26 jun 2026,
Kredietovereenkomst ambtshalve vernietigd wegens niet-aangetoonde kredietwaardigheidstoets
Rb. Rotterdam 26 juni 2026, IEF 4056; ECLI:NL:RBROT:2026:7650 (Rabo Direct tegen [gedaagde]). Rabo Direct Financiering sluit met een consument een kredietovereenkomst voor € 50.000. Nadat meerdere termijnbedragen onbetaald blijven, beëindigt Rabo Direct de overeenkomst en vordert zij in deze procedure € 25.000 van het openstaande kredietbedrag. De kantonrechter toetst ambtshalve of Rabo Direct haar precontractuele informatieverplichtingen uit artikel 7:60 BW is nagekomen en vóór het sluiten van de overeenkomst de kredietwaardigheid van de consument heeft beoordeeld overeenkomstig artikel 4:34 Wft. De consument is voldoende geïnformeerd, maar Rabo Direct maakt niet aannemelijk dat zij een kredietwaardigheidstoets heeft uitgevoerd. Zij stelt wel dat een BKR-toets en een leencapaciteitsberekening zijn verricht, maar kan daarvan geen stukken overleggen. De verstrekte bankafschriften en salarisgegevens zijn daarvoor onvoldoende.
De verplichting om de kredietwaardigheid te toetsen strekt ertoe consumenten tegen onverantwoorde kredietverlening en terugbetalingsproblemen te beschermen. Het niet naleven van deze verplichting kwalificeert volgens de kantonrechter als een oneerlijke handelspraktijk. De kredietovereenkomst is daarom op grond van artikel 6:193j lid 3 BW vernietigbaar en wordt ambtshalve vernietigd. Door de terugwerkende kracht van de vernietiging is het kredietbedrag onverschuldigd betaald in de zin van artikel 6:203 BW. De consument moet het nog niet afgeloste kredietbedrag daarom terugbetalen, maar is geen contractuele rente verschuldigd. Omdat Rabo Direct slechts € 25.000 vordert, wordt de consument tot betaling van dat bedrag veroordeeld. Ook moet hij de proceskosten van € 2.563,14 betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De overeenkomst wordt vernietigd
2.3.
Het gaat in dit geval om een consumentenkredietovereenkomst. Bij zo’n overeenkomst moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of Rabo Direct heeft voldaan aan haar precontractuele informatieverplichtingen (artikel 7:60 BW) en of zij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de kredietwaardigheid van [gedaagde] heeft getoetst (artikel 4:34 Wft).
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat Rabo Direct [gedaagde] voldoende heeft geïnformeerd, maar dat niet kan worden vastgesteld of Rabo Direct de kredietwaardigheid van [gedaagde] heeft getoetst. Rabo Direct stelt dat een BKR-toets is gedaan, maar dat daarvan geen kopie bewaard is gebleven. Rabo Direct stelt daarnaast dat een leencapaciteitsberekening is uitgevoerd, maar heeft geen documenten overgelegd waaruit dit blijkt. Rabo Direct heeft wel bankafschriften en salarisgegevens van [gedaagde] overgelegd, maar dit is onvoldoende om te onderbouwen dat de kredietwaardigheid is getoetst. Rabo Direct heeft daarom niet voldaan aan haar verplichting op dit punt.
2.5.
De verplichting om de kredietwaardigheid te toetsen vloeit voort uit de Richtlijn consumentenkrediet1 en heeft tot doel de consument te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken2. Met de toets kan de kredietverstrekker beoordelen of het aangaan van de kredietovereenkomst verantwoord is. Daarmee kan het risico op terugbetalingsproblemen aan de kant van de consument worden beperkt. De kantonrechter is van oordeel dat omdat Rabo Direct niet heeft voldaan aan haar verplichting sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. Een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen is vernietigbaar (artikel 6:193j lid 3 BW).3 De kantonrechter vernietigt dan ook ambtshalve de kredietovereenkomst.