Media

RB 2772

Gerecht Aruba geeft gelegenheid tot het overleggen van bewijs door het horen van getuigen

buitenland 24 aug 2016, RB 2772; ECLI:NL:OGEAA:2016:540 (TELEARUBA), http://www.reclameboek.nl/artikelen/gerecht-aruba-geeft-gelegenheid-tot-het-overleggen-van-bewijs-door-het-horen-van-getuigen
TeleAruba

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 24 augustus 2016, IEF 16218; ECLI:NL:OGEAA:2016:540 (TELEARUBA N.V. tegen h.o.d.n.) Reclame. Bewijslevering. Het gaat in deze zaak om een overeenkomsten van opdracht bestaande uit het uitzenden van tv-programma’s en/of reclameboodschappen. TeleAruba stelt dat zij namens de gedaagde door derde en TeleAruba gesloten overeenkomsten van opdracht diensten heeft verleend voor gedaagde, bestaande uit het uitzenden van tv-programma’s en/of reclameboodschappen en dat de gedaagde uit dien hoofde het in de hoofdsom gevorderde bedrag verschuldigd is aan TeleAruba. Het Gerecht stelt TeleAruba in de gelegenheid om hetgeen zij vooropgesteld hebben te bewijzen.

RB 2680

Televisiecommercial Amstel Bier "Zeg het met een vaasje" niet in strijd met goede smaak of fatsoen

RCC 17 februari 2016, RB 2680; Dossiernr. 2016/00061 (Amstel Bier)
Audiovisuele media. Uiting: Het betreft de televisiecommercial ‘Zeg het met een vaasje’ voor Amstel Bier. In de commercial vertellen vier verschillende mannen respectievelijk in de kleedkamer van een voetbalclub, liggend in een tent, tijdens het kaarten in een café en staand op het erf van een boerderij aan de andere aanwezige mannen hoe bijzonder deze andere mannen voor de betreffende spreker zijn en hoezeer die hen waardeert en van hen houdt. De andere mannen voelen zich duidelijk ongemakkelijk bij deze woorden. Een van de toehoorders bij de boerderij rent weg na het horen van de woorden “Dat voel ik gewoon voor jullie”. Vervolgens zegt de voice-over: “Vrienden hoeven hun gevoelens toch helemaal niet uit te spreken?” En, terwijl mannen in een café proosten met een biertje: “Zeg het met een vaasje. Amstel bier. Maak het onvergetelijk”.

Klacht: Er wordt geschetst dat het tonen van gevoel door tegen vrienden te zeggen dat je van ze houdt eng en niet nodig is, en dat je beter samen een vaasje kunt drinken. Een agrariër reageert zelfs door weg te rennen. “Homofoob?”, vraagt klaagster zich af. In West-Friesland, waar klaagster woont, wil men de mannen/jongens leren wel te praten in plaats van alles weg te drinken. Er is veel leed onder jongens die worstelen met wat zij voelen en dat niet kunnen delen, met zelfs suïcide als ‘oplossing’. Klaagster denkt “dat artikel 5 en artikel 6 lid 1 hier van toepassing” zijn.

Commissie:
1. Klaagster meent dat de televisiecommercial voor Amstel bier in strijd met de artikelen 5 en 6 lid 1 RVA 2014 is, zo begrijpt de Commissie, omdat volgens haar de commercial als boodschap heeft dat het uitspreken van gevoelens door mannen jegens elkaar eng en niet nodig is en beter kan worden vervangen door het met elkaar drinken van een biertje.

2. Artikel 5 RVA 2014 luidt: “Reclame voor alcoholhoudende drank mag niet in strijd zijn met de goede smaak, het fatsoen, of afbreuk doen aan de menselijke waardigheid en integriteit.”

Artikel 6 lid 1 RVA 2014 luidt: “Reclame voor alcoholhoudende drank mag niet wijzen op de ontremmende werking van alcoholhoudende drank, zoals het verminderen of verdwijnen van angstgevoelens en innerlijke of sociale conflicten.”

3. Naar het oordeel van de Commissie is voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat de commercial op een overdreven en humoristisch bedoelde wijze weergeeft dat mannen hun vriendschap niet per se tegenover elkaar hoeven uit te spreken, maar ook zonder woorden kunnen laten blijken door met elkaar een biertje te gaan drinken. Hierin ligt geen oproep besloten aan mannen om in het geheel niet over hun gevoelens te spreken of deze weg te drinken. Ook zal de gemiddelde consument het wegrennen van een van de toehoorders niet opvatten als een uiting van homofobie, zoals klaagster kennelijk veronderstelt. Naar het oordeel van de Commissie is in de commercial evenmin sprake van het wijzen op de ontremmende werking van alcoholhoudende drank.

4. Gelet op het voorgaande acht de Commissie de commercial niet in strijd met artikel 5 en/of artikel 6 lid 1 RVA 2014. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 2678

Uiting ANWB Wegenwacht misleidend door onvolledigheid

Vzr. RCC 16 februari 2016, RB 2678; Dossiernr. 2016/00021 (ANWB Wegenwacht)
Misleiding. Uiting: Het betreft:
-  een uiting van adverteerder op Facebook van voor zover daarin staat: “Wegenwacht Actie Het eerste jaar Wegenwacht Instapservice van € 55,- voor maar € 10,-!”
-  de website www.anwb.nl voor zover het betreft de actiepagina in verband met voorgaande aanbieding, waar onder meer staat: “Een geslaagde aanbieding Gefeliciteerd met je rijbewijs!Waarschijnlijk ga je nu pas echt lekker kilometers maken. Als je pech hebt wil je natuurlijk zo snel mogelijk geholpen worden en weer verder. Met de unieke link die je van jouw rijschool hebt gekregen doen wij je een geslaagde aanbieding.Instap nu maar 10,- Van 55,- voor 10,- Stap in”.

Klacht: Klager heeft in de zomer van 2015 zijn rijbewijs gehaald. Hij kreeg de tip dat je bij adverteerder via een speciale link het eerste jaar een gratis ANWB wegenwacht abonnement kon afsluiten. Klager heeft zich aangemeld met ingang van 30 juli 2015 en heeft € 10,00 betaald. Volgens klager mocht hij op grond van de uitingen ervan uitgaan dat hij gedurende het eerste jaar van zijn deelname, dus tot 30 juli 2016, niet meer dan € 10,00 zou behoeven te betalen. Adverteerder heeft hem echter voor de periode vanaf 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 € 55,00 in rekening gebracht. Klager heeft contact opgenomen met adverteerder, maar kreeg te horen dat al jaren op deze wijze werd geadverteerd en dat het eerste jaar van deelname nu eenmaal altijd korter is dan de periode van 12 maanden. Klager acht de uitingen daarom misleidend. Adverteerder heeft sinds november 2015 de actiepagina veranderd. Nu is het wel duidelijk dat het een aanbieding betreft voor het kalenderjaar 2016.

Voorzitter:
1) De mededeling “Het eerste jaar Wegenwacht Instapservice van € 55,- voor maar € 10,-“ kan bij de gemiddelde consument de indruk wekken dat men gedurende een vol jaar gebruik kan maken van de wegenwachtservice voor € 10,00, terwijl dit bedrag alleen geldt voor de resterende maanden van het lopende jaar waarin men zich heeft aangemeld. Na 1 januari dient men alsnog het volledige bedrag voor het lidmaatschap gedurende het volgende jaar te betalen. Adverteerder heeft zich van de uitingen bediend op het moment dat de helft van het kalenderjaar al was verstreken. Daarom had zij in de uitingen duidelijk moeten vermelden wat werd verstaan onder “het eerste jaar” teneinde te voorkomen dat bij de consument onjuiste verwachtingen werden gewekt. Door dit na te laten acht de voorzitter de uitingen onvolledig en daardoor onduidelijk.

2) Blijkens het voorgaande is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

3) Nu adverteerder de uiting inmiddels heeft verwijderd en voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij passende maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen, zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep en een aanbeveling achterwege laten.

De beslissing van de voorzitter
Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC.

RB 2675

Reclame-uiting proefabonnement Rendement in strijd met NRC wegens ontbreken informatie

Vzr. RCC 2 februari 2016, RB 2675; Dossiernr. 2016/00007 (Rendement)
Ontbreken informatie. Uiting: Het betreft de website www.rendement.nl voor zover het gaat om de subpagina waarop men een proefabonnement kan aanvragen (https://www.rendement.nl/formulier/proefabonnement-aanvragen-act).

Klacht: Klager stelt, samengevat, dat de bestreden uiting gekwalificeerd moet worden als een uitnodiging tot aankoop, nu deze de koper in staat stelt een proefabonnement af te sluiten op een tijdschrift van adverteerder. Ook consumenten behoren tot de doelgroep van adverteerder. Adverteerder heeft verzuimd om in de uiting de volgende informatie correct te verstrekken:
de prijs, met inbegrip van alle belastingen, van het proefabonnement, hoeveel bladen er worden verzonden, de prijs van de vervolgabonnementen per factureringsperiode, het herroepingsrecht, de voorwaarden voor herroeping en het ‘modelformulier’, het feit dat de overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd en met welke periode.

Klager licht het voorgaande als volgt toe. Op grond van artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) is adverteerder verplicht de reclame in overeenstemming met de wet op te stellen. Adverteerder heeft nagelaten om, zoals voorgeschreven op grond van artikel 38 van de Wet op de Omzetbelasting 1968, de prijs inclusief btw te vermelden. Daarnaast heeft adverteerder nagelaten het proefabonnement in overeenstemming met artikel 6:236 sub s BW van rechtswege te doen eindigen, Verder heeft adverteerder volgens klager nagelaten de overige abonnementen in overeenstemming met artikel 6:236 sub p BW stilzwijgend te verlengen met hooguit drie maanden en een opzegtermijn van één maand te hanteren dan wel in overeenstemming met artikel 6:236 sub q BW het abonnement stilzwijgend voort te zetten voor onbepaalde duur waarbij op ieder moment kan worden opgezegd tegen hooguit drie maanden. In strijd met artikel 6:233 sub a jo 6:234 lid 2 BW heeft adverteerder nagelaten haar algemene voorwaarden op dusdanige wijze ter beschikking te stellen dat deze door de consument kunnen worden opgeslagen en toegankelijk zijn voor latere kennisneming.

Voorzitter:

1)  Klager heeft onweersproken gesteld dat de uiting een uitnodiging tot aankoop betreft die mede is gericht op de gewone (niet-zakelijke) consument. Daarbij merkt de voorzitter op dat in de uiting weliswaar een proefabonnement op vakbladen wordt aangeboden, maar dat blijkbaar ook de gewone consument zich door het aanbod aangesproken kon voelen, gelet op het feit dat adverteerder ook niet-zakelijke klanten had. Gewone consumenten konden gebruik maken van het proefabonnement, nu daarbij niet verplicht de naam van een bedrijf of organisatie hoefde te worden ingevuld. Dat dergelijke abonnees slechts een klein deel van het klantenbestand vormden, doet niet af aan het oordeel dat de uiting mede op hen is gericht. Deze uiting dient te worden beoordeeld naar de situatie die gold op 27 december 2015 toen klager de door hem overgelegde print van de bestreden webpagina maakte. Voor zover de uiting toen mede op de gewone consument was gericht, oordeelt de voorzitter als volgt.

2)  In de uiting wordt uitsluitend een bedrag exclusief btw genoemd. Een dergelijke prijsvermelding met betrekking tot diensten die (mede) aan particulieren worden aangeboden, zoals in het onderhavige geval, is in strijd met artikel 38 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en daarmee in strijd met artikel 2 NRC.

3)  Met betrekking tot de informatieverplichtingen die gelden voor zover de uiting mede op de gewone consument is gericht, is van belang dat de uiting dient te worden aangemerkt als een uitnodiging tot aankoop in verband met een overeenkomst op afstand. Op grond hiervan had adverteerder in de uiting (onder meer) de volgende informatie dienen te vermelden:

a) de prijs van het proefabonnement inclusief alle belastingen (artikel 8.4 sub i NRC),
b) de prijs van het vervolgabonnement per factureringsperiode (artikel 8.4 sub i NRC),
c) het herroepingsrecht met bijbehorende voorwaarden en het zogenaamde modelformulier (artikel 8.4 sub l NRC),
d) het feit dat de overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd en met welke periode (artikel 8.4 sub m NRC).
Nu deze informatie in de uiting ontbreekt, is in strijd met genoemde artikelen gehandeld.

4)  De voorzitter acht het op grond van de uiting evident hoeveel bladen bij het proefabonnement worden verzonden. Het betreft immers een proefabonnement voor drie maanden met betrekking tot een tijdschrift waarover wordt gezegd: “Elke maand een 100% praktisch vakblad”. Duidelijk is derhalve dat het proefabonnement drie edities betreft. In zoverre wordt de klacht afgewezen. Dit geldt ook voor de onderdelen van de klacht die inhouden dat:
- adverteerder heeft nagelaten abonnementen in overeenstemming met artikel 6:236 sub p BW stilzwijgend te verlengen met hooguit drie maanden en een opzegtermijn van één maand te hanteren dan wel in overeenstemming met artikel 6:236 sub q BW het abonnement stilzwijgend voort te zetten voor onbepaalde duur waarbij men op ieder moment kan opzeggen met een termijn van hooguit drie maanden,
- niet wordt voldaan aan de eis van artikel 6:233 sub a jo 6:234 lid 2 BW dat adverteerder haar algemene voorwaarden op dusdanige wijze ter beschikking dient te stellen dat deze door de consument kunnen worden opgeslagen voor latere kennisneming.

Deze punten betreffen contractuele verplichtingen die het kader van de (beoordeling van de) verplichte informatieverstrekking bij een reclame-uiting te buiten gaan.

5)  Adverteerder heeft onderbouwd dat de gewone consument inmiddels geen gebruik meer kan maken van een proefabonnement. Nu daarom geen aanleiding bestaat te veronderstellen dat opnieuw in strijd met genoemde bepalingen zal worden gehandeld, maakt de voorzitter gebruik van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep, zodat een aanbeveling achterwege blijft.

De beslissing van de voorzitter

Op grond van hetgeen onder 2) is vermeld, acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met artikel 2 NRC.
Op grond van hetgeen onder 3) sub a) en b) is vermeld, acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met artikel 8.4 aanhef en onder i NRC.
Op grond van hetgeen onder 3) sub c) is vermeld, acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met artikel 8.4 aanhef en onder l NRC.
Op grond van hetgeen onder 3) sub d) is vermeld, acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met artikel 8.4 aanhef en onder m NRC.
Voor het overige wijst de voorzitter de klacht af.

RB 2671

Misleidende advertentie kweker door niet overeenkomen van prijs en afgebeeld product

Vzr. RCC 9 februari 2016, RB 2671; Dossiernr. 2016/00047 (Het beste van de kweker)
Misleidende prijs. Uiting: Het betreft een advertentie in het weekblad Leidschendammer met daarin een foto van diverse orchideeën bloementakken in een pot. Naast deze foto staat onder meer: “Creëer een originele kerstsfeer met een schitterende orchidee van topkwaliteit Gratis thuisbezorgd in kerstsierpot: nu voor € 15,95! Direct van de kweker.” Hieronder staat een verwijzing naar de website www.hetbestevandekweker.nl waar men de bestelling kan plaatsen.

Klacht: De 85-jarige moeder van klaagster zag de advertentie en wilde twee van de afgebeelde producten bestellen. Op de website staat echter dat de foto in de advertentie meerdere planten betreft en dat de foto slechts was bedoeld als voorbeeld. Klaagster stelt dat deze advertentie vooral oudere mensen op het verkeerde been zet en daarom misleidend is.

Voorzitter:
1)  In de bestreden advertentie staat een foto waarop diverse orchideeën bloementakken in een pot zijn te zien. Het product zoals afgebeeld, kan men niet voor de in de advertentie genoemde prijs ad € 15,95 kopen. Klaagster stelt terecht dat dit niet uit de advertentie blijkt. Door de combinatie van het afgebeelde product en de genoemde prijs zal de gemiddelde consument menen dat de prijs betrekking heeft op het product zoals afgebeeld. Nu dit niet het geval is, heeft adverteerder geen duidelijke informatie verschaft over de prijs van het afgebeelde product als bedoeld onder d van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) in verbinding met de Algemeen Aanbeveling sub i NRC. Indien in een advertentie een product wordt afgebeeld en de in de uiting genoemde prijs niet specifiek op dat product betrekking heeft, dient dat voldoende duidelijk te worden gemaakt teneinde te voorkomen dat bij de gemiddelde consument onjuiste verwachtingen over het aanbod worden gewekt. Daarbij gaat de voorzitter overigens in dit geval uit van de gewone gemiddelde consument in plaats van de oudere consument. De uiting is immers gericht op een algemeen publiek.

2)  Dat het hiervoor bedoelde onjuiste beeld kennelijk wordt weggenomen bij de bestelling via de website die in de advertentie wordt genoemd, doet niet af aan het oordeel dat de bestreden advertentie op grond van het voorgaande misleidend dient te worden geacht. De advertentie is een zelfstandige reclame-uiting die, los van de informatie op de website, aan de eisen van de Nederlandse Reclame Code dient te voldoen. Door de onjuiste informatie in de advertentie kan de gemiddelde consument handelingen verrichten in de fase voorafgaand aan de aankoop, waaronder het gaan bezoeken van de website die in verband met de bestelling wordt genoemd. De voorzitter acht het aannemelijk dat de advertentie een dergelijk effect op de gemiddelde consument zal hebben, omdat uit de advertentie niet blijkt dat de afgebeelde combinatie aanzienlijk duurder is dan € 15,95 en de consument om die reden zal kunnen menen dat sprake is van een aanzienlijk prijsvoordeel. Hieruit volgt dat het economische gedrag van de gemiddelde consument (dat wil zeggen diens besluit over een transactie) door de advertentie is verstoord of kan zijn verstoord. Op grond daarvan is de uiting misleidend en oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Om die reden beslist de voorzitter als volgt.

De beslissing van de voorzitter

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2670

De Faam doet misleidende gezondheidsclaim met betrekking tot afslankproduct Garcinia Cambogia

Vzr. RCC 9 februari 2016, RB 2670; Dossiernr. 2016/00031 (De Faam)
Drukpers. Gezondheidsclaim. Misleiding. Uiting: Het betreft een advertentie in De Faam waarin in verband met de aanprijzing van Lucovitaal Nuslank Konjacwortel Garcinia Cambogia wordt gezegd: “Garcinia Cambogia: het meest effectieve afslanksucces van nu!”. In de uiting worden diverse mededelingen over het product gedaan waarmee het in verband met gewichtsverlies wordt gebracht.

Klacht: De titel van de advertentie “Garcinia Cambogia: het meest effectieve afslanksucces van nu!” is tamelijk onjuist. Er zijn onvoldoende betrouwbare gegevens over gewichtsverlies door het gebruik van Garcinia Cambogia. Met betrekking tot Konjacwortel, ook bekend als Glucomannan, stelt klaagster dat het gaat om in Azië veel gegeten voedsel. Natural Medicine vermeldt dat Glucomannan samen met Garcinia Cambogia geen gewichtsvermindering bij te zware volwassenen oplevert. Op grond van het voorgaande kan niet worden gesproken van “het meest effectieve afslanksucces van nu!”. Menigeen kan hierdoor een besluit over een transactie nemen dat hij anders niet had genomen, zodat de uiting daardoor oneerlijk is.

Voorzitter:
1)  In deze zaak gaat het om een claim die inhoudt dat de consumptie van het aangeprezen product door zijn nutriënten leidt tot gewichtsvermindering. Deze claim is een gezondheidsclaim in de zin van Verordening (EG) 1924/2006 (de Claimsverordening). Claims met betrekking tot afvallen en gewichtsbeheersing dienen immers op grond van de verordening als gezondheidsclaim te worden beschouwd. Dit is ook niet in geschil.

2)  De ingrediënten van het onderhavige product zijn blijkbaar Garcinia Cambogia en Konjacwortel (Glucomannan). Nu adverteerder blijkens zijn verweer in deze procedure de gezondheidsclaim waarop de klacht betrekking heeft specifiek baseert op laatstgenoemd ingrediënt, zal de voorzitter de beoordeling op Glucomannan toespitsen. Dit impliceert dat in de uiting ten onrechte een gezondheidsclaim wordt toegeschreven aan Garcinia Cambogia. In de titel van de uiting wordt immers dit ingrediënt het meest effectieve afslanksucces genoemd. De voorzitter constateert overigens in dit verband wel ambtshalve dat bepaalde claims met betrekking tot afvallen en gewichtsbeheersing voor Garcinia Cambogia ‘on hold’ staan, dat wil zeggen vallen onder de overgangsregeling van artikel 28 lid 5 van de Claimsverordening. De voorzitter begrijpt het verweer aldus dat adverteerder erkent dat zij niet aannemelijk kan maken dat Garcinia Cambogia het meest effectieve afslanksucces van nu is. Adverteerder heeft meegedeeld dat de gezondheidsclaim aan het ingrediënt Konjacwortel (Glucomannan) had dienen te worden gerelateerd, en zal de uiting in dat opzicht aanpassen. Dit neemt niet weg dat in de uiting een misleidende claim met betrekking tot Garcinia Cambogia wordt gebruikt. De voorzitter acht de uiting in dat opzicht in strijd met artikel 3 Claimsverordening.

3)  De voorzitter constateert ambtshalve dat met betrekking tot Konjacwortel (Glucomannan) de volgende claim door de Europese Commissie is goedgekeurd en is geplaatst op de communautaire lijst van toegestane claim als bedoeld in artikel 13 lid 3 Claimsverordening: ‘Glucomannan in de context van een energiebeperkt dieet draagt bij tot gewichtsverlies’. Voor het gebruik van deze claim geldt op grond van Verordening (EU) Nr. 432/2012 de volgende voorwaarde. De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die 1 g Glucomannan per gekwantificeerde portie bevatten. Om de claim te dragen moet de consument worden geïnformeerd over het feit dat het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 3 g Glucomannan in drie doses van elk 1 g, tezamen met 1-2 glazen water, vóór de maaltijden en in de context van een energiebeperkt dieet. Daarbij dient op grond van de genoemde verordening ook een waarschuwing voor verstikking te worden vermeld.

4)  De voorzitter oordeelt, voor zover op grond van de ingediende klacht relevant, dat de bewoording “het meest effectieve afslanksucces van nu!” niet voldoet aan de eisen voor het gebruik van een goedgekeurde gezondheidsclaim. Nu in de uiting, zoals uit het verweer blijkt, in feite een effectief afslankend effect wordt toegedicht aan de enkele consumptie van Konjacwortel (Glucomannan), wijkt de claim wezenlijk af van de voorwaarden waaronder voor Glucomannan een claim met betrekking tot gewichtsverlies mag worden gebruikt. De claim wordt blijkens het voorgaande niet gebruikt in de context van een energiebeperkt dieet en evenmin in de zin dat de voedingsstof bijdraagt tot gewichtsverlies. De uiting, voor zover daartegen bezwaar is gemaakt (“het meest effectieve afslanksucces van nu!”), moet om die reden in strijd met de Claimsverordening worden geacht, nog daargelaten dat niet is voldaan aan de hiervoor genoemde waarschuwing. Het is verboden een op zichzelf genomen toegestane gezondheidsclaim (dat wil zeggen een claim die is vermeld op de communautaire lijst van toegestane claims als bedoeld in artikel 13 lid 3 Claimsverordening) te gebruiken op een wijze die niet voldoet aan de Claimsverordening. Dit volgt uit artikel 10 lid 1 Claimsverordening. De voorzitter oordeelt dat adverteerder ook in dat opzicht heeft gehandeld in strijd met een wettelijke verplichting.

5)  Het handelen in strijd met artikel 3 Claimsverordening respectievelijk artikel 10 lid 1 Claimsverordening impliceert dat de uiting in strijd is met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Uit de klacht blijkt niet dat klaagster ook andere mededelingen en claims in de uiting wenst te bestrijden, zodat de voorzitter de verdere inhoud van de uiting buiten beschouwing laat. Derhalve wordt beslist als volgt.

De beslissing van de voorzitter

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de bestreden reclame-uiting, voor zover op grond van de klacht aan de orde, in strijd met het bepaalde in artikel 2 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2669

Misleidende uiting Bosch Bedding door onduidelijke prijsinformatie

Vzr. RCC 19 januari 2016, RB 2669; Dossiernr. 2015/01219 (Bosch Bedding)
Misleiding. Uiting: Het betreft de website www.boschbedding.nl/fb-boxspring voor zover hierop melding word gemaakt van een aanbieding waarbij een boxspring is afgeprijsd van € 999,-- naar € 249,--. Op de bijbehorende foto is een boxspring voor twee personen afgebeeld. Op Facebook staat een vergelijkbare aanbieding van adverteerder.

Klacht: Klaagster stelt dat de bestreden uitingen de indruk wekken dat de aanbieding een tweepersoons boxspring betreft. Indien men wil bestellen, blijkt dat men moet bijbetalen voor een tweepersoons boxspring. De aanbieding geldt alleen voor een boxspring van 90x200 cm.

Voorzitter:
1)  De voorzitter oordeelt dat in de bestreden uitingen ten onrechte de indruk wordt gewekt dat de prijs van € 249,-- geldt voor de afgebeelde boxspring, die een tweepersoons boxspring betreft. Niet in geschil is dat deze prijs slechts geldt voor een 1-persoons boxspring. Nu in de bestreden uitingen op geen enkele wijze duidelijk wordt gemaakt dat de genoemde prijs een vanafprijs is die niet geldt voor het product zoals afgebeeld, is sprake van onduidelijke informatie over de prijs of het specifieke prijsvoordeel als bedoeld onder d van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) in verbinding met de Algemene Aanbeveling sub i NRC. Verder is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

2)  De voorzitter neemt nota van de mededeling van adverteerder dat de uitingen zo zullen worden gewijzigd dat duidelijk zal worden gemaakt dat het om een vanafprijs gaat die alleen geldt voor de eenpersoons uitvoering van het aangeboden product. Uit de website en de Facebookpagina van adverteerder blijkt echter niet dat adverteerder aan deze toezegging gevolg heeft gegeven. De voorzitter constateert immers dat ten tijde van de beoordeling van de klacht (11 januari 2016) de aanbieding nog ongewijzigd op de website en op de Facebook-pagina van adverteerder staat. Derhalve wordt beslist als volgt.

De beslissing van de voorzitter
Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2668

Uiting over milieuvoordelen van vliegreizen TUI onduidelijk

RCC 2 februari 2016, RB 2668; Dossiernr. 2015/01195 (TUI)
Audiovisuele mediadienst. Milieuclaim. Uiting: Het betreft een televisiereclame. Daarin wordt het volgende gezegd:
“Dezelfde smile met zoveel meer aandacht voor de rest van de wereld. We brengen je naar de allermooiste bestemmingen op aarde. Je vliegt met één van de duurzaamste airlines van Europa naar een duurzame accommodatie. Ontdek wat TUI met je doet … en boek één van onze 600 duurzame accommodaties al vanaf € 279,- per persoon per week. TUI, discover your smile”.

Terwijl gezegd wordt: “een duurzame accommodatie” verschijnt te samen met beelden van een accommodatie een logo in beeld, bestaande in een groene cirkel met daarin een witte boom. Ditzelfde logo is te zien terwijl later in de uiting de tekst “600 duurzame accommodaties” in beeld verschijnt. 

Klacht: In deze televisiereclame wordt zeer nadrukkelijk gesproken over de vermeende duurzaamheid van de door TUI aangeboden reizen. In het begin wordt gesproken over “de meest duurzame vluchten” of “de meest duurzame luchtvaartmaatschappijen”. Vervolgens wordt het woord duurzaam nog een groot aantal keer gebruikt. Hierdoor wordt ten onrechte de indruk gewekt dat indien men bij TUI een reis boekt, men een zeer duurzame vakantie krijgt.

Alleen al door de reis met een vliegtuig, welke reis met een zeer hoog brandstofverbruik en CO2 uitstoot gepaard gaat, is een vliegvakantie veel minder duurzaam dan ongeveer welke vakantie ook waarbij men zich met een ander vervoermiddel naar de vakantiebestemming verplaatst.

Mogelijk biedt TUI vliegreizen aan die ten opzichte van andere vliegreizen duurzamer zijn, maar bijvoorbeeld treinreizen, busreizen en zelfs reizen met een personenauto of camper zijn vele malen duurzamer. 

Gelet op het bovenstaande vindt klager de wijze waarop TUI de duurzaamheid van haar vliegvakanties benadrukt zeer misleidend. Mensen kunnen in de verleiding komen een vliegvakantie te boeken, omdat ze door deze reclame het gevoel krijgen zeer duurzaam bezig te zijn, terwijl dit niet het geval is.

Commissie:
Het primaire verweer dat er geen belang meer is bij deze klacht en procedure, omdat de bestreden uiting niet (meer) te zien is, kan niet slagen. Voor de behandeling van een klacht tegen een reclame-uiting is niet noodzakelijk dat deze reclame ten tijde van de behandeling van de klacht nog wordt gevoerd.

In de bestreden uiting wordt onder meer gezegd:

“Je vliegt met één van de duurzaamste airlines van Europa naar een duurzame accommodatie. Ontdek wat TUI met je doet … en boek één van onze 600 duurzame accommodaties al vanaf € 279,- per persoon per week”.

Door bovenbedoeld gebruik van de woorden “duurzaamste” en (tweemaal) “duurzame” wordt expliciet gerefereerd aan milieuaspecten verbonden aan de “productie” en “consumptie” van vliegreizen met TUI naar (één van) genoemde accommodaties. Om die reden is de uiting een milieuclaim als bedoeld in artikel 1 van de Milieu Reclame Code (MRC). Artikel 3 MRC luidt:

“Milieuclaims dienen aantoonbaar juist te zijn. De bewijslast rust op de adverteerder. Naarmate de milieuclaims absoluter zijn geformuleerd, worden zwaardere eisen gesteld aan het bewijsmateriaal”.

In de toelichting bij artikel 3 RC staat onder meer:

“Bij de huidige stand van de techniek is het moeilijk voorstelbaar dat dat van veel producten kan worden bewezen dat dat zij absoluut milieuonschadelijk zijn. Daarom is grote terughoudendheid met betrekking tot absolute claims op zijn plaats. Hierbij dient men zich te realiseren dat woorden als “milieuvriendelijk”, “schoon”, “groen”, “goed voor het milieu”, die zonder nadere nuancering worden gebruikt, door het publiek snel als absolute claims worden begrepen”.

Over het gebruik van het woord “duurzame” in de onderhavige uiting oordeelt de Commissie als volgt.

Het woord “duurzaam” heeft geen vastomlijnde betekenis. In de uiting wordt gesproken over “duurzame accommodatie” en “600 duurzame accommodaties” zonder dat wordt toegelicht wat adverteerder hiermee bedoelt. Bij verweer heeft adverteerder meegedeeld dat 600 door TUI aangeboden accommodaties zijn gecertificeerd als ‘duurzame accommodatie’ door een zogenaamd GSTC (Global Sustainable Tourism Council) erkend keurmerk, maar een dergelijke toelichting of een duidelijke verwijzing daarnaar ontbreekt in de televisiereclame. Om deze reden en omdat de duurzaamheidsclaim ook wordt versterkt door een verwijzing naar de in de vliegreizen opgenomen vluchten acht de Commissie de uiting onduidelijk over de milieuvoordelen van de in de uiting aangeprezen vliegreizen van TUI en daardoor in strijd met de artikelen 2 en 3 MRC.

De beslissing
De Commissie acht de uiting in strijd met de artikelen 2 en 3 MRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.