RB

Diensten  

RB 4031

Misleidende omissie bij voorbeeldhotel in pakketreis: College bevestigt oordeel tegen ANWB

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 11 jun 2026, RB 4031; 2026/00107 ((ANWB pakketreis Noorwegen)), https://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-omissie-bij-voorbeeldhotel-in-pakketreis-college-bevestigt-oordeel-tegen-anwb

CvB 11 juni 2026, RB 4031; 2026/00107 (ANWB pakketreis Noorwegen). In deze zaak tussen ANWB en een consument staat de vraag centraal of ANWB voldoende duidelijk heeft gemaakt dat bij een pakketreis naar Noord-Noorwegen nog niet vaststaat in welk hotel de reiziger in Tromsø zal verblijven. Het College van Beroep bevestigt het eerdere oordeel van de Reclame Code Commissie dat daarvan geen sprake is. Volgens het College krijgt de gemiddelde consument tijdens het boekingsproces juist de indruk dat hij een verblijf in het specifiek genoemde hotel boekt, terwijl de reisorganisatie pas later bepaalt in welk hotel de reiziger daadwerkelijk wordt ondergebracht. Het College kwalificeert dit als het niet (voldoende tijdig en duidelijk) verstrekken van essentiële informatie in de zin van artikel 8.3 aanhef en onder c NRC, hetgeen leidt tot een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 7 NRC. De zaak betreft de aanbieding van de pakketreis "Wintervakantie Tromsø, Noordkaap en Kirkenes" op de website van ANWB. Op de productpagina wordt vermeld dat reizigers tijdens de eerste dagen verblijven in het Clarion Hotel The Edge of in het Scandic Grand Tromsø Hotel. Daarnaast staat onder het tabblad "Verblijf" dat de getoonde accommodaties onder voorbehoud zijn en dat mogelijk een gelijkwaardig hotel wordt toegewezen. Ook worden zowel het Clarion Hotel The Edge als het Quality Hotel Grand Tromsø getoond. Wanneer de consument vervolgens een reisdatum kiest en het boekingsproces start, verandert de informatievoorziening echter. Op de eerste boekingspagina verschijnt uitsluitend het Clarion Hotel The Edge. Bij het dagprogramma voor "Dag 1 t/m 4 – Tromsø" wordt alleen dit hotel genoemd en getoond, inclusief een afbeelding van een hotelkamer. Ook in de prijsspecificatie aan de rechterzijde van de pagina staat expliciet "1x Clarion Hotel The Edge – Tweepersoonskamer" als onderdeel van het pakket. Nadat de consument zijn persoonsgegevens heeft ingevuld, wordt dit hotel opnieuw in de prijsspecificatie genoemd. De consument verbleef uiteindelijk niet in het Clarion Hotel The Edge, maar in het Quality Hotel Grand Tromsø. Volgens hem was de reclame-uiting daarom misleidend. Als vooraf duidelijk was geweest dat een ander hotel kon worden toegewezen, zou hij daar vóór het boeken navraag naar hebben gedaan. ANWB voerde aan dat bij rondreizen gebruikelijk is dat hotels onder voorbehoud van beschikbaarheid worden aangeboden en dat de gemiddelde consument bekend is met zogenoemde voorbeeldhotels. Daarnaast wees ANWB erop dat het voorbehoud op meerdere plaatsen wordt genoemd: op de productpagina, onder het kopje "Belangrijke informatie" tijdens het boekingsproces, in de aanvullende voorwaarden, op de boekingsbevestiging, de factuur en uiteindelijk in de reisbescheiden. Volgens ANWB gaat het bovendien om een gelijkwaardig viersterrenhotel, zodat de economische waarde van de reis niet verandert.

RB 4021

Nietigheid van opdracht tot juridische dienstverlening wegens oneerlijk en niet-transparant kostenbeding

Rechtspraak (NL/EU) 11 mrt 2026, RB 4021; ECLI:NL:RBNHO:2026:2941 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.reclameboek.nl/artikelen/nietigheid-van-opdracht-tot-juridische-dienstverlening-wegens-oneerlijk-en-niet-transparant-kostenbeding

Rb. Noord-Holland 11 maart 2026, RB 4021; ECLI:NL:RBNHO:2026:2941 ([eiser] tegen [gedaagde]). De Rechtbank Noord-Holland wijst de declaratievordering van een professioneel juridisch dienstverlener tegen een consument volledig af. De dienstverlener had de consument bijgestaan in een arbeidsgeschil en bracht uiteindelijk in totaal € 24.396,78 in rekening, waarvan volgens hem € 20.485,81 onbetaald was gebleven. De kantonrechter toetst de overeenkomst ambtshalve aan Richtlijn 93/13/EEG en artikel 6:233 onder a BW, zoals vereist op grond van het Dexia-arrest. Het kostenbeding, een uurtarief van € 125 en facturering op basis van bestede tijd, wordt wel als kernbeding aangemerkt, maar is niet transparant. Het beding gaf de consument namelijk geen reële mogelijkheid om vooraf de totale kosten bij benadering te ramen: er was geen kostenindicatie, geen raming van het voorzienbare of minimale aantal uren, geen urenplafond en in de praktijk ook geen maandelijkse facturatie waardoor de kostenontwikkeling tijdig zichtbaar werd. Dat is in strijd met de transparantie-eisen die het HvJ EU heeft geformuleerd voor uurtariefbedingen bij juridische dienstverlening aan consumenten.

RB 4018

RCC wijst klacht af over Jumbo-commercial met ‘Jaderland’-grensbord

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mei 2026, RB 4018; 2026/00225 ((klacht tegen Jumbo)), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rcc-wijst-klacht-af-over-jumbo-commercial-met-jaderland-grensbord

RCC 13 mei 2026, RB nummer; 2026/00225 (Klacht tegen Jumbo). In deze zaak over een televisiecommercial van Jumbo heeft de RCC een klacht afgewezen over een scène waarin een bekende Nederlander een sticker met het woord "Ja" op een grensbord van Nederland plakt, waardoor daarop "Jaderland" komt te staan. De Commissie oordeelt dat de commercial niet in strijd is met de Nederlandse Reclame Code In de commercial zegt een bekende Nederlander: "In Nederland zijn we heel goed in wat er allemaal niet kan. Misschien heten we daarom ook wel Nederland. Tijd voor wat meer ja." Tijdens deze tekst loopt hij naar een grensbord van Nederland en plakt hij een sticker met "Ja" over het eerste deel van het woord Nederland. Vervolgens is op het bord de tekst "Jaderland" te zien. Klager stelde dat in de reclame een grensbord wordt beplakt en dat dit volgens de wet strafbaar is. Het tonen van dergelijk gedrag in een reclame-uiting zou volgens klager ongepast zijn, omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat dit normaal of acceptabel is. Jumbo voerde aan dat in de commercial geen officieel grensbord is gebruikt, maar een speciaal voor de opnames vervaardigd rekwisiet. Daarnaast waren volgens Jumbo verschillende voorzorgsmaatregelen getroffen om gevaarlijke of hinderlijke situaties voor weggebruikers en crewleden te voorkomen.

RB 3983

Rechtbank Amsterdam: volledige eliminatie van beide misbruikselementen bepalend voor schadeberekening in Google Shopping-zaak

Rechtspraak (NL/EU) 5 nov 2025, RB 3983; ECLI:NL:RBAMS:2025:8356 (Wolfson tegen Google), https://www.reclameboek.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-volledige-eliminatie-van-beide-misbruikselementen-bepalend-voor-schadeberekening-in-google-shopping-zaak

Rb. Amsterdam 5 november 2025, RB 3983; IT 5146; ECLI:NL:RBAMS:2025:8356 (Wolfson tegen Google). Dit tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam gaat over een follow-on schadeprocedure naar aanleiding van het besluit van de Europese Commissie over misbruik van machtspositie door Google [IT 4618]. De Commissie had vastgesteld dat Google haar eigen productvergelijkingsdienst (Google Shopping) systematisch bevoordeelde ten opzichte van concurrerende diensten. Dit besluit is inmiddels definitief bevestigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarmee de inbreuk en de onrechtmatigheid vaststaan. In deze procedure vordert Wolfson Capital Limited schadevergoeding, gebaseerd op aan haar gecedeerde vorderingen van de productvergelijkers Compare en Kieskeurig. De procedure bevindt zich in de fase van schadebegroting. Centraal staat de vraag welk hypothetisch scenario zonder inbreuk (de counterfactual) moet worden gehanteerd om de schade te bepalen. De kern van het geschil is of bij dit scenario beide elementen van het door de Commissie vastgestelde misbruik moeten worden weggedacht, of slechts één. Het misbruik bestond uit een combinatie van twee praktijken: (i) de prominente en gunstige weergave van Google Shopping in de zoekresultaten en (ii) de minder gunstige rangschikking van concurrerende productvergelijkers door middel van algoritmes. Wolfson stelt dat beide elementen moeten worden geëlimineerd om een reëel beeld te krijgen van de situatie zonder inbreuk. Google betoogt daarentegen dat het volstaat om slechts één element weg te denken, en dat verschillende alternatieve scenario’s denkbaar zijn waarin haar gedrag deels gehandhaafd blijft.

RB 3964

Oordeel voorzieningenrechter over bemiddelingssites Kings Online

Rechtspraak (NL/EU) 20 jan 2026, RB 3964; ECLI:NL:RBMNE:2026:112 (Translink en Rover tegen Kings Online), https://www.reclameboek.nl/artikelen/oordeel-voorzieningenrechter-over-bemiddelingssites-kings-online

Rb. Midden-Nederland 20 januari 2026, RB 3964; IT 5092; ECLI:NL:RBMNE:2026:112 (Translink en Rover tegen Kings Online). Kings Online biedt via twee websites (www.reisproductaanvragen.nl, en www.persoonlijkreisproduct.nl., hierna: de websites) een bemiddelingsdienst aan, waarmee zij voor consumenten een OV-chipkaart bestelt. De consument moet daarvoor € 37,50 betalen. Als consumenten de OV-chipkaart via de website van de officiële uitgever Translink bestellen, bedragen de kosten daarvoor € 7,50. Translink en Rover vinden dat Kings Online zich schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken, omdat de websites en marketing van Kings Online misleidend zijn. Translink en Rover willen daarom dat Kings Online deze websites niet langer exploiteert, en dat [gedaagde partijen] ook geen andere websites mogen exploiteren waarop de aanvraag van een OV-chipkaart wordt aangeboden, op straffe van een dwangsom. Kings Online betwist dat zij zich schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken. 

RB 3751

Is de uiting als zodanig onjuist of misleidend?

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 10 jan 2023, RB 3751; (Klager tegen PostNL), https://www.reclameboek.nl/artikelen/is-de-uiting-als-zodanig-onjuist-of-misleidend

RCC 10 januari 2023, RB 3751; Dossiernr. 2022/00511 (Klager tegen PostNL) Een klager heeft een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie over de website van PostNL, waarin staat dat zij ook post bezorgen van andere postbedrijven als deze een overeenkomst hebben met PostNL. PostNL heeft echter aangegeven dat zij geen post van andere postbedrijven bezorgen in de postbus van PostNL, wat de klager misleidend vindt. De klacht betreft een reclame-uiting voor een online-aanbod van postbussen voor zakelijke klanten. De voorzitter oordeelt dat de uiting als een beperking van het aanbod moet worden beschouwd, waarbij het aan de klant is om te beslissen hoe belangrijk deze beperking voor hen is. Een mogelijke onjuiste informatie die telefonisch is verstrekt, geeft geen reden om de uiting als misleidend te beschouwen. Ten slotte kan de voorzitter niet oordelen over de wenselijkheid van een universele verplichting tot bezorging in elkaars postbussen voor postvervoerbedrijven. De klacht wordt afgewezen.

RB 3720

Reclame Van der Valk Zuidas misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 17 okt 2022, RB 3720; (Van der Valk Zuidas), https://www.reclameboek.nl/artikelen/reclame-van-der-valk-zuidas-misleidend

SRC 17 oktober 2022, RB 3720; 2022/00417 (Van der Valk Zuidas) Klager wilde een kamer boeken voor de aangeboden prijs. Omdat het internet vastliep heeft hij met het hotel gebeld. Er is hem verteld dat er voldoende beschikbaarheid was. Toen hij wilde boeken bleek de prijs niet € 64,50, maar € 199,50. Klager vindt de reclame misleidend. SRC oordeelt dat essentiële informatie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit te kunnen nemen niet in de uiting is opgenomen. De uiting in daarmee in strijd met artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. Tevens is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Dit omdat de gemiddelde consument er toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen.

RB 3719

Reclameslogans Shell zijn misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 20 okt 2022, RB 3719; (Shell), https://www.reclameboek.nl/artikelen/reclameslogans-shell-zijn-misleidend

SRC College van Beroep 20 oktober 2022, RB 3719; 2022/00100 - CVB (Shell) Klacht over de campagne van Shell “Maak het verschil. Compenseer CO2-uitstoot”. De klacht is dat de promotie door Shell van haar product met de claim ‘CO2-compensatie’ in strijd is met de artikelen 2 en 3 MRC. Shell betwist dat het gaat om een absolute milieuclaim. Het College oordeelt dat er wel sprake is van een absolute milieuclaim. Niet of onvoldoende is aangetoond dat de bosprojecten waarin Shell investeert daadwerkelijk in staat zijn de in carbon credits omgerekende opname van CO2 te realiseren op een wijze die meebrengt dat de CO2-uitstoot van de fossiele brandstof van Shell volledig wordt gecompenseerd. Er is dus niet komen vast te staan dat de consument met de extra betaling het door de bestreden reclame-uiting veronderstelde resultaat bereikt. Het College bevestigt de beslissing van de Commissie dat de uiting in strijd is met de artikelen 2 en 3 MRC. Ook Shells claim “Maak het verschil. Rij CO2-neutraal” is misleidend. Wederom heeft Shell de juistheid van de absolute claim van volledige CO2-compensatie niet in de door artikel 3 MRC vereiste mate aangetoond.

RB 3447

Uitspraak ingezonden door Reindert van der Zaal, Kennedy Van der Laan.

CvB RCC: commercial Vodafone niet misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 okt 2020, RB 3447; (Vodafone), https://www.reclameboek.nl/artikelen/cvb-rcc-commercial-vodafone-niet-misleidend

CvB RCC 13 oktober 2020, IEF 19497, RB 3447, IT 3275; Dossiernr: 2020/00267 (Vodafone) Televisiecommercial. Reclame-uiting. De klacht is gericht tegen de televisiecommercial van Vodafone, waarin door de voice-over wordt gezegd dat Vodafone 5G gebruikt, terwijl Vodafone in feite 4G gebruikt met een hogere snelheid. De frequenties die bestemd zijn voor 5G worden pas aan het eind van het jaar geveild. Naar het oordeel van de Commissie is de commercial misleidend, nu essentiële informatie ontbreekt die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen. De grieven van Vodafone komen in de kern erop neer dat de Commissie ten onrechte heeft geoordeeld dat het als 5G aangeprezen netwerk van Vodafone (nog) niet de innovatieve mogelijkheden van 5G aanbiedt en Vodafone dus geen volwaardige 5G aanbiedt. Het College concludeert dat Vodafone volwaardige 5G aanbiedt over de 1800 MHz band en geen ‘opgewaardeerde 4G’. Dit leidt tot de conclusie dat er geen noodzaak bestaat in de commercial het voorbehoud op te nemen dat de getoonde toepassingen pas mogelijk zijn als de ‘5G frequenties’ zijn geveild. De beslissing van de Commissie wordt vernietigd en de klacht wordt alsnog afgewezen.

RB 3416

Klacht reclame wifi van online.nl afgewezen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 29 apr 2020, RB 3416; (Reclame online.nl), https://www.reclameboek.nl/artikelen/klacht-reclame-wifi-van-online-nl-afgewezen

SRC 29 april 2020, RB 3416; 2020/00154 (Reclame online.nl) Klacht gericht tegen een uiting op https://www.online.nl/internet/wifi/. Klager vindt de reclame misleidend. Adverteerder suggereert dat zij bovengemiddeld goede apparatuur in bruikleen geeft, die “storingsvrij” en “optimaal” wifi levert. In de praktijk levert adverteerder echter apparatuur die in 2020 niet meer marktconform kan worden genoemd. Adverteerder wekt daarnaast de indruk dergelijke apparatuur te leveren, door haar Wifi aan te duiden als “storingsvrij” en “optimaal”, terwijl zij deze apparatuur in werkelijkheid niet levert, zo stelt klager. De klacht wordt afgewezen.