RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Prijsaanduiding  

RB 1549

"Heren stretch t-shirt" niet "altijd 6.50"

Vz RCC 20 november 2012, dossiernr. 2012/00926 (hema t-shirt altijd 6.50)

hematshirt6.pngVergelijkbaar met RB 1310.

Op de website hema.nl voor zover op die website een “heren stretch t-shirt” kan worden besteld met als prijsvermelding “altijd 6.50”.  De tekst "altijd 6,50" is bovendien opgenomen in de disclaimer in de brochure en op bordjes die in de winkel zijn geplaatst bij de klantenservice.

Klager heeft geconstateerd dat adverteerder de “altijd”-prijs van witte shirts in 2012 twee keer heeft verhoogd. Volgens klager is dit in strijd met het woord “altijd”, nu dit woord betekent dat iets blijvend is en niet zal veranderen. Door het ontbreken van een duidelijke toelichting over die invulling mist de gemiddelde consument, essentiële informatie die hij nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Adverteerder stelt dat zij consumenten informeert over de invulling die zij geeft aan het woord “altijd” door de volgende tekst op haar website: “Hema doet haar uiterste best de ‘altijd’ prijzen zo lang mogelijk gelijk te houden, maar kan wijzigingen in prijs en uitvoering niet uit­slui­ten”. Deze informatie staat volgens adverteerder in de disclaimer op de website en onder het kopje “prijzen” op de pagina “over online winkelen”. De voorzitter heeft geconstateerd dat be­doelde tekst inderdaad op de desbetreffende webpagina’s staat. De voorzitter is evenwel van oordeel dat adverteerder daarmee nog niet heeft voldaan aan de eis dat de consument “dui­de­lijk” over de invulling van het woord “altijd” wordt geïnformeerd.

4)  Aan het voorgaande doet niet af dat, zoals adverteerder stelt, de tekst ook is opgenomen in disclaimers in brochures en op bordjes in de winkel. De website is immers een zelfstan­di­ge reclame-uiting die, los van de in de brochures en winkels te verstrekken informatie, aan de bepa­lingen van de Nederlandse Reclame Code dient te voldoen

 De beslissing van de voorzitter
Op grond van hetgeen hiervoor is vermeld, acht de voorzitter de gewraakte reclame-uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 1529

Beter horen kost nou eenmaal geld

RCC 19 oktober 2012, dossiernr. 2012/00852 (Hans Anders tegen Beter Horen)

Hans Anders TV Commercial - Oost Indisch doof from Cosmic Visual - Fokke Baarssen on Vimeo.

Ongeoorloofde vergelijkende reclame. De bestreden reclame-uiting komt voor in een televisiecommercial van Hans Anders, waarin een man voor een winkel staat waar een oranjekleurige poster hangt met de afbeelding van een hoortoestel en de tekst “gratis hoortest”. De man zegt, op verontwaardigde toon: “Ik wil gewoon niet te veel betalen voor een goed hoortoestel. Maar volgens mij zijn ze hier (de man wijst op de winkel achter zich) zelf Oost-Indisch doof. Beter horen kost nou eenmaal geld, zeggen ze.”

Vervolgens springt de tekst “Het kan ook anders” in beeld, gevolgd door een ‘lopende band’ van verschillende hoortoestellen met de vermelding “0,-”, waarbij een voice-over de volgende tekst uitspreekt: “Maar het kan ook anders, want bij Hans Anders heeft u al voor nul euro keuze uit de beste hoortoestellen in hun prijsklasse. Wees er snel bij en profiteer nu nog van de vergoeding van uw zorgverzekeraar. Hans Anders, ik zou niet anders willen.”

Beter Horen voert echter ook zodanig geprijsde hoortoestellen in het assortiment dat bijbetaling niet nodig is. Door de onjuiste presentatie in de commercial krijgt de consument een verkeerd beeld. Hans Anders verweert zich door te stellen dat met een knipoog een verwijzing wordt gemaakt naar ‘Hollandse krenterigheid’. Niet kan worden geoordeeld dat Hans Anders zich hierdoor kleinerend uitlaat over Beter Horen of de goede naam van Beter Horen schaadt. De Commissie vindt dat de uiting gepaard gaat met onjuiste informatie. De Commissie beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

De gemiddelde consument zal begrijpen dat het onderdeel van de commercial, waarin de man een afkeurend gebaar maakt naar de winkel achter hem en zegt “Ik wil gewoon niet te veel betalen voor een goed hoortoestel. Maar volgens mij zijn ze hier zelf Oost-Indisch doof. Beter horen kost nou eenmaal geld, zeggen ze”, humoristisch en niet serieus is bedoeld, en dat met een knipoog een verwijzing wordt gemaakt naar ‘Hollandse krenterigheid’. Niet kan worden geoordeeld dat Hans Anders zich hierdoor kleinerend uitlaat over Beter Horen of de goede naam van Beter Horen schaadt.
Voor zover al wordt geoordeeld dat in de commercial sprake is van een verwijzing naar of zinspeling op de handelsnaam van klager, dan betreft dit een speelse verwijzing die toelaatbaar is.

3. Op grond van het voorgaande is sprake van vergelijkende reclame in de zin van artikel 13 NRC. Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd indien aan de in artikel 13 NRC (onder a t/m h) genoemde voorwaarden is voldaan. De eerste voorwaarde luidt dat de vergelijking niet misleidend is in de zin van de NRC. Naar het oordeel van de Commissie wordt aan deze voorwaarde niet voldaan.

In de commercial wordt gesuggereerd dat voor hoortoestellen bij Beter Horen en andere concurrenten altijd geld betaald moet worden, terwijl bepaalde hoortoestellen bij Hans Anders voor 0 euro verkrijgbaar zijn. Vast staat dat met de in de commercial aangeboden “nul euro hoortoestellen” wordt gedoeld op de hoortoestellen waarvan de aanschafprijs niet boven de (tot 1 januari 2013 geldende) vergoedingslimieten van de Rzv uitkomen, zodat de (verzekerde) consument geen eigen bijdrage hoeft te betalen. Als onweersproken is echter komen vast te staan dat ook Beter Horen en andere concurrenten zodanig geprijsde hoortoestellen in het assortiment voert dat deze onder de vergoedingslimiet van de Rzv vallen en bijbetaling dus niet nodig is.

RB 1526

EasyJet mag voorbehoud bij gepubliceerde prijs vermelden

RCC 22 okober 2012, dossiernr. 2012/00817 (klager tegen easyJet)

Beslissing ingezonden door EasyJet_logo.png Daniël Haije en Ebba Hoogenraad, Hoogenraad & Haak.

In deze uitspraak stapt de RCC af van haar eerdere standpunt dat administratiekosten die gelden per boeking (en dus niet per geboekte stoel) dienen te zijn inbegrepen in de geadverteerde prijs. De bestreden reclame-uiting betreft de weergave van prijzen op de homepage van adverteerders website: www.easyjet.com/nl. Easy Jet heeft de volgende tekst: "Voor creditkaartbetalingen wordt een percentage van 2.5% van de totaalprijs in rekening gebracht, met een minimumbedrag van 6 euro."

Nu easy Jet eerder is aanbevolen niet meer in strijd met de RR te publiceren, verzoekt de klager de Commissie de uitspraak als Alert te verspreiden. De vaste kosten in de geadverteerde prijs dienen te zijn opgenomen, om te voorkomen dat men aan het eind van het boekingsproces wordt geconfronteerd met in eerste instantie verborgen - en in dit geval disproportionele kosten. De klacht wordt afgewezen omdat het voorbehoud direct bij de prijs wordt gemaakt dat de prijs dient te worden vermeerderd met bijkomende, gespecificeerde, toeslagen per boeking. Voor wat betreft de creditcardkosten is dit voorbehoud voldoende duidelijk in de uiting vermeld. Het CvB had eerder in zijn uitspraak van 10 november 2011 (RB 1198), wanneer easyJet in reclame-uitingen de prijzen aldus publiceert, dat direct bij de prijs het voor­behoud wordt gemaakt dat de prijs dient te worden ver­meerderd met de bij­ko­mende, gespecificeerde, toeslagen per boeking.

 

RB 1523

Alles inbegrepen met extra kosten

RCC 25 september, dossier nr. 2012/00724 (klager tegen adverteerder) - Alert

Met een alert, omdat er eerder strijd was met deze bepaling
zie RB 832. Boven een opsomming van vluchtdata, waarbij de vluchtprijs wordt vermeld, staat: “Prijs per traject, ALLES INBEGREPEN.”

De klacht, in twee onderdelen:

1. Wanneer men een vlucht boekt, wordt gevraagd naar het aantal bagage. Deze kosten komen bovenop de vluchtprijs. De Commissie oordeelt dat deze extra kosten niet onvermijdbaar zijn. Wel acht de Commissie de mededeling “ALLES INBEGREPEN” te absoluut. Uit de uiting blijkt niet wat moet worden verstaan onder ‘ALLES’. Niet bij iedere vluchtaanbieder worden voor het meenemen van de ruimbagage extra kosten in rekening gebracht. Door de mededeling “ALLES INBEGREPEN” - in grote letters boven de vluchttarieven - kan de indruk ontstaan dat de kosten van de standaard ruimbagage bij de tarieven zijn inbegrepen.

2. Voor iedere vorm van betaling wordt geld in rekening gebracht.  Ook dit strookt niet met de mededeling dat bij de tarieven “ALLES INBEGREPEN” is. Derhalve de uiting is op dit punt niet correct en duidelijk. Het oordeel van de Commissie is dat de reisaanbieders verplicht zijn om correcte en duidelijke prijzen in hun reclame-uitingen te hanteren. Dit brengt mee dat zij hun prijzen dienen te publiceren inclusief op het moment bekende vaste onvermijdbare kosten die voor de aangeboden diensten aan de aanbieder moeten worden betaald.

Adverteerder heeft al eerder van de Commissie een aanbeveling gekregen op grond van haar oordeel dat adverteerder in haar reclame-uitingen prijzen hanteerde die niet duidelijk en correct waren. Gelet hierop zal de Commissie de onderhavige beslissing als “Alert” onder de aandacht van een breed publiek brengen als bedoeld in artikel 17 lid 1 onder h juncto 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep.

De beslissing:
De reclame-uiting is in strijd met het bepaalde in artikel III onder 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen. De Commissie beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. De Commissie zal de beslissing onder de aandacht van een breed publiek brengen, als bovenvermeld.

RB 1481

Kosten verbonden aan ophalen geldprijs

RCC 6 augustus 2012, dossiernr. 2012/00667 (Boekingcentrale oude Pekela)

48.jpgIndruk prijs al gewonnen, kosten verbonden aan ophalen prijs, verkoopreisje.

In een mailing "officiële win bevestiging" staat o.a. "De overdracht van deze prijs, ter hoogte van € 1500,00, zou dus tijdens ons mooie uitstapje op woensdag 25-7-2012 kunnen gaan plaatsvinden.". Bij de mailing zit een antwoordkaart Ja, overhandig mij de 3e prijs alstublieft op [datum]"Na ontvangst van uw reservering krijgt u de buskaartjes toegestuurd. Dit alles slechts voor € 7,95 p.p. incl. alle diensten voor u en uw gasten."

De indruk wordt gewekt dat klager al een prijs heeft gewonnen, het is niet duidelijk dat het slechts om een kans gaat. In werkelijkheid is sprake van reclame voor een “verkoopreisje”. De klacht, opgevat als agresseieve reclame ex 14.2 NRC in combinatie met punt 2 van bijlage 2, treft doel. Er zijn voor klager kosten verbonden aan de stappen die hij moet ondernemen om in aanmerking te komen voor de door hem gewonnen prijs, hetgeen in strijd is met eerdergenoemd punt 2 van Bijlage 2 bij de NRC.

Deze klacht treft doel. Door de onder de beschrijving van de uiting aangehaalde zinsneden en met name de mededeling op de antwoordkaart “Ja, overhandig mij de 3e prijs alstublieft op 25-7-2012” wordt de stellige indruk gewekt dat klager winnaar is van de in de uiting beschreven prijs van € 1.500,-. Daargelaten de vraag of klager daadwerkelijk deze prijs zou hebben gekregen indien hij op de uitnodiging was ingegaan, wordt het in aanmerking kunnen komen voor de prijs afhankelijk gesteld van het reserveren van de bijeenkomst waarop de prijsoverhandiging plaatsvindt tegen een bedrag van € 7,95 p.p. Aldus zijn voor klager kosten verbonden aan de stappen die hij moet ondernemen om in aanmerking te komen voor de door hem gewonnen prijs, hetgeen in strijd is met eerdergenoemd punt 2 van Bijlage 2 bij de NRC.

Nu deze wijze van reclame maken onder alle omstandigheden agressief is als bedoeld in artikel 14.2 NRC, is de reclame-uiting oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1470

Bij 'Maximum online' toch sprake van een datalimiet

Rechtbank Rotterdam 20 juni 2012, LJN BX4167 (Telfort B.V. tegen Gedaagde)

Telfort-logo-nieuw-300x185.jpgReclamerecht. Mobiel internet abonnement Telfort. De zaak gaat over de vraag of gedaagde moest begrijpen, gelet op de reclame-uitingen van Telfort, dat er aan het product 'Maximum online' een datalimiet was verbonden en bij overschrijding extra kosten verschuldigd zijn.

Volgens de rechtbank is dit niet het geval. Telfort heeft op haar website bij de omschrijving van het abonnement vermeld dat 'onbeperkt' breedband internet deel uitmaakt van het abonnement en in het contract noch algemene voorwaarden staat vermeld dat sprake is van een datalimiet. Dit wordt enkel genoemd in een aparte tarievenlijst als bijlage bij de algemene voorwaarden. De rechtbank oordeelt dat Telfort het moeilijk heeft gemaakt om kennis te nemen van deze essentiële beperking van het abonnement. De stelling van Telfort dat bij de omschrijving van het abonnement het woord onbeperkt tussen aanhalingstekens staat en daaruit volgt dat dit woord niet onbeperkt in de absolute zin van het woord betekent, wordt eveneens verworpen. In relatie tot de ondubbelzinnige reclame-uiting heeft Telfort niet voldaan aan de plicht om de koper op een duidelijke wijze te informeren. Gedaagde had geen rekening hoeven te houden met een datalimiet.

De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Telfort in de proceskosten.

2.11 Gelet op het door [gedaagde] gevoerde verweer en de inhoud van de verklaring van de heer [A] komt vervolgens de vraag aan de orde of [gedaagde] gelet op de reclame-uitingen van Telfort er bedacht op had moeten zijn dat er aan het product “Maximaal online” een datalimiet was verbonden en zij bij overschrijding van deze limiet extra kosten voor internet verschuldigd zou zijn. Volgens de rechtbank dient voormelde vraag ontkennend te worden beantwoord. Bij dit oordeel is met name in overweging genomen dat, blijkens de door [gedaagde] in het geding gebrachte stukken, Telfort op haar website bij de omschrijving van het abonnement “maximaal online” heeft vermeld dat‘onbeperkt’ breedband internet deel uitmaakt van het abonnement. Voorts is van betekenis, dat niet in het contract of in de algemene voorwaarden staat vermeld dat sprake is van een datalimiet, maar dat dit alleen wordt genoemd in een aparte tarievenlijst die als bijlage bij de algemene voorwaarden is gevoegd. Uit de verklaring van [gedaagde] blijkt dat hij geen kennis heeft genomen van deze bijlage. De stelling van Telfort dat [gedaagde] op de hoogte was van de datalimiet en dit volgt uit zijn brief van 23 juli 2008, waarin [gedaagde] stelt dat hij op basis van het abonnement tot 1.100 mb van het internet gebruik kan maken, wordt verworpen. Uit voormelde brief volgt immers niet dat [gedaagde] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst of tijdens de looptijd van de overeenkomst al op de hoogte was van de datalimiet. De stelling van Telfort dat bij de omschrijving van het abonnement het woord onbeperkt tussen aanhalingstekens staat en daaruit volgt dat dit woord niet onbeperkt in de absolute zin van het woord betekent, wordt eveneens verworpen. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] hieruit niet heeft kunnen afleiden dat mogelijk sprake zou zijn van een verbruikslimiet. Wanneer in reclame-uitingen sprake is van een abonnement met een onbeperkte limiet voor het gebruik dient de verkoper van het abonnement zich daar aan te houden, tenzij zij op een duidelijke wijze kenbaar maakt dat er toch van een limiet sprake is. Door alleen in een bijlage bij de algemene voorwaarden de limiet op te nemen heeft Telfort het moeilijk gemaakt om kennis te nemen van deze, toch essentiële, beperking van het abonnement. In relatie tot de ondubbelzinnige reclame-uiting die op het tegendeel wijst heeft Telfort niet, althans onvoldoende, voldaan aan de plicht om de koper op een duidelijke wijze over de beperkingen van het abonnement te informeren.

Op andere blogs:
Ius Mentis (Ook met aanhalingstekens is onbeperkt onbeperkt)

RB 1462

Geen reis voor actietarief beschikbaar

CVB RCC 19 juli 2012, dossiernr. 2012/00343 (NS Hispeed)

329_fullimage_ns%20hispeed%20en%20haar%20drie%20hogesnelheidstreinen_150x150.jpgBijzondere Reclamecode. Betreft het aanbod van treinreizen met de Thalys naar Parijs op de website van NS Hispeed voor het tarief van € 35,-.

Klaagster heeft een aantal tickets met een totaalprijs van € 140,- geselecteerd tegen het actietarief van € 35,- per persoon. Bij het afrekenen verscheen echter de volgende mededeling op de site: “De prijs is aangepast. Tijdens het boeken blijkt het geselecteerde tarief niet meer beschikbaar te zijn. De nieuwe prijs wordt € 320,-”. Volgens een medewerkster van NS Hispeed zijn er rondom weekenden slechts zeer weinig tickets voor het actietarief beschikbaar en dient men zeker 3 maanden van te voren te boeken. Klaagster twijfelt of NS Hispeed ingevolge de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) voldoet aan het zorg dragen voor een redelijke beschikbaarheid van de aangeboden diensten tegen het actietarief.

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC en in strijd met de zorgplicht voor een redelijke beschikbaarheid van de door haar aangeboden dienst voor de genoemde prijs van € 35,-.

Volgens het College had NS Hispeed maatregelen dienen te nemen om te voorkomen dat de consument die een reis voor een actietarief meent te boeken later wordt geconfronteerd met het feit dat geen reis voor dit tarief beschikbaar blijkt. Op de website van NS Hispeed wordt bij stap 2 van het bestellen het volgende getoond: 'indicatief op basis van beschikbaarheid'.

De gemiddelde consument moet daaruit afleiden dat de reis die hij heeft geselecteerd mogelijk toch niet voor de prijs op basis van het actietareif beschikbaar is. De uiting is dus in strijd met artikel V onder 2 RR in verbinding met artikel 7 NRC, misleidende reclame. Volgens het College was er sprake van een redelijke beschikbaarheid van stoelen tegen het actietarief. Het College vernietigt de beslissing van de Commissie voor zover het betreft het oordeel van de Commissie dat in verband met het aantal beschikbare tickets voor het actietarief artikel V onder 1 RR is overtreden.

Ten aanzien van Grief 1
2. Het College is van oordeel dat voorgaande handelwijze niet voldoet aan de eisen van ar­tikel V onder 2 Reclamecode Reisaanbiedingen (RR). Ingevolge dit artikel dienen reclame-uitingen voor diensten die niet meer beschikbaar zijn onverwijld te worden gestaakt. Tot deze ver­plichting dient ook te worden gerekend het onverwijld stoppen van het tonen van actie­tarieven voor dagen dat uitsluitend nog voor een regulier tarief kan worden geboekt. Uit het bepaalde in artikel V onder 2 RR, zoals dat artikel in samenhang met de rege­ling inzake misleidende reclame in de artikelen 7 en 8 van de Neder­land­se Reclame Code (NRC) dient te wor­den uitgelegd, volgt immers dat de consument erop moet kunnen vertrouwen dat hij de rei­zen die hij in een boe­kings­module kan se­lec­teren, ver­vol­gens daad­werkelijk kan boe­ken, óók in­dien een actietarief van toepassing is. NS Hispeed had op grond van de hiervoor genoemde bepalingen maatregelen dienen te ne­men ten­ein­de te voorkomen dat de consument die via haar website een reis voor een actie­tarief meent te boeken later wordt gecon­fron­teerd met het feit dat geen reis voor dit tarief beschikbaar blijkt.

3. Door het ontbreken van deze maatregelen en nu in stap 2 geen enkele mededeling staat waaruit de consument kan afleiden op welke dagen het nog wel mogelijk is te boe­ken voor het actie­tarief, dient de consument die wil boeken voor dat ­tarief en die daarin niet slaagt omdat na stap 2 voor de geselecteer­de reis geen actietarief be­schikbaar blijkt, telkens op­nieuw een reis te se­lec­­teren tot­dat hij proefondervindelijk erin slaagt een reis voor het actietarief te boeken. Dit kan niet van de con­su­ment wor­den gevergd. Niet gesteld of gebleken is overigens dat het voor NS Hispeed niet mogelijk zou zijn om door middel van een technische voorziening ervoor te zor­gen dat de consument niet langer reizen kan selecteren die tegen een actietarief worden aangeboden, maar die niet meer voor een dergelijk tarief beschikbaar zijn.

4. Aan de in artikel V onder 2 RR bedoelde verplichting, zoals dat artikel in samen­hang met de rege­ling inzake misleidende reclame in de artikelen 7 en 8 NRC dient te worden uitgelegd, wordt niet voldaan door in stap 2 de volgende medede­ling te tonen: “indi­ca­tief op basis van beschik­baar­heid”. Deze mededeling houdt overigens een aan­wijzing (indicatie) in die niet zo duidelijk is, dat de gemiddelde consument daaruit moet afleiden dat de reis die hij heeft geselecteerd mogelijk toch niet voor de prijs op basis van het actietarief be­schikbaar is. Het College komt derhalve, zij het op ande­re gronden dan de Com­mis­sie, tot het oordeel dat de uiting in strijd is met de Re­cla­mecode Reisaan­bie­din­gen, te weten met artikel V onder 2 RR, in verbinding met artikel 7 NRC.

Ten aanzien van grief 2
5. Het College stelt voorop dat ten aanzien van de vraag of in een concreet geval spra­ke is van een redelijke beschikbaarheid, geen vaste ondergrens geldt. Een der­gelijke on­der­­grens volgt ook niet uit de door NS Hispeed genoemde beslis­singen. Derhalve zal, mede gelet op de toelichting bij artikel V onder 1 RR, van geval tot geval dienen te worden beoor­deeld of er een re­de­lijke beschikbaarheid is.

6. Uitgaande van de door NS Hispeed in beroep overgelegde gegevens, die geïnti­meer­de onvoldoende heeft betwist, waren er op 22 juni 2012 in totaal 132 stoelen voor het actietarief be­schikbaar en op 25 juni 2012 67 stoelen. Ook indien deze stoelen, zoals geïntimeerde stelt, over verschillende treinen dienen worden ver­deeld, is naar het oordeel van het College in het onderhavige geval sprake van een redelijke beschikbaar­heid. Grief 2 treft derhalve doel, zodat wordt beslist als volgt.

RB 1443

Kosten 'rijklaar maken' essentieel?

infineum%20elektrische-fiets.jpgEen bijdrage van Hanneke van Lith, UvA Master Informatierecht.

Is de gemiddelde consument een argeloze shop-a-holic of maakt hij een weloverwogen beslissing als het gaat om grote aankopen? Dit is een vraag die van belang is om vast te stellen of bepaalde informatie in advertenties ‘verzwegen’ kan worden. Regelmatig wordt de Reclame Code Commissie (RCC) geconfronteerd met klachten omtrent de ‘verzwegen’ kosten van het rijklaar maken van een auto. Er wordt in een advertentie of tv-commercial een auto aangeboden tegen een bepaalde vanafprijs. De consument komt er in de winkel echter achter dat de kosten van het rijklaar maken niet zijn meegenomen in deze prijs. Deze kosten blijken onduidelijk weergegeven of slecht leesbaar in de reclame-uiting.

De discussie die hieruit voortkomt, komt neer op de vraag of de aanbieding van een auto een uitnodiging tot het doen van een aankoop betreft. Wanneer dit namelijk niet het geval is, zijn de kosten van rijklaar maken niet van dusdanig belang voor de consument. Er wordt bepleit dat de informatie en de prijs in de reclame voor de consument niet volstaat om een besluit te nemen over een grote aankoop, zoals die van een auto. Naar aanleiding van een tv-commercial wordt immers niet de dealer gebeld om de auto uit de commercial te bestellen. Zie hiervoor de blog van Hoogenraad & Haak (Autobranche opgelet: vanafprijs moet inclusief kosten rijklaar maken!)

De Commissie is doorlopend van oordeel dat de kosten van het rijklaar maken essentieel zijn voor de consument bij de aankoop van een auto. Wanneer de kosten van rijklaar maken op een onduidelijke of niet (voldoende) leesbare wijze worden weergegeven en niet bij de aanbiedingsprijs zijn inbegrepen, dan is door de adverteerder niet voldaan aan de verplichting om alle essentiële informatie met betrekking tot de prijs te verstrekken. De Commissie geeft aan dat wanneer deze kosten niet in de genoemde prijs zijn verdisconteerd, zij duidelijk uit de uiting dienen te blijken, zie RCC 1 maart 2012, dossiernr. 2012/00095 (Ford Fiesta Trendi), RCC 2 augustus 2011, dossiernr. 2011/00579 (Kia). Tevens wijst de Commissie zo nu en dan op het feit dat niet gebleken is ‘dat het voor de adverteerder onmogelijk is om de hoogte van de bijkomende kosten reeds in de reclame-uiting te noemen’. (zie: RCC 2 augustus 2011, dossiernr. 2011/00523 (Fiat Panda)). De reclames worden dus als misleidend beoordeeld.

De beslissing van het College van Beroep op 15 juni 2012, zie ook RB 1421, heeft de tongen losgemaakt. Het College stelt vast dat de betreffende reclame-uitingen zijn aan te merken als een uitnodiging tot het doen van een aankoop. Hierbij dient er de volgende essentiële informatie verschaft te worden door de adverteerder: “de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en, in voorkomend geval, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel deze extra kosten moeten worden betaald”. Hieronder vallen volgens het College ook de kosten van het rijklaar maken van het voertuig. Door het niet opnemen van deze kosten in de totaalprijs is er sprake van misleidende reclame.

Het College heeft aangegeven dat er 'blijkbaar sprake is van de situatie dat binnen de desbetreffende branche een onjuiste opvatting bestaat omtrent verplichtingen die bij de hier genoemde uitingen gelden indien sprake is van een uitnodiging tot aankoop. (...) Het College gaat overigens ervan uit dat de branche kennis neemt van deze uitspraak en zijn reclame-uitingen op televisie en op internet vervolgens zal aanpassen.'

De branche heeft het duidelijk niet helemaal opgepikt, want zie hier de meest recente uitspraak na voornoemde uitspraak met betrekking tot het 'rijklaar maken'. Dit keer met betrekking tot een aanbieding van een elektrische fiets.

RCC 13 juni 2012, dossiernr. 2012/00390 (Fietsgigant)

logo.gifMisleidende reclame. Prijsvermelding. Rijklaar maken. In deze zaak bevestigt de Commissie het standpunt van het College. De Commissie oordeelt dat er sprake is van onduidelijke informatie ten aanzien van de prijs. Adverteerder (FietsGigant) heeft volgens de Commissie niet voldaan aan de verplichting om in de uitingen essentiële informatie met betrekking tot de (vanaf)prijs te verstrekken. De reclame is misleidend.

De Commissie gaat er hier in feite dus vanuit dat het hier ook gaat om een uitnodiging tot het doen van een aankoop. In deze

De vraag is echter of de kosten van het 'rijklaar maken' bij het aanschaffen van een elektrische fiets ook echt essentiële informatie betreft, gezien het karakter van het product. Gaat het hierbij ook om een uitnodiging tot het doen van een aankoop? Indien het gaat om auto's is er veelal sprake van een weloverwogen beslissing alvorens over wordt gegaan tot het doen van de aankoop, waarbij de consument niet beslist op enkel een advertentie of tv-commercial. Hij maakt een keuze op basis van uitvoering, merk, rijvaardigheid, kleur etc. De potentiële elektrische fietser zal eerder kijken naar aanbiedingen en prijs, in plaats van uitvoering, merk en rijvaardigheid.

Deze laatste zijn elementen die bij een fiets, al dan niet elektrisch, minder van belang zijn. Het aspect van weloverwogenheid is hierbij minder aanwezig. De consument zal dus eerder zijn aankoopbeslissing baseren op de vanafprijs in een advertentie. De kosten van het rijklaar maken zijn dus meer van belang bij de aankoop van een (elektrische) fiets, aangezien deze de prijs doen stijgen. Wanneer deze kosten 'verzwegen' worden zal de consument een keuze kunnen maken, die zij anders niet zou hebben gemaakt. Het is tevens voor de gemiddelde consument niet per definitie duidelijk dat een elektrische fiets 'rijklaar' moet worden gemaakt. Dit is bij auto's echter evident.

Hanneke van Lith

RB 1427

Hyundai i20 voor de dubbele prijs?

hyundai-i20.gifMisleidende prijs (vermelding).

In een advertentie in het Algemeen Dagblad van 5 april 2012 staat onder meer:  “Tot begin 2014 geen rente en geen aflossing. De Hyundai i20. Voor € 5.500,-” en “Betaal nu de helft en de rest in 2014 zonder rente''.
 
Er lijkt te worden geadverteerd met een verkoopprijs van € 5.500,-, in werkelijkheid bedraagt de verkoopprijs het dubbele. Er wordt geklaagd dat de prijs misleidend is.
 
De Commissie oordeelt dat het voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk is dat de nu te betalen helft gelijk is aan € 5.500,-, terwijl de totale voor de auto te betalen prijs het dubbele daarvan is. De Commissie acht de uiting derhalve voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de prijs van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

In de aanhef van de advertentie wordt de Hyundai i20 zonder voorbehoud aangeboden “Voor € 5.500,-”. Vervolgens wordt gesteld: “BETAAL NU DE HELFT EN DE REST IN 2014 ZONDER RENTE”. De Commissie acht voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk dat de nu te betalen helft gelijk is aan € 5.500,-, terwijl de totale voor de auto te betalen prijs het dubbele daarvan is.

Aan dit oordeel doet niet af dat in het rekenvoorbeeld onderaan de uiting sprake is van een “Contante waarde van het goed” van € 10.995,00, van een “Aanbetaling/inruil (50%)” van € 5.497,50 en van het “Totale kredietbedrag” van € 5.497,50.

 

RB 1424

Voor een Nederlandse set betaal je 28 euro extra

Vz. RCC 31 mei 2012, dossiernr. 2012/00389 (Videopartner.nl)

000479.png(Tele) communicatie technologie. Misleidende reclame. Ontbrekende informatie. De website www.videopartner.nl bevat de aanbieding van een Siemens Gigaset SL785 duo.

De klacht zegt dat de na de aankoop van dit product het toestel niet in de Nederlandse taal kan worden ingesteld, omdat het niet bestemd is voor de Nederlandse markt. Uit navraag blijkt ook dat voor een Nederlandse set € 28,- extra moet worden betaald. Volgens klager mag je er als klant mag je ervan uitgaan dat producten van een Nederlandse webwinkel ook voor die markt geschikt zijn. 

De voorzitter oordeelt dat indien een product wordt aangeboden op een website, welke specifiek op de Nederlandse markt is gericht, de consument erop mag vertrouwen dat het een product is welke ook geschikt is voor de Nederlandse markt.

Vaststaat is dat er enkel een dergelijk product wordt gelevert tegen een meerprijs, waardoor er sprake is van een omissie zoals bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. De uiting is derhalve misleidend. De voorzitter concludeert dan ook dat de reclame-uiting in strijd is met artikel 7 NRC. De klacht wordt toegewezen.