RB 2679

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Reclame-uiting DIDI “ALLES 40% korting” misleidend wegens onbreken essentiële informatie

RCC 17 februari 2016, RB 2679; Dossiernr. 2016/00067 (DIDI)
Misleiding. Essentiële informatie. Uiting: Het betreft de op de etalage van de winkel van Didi in Schagen aangebrachte sticker met de (herhaalde) mededeling: “ALLES 40% korting”.

Klacht: Bij het afrekenen van een trui bij de kassa werd klaagster meegedeeld dat dit ‘nieuwe’ artikel niet met 40% was afgeprijsd. In de winkel werd echter nergens vermeld dat de actie “ALLES 40% korting” alleen gold voor oudere artikelen en dat andere artikelen hiervan uitgezonderd waren. Klaagster vindt dit “geen stijl”.

Commissie:
De op de etalageruit aangebrachte mededeling “ALLES 40% korting” is absoluut gesteld en wekt daardoor de indruk dat daadwerkelijk op het totale aanbod van adverteerder 40% korting wordt verleend. Gebleken is echter dat de kortingsactie alleen geldt voor de artikelen uit de ‘winter 2015 sale’. Deze beperking van het aanbod “ALLES 40% korting” tot slechts een gedeelte van het assortiment betreft essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen en die daarom in de uiting zelf moet zijn opgenomen. Dat is niet het geval. Het enkele feit dat de uiting, zoals adverteerder heeft gesteld, is aangebracht op de ruit van de “winter 2015 sale etalage” maakt niet duidelijk dat de kortingsactie van 40% specifiek tot winterartikelen is beperkt en niet daadwerkelijk voor “alles” geldt. Uit de door klaagster overgelegde foto van de uiting blijkt immers geen duidelijk verband tussen de mededeling over de kortingsactie en de wintersale.

Gelet op het voorgaande is sprake van het ontbreken van essentiële informatie als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.