Cursussen

RB 3153

Aanduiding "hoog slagingspercentage" rijschool iQdrive onjuist: zal in de context worden begrepen als hoger dan gemiddeld

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 28 mei 2018, RB 3153; (iQdrive), http://www.reclameboek.nl/artikelen/aanduiding-hoog-slagingspercentage-rijschool-iqdrive-onjuist-zal-in-de-context-worden-begrepen-als-h

RCC 28 mei 2018, RB 3153; Dossiernr. 2018/00258 (iQdrive) Aanbeveling (Misleiding). Het betreft een uiting op de website van iQdrive (www.iqdrive.nl) voor zover daarop vermeld staat: “hoog slagingspercentage”. De klacht richt zich tegen de vermelding “hoog slagingspercentage” op de website van adverteerder. Volgens klager is deze vermelding onjuist. Klager heeft de website www.rijschoolgegevens.nl geraadpleegd en geconstateerd dat het slagingspercentage van adverteerder onder het landelijk gemiddelde ligt. Volgens klager is het slagingspercentage van andere rijscholen bij het eerste examen hoger dan 50%. Bij adverteerder ligt het gemiddelde slagingspercentage bij het eerste examen echter tussen de 26% en 30%, aldus klager.

RB 2528

Train More Diemen heeft essentiële informatie onthouden

Ktr. Rechtbank Amsterdam 11 augustus 2015, RB 2528; ECLI:NL:RBAMS:2015:6028 (Train More Diemen tegen gedaagde)
Oneerlijke handelspraktijk. Train More heeft op de website Socialdeal.nl een kortingsvoucher aangeboden voor de prijs van 89,00 euro op basis waarvan de betrokkene voor 6 maanden onbeperkt gebruik kon maken van alle sportfaciliteiten, sauna, fitness, groepslessen, zonnebank en inclusief inschrijf- en administratiekosten. Pas bij de inschrijving blijkt echter dat aan dit onbeperkt sporten voor de duur van 6 maanden ook een doorlopend basic fit lidmaatschap is gekoppeld. Bovendien heeft Train More de consument de mogelijkheid onthouden om bij inwisseling van de voucher direct op te zeggen. Train More heeft essentiële informatie onthouden, en daarmee op grond van 6:193b BW onrechtmatig gehandeld. 

Beoordeling
6. Train More heeft op de website van Socialdeal.nl onder meer een kortingsvoucher aangeboden voor de prijs van € 89,00, op basis waarvan de betrokkene voor zes maanden onbeperkt gebruik kon maken van alle sportfaciliteiten, sauna, fitness, groepslessen en, zonnebank, inclusief inschrijfkosten en administratiekosten.

7. [gedaagde] heeft van dit aanbod gebruikt gemaakt. [gedaagde] is een consument. Op de door Train More aangeboden voucher staan de onder 1.1 genoemde voorwaarden vermeld die op het aanbod van toepassing zijn. Dit betekent dat [gedaagde] als consument op grond van de daarop vermelde voorwaarden gebruik kon maken van de aanbieding om, zoals [gedaagde] wenste, zes maanden onbeperkt te sporten. Pas bij inschrijving op de sportschool blijkt dat aan dit onbeperkt sporten voor de duur van zes maanden ook een doorlopend Train More basic fit lidmaatschap is gekoppeld.

8. Artikel 6:193b BW bepaalt dat een handelaar onrechtmatig jegens een consument handelt indien hij een handelspraktijk verricht die oneerlijk is.
Door in haar aanbod tot onbeperkt sporten voor een periode van zes maanden tegen een vaste prijs niet te vermelden dat dit na ommekomst van deze periode wordt omgezet in een basis fit lidmaatschap, heeft Train More de consument op dat moment essentiële informatie onthouden en zo het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar beperkt. Bovendien heeft Train More de consument de mogelijkheid onthouden om bij inwisseling van de voucher direct op te zeggen op dezelfde wijze als de overeenkomst is aangegaan.
Deze handelswijze van Train More is op grond van artikel 6:193b BW en rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (o.a.16 april 2015 C-388/13 Hatóság/UPC) onrechtmatig.
RB 2512

Rapport geslaagdenpercentage rijschool onrechtmatig

Hof 's-Gravenhage 8 maart 1990, RB 2512; ECLI:NL:GHSGR:1990:AJ5848 (eisers tegen de Staat der Nederlanden en Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen)
Rapport geslaagdenpercentage. Reclamerecht. De Staat en het CBR geven een gids uit, gebaseerd op het geslaagdenpercentage. Gezien de inhoud van de aan het hof overgelegde rapportage concludeert het hof dat de beoogde doeleinden door de publicatie niet/nauwelijks zullen worden gediend en dat de gids het publiek slechts een beperkt inzicht zal geven in de kwaliteit van een rijschool. Overheid handelt door publicatie van de gids in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en derhalve onrechtmatig.

Beoordeling van het Hoger Beroep:
14. Gezien de inhoud van voormelde rapportage, moet voorshands worden geconcludeerd dat de beoogde doeleinden door de publicatie niet dan wel nauwelijks zullen worden gediend en dat de gids het publiek slechts een zeer beperkt inzicht zal geven in de kwaliteit van een rijschool.
15. Daarnaast is, mede gezien de eerdergenoemde brieven, aannemelijk dat het feit dat op het slaagpercentage niet de statistisch gebruikelijke correctie is toegepast, terwijl zulks zeer wel mogelijk was geweest, tot gevolg heeft, dat onder de niet in de gids opgenomen rijscholen zich rijscholen zullen bevinden die kwalitatief niet onderdoen voor net wèl in de gids opgenomen rijscholen.
16. Dat de niet in de gids opgenomen rijscholen door een en ander schade lijden, behoeft nauwelijks betoog nu immers mensen die een rijschool zoeken, dus aspirant—rijschoolleerlingen, de in hun omgeving bestaande rijscholen uit zichzelf niet zullen kennen en daartoe de gids zullen raadplegen, zeker als deze gids — zoals hierna nog zal worden toegelicht — ogenschijnlijk alleen de goede rijscholen vermeldt en het zegel van de overheid draagt. Bij de rijscholen die door het niet toepassen van de statistisch gebruikelijke correctie, hierboven bedoeld, thans of in de toekomst net niet in de gids zijn of zullen worden vermeld — het hof denkt hier in het bijzonder aan de rijscholen van de appellanten sub 4 en 5 — zal dit extra pijnlijk treffen.
17. De omstandigheid dat in de inleiding van de gids erop wordt gewezen dat het geslaagdenpercentage niet uitsluitend bepalend is voor de kwaliteit van de geboden rijopleiding en het niet vermeld staan van een rij school in de gids “dus niet automatisch betekent dat deze slecht zou zijn”, terwijl daarin tevens een aantal aanvullende kwaliteitsaspecten wordt opgenoemd, doet aan het vorenoverwogene niet af.
20. Het hof is derhalve op grond van al het vorenoverwogene voorshands van oordeel dat de Minister en het in opdracht van de Minister handelende CBR door op basis van een criterium, dat op zich reeds aanvechtbaar is en nauwelijks relevant voor de beoogde doeleinden, op onterechte gronden een deel van de groep rijschoolhouders bij de publicatie uit te schakelen, onzorgvuldig en in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur hebben gehandeld, zodat de publicatie van deze gids onrechtmatig is.

RB 2349

Gratis tablet niet bij alle NTI-cursussen

Vz. RCC 2 maart 2015, RB 2349; 2015/00120 (NTI gratis tablet)
Voorzitterstoewijzing. Omissie.  Uiting: Het betreft: 1) een televisiecommercial waarin onder meer wordt gezegd: “Start nu met een cursus van NTI en ontvang 40% korting en een gratis tablet”. In beeld verschijnen onder meer de mede-delingen: “Nu 40% korting op cursussen” en “Gratis tablet!”. 2) de website www.nti.nl voor zover op een pagina mededelingen staan in verband met “70 jaar NTI: Unieke tablet actie” (www.nti.nl/campagnes-70-jaar-nti) en in verband met een cursus Frans de mededeling verschijnt: “Tablet cadeau” (www.nti.nl/talen/frans/frans-voor-beginners).

Klacht:

Klager verwijst in de eerste plaats naar een aanbieding met 40% jubileumkorting van adverteerder die hij in 2012 ontving omdat adverteerder 70 jaar bestond. Adverteerder biedt nog steeds jubileumkorting aan en klager acht dit misleidend. Er is niks tijdelijks aan de aanbieding en het jubileum is voorbij. Voorts stelt klager dat hij naar aanleiding van de mededelingen in de televisiecommercial en op de website over korting op cursussen en een gratis tablet heeft besloten een cursus bij adverteerder te volgen. Op de website staat dat men op alle cursussen korting krijgt en daarbij een tablet cadeau ontvangt. Toen klager zich aanmeldde voor een cursus, bleken er actievoorwaarden te gelden waarin staat dat men alleen bij cursussen vanaf € 250,-- een tablet ontvangt. De cursus Frans waarvoor klager zich wilde aanmelden, kost minder en komt derhalve niet voor de gratis tablet in aanmerking. Toch staat op de website bij deze cursus een plaatje met de tekst “Tablet cadeau”. Voorts blijkt uit de actievoorwaarden dat men de tablet niet cadeau krijgt omdat men € 9,75 aan administratie- en verzendkosten moet betalen. De uiting is op grond van het voorgaande misleidend.

Oordeel:

1) Klager vermeldt in het online klachtenformulier dat hij bezwaar maakt tegen de hierboven omschreven televisiecommercial. In zijn toelichting op de klacht bestrijdt klager voorts de hierboven genoemde webpagina’s. De voorzitter gaat daarom ervan uit dat de klacht ziet op zowel de televisiecommercial als de genoemde webpagina’s. Ook adverteerder heeft de klacht aldus opgevat.

2) Ten aanzien van de kwestie van de jubileumkorting maakt klager kennelijk bezwaar tegen het woord jubileumkorting en het feit dat deze korting al sinds 2012 zou worden gegeven. Het enkele gebruik van het woord jubileumkorting op een specifieke pagina in verband met “70 jaar NTI” acht de voorzitter echter onvoldoende om de reclame misleidend te achten. Aangenomen moet worden dat de gemiddelde consument vooral acht zal slaan op de hoogte van de korting in plaats van de naam die adverteerder daaraan geeft. De voorzitter constateert voorts dat in de uitingen sprake is van verschillende kortingspercentages. In de televisie-commercial wordt immers 40% korting genoemd en op de website, onder verwijzing naar 70 jaar NTI, 50% korting, hetgeen blijkbaar de door klager bedoelde jubileumkorting is. Klager heeft, mede gelet hierop, onvoldoende onderbouwd dat adverteerder steeds dezelfde korting geeft op haar cursussen. Dit gedeelte van de klacht treft derhalve geen doel.

3) Niet in geschil is dat men niet bij elke cursus van adverteerder een gratis tablet ontvangt. De televisiecommercial wekt echter onmiskenbaar een andere, onjuiste indruk nu hierin zonder verdere toelichting wordt meegedeeld dat men bij adverteerder een gratis tablet ontvangt. Hetzelfde geldt voor de “jubileumpagina” nu hierop eveneens zonder toelichting staat dat men zonder betaling een tablet ontvangt (“Tablet cadeau”). De gemiddelde consument zal op grond hiervan menen dat men bij elke cursus die men bij adverteerder gaat volgen een gratis tablet ontvangt. Op geen enkele wijze blijkt uit de uitingen dat voor het ontvangen van een gratis tablet een minimum besteding aan cursusgeld geldt en dat sommige cursussen, inclusief de cursus Frans voor beginners waarbij eveneens wordt gezegd “Tablet cadeau”, niet boven het minimumbedrag uitkomen en om die reden niet onder de actie vallen.

4) Het had op de weg van adverteerder gelegen om duidelijk te maken dat het afhankelijk is van het bedrag van de cursus of men een tablet ontvangt en welk bedrag het betreft. Zonder deze informatie mist de gemiddelde consument essentiële informatie die hij nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Aldus is sprake van het ontbreken van essentiële informatie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Overigens acht de voorzitter het tevens in strijd met de eisen van professionele toewijding dat in de uitingen wordt meegedeeld dat men een gratis tablet ontvangt, terwijl niet wordt gecommuniceerd dat dit niet voor alle cursussen geldt. Bij een cadeau-actie als de onderhavige, waarbij sprake is van een gratis tablet en derhalve van een item met een relatief hoge waarde, mag in beginsel van de adverteerder een grote mate van zorgvuldigheid worden verwacht met betrekking tot de informatie over de voorwaarden. Aangenomen moet immers worden dat dit item in sterke mate de beslissing van de consument om bij adverteerder een cursus te volgen kan beïnvloeden. Om die reden had adverteerder in de uitingen juiste en volledige informatie behoren te geven op grond waarvan de gemiddelde consument zich een goed beeld zou kunnen vormen over de vraag of hij voor het gratis item in aanmerking komt. Aan deze eis is niet voldaan. Op grond van het voorgaande zijn de uitingen misleidend en oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

5) Eveneens is de voorzitter van oordeel dat het op de weg van adverteerder lag om duidelijk te maken dat aan het verzenden van de tablet kosten zijn verbonden. Deze informatie had uit de uiting dienen te blijken, zodat ook hierom de uiting in strijd is met artikel 7 NRC wegens het ontbreken van essentiële informatie. Tevens heeft adverteerder gehandeld in strijd met het bepaalde in punt 19 van de bij artikel 8.5 NRC behorende bijlage 1. Het in rekening brengen van verzendkosten is weliswaar toegestaan zonder afbreuk te doen aan het “gratis” aanbod, maar adverteerder brengt, naar uit de voorwaarden en het verweer blijkt, daarnaast administratiekosten in rekening welke blijkbaar eveneens zijn inbegrepen in het bedrag van € 9,75 dat de consument voor de “gratis” tablet dient te betalen. Het in rekening brengen van administratiekosten verdraagt zich niet met een gratis aanbod. De voorzitter verwijst naar de Leidraad voor de tenuitvoerlegging/toepassing van richtlijn 2005/29/eg betreffende oneerlijke handelspraktijken van de Europese Commissie, voor zover hierin staat: “Dientengevolge mogen handelaren geen kosten in rekening brengen voor verpakking, behandeling of administratie.” Ook in zoverre is de uiting in strijd met artikel 7 NRC.

6) Adverteerder heeft meegedeeld de uitingen op enkele punten te zullen aanpassen. Nu deze toezegging geen betrekking heeft op alle onderdelen van de uitingen die in strijd met de Nederlandse Reclame Code zijn geacht, ziet de voorzitter geen aanleiding gebruik te maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep. Derhalve wordt beslist als volgt.

RB 2344

Voldoende duidelijk met welke grafische softwarepakketten NHA-cursus werkt

RCC 20 februari 2015, RB 2344 (NHA softwarepakket)
Afwijzing. Gemiddelde consument wordt voldoende duidelijk met welke software in de betreffende cursus wordt gewerkt en dat dit niet de softwarepakketten Photoshop, Illustrator en Indesign betreffen. Het betreft een uiting op de website www.nha.nl, voor zover hierin uitleg wordt gegeven over de beroepscursus ‘Grafisch Vormgever’.

Uit de uiting van adverteerder valt op te maken dat de betreffende cursus geschikt is voor Photoshop, Illustrator en Indesign maar uit de studiegids wordt duidelijk dat met de programma’s Gimp, Inkscape en Scribus wordt gewerkt aangezien die kosteloos zijn. Als je echter uitsluitend via de website inschrijft voor deze cursus, lees je deze studiegids niet en blijkt bij het volgen van de studie pas dat de eerstgenoemde Adobeprogramma’s niet gebruikt kunnen worden. De uiting is om die reden misleidend.

De Commissie begrijpt de klacht aldus dat naar de mening van klager in de uiting onvoldoende informatie wordt verstrekt over de inhoud van de aangeprezen cursus, in dit geval een cursus tot grafisch vormgever, als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De Commissie overweegt daaromtrent als volgt.

Gebleken is dat bij de beschrijving van de cursus staat: “U hoeft namelijk geen dure software aan te schaffen, want wij leren u werken met gratis softwarepakketten die dezelfde functionaliteiten kennen als de dure Photoshop, Illustrator en Indesignpakketten” en bij de drie modules worden staat steeds “Bekende tekenprogramma’s die ook volgens deze techniek werken zijn bijvoorbeeld Photoshop”. Aldus wordt de gemiddelde consument er naar het oordeel van de Commissie voldoende duidelijk op gewezen met welke software in de betreffende cursus wordt gewerkt en dat dit niet de softwarepakketten Photoshop, Illustrator en Indesign betreffen.
RB 2287

NHA misleidt met “erkende” opleidingen

CVB RCC 23 december 2014, RB 2287 (NHA)
Vernietiging (gedeeltelijk). Aanbeveling. Art. 7 NRC. BRC sub b. Het College is van oordeel dat de door NHA bedoelde cursussen die uitsluitend “erkenning in de markt” genieten niet als “erkend” kunnen worden beschouwd. Het enkele feit dat de door NHA aangeboden cursussen in de markt wel een bepaald aanzien genieten, is onvoldoende om deze dezelfde status toe te kennen als de officieel door het Ministerie van OCW of de desbetreffende branche erkende cursussen. Het College vernietigt daarom de bestreden beslissing met betrekking tot de televisiecommercial waarin wordt gezegd dat men bij NHA “400 erkende opleidingen en cursussen” vindt. “Erkend door Ministerie van Onderwijs” en “De voordeligste erkende opleider van Nederland” in de context van de hier bedoelde uitingen wekt bovendien de indruk dat de erkenning ziet op het gehele opleiding- en cursusaanbod van NHA, zodat ook in dit opzicht sprake is van misleiding en oneerlijke reclame.

4. Het College is van oordeel dat de door NHA bedoelde cursussen die uitsluitend “erkenning in de markt” genieten niet als “erkend” in de hiervoor (onder 2) bedoelde zin kunnen worden beschouwd. Het enkele feit dat de door NHA aangeboden cursussen die niet officieel zijn erkend mogelijk in de markt wel een bepaald aanzien genieten, is onvoldoende om deze dezelfde status toe te kennen als de officieel door het Ministerie van OCW of de desbetreffende branche erkende cursussen. Derhalve oordeelt het College dat de cursussen die uitsluitend “erkenning in de markt” genieten buiten beschouwing dienen te blijven bij de vraag hoeveel erkende opleidingen en cursussen NHA in totaal aanbiedt. Op grond hiervan ziet het College overigens ook geen aanleiding om Laudius nog in staat te stellen te reageren op hetgeen namens NHA ter zitting in beroep is aangevoerd. Dit kan immers niet tot een ander oordeel leiden.

5. Uit het voorgaande volgt dat NHA haar mededeling in de televisiecommercial dat zij 400 erkende opleidingen en cursussen aanbiedt, niet kan waarmaken. In werkelijkheid is het aantal erkende opleidingen en cursussen aanzienlijk lager dan het in de televisiecommercial genoemde aantal en nog niet eens de helft van het genoemde aantal. Derhalve oordeelt het College dat NHA in zoverre geen juiste informatie heeft verstrekt over de status van de erkenning van de door haar aangeboden cursussen als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder f NRC. Tevens handelt NHA hierdoor in strijd met het bepaalde in de bijzondere reclamecode sub b (Cursussen) dat in samenhang met de hiervoor bedoelde bepalingen van de Nederlandse Reclame Code dient te worden uitgelegd. Grief 1 treft op grond van het voorgaande doel.

(…)

8. Het College oordeelt derhalve, in aanvulling op de beslissing van de Commissie, dat de mededelingen dat NHA is “Erkend door Ministerie van Onderwijs” en “De voordeligste erkende opleider van Nederland” in de context van de hier bedoelde uitingen de indruk wekken dat de erkenning ziet op haar als organisatie voor het gehele opleiding- en cursusaanbod dat zij verzorgt. Dat NHA in de hier bedoelde uitingen vermeldt: “Erkend/aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op grond van de WEO en WEB en WHW voor zover het onderwijs onder de reikwijdte van de wet valt”, neemt deze misleiding onvoldoende weg. In navolging van hetgeen de Commissie onbestreden heeft overwogen, oordeelt ook het College dat deze mededeling voor de gemiddelde consument onvoldoende begrijpelijk is en onvoldoende duidelijk maakt dat bedoelde erkenning niet tevens ziet op NHA als organisatie die het desbetreffende cursusaanbod verzorgt. Hierdoor handelt NHA ook in zoverre in strijd met artikel 8.2 aanhef en onder f NRC in verbinding met het bepaalde in de bijzondere reclamecode sub b (Cursussen). De gemiddelde consument kan hierdoor ertoe gebracht worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting op dit punt eveneens misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
RB 2181

Waarschuwing voor strenge controles en boetes geen intimiderende reclame

Vz. RCC 3 juli 2014, RB 2181, dossiernr. 2014/00395 (Sociale-Hygiene.nl)
Voorzittersafwijzing. Het betreft een aan klaagster geadresseerde brief met folder. In de aanhef van de brief staat: “Waarschuwing: strenge controles in uw gemeente”. In deze brief staan de boetes die kunnen worden opgelegd bij overtreding van de Drank- en Horecawet en wordt in dat verband voorts gezegd: “Uw gemeente kan ook tot intrekking van de vergunning of zelfs tot sluiting overgaan. Riskeer geen hoge boetes of sluiting! Controleer nu of u voldoende medewerkers heeft die in het bezit zijn van de SVH Verklaring Sociale Hygiëne.” Hierna worden dagcursussen genoemd die adverteerder aanbiedt en wordt voorts onder meer verwezen naar de “Training Hygiënecode HACCP” die in een bijgesloten folder wordt toegelicht. Klaagster stelt dat sprake is van een intimiderende en misleidende reclame voor cursussen. Er wordt gedreigd met boetes als geen cursussen worden afgenomen. De voorzitter wijst de klacht af.

Het oordeel van de voorzitter
Voor zover klaagster stelt dat de uiting misleidend is, stelt de voorzitter voorop dat bij de beoordeling van deze klacht dient te worden gelet op de totale uiting (een brief met folder) en de context waarin de bestreden mededelingen zijn geplaatst. Uitgaande hiervan acht de voorzitter het voldoende duidelijk dat de uiting strekt tot het aanprijzen van cursussen door adverteerder als commercieel bedrijf. Dat adverteerder in de uiting wijst op wettelijke verplichtingen en de mogelijkheid bij haar een wettelijk vereist certificaat (“SVH Verklaring Sociale Hygiëne”) te behalen, leidt niet tot een ander oordeel. Ook deze mededelingen strekken immers onmiskenbaar tot het aanprijzen van de diensten die adverteerder aanbiedt. In de begeleidende folder staat voorts een uitvoerige toelichting voor zover het betreft de “Training Hygiënecode HACCP” die adverteerder aanbiedt. Van misleiding is op grond van het voorgaande geen sprake.

Naar het oordeel van de voorzitter gaat de wijze waarop adverteerder op de noodzaak van het certificaat wijst en de mogelijkheid om bij haar dit certificaat te behalen, de grenzen van het toelaatbare niet te buiten. Weliswaar gaat enige dreiging uit van de verwijzing naar sancties die mogelijk zijn bij het ontbreken van het certificaat, maar het staat adverteerder vrij op deze wijze haar diensten aan te prijzen. Niet in geschil is immers dat deze sancties zullen (kunnen) volgen indien een bedrijf niet over dat certificaat beschikt, zodat daadwerkelijk een noodzaak bestaat om over het bedoelde certificaat te beschikken. Adverteerder mag hierop wijzen. Van intimidatie in de zin van artikel 14 van de Nederlandse Reclame Code is naar het oordeel van de voorzitter daarbij geen sprake.
RB 1327

De hoogste kwaliteitsnormen

RCC 16 februari 2012, dossiernr. 2012/00013 (LOI hoogste kwaliteit)

Uit de uitingen op de site www.LOI.nl volgt dat alle opleidingen voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen, dat het lesmateriaal makkelijke leesbaar en begrijpelijk is en  wordt er verzekerd dat het materiaal altijd up-to-date is. Klager heeft in de cursus Frans voor meergevorderden 100 fouten gevonden en zij bevat veel teksten die niet makkelijk leesbaar zijn. Klager voelt zich ondersteund door de vele negatieve kritieken van cursisten. Door het opschorten van de opleiding, erkent de adverteerder dat zij niet voldoet aan de normen.

RCC: Alle Bachelor-opleidingen zijn geaccrediteerd door de NVAO en het is voldoende duidelijk wat de adverteerder verstaat onder "de hoogste kwaliteitsnormen". Op grond van de ervaringen van de klager kan niet worden geconcludeerd dat het lesmateriaal in het algemeen niet 'extra duidelijk, makkelijk leesbaar en begrijpelijk' is. Dat het lesmateriaal voor de door klager aangevraagde cursus niet up-to-date is, betekent niet dat dat betrekking heeft op het gehele cursusaanbod van LOI. De klachten worden afgewezen.

Klachten:
1.    “Alle LOI-opleidingen voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen en staan continu onder controle van topfunctionarissen uit de praktijk. Niet voor niets is LOI Hogeschool de eerste afstandsopleider waarvan alle bacheloropleidingen zijn geaccrediteerd door de NVAO. Hét officiële kwaliteitskeurmerk van de overheid.”

2. “3. De hoogste kwaliteit
Bij de LOI staat kwaliteit voorop. Zowel waar het gaat om service, de begeleiding en inhoud van de opleidingen alsook de aansluiting van onze opleidingen op de examens en de arbeidsmarkt” (dit fragment is tevens te vinden op de website www.springest.nl/loi).
 
3. “Het lesmateriaal van de LOI is geschreven door professionele auteurs en bovendien extra duidelijk, makkelijk leesbaar en begrijpelijk. Want dankzij jarenlange ervaring in onderwijs weten we precies bij welke onderwerpen extra uitleg of praktijkvoorbeelden nét dat verschil maken” (tevens te vinden op de website www.springest.nl/loi)
 
4. “Daarnaast is al ons lesmateriaal losbladig, zodat we op elk moment aanpassingen kunnen doorvoeren. En zelfs tijdens je studie gratis updates kunnen toesturen. Bijvoorbeeld als er iets verandert in de exameneisen. Je bent er dus van verzekerd dat je lesmateriaal altijd up-to-date is en volledig aansluit op de exameneisen.”(tevens te vinden op de website www.springest.nl/loi).

RCC-uitgebreid:
Ad. 1.
In dit fragment wordt meegedeeld dat ‘alle opleidingen’ voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen. In de hierop volgende zin wordt meegedeeld dat ‘alle bacheloropleidingen zijn geaccrediteerd door de NVAO’, hetgeen als onweersproken is komen vast te staan. Aldus is naar het oordeel van de Commissie voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk wat adverteerder verstaat onder ‘de hoogste kwaliteitsnormen’. Dat klagers normen met betrekking tot de kwaliteit hoger liggen en dat één van de aangeboden cursussen niet aan zijn normen voldoet, leidt er niet toe dat de reclame op dit punt misleidend is.

Ad 2.
In het tweede fragment wordt de kwaliteit in algemene zin van het cursusaanbod weergegevenen wordt gesproken over de kwaliteit van onder meer de inhoud van de opleidingen en de begeleiding hierbij, hetgeen niet ontoelaatbaar is. Voor de gemiddelde consument is voldoende duidelijk dat het hier de persoonlijke mening van adverteerder betreft. Dat klager in de desbetreffende cursus verschillende fouten heeft ontdekt en dat hij ontevreden is over de begeleiding, service en inhoud van de cursus, brengt niet mee dat de kwaliteit van de opleidingen op die punten in het algemeen onvoldoende is, laat staan dat om die reden zou kunnen worden gezegd dat de uitingen misleidend zijn.

Ad 3.
Evenmin kan op grond van de ervaringen van klager worden geconcludeerd dat het lesmateriaal van de LOI in het algemeen niet ‘extra duidelijk, makkelijk leesbaar en begrijpelijk’ is.

Ad 4.
In dit fragment wordt uitgelegd op welke manier het lesmateriaal up-to-date wordt gehouden waarbij een relatie wordt gelegd met de exameneisen van dat moment. Het door klager gestelde dat het lesmateriaal van de door hem aangevraagde cursus niet geheel up-to-date is, leidt er niet toe dat de onderhavige reclame, die betrekking heeft op het gehele cursusaanbod van LOI, om die reden als misleidend moet worden beschouwd.

Dat adverteerder de desbetreffende cursus heeft opgeschort leidt niet tot een ander oordeel