27 mrt 2026
Handhaving OHP: ACM mocht verzoek afwijzen op prioriteringsgronden
Rb. Rotterdam 27 maart 2025, RB 3997; ECLI:NL:RBROT:2026:3317 (BTV tegen ACM). De Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV) had de ACM verzocht op te treden tegen reclame-uitingen rond een woningbouwproject, omdat volgens haar onvoldoende informatie werd verstrekt over omgevingsfactoren zoals geluidsoverlast. Nadat betrokken partijen hun website hadden aangepast, zag de ACM geen aanleiding voor verder onderzoek en wees zij het handhavingsverzoek af.
De rechtbank stelt voorop dat de ACM bij de beoordeling van handhavingsverzoeken beleidsruimte heeft om prioriteiten te stellen, onder meer op basis van doeltreffendheid en doelmatigheid. In dit geval heeft de ACM voldoende gemotiveerd dat nader onderzoek niet doeltreffend is, omdat de gevraagde beoordeling deels buiten haar toezichtstaak valt en samenhangt met publiekrechtelijke besluitvorming, zoals vergunningverlening en bestemmingsplannen. Daarnaast acht de rechtbank het standpunt van de ACM dat nader onderzoek niet doelmatig is, gerechtvaardigd. Het beoordelen van de door BTV aangevoerde informatie zou specialistische expertise vereisen en een aanzienlijk beslag leggen op de beperkte middelen van de ACM. Het betoog van BTV dat sprake is van schending van de vereisten van professionele toewijding wordt verworpen. Volgens de rechtbank ziet dit criterium op handelen van een partij als handelaar, terwijl BTV haar argumentatie baseert op publiekrechtelijke verplichtingen van de gemeente. Die normen vallen niet onder het toepassingsbereik van de regels over oneerlijke handelspraktijken. Ook het beroep op onjuiste toepassing van het prioriteringsbeleid faalt. De ACM hoeft niet alle prioriteringscriteria afzonderlijk en cumulatief te beoordelen; een lage score op één criterium kan reeds reden zijn om van handhaving af te zien. De rechtbank concludeert dat de ACM het handhavingsverzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
14. BTV stelt – onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10069 – dat de ACM haar prioriteringsbeleid niet juist heeft toegepast omdat zij niet alle drie de criteria in haar initieel onderzoek heeft betrokken. Dit betoog slaagt niet. In het prioriteringsbeleid is toegelicht dat het beleid geen optelsom is. Een handhavingsverzoek hoeft niet ‘hoog’ te scoren op alle criteria voordat een nader onderzoek wordt gestart, een hoge score op één criterium kan al voldoende zijn. Omgekeerd kan een lage score op één criterium aanleiding zijn om van nader onderzoek af te zien. In dit geval heeft de ACM het initieel onderzoek beperkt tot het criterium van doeltreffendheid en doelmatigheid. Dat is een andere situatie dan in de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarnaar BTV verwijst omdat daarin wel alle drie de criteria waren beoordeeld maar de ACM dat onvoldoende kenbaar had gemotiveerd.