ICT-dienstverlener moet betalingen terugbetalen wegens schending informatieplichten en onrechtmatige permanente toegang tot laptop
Rb. Gelderland 27 mei 2026, RB 4090; IT 5380; ECLI:NL:RBGEL:2026:4741 ([de eiser] tegen [de gedaagde]). Een consument sloot tijdens een huisbezoek een overeenkomst met een ICT-dienstverlener voor ICT-ondersteuning tegen een maandelijks bedrag. De consument zette daarbij op een elektronisch scherm een “krabbel” en betaalde vervolgens gedurende 21 maanden de maandelijkse bedragen. De kantonrechter oordeelt dat rechtsgeldig een overeenkomst tot stand is gekomen. Een overeenkomst is in beginsel vormvrij en uit de gemaakte afspraken en de langdurige uitvoering blijkt dat de consument het aanbod heeft aanvaard. Omdat de overeenkomst in de woning van de consument is gesloten, kwalificeert deze als een overeenkomst buiten de verkoopruimte. De dienstverlener heeft vóór het sluiten van de overeenkomst onvoldoende duidelijkheid gegeven over de ingangsdatum, de looptijd en het ontbindingsrecht. Ook heeft hij de vereiste informatie niet tijdig op papier of, met instemming van de consument, op een andere duurzame gegevensdrager verstrekt. Daarmee schendt hij artikel 6:230m lid 1, onder a en h, en artikel 6:230t lid 1 BW. De kantonrechter stelt geen schending vast ten aanzien van de betaalwijze en de opzegmogelijkheden. Het weglaten van de essentiële informatie vormt tevens een misleidende omissie als bedoeld in artikel 6:193d BW.