RB

Diensten  

RB 2444

Voor telemarketingboete is een verbinding tot stand brengen noodzakelijk

CBb 14 juli 2015, RB 2444; ECLI:NL:CBB:2015:197 (Loterijen tegen ACM)
Boete i.v.m. telemarketing voor het overbrengen van communicatie via de telefoon, ook als deze ongevraagd is (inschrijving in bel-me-niet-register), is in ieder geval noodzakelijk dat een verbinding tot stand wordt gebracht. Naar het oordeel van het College betekent dit, dat ACM, bij gebreke van het directe bewijs van de communicatie zelf, tenminste dient aan te tonen dat het gebruik van de contactgegevens er toe heeft geleid dat een verbinding tot stand is gebracht. Ook ten aanzien van de boete op grond van artikel 11.7, twaalfde lid van de Tw (oud), geldt dat ACM (onder meer) dient aan te tonen dat het gebruik van de contactgegevens ertoe heeft geleid dat er een verbinding tot stand is gebracht.

Zoals het College heeft geoordeeld in haar uitspraak van 10 juli 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:245), hoeft het recht van verzet immers alleen te worden aangeboden indien het gebruik van de contactgegevens ertoe leidt dat een verbinding met de abonnee tot stand wordt gebracht en met deze wordt gecommuniceerd. Het College kan uit de in de procedure overgelegde stukken en databestanden niet het bewijs putten dat telkens een verbinding tot stand is gebracht. Achter de telefoonnummers die in de databestanden zijn opgenomen zijn soms data en tijdstippen opgegeven. Echter, en anders dan ACM betoogt, ontbreken resultaatscodes, resultaatformulieren of andere gegevens – zoals de gespreksduur – waaruit kan worden geconcludeerd dat een verbinding tot stand is gebracht. De enkele, algemene bevestiging door de loterijen dat de telefoonnummers in de belbestanden zijn gebruikt, is ontoereikend als bewijs dat met dat gebruik een verbinding tot stand is gebracht. ACM heeft zodoende niet aangetoond dat de loterijen communicatie hebben overgebracht.

Op andere blogs:
Dirkzwager

RB 2443

Rectificatie promovendum autoverzekering via site

Vzr. Rechtbank Amsterdam 17 juli 2015, RB 2443, dossiernr: 2015/00651 (Achmea tegen Stichting Promovendum)
Uitspraak ingezonden door Ilja Morée en Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek. Reclamerecht. Vergelijkende reclame. De rectificatie werd gevorderd voor alle billboards, alle print media, radiocommercials en via direct mail waarin de claim is gebezigd. De voorzieningenrechter verbiedt Promovendum de claims "gegarandeerd 20% voordeliger autoverzekering" en "laagste (auto)premie van Nederland" of variaties daarop te gebruiken; en gebiedt de rectificatie vanwege misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame m.b.t. de autoverzekering op promovendum.nl.

Lees de beslissing (pdf/html)
Op andere blogs:
Wieringa

RB 2437

Reclameverbod met nationale uitzondering voor door apothekergeproduceerde wierookcapsules

Prejudiciële vraag HvJ EU 16 april 2015, RB 2437; zaak C-276/15 (Hecht-Pharma tegen Hohenzollern Apotheke)
Geneesmiddel. Voedingssupplement. Verzoekster verkoopt in DUI wierookcapsules als voedingssupplement. Verweerster (Hohenzollern Apotheke, eigenaar Winfried Ertelt) produceert en verkoopt wierookcapsules (onder een andere naam) als geneesmiddel zonder te beschikken over een vergunning voor het in de handel brengen ervan. Hij heeft reclame voor het product gemaakt in een brochure. Verzoekster stelt dat dit in strijd is met het verbod op reclame voor niet toegelaten geneesmiddelen en vordert dat verweerster wordt veroordeeld tot het staken van de verkoop. Verweerster stelt echter dat het reclameverbod hier niet van toepassing omdat dit verbod gekoppeld zou zijn aan de vergunningplicht van het betreffende product. Voor wierookcapsules is geen vergunning nodig. De rechter wijst de vordering af en ook in hoger beroep wordt het verzoek niet gehonoreerd. De rechter is het met verweerster eens dat, zoals ook uit de DUI regelgeving duidelijk zou blijken, het reclameverbod hier niet van toepassing is. De zaak ligt nu voor in Revision bij de verwijzende rechter.

De verwijzende DUI rechter (Bundesgerichtshof) zal eerst de vraag moeten beantwoorden of voor het geneesmiddel al dan niet een vergunning in de zin van de geneesmiddelenwetgeving vereist is. Hij gaat ervan uit dat de capsules voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor een geneesmiddel. Hij wijst verzoeksters betoog af dat Unierechtconforme uitleg van de regelgeving gebiedt het reclameverbod uit te breiden tot alle geneesmiddelen waarvoor door de overheid geen vergunning is afgegeven. Hij moet echter wel rekening houden met RL 2001/83 waarmee het gebied van geneesmiddelenreclame volledig is geharmoniseerd. In casu is onbetwist dat verweerder de wierookcapsules in overeenstemming met de DUI regelgeving produceert. Het betreft een geneesmiddel dat frequent door (tand-)artsen wordt voorgeschreven en dat in de apotheek op voorraad wordt klaargemaakt (zogenaamd ‘Defekturarzeneimittel’ . Aangezien geen sprake is van uitdrukkelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van RL 2001/83 moet getoetst worden aan artikel 3, punten 1 en 2 of de DUI regelgeving verenigbaar is met de RL. Hij legt het HvJEU de volgende vragen voor:

1. Staat artikel 3, punten 1 en 2, van richtlijn 2001/83/EG in de weg aan een nationale bepaling zoals § 21, lid 2, punt 1, van het Gesetz über den Verkehr mit Arzneimitteln (Duitse wet op de handel in geneesmiddelen; hierna: „AMG”), volgens welke voor een geneesmiddel geen vergunning is vereist wanneer sprake is van een voor gebruik bij de mens bestemd geneesmiddel dat, daar het naar vaststaat frequent door artsen en tandartsen wordt voorgeschreven, wat de wezenlijke stappen van de bereiding betreft, en tot een hoeveelheid van wel honderd verkoopklare verpakkingen per dag, in een apotheek wordt bereid in het kader van de normale exploitatie van de apotheek en dat bestemd is om te worden verstrekt in het kader van de bestaande
exploitatievergunning van de apotheek?
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
2. Geldt dat ook wanneer een nationale bepaling zoals § 21, lid 2, punt 1, AMG aldus wordt uitgelegd dat voor een geneesmiddel geen vergunning is vereist wanneer sprake is van een voor gebruik bij de mens bestemd geneesmiddel dat, daar het naar vaststaat frequent door artsen en tandartsen wordt voorgeschreven, wat de wezenlijke stappen van de bereiding betreft, en tot een hoeveelheid van wel honderd verkoopklare verpakkingen per dag, in een apotheek wordt bereid in het kader van de normale exploitatie van de apotheek en dat bestemd is om te worden verstrekt in het kader van de bestaande exploitatievergunning van de apotheek, mits het geneesmiddel op medisch recept, dat niet noodzakelijkerwijs reeds vóór de bereiding hoeft te worden overgelegd, telkens voor een bepaalde patiënt wordt verstrekt dan wel in de apotheek overeenkomstig de aanwijzingen van de farmacopee wordt bereid en voor rechtstreekse verstrekking aan patiënten is bestemd?
RB 2433

Kosten reparatie defecte producten niet altijd voor consument

CBb 8 juli 2015, RB 2433; ECLI:NL:CBB:2015:194 (BCC reparatie defecte producten)
Misleidende handelspraktijk. Bijkoopgaranties. Het College acht bewezen dat winkelketen BCC een bestendige praktijk had om bij consumenten de indruk te wekken dat na het verstrijken van de fabrieksgarantietermijn altijd kosten moeten worden betaald in verband met de reparatie van een defect product. Die informatie is niet in alle gevallen juist, aangezien uit de bepalingen in het BW omtrent de consumentenkoop voortvloeit dat de koper recht heeft op kosteloos herstel of vervanging ingeval van non-conformiteit van het product. Het sanctiebesluit [bezwaaradviescommissie ACM, besluit op bezwaar ACM, Rechtbank Rotterdam] is niet in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur. Boete €90.000 passend.

14.2. Het College is met ACM van oordeel dat de overtreding geheel aan [onderneming] te verwijten valt, nu van haar als professionele onderneming en gelet op de aard van de door haar verhandelde producten mag worden verwacht dat zij in voldoende mate kennis heeft van consumentenrecht, in het bijzonder de bepalingen over garantie en non-conformiteit, teneinde haar verplichting na te komen de consument niet onjuist en niet (potentieel) misleidend te informeren omtrent diens rechten. Het College is eveneens met ACM van oordeel dat de overtreding ernstig is, omdat, mede gelet op de duur ervan, een substantieel aantal consumenten op het verkeerde been is gezet over hun wettelijke rechten en zij daardoor nadelige gevolgen ondervonden of konden ondervinden. Voorts heeft ACM voldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat [onderneming] per 1 november 2009 is gestopt met het verkopen van bijkoopgaranties, door het boetebedrag van € 100.000,- dat zij in beginsel voor overtreding van artikel 8.8 van de Whc in verbinding met artikel 6:193, eerste lid, onder g, van het BW passend acht, met 10% te matigen. Voorts valt niet in te zien dat ACM blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door als uitgangspunt te nemen dat de hoogte van de boete zodanig moet zijn dat deze de overtreder weerhoudt van nieuwe overtredingen (speciale preventie) en ook in algemene termen ten aanzien van andere potentiële overtreders een afschrikkende werking heeft (generale preventie).
Gelet op het voorgaande onderschrijft het College het oordeel van de rechtbank dat de hoogte van de boete ad € 90.000,- passend en geboden is.
15.    Het College komt tot de conclusie dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat bestreden besluit 1 stand kan houden.
RB 2432

Website vormt een geheel en informeert voldoende over behandelmethode

RCC 2 juli 2015, RB 2432; dossiernr. 2015/00564 (KPRI) + uiting
Beslissing ingezonden door Jacqueline Schaap, Visser Schaap & Kreijger. Afwijzing. Behandelmethode nek-rugklachten. Adverteerder is aanbevolen niet meer reclame te maken voor de behandeling van rug- en nekklachten in strijd met artikel 7 NRC [dossier 2014/0039]. Volgens klaagster heeft adverteerder niet gereageerd en herhaalt klaagster haar klacht nu met betrekking tot adverteerders vernieuwde website. Volgens de website werkt de therapie met gebruik van zooltjes in schoenen door voor langere tijd, maar er zijn geen medische onderzoeken in PubMed te vinden over de verwijdering van de rug- en nekklachten door de Krullaards Perfect Reset plaat.

Het eerdere dossier had weliswaar betrekking op een uiting voor de Krullaards Perfect Reset, maar betrof een advertentie in een regionaal dagblad met een andere inhoud. Enkele pagina's van de bestreden website zijn overgelegd, maar de beoordeling dient plaats te vinden in de context van de gehele website, waarmee zij één geheel vormen. De gemiddelde consument wordt door de website voldoende geïnformeerd over de behandelig. Er wordt over een duurzame behandeling en idem resultaten gesproken, maar niet een garantie voor blijvende werkzaamheid gegarandeerd. De werkzaamheid van de behandeling is voldoende aannemelijk gemaakt door het aangevoerde empirische bewijs uit meet- en behandelgegevens van de fysiotherapeuten die de KPR-behandelingen uitvoeren.

RB 2404

Niet voldoende duidelijk waarop de totaalprijs is gebaseerd

RCC 8 mei 2015, RB 2404, dossiernr. 2015/00133 (onlinevakantiegids.nl)
Reclamecode Reisaanbiedingen. Aanbeveling. De uiting: Het betreft een uiting op www.onlinevakantiegids.nl betreffende een reis naar Egypte met verblijf in “Hotel Brayka Bay Reef Resort”. De klacht: De klacht kan als volgt worden samengevat. Klager wilde via de website www.onlinevakantiegids.nl een reis boeken voor 4 personen naar Brayka Bay. In het eerste scherm klikte hij een prijs aan van € 745,- per persoon uitgaande van een reisgezelschap van 4 personen, een 15-daagse reis, vertrek op donderdag 11 juni en een 2-persoonskamer. Blijkens het volgende scherm kwam de totaalprijs niet overeen met 4 x € 745,- = € 2980,-, maar bedroeg deze € 3266,50. Na indrukken van de knop “boek nu” volgde een scherm waar klager de vluchtklasse kon kiezen. Klager koos de economy klasse. Het volgende scherm betrof de keuze van het kamertype. Klager viel op dat in dit scherm een prijs van “€ 740,- bij een arrangement van 4 personen” werd vermeld en dat de totaalprijs van € 3266,50 nog steeds niet klopte.

Een volgend scherm betrof de kamerindeling. Ook op dit scherm werd een eindprijs van € 3266,50 vermeld. Tenslotte volgde het scherm met de kop “Selecteer uw vluchten”. Onder dat kopje staat: “De door u gekozen reis is helaas niet online boekbaar. Wij helpen u graag. Bel ons callcenter (..). Klager is nagegaan welke prijzen werden vermeld in geval van een boeking voor 2 personen. Uitgaande van een bedrag van € 821,- per persoon voor een 2-persoonskamer werd een totaalprijs vermeld van € 1634,50. Deze totaalprijs klopt wel, althans bevindt zich in de buurt van 2 x € 821,- (is gelijk aan € 1642,-). Er wordt zelfs een lagere prijs aangeboden. In het volgende scherm koos klager de economy klasse. In het daarop volgende scherm werd een kamerprijs van € 816,- vermeld, hetgeen overeenkomt met de in dat scherm opgenomen vermelde totaalprijs van € 1634,50. Vervolgens koos klager de comfortklasse. In het betreffende scherm werd dezelfde totaalprijs vermeld. Dat gold ook voor het scherm betreffende het kamertype. Vervolgens werd in het scherm met de aanhef “Uw gegevens” een totaalprijs van € 1734,50 vermeld. Kennelijk was nu de toeslag van € 100,- voor het verschil tussen comfort en economy klasse verwerkt. Klager heeft bij de 4-persoonsboeking dezelfde stappen doorlopen als bij de 2-persoonsboeking. Hij mocht aannemen dat in de prijs van € 745,-, de toeslag voor economy klasse al verwerkt was, evenals het geval was bij de prijs van € 821,- in geval van een de 2-persoonsboeking. Klager vindt dat hij blij gemaakt wordt met een dode mus. Hij dacht met economy klasse een boeking te kunnen doen voor 4 x € 745,- = € 2980,-. Als toeslag voor de bagage verwachtte hij nog een bijkomend bedrag van € 112,- te moeten betalen, maar dankzij een kortingsmail “nieuws 75” zou daar nog € 75,- van af gaan. De totaalprijs van de reis zou dan € 2980,- plus € 37,- = € 3017,- bedragen. In reactie op klagers e-mail over het bovenstaande aan adverteerder deelde adverteerder onder meer het volgende mee. De economy class is opgedeeld in verschillende tarieven. Mogelijk betaalt de ene passagier voor een stoel geen toeslag, maar betaalt zijn buurman een toeslag van € 25,-. Indien er voor 2 personen op bepaalde data nog plaats is, maar voor 4 personen niet, dan moet automatisch voor 4 personen een toeslag worden betaald.
Voorts zijn de prijzen in het beginscherm richtprijzen. Zodra men deze aanklikt, verschijnt het totaalbedrag. Alle reisorganisaties werken niet meer met standaardprijzen, maar met dag-/vanaf prijzen. Zodra men de datum aanklikt, ontvangt men de juiste prijs.

Het oordeel:

In artikel IV lid 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014, welk artikel op de onderhavige uiting van toepassing is, is onder meer bepaald:

“Aanbieders zijn in hun uitnodigingen tot aankoop op dezelfde wijze als in reclame-uitingen conform artikel III lid 1 van deze Code gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen”.

Naar het oordeel van de Commissie zijn in de onderhavige uiting geen duidelijke prijzen gehanteerd. Niet, althans niet voldoende duidelijk is, ook niet na het gevoerde verweer, waarop de totaalprijs van € 3266,50 is gebaseerd. De Commissie begrijpt het verweer aldus dat in het prijsoverzicht een prijs per persoon wordt vermeld die is gebaseerd op het meest voordelige kamertype en de meest voordelige kamerindeling, maar dat bij aanklikken van de prijs kan blijken dat de betreffende kamerindeling niet beschikbaar is, waarna de website een alternatieve kamerindeling geeft en een alternatieve prijs. De mededeling onder de prijzenmatrix: ‘afhankelijk van de beschikbaarheid kan er een extra toeslag gelden’ geeft omtrent deze gang van zaken niet voldoende duidelijkheid, en ook anderszins valt uit de bestreden uiting niet op te maken hoe de totaalprijs, van in dit geval € 3266,50, tot stand komt. Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de uiting in strijd met artikel IV lid 1 RR.

RB 2395

Fletcher aanbieding veel korter aangeboden dan vermeld

Vz. RCC 22 april 2015, RB 2395, dossiernr. 2015/00215 (Fletcher - lokkertje)
Misleidend. Voorzitterstoewijzing. De uiting: Het betreft de website www.fletcher.nl voor zover op deze website een “65 euro actie” stond die inhield dat men voor deze prijs in 65 hotels met twee personen kon overnachten inclusief welkomstdrankje, ontbijtbuffet en informatiepakket van de omgeving. In de uiting stond onder meer: “Deze aanbieding is te boeken t/m maart 2015”. De klacht: Klager stelt, samengevat, dat een kennis van hem op 22 januari 2015 de aanbieding op de website van adverteerder zag. Toen klager wilde gaan boeken, was de aanbieding niet meer te vinden, ondanks dat deze tot en maart 2015 te boeken zou zijn. Volgens klager is sprake van een lokkertje.

Het oordeel:

1) In de bestreden uiting staat dat de daarin vermelde aanbieding “is te boeken t/m maart 2015”. Uit hetgeen klager stelt, blijkt echter dat het op 3 maart 2015 niet meer mogelijk was de aanbieding te boeken omdat deze niet meer online beschikbaar was. Uit hetgeen adverteerder stelt blijkt dat de aanbieding online stond van 2 november 2014 tot 11 februari 2015.

2) Het enkele feit dat de aanbieding begin maart 2015 niet meer online stond, is onvoldoende om te oordelen dat sprake is van een lokkertje in de zin van punt 5 van de bij artikel 8.5 van de Nederlandse Reclame Code behorende bijlage 1. Evenmin kan dit enkele feit tot het oordeel leiden dat sprake is van onvoldoende beschikbaarheid in de zin van het bepaalde onder V lid 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014.

3) Wel brengt het feit dat de aanbieding blijkbaar vanaf 11 februari 2015 niet meer kon worden geboekt mee dat de mededeling in de uiting dat de aanbieding “is te boeken t/m maart 2015” onjuist is. Hierdoor is geen juiste informatie verstrekt over de beschikbaarheid als bedoeld onder b van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

RB 2393

Bijkomende boekingskosten niet in één oogopslag zichtbaar

Vz. RCC 15 april 2015, RB 2393, dossiernr. 2015/00174 (Travelbird.nl)
RR. Voorzitterstoewijzing. De uiting: Het betreft de website www.travelbird.nl voor zover op deze website een aanbieding stond voor “Hotel met dagje wellness”, welk arrangement in het kader van 50% korting was afgeprijsd van € 69,-- naar € 34,50 per persoon. De klacht: Klager stelt, kort samengevat, dat het arrangement wordt aangeboden voor € 34,50, hetgeen verderop in de tekst nog eens wordt bevestigd. Later blijkt dat adverteerder € 20,-- aan onvermijdbare boekingskosten in rekening brengt. Hierdoor bedraagt de korting in feite maar 30%. Klager stelt dat de kosten van het arrangement en met name het kortingspercentage misleidend zijn, en dat in de uiting bij de prijs ten minste een verwijzing had moeten staan waaruit blijkt dat de prijs exclusief boekingskosten is.

Het oordeel:

1. De voorzitter stelt voorop dat de bestreden uiting valt onder de reikwijdte van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014, zodat aan deze code zal getoetst. Meer in het bijzonder is sprake van een uitnodiging tot aankoop als bedoeld onder IV RR 2014. De klacht heeft in het bijzonder betrekking op boekingskosten. De voorzitter begrijpt dat klager in de eerste plaats bezwaar maakt tegen het feit dat deze kosten niet in de prijs zijn inbegrepen en volgens hem niet bij de prijs worden genoemd. Dienaangaande oordeelt de voorzitter als volgt.

2. Adverteerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de boekingskosten variabele onvermijdbare kosten zijn. Deze kosten worden immers per boeking berekend in plaats van per persoon. Dergelijke kosten kunnen niet in de geadverteerde prijs per persoon worden verdisconteerd. Wel geldt in een dergelijk geval de verplichting deze kosten direct naast of onder de geadverteerde prijs te vermelden. Adverteerder stelt dat aan deze verplichting is voldaan door middel van een informatiebutton waarop men kan klikken om de boekingskosten te zien. De voorzitter constateert echter dat op de door klager overgelegde print van de bestreden uiting geen informatiebutton is te zien. Los daarvan is de voorzitter van oordeel dat een dergelijke button onvoldoende beantwoordt aan de eis dat de kosten direct naast of onder de geadverteerde prijs worden vermeld. Deze eis dient blijkens de toelichting in het bepaalde onder III lid 1 aanhef en onder a) RR 2014 immers zo te worden begrepen dat de kosten in één oogopslag zichtbaar zijn. Dat die kosten ook elders in de uiting worden genoemd, doet niet af aan het oordeel dat de uiting op grond van het voorgaande in strijd is met het bepaalde onder IV sub 1 in verbinding met het bepaalde onder III sub 1 RR 2014.

3. Doordat adverteerder de boekingskosten niet direct naast of onder de geadverteerde prijs vermeldt, doet zich in feite de situatie voor dat de korting van 50% later geheel of gedeeltelijk ongedaan wordt gemaakt door variabele onvermijdbare kosten. Klager stelt ook dat de korting slechts 30% bedraagt indien de boekingskosten in aanmerking worden genomen. Het te laat vermelden van de boekingskosten impliceert dat de onderhavige uiting tevens in strijd is met het bepaalde onder III sub 2.2 RR 2014.

De beslissing van de voorzitter

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde

onder IV sub 1 in verbinding met het bepaalde onder III sub 1 RR 2014, alsmede in strijd met het bepaalde onder III sub 2.2 RR 2014. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
RB 2391

Bedrag toeslag voor éénpersoonskamer klopt niet

Vz. RCC 14 april 2015, RB 2390, dossiernr. 2015/00178 (Sawadee.nl)
Misleidend. Voorzitterstoewijzing. Zonder opleggen aanbeveling. De uiting: Het betreft een reclame-uiting op de website van adverteerder www.sawadee.nl voor zover hierop een rondreis naar IJsland wordt aangeboden waarbij onder het kopje ‘reisinfo’ (onder andere) staat vermeld: “Wanneer je liever een eigen kamer hebt, dan kun je voor € 350,-- extra een éénpersoonskamer boeken.” De klacht: Klaagster stelt dat in de bestreden uiting onder het kopje ‘reisinformatie’ ten onrechte staat vermeld dat voor een éénpersoonskamer een toeslag van € 350,-- wordt berekend. Klaagster heeft ondervonden dat de toeslag van een éénpersoonskamer € 500,-- blijkt te zijn.

Het oordeel:

1. De bestreden uiting is een uitnodiging tot aankoop gericht op de Nederlandse markt betreffende reisdiensten en is aldus aan te merken als een uiting waarop – naast de andere bepalingen van de Nederlandse Reclame Code (NRC) – de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) van toepassing is. Ingevolge het bepaalde onder IV lid 1 RR zijn aanbieders van reisdiensten in hun uitnodigingen tot aankoop op dezelfde wijze als in reclame-uitingen, conform het bepaalde onder III lid 1 RR, gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen.

2. Niet in geschil is dat in de bestreden reclame-uiting ten onrechte is vermeld dat de toeslag van een éénpersoonskamer € 350,-- (in plaats van € 500,--) bedraagt. Op grond van vorenstaande is de voorzitter van oordeel dat er geen correcte informatie is verschaft over de prijs waarmee adverteerder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde onder IV sub 1 RR in verbinding met het bepaalde onder III sub 1 RR.

3. De voorzitter zal – nu adverteerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in de onderhavige kwestie sprake is geweest van een éénmalige fout en zij haar website direct heeft aangepast – gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep en een aanbeveling achterwege laten.
RB 2385

"Beste aanbod" betekent geen laagsteprijsgarantie

RCC 7 april 2015, RB 2385, dossiernr. 2015/00132 (Cruisetravel.nl)
Misleiding. Gedeeltelijke aanbeveling. De uiting: Het betreft de aanbieding op adverteerders website www.cruisetravel.nl van een 16-daagse cruise met ms. Zuiderdam van Fort Lauderdale naar Civitavecchia (Rome) “Nu voor € 649 pp” en “Vanaf 1.669 voor € 649”. De klacht: In de eerste twee stappen van het boekingsproces van bovengenoemde 16-daagse cruise (“hutindeling” en “reisgezelschap”) wordt telkens de actieprijs van € 649,- p.p. getoond. Bij stap 3 (“overzicht en betalen”) blijkt deze actieprijs opeens verhoogd te zijn met € 50,- tot € 699,- p.p. Gelet hierop acht klager de aanbieding van de cruise voor € 649,- misleidend. Bovendien is de prijs van € 699,- niet in overeenstemming met de door Cruise Travel geboden ‘laagsteprijsgarantie’. Deze garantie blijkt uit de mededeling van adverteerder op haar website dat zij “het beste aanbod” kan doen omdat zij in nauw contact staat met de rederijen zelf. Klager heeft van de betreffende rederij (Holland America Line) vernomen dat zij dezelfde cruise aanbiedt voor € 649,-.

Het oordeel:

1) De bestreden uiting met boekingsmodule is een uitnodiging tot aankoop gericht op de Nederlandse markt betreffende reisdiensten en is aldus aan te merken als een uiting waarop

- naast de andere bepalingen van de Nederlandse Reclame Code (NRC) - de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) van toepassing is. Ingevolge het bepaalde in artikel IV lid 1 RR zijn aan-bieders van reisdiensten in hun uitnodigingen tot aankoop op dezelfde wijze als in reclame-uitingen conform artikel III lid 1 RR gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen.

2) Daarvan is naar het oordeel van de Commissie in het onderhavige geval geen sprake. Adverteerder heeft immers erkend, zo begrijpt de Commissie, dat de voor de cruise geadverteerde prijs van € 649,- p.p. op het moment van boeken door klager niet de juiste prijs was en vervangen had moeten zijn door de kennelijk inmiddels geldende – en aan klager berekende – prijs van € 699,-. De omstandigheid dat een geadverteerde prijs als gevolg van een technische storing niet overeenkomt met de actuele prijs, wat volgens adverteerder mogelijk is en bij de boeking van klager het geval was, dient voor rekening van adverteerder te komen en neemt niet weg dat in de uiting geen correcte prijs is gehanteerd.

Gelet op het voorgaande is de uiting in strijd met het bepaalde in artikel IV lid 1 RR.

3) Klager heeft voorts aangevoerd dat de in rekening gebrachte prijs van € 699,- niet overeenstemt met de door Cruise Travel gehanteerde ‘laagsteprijsgarantie’, nu dezelfde cruise door de rederij werd aangeboden voor € 649,-. Deze klacht treft naar het oordeel van de Commissie geen doel. De zinsnede “beste aanbod”, die door klager wordt uitgelegd als ‘laagsteprijsgarantie’, staat op de website in de volgende context:

“De belangrijkste reden om bij Cruise Travel te boeken Grootste (on-line) aanbod van de mooiste cruises Wij zijn agent voor vele gerenommeerde cruisemaatschappijen. Dat betekent voor u dat we in nauw contact staan met de rederijen zelf en u het beste aanbod kunnen doen. Er is altijd een schip dat bij u past. U kunt bij ons kiezen uit 26 rederijen en meer dan 200 schepen van 3 tot 6 sterren.”

Gelet op deze context kan niet worden gezegd dat Cruise Travel met “beste aanbod” bedoelt een laagsteprijsgarantie te hanteren. Dit onderdeel van de klacht wordt daarom afgewezen.