RB

Diensten  

RB 2653

Vergelijkende claims AirFluSal in strijd met Gedragscode Geneesmiddelenreclame

CGR Codecommissie 5 februari 2016, RB 2653; K15.010 (GlaxoSmithKline tegen Sandoz)
Uitspraak ingezonden door Machteld Hiemstra, Simmons & Simmons. GSK en Sando zijn ondernemingen die zich bezig houden met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen en zijn vergunninghouders zoals in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Sandoz brengt sinds medio 2015 AirFluSal op de markt, de generieke versie van het merkgeneesmiddel Seretide Diskus van GSK. Deze laatste klaagt over verschillende claims die Sandoz voert ten aanzien van AirFluSal op onder andere een informatiekaartje en in advertenties. De superioriteitsclaims van Sandoz worden volgens GSK door geen enkele vergelijkende klinische studie ondersteund. Zij verzoekt de Codecommissie Sandoz te bevelen het gebruik van de reclamen-uitingen en de claims te staken. De Codecommissie beoordeelt de innovatie claim als vergelijkend en misleidend, nu enig wetenschappelijke onderbouwing daarvan ontbreekt. De geclaimde zichtbare feedback en therapietrouw op zowel de informatiekaart als in de advertentie is eveneens misleidend. De claim is feitelijk onjuist, nu niet duidelijk wordt vermeld dat het noodzakelijk is de strips af te scheuren. De stelling van GSK dat juist het tegenovergestelde van therapietrouw wordt bereikt wordt echter van de hand gewezen, nu dit niet bijdraagt aan het oordeel of de claim juist is. De woorden ‘een nieuwe deur’ zijn niet vergelijkend of misleidend. Sandoz wordt bevolen de met de Gedragscode strijdige uitingen te staken en een rectificatiebrief te verzenden aan haar relaties.

6.8 Met GSK is de Codecommissie eens dat de claim “de bekende combinatie van salmeterol en fluticason, in een nieuwe, innovatieve inhalator: de Forspiro®.” een vergelijking oproept met de Seretide Discus van GSK. Evenzeer moet deze claim als een superioriteitsclaim worden beschouwd. Aan de term “innovatief” moet bij gebruik daarvan in het onderhavige verband niet alleen de betekenis van vernieuwend, maar ook van baanbrekend of grensverleggend worden toegekend, hetgeen impliceert dat de inhalator ten opzichte van andere inhalatoren, zoals de Seretide Discus, een nieuwe therapeutisch relevante functionaliteit bezit, zoals bijvoorbeeld een effectievere werking, een hoger gebruiksgemak of een hogere bijdrage aan therapietrouw. Nu enige wetenschappelijke onderbouwing daarvan ontbreekt, moet de vergelijking reeds om die reden als niet wetenschappelijk aantoonbaar juist worden geacht en moet deze in strijd worden geacht met het bepaalde in artikel 5.2.2.8 van de Gedragscode.

6.11 De Codecommissie stelt vast dat, gegeven de uitleg die Sandoz geeft, voor de geclaimde zichtbare feedback over het aantal per dag gebruikte doses dus kennelijk essentieel is dat per dag de gebruikte strips worden afgescheurd. Nergens in de SmPC of de bijsluiter wordt dit echter vermeld. (…)

6.14 Gezien het hiervoor overwogene is de claim “De Forspiro® laat uw patiënten direct zien of ze vandaag wel of nog niet geïnhaleerd hebben.” feitelijk onjuist, niet in overeenstemming met de SmPC en misleidend en is evenzeer feitelijk onjuist en misleidend de door Sandoz met de uitingen gewekte indruk dat de Forspiro ® innovatief is ten aanzien van gebruiksgemak of therapietrouw. Dit is in strijd met het bepaalde in de artikelen 5.2.2.3 en 5.2.2.8 van de Gedragscode.

6.17 Met betrekking tot de stelling van GSK dat met de AirFluSal Forspiro ® het tegenovergestelde van therapietrouw wordt bereikt, omdat AirFluSal Forspiro alleen beschikbaar is voor de dosering 50/500 µg salmeterol/fluticason en de patiënt zal moeten overschakelen naar een ander middel wanneer de dosering moet worden getitreerd naar de laagste mogelijke dosis (wat ook bij gebruik van AirFluSal Forspiro dient plaats te vinden), hetgeen de therapietrouw niet ten goede komt overweegt de Codecommissie het volgende. Niet ter discussie staat dat AirFluSal Forspiro uitsluitend beschikbaar is in de dosis 50/500 µg salmeterol/fluticason. Die dosering is op zichzelf duidelijk vermeld in de advertentie en ook in de overige promotiematerialen. Ook staat niet ter discussie dat bij de behandeling van patiënten met astma of COPD steeds getitreerd moet worden naar de laagst mogelijke dosering waarbij de symptomen effectief onder controle blijven. Dit staat ook met zoveel woorden in de SmPC en de K15.010 GSK/Sandoz 14 verkorte productinformatie van AirFluSal Forspiro. Als titratie naar een lagere dosering gewenst is, zal een patiënt die AirFluSal Forspiro gebruikt daarom moeten overschakelen naar een ander middel, met een andere inhalator. De Codecommissie is echter van oordeel dat dit aspect niet bijdraagt aan het oordeel dat de onderhavige claim in strijd met de Gedragscode moet worden geacht. Therapietrouw ziet in het algemeen (primair) op het gebruik van het middel volgens voorschrift bij de in de SmPC vermelde indicatie. In zoverre hoeft overschakeling naar een ander product niet af te doen aan therapietrouw.

RB 2652

Reclame Chiropractie strijdig met NRC door ongerechtvaardigd appelleren aan angstgevoelens

RCC 19 januari 2016, RB 2652; Dossiernr: 2015/01180 (Chiropractie De Eem)
Misleiding. Gezondheid. Uiting: Het betreft een advertorial op https://destadamersfoort.nl, met de aanhef: “Chiropractie De Eem ‘verkeerde houding is gevolg, geen oorzaak’”.
Daarin staat onder meer: “Chiropractie is een bewezen, effectieve therapie voor rugklachten bij volwassenen en kinderen. Disfuncties tijdens de vroege kinderjaren hebben invloed op het ontstaan van rugklachten. Het is dan ook aan te raden om kinderen tijdens de jaren van opgroeien na te kijken en zo nodig te behandelen om zo latere klachten te voorkomen.”

en

"Wel of geen rugklachten bij volwassen wordt bepaald door factoren die spelen tijdens de kinderjaren en de jaren van opgroeien", legt chiropractor ..... uit. “We moeten kijken naar de leeftijd waarop een eerste aanval heeft plaatsgevonden, dan zien we een interessant patroon. Het blijkt dat rugklachten al op jonge leeftijd beginnen en bij het opgroeien sterk en regelmatig toenemen met de leeftijd." Chiropractie is er ook voor hele jonge kinderen. “De jongste patiënt in onze praktijk was twee dagen oud. De meeste huilbaby's die we behandelen zijn tussen de drie en tien weken oud”, aldus ....... “Binnen gemiddeld vier behandelingen is er meer dan 90% verbetering. Uiteindelijk gaat het huilen van onbehandelde huilbaby's ook wel over, maar is het onderliggende probleem niet opgelost. In de loop van de jaren kan zich dat op een andere manier manifesteren. Bij sommige kinderen van twee tot drie jaar oud kunnen nog steeds problemen bestaan zoals hoofdpijn, voedsel intolerantie, onverklaarbare temperatuursverhoging en darmstoornissen. Verder blijken kleuters met slaapstoornissen en nachtelijke angsten die ik in mijn praktijk heb behandeld bijna allemaal huilbaby's te zijn geweest evenals hoofdpijnkinderen. Ook in die gevallen is het raadzaam om alsnog een chiropractor te raadplegen. In onze praktijk hebben we ervoor gekozen om zachte technieken te gebruiken. Met behulp van een apparaatje kunnen we lichte trillingen opwekken langs de spieren van het achterhoofd en hoog in de nek. Deze uitgesproken voorkeur voor zachte technieken geldt voor de behandeling van jonge kinderen en tevens voor volwassenen. In alle gevallen wordt een mechanische impuls toegediend, die wordt omgezet in een zenuwsignaal, waardoor de besturing van het bewegingssysteem wordt bijgesteld. Op deze manier is het mogelijk om bewegingsdisfuncties te corrigeren en overbelastingsklachten op te heffen.”

Klacht: De adverteerder presenteert zijn chiropractische behandeling van zeer jonge kinderen - 3-10 weken oud - als een zeer effectieve behandeling bij onophoudelijk huilen ("Binnen gemiddeld vier behandelingen is er meer dan 90% verbetering"). Daarmee misleidt de adverteerder de gemiddelde consument. Er is namelijk helemaal geen bewijs dat chiropractische behandeling met wat voor technieken dan ook effectief is bij huilbaby's. Er is ook helemaal geen bewijs dat het onophoudelijk huilen wordt veroorzaakt door rugklachten en/of overbelastingsklachten, zoals in de advertentie gesuggereerd wordt. Verder misleidt de adverteerder de gemiddelde consument door hem angst aan te praten: onbehandelde huilbaby's zouden later allerhande problemen kunnen krijgen. Ouders, die zich toch al vaak geen raad weten met een huilbaby, wordt hiermee een schuldgevoel aangepraat, wat een zeer onverkwikkelijke manier van nieuwe klanten werven is. De advertentie is al met al misleidend, oneerlijk en in strijd met de Nederlandse Reclame Code.

Klager heeft ter onderbouwing van zijn klacht onder meer het volgende meegedeeld.

In dossier 2015/00978 heeft de voorzitter van de Reclame Code Commissie een advertentie van een chiropractische kliniek als misleidend en oneerlijk aangemerkt. In deze advertentie ging het onder meer, net als in de onderhavige zaak, om de behandeling van huilbaby's.

Uit de uitspraak van de voorzitter kan een criterium worden afgeleid dat ook voor de behandeling van de onderhavige zaak relevant is: nu het om zeer jonge kinderen gaat-  3-10 weken oud - moet worden beoordeeld of naar de huidige stand van de wetenschap onomstreden is dat chiropractische behandeling van huilbaby's met zachte technieken, c.q. een trilapparaatje daadwerkelijk een positief effect sorteert. Het antwoord op deze vraag moet ontkennend luiden.

De effectiviteit van chiropraxie is uitgebreid onderzocht, onder meer door het onafhankelijke Belgische Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. In zijn rapport “Stand van zaken voor de osteopathie en de chiropraxie in België” van eind 2010 concludeert het Kenniscentrum dat er alleen enig bewijs is voor effectiviteit van chiropraxie bij lagerugpijn en nekpijn. "Voor andere indicaties is er geen bewijs van doeltreffendheid", aldus de onderzoekers.

Het genoemde rapport van het Federaal Kenniscentrum somt op p. 21-22 de onderzoeken naar manipulaties bij huilbaby's op. Het rapport gebruikt hier de term 'kolieken bij zuigelingen' en de veelgebruikte Engelse term is infantile colic. Het rapport komt tot de volgende, duidelijke conclusie:
"Er is geen wetenschappelijk bewijs dat manuele therapieën een gunstig effect hebben op kolieken of aanverwante aandoeningen bij zuigelingen."

Dat geldt voor alle manuele therapieën, dus ook voor chiropraxie, c.q. het gebruik van zachte technieken en/of trilapparaatjes.

In 2012 verscheen nog in de Cochrane database de systematische review “Manipulative therapies for infantile colic”. De auteurs rapporteren wel enige positieve resultaten als gevolg van manuele interventies - dus niet alleen van chiropraxie - maar relativeren die resultaten ook weer:
"However, most studies had a high risk of performance bias due to the fact that the assessors (parents) were not blind to who had received the intervention. When combining only those trials with a low risk of such performance bias, the results did not reach statistical significance."

Professor Ernst, voormalig hoogleraar Complementaire en Alternatieve Geneeskunde aan de Universiteit van Exeter, meent dan ook dat de resultaten van deze studie als volgt kunnen worden samengevat:
"The current best evidence suggests that the small effects that emerge when we pool the data from mostly unreliable studies are due to bias and therefore not real. This systematic review therefore fails to show that manipulative therapies are effective."

In 2010 verscheen ook nog “Effectiveness of manual therapies: the UK evidence report” van Bronfort e.a. in opdracht van de UK General Chiropractic Council. Het rapport bespreekt aandoeningen waarvoor manuele therapieën als chiropraxie en osteopathie werkzaam zouden zijn en aandoeningen waarvoor het bewijs van werkzaamheid onzeker is of ontbreekt.

Ten aanzien van huilbaby's/kolieken zijn de conclusies negatief:
"In children, the evidence (...) is not effective for infantile colic (...) when compared to sham manipulation."

De Committees of Advertising Practice (CAP), de Britse collega's van de Reclame Code Commissie, accepteren slechts bepaalde claims van chiropractoren in hun advertenties. Het dagelijks bestuur van de CAP heeft, mede op basis van het rapport van Bronfort e.a., de aandoeningen opgesomd waarvan chiropractoren mogen claimen dat ze die kunnen behandelen. Huilbaby's staan daar niet tussen. Een advertentie waarin chiropractische diagnose en behandeling van huilbaby's zou worden aangeprezen, zou dan ook naar alle waarschijnlijkheid worden afgekeurd.

In zijn uitspraak in dossier 2015/00978 heeft de voorzitter van de Reclame Code Commissie zes onderzoeken beoordeeld die door de adverteerder waren ingebracht en waaruit zou voortvloeien dat chiropractische behandeling wél effectief is bij huilbaby's/kolieken.

Kort samengevat heeft de voorzitter geoordeeld dat deze onderzoeken zowel op zichzelf beschouwd als in onderling verband en samenhang onvoldoende bewijs voor effectiviteit opleveren (overwegingen 7.1 en 7.2).

Concluderend, voor de claim van 90% verbetering na gemiddeld vier behandelingen bestaat geen wetenschappelijke onderbouwing. Voor zover verbetering na behandeling geconstateerd wordt, is deze ook heel goed toe te schrijven aan het natuurlijk verloop. De adverteerder geeft immers toe dat het huilen ook vanzelf wel ophoudt.

Angst aanpraten

Los van het feit dat voor chiropractische behandeling van huilbaby's (met of zonder trilapparaatjes) geen deugdelijk bewijs van effectiviteit bestaat, is bijzonder kwalijk aan de advertentie dat ouders angst en een schuldgevoel worden aangepraat. De adverteerder claimt immers dat het onbehandeld laten van een huilbaby op latere leeftijd heel nare gevolgen kan hebben ("maar is het onderliggende probleem niet opgelost"), waarbij hoofdpijn, voedselintolerantie, onverklaarbare temperatuursverhoging, darmstoornissen, slaapstoornissen en nachtelijke angsten worden genoemd. Bezorgde ouders worden zo op een onverkwikkelijke manier ertoe bewogen toch maar van de diensten van een chiropractor gebruik te maken.

Zoals gezegd is er geen reden aan te nemen dat rugklachten, overbelastingsklachten of wat voor klachten met de wervels dan ook verantwoordelijk zijn voor het onophoudelijk huilen bij baby's en kan niet worden volgehouden dat naar de huidige stand van de wetenschap onomstreden is dat chiropractische behandeling van huilbaby's met zachte technieken, c.q. een trilapparaatje daadwerkelijk een positief effect sorteert. A fortiori kan niet worden volgehouden dat het naar de huidige stand van de wetenschap onomstreden is dat het onbehandeld laten van een huilbaby op latere leeftijd kan leiden tot de door de adverteerder genoemde aandoeningen. Daar is, integendeel, geen enkel bewijs voor. Mogelijk verwijst de adverteerder hier naar het KISS-syndroom, wat staat voor Kopfgelenkt induzierte Symmetrie Störungen. Voor het bestaan van dit syndroom, dat zou slaan op scheefstand van de bovenste drie nekwervels en verantwoordelijk zou zijn voor aandoeningen zoals door de adverteerder genoemd, bestaat geen bewijs. Veelzeggend is dat het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) syndroom noch therapie erkent.

Concluderend, ook vanwege het aanpraten van angst en schuldgevoelens bij bezorgde ouders is de advertentie misleidend en daarmee oneerlijk.


Commissie: De Commissie stelt het volgende voorop.

Bij verweer is namens adverteerder meegedeeld dat de uitspraken van ....als “puur informatief” moeten worden gezien. Dit verweer wordt verworpen. De betreffende uitspraken maken deel uit van de bestreden advertorial en daarmee van een reclame als bedoeld in artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Ter zitting heeft de voorzitter aan klager gevraagd tegen welke tekstgedeelten in de bestreden advertorial klager specifiek bezwaar maakt. Klager heeft daarop geantwoord dat het gaat om de volgende mededelingen:
1. “Binnen gemiddeld vier behandelingen is er meer dan 90% verbetering” en

2. “Uiteindelijk gaat het huilen van onbehandelde huilbaby's ook wel over, maar is het onderliggende probleem niet opgelost. In de loop van de jaren kan zich dat op een andere manier manifesteren. Bij sommige kinderen van twee tot drie jaar oud kunnen nog steeds problemen bestaan zoals hoofdpijn, voedsel intolerantie, onverklaarbare temperatuursverhoging en darmstoornissen. Verder blijken kleuters met slaapstoornissen en nachtelijke angsten die ik in mijn praktijk heb behandeld bijna allemaal huilbaby's te zijn geweest evenals hoofdpijnkinderen. Ook in die gevallen is het raadzaam om alsnog een chiropractor te raadplegen”. In onze praktijk hebben we ervoor gekozen om zachte technieken te gebruiken. Met behulp van een apparaatje kunnen we lichte trillingen opwekken langs de spieren van het achterhoofd en hoog in de nek. Deze uitgesproken voorkeur voor zachte technieken geldt voor de behandeling van jonge kinderen en tevens voor volwassenen. In alle gevallen wordt een mechanische impuls toegediend, die wordt omgezet in een zenuwsignaal, waardoor de besturing van het bewegingssysteem wordt bijgesteld. Op deze manier is het mogelijk om bewegingsdisfuncties te corrigeren en overbelastingsklachten op te heffen."

Met betrekking tot elk van voornoemde tekstgedeelten overweegt de Commissie het volgende.

Ad 1. Adverteerder heeft bij verweer meegedeeld dat adverteerder zich kan voorstellen dat de uitspraak reacties oproept, omdat die tot op heden niet voldoende kan worden onderbouwd met wetenschappelijke literatuur. Verder heeft adverteerder meegedeeld dat er in de in 2014 herziene versie van het door klager genoemde “UK evidence report” uit 2010 sprake is van het bijstellen van conclusies, in die zin dat de herziene versie positiever is “in haar bewoordingen over het bewijs dat manuele interventie een positief effect heeft bij overmatig huilen door baby’s”. Volgens adverteerder is het correct dat  chiropractische interventie een positief effect heeft bij baby’s die overmatig huilen. Adverteerder tekent daar echter bij aan dat de op eigen ervaring gebaseerde cijfers (nog) niet te onderbouwen zijn en deze om die reden niet genoemd hadden moeten worden.

Gegeven dit verweer erkent adverteerder dat de mededeling “Binnen gemiddeld vier behandelingen is er meer dan 90% verbetering” niet juist is. In zoverre gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.


Ad 2. In dit onderdeel van de tekst wordt de indruk gewekt dat adverteerder bewegingsdisfuncties kan corrigeren en overbelastingsklachten kan opheffen door het gebruik van zachte technieken, meer in het bijzonder het gebruik van een apparaatje waarmee trillingen kunnen worden opgewekt. Verder wordt gesuggereerd dat door deze behandeling problemen bij kinderen van twee tot drie jaar oud zoals hoofdpijn, voedselintolerantie, onverklaarbare temperatuursverhoging en darmstoornissen kunnen worden voorkomen en dat bij kleuters slaapstoornissen, nachtelijke angsten en hoofdpijn kunnen worden voorkomen, indien men “huilbaby’s” de in de uiting bedoelde chiropractische behandeling laat ondergaan. Verder wordt gesuggereerd dat een zodanige chiropractische behandeling geraden is, in geval kleuters slaapstoornissen, nachtelijke angsten en/of hoofdpijn hebben.

Klager heeft onder verwijzing naar wetenschappelijke literatuur betwist dat de in de uiting bedoelde chiropractische behandeling bovengenoemde, in de uiting gesuggereerde werking heeft. Het lag op de weg van adverteerder om deze werking aannemelijk te maken. Daarin is adverteerder naar het oordeel van de Commissie niet, althans niet voldoende geslaagd.

De verwijzing in het verweer naar de artikelen:
“Miller J.E. (…), Efficacy of chiropractic manual therapy on infant colic: a pragmatic single-blind, randomized controlled trial (…) 2012 Oct (…)”,

“Clar C, (…)  Clinical effectiveness of manual therapy for the management of musculoskeletal and non-musculoskeletal conditions: a systematic review and update of UK evidence report. Chiror Man Therap. 2014 Mar 28 (…)”,

“Miller JE, (….) Long-term effects of infant colic: a survey comparison of chiropractic treatment and nontreatment groups. (….) 2009 Oct: (…)”,

“Kaymaz N., (….) Attention deficit and hyperactivity disorder and infantile colic. (….) 2015 Oct; (…)” en

“Rao MR, (…) Long term cognitive development in children with prolonged crying. Arch Dis Child)…’ 2004 Nov; (..)”

biedt niet voldoende grondslag voor de conclusie dat het gebruik van zachte technieken, meer in het bijzonder het gebruik van een apparaatje waarmee trillingen kunnen worden opgewekt, de werking heeft die daaraan in de bestreden uiting wordt toegeschreven. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat klager ter zitting heeft gewezen op verschillende “Limitations” (beperkingen), verbonden aan het onderzoek genoemd in het eerste artikel (door klager overgelegd als “A”) en op een “summary” van het tweede artikel. In deze summary is volgens de in klagers pleitnota opgenomen noot 3 sprake van “Inconclusive (favourable) evidence for spinal manipulation in treating infantile colic”. De Commissie neemt ook in aanmerking dat klager er ter zitting op heeft gewezen dat de twee als laatste door adverteerder genoemde artikelen (door klager overgelegd als bijlagen C respectievelijk D) betrekking hebben op ADHD respectievelijk IQ en fijne motoriek en niet op hoofdpijn, voedselintolerantie, onverklaarbare temperatuursverhoging, darmstoornissen, slaapstoornissen en nachtelijke angsten. Verder heeft klager er op gewezen dat het hierboven als derde genoemde artikel uit 2009 onder meer betrekking heeft op slecht slapen en ’s nachts wakker worden (niet op hoofdpijn, voedselintolerantie, onverklaarbare temperatuursverhoging, darmstoornissen), maar dat de betreffende “study”, zoals vermeld in noot 4 in de pleitnota, “many limitations” kent.

Gelet op het bovenstaande gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Gegeven bovenbedoelde onjuiste informatie is de Commissie bovendien van oordeel dat de advertorial, waar in het kader van de aanprijzing van de in de uiting bedoelde chiropractische behandeling wordt gesteld:
“Bij sommige kinderen van twee tot drie jaar oud kunnen nog steeds problemen bestaan zoals hoofdpijn, voedsel intolerantie, onverklaarbare temperatuursverhoging en darmstoornissen”

en

“Verder blijken kleuters met slaapstoornissen en nachtelijke angsten die ik in mijn praktijk heb behandeld bijna allemaal huilbaby's te zijn geweest evenals hoofdpijnkinderen” zonder te rechtvaardigen redenen appelleert aan gevoelens van angst als bedoeld in artikel 6 NRC. 

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met de artikelen 7 respectievelijk 6 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2648

Negatief oordeel EFSA 'cause and effect', on hold claim onvoldoende aannemelijk gemaakt

CVB 2 februari 2016, RB 2648; Dossiernr: 2015/00916 (Groene koffie)
Misleiding. Gezondheidclaims. Uiting: Het betreft reclame voor “Groene Koffie Plus Extra Sterk” op www.vitaminesperpost.nl. Daarin staat onder meer: “Groene koffie Plus is een krachtige formule voor mensen die de vetverbranding willen stimuleren. Er zit hooggedoseerde Green Coffee extract in, die gestandaardiseerd is op 50% Chlorogeenzuur. Om de werking te versterken van de groene koffie is er speciaal Groene thee extract en Artisjok extract bijgevoegd. (…) LET OP: Wondermiddelen bestaan NIET, dit is een ondersteunend product, u dient altijd ten eerste voldoende te bewegen en gezond en gevarieerd te eten.

Kenmerken:
• (….)
• Stimuleert de vetverbranding
• (….)
Productclassificatie: Dit is een voedingssupplement, en is geen vervanging voor een gevarieerde voeding”.

en

“Groene koffie extract supplement
Groene koffie extract of Green Coffee is een voedingssupplement gemaakt van “niet geroosterde bonen” van de koffie plant. (….). Groene koffie extract kun je meestal in de vorm van capsules, tabletten of poeder kopen. De afslankcapsules bevatten 300mg extract en zijn hooggestandaardiseerd op 50% Chlorogeenzuur.

Green Coffee bevat Chlorogeenzuur.

Een van de belangrijkste redenen waarom sommigen groene koffie-extract kopen is dus om af te vallen en gewicht te verliezen. Het Green coffee extract bevat een natuurlijk voorkomende chemische stof genaamd Chlorogenic zuur, waarvan sommige deskundigen geloven dat die een rol kan spelen in het verminderen van de grootte van cellen vet in het lichaam door middel van het verhogen van de vetverbranding”.

Klacht: Groene Koffie Plus Extra Sterk bestaat uit groene koffie extract, groene thee extract en artisjokken extract. Klaagster legt wetenschappelijke gegevens over betreffende deze verschillende extracten, gepubliceerd op Natural Medicines Comprehensive Database (hierna respectievelijk bijlagen 2, 3, 4). Daarin is niets te vinden over het stimuleren van vetverbranding. De eerste zin van de uiting luidt: “Groene koffie Plus is een krachtige formule voor mensen die de vetverbranding willen stimuleren”. Op pagina twee van de uiting wordt dit niet bevestigd. Daar staat: “Het Green coffee extract bevat een natuurlijk voorkomende chemische stof genaamd Chlorogenic zuur, waarvan sommige deskundigen geloven dat die een rol kan spelen in het verminderen van de grootte van cellen vet in het lichaam door middel van het verhogen van de vetverbranding”. Geldige resultaten van ook maar één experiment op dit gebied worden in bijlage 2 niet gegeven. Volgens bijlage 3 verschillen de effecten van groene thee extract sterk per merk. In bijlage 4 wordt het gebruik van artisjokken om gewicht te verliezen niet eens genoemd. Klaagster acht de uiting misleidend en daardoor oneerlijk.


College:

1. In deze zaak gaat het om de claim “stimuleert de vetverbranding” voor een product dat (het extract van) groene thee, groene koffie en artisjok bevat. Deze claim betreft een gezondheidsclaim in de zin van Verordening (EG) 1924/2006 (de Claimsverordening). Claims met betrekking tot afvallen en gewichtsbeheersing, waartoe ook het stimuleren van de vetverbranding kan worden gerekend, dienen immers op grond van deze verordening als gezondheidsclaim te worden beschouwd.

2. Ingevolge de Claimsverordening mogen uitsluitend claims worden gebruikt die door de Europese Commissie zijn goedgekeurd en zijn geplaatst op de communautaire lijst van toegestane claims als bedoeld in artikel 13 lid 3 Claimsverordening. Van een goedgekeurde claim is in dit geval geen sprake. De Claimsverordening kent echter naast de lijst met toegestane claims ook een categorie producten waarvoor onder bepaalde voorwaarden het gebruik van gezondheidsclaims voorlopig is toegelaten. Dit betreft vooral claims die aan bepaalde botanische stoffen zijn gekoppeld en waarvoor tijdig een aanvraag voor het gebruik van een gezondheidsclaim is ingediend. Deze claims vallen onder een overgangsregeling (staan “on hold”). In artikel 28 lid 5 van de Claimsverordening is in dit verband bepaald: “De in artikel 13, lid 1, onder a) vermelde gezondheidsclaims kunnen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot de aanneming van de in artikel 13, lid 3, vermelde lijst onder de verantwoordelijkheid van bedrijfsexploitanten worden gedaan, mits zij stroken met deze verordening en met de toepasselijke nationale bepalingen (…)”

3. De ingrediënten van het onderhavige product zijn botanische stoffen. Beoordeeld dient te worden beoordeeld of voor deze ingrediënten een aanvraag voor een gezondheidsclaim is ingediend. Het College gaat daarbij uit van de lijst met de zogenaamde ID nummers die Vitaminesperpost.nl in beroep heeft overgelegd, die corresponderen met ID nummers van de European Food Safety Authority (EFSA). Vitaminsperpost.nl heeft in beroep haar claim specifiek gebaseerd op groene thee. Onder de volgende ID nummers staan voor ‘weight management’ en ‘fat metabolism’ voor groene thee (of het extract daarvan met EGCG) claims “on hold”: 1112, 1124, 1544, 1806 en 3698. Het College zal daarnaast acht slaan op de ingrediënten  Cynara Scolymus (artisjok) en groene koffie die aan het onderhavige product zijn toegevoegd. Voor Cynara Scolymus (artisjok) staat, naar het College constateert, onder het volgende ID nummer voor ‘weight control’ een claim on hold: 4395. Voor Groene koffie extract staat onder het volgende ID nummer voor ‘weight management’ een claim ‘on hold’: 2031. Op deze claims is de overgangsregeling van artikel 28 lid 5 van de Claimsverordening van toepassing.

4. Indien een gezondheidsclaim onder deze overgangsregeling valt, dient deze gedurende de periode dat zij ‘on hold’ staat aan bepaalde eisen te voldoen. Als belangrijke eisen gelden :

gezondheidsclaims mogen niet misleidend zijn (artikel 3 Claimsverordening),

gezondheidsclaims dienen te zijn gebaseerd op algemeen geaccepteerd wetenschappelijk bewijs waarbij de adverteerder het gebruik van de claim moet rechtvaardigen (artikel 6 Claimsverordening),

gezondheidsclaims moeten gedurende de overgangstermijn in overeenstemming zijn met nationale regelgeving (artikel 28 lid 5 Claimsverordening).

5. Het College van Beroep is met de Reclame Code Commissie van oordeel dat zolang de Europese Commissie ten aanzien van bepaalde (bestanddelen van) levensmiddelen niet heeft beslist of een hiervoor ingediende gezondheidsclaim op de communautaire lijst van toegestane claims wordt geplaatst en deze claim “on hold” staat (hierna: de toelatingsprocedure), een adverteerder in reclame gedurende de toelatingsprocedure melding mag maken van die claim. Als de adverteerder echter in reclame in feite vooruitloopt op de uitkomst van de toelatingsprocedure door al tijdens de ‘on hold’ status zonder voorbehoud in reclame een concreet en daadwerkelijk effect te claimen, dient zij deze werking bij een gemotiveerde betwisting, vooruitlopend op de beslissing over het plaatsen van de claim op de communautaire lijst van toegestane claims, aannemelijk te maken. Indien in een uiting voor een levensmiddel op deze wijze een effect op de gezondheid wordt geclaimd dat niet aannemelijk wordt gemaakt, moet de uiting om die reden misleidend worden geacht. Het College betrekt daarbij dat de Claimsverordening een hoog niveau van consumentenbescherming nastreeft (vgl. artikel 1 Claimsverordening) en als uitgangspunt hanteert dat adverteerders claims moeten onderbouwen (vgl. punt 17 considerans Claimsverordening). De gemiddelde consument zal verwachten dat een product waarvan stellig en zonder voorbehoud een bepaalde werking op de gezondheid wordt geclaimd, die werking ook heeft.

Het voorgaande staat niet in de weg aan de mogelijkheid een gezondheidsclaim die ‘on hold’ staat te gebruiken: indien een adverteerder in reclame duidelijk het voorbehoud maakt dat de claim wordt gebruikt terwijl hiervoor nog een toelatingsprocedure loopt, en de claim in dat opzicht dus een voorwaardelijk karakter heeft, ligt het niet voor de hand dat zij de claim tijdens de toelatingsprocedure al aannemelijk dient te maken. In dat geval zal immers op grond van dat voorbehoud voor de consument duidelijk zijn dat het geclaimde effect (nog) niet officieel is vastgesteld.

6. Vitaminsperpost.nl verwijst in haar beroepschrift naar het zogenaamde ‘Richtsnoerdocument’ en naar blz. 22 van dat document, waaruit zou volgen dat claims mogen worden gebruikt indien die “niet onaannemelijk” zijn. Het enkele feit dat een claim onder de overgangsregeling valt brengt echter niet mee dat reeds op grond daarvan bepaalde gevolgtrekkingen mogelijk zijn met betrekking tot de geclaimde werking. Vitamins­per­post.nl stelt verder in het beroepschrift dat zij de claim “aannemelijk” kan maken aan de hand van voorbeelden. Daaruit blijkt dat ook Vitaminsper­post.nl ervan uitgaat dat een betwiste “on hold” claim alsnog aannemelijk dient te worden gemaakt indien, zoals in dit geval, een concreet en daadwerkelijk effect op de gezondheid wordt geclaimd (“stimuleert de vetverbranding”) en dit effect gemotiveerd wordt betwist. Dat Vitaminsperpost.nl wel in enige mate haar claim nuanceert door te stellen dat het aangeprezen product geen wondermiddel is maar een ondersteunend product, doet niet af aan deze eis. Vitaminsperpost.nl claimt immers ook met zoveel woorden dat haar product als zodanig de vetverbranding stimuleert.

7. Op grond van het voorgaande blijft de beoordeling in beroep beperkt tot de vraag of Vitaminsperpost.nl de geclaimde werking “stimuleert de vetverbranding” met betrekking tot een of meer van de drie ingrediënten waarop de claim betrekking heeft voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dit is niet geval. Integendeel: wat betreft groene thee en groene koffie is gebleken dat de EFSA inmiddels als ‘Scientific Opinion’ heeft gepubliceerd dat er geen “cause and effect relationship” kan worden vastgesteld tussen de consumptie van deze (bestanddelen van) levensmiddelen en de vetverbranding. Dit in feite negatieve oordeel van de EFSA impliceert voor deze claim een inhoudelijke verwerping van de onderbouwing daarvan. Dit doet weliswaar niet af aan de ‘on hold’ status van de claim, maar brengt wel mee dat het geclaimde effect blijkbaar niet kan worden aangetoond. Met betrekking tot de afzonderlijke ‘abstracts’ en de “Master file” van de Commissie Keuring Fytoproducten die Vitamins­perpost.nl in beroep heeft overgelegd, volstaat het College daarom met te oordelen dat deze stukken, gelet op het hiervoor bedoelde oordeel van de EFSA, de claim onvoldoende aannemelijk maken. Met betrekking tot Cynara Scolymus (artisjok) heeft de EFSA nog geen opinie gepubliceerd. Vitaminesper­post.nl acht echter zelf, blijkens hetgeen tijdens de mondelinge behandeling namens haar is verklaard, het effect hiervan op het stimuleren van de vetverbranding niet overtuigend. Het College oordeelt dat Vitamins­per­post.nl daarom ook in zoverre de geclaimde werking niet aannemelijk heeft gemaakt.

8. Nu Vitaminsper­post.nl de geclaimde werking van de ingrediënten niet aannemelijk heeft kunnen maken, gaat haar claim “stimuleert de vetverbranding” verder dan op basis van de aanwezige gegevens gerechtvaardigd kan worden geacht. Het College onderschrijft daarom de beslissing van de Commissie en oordeelt als volgt.

RB 2631

Misleidende prijsvermelding door technische fout, aanbeveling achterwege gelaten

Vzr. RCC 17 december 2015, RB 2631; Dossiernr: 2015/01144 (Ryanair)
Misleiding. Prijsvermelding. Reclamecode Reisaanbiedingen. Uiting: Het betreft een op 30 oktober 2015 aan klager gezonden e-mailbericht met als onderwerp: “winteruitverkoop vanaf € 9,99 | Wees er snel bij, op is op”, afkomstig van adverteerder. In het e-mailbericht staat onder meer: “Winteruitverkoop 9,99€ 500.000 stoelen (…) Boek nu (link)”.

Klacht: Ryanair maakt reclame waarbij 500.000 tickets worden aangeboden voor een bedrag van € 9,99. Klager heeft een (retour)ticket willen boeken van Eindhoven naar Turijn voor € 9,99 per enkele reis. De retourvlucht werd na de eerste zoekopdracht aangeboden voor het actietarief, echter toen klager op de tekst “boeken” klikte veranderde zonder enige toelichting de prijs van de (enkele) terugreis in een bedrag van € 30,99, zoals blijkt uit de door klager overgelegde screenprint. Contact met Ryanair mocht niet baten. De terugvlucht kon slechts tegen het hogere tarief worden geboekt. Vervolgens heeft klager geconstateerd dat dit ‘probleem’ zich ook bij andere bestemmingen voordeed.

Voorzitter:

De bestreden uiting met boekingsmodule is een uitnodiging tot aankoop gericht op de Nederlandse markt betreffende reisdiensten en aldus aan te merken als een uiting waarop – naast de andere bepalingen van de Nederlandse Reclame Code (NRC) – de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014 van toepassing is. Ingevolge het bepaalde in artikel IV lid 1 RR zijn aan­bieders van reisdiensten in hun uitnodigingen tot aankoop op dezelfde wijze als in reclame-uitingen conform artikel III lid 1 RR gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen. De voorzitter vat de klacht aldus op dat volgens klager de bestreden uiting niet aan deze verplichting ten aanzien van prijsvermelding in de uitnodiging tot aankoop voldoet.

Deze klacht treft doel. Blijkens de door klager overgelegde screenprints wordt de vlucht van Turijn naar Eindhoven op 21 november 2015 in eerste instantie aangeboden voor € 9,99. Nadat klager op de onder deze prijs staande button “Boeken” heeft gedrukt, verschijnt een scherm waarin de prijs is verhoogd naar € 30,99.  Dit is in strijd met het vereiste van correcte en duidelijke prijzen.

De voorzitter is van oordeel dat adverteerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze prijsverhoging is ontstaan als gevolg van een technische fout en dat zij passende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat een dergelijk probleem zich nogmaals voordoet. Om die reden zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep en een aanbeveling achterwege laten.

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel IV sub 1 RR.

RB 2629

Onduidelijkheid over definitie 'marktconforme tarief' misleid de consument

RCC 21 december 2015, RB 2629; Dossiernr: 2015/01091 (DSW)
Misleiding. Uiting: Het betreft een uiting op www.dsw.nl. Daarin staat onder het kopje “Vrije keuze zorgverlener” onder meer: “DSW vindt het (…) heel belangrijk dat u zelf uw zorgverlener (en zorgverzekeraar) kunt kiezen. Er zijn in de zorgverzekeringswereld op dit moment drie soorten polissen: de restitutiepolis, de naturapolis en de budgetpolis. De enige polis waarbij u de vrijheid heeft in het kiezen van uw zorgverlener is de restitutiepolis.

Bij een restitutiepolis heeft u recht op vergoeding van de kosten. Bij DSW krijgt u bij zorgverleners met contract 100% vergoed volgens overeengekomen tarief. Bij niet gecontracteerde zorg, krijgt u 100% vergoed tot het wettelijke maximum- of marktconforme tarief (dit kan wel lager zijn dan de nota van de zorgverlener). Bij de naturapolis kunt u, voor een lagere premie, alleen bij gecontracteerde zorgverleners terecht voor de volledige vergoeding. Bij niet-gecontracteerde zorgverleners, krijgt u niet 100% vergoed. De budgetpolis is een uitgeklede naturapolis (….). Daarom biedt DSW geen natura- of budgetpolis, maar alleen de restitutiepolis waarbij u altijd zelf uw zorgverlener kunt kiezen”.

Onder het kopje “Verwijzing arts” staat onder meer:
“Indien u zorg afneemt bij een niet-gecontracteerde ZBC worden de kosten vergoed conform het restitutiereglement”.

Klacht: DSW stelt dat er een vrije keuze is om welke zorgverlener dan ook te kiezen en dat men alleen een restitutiepolis biedt. Beide stellingen zijn onjuist en misleidend. Klager voert hiertoe het volgende aan.

Er blijkt een uitzondering te worden gemaakt voor niet-gecontracteerde zelfstandige behandelcentra. Dan geldt het restitutiereglement. Volgens dit reglement wordt slechts 50% van de nota vergoed, terwijl voor verrichtingen een wettelijk maximum geldt. DSW vergoedt hier dus niet de beloofde 100%, maar 50%. Dit past bij de definitie die DSW in de bestreden uiting geeft van de naturapolis.

Commissie:

1. Op grond van artikel 7 lid 1 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep kan een ieder die van oordeel is dat een reclame in strijd is met de Nederlandse Reclame Code (NRC) een klacht indienen bij de Reclame Code Commissie. De stelling van DSW dat klager slechts een afgeleid en geen direct belang heeft in deze zaak, omdat klager geen verzekerde van DSW is, vormt geen aanleiding om klager niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klacht.

2. In de bestreden uiting staat onder het kopje “Vrije keuze zorgverlener” onder meer:

“DSW vindt het (…) heel belangrijk dat u zelf uw zorgverlener (en zorgverzekeraar) kunt kiezen” en “Daarom biedt DSW geen natura- of budgetpolis, maar alleen de restitutiepolis waarbij u altijd zelf uw zorgverlener kunt kiezen”.

Anders dan klager meent, wordt in de uiting niet ten onrechte gesteld dat men bij DSW vrij is in de keuze van een zorgverlener. Niet is gebleken dat men niet vrij is om een zorgverlener te kiezen. Wel maakt DSW voor wat betreft de vergoeding onderscheid tussen zorgverleners met een contract met DSW en zorgverleners zonder contract met DSW. Dit is uitdrukkelijk in de uiting vermeld en betekent niet dat men niet vrij is in de keuze.

3. In het geval waar klager op wijst, is sprake van niet-gecontracteerde zorg. Daarover staat in de uiting, voor zover het betreft de restitutiepolis: “Bij niet gecontracteerde zorg, krijgt u 100% vergoed tot het wettelijke maximum- of marktconforme tarief (dit kan wel lager zijn dan de nota van de zorgverlener)”. Volgens de klacht en zoals elders op de website is vermeld, onder het kopje “Verwijzing arts”, worden de kosten van zorg bij een niet-gecontracteerd ZBC vergoed conform “het restitutiereglement”. De Commissie begrijpt uit de bij de klacht overgelegde websitepagina’s met restitutievergoedingen voor “Kaakchirurgie” en de op die pagina’s door klager gemaakte aantekeningen dat de restitutievergoeding voor een aantal door klager aangestreepte verrichtingen 50% bedraagt van het -zoals klager stelt- “wettelijk tarief”.

DSW heeft bij verweer meegedeeld dat de door klager, als ZBC, bij patiënten in rekening gebrachte wettelijke maximum tarieven gebaseerd zijn op de (geïndexeerde) kostprijzen van ziekenhuizen en niet van toepassing zijn op ZBC’s. Wat daarvan zij, naar het oordeel van de Commissie is voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk wat DSW bedoelt met “Bij niet gecontracteerde zorg, krijgt u 100% vergoed tot het wettelijke maximum- of marktconforme tarief (dit kan wel lager zijn dan de nota van de zorgverlener)”. Meer in het bijzonder is niet voldoende duidelijk dat DSW met “marktconforme tarief” bedoelt: “de door ons vastgestelde marktconforme vergoeding”, die -zo begrijpt de Commissie- is opgenomen in het elders op de website staande “restitutiereglement”. In zoverre acht de Commissie de uiting voor de gemiddelde consument onduidelijk als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Op grond van het oordeel onder 3 acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

RB 2627

Toeslag van 27,50 voor voucher 'gratis overnachting' misleidend

RCC 21 december 2015, RB 2627; Dossiernr: 2015/01136 (Planeteo Voucher)
Misleiding. Toerisme. Uiting: Het betreft een aan klager gerichte e-mail. Daarin staat onder meer:
“met plezier delen we u mede dat uw e-mailadres geselecteerd is in het kader van 6de Editie van het Onderzoek naar het Ecologische Bewustzijn van Europeanen. (….).

Wij vragen u om enkele minuten te vinden om onze enquête in te vullen en enkele vragen eerlijk te beantwoorden. (…).

Voor uw deelname aan het onderzoek hebben de sponsoren van ons onderzoek voor u een Voucher voor gratis overnachtingen voorbereid:”. Hieronder is een voucher afgebeeld.

Onder de voucher staat onder meer:
“IK DOE MEE
Hoe kan ik mijn voucher in ontvangst nemen en inwisselen?
Nadat u de enquête heeft ingevuld, moet u het ontvangstformulier nog invullen”.
Verderop in de e-mail staat: “Wij nodigen uit om deel te nemen. Klik a.u.b. hier.”

Onderaan de e-mail staat in relatief kleine letters:
“Voor de voorbereiding en bezorging van de voucher per post naar het opgegeven adres moet een emissietoeslag betaald worden (27,50 €). De enige kost van het verblijf met de cheque in een hotel zijn de verplichte maaltijdkosten die betaald worden na aankomst in het hotel”.

Bij de klacht is ook een afdruk van het ontvangstformulier overgelegd. Onderaan een reeks in te vullen gegevens staat:
“Voor de uitgave en levering van de voucher per post zal een toeslag geheven worden van € 27,50”.

Klacht: Door deelname aan het bewuste onderzoek zou klager een voucher voor drie gratis nachten in een hotel ontvangen. Na deelname blijkt hij € 27,50 te moeten betalen voor verzending van de voucher. Er is duidelijk geen sprake van een echte enquête, maar van een dekmantel om mensen een hotelverblijf “aan te smeren”.

Commissie:

In de e-mail wordt gesproken over een “Voucher voor gratis overnachtingen”. Men dient echter een toeslag van € 27,50 te betalen om de voucher per post geleverd te krijgen. In zoverre acht de Commissie de uiting misleidend als bedoeld in Bijlage 1 onder 19 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) en daardoor oneerlijk als bedoeld in artikel 7 NRC. In Bijlage 1 onder 19 staat dat het onder alle omstandigheden misleidend is om een product als gratis te omschrijven als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel te laten bezorgen. Het bedrag van € 27,50 ziet niet op dergelijke kosten, maar op kosten van uitgave en levering van de voucher.

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

RB 2626

Reisaanbieding exclusief verblijf misleidend door bed-icoontje

Vzr. RCC 18 december 2015, RB 2626; Dossiernr: 2015/01143 (TUI)
Misleiding. Toerisme. Klacht: Klager vindt de uiting misleidend nu hierin de suggestie wordt gewekt dat de consument voor een bedrag van € 399,- per persoon een 9-daagse reis naar Miami kan boeken ínclusief vlucht, huurauto en verblijf, terwijl het verblijf niet bij dit bedrag is inbegrepen. Ook vindt klager dat de reisspecificatie die hij van adverteerder heeft ontvangen vol tegenstrijdigheden zit.

Voorzitter:

De voorzitter zal niet oordelen over de boekingsspecificatie nu dit niet kan worden aangemerkt als reclame in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code.

Niet in geschil is dat de door adverteerder aangeboden reis met een aanbiedingsprijs van € 399,- per persoon een 9-daagse reis naar Miami betreft, inclusief vlucht en huurauto, éxclusief accommodaties. In de uiting staat enerzijds “Fly & Drive Miami retour (…) Excl. Accommodaties. Echter, naast deze tekst in de uiting staat: “Aanbieding € 399,- per persoon” met direct daaronder afgebeeld een icoontje van een vliegtuig en een bed en daaronder de tekst: “9 dagen – Logies”. Om die reden gaat de bestreden uiting naar het oordeel van de voorzitter gepaard met dubbelzinnige informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Anders dan adverteerder is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Klager heeft aangevoerd dat deze reis in het verleden wel ínclusief accommodaties voor deze aanbiedingsprijs is aangeboden, hetgeen verweerder niet heeft weerlegd. Ook los hiervan zou de consument kunnen menen dat in dit specifieke geval de accommodatie bij deze aanbiedingsprijs is inbegrepen. Gelet op voorgaande is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Adverteerder heeft meegedeeld dat zij de uiting zal aanpassen. Hierin ziet de voorzitter aanleiding de aanbeveling te doen voor zover nodig.

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Hij beveelt adverteerder, voor zover nodig, aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2623

Suggestie dat kraamzorg kan worden uitgesloten van basispakket misleidend

RCC 15 december 2015, RB 2623; Dossiernr: 2015/01160 (FBTO)
Misleiding. Uiting: Het betreft een televisiecommercial over de zorgverzekering 2016 waarin – voor zover hier van belang – wordt gezegd:
Vrouw: “Het is tijd voor een nieuwe zorgverzekering, maar al die uitgebreide pakketten…”

Man: “Vol zorg die je niet nodig hebt, maar wel betaalt”.

Vrouw: “Ja, zoals zij daar”(verwijzing naar twee mannen van middelbare leeftijd, die hand in hand aan een tafeltje zitten). “Kleine kans dat zij behoefte hebben aan kraamzorg, grote kans dat zij er wel voor betalen”.

Man: “Of die jongen. Kijk hij heeft er wat aan als zorg wereldwijd wordt vergoed, maar zijn oma…”

Vrouw: “En ik heb ook allemaal dingen in mijn zorgpakket zitten die ik echt niet gebruik”.

Man: “Bij FBTO kies je gewoon de basisverzekering en die vul je aan met modules die bij jou passen. Kleine kans dat je dan voor aanvullende zorg betaalt die je niet nodig hebt”.

Vrouw: “Grote kans dat ik meteen even ga kijken”.

Man: “Weten hoe dat werkt? Check FBTO.nl”.

Klacht: In de televisiecommercial wordt naar een homokoppel verwezen met de opmerking dat zij geen kraamzorg nodig hebben en daarom voor een zorgverzekering van FBTO moeten kiezen. Hiermee wordt volgens klager ten onrechte de suggestie gewekt dat het bij adverteerder mogelijk is om geen kraamzorg af te nemen, terwijl kraamzorg verplicht onderdeel uitmaakt van de basisverzekering.

Commissie:

Niet in geschil is dat kraamzorg verplicht onderdeel uitmaakt van de basisverzekering en dat voor deze zorg een zogenaamde ‘eigen bijdrage’ geldt. Door een aanvullende verzekering af te sluiten is het voor de consument mogelijk om zich voor deze kraamzorgkosten (eigen bijdrage) te verzekeren. Niet in geschil is voorts dat in de commercial door de vrouw wordt gewezen naar een homopaar van middelbare leeftijd.

Uit het verweer van adverteerder blijkt dat het doel van de bestreden commercial is om de consument erop te wijzen dat het bij adverteerder – meer nog dan bij andere zorgverzekeraars – mogelijk is om het basispakket uit te breiden met diverse aanvullende modules, zodat de consument zijn zorgpakket kan samenstellen met aanvullende zorg die bij zijn specifieke situatie past. In dat kader wordt in de televisiecommercial ten aanzien van een homopaar gezegd: “Kleine kans dat zij behoefte hebben aan kraamzorg, grote kans dat zij er wel voor betalen”. Naar het oordeel van de Commissie kan de gemiddelde consument er niet mee bekend worden geacht dat voor kraamzorg een eigen bijdrage geldt. Daarom zal deze consument na het zien van deze commercial in verwarring (kunnen) raken en (kunnen) denken dat het bij adverteerder mogelijk is om kraamzorg uit te sluiten van zijn (basis)pakket. Dat dit specifieke voorbeeld over kraamzorg ziet op de aanvullende verzekering blijkt onvoldoende duidelijk uit de bestreden uiting.

Gelet op het voorgaande acht de Commissie de uiting onduidelijk als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist. De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

RB 2621

Suggestie reclame Zilveren Kruis dat spoedeisende hulp buitenland niet vergoed wordt misleidend

RCC 14 december 2015, RB 1621; Dossiernr: 2015/01167 (Zilveren Kruis)
Misleiding. Uiting: Het betreft een televisiecommercial voor de zorgverzekering van Zilveren Kruis. In de commercial wordt door de hoofdpersoon het volgende gezegd:

“Wat weten we eigenlijk weinig van onze belangrijkste verzekering.
Tandartskosten na een ongeluk in de basisverzekering, denk je? Nee dus.
Hulp aan huis na een ziekenhuisopname? Nope.”

En, terwijl de hoofdpersoon achterin een auto zit die vanaf een ferryboot Engeland in rijdt: “Spoedeisende hulp in het buitenland, in de basisverzekering?... Zullen we lekker links gaan rijden?”

De voice-over sluit af met de volgende tekst:
“De basisverzekering dekt soms minder dan je denkt. Met de Basis Plus Module ben je voor € 3,95 per maand verzekerd tegen onverwacht hoge kosten. Zilveren Kruis.”

Klacht: Na twee maal een opmerking te hebben gemaakt over situaties die niet gedekt zijn in de basisverzekering, zegt de hoofdpersoon: “Spoedeisende hulp in het buitenland”, waarna hij een stilte laat vallen en vervolgens zegt: “Zullen we links gaan rijden?” Daardoor wordt de indruk gewekt dat spoedeisende hulp in het buitenland niet wordt gedekt, terwijl dat juist wel het geval is. Klager vindt de commercial misleidend.

Commissie:

Voorop gesteld wordt dat de Commissie de televisiecommercial beoordeelt in de vorm waarin deze ten tijde van het indienen van de klacht werd uitgezonden.

In deze commercial worden eerst twee situaties geschetst waarvan de kosten niet worden gedekt door de basisverzekering. Hierna wordt de vraag “Spoedeisende hulp in het buitenland, in de basisverzekering?” gesteld, maar niet beantwoord. Hierdoor ontstaat de indruk dat ook de kosten van spoedeisende hulp in het buitenland niet vanuit de basisverzekering worden vergoed. Als erkend is echter komen vast te staan dat dit wel het geval is, ook al is wellicht niet altijd sprake van een volledige vergoeding van deze kosten.

Op grond van het voorgaande gaat de bestreden commercial gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in de aanhef van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie – het afsluiten van de Basis Plus Module – te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

In de mededeling van adverteerder dat de commercial op het bestreden punt inmiddels is aangepast, ziet de Commissie aanleiding een aanbeveling achterwege te laten.

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC.

RB 2580

Moment van betalen essentiële informatie voor geïnformeerd besluit

RCC 19 oktober 2015, RB 2580; Dossiernr: 2015/00877 (Booking.com)
Aanbeveling. Misleiding. Reizen. Uiting: Het betreft een pop-up, verschenen op de website www.booking.com. In die pop-up staat de volgende tekst: “Book now, pay when  you stay! With FREE cancellation on most rooms”.

Klacht: Klaagster heeft de volgende bezwaren:
1. Gesteld wordt: “Book now, pay when  you stay!”. Dit was niet het geval voor klaagster; de door haar te betalen kosten werden direct geïnd.
2. Verder wordt gesteld: “With FREE cancellation on most rooms”. Deze claim impliceert dat indien men een boeking wenst te annuleren nadat de kosten al zijn geïnd, het betreffende bedrag onmiddellijk dient te worden teruggestort. Klaagster  annuleerde haar boeking op 17 juli 2015, nadat het betreffende bedrag op 12 april 2015 van haar rekening was afgeschreven. Op 11 augustus 2015 was het geld nog niet teruggestort.

Klaagster vindt de uiting misleidend.

Commissie:

Ad 1 In de bestreden uiting staat onder meer: “Book now, pay when you stay!”. Hierdoor wordt onmiskenbaar de indruk gewekt dat men pas hoeft te betalen wanneer men verblijft in de betreffende accommodatie. Uit het verweer begrijpt de Commissie dat in het boekingsproces kenbaar wordt gemaakt dat in bepaalde gevallen het beleid wordt gevoerd dat vooraf voor een kamer moet worden betaald, en niet pas tijdens het verblijf. Naar het oordeel van de Commissie betreft het hier essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Nu deze informatie of een verwijzing daarnaar niet in de bestreden uiting is opgenomen, is er sprake van een verborgen houden van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. In zoverre acht de Commissie de uiting misleidend als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC) en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad 2. De mededeling “With FREE cancellation on most rooms” bevat een voorbehoud waardoor de gemiddelde consument erop bedacht zal zijn dat hij zich nader dient te informeren over de precieze inhoud van het onderhavige aanbod “FREE cancellation”. Onder verwijzing naar in het verweer opgenomen schermafdrukken heeft adverteerder  aannemelijk gemaakt dat op www.booking.com wordt gewezen op het feit dat het beleid betreffende “cancellation” varieert per “room type” en dat men per “room type” via de site kan nagaan wat dit beleid precies inhoudt. Reeds gelet op voornoemd voorbehoud biedt de mededeling “With FREE cancellation on most rooms” geen grondslag voor klaagsters conclusie dat in geval men een boeking wenst te annuleren een reeds betaald bedrag onmiddellijk dient te worden teruggestort. Adverteerder heeft zich beroepen op de beslissingen van de Commissie in de dossiers 2014/0164 en 2014/00746. In verband met haar oordeel onder Ad 1 wijst de Commissie erop dat zij zich in genoemde dossiers wel heeft uitgesproken over de woorden “FREE cancellation” respectievelijk “With FREE cancellation on most rooms”, maar niet over “Book now, pay when you stay!”.

Gelet op het oordeel onder Ad 1 acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.