RB
Gepubliceerd op maandag 20 april 2026
RB 4001
Rechtspraak (NL/EU) ||
26 feb 2026
Rechtspraak (NL/EU) 26 feb 2026, RB 4001; ECLI:NL:RBNHO:2026:2098 (([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus)), https://www.reclameboek.nl/artikelen/bedrijfskleuren-geen-openbare-aankondiging

Bedrijfskleuren geen openbare aankondiging

Rb. Noord-Holland 26 februari 2026, RB4001, ECLI:RBNHO:2026:2098 ([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus). In deze zaak oordeelt de Rechtbank Noord-Holland over een aanslag reclamebelasting wegens de uitstraling van een bedrijfspand. De [belanghebbende] exploiteert een bedrijf in één pand, waarvan de gevels blauw zijn en de raam- en deurkozijnen, garagedeuren en dakranden geel. Daarnaast is de handelsnaam van het bedrijf in rechtopstaande letters boven op het dak aangebracht en hangen op de gevel twee borden met de handelsnaam en op één daarvan een afbeelding. De gemeente heft reclamebelasting op grond van de Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024 ter zake van “openbare aankondigingen” (waaronder ook kleuren) die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In deze zaak staat centraal of de kleuren van het bedrijfspand (blauw en geel) kwalificeren als een openbare aankondiging in de zin van de verordening en artikel 227 Gemeentewet. Daarnaast waren ook de verbindendheid van de verordening, de oppervlaktebepaling en de vraag of is gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in geschil. De rechtbank komt echter niet toe aan de beoordeling van deze punten, omdat de zaak reeds wordt beslist op het punt of sprake is van een openbare aankondiging (r.o. 15). De rechtbank sluit aan bij de omschrijving van ‘openbare aankondiging’ in de Verordening en bij jurisprudentie dat hieronder moet worden verstaan: tot het publiek gerichte mededelingen die erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken (vgl. Gerechtshof Amsterdam 9 januari 2014 en HR 30 maart 2007).

De rechtbank overweegt dat de blauwe gevelplaten bij de bouw door de aannemer zijn aangebracht en niet op verzoek van [belanghebbende], dat er geen sprake is van filialen of een keten, dat geen consistente huisstijl wordt gevoerd (ook niet online) en dat één van de borden een zelfgemaakt personeelscadeau betreft en geen bedrijfslogo. Gelet op de aard van het bedrijf, waarvan de opdrachtgever en klanten belanghebbende ook zonder reclame-uitingen weten te vinden, is er geen reële noodzaak of gerichtheid om publiek aan te trekken via de kleurstelling van het pand. De rechtbank acht daarom niet aannemelijk dat de blauw- en geel gekleurde delen van het pand tot het publiek gerichte mededeling vormen of erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken. Deze kleurvlakken kunnen derhalve niet als openbare aankondiging worden aangemerkt en hadden niet in de heffingsgrondslag mogen worden betrokken. Zonder de kleurvlakken resteert slechts de belettering op het dak en de borden op de gevel. Partijen zijn het erover eens dat deze gezamenlijke minder dan 25 m2 beslaan. Onder de Verordening is bij een oppervlakte van minder dan 25 m2 geen reclamebelasting verschuldigd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigd de uitspraak op bezwaar en vernietigt de aanslag reclamebelasting.

11. De rechtbank overweegt dat de Verordening in artikel 1 een nadere omschrijving geeft van wat onder het begrip ‘openbare aankondiging’ moet worden verstaan, namelijk een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg (artikel 1 onder a). Een aankondiging is openbaar indien het publiek vanaf de openbare weg de aankondiging visueel kan waarnemen (artikel 1 onder d). Onder de term "openbare aankondigingen" dient te worden verstaan alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd (vgl. Gerechtshof Amsterdam, 9 januari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:203 en HR 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AX2154).

12. Op basis van de door verweerder overgelegde foto’s van het pand stelt de rechtbank vast dat de blauwe kleur van de bedrijfsnaam in staande letters bovenop het pand van belanghebbende sterk afwijkt van de kleur blauw op de gevel(platen) van het pand. Ook met betrekking tot de borden die zijn aangebracht op de gevel van het pand en de belettering op die borden, ziet de rechtbank op de foto’s kleurverschillen ten opzichte van de kleurstellingen van het pand zelf. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de blauwe en gele kleur van het pand onderdeel zijn van de huisstijl van belanghebbende. Er is ook geen sprake van andere filialen van belanghebbende en gesteld noch gebleken is van overeenkomstige kleurstellingen op de website van het bedrijf. De rechtbank acht hierbij in het bijzonder van belang dat - zo heeft verweerder niet weersproken - de kleur van de blauwe gevelplaten pand niet door belanghebbende is gekozen maar is aangebracht door de aannemer die het pand heeft gebouwd. Ook acht de rechtbank van belang dat één van de op de gevel aangebrachte borden ( met [afbeelding] ) een zelfgemaakt afscheidscadeau betreft afkomstig van het personeel aan de vader van de huidige directeur van het familiebedrijf ( [naam 1] ). Er is geen sprake van een bedrijfslogo. Gelet op de aard van het bedrijf ( [werkzaamheden] ) is er ook - zo heeft belanghebbende onweersproken naar voren gebracht - geen reden om de aandacht van het publiek te trekken en weten de opdrachtgevers/klanten ( [klanten] ) haar ook zonder reclame-uitingen te vinden. Ook vanuit die optiek is het minder voor de hand liggend tevens de kleurstellingen van het pand aan te merken als een reclame-uiting.

13. De rechtbank is gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien van oordeel dat de blauw- en geelgekleurde delen van het pand niet kunnen worden aangemerkt als een tot het publiek gerichte mededeling, ook niet in combinatie met de genoemde andere bedrijfsaanduidingen (de borden en de letters op het dak). Niet aannemelijk is geworden dat de kleurstelling van het pand erop is gericht de belangstelling van het publiek te trekken. De rechtbank concludeert dat de blauw- en geelgekleurde delen van het pand ten onrechte door verweerder tot de openbare aankondiging zijn gerekend.

15. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard. De overige klachten behoeven geen behandeling.