RB 3275

KLM misleidt door prijzen te verhogen vóór aanvang Werelddeal Weken

CvB 13 december 2018, RB 3275; dossiernr. 2018/00678 (KLM Werelddeal Weken) Aanbeveling. Misleiding. De klacht is gericht tegen de website van KLM voor zover daarop tijdens de Werelddeal Weken een retourticket Amsterdam – Curaçao werd aangeboden voor € 499,- waarbij de prijs van € 649,- was doorgestreept. Geïntimeerde stelt in de klacht dat gedurende twee weken voorafgaand aan de Werelddeal Weken de vanafprijs voor een ticket naar Curaçao € 549,- bedroeg voor veel vertrekdata in januari, februari en maart 2019. Klager legt een screenshot over waarin deze prijs staat. Twee dagen voor de Werelddeal Weken verhoogde KLM volgens klager de vanafprijs van € 549,- naar € 649,-. Tijdens de Werelddeal Weken adverteert KLM met een aanbieding van € 649,- voor € 499,-. Geïntimeerde stelt dat sprake is van misleiding, nu KLM vlak voor de actiedagen de prijzen flink heeft verhoogd en vervolgens adverteert met een zogenaamde aanbieding.

1. KLM maakt in de eerste plaats bezwaar tegen de “doorverwijzing van de voorzitter aan de RCC”. Het College gaat aan dit bezwaar voorbij. In beroep is geen plaats voor toetsing van de processuele afweging of de voorzitter gebruik maakt van zijn bevoegdheid op grond van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep om zelf op een klacht te beslissen of dat dit zal worden gedaan door de voltallige Reclame Code Commissie.

2. Geïntimeerde heeft in de inleidende klacht gesteld dat gedurende twee weken voorafgaand aan de Werelddeal Weken van KLM de vanafprijs voor een heen-ticket naar Curaçao € 549,- was voor veel vertrekdata in januari, februari en maart 2019, en dat twee dagen voor de start van de Werelddeal Weken KLM de vanafprijs verhoogde van € 549,- naar € 649,-. In verband met de klacht heeft geïntimeerde een print van de website van KLM overgelegd met betrekking tot de Werelddeal Weken. Daarin is te zien dat een ticket naar Curaçao wordt aangeboden van € 649,- (doorgestreepte prijs) voor € 499,-. Verder heeft geïntimeerde een screenshot overgelegd waarin het ticket wordt aangeboden voor € 549,- met als vertrekdatum 23 januari 2019. Aldus heeft geïntimeerde gemotiveerd de eerlijkheid van de reclame voor de Werelddeal Weken aangevochten. De inhoud van de klacht is duidelijk, te weten dat KLM de reguliere prijs van een ticket naar Curaçao voorafgaand aan de Werelddeal Weken heeft verhoogd van € 549,- naar € 649,- waardoor een onjuist prijsvoordeel wordt voorgespiegeld. Daarmee ligt het op de weg van KLM om de eerlijkheid van de reclame aannemelijk te maken, zoals volgt uit artikel 15 NRC.

3. Het College begrijpt uit het door KLM in beroep gevoerde verweer dat volgens haar niet € 549,- de standaardprijs voor het heen-ticket is, maar € 649,-, en dat ‘promo-acties’ elkaar zijn opgevolgd. Uitgaande hiervan zou de prijs van € 549,- een promoprijs zijn die voorafgaand aan de Werelddeal Weken is geëindigd, waarna weer de standaardprijs van € 649,- is gaan gelden totdat de Werelddeal Weken zijn begonnen gedurende welke het heen-ticket werd aangeboden voor € 499.-. KLM heeft echter, niet in beroep en ook niet bij de Commissie, stukken overgelegd die het mogelijk maken haar stellingen te verifiëren. Evenmin is zij – noch bij de Commissie noch bij het College – ter zitting verschenen. Het College beschikt daardoor enkel over de niet te controleren stelling in het beroepschrift (KLM heeft deze stelling niet bij de Commissie aangevoerd) dat het bedrag van € 649,- het ‘structurele tarief’ was voor een heen-ticket naar Curaçao. Dit is onvoldoende om de gemotiveerde stel-ling van geïntimeerde te weerleggen dat voorafgaand aan de Werelddeal Weken € 549,- de reguliere prijs voor een heen-ticket naar Curaçao was. KLM had, gelet op de inhoud van de klacht, met stukken dienen te onderbouwen dat voorafgaand aan de Werelddeal Weken een heen-ticket naar Curaçao standaard € 649,- kostte. Nu zij dit heeft nagelaten, kan het College niet beoordelen of in de bestreden reclame-uiting terecht € 649,- als van-prijs wordt genoemd.