten en de geadresseerde geen gebruik heeft gemaakt van het recht van verzet. Klager heeft onweersproken gesteld aan bol.com te hebben meegedeeld geen reclame van haar te willen ontvangen. Gelet hierop heeft bol.com met het toezenden aan klager van de bestelbevestiging met daarin reclame gehandeld in strijd met artikel 1.3 sub a Code e-mail.

5. De Commissie volgt klager niet in zijn stelling dat de verzendbevestiging (uiting b) door de aanwezigheid van de links naar de productcategorieën van bol.com reclame bevat. Deze links vormen een algemene opsomming van de door bol.com geleverde diensten, zonder het aanprijzende karakter dat wel de hiervoor beschreven banner toekomt. Deze uiting kan naar het oordeel van de Commissie niet als reclame aangemerkt worden. Van toezending van reclame in strijd met de Code e-mail is daarom bij de verzendbevestiging geen sprake.

De Commissie acht toezending van de onder a) aangeduide e-mail in strijd met het bepaalde in artikel 1.3 onder a Code e-mail. Zij beveelt verweerder aan om niet meer in strijd met dit artikel te handelen. De Commissie wijst de klacht voor het overige af.

RB 2571

Zakelijke ontvanger niet altijd verplicht tot betalen klachtengeld

Voorz. RCC 21 oktober 2015, RB 2570; Dossiernr: 2015/00953 (Ongewenste direct mailing)
Toewijzing. Direct mailing. Klachtengeld. Klacht: Klager heeft op 26 augustus 2015 door middel van het online klachtenformulier bezwaar gemaakt naar aanleiding van reclame via e-mail van afzender die hij op verschillende e-mailadressen ontving, dit omdat in de e-mails geen mogelijkheid wordt geboden om zich uit te schrijven voor reclame via e-mail en afzender geen gehoor geeft aan verzoeken van klager om hem uit de mailinglijst te verwijderen.

Voorzitter:

1)  Afzender heeft gesteld dat klager klachtengeld dient te voldoen omdat de klacht is ingediend in verband met een zakelijke kwestie, te weten openstaande facturen die klager zowel zakelijk als in privé zou hebben. Klager heeft in zijn reactie betwist dat afzender jegens hem zakelijk of in privé als incassobureau optreedt. Afzender heeft in reactie daarop verwezen naar de kredietregisters van onder andere Atradius maar geen stukken overgelegd die haar stellingen op dit punt onderbouwen. Afzender heeft verklaard dat zij op grond van “de privacy wetgeving” geen namen van haar opdrachtgevers kan noemen. De voorzitter beschikt hierdoor niet over stukken die het standpunt van afzender in enige mate onderbouwen. Op de (voorzitter van de) Reclame Code Commissie rust geen zelfstandige verplichting om verder onderzoek naar deze kwestie te doen. De voorzitter oordeelt op grond van het voorgaande dat vooralsnog onvoldoende aannemelijk is geworden dat klager met de klacht enig ander doel nastreeft dan het beëindigen van ongewenste e-mails die hij en/of zijn bedrijf ontvangt.

2)  Dat de gewraakte e-mails blijkbaar mede zijn gericht aan een zakelijk adres (de door klager overgelegde e-mails vermelden als geadresseerde onder meer “info@bcon-pro.com”) leidt niet tot het oordeel dat reeds om die reden klachtengeld is verschuldigd. Ook zakelijke ontvangers kunnen zich immers op de Code reclame via e-mail 2012 beroepen. Het valt niet onder de strekking van artikel 28 lid 2 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep dergelijke situaties bij voorbaat aan te merken als situaties waarin de klacht wordt ingediend in het belang van de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel in een commercieel belang van een organisatie. De voorzitter oordeelt dat ook verder onvoldoende aanleiding bestaat om te oordelen dat klager klachtengeld is verschuldigd.

3)  Ten aanzien van het inhoudelijke geschil overweegt de voorzitter dat bij e-mail van 2 oktober 2015 aan partijen is meegedeeld dat uitsluitend zal worden beslist op de kwestie van het klachtengeld. Het komt de voorzitter evenwel aangewezen voor in dit stadium van de procedure, waarin de inhoudelijke standpunten van partijen voldoende zijn toegelicht, tevens inhoudelijk op de klacht te beslissen. Dienaangaande overweegt de voorzitter als volgt.

4)  Klager stelt uitdrukkelijk dat in de e-mails van afzender die hij op zijn privé en zakelijke e-mailadres heeft ontvangen niet de mogelijkheid werd geboden gebruik te maken van het recht van verzet als bedoeld in artikel 5.1 Code reclame via e-mail 2012 (Code e-mail). Klager heeft de bestreden e-mails overgelegd, waaronder de volgens hem originele versies daarvan. Afzender heeft daartegenover een e-mail overgelegd waarin wél de mogelijkheid van “uitschrijven” wordt genoemd. De voorzitter heeft echter niet kunnen vaststellen dat deze versie van de e-mail daadwerkelijk aan klager is verzonden. De door afzender overgelegde e-mail is immers niet aan klager gericht. Op grond van het voorgaande heeft afzender tegenover hetgeen klager gemotiveerd heeft gesteld onvoldoende aannemelijk gemaakt dat in de aan klager verzonden reclame e-mails de mogelijkheid was opgenomen zich af te melden voor het gebruik van zijn e-mailadres voor reclame. De voorzitter oordeelt derhalve dat afzender in strijd met artikel 5.1 Code e-mail heeft gehandeld. Voorts heeft afzender in strijd met artikel 2.3 Code e-mail gehandeld, nu klager bij repliek onweersproken heeft gesteld dat afzender gebruik heeft gemaakt van een e-mailadres dat geen antwoord (reply) accepteert.

De voorzitter oordeelt dat klager geen klachtengeld is verschuldigd. Op grond van het voorgaande oordeelt de voorzitter verder dat afzender heeft gehandeld in strijd met de artikelen 2.3 en 5.1 van de Code e-mail. De voorzitter beveelt afzender aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame per e-mail te (doen) verzenden.

RB 2555

Keuze voor korting of een upgrade betrekking op huidige al betaalde hostingpakket

RCC 1 oktober 2015, RB 2555, dossiernr. 2015/00896 (Hostingpakket)
Aanbeveling. Uitzenden ICT. De uiting: Het betreft de volgende aanbieding van ‘hostingpakket 2’ op adverteerders website www.budgetwebhosting.nl: “Hostingpakket 2 (incl. E-mail Pakket)1250 MB, 12.5 GB, € 24,00, € 12,-” en: “Prijs € 12,00 per jaar (eenmalige set-up kosten € 8,65)  Hostingpakket 2: Gratis domein! 1250 MB webruimte,12.5 GB dataverkeer per maand”. De klacht: In de uiting wordt als inhoud van ‘hostingpakket 2’ 1250 MB webruimte en 12.5 GB dataverkeer per maand beloofd. Nadat klager het pakket had besteld (en betaald), bleek dat hij slechts 250 MB webruimte en 2.44 GB dataverkeer kreeg. Nadat klager hierover contact had opgenomen met adverteerder, bleek hem dat onder in de uiting in kleine lettertjes staat dat incasso nodig is. Klager heeft de incasso in orde gemaakt door het invullen en aan adverteerder toesturen van het ‘formulier automatische incasso’ (welk formulier door klager is overgelegd [en in kopie als bijlage 2 aan deze uitspraak is gehecht]). Desondanks werd klagers limiet voor webruimte en dataverkeer niet verhoogd. Desgevraagd werd klager meegedeeld dat dit het gevolg is van zijn op het incassoformulier ingevulde keuze voor “10% korting” in plaats van voor “extra webruimte en dataverkeer”. Klager acht het niet duidelijk dat de keuze voor korting of een upgrade betrekking heeft op het huidige al betaalde hostingpakket.

Het oordeel van de Commissie:
In de bestreden uiting wordt ‘hostingpakket 2’ met 1250 MB webruimte en 12.5 GB dataverkeer per maand aangeboden voor € 12,00 per jaar in plaats van de gebruikelijke prijs van € 24,00. In de beschrijving van het ‘hostingpakket 2’ staat onder meer “Betaling per jaar middels automatische incasso”. Voorts staat onder in de uiting, na de beschrijving van alle door adverteerder aangeboden hostingpakketten en onder de links naar deze pakketten, in kleine letters (voor zover hier van belang): “Genoemde pakketten i.c.m. incasso excl. BTW & domein.” De Commissie acht voldoende aannemelijk geworden dat bij betaling per incasso het ‘hostingpakket 2’ met genoemde inhoud daadwerkelijk voor € 12,00 per jaar besteld kan worden. Op grond hiervan kan de bestreden uiting zelf niet onjuist of misleidend worden geacht. Niettemin is de Commissie van oordeel dat sprake is van oneerlijke reclame in de zin van artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), nu de gemiddelde consument in het op de uiting volgende bestelproces in verwarring wordt gebracht. Uit de klacht en de daarbij gevoegde e-mailcorrespondentie tussen klager en adverteerder blijkt immers dat het ontvangen van ‘hostingpakket 2’ met de geadverteerde inhoud van 1250 MB en 12.5 GB niet alleen afhankelijk is van betaling per incasso, maar ook van het uitdrukkelijk aangeven van de keuze “extra”/“5 keer meer webruimte en dataverkeer” op het ten behoeve van de automatische incasso in te vullen formulier. Wordt gekozen voor de andere optie “10% korting op uw totale factuurbedrag”, dan bestaat de inhoud van het ‘hostingpakket 2’, naar adverteerder niet heeft weersproken, uit 250 MB webruimte en 2.44 GB dataverkeer per maand. Naar het oordeel van de Commissie is voor de gemiddelde consument niet duidelijk dat de geadverteerde 1250 MB webruimte en 12.5 GB dataverkeer per maand kennelijk een upgrade betreffen van een basispakket met 250 MB en 2.44 GB, welke upgrade de consument alleen ontvangt indien hij deze keuze op het incassoformulier uitdrukkelijk vermeldt, en dat bij de keuze voor 10% korting niet de in de uiting genoemde webruimte en dataverkeer worden verkregen maar slechts een vijfde deel daarvan. Door bovengenoemde onduidelijkheid kan de consument op het verkeerde been worden gezet en tot een transactie besluiten waartoe hij niet besloten zou hebben indien hem duidelijk was gemaakt - in de uiting of tijdens het bestelproces - wat de gevolgen van zijn keuze voor korting of een upgrade zijn. De Commissie acht een dergelijke verwarrende wijze van informatieverstrekking in strijd met de vereisten van professionele toewijding als bedoeld in artikel 7 NRC. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
RB 2508

Betekenis van het woord treinkaartje: betalingsbewijs én vervoersbewijs

Vzr. RCC 11 augustus 2015, RB 2508, dossiernr. 2015/00792 (Betekenis woord treinkaartje)
Voorzitterstoewijzing. Misleiding treinkaartjes. De uiting: Het betreft een in een envelop verspreide reclame-uiting met de tekst “Alstublieft Drie gratis treinkaartjes” Daarbij zitten twee “Overgang 2-1 dagkaart”-en en één “Meereiskaart voor 2 dagen”. De klacht: In eerste instantie denk je dat je drie gratis treinkaartjes hebt gekregen, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Je moet over een geldig 2e klas vervoersbewijs beschikken om de kaartjes te kunnen gebruiken.

De beslissing van de voorzitter:
De klacht betreft de vraag wat de gemiddelde consument pleegt te verstaan onder het woord “treinkaartje”. Naar het oordeel van de voorzitter zal deze consument bij het lezen van de tekst “Alstublieft. Drie gratis treinkaartjes” in de veronderstelling verkeren dat hij drie kaartjes krijgt, die kunnen gelden als betalingsbewijs dan wel vervoersbewijs voor een reis per trein. De voorzitter weet zich daarin gesteund door de betekenis die het woord “treinkaartje’’ onder meer volgens Van Dale’s woordenboek der Nederlandse Taal en Wikipedia heeft. Nu de kaartjes alleen zijn te gebruiken in combinatie met een geldig vervoersbewijs acht de voorzitter de gewraakte mededeling misleidend. Dat elders op en in de uiting verwezen wordt naar van toepassing zijnde beperkende voorwaarden, leidt niet tot een ander oordeel. Blijkens het voorgaande is in de uiting voor de gemiddelde consument onjuiste informatie verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

De beslissing van de voorzitter:
Op grond van het hierboven overwogene acht de voorzitter de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code en beveelt hij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
RB 2494

Actiepakker kansspel met 300 vragen en 90 cent per minuut aan kosten

RCC 4 augustus 2015, RB 2494; dossiernr. 2015/00610 (300 vragen en 90cent per minuut om deel te nemen)
Gedeeltelijke aanbeveling. Kansspel. Digitale marketing communicatie. De uiting: Het betreft door klager ontvangen reclame per e-mail van 7 mei 2015 voor een actie: “Win een JUMBO waardebon”. In stap 1 staat onder meer:“Je hebt mogelijk gewonnen! Jouw email is geselecteerd. Maak direct kans op deze Superdeal: Een JUMBO WAARDEBON t.w.v. € 500.-”. en “Gratis nieuwsbrief dienst Actiepakker. Actiepakker sluit elke aansprakelijkheid uit wanneer informatie in deze e-mail niet correct, onvolledig of het niet tijdig overkomt, evenals indien er schade ontstaat ten gevolge van deze e-mail. Contact: info@blz2.nl, Kuiperssingel 2, Drachten”. In stap 2 staat onder meer: “Deze actie is nog geldig tot 7 mei. Antwoord op deze 3 vragen zodat we kunnen zien of we je de waardebon kunnen opsturen. Ken je JUMBO? Ja. Neen”. In stap 3 staat onder meer: “Je kunt nu kijken of je de waardebon van € 500,- euro kan verdienen! Opgelet! Er zijn nog slechts 5 waardebonnen over. (…) Kijk voor je waardebon. Je kunt nu nog gedurende 52 seconden deelnemen. Aan de deelname kunnen voorwaarden verbonden zijn”.

In stap 4 staat onder meer: “WORD JIJ ONZE WINNAAR VANDAAG? Vul je gegevens in: Voornaam: E-mail: Telefoonnummer: (…)”. Onderaan de pagina staat in relatief kleine letters: “Het tarief van deze dienst is € 0,90 per minuut. Om deel te nemen aan deze dienst, bestaande uit in totaal 300 quizvragen per telefoon, vult u uw telefoonnummer in op de internetpagina en wordt er aan u een PIN code beschikbaar gesteld. Uw PIN code vult u in op de pagina, zoals weergegeven op uw beeldscherm, om deze dienst te activeren. Op het moment dat u de (telefoon)verbinding verbreekt, kunt u de dienst stoppen. Blijf dus aan de lijn, beluister de vragen en vul het juiste antwoord in met optie 1 of optie 2 via uw telefoon. Deelname aan deze dienst is mogelijk tussen 10/02/2015 en 01/07/2015. Degene met de meeste vragen goed wint. Voor informatie kunt u contact opnemen per e-mail nl@quiz-fun.com.my of bezoek de website http://quiz-fun.com.my/nl-nl/. Conversion Factory, handelende onder de naam Quiz-Fun, is gevestigd in Kuala Lumpur (….)”. In stap 5 staat onder meer: “WIN COMPUTER PRIZE ID: JUMBO WAARDEBON LIJN IS OPEN:   0.33 SEC (…) 1 Bel 0909-4555111 €0,90 per minuut en je krijgt een unieke pincode te horen … blijf aan de lijn … 2 Vul je code hier in: (….)”. Onderaan de pagina staat in relatief kleine letters dezelfde tekst als hierboven aangehaald onder “stap 4” (Het tarief ... gevestigd in Kuala Lumpur (…))”.

De klacht: De klacht kan als volgt worden samengevat. De tijdsdruk van een minuut bij stap 3 is bijzonder sluw, omdat men daardoor niet de tijd neemt om bij de stappen 4 en 5 de kleine lettertjes onderaan de pagina te lezen. Het gaat om 300 vragen, een tarief van 90 eurocent per minuut, minstens 10 seconden per vraag, derhalve om minstens 50 minuten, hetgeen betekent dat de kosten minstens 45 euro bedragen. De meeste mensen zullen afhaken na een paar minuten, maar dat is wel “kassa” voor Actiepakker. Klager maakt met name bezwaar tegen “die truc met die tijdsdruk”. Klager vraagt zich af of het niet misleidend is om mensen doelbewust af te leiden van informatie over de kosten. In stap 5 is wel een tarief vermeld bij het te bellen telefoonnummer, maar intussen ziet men de seconden wegtikken, en dus de kans op gratis shoppen kleiner worden. Ook dat is misleidend. Als men terug gaat naar de mail, kan men weer opnieuw beginnen, sterker nog: een paar dagen later kan men nog steeds doorklikken vanuit de mail. De mededeling in stap 3: “Deze actie is nog geldig tot 7 mei” is dan ook onjuist; de vermelde datum is steeds die van “de huidige dag”. Opmerkelijk is ook dat er elke keer “nog slechts 5 waardebonnen over” zijn, volgens stap 3. Klager vindt de onderhavige uiting nogal stuitend, en “zeker geen reclame voor de bedrijven die eraan deelnemen”. Eerder ontving klager een soortgelijke uiting van Actiepakker, toen betreffende een bouwmarkt.

Het oordeel van de Commissie: 1. De Commissie stelt voorop dat zij verweerder sub 2 (hierna ook: Jumbo) niet verantwoordelijk acht voor de bestreden uiting. Zij overweegt daartoe dat Jumbo voldoende aannemelijk heeft gemaakt, onder meer door te verwijzen naar een waarschuwing op haar website, dat haar naam zonder haar toestemming in de uiting is gebruikt en dat de in de uiting opgenomen actie niet (mede) door Jumbo is georganiseerd. 2. Ten aanzien van de inhoud van de bestreden uiting overweegt de Commissie het volgende. Deze uiting, die bestaat uit verschillende “stappen”, dient als één geheel te worden beoordeeld. In de e-mail, die het eerste onderdeel van de uiting vormt, wordt gewezen op de kans die de geadresseerde maakt om een Jumbo waardebon ter waarde van € 500,- te winnen. Daarbij wordt nog niet gewezen op het feit dat men, om kans te maken op deze waardebon, gebruik dient te maken van een telefonische informatiedienst van € 0,90 per minuut. Dat gebeurt pas nadat men 3 vragen heeft moeten beantwoorden, over welke vragen overigens is vermeld: “Antwoord op deze 3 vragen zodat we kunnen zien of we je de waardebon kunnen opsturen”, hetgeen doet vermoeden dat het enkel juist beantwoorden van de 3 vragen kan leiden tot het toesturen van de waardebon. Uiteindelijk blijkt uit het hierboven onder “de bestreden uiting” als “stap 4” aangeduide deel van de uiting dat een 0909-nummer voor € 0,90 per minuut moet worden gebeld om kans te maken op het winnen van de waardebon. Deze informatie is essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Deze informatie had naar het oordeel van de Commissie voor de consument direct kenbaar moeten zijn, bij eerste confrontatie met de uiting. Dit geldt temeer nu in “stap 4” staat: “Je kunt nu nog gedurende 52 seconden deelnemen. Aan de deelname kunnen voorwaarden verbonden zijn”. Deze mededeling zet de lezer mogelijk aan tot overhaaste deelname, zonder dat hij voldoende op de hoogte is van de aan deelname verbonden voorwaarden, meer in het bijzonder het feit dat het gaat om een betaalde informatiedienst. Gelet op het bovenstaande is er sprake van een te laat verstrekken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. 3. Klager heeft ook bezwaar gemaakt tegen de vermelding “Deze actie is nog geldig tot 7 mei”. De Commissie acht dit bezwaar gegrond, nu in de in de “stappen 4 en 5” opgenomen voorwaarden staat: “Deelname aan deze dienst is mogelijk tussen 10/02/2015 en 01/07/2015”, hetgeen onverenigbaar is met de mededeling “Deze actie is nog geldig tot 7 mei”. In zoverre gaat de uiting gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. De Commissie acht verweerders sub 1 en 3 beide verantwoordelijk voor de onderhavige overtredingen van de NRC.

De beslissing
Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt verweerders sub 1 en 3 aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.Ten aanzien van verweerder sub 2 wijst zij de klacht af.

RB 2492

Reclame en geen Reply To-veld van AD in strijd met Code email

RCC 4 augustus 2015, RB 2492; dossiernr. 2015/00736 (Reclame per email en geen Reply To-veld van AD)
Aanbeveling. Bijzondere reclamecode. Geen email van het AD. De uiting: 1. Een door klager ontvangen email van 26 mei 2015, 18:04 uur, afkomstig van “AD ?bounce@mail.ad.nl?” met als onderwerp: “Bevestiging startdatum van uw abonnement”. 2. Een door klager ontvangen email van 16 juni 2015, 13:32 uur, afkomstig van “Algemeen Dagblad ?noreply@mail.ad.nl?” met als onderwerp: “Disney abonnee actie. 10,- korting met code: ADW081”. De klacht: Tegen de verschillende uitingen heeft klager de volgende bezwaren. Ad 1. De uiting is een 2e bevestigingsmail betreffende een door klager afgesloten proefabonnement op het AD, maar wijst daarnaast op “AD Voordeel” en is in zoverre aan te merken als reclame per e-mail. De uiting, verzonden vanaf “AD ?bounce@mail.ad.nl?, heeft als reply tot-adres: geenantwoord@ad.nl. Onderaan de mail staat: “reacties gestuurd naar dit e-mailadres worden niet gelezen”. Een door klager verzonden e-mail kwam dan ook als onbestelbaar retour (bounce). Hiermee wordt artikel 2.3 van de Code reclame via e-mail 2012 (hierna: Code e-mail) overtreden. Ad 2. In deze uiting wordt klager als AD-abonnee korting aangeboden op Disney-cd’s en boekjes. Ook deze mail is reclame via e-mail. Klager acht de uiting in strijd met artikel 1.3 Code e-mail. Naar zijn mening is er geen sprake van een gelijksoortig product in de zin van die bepaling. Verder is de uiting in strijd met artikel 2.2 Code e-mail, omdat het adres en contactgegevens van het AD of een directe verwijzing daarnaar in de e-mail ontbreken.

Het oordeel van de Commissie:
Met betrekking tot de verschillende bezwaren overweegt de Commissie het volgende. Ad 1. In deze mail is vermeld op welke datum de eerste krant in het kader van klagers proefabonnement op het AD zal worden bezorgd. In de mail staat ook: “En er is meer… Als klant van het AD heeft u toegang tot allerlei voordeel en acties, speciaal voor u geselecteerd. Neem eens een kijkje op www.ad.nl/voordeel”. Naar het oordeel van de Commissie wordt hier niet alleen informatie verstrekt in verband met klagers abonnement, maar houdt de betreffende mededeling tevens een aanprijzing in van www.ad.nl/voordeel en het/de daarop te vinden voordeel/acties, geselecteerd voor de klanten van het AD. In zoverre is er sprake van reclame per e-mail en had de betreffende e-mail moeten zijn voorzien van een werkend antwoordadres in het Reply To-veld, waarop response kan worden ontvangen. Nu dat niet is gebeurd, is de uiting in strijd met artikel 2.3 Code e-mail. 

Ad 2. In uiting 2 wordt aan klager € 10,- korting aangeboden op “MAGISCHE LEES- & LUISTERBOEKJES”. Meer in het bijzonder bestaat dit product uit, zoals blijkt uit de e-mail: 12 unieke boekjes, 12 cd’s, unieke verzamelbox, kleurplaten, disney stickers en kartonnen minifiguurtjers. De Commissie deelt niet het oordeel van verweerder dat hier sprake is van een product dat gelijksoortig is (als bedoeld in artikel 1.3a Code e-mail) aan het dagblad AD. Nu ook niet is gebleken dat klager door een actieve handeling vooraf toestemming heeft verleend voor het verzenden van reclame per e-mail, is de onderhavige uiting in strijd met artikel 1.3a Code e-mail. In de uiting zijn het adres en contactgegevens van verweerder niet opgenomen en ontbreekt een (duidelijke) verwijzing naar die gegevens. In zoverre is de uiting in strijd met artikel 2.2 Code e-mail. Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht uiting 1 in strijd met artikel 2.3 Code e-mail en uiting 2 in strijd met de artikelen 1.3a en 2.2 Code e-mail. Zij beveelt verweerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.