Taxi met reclame op taxistandplaats geen handelsreclame: sanctie en proceskostenvergoeding in Wahv‑procedure
Hof Arnhem-Leeuwaren 30 januari 2026, RB 3972; ECLI:NL:GHARL:2026:514. Op 14 januari 2023 om 01:04 uur werd aan de betrokkene bij inleidende beschikking een bestuurlijke boete van €210,- opgelegd wegens overtreding van artikel 5:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Gouda. Hem werd verweten dat hij zonder ontheffing op de Burgemeester Jamessingel in Gouda een voertuig, een taxi, met handelsreclame had geparkeerd met als kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. Uit de verklaring van de verbalisanten bleek dat de taxi voor het NS-station geparkeerd stond met een verlicht transparant op het dak, waarop wisselende afbeeldingen en reclameboodschappen van het taxibedrijf verschenen. De betrokkene erkende het parkeren op de betreffende tijd, datum en plaats. De kantonrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene op 16 april 2025 ongegrond. Zijn gemachtigde, mr. L.P. Kabel, stelde in hoger beroep dat het voertuig op een taxistandplaats bij het station stond, dat het doel van het parkeren niet het maken van handelsreclame was maar het ophalen van klanten, en dat de verplichte transparanten op grond van artikel 41a RVV 1990 informatie over bestemming of gebruik van het voertuig mochten bevatten.