Diensten

RB 3186

Overdreven slogan 'Alles voor betere zorg' van CZ niet ongebruikelijk voor reclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 aug 2018, RB 3186; (CZ ), http://www.reclameboek.nl/artikelen/overdreven-slogan-alles-voor-betere-zorg-van-cz-niet-ongebruikelijk-voor-reclame

RCC 6 augustus 2018, RB 3186; dossiernr. 2018/00345/B (CZ) Afwijzing. Misleiding. Het betreft een televisiecommercial van CZ. In de commercial is een vrouw, Anja, thuis met haar gezin en bij haar werk in een manege te zien. De voice-over vertelt dat bij Anja schildklierkanker was geconstateerd en zegt vervolgens: “Voor haar behandeling werkten meerdere ziekenhuizen samen. Zo kreeg ze de beste zorg en is ze gelukkig genezen. Bij CZ hebben we goed zicht op verschillen tussen ziekenhuizen. Daarmee kunnen we jou verder helpen. Want als je de verschillen kent, kun je beter kiezen wat bij je past. Wij doen alles voor betere zorg.” Aan het eind van de commercial verschijnt de tekst “Alles voor betere zorg. cz.nl” in beeld. Bekijk de commercial hier.
De klacht: Klager vindt de bewering van CZ in de televisiecommercial “Alles voor betere zorg” onjuist en misleidend. In de eerste plaats stelt klager dat CZ geen zorg aanbiedt, maar vergoeding van zorgkosten. Verder onderscheidt CZ zich daarbij niet van de concurrentie, wat CZ in de commercial volgens klager wel suggereert. Zoals blijkt uit de verzekeringsvoorwaarden van CZ wordt de inhoud van de zorgverzekering bepaald door de overheid en vergoedt CZ alleen algemeen geaccepteerde behandelingen. CZ heeft niet de competentie om de kwaliteit van zorg te beoordelen. De beoordeling van zorg wordt uitgevoerd door Zorginstituut Nederland. Door dit alles kan CZ op het punt van zorg niet beter zijn, aldus klager. Dat CZ met de bewering “Wij doen alles voor betere zorg” een doelstelling uitspreekt die verband houdt met de door CZ geboden zorgbemiddeling, zoals de voorzitter in zijn beslissing stelt, neemt volgens klager de misleiding niet weg. Het is niet onderbouwd én valt niet te verwachten dat zorgbemiddeling leidt tot betere zorg, en bovendien bieden de meeste andere zorgverzekeraars eveneens zorgbemiddeling aan. De zorgbemiddeling door CZ maakt dus ook niet dat sprake is van “betere zorg”.

RB 3177

De claim “100% windstroom” voor treinreizen niet misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 28 jun 2018, RB 3177; 2018/00465 (NS), http://www.reclameboek.nl/artikelen/de-claim-100-windstroom-voor-treinreizen-niet-misleidend

Voorz. RCC 28 juni 2018, RB 3177; dossiernr. 2018/00465 (NS) Misleiding. Directe voorzitters afwijzing. De klacht: Adverteerder kan de slogan "Met uw treinreis bij NS reist u zonder CO2 uitstoot" door zijn absolute inhoud niet waarmaken, waardoor deze misleidend is. Tijdens perioden van weinig of geen wind wordt stroom aan te stroomnetwerk onttrokken waarbij wel degelijk CO2 vrijkomt. Als de treinen op dat moment rijden, is de reclame-uiting een leugen. Adverteerder moet dan namelijk andere stroom inkopen die bijvoorbeeld in een kolencentrale is geproduceerd. Met de stellige slagzin speelt adverteerder in op de betrokkenheid van reizigers om klimaatvriendelijk of zelfs klimaatneutraal te reizen, maar zij verbloemt dat dit niet 100% waar is. Daarbij acht klager de slagzin agressiever dan de uiting die is beoordeeld in dossier 2017/00119. Het kan wellicht zo zijn dat Eneco op jaarbasis 100% van het energiegebruik van de treinen als windenergie produceert, maar dat neemt niet weg dat klager, als het niet waait, op grijze stroom rijdt. Bovendien is het volgens klager de vraag of het GVO systeem wel werkt. Klager verwijst daarbij naar de website van wisenederland.nl over "de handel in groene stroom".

RB 3168

Reclame uiting ASN Bank niet kwetsend voor stropdasdragers

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 28 jun 2018, RB 3168; 2018/00467 (ASN Bank), http://www.reclameboek.nl/artikelen/reclame-uiting-asn-bank-niet-kwetsend-voor-stropdasdragers

RCC 28 juni 2018, RB 3168, dossiernr. 2018/00467 (ASN Bank) Discriminatie. Afwijzing. Het betreft een televisie- en een radiocommercial waarin wordt gesproken over het "gewoontedier" dat zijn bankzaken al jaren "bij dezelfde stropdas" doet. Het "gewoontedier" besluit uiteindelijk over te stappen naar de ASN Bank als het ontdekt dat de "stropdas' geld verdient aan zaken die niet goed zijn voor het klimaat of via bedrijven die dierenleed veroorzaken. Zie hier de betreffende televisiecommercial.
De klacht: De uiting plaatst iedereen die een stropdas draagt in het verdomhoekje en suggereert dat stropdasdragers, zoals klager, zich bezighouden met schimmige zaken. Klager ervaart deze misplaatste negatieve verwijzing naar een uiterlijk kenmerk als discriminatie.

RB 3158

Combinatie van een aanvinkvakje en knop "volgende" heeft een soortgelijke functie om betalingsverplichting duidelijk te maken

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 27 jun 2018, RB 3158; (Huurwoningenland.nl), http://www.reclameboek.nl/artikelen/combinatie-van-een-aanvinkvakje-en-knop-volgende-heeft-een-soortgelijke-functie-om-betalingsverplich

CvB 27 juni 2018, RB 3158; Dossiernr. 2018/00257 (Huurwoningenland.nl) Aanbeveling bevestigd. De klacht is, voor zover in beroep relevant, gericht tegen de website www.huurwoningenland.nl, en dan meer specifiek tegen de subpagina met het onderwerp "Start een premiumaccount". Op deze subpagina staat een aanvinkvakje met de tekst: "Ik ga akkoord met de gebruiksvoorwaarden, het privacybeleid en de automatische incasso" met daaronder de knop 'volgende'. Daarmee kan men een 'premiumaccount' aanmaken waarbij de eerste 14 dagen gratis zijn en men vervolgens €19,95 per maand betaalt via doorlopende automatische incasso. Appellant maakt bezwaar tegen deze uiting omdat de indeling van het bestelproces doet vermoeden dat op deze pagina nog geen registratie c.q. bestelling wordt geplaatst. Dat dit wel het geval is, blijkt volgens klager evenmin uit de tekst van de knop 'volgende' op deze pagina, terwijl na het klikken op deze knop wel een betalingsverplichting ontstaat.

RB 3157

E-mailonderwerp "Naaktfoto's gelekt" van sportschool BigGym schaadt het vertrouwen in reclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 12 jun 2018, RB 3157; (BigGym), http://www.reclameboek.nl/artikelen/e-mailonderwerp-naaktfoto-s-gelekt-van-sportschool-biggym-schaadt-het-vertrouwen-in-reclame

RCC 12 juni 2018, RB 3157; Dossiernr. 2018/00330 (BigGym) Aanbeveling (Vertrouwen in reclame). Het betreft een op 25 april 2018 aan klager gestuurde e-mail van “Sportschool BigGym <noreply@biggym.nl> met als onderwerp: “Naaktfoto’s uitgelekt”. In de e-mail staat onder meer: “Hi (naam klager) Oeps verkeerde titel, maar wel een dikke actie. Vandaag is je laatste kans om mee te doen. Je bespaart maar liefst € 195,-. Claim Jouw Gratis 6 Maanden”. De klacht wordt als volgt samengevat. Onder verwijzing naar “alle problematiek” lijkt het klager dat het niet is toegestaan dat een professioneel bedrijf op deze wijze per e-mail reclame maakt. Naar zijn mening is er sprake van “een smakeloze aandachttrekkerij”.

RB 3156

Beleid ING over dierenwelzijn te stellig: geen actie ondernomen om naleving van de vijf vrijheden te controleren

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 11 jun 2018, RB 3156; (Varkens in Nood tegen ING), http://www.reclameboek.nl/artikelen/beleid-ing-over-dierenwelzijn-te-stellig-geen-actie-ondernomen-om-naleving-van-de-vijf-vrijheden-te

RCC 11 juni 2018, RB 3156; Dossiernr. 2018/00323 (Varkens in Nood tegen ING) Aanbeveling (Misleiding). Het betreft de op 8 februari 2016 op de website www.ing.com geplaatste uiting. Daarin staat - voor zover hier relevant - vermeld: “We hebben beleid gepubliceerd dat van klanten verlangt dat zij voldoen aan de normen op het gebied van dierenwelzijn.(…) Volgens het beleid zullen klanten in de dierhouderij onder meer moeten bewijzen dat dieren worden behandeld volgens de ‘Vijf Vrijheden’ (zie kadertekst).” De klacht wordt als volgt samengevat. ING investeert in de intensieve veehouderij in zowel Nederland als het buitenland en is een van de drie banken die het meeste investeren in de Nederlandse varkenshouderij. Blijkens de uiting verlangt ING van haar klanten dat zij voldoen aan de normen op het gebied van dierenwelzijn. Meer specifiek wordt vermeld dat klanten moeten bewijzen dat dieren worden behandeld volgens de in de uiting aangehaalde ‘Vijf Vrijheden’. Aldus doet ING het voorkomen dat zij alleen bedrijven financiert die de vijf vrijheden in acht nemen en dat bedrijven die dat niet doen, niet welkom zijn bij ING. In de praktijk maakt ING dit niet waar. Varkens in Nood betoogt aan de hand van het door haar overgelegde rapport “120 misstanden in de Nederlandse varkenshouderij anno 2015” dat in de reguliere varkenshouderij veelal niet wordt voldaan aan de vijf vrijheden, die de ondergrens van fatsoenlijk dierenwelzijn vormen. ING financiert veel bedrijven uit de gangbare varkenshouderij, waaronder vier Nederlandse stallen van een (door Varkens in Nood bij naam genoemde) ‘varkensbaron’. De varkens die daar worden gehouden zijn beslist niet vrij van pijn, angst, stress, ongemakken, honger, dorst en onjuiste voeding en zijn niet of nauwelijks vrij om natuurlijk gedrag te vertonen. De uiting op de website is onjuist, misleidend en oneerlijk, aldus Varkens in Nood.

RB 3132

Claim Windsharefund voor "jaarlijks vast, duurzaam rendement van 5%" is in strijd met Wft

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 16 apr 2018, RB 3132; Dossiernr. 2018/00199 (Windsharefund), http://www.reclameboek.nl/artikelen/claim-windsharefund-voor-jaarlijks-vast-duurzaam-rendement-van-5-is-in-strijd-met-wft

RCC 16 april 2018, RB 3132; Dossiernr. 2018/00199 (Windsharefund) Aanbeveling (Strijd met wet). Het uiting betreft de televisiecommercial en de flyer van Windsharefund voor het fonds WindShareFund III. In de televisiecommercial wordt onder meer gezegd: “Investeren in een beter milieu is nu eenvoudig en aantrekkelijk. Investeer in windenergie en ontvang 5% rente. Ga nu naar windsharefund.com”. In de flyer staat op de voorzijde onder meer: “ClimateBonds vanaf € 500,- met 5% groene rente” en, in een oranje cirkel: “Rente 5%”. Op de achterzijde van de flyer staat, voor zover hier van belang: “WindShareFund ClimateBonds zijn beschikbaar voor € 500,- per stuk met jaarlijks 5% groene rente met uitkeringen per kwartaal” en “Jaarlijks 5% groene rente”. Ook is een rekenvoorbeeld opgenomen met een inleg van € 7000,-, waarbij staat: “+5%  € 350,- per jaar”. De klacht: In dossier 2015/01089 heeft de Commissie adverteerder naar aanleiding van een klacht over diens folder een aanbeveling gedaan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Dat oordeel is volgens klager onverkort van toepassing op de huidige flyer, waarin ten opzichte van de oude folder nauwelijks iets veranderd is, en ook op de televisiecommercial.

RB 2674

Vanafprijs D-reizen stemt niet overeen met actuele situatie en niet tijdige informatie bagagekosten

RCC 1 februari 2016, RB 2674; Dossiernr. 2015/01208 (D-reizen)
Vanafprijs. Uiting: Het betreft een uiting op de website www.d-reizen.nl voor zover het betreft: Hotel Magic Life Jacaranda Imperial***** in Turkije.

Klacht: Klager heeft de volgende bezwaren tegen de uiting:
A. De in de boekingsmodule getoonde ‘vanafprijs’ van € 751,- in stap 2 van het boekingsprogramma is voorzien van een toelichting. Hierin staat vermeld welke kosten exclusief zijn. Over eventuele additionele kosten met betrekking tot bagage wordt in dit stadium van de boeking niets vermeld. Volgens klager moet adverteerder op grond van artikel III van de Reclame Code Reisaanbiedingen duidelijke prijzen hanteren. Nu pas in stap 3 van het boekingsprogramma wordt vermeld dat de consument mogelijk aanvullende bagagekosten verschuldigd is voldoet adverteerder volgens klager niet aan artikel III van de Reclamecode voor Reisaanbiedingen 2014 (hierna: RR 2014).

B. In de bij stap 2 getoonde tabel worden voor 5 verschillende reisduren en 9 verschillende vertrekdata ‘vanafprijzen’ genoemd. Geen van de door klager geprobeerde ‘vanafprijzen’ blijken bij direct doorklikken nog beschikbaar te zijn. De ‘laagste actuele prijs’ is volgens klager in alle van de door hem geprobeerde gevallen enkele tientallen euro’s per persoon hoger dat de getoonde ‘vanafprijs’, hetgeen in strijd is met artikel V onder 1 en/of onder 2 RR 2014.

C. In de toelichting wordt aangegeven dat ‘eventuele verplichte extra kosten ter plaatse’ niet in het aanbod zijn inbegrepen. Verplichte extra kosten zijn per definitie onvermijdbare kosten; die niet mogen worden uitgezonderd van de geadverteerde prijs. Nu in de uiting niet is gespecificeerd welke verplichte extra kosten voldaan dienen te worden noch de hoogte daarvan wordt vermeld heeft adverteerder hiermee in strijd gehandeld met artikel III lid 1 Code RR. Indien adverteerder hier (mede) doelt op toeristenbelasting, dan worden die kosten geacht te zijn verdisconteerd in de prijs, aldus klager.

D. Adverteerder laat volgens klager in strijd met artikel IV lid 2 RR 2014 na om gelijktijdig met de vermelding van de definitieve prijs van de vlucht, de kostenelementen waaruit deze prijs is opgebouwd, te specificeren.


Commissie:
Ten aanzien van onderdeel A

Niet in geschil is dat de bagagekosten niet in de prijs zijn inbegrepen en dat hiervoor afzonderlijk dient te worden betaald. Naar het oordeel van de Commissie stelt adverteerder terecht dat het aan de consument is om te kiezen of hij al dan niet ruimbagage meeneemt, ook bij een 8-daagse pakketreis als in het onderhavige geval. De kosten voor ruimbagage zijn om die reden aan te merken als een vermijdbare kostenpost, die daarom niet in de aanbiedingsprijs opgenomen hoeft te zijn.

Het voorgaande neemt niet weg dat de consument tijdig dient te worden geïnformeerd over het feit dat bagagekosten niet in de prijs zijn inbegrepen en, indien hij ervoor kiest bagage in te checken, welke kosten daaraan verbonden zijn. De informatie over het feit dat aanvullende bagagekosten verschuldigd kunnen zijn en hoe hoog deze zijn, dient te worden verstrekt zodra de consument beschikt over de gegevens die hem in staat stellen een boeking te doen. In die situatie dient voor de consument duidelijk te zijn welke optionele kosten niet in de prijs zijn inbegrepen en waar hij hierover informatie kan vinden. Naar het oordeel van de Commissie had adverteerder om die reden deze informatie reeds in stap 2 van het boekingsproces dienen te verstrekken. Immers, door het achterwege blijven van informatie over het feit dat optionele bagagekosten verschuldigd zijn en over de hoogte daarvan, zou de gemiddelde consument kunnen menen dat deze kosten niet afzonderlijk verschuldigd zijn en inbegrepen zijn in de prijs die wordt getoond op basis van de door hem ingevoerde gegevens. Dat adverteerder pas in stap 3 naar optionele bagagekosten verwijst, dient om die reden onjuist en in strijd met het uitgangspunt van het bepaalde onder IV lid 1 in verbinding met het bepaalde onder III lid 1 RR 2014 te worden geacht. Dat in stap 3 staat: “Toelichting: (…) Indien er aanvullende bagagekosten van toepassing zijn, neemt uw Reisassistent direct na uw boeking contact met u op”, maakt het oordeel van de Commissie niet anders, nog los van het feit dat de consument – indien hij bijkomende (ruim)bagagekosten verschuldigd is – hiervan pas na het boeken bericht ontvangt en daardoor pas na de boeking weet wat de hoogte van deze  kosten is.

Ten aanzien van onderdeel B

Klager maakt bezwaar tegen de uiting voor zover hierin staat: “Kies een vanafprijs voor de beste deal mei 2016 € 751,-”. Klager stelt dat de (pakket)reis naar Turkije niet te boeken is voor de geadverteerde vanafprijs van € 751,- hoewel dit bedrag, evenals de andere genoemde vanafprijzen, nog wel op de website stond en men daarop kon klikken.  Adverteerder heeft niet betwist dat op het moment dat klager voor het genoemde bedrag wilde boeken dit niet meer mogelijk bleek. De Commissie begrijpt aldus dat op de website van adverteerder prijzen werden getoond die niet overeenstemden met de actuele situatie.

Op grond van artikel V lid 2 RR 2014 dienen reclame-uitingen voor diensten die niet meer beschikbaar zijn, onverwijld te worden gestaakt. Uit het voorgaande volgt dat adverteerder in strijd met deze bepaling een prijs op haar website heeft laten staan die niet meer te boeken was, derhalve die niet meer actueel was. Het is aan adverteerder om prijzen te tonen waarvoor de consument op het moment dat deze op zijn scherm verschijnen nog kan boeken. Nu adverteerder dit heeft nagelaten, heeft zij in strijd gehandeld met artikel V lid 2 RR 2014.

Ten aanzien van C

Klager stelt verder dat adverteerder in de geadverteerde prijs ten onrechte niet de “eventuele verplichte extra kosten ter plaatse” heeft verdisconteerd. Op zichzelf genomen stelt klager terecht dat dergelijke kosten in de prijs inbegrepen dienen te zijn. Nu adverteerder evenwel heeft gesteld dat bij de reis die klager heeft geboekt van de in de uiting genoemde “eventuele verplichte extra kosten ter plaatse” geen sprake is omdat al deze kosten reeds in de prijs zijn inbegrepen, en niet gebleken is dat deze stelling onjuist is, dient dit onderdeel van de klacht te worden afgewezen.

Ten aanzien van onderdeel D

De Commissie zal het onderdeel van de klacht waarin klager klaagt over het feit dat adverteerder in strijd heeft gehandeld met artikel IV lid 2 RR afwijzen. De reclame-uiting betreft een pakketreis. De Commissie acht het niet in strijd met genoemd artikel dat adverteerder bij een dergelijke reis geen afzonderlijke specificatie heeft verstrekt met betrekking tot de afzonderlijke kostenelementen van de vlucht die onderdeel uitmaakt van de pakketreis. Deze verplichting volgt ook niet uit artikel 7:501 lid 1 en 2 BW in verbinding met het Gegevensbesluit georganiseerde reizen.

De beslissing

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel IV lid 1 RR 2014 in verbinding met het bepaalde onder artikel III lid 1 RR 2014, alsmede acht zij de uiting in strijd met artikel V lid 2 RR 2014. Voor het overige wijst zij de klacht af.