RB

Diensten  

RB 2452

Onduidelijke claim over 1 ton CO2

RCC 16 juli 2015, RB 2452; dossiernr. 2015/00659 (Groener vliegen)
Aanbeveling (gedeeltelijk). MIlieu. De uiting:“Groener vliegen past binnen een verantwoord reisbeleid. Het vermindert reiskosten en CO2. Met TravelScan, TravelCoach en GreenSeat van Climate Neutral Group kunt u tot wel 25% besparen. Deze diensten geven u inzicht en praktische suggesties voor het vermijden, verminderen en vergroenen van uw zakelijke vluchten".“U vliegt al klimaatneutraal binnen Europa voor de prijs van een kop koffie. 100% Klimaatneutraal vliegen?"

De klacht: 

a. In de advertentie staat: “Groener vliegen = ook lagere reiskosten”. Het is onbegrijpelijk hoe dit mogelijk is zonder de gevlogen afstanden te bekorten.

b. Onder de kop “100% Klimaatneutraal vliegen?” staat:
“Compensatie is de enige manier om uw CO2-uitstoot volledig te beperken” en verderop staat: “1 ton CO2 hier geproduceerd = 1 ton CO2 daar gereduceerd” . Voor klimaatneutraal vliegen kan echter niet worden volstaan met het verminderen van dezelfde hoeveelheid CO2. Volgens de IPPC-rapporten kent de CO2-uitstoot bij vluchten 2 tot 3 keer meer klimaatgevolgen. De website www.climateneutralgroup.com” verwijst ook naar het IPPC (“het door het UN aangewezen instituut dat klimaatverandering wetenschappelijk onderzoekt”). Er is derhalve geen sprake van klimaatneutrale reductie. Ook de vorming van roet en condensstrepen dient bij de compensatie te worden betrokken.

c. Op de site staat: “Wanneer u rechtstreeks via Climate Neutral Group klimaatneutraal vliegt, levert u per kwartaal of per jaar een lijst aan met uw vluchtdata”. “Neutraal” wordt echter niet bereikt door compensatie achteraf, soms na een jaar. Het tijdelijk hogere CO2-gehalte wordt genegeerd.

d.Op de site staat: “U vliegt al klimaatneutraal binnen Europa voor de prijs van een kop koffie”. Klager vindt het misleidend om de huidige, lage CO2-prijs als maatstaf te nemen.

Het oordeel van de Commissie: Ad a. De Commissie begrijpt dat adverteerder bedrijven adviseert over -zoals in het verweer gesteld- “een groener reisbeleid, dat in de meeste gevallen leidt tot lagere reiskosten”, bijvoorbeeld omdat Business class wordt vervangen door Economy class, maar ook omdat videoconferences worden gehouden of treinreizen worden gemaakt, in plaats van dat men vliegt. Ter zitting is namens adverteerder meegedeeld dat uit communicatief oogpunt beter zou kunnen worden gesproken over “Groener reizen” dan over “Groener vliegen”.

Nu adverteerder onder “groener vliegen” ook verstaat dat men niet vliegt om kosten te besparen is de juistheid van de mededeling “Groener vliegen = ook lagere reiskosten” niet aannemelijk geworden. In zoverre gaat de advertentie gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad b.

Op de site staat onder de kop “100% Klimaatneutraal vliegen?”:

“Compensatie is de enige manier om uw CO2-uitstoot volledig te beperken” en verderop staat: “1 ton CO2 hier geproduceerd = 1 ton CO2 daar gereduceerd”. In dit onderdeel van de website is niet vermeld dat de mededeling “1 ton CO2 hier geproduceerd” niet alleen ziet op het broeikasgas CO2,   maar ook op andere broeikasgassen, zoals methaan en stikstofoxide en op de vorming van roet en condensstrepen, die volgens het verweer alle worden betrokken in de berekening. Elders op de website staat wel:

“Op deze GreenSeat vlieg je klimaatneutraal, wat betekent dat alle broeikasgassen, roet en condensstrepen worden meegenomen in de berekening”,

maar deze mededeling geeft onvoldoende duidelijkheid over wat wordt bedoeld met “1 ton CO2 hier geproduceerd”.

Gelet op bovenbedoelde onduidelijkheid acht de Commissie de uiting voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de voordelen van het product als bedoeld in 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Aangezien de bestreden uiting moet worden aangemerkt als een milieuclaim in de zin van de Milieu Reclame Code (MRC), acht de Commissie de uiting tevens in strijd met artikel 2 MRC. Deze bepaling houdt -voor zover hier van belang- in dat milieuclaims geen mededelingen of suggesties mogen bevatten waardoor de consument kan worden misleid over milieuaspecten van de aangeprezen producten.

Ad c.

Adverteerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van compensatie vooraf, en wel als volgt. Als een bedrijf zelf zijn vluchten boekt, wordt er op basis van de vluchtdata die het bedrijf aan adverteerder aanlevert per kwartaal of jaar, gecompenseerd. In dit geval wordt vooraf betaald en gecompenseerd, aldus adverteerder. Er wordt een inschatting gemaakt van de CO2-uitstoot en de kosten om dit te compenseren op basis van de vluchtdata van het jaar ervoor. Aan de hand van de werkelijk uitgevoerde vluchten vindt een nacalculatie plaats en wordt het verschil verrekend, overeenkomstig het principe van de energienota.

Derhalve acht de Commissie dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Ad d.

De Commissie ziet geen aanleiding om de juistheid in twijfel te trekken van adverteerders mededeling dat de CO2-prijs op dit moment € 5,- per ton bedraagt en dat de CO2-prijs van een vlucht Londen-Parijs thans € 2,50 bedraagt, welk bedrag via adverteerder kan worden geïnvesteerd in een klimaatcompensatieproject. Derhalve acht de Commissie klagers bezwaar tegen de mededeling “U vliegt al klimaatneutraal binnen Europa voor de prijs van een kop koffie” ongegrond.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

Op grond van het oordeel onder Ad a respectievelijk Ad b acht de Commissie de advertentie in strijd met artikel 7 NRC en de uiting op de website in strijd met de artikelen 7 NRC en 2 MRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

RB 2450

Andere invulling Jumbo's Laagste Prijs Garantie voor de Slijterij

RCC 9 juli 2015, RB 2450; dossiernr. 2015/00522/I (Jumbo Jonge Graanjenever)
page_1.jpgAanbeveling. Alcohol. Laagste prijsgarantie. Ontbreken essentiële informatie. Het betreft een advertentie van Jumbo Brinkman Heerde in “Nieuws- en advertentieblad Schaapskooi” van 31 maart 2015. In de advertentie staat “Jumbo’s Laagste Prijs Garantie” en daarboven staat de tekst: “Laagste prijs garantie… Ook op onze Slijterij”. In de spelregels voor de laagsteprijsgarantie, die op de website jumbo.com staan, wordt de consument gewezen op de voor alcohol geldende uitzondering op de gratis verstrekking van producten met de volgende mededeling: “Geneesmiddelen, rookwaren, alcoholische dranken en zuigelingenvoeding (0-6 maanden) verstrekken we niet gratis vanwege wettelijke voorschriften.” Het verstrekken van een waardebon heeft het effect van het gratis maken van alcohol en is daarom evenmin in overeenstemming met de RVA.

Oordeel: (...) Alcoholische dranken blijken echter “vanwege wettelijke voorschriften” van de gratis verstrekking uitgezonderd te zijn. Bij deze producten betekent de laagsteprijsgarantie alleen een aanpassing van de prijs door Jumbo indien hetzelfde product door een andere supermarkt in de buurt voor een lagere vaste prijs wordt aangeboden.

2. Dat de geadverteerde laagsteprijsgarantie op slijterijartikelen op een wezenlijk beperktere manier wordt ingevuld dan bij het grootste deel van het assortiment van Jumbo supermarkten het geval is, betreft essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen. Naar het oordeel van de Commissie dient de consument daarom al in de uiting te worden geïnformeerd over de invulling van de laagste-prijsgarantie met betrekking tot slijterijartikelen. In dit specifieke geval is een algemene verwijzing naar de spelregels van Jumbo onvoldoende om de gemiddelde consument attent te maken op een afwijkende invulling van de laagsteprijsgarantie voor alcoholhoudende dranken.

3. Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat in de onderhavige advertentie sprake is van het ontbreken van essentiële informatie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

4. Nu de bestreden advertentie Jumbo Brinkman als afzender vermeldt en als onweersproken vaststaat dat Jumbo Brinkman als franchisenemer de advertentie heeft ontwikkeld en geplaatst, houdt de Commissie alleen Jumbo Brinkman verantwoordelijk voor de hiervoor geconstateerde overtreding van de NRC. Voor zover de klacht is gericht tegen Jumbo, wordt de klacht afgewezen.

RB 2444

Voor telemarketingboete is een verbinding tot stand brengen noodzakelijk

CBb 14 juli 2015, RB 2444; ECLI:NL:CBB:2015:197 (Loterijen tegen ACM)
No_Phone.jpgBoete i.v.m. telemarketing voor het overbrengen van communicatie via de telefoon, ook als deze ongevraagd is (inschrijving in bel-me-niet-register), is in ieder geval noodzakelijk dat een verbinding tot stand wordt gebracht. Naar het oordeel van het College betekent dit, dat ACM, bij gebreke van het directe bewijs van de communicatie zelf, tenminste dient aan te tonen dat het gebruik van de contactgegevens er toe heeft geleid dat een verbinding tot stand is gebracht. Ook ten aanzien van de boete op grond van artikel 11.7, twaalfde lid van de Tw (oud), geldt dat ACM (onder meer) dient aan te tonen dat het gebruik van de contactgegevens ertoe heeft geleid dat er een verbinding tot stand is gebracht.

Zoals het College heeft geoordeeld in haar uitspraak van 10 juli 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:245), hoeft het recht van verzet immers alleen te worden aangeboden indien het gebruik van de contactgegevens ertoe leidt dat een verbinding met de abonnee tot stand wordt gebracht en met deze wordt gecommuniceerd. Het College kan uit de in de procedure overgelegde stukken en databestanden niet het bewijs putten dat telkens een verbinding tot stand is gebracht. Achter de telefoonnummers die in de databestanden zijn opgenomen zijn soms data en tijdstippen opgegeven. Echter, en anders dan ACM betoogt, ontbreken resultaatscodes, resultaatformulieren of andere gegevens – zoals de gespreksduur – waaruit kan worden geconcludeerd dat een verbinding tot stand is gebracht. De enkele, algemene bevestiging door de loterijen dat de telefoonnummers in de belbestanden zijn gebruikt, is ontoereikend als bewijs dat met dat gebruik een verbinding tot stand is gebracht. ACM heeft zodoende niet aangetoond dat de loterijen communicatie hebben overgebracht.

Op andere blogs:
Dirkzwager

RB 2443

Rectificatie promovendum autoverzekering via site

Vzr. Rechtbank Amsterdam 17 juli 2015, RB 2443, dossiernr: 2015/00651 (Achmea tegen Stichting Promovendum)
Uitspraak ingezonden door Ilja Morée en Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek. Reclamerecht. Vergelijkende reclame. De rectificatie werd gevorderd voor alle billboards, alle print media, radiocommercials en via direct mail waarin de claim is gebezigd. De voorzieningenrechter verbiedt Promovendum de claims "gegarandeerd 20% voordeliger autoverzekering" en "laagste (auto)premie van Nederland" of variaties daarop te gebruiken; en gebiedt de rectificatie vanwege misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame m.b.t. de autoverzekering op promovendum.nl.

Lees de beslissing (pdf/html)
Op andere blogs:
Wieringa

RB 2437

Reclameverbod met nationale uitzondering voor door apothekergeproduceerde wierookcapsules

Prejudiciële vraag HvJ EU 16 april 2015, RB 2437; zaak C-276/15 (Hecht-Pharma tegen Hohenzollern Apotheke)
02260550.jpgGeneesmiddel. Voedingssupplement. Verzoekster verkoopt in DUI wierookcapsules als voedingssupplement. Verweerster (Hohenzollern Apotheke, eigenaar Winfried Ertelt) produceert en verkoopt wierookcapsules (onder een andere naam) als geneesmiddel zonder te beschikken over een vergunning voor het in de handel brengen ervan. Hij heeft reclame voor het product gemaakt in een brochure. Verzoekster stelt dat dit in strijd is met het verbod op reclame voor niet toegelaten geneesmiddelen en vordert dat verweerster wordt veroordeeld tot het staken van de verkoop. Verweerster stelt echter dat het reclameverbod hier niet van toepassing omdat dit verbod gekoppeld zou zijn aan de vergunningplicht van het betreffende product. Voor wierookcapsules is geen vergunning nodig. De rechter wijst de vordering af en ook in hoger beroep wordt het verzoek niet gehonoreerd. De rechter is het met verweerster eens dat, zoals ook uit de DUI regelgeving duidelijk zou blijken, het reclameverbod hier niet van toepassing is. De zaak ligt nu voor in Revision bij de verwijzende rechter.

De verwijzende DUI rechter (Bundesgerichtshof) zal eerst de vraag moeten beantwoorden of voor het geneesmiddel al dan niet een vergunning in de zin van de geneesmiddelenwetgeving vereist is. Hij gaat ervan uit dat de capsules voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor een geneesmiddel. Hij wijst verzoeksters betoog af dat Unierechtconforme uitleg van de regelgeving gebiedt het reclameverbod uit te breiden tot alle geneesmiddelen waarvoor door de overheid geen vergunning is afgegeven. Hij moet echter wel rekening houden met RL 2001/83 waarmee het gebied van geneesmiddelenreclame volledig is geharmoniseerd. In casu is onbetwist dat verweerder de wierookcapsules in overeenstemming met de DUI regelgeving produceert. Het betreft een geneesmiddel dat frequent door (tand-)artsen wordt voorgeschreven en dat in de apotheek op voorraad wordt klaargemaakt (zogenaamd ‘Defekturarzeneimittel’ . Aangezien geen sprake is van uitdrukkelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van RL 2001/83 moet getoetst worden aan artikel 3, punten 1 en 2 of de DUI regelgeving verenigbaar is met de RL. Hij legt het HvJEU de volgende vragen voor:

1. Staat artikel 3, punten 1 en 2, van richtlijn 2001/83/EG in de weg aan een nationale bepaling zoals § 21, lid 2, punt 1, van het Gesetz über den Verkehr mit Arzneimitteln (Duitse wet op de handel in geneesmiddelen; hierna: „AMG”), volgens welke voor een geneesmiddel geen vergunning is vereist wanneer sprake is van een voor gebruik bij de mens bestemd geneesmiddel dat, daar het naar vaststaat frequent door artsen en tandartsen wordt voorgeschreven, wat de wezenlijke stappen van de bereiding betreft, en tot een hoeveelheid van wel honderd verkoopklare verpakkingen per dag, in een apotheek wordt bereid in het kader van de normale exploitatie van de apotheek en dat bestemd is om te worden verstrekt in het kader van de bestaande
exploitatievergunning van de apotheek?
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
2. Geldt dat ook wanneer een nationale bepaling zoals § 21, lid 2, punt 1, AMG aldus wordt uitgelegd dat voor een geneesmiddel geen vergunning is vereist wanneer sprake is van een voor gebruik bij de mens bestemd geneesmiddel dat, daar het naar vaststaat frequent door artsen en tandartsen wordt voorgeschreven, wat de wezenlijke stappen van de bereiding betreft, en tot een hoeveelheid van wel honderd verkoopklare verpakkingen per dag, in een apotheek wordt bereid in het kader van de normale exploitatie van de apotheek en dat bestemd is om te worden verstrekt in het kader van de bestaande exploitatievergunning van de apotheek, mits het geneesmiddel op medisch recept, dat niet noodzakelijkerwijs reeds vóór de bereiding hoeft te worden overgelegd, telkens voor een bepaalde patiënt wordt verstrekt dan wel in de apotheek overeenkomstig de aanwijzingen van de farmacopee wordt bereid en voor rechtstreekse verstrekking aan patiënten is bestemd?
RB 2433

Kosten reparatie defecte producten niet altijd voor consument

CBb 8 juli 2015, RB 2433; ECLI:NL:CBB:2015:194 (BCC reparatie defecte producten)
garanties.pngMisleidende handelspraktijk. Bijkoopgaranties. Het College acht bewezen dat winkelketen BCC een bestendige praktijk had om bij consumenten de indruk te wekken dat na het verstrijken van de fabrieksgarantietermijn altijd kosten moeten worden betaald in verband met de reparatie van een defect product. Die informatie is niet in alle gevallen juist, aangezien uit de bepalingen in het BW omtrent de consumentenkoop voortvloeit dat de koper recht heeft op kosteloos herstel of vervanging ingeval van non-conformiteit van het product. Het sanctiebesluit [bezwaaradviescommissie ACM, besluit op bezwaar ACM, Rechtbank Rotterdam] is niet in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur. Boete €90.000 passend.

14.2. Het College is met ACM van oordeel dat de overtreding geheel aan [onderneming] te verwijten valt, nu van haar als professionele onderneming en gelet op de aard van de door haar verhandelde producten mag worden verwacht dat zij in voldoende mate kennis heeft van consumentenrecht, in het bijzonder de bepalingen over garantie en non-conformiteit, teneinde haar verplichting na te komen de consument niet onjuist en niet (potentieel) misleidend te informeren omtrent diens rechten. Het College is eveneens met ACM van oordeel dat de overtreding ernstig is, omdat, mede gelet op de duur ervan, een substantieel aantal consumenten op het verkeerde been is gezet over hun wettelijke rechten en zij daardoor nadelige gevolgen ondervonden of konden ondervinden. Voorts heeft ACM voldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat [onderneming] per 1 november 2009 is gestopt met het verkopen van bijkoopgaranties, door het boetebedrag van € 100.000,- dat zij in beginsel voor overtreding van artikel 8.8 van de Whc in verbinding met artikel 6:193, eerste lid, onder g, van het BW passend acht, met 10% te matigen. Voorts valt niet in te zien dat ACM blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door als uitgangspunt te nemen dat de hoogte van de boete zodanig moet zijn dat deze de overtreder weerhoudt van nieuwe overtredingen (speciale preventie) en ook in algemene termen ten aanzien van andere potentiële overtreders een afschrikkende werking heeft (generale preventie).
Gelet op het voorgaande onderschrijft het College het oordeel van de rechtbank dat de hoogte van de boete ad € 90.000,- passend en geboden is.
15.    Het College komt tot de conclusie dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat bestreden besluit 1 stand kan houden.
RB 2432

Website vormt een geheel en informeert voldoende over behandelmethode

RCC 2 juli 2015, RB 2432; dossiernr. 2015/00564 (KPRI) + uiting
bekken_correctie_02.jpgBeslissing ingezonden door Jacqueline Schaap, Visser Schaap & Kreijger. Afwijzing. Behandelmethode nek-rugklachten. Adverteerder is aanbevolen niet meer reclame te maken voor de behandeling van rug- en nekklachten in strijd met artikel 7 NRC [dossier 2014/0039]. Volgens klaagster heeft adverteerder niet gereageerd en herhaalt klaagster haar klacht nu met betrekking tot adverteerders vernieuwde website. Volgens de website werkt de therapie met gebruik van zooltjes in schoenen door voor langere tijd, maar er zijn geen medische onderzoeken in PubMed te vinden over de verwijdering van de rug- en nekklachten door de Krullaards Perfect Reset plaat.

Het eerdere dossier had weliswaar betrekking op een uiting voor de Krullaards Perfect Reset, maar betrof een advertentie in een regionaal dagblad met een andere inhoud. Enkele pagina's van de bestreden website zijn overgelegd, maar de beoordeling dient plaats te vinden in de context van de gehele website, waarmee zij één geheel vormen. De gemiddelde consument wordt door de website voldoende geïnformeerd over de behandelig. Er wordt over een duurzame behandeling en idem resultaten gesproken, maar niet een garantie voor blijvende werkzaamheid gegarandeerd. De werkzaamheid van de behandeling is voldoende aannemelijk gemaakt door het aangevoerde empirische bewijs uit meet- en behandelgegevens van de fysiotherapeuten die de KPR-behandelingen uitvoeren.

RB 2404

Niet voldoende duidelijk waarop de totaalprijs is gebaseerd

RCC 8 mei 2015, RB 2404, dossiernr. 2015/00133 (onlinevakantiegids.nl)
logo.gifReclamecode Reisaanbiedingen. Aanbeveling. De uiting: Het betreft een uiting op www.onlinevakantiegids.nl betreffende een reis naar Egypte met verblijf in “Hotel Brayka Bay Reef Resort”. De klacht: De klacht kan als volgt worden samengevat. Klager wilde via de website www.onlinevakantiegids.nl een reis boeken voor 4 personen naar Brayka Bay. In het eerste scherm klikte hij een prijs aan van € 745,- per persoon uitgaande van een reisgezelschap van 4 personen, een 15-daagse reis, vertrek op donderdag 11 juni en een 2-persoonskamer. Blijkens het volgende scherm kwam de totaalprijs niet overeen met 4 x € 745,- = € 2980,-, maar bedroeg deze € 3266,50. Na indrukken van de knop “boek nu” volgde een scherm waar klager de vluchtklasse kon kiezen. Klager koos de economy klasse. Het volgende scherm betrof de keuze van het kamertype. Klager viel op dat in dit scherm een prijs van “€ 740,- bij een arrangement van 4 personen” werd vermeld en dat de totaalprijs van € 3266,50 nog steeds niet klopte.

Een volgend scherm betrof de kamerindeling. Ook op dit scherm werd een eindprijs van € 3266,50 vermeld. Tenslotte volgde het scherm met de kop “Selecteer uw vluchten”. Onder dat kopje staat: “De door u gekozen reis is helaas niet online boekbaar. Wij helpen u graag. Bel ons callcenter (..). Klager is nagegaan welke prijzen werden vermeld in geval van een boeking voor 2 personen. Uitgaande van een bedrag van € 821,- per persoon voor een 2-persoonskamer werd een totaalprijs vermeld van € 1634,50. Deze totaalprijs klopt wel, althans bevindt zich in de buurt van 2 x € 821,- (is gelijk aan € 1642,-). Er wordt zelfs een lagere prijs aangeboden. In het volgende scherm koos klager de economy klasse. In het daarop volgende scherm werd een kamerprijs van € 816,- vermeld, hetgeen overeenkomt met de in dat scherm opgenomen vermelde totaalprijs van € 1634,50. Vervolgens koos klager de comfortklasse. In het betreffende scherm werd dezelfde totaalprijs vermeld. Dat gold ook voor het scherm betreffende het kamertype. Vervolgens werd in het scherm met de aanhef “Uw gegevens” een totaalprijs van € 1734,50 vermeld. Kennelijk was nu de toeslag van € 100,- voor het verschil tussen comfort en economy klasse verwerkt. Klager heeft bij de 4-persoonsboeking dezelfde stappen doorlopen als bij de 2-persoonsboeking. Hij mocht aannemen dat in de prijs van € 745,-, de toeslag voor economy klasse al verwerkt was, evenals het geval was bij de prijs van € 821,- in geval van een de 2-persoonsboeking. Klager vindt dat hij blij gemaakt wordt met een dode mus. Hij dacht met economy klasse een boeking te kunnen doen voor 4 x € 745,- = € 2980,-. Als toeslag voor de bagage verwachtte hij nog een bijkomend bedrag van € 112,- te moeten betalen, maar dankzij een kortingsmail “nieuws 75” zou daar nog € 75,- van af gaan. De totaalprijs van de reis zou dan € 2980,- plus € 37,- = € 3017,- bedragen. In reactie op klagers e-mail over het bovenstaande aan adverteerder deelde adverteerder onder meer het volgende mee. De economy class is opgedeeld in verschillende tarieven. Mogelijk betaalt de ene passagier voor een stoel geen toeslag, maar betaalt zijn buurman een toeslag van € 25,-. Indien er voor 2 personen op bepaalde data nog plaats is, maar voor 4 personen niet, dan moet automatisch voor 4 personen een toeslag worden betaald.
Voorts zijn de prijzen in het beginscherm richtprijzen. Zodra men deze aanklikt, verschijnt het totaalbedrag. Alle reisorganisaties werken niet meer met standaardprijzen, maar met dag-/vanaf prijzen. Zodra men de datum aanklikt, ontvangt men de juiste prijs.

Het oordeel:

In artikel IV lid 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014, welk artikel op de onderhavige uiting van toepassing is, is onder meer bepaald:

“Aanbieders zijn in hun uitnodigingen tot aankoop op dezelfde wijze als in reclame-uitingen conform artikel III lid 1 van deze Code gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen”.

Naar het oordeel van de Commissie zijn in de onderhavige uiting geen duidelijke prijzen gehanteerd. Niet, althans niet voldoende duidelijk is, ook niet na het gevoerde verweer, waarop de totaalprijs van € 3266,50 is gebaseerd. De Commissie begrijpt het verweer aldus dat in het prijsoverzicht een prijs per persoon wordt vermeld die is gebaseerd op het meest voordelige kamertype en de meest voordelige kamerindeling, maar dat bij aanklikken van de prijs kan blijken dat de betreffende kamerindeling niet beschikbaar is, waarna de website een alternatieve kamerindeling geeft en een alternatieve prijs. De mededeling onder de prijzenmatrix: ‘afhankelijk van de beschikbaarheid kan er een extra toeslag gelden’ geeft omtrent deze gang van zaken niet voldoende duidelijkheid, en ook anderszins valt uit de bestreden uiting niet op te maken hoe de totaalprijs, van in dit geval € 3266,50, tot stand komt. Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de uiting in strijd met artikel IV lid 1 RR.

RB 2395

Fletcher aanbieding veel korter aangeboden dan vermeld

Vz. RCC 22 april 2015, RB 2395, dossiernr. 2015/00215 (Fletcher - lokkertje)
fletcher.pngMisleidend. Voorzitterstoewijzing. De uiting: Het betreft de website www.fletcher.nl voor zover op deze website een “65 euro actie” stond die inhield dat men voor deze prijs in 65 hotels met twee personen kon overnachten inclusief welkomstdrankje, ontbijtbuffet en informatiepakket van de omgeving. In de uiting stond onder meer: “Deze aanbieding is te boeken t/m maart 2015”. De klacht: Klager stelt, samengevat, dat een kennis van hem op 22 januari 2015 de aanbieding op de website van adverteerder zag. Toen klager wilde gaan boeken, was de aanbieding niet meer te vinden, ondanks dat deze tot en maart 2015 te boeken zou zijn. Volgens klager is sprake van een lokkertje.

Het oordeel:

1) In de bestreden uiting staat dat de daarin vermelde aanbieding “is te boeken t/m maart 2015”. Uit hetgeen klager stelt, blijkt echter dat het op 3 maart 2015 niet meer mogelijk was de aanbieding te boeken omdat deze niet meer online beschikbaar was. Uit hetgeen adverteerder stelt blijkt dat de aanbieding online stond van 2 november 2014 tot 11 februari 2015.

2) Het enkele feit dat de aanbieding begin maart 2015 niet meer online stond, is onvoldoende om te oordelen dat sprake is van een lokkertje in de zin van punt 5 van de bij artikel 8.5 van de Nederlandse Reclame Code behorende bijlage 1. Evenmin kan dit enkele feit tot het oordeel leiden dat sprake is van onvoldoende beschikbaarheid in de zin van het bepaalde onder V lid 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014.

3) Wel brengt het feit dat de aanbieding blijkbaar vanaf 11 februari 2015 niet meer kon worden geboekt mee dat de mededeling in de uiting dat de aanbieding “is te boeken t/m maart 2015” onjuist is. Hierdoor is geen juiste informatie verstrekt over de beschikbaarheid als bedoeld onder b van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

RB 2393

Bijkomende boekingskosten niet in één oogopslag zichtbaar

Vz. RCC 15 april 2015, RB 2393, dossiernr. 2015/00174 (Travelbird.nl)
vogeltravelbird.jpgRR. Voorzitterstoewijzing. De uiting: Het betreft de website www.travelbird.nl voor zover op deze website een aanbieding stond voor “Hotel met dagje wellness”, welk arrangement in het kader van 50% korting was afgeprijsd van € 69,-- naar € 34,50 per persoon. De klacht: Klager stelt, kort samengevat, dat het arrangement wordt aangeboden voor € 34,50, hetgeen verderop in de tekst nog eens wordt bevestigd. Later blijkt dat adverteerder € 20,-- aan onvermijdbare boekingskosten in rekening brengt. Hierdoor bedraagt de korting in feite maar 30%. Klager stelt dat de kosten van het arrangement en met name het kortingspercentage misleidend zijn, en dat in de uiting bij de prijs ten minste een verwijzing had moeten staan waaruit blijkt dat de prijs exclusief boekingskosten is.

Het oordeel:

1. De voorzitter stelt voorop dat de bestreden uiting valt onder de reikwijdte van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014, zodat aan deze code zal getoetst. Meer in het bijzonder is sprake van een uitnodiging tot aankoop als bedoeld onder IV RR 2014. De klacht heeft in het bijzonder betrekking op boekingskosten. De voorzitter begrijpt dat klager in de eerste plaats bezwaar maakt tegen het feit dat deze kosten niet in de prijs zijn inbegrepen en volgens hem niet bij de prijs worden genoemd. Dienaangaande oordeelt de voorzitter als volgt.

2. Adverteerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de boekingskosten variabele onvermijdbare kosten zijn. Deze kosten worden immers per boeking berekend in plaats van per persoon. Dergelijke kosten kunnen niet in de geadverteerde prijs per persoon worden verdisconteerd. Wel geldt in een dergelijk geval de verplichting deze kosten direct naast of onder de geadverteerde prijs te vermelden. Adverteerder stelt dat aan deze verplichting is voldaan door middel van een informatiebutton waarop men kan klikken om de boekingskosten te zien. De voorzitter constateert echter dat op de door klager overgelegde print van de bestreden uiting geen informatiebutton is te zien. Los daarvan is de voorzitter van oordeel dat een dergelijke button onvoldoende beantwoordt aan de eis dat de kosten direct naast of onder de geadverteerde prijs worden vermeld. Deze eis dient blijkens de toelichting in het bepaalde onder III lid 1 aanhef en onder a) RR 2014 immers zo te worden begrepen dat de kosten in één oogopslag zichtbaar zijn. Dat die kosten ook elders in de uiting worden genoemd, doet niet af aan het oordeel dat de uiting op grond van het voorgaande in strijd is met het bepaalde onder IV sub 1 in verbinding met het bepaalde onder III sub 1 RR 2014.

3. Doordat adverteerder de boekingskosten niet direct naast of onder de geadverteerde prijs vermeldt, doet zich in feite de situatie voor dat de korting van 50% later geheel of gedeeltelijk ongedaan wordt gemaakt door variabele onvermijdbare kosten. Klager stelt ook dat de korting slechts 30% bedraagt indien de boekingskosten in aanmerking worden genomen. Het te laat vermelden van de boekingskosten impliceert dat de onderhavige uiting tevens in strijd is met het bepaalde onder III sub 2.2 RR 2014.

De beslissing van de voorzitter

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde

onder IV sub 1 in verbinding met het bepaalde onder III sub 1 RR 2014, alsmede in strijd met het bepaalde onder III sub 2.2 RR 2014. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.