RB

Diensten  

RB 4076

Tag van adverteerder maakt gefaciliteerde reis niet herkenbaar als influencerreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 9 jun 2026,, RB 4076; 2026/00220 ([klager] tegen [naam influencer] en Corendon), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/tag-van-adverteerder-maakt-gefaciliteerde-reis-niet-herkenbaar-als-influencerreclame

RCC 9 juni 2026, RB 4076; 2026/00220 ([klager] tegen [naam influencer] en Corendon). In deze zaak staat een reeks Instagram Stories van [naam influencer] over een gezinsvakantie centraal. In de Stories doet de influencer verslag van de vliegreis, het vervoer naar de accommodatie en het verblijf. Daarbij worden de naam en het logo van de adverteerder getoond en wordt het Instagramaccount van de adverteerder getagd. Vaststaat dat de reis door de adverteerder is gefaciliteerd in het kader van een samenwerking. Daarmee bestaat een relevante relatie in de zin van de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing. Deze relatie moet uitdrukkelijk en op eenvoudig toegankelijke wijze in de reclame-uiting worden vermeld.

RB 4066

HvJ EU: dynamische streamingdienst valt onder begrip digitale dienst

EU 9 jul 2026,, RB 4066; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-dynamische-streamingdienst-valt-onder-begrip-digitale-dienst

HvJ EU 9 juli 2026, IT 5392; RB 4066; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation). In deze zaak biedt Sky Österreich een streamingdienst aan waarmee consumenten via een link of applicatie toegang krijgen tot programma’s die op een server zijn opgeslagen. De programma’s kunnen live of on demand worden bekeken en, afhankelijk van de beschikbare licenties, worden gedownload en offline worden bekeken. Een download kan slechts eenmaal worden bekeken en moet binnen 48 uur vanaf het begin van het afspelen volledig zijn bekeken. Bij het online afsluiten van een abonnement moet de consument instemmen met een beding waarin hij ermee akkoord gaat dat Sky Österreich vóór het verstrijken van de herroepingstermijn van veertien dagen met de uitvoering van de overeenkomst begint en erkent dat hij daardoor zijn herroepingsrecht verliest. De Oostenrijkse consumentenorganisatie Verein für Konsumenteninformation (VKI) stelt dat deze informatie ontoereikend is, omdat het streamingabonnement een digitale dienst vormt en het herroepingsrecht pas vervalt wanneer die dienst volledig is geleverd. Sky Österreich stelt daarentegen dat zij digitale inhoud levert, zodat het herroepingsrecht volgens haar is uitgesloten zodra de uitvoering van de overeenkomst een aanvang neemt. Nadat VKI in hoger beroep in het gelijk wordt gesteld, vraagt het Oberste Gerichtshof het Hof van Justitie in wezen of een dergelijke streamingdienst moet worden aangemerkt als de levering van digitale inhoud in de zin van artikel 2, punt 11, en artikel 16, eerste alinea, onder m, Richtlijn 2011/83.

RB 4061

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

Rechtspraak (NL/EU) 9 jul 2026,, RB 4061; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dynamisch-streamingaanbod-kwalificeert-als-digitale-dienst

HvJ EU 9 juli 2026, RB 4061; IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich tegen Verein für Konsumenteninformation). Sky Österreich biedt streamingabonnementen aan waarmee consumenten via een hyperlink of applicatie televisieprogramma’s live, op aanvraag en in bepaalde gevallen na download offline kunnen bekijken. Bij het online afsluiten van een abonnement moeten consumenten ermee instemmen dat Sky al tijdens de herroepingstermijn met de uitvoering begint en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verliezen. De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI bestrijdt dit beding. Volgens VKI is het streamingabonnement geen levering van digitale inhoud, maar een digitale dienst. De uitzondering op het herroepingsrecht voor niet op een materiële drager geleverde digitale inhoud uit artikel 16, eerste alinea, onder m), van Richtlijn 2011/83 zou daarom niet van toepassing zijn.

RB 4031

Misleidende omissie bij voorbeeldhotel in pakketreis: College bevestigt oordeel tegen ANWB

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 11 jun 2026,, RB 4031; 2026/00107 ((ANWB pakketreis Noorwegen)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/misleidende-omissie-bij-voorbeeldhotel-in-pakketreis-college-bevestigt-oordeel-tegen-anwb

CvB 11 juni 2026, RB 4031; 2026/00107 (ANWB pakketreis Noorwegen). In deze zaak tussen ANWB en een consument staat de vraag centraal of ANWB voldoende duidelijk heeft gemaakt dat bij een pakketreis naar Noord-Noorwegen nog niet vaststaat in welk hotel de reiziger in Tromsø zal verblijven. Het College van Beroep bevestigt het eerdere oordeel van de Reclame Code Commissie dat daarvan geen sprake is. Volgens het College krijgt de gemiddelde consument tijdens het boekingsproces juist de indruk dat hij een verblijf in het specifiek genoemde hotel boekt, terwijl de reisorganisatie pas later bepaalt in welk hotel de reiziger daadwerkelijk wordt ondergebracht. Het College kwalificeert dit als het niet (voldoende tijdig en duidelijk) verstrekken van essentiële informatie in de zin van artikel 8.3 aanhef en onder c NRC, hetgeen leidt tot een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 7 NRC. De zaak betreft de aanbieding van de pakketreis "Wintervakantie Tromsø, Noordkaap en Kirkenes" op de website van ANWB. Op de productpagina wordt vermeld dat reizigers tijdens de eerste dagen verblijven in het Clarion Hotel The Edge of in het Scandic Grand Tromsø Hotel. Daarnaast staat onder het tabblad "Verblijf" dat de getoonde accommodaties onder voorbehoud zijn en dat mogelijk een gelijkwaardig hotel wordt toegewezen. Ook worden zowel het Clarion Hotel The Edge als het Quality Hotel Grand Tromsø getoond. Wanneer de consument vervolgens een reisdatum kiest en het boekingsproces start, verandert de informatievoorziening echter. Op de eerste boekingspagina verschijnt uitsluitend het Clarion Hotel The Edge. Bij het dagprogramma voor "Dag 1 t/m 4 – Tromsø" wordt alleen dit hotel genoemd en getoond, inclusief een afbeelding van een hotelkamer. Ook in de prijsspecificatie aan de rechterzijde van de pagina staat expliciet "1x Clarion Hotel The Edge – Tweepersoonskamer" als onderdeel van het pakket. Nadat de consument zijn persoonsgegevens heeft ingevuld, wordt dit hotel opnieuw in de prijsspecificatie genoemd. De consument verbleef uiteindelijk niet in het Clarion Hotel The Edge, maar in het Quality Hotel Grand Tromsø. Volgens hem was de reclame-uiting daarom misleidend. Als vooraf duidelijk was geweest dat een ander hotel kon worden toegewezen, zou hij daar vóór het boeken navraag naar hebben gedaan. ANWB voerde aan dat bij rondreizen gebruikelijk is dat hotels onder voorbehoud van beschikbaarheid worden aangeboden en dat de gemiddelde consument bekend is met zogenoemde voorbeeldhotels. Daarnaast wees ANWB erop dat het voorbehoud op meerdere plaatsen wordt genoemd: op de productpagina, onder het kopje "Belangrijke informatie" tijdens het boekingsproces, in de aanvullende voorwaarden, op de boekingsbevestiging, de factuur en uiteindelijk in de reisbescheiden. Volgens ANWB gaat het bovendien om een gelijkwaardig viersterrenhotel, zodat de economische waarde van de reis niet verandert.

RB 4021

Nietigheid van opdracht tot juridische dienstverlening wegens oneerlijk en niet-transparant kostenbeding

Rechtspraak (NL/EU) 11 mrt 2026,, RB 4021; ECLI:NL:RBNHO:2026:2941 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/nietigheid-van-opdracht-tot-juridische-dienstverlening-wegens-oneerlijk-en-niet-transparant-kostenbeding

Rb. Noord-Holland 11 maart 2026, RB 4021; ECLI:NL:RBNHO:2026:2941 ([eiser] tegen [gedaagde]). De Rechtbank Noord-Holland wijst de declaratievordering van een professioneel juridisch dienstverlener tegen een consument volledig af. De dienstverlener had de consument bijgestaan in een arbeidsgeschil en bracht uiteindelijk in totaal € 24.396,78 in rekening, waarvan volgens hem € 20.485,81 onbetaald was gebleven. De kantonrechter toetst de overeenkomst ambtshalve aan Richtlijn 93/13/EEG en artikel 6:233 onder a BW, zoals vereist op grond van het Dexia-arrest. Het kostenbeding, een uurtarief van € 125 en facturering op basis van bestede tijd, wordt wel als kernbeding aangemerkt, maar is niet transparant. Het beding gaf de consument namelijk geen reële mogelijkheid om vooraf de totale kosten bij benadering te ramen: er was geen kostenindicatie, geen raming van het voorzienbare of minimale aantal uren, geen urenplafond en in de praktijk ook geen maandelijkse facturatie waardoor de kostenontwikkeling tijdig zichtbaar werd. Dat is in strijd met de transparantie-eisen die het HvJ EU heeft geformuleerd voor uurtariefbedingen bij juridische dienstverlening aan consumenten.

RB 4018

RCC wijst klacht af over Jumbo-commercial met ‘Jaderland’-grensbord

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mei 2026,, RB 4018; 2026/00225 ((klacht tegen Jumbo)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rcc-wijst-klacht-af-over-jumbo-commercial-met-jaderland-grensbord

RCC 13 mei 2026, RB nummer; 2026/00225 (Klacht tegen Jumbo). In deze zaak over een televisiecommercial van Jumbo heeft de RCC een klacht afgewezen over een scène waarin een bekende Nederlander een sticker met het woord "Ja" op een grensbord van Nederland plakt, waardoor daarop "Jaderland" komt te staan. De Commissie oordeelt dat de commercial niet in strijd is met de Nederlandse Reclame Code In de commercial zegt een bekende Nederlander: "In Nederland zijn we heel goed in wat er allemaal niet kan. Misschien heten we daarom ook wel Nederland. Tijd voor wat meer ja." Tijdens deze tekst loopt hij naar een grensbord van Nederland en plakt hij een sticker met "Ja" over het eerste deel van het woord Nederland. Vervolgens is op het bord de tekst "Jaderland" te zien. Klager stelde dat in de reclame een grensbord wordt beplakt en dat dit volgens de wet strafbaar is. Het tonen van dergelijk gedrag in een reclame-uiting zou volgens klager ongepast zijn, omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat dit normaal of acceptabel is. Jumbo voerde aan dat in de commercial geen officieel grensbord is gebruikt, maar een speciaal voor de opnames vervaardigd rekwisiet. Daarnaast waren volgens Jumbo verschillende voorzorgsmaatregelen getroffen om gevaarlijke of hinderlijke situaties voor weggebruikers en crewleden te voorkomen.

RB 3983

Rechtbank Amsterdam: volledige eliminatie van beide misbruikselementen bepalend voor schadeberekening in Google Shopping-zaak

Rechtspraak (NL/EU) 5 nov 2025,, RB 3983; ECLI:NL:RBAMS:2025:8356 (Wolfson tegen Google), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-volledige-eliminatie-van-beide-misbruikselementen-bepalend-voor-schadeberekening-in-google-shopping-zaak

Rb. Amsterdam 5 november 2025, RB 3983; IT 5146; ECLI:NL:RBAMS:2025:8356 (Wolfson tegen Google). Dit tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam gaat over een follow-on schadeprocedure naar aanleiding van het besluit van de Europese Commissie over misbruik van machtspositie door Google [IT 4618]. De Commissie had vastgesteld dat Google haar eigen productvergelijkingsdienst (Google Shopping) systematisch bevoordeelde ten opzichte van concurrerende diensten. Dit besluit is inmiddels definitief bevestigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarmee de inbreuk en de onrechtmatigheid vaststaan. In deze procedure vordert Wolfson Capital Limited schadevergoeding, gebaseerd op aan haar gecedeerde vorderingen van de productvergelijkers Compare en Kieskeurig. De procedure bevindt zich in de fase van schadebegroting. Centraal staat de vraag welk hypothetisch scenario zonder inbreuk (de counterfactual) moet worden gehanteerd om de schade te bepalen. De kern van het geschil is of bij dit scenario beide elementen van het door de Commissie vastgestelde misbruik moeten worden weggedacht, of slechts één. Het misbruik bestond uit een combinatie van twee praktijken: (i) de prominente en gunstige weergave van Google Shopping in de zoekresultaten en (ii) de minder gunstige rangschikking van concurrerende productvergelijkers door middel van algoritmes. Wolfson stelt dat beide elementen moeten worden geëlimineerd om een reëel beeld te krijgen van de situatie zonder inbreuk. Google betoogt daarentegen dat het volstaat om slechts één element weg te denken, en dat verschillende alternatieve scenario’s denkbaar zijn waarin haar gedrag deels gehandhaafd blijft.

RB 3964

Oordeel voorzieningenrechter over bemiddelingssites Kings Online

Rechtspraak (NL/EU) 20 jan 2026,, RB 3964; ECLI:NL:RBMNE:2026:112 (Translink en Rover tegen Kings Online), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/oordeel-voorzieningenrechter-over-bemiddelingssites-kings-online

Rb. Midden-Nederland 20 januari 2026, RB 3964; IT 5092; ECLI:NL:RBMNE:2026:112 (Translink en Rover tegen Kings Online). Kings Online biedt via twee websites (www.reisproductaanvragen.nl, en www.persoonlijkreisproduct.nl., hierna: de websites) een bemiddelingsdienst aan, waarmee zij voor consumenten een OV-chipkaart bestelt. De consument moet daarvoor € 37,50 betalen. Als consumenten de OV-chipkaart via de website van de officiële uitgever Translink bestellen, bedragen de kosten daarvoor € 7,50. Translink en Rover vinden dat Kings Online zich schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken, omdat de websites en marketing van Kings Online misleidend zijn. Translink en Rover willen daarom dat Kings Online deze websites niet langer exploiteert, en dat [gedaagde partijen] ook geen andere websites mogen exploiteren waarop de aanvraag van een OV-chipkaart wordt aangeboden, op straffe van een dwangsom. Kings Online betwist dat zij zich schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken. 

RB 3751

Is de uiting als zodanig onjuist of misleidend?

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 10 jan 2023,, RB 3751; (Klager tegen PostNL), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/is-de-uiting-als-zodanig-onjuist-of-misleidend

RCC 10 januari 2023, RB 3751; Dossiernr. 2022/00511 (Klager tegen PostNL) Een klager heeft een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie over de website van PostNL, waarin staat dat zij ook post bezorgen van andere postbedrijven als deze een overeenkomst hebben met PostNL. PostNL heeft echter aangegeven dat zij geen post van andere postbedrijven bezorgen in de postbus van PostNL, wat de klager misleidend vindt. De klacht betreft een reclame-uiting voor een online-aanbod van postbussen voor zakelijke klanten. De voorzitter oordeelt dat de uiting als een beperking van het aanbod moet worden beschouwd, waarbij het aan de klant is om te beslissen hoe belangrijk deze beperking voor hen is. Een mogelijke onjuiste informatie die telefonisch is verstrekt, geeft geen reden om de uiting als misleidend te beschouwen. Ten slotte kan de voorzitter niet oordelen over de wenselijkheid van een universele verplichting tot bezorging in elkaars postbussen voor postvervoerbedrijven. De klacht wordt afgewezen.

RB 3720

Reclame Van der Valk Zuidas misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 17 okt 2022,, RB 3720; (Van der Valk Zuidas), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/reclame-van-der-valk-zuidas-misleidend

SRC 17 oktober 2022, RB 3720; 2022/00417 (Van der Valk Zuidas) Klager wilde een kamer boeken voor de aangeboden prijs. Omdat het internet vastliep heeft hij met het hotel gebeld. Er is hem verteld dat er voldoende beschikbaarheid was. Toen hij wilde boeken bleek de prijs niet € 64,50, maar € 199,50. Klager vindt de reclame misleidend. SRC oordeelt dat essentiële informatie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit te kunnen nemen niet in de uiting is opgenomen. De uiting in daarmee in strijd met artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. Tevens is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Dit omdat de gemiddelde consument er toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen.