Intransparant recensiebeleid vormt gebrek aan essentiële informatie
RCC 10 december 2014, RB 2297 (socialdeal.nl)
Aanbeveling. Ontbrekende informatie. 8.3 NRC. De uiting: Recensies betreffende restaurants op adverteerders website www.socialdeal.nl.De klacht: Social Deal plaatst alleen gunstige recensies op haar website. Daardoor bevat 95% van de recensies de beoordeling ‘uitstekend’ en de overige 5% de beoordeling ‘ruim voldoende’. Klager heeft gebruik gemaakt van een dineraanbieding van Social Deal. Gevraagd naar zijn mening heeft hij gezegd dat die negatief was. Zijn beoordeling is niet op de website geplaatst. In een e-mail heeft een medewerker van de klantenservice van Social Deal meegedeeld dat Social Deal niets mag doen zonder toestemming van het bedrijf waaraan de service wordt verleend, waardoor het kan voorkomen dat slechtere recensies niet worden geplaatst. Klager acht dit misleidend.
Niet is weersproken dat Social Deal kan besluiten – al dan niet op verzoek van het betreffende bedrijf – om bepaalde recensies niet op haar website te plaatsen. Bij de weergegeven recensies wordt niet vermeld dat deze mogelijk een selectie betreffen van de door consumenten gegeven beoordelingen, en evenmin welke omstandigheden bij die selectie een rol spelen. Naar het oordeel van de Commissie betreft de mogelijkheid dat op grond van bepaalde, te benoemen omstandigheden een selectie van recensies wordt weergegeven essentiële informatie waarop de consument in de uiting gewezen moet worden. Nu dit niet wordt gedaan, is sprake van het ontbreken van essentiële informatie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Aanbeveling. Art. 8.2 onder d RC. De uiting: “Bij betaling ineens van de OV Jaarkaart ontvangt u 4% korting. Deze korting is in de prijs verwerkt.”. De klacht: Klager stelt dat de uiting misleidend is omdat bij het narekenen blijkt dat geen sprake is van een korting van 4% maar van 3.1%. Door navraag bij de telefonische klantenservice werd duidelijk dat de korting enkel wordt berekend over het deel van de prijs dat betrekking heeft op de diensten van de NS. Op de website wordt echter geen enkel voorbehoud gemaakt en kan ten onrechte geconcludeerd worden dat de korting over het hele bedrag is berekend.
Aanbeveling. Misleiding. Art. 7 en 8.2 NRC. De uiting: “De live optredens zijn altijd zeer spraakmakend. Zorg daarom dat je op tijd Sting tickets bestelt”. “Beschikbare Paul Simon & Sting tickets: vakken A/B/C voorraad: 20, Eerste Ring Lange Zijde voorraad: 20." De klacht: De website geeft consistent aan dat er nog 20 tickets beschikbaar zijn, waardoor het lijkt alsof de consument zich moet haasten om een ticket te kunnen bemachtigen. Het ligt niet voor de hand dat er van elk concert inderdaad slechts 20 tickets beschikbaar zijn.
Voorzittersbeslissing. Afwijzing (gedeeltelijk). Misleiding. Art. 7 NRC. De uiting: Het betreft advertenties die op Google verschijnen na het invoeren van bepaalde zoekopdrachten. De klacht: onwetende klanten in Nederland zullen op de onderhavige Google-advertenties klikken en vervolgens een product kopen waarvoor tegen een zeer lage prijs wordt geadverteerd. In de uitingen wordt niet gezegd dat de prijs exclusief btw, invoerrechten en eventuele PostNL kosten is. Hierdoor krijgt de consument die iets bestelt achteraf btw en een boete opgelegd. Ook kunnen er invoerrechten worden geheven en bestaat de mogelijkheid van vernietiging van het pakket. In de uitingen wordt niet gezegd dat het praktisch onmogelijk is om producten bij defecten te retourneren. Op de pakbon worden voorts extreem lage bedragen vermeld om de Nederlandse douane te omzeilen. Klager stelt dat Google adverteerder hierbij helpt en stelt dat Google hierop dient te worden aangesproken.
Vernietiging (gedeeltelijk). Aanbeveling. Art. 7 NRC. BRC sub b. Het College is van oordeel dat de door NHA bedoelde cursussen die uitsluitend “erkenning in de markt” genieten niet als “erkend” kunnen worden beschouwd. Het enkele feit dat de door NHA aangeboden cursussen in de markt wel een bepaald aanzien genieten, is onvoldoende om deze dezelfde status toe te kennen als de officieel door het Ministerie van OCW of de desbetreffende branche erkende cursussen. Het College vernietigt daarom de bestreden beslissing met betrekking tot de televisiecommercial waarin wordt gezegd dat men bij NHA “400 erkende opleidingen en cursussen” vindt. “Erkend door Ministerie van Onderwijs” en “De voordeligste erkende opleider van Nederland” in de context van de hier bedoelde uitingen wekt bovendien de indruk dat de erkenning ziet op het gehele opleiding- en cursusaanbod van NHA, zodat ook in dit opzicht sprake is van misleiding en oneerlijke reclame.
Voorzitterstoewijzing. Aanbeveling. Goede smaak en fatsoen. Art. 2 NRC. De uiting: Het betreft de website www.funda.nl voor zover ten aanzien van de woning aan de [adres] wordt meegedeeld: “Droomhuis gevonden? Slaap er eerst een nachtje!”. De klacht: De reclame suggereert dat een belangstellende in de woning kan overnachten. Dit is intimiderend voor de huizenbezitter, in dit geval de twee bejaarde ouders van klager. Zij zijn zich niet bewust van het feit dat hun woning wordt ingezet voor deze reclame-uiting.
Boetebesluit AFM naar aanleiding van de uitzending van een reclamespotje over een beleggingsproduct, waarin onvoldoende duidelijk is gewaarschuwd voor mogelijke risico’s. Artikel 51, derde lid, MiFID-richtlijn. Toetsingskader artikelen 1:97 en 1:98 Wft. De artikelen 1:97 en 1:98 Wft moeten richtlijnconform worden toegepast. Dit betekent dat het College thans van oordeel is, anders dan in eerdere uitspraken is overwogen, dat moet worden getoetst of het besluit van AFM om tot publicatie van het boetebesluit over te gaan geen onevenredige schade toebrengt aan de betrokken partijen. In het onderhavige geval is daarvan geen sprake.
Uit het
Eerder