RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Prijsaanduiding  

RB 1209

Groupon maakt advies en korting niet aannemelijk

RCC 4 november 2011, dossiernr. 2011/00890 (groupon juistheid adviesprijs en korting van 47% niet aannemelijk gemaakt).

groupon.pngPromotionele actie. Aanbieding op website www.groupon.nl van een “Olympus VG 130 14 megapixels met verschillende accessoires verkrijgbaar (waarde tot € 199)” voor het bedrag “vanaf € 79,00” en met “korting 47%”: De normale prijs van deze camera bij hetzelfde bedrijf als waar de camera via Groupon wordt gekocht, is € 82,95. Bij een andere aanbieder kost de camera zonder Groupon-korting zelfs maar € 78. Er is dus geen sprake van een korting van 47%. Adviesprijs, zo luidt het verweer is €149.

Commissie: Adverteerder heeft aangevoerd bij de mededeling dat 47% korting wordt verleend te zijn uitgegaan van de adviesprijs van de aangeboden digitale camera,  die volgens adverteerder € 149 bedraagt. Nu klager gemotiveerd heeft bestreden dat de actieprijs van(af) € 79 daadwerkelijk een korting van 47% ten opzichte van de normale prijs betekent, ligt het op de weg van adverteerder de juistheid van de door haar gehanteerde ‘adviesprijs’ en de beweerdelijk verleende korting aannemelijk te maken. Hierin is adverteerder naar het oordeel van de Commissie niet geslaagd.
 
Gelet hierop is de uiting voor de gemiddelde consument onjuist ten aanzien van het bestaan van een specifiek prijsvoordeel als bedoeld in artikel 8.2 onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1206

Totaalprijs niet genoemd

Rechtbank 's-Gravenhage 19 mei 2011, LJN BU3539 (International Business Verlag GmbH tegen Liandyn)

Als randvermelding. Toepasselijkheid Duits recht. Contractrecht. Publicatie promotieartikel in tijdschrift. Onduidelijk aanbod voor wat betreft de kosten. Na goedkeuring van het artikel door een medewerker van Liandyn wordt aan Liandyn op 22 november 2006 de definitieve tekst toegezonden. In dezelfde brief wordt Liandyn verzocht het orderformulier te ondertekenen. Noch in de brief, noch in het orderformulier wordt de totaalprijs van de plaatsing van het artikel, althans van de foto's genoemd. Geen wilsovereenstemming over promotieartikel (advertorial) ad €11.000

 

4.2.Tussen partijen is niet in geschil dat IBV is gevestigd in Duitsland. De vraag naar het toepasselijk recht wordt gevonden door toepassing van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: EVO). Hoofdregel van artikel 3 EVO is dat van toepassing is het recht dat door partijen is gekozen. Door partijen is echter geen rechtskeuze gedaan. Namens IBV is ter zitting uitdrukkelijk medegedeeld dat niet (alsnog) wordt ingestemd met een rechtskeuze voor Nederlands recht. Bij gebreke van een rechtskeuze is op de voet van artikel 4 lid 1 EVO van toepassing het recht waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden . Volgens artikel 4 lid 2 EVO wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, haar hoofdvestiging heeft of, indien de prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht, het land waar zich deze andere vestiging bevindt. Dit brengt mee dat op de overeenkomst Duits recht van toepassing is, nu IBV in Duitsland is gevestigd. Het bestaan en de geldigheid van de overeenkomst of van een bepaling daarvan worden beheerst door het recht dat ingevolge dit Verdrag toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn. Dit betekent dat ook de vraag of sprake is van wilsgebreken dienen te worden beoordeeld naar Duits recht.

4.7.Ten overvloede merkt de rechtbank op dat IBV er in de omstandigheden van dit geval niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de wil van Liandyn en haar verklaring overeenstemden. Daartoe is redengevend dat IBV niet, althans niet voldoende gemotiveerd heeft bestreden dat bij Liandyn de indruk is gewekt dat het artikel tegen vergoeding van geringe kosten geplaatst zou worden. Ten eerste is er nadruk op gelegd dat het artikel zelf gratis zou zijn. De in de correspondentie wel genoemde kosten van de foto's zijn zo opgenomen dat het om geringe bedragen lijkt te gaan. Er wordt immers een klein bedragje per kolom per millimeter genoemd. Dat dit uiteindelijk tot relatief hoge bedragen leidt zal voor de argeloze lezer van de correspondentie niet duidelijk zijn. Van leken op het gebied van de typografie kan immers niet worden verwacht dat zij aan de hand van de - overigens niet uit de door IBV aan Liandyn gezonden correspondentie blijkende - maten van de foto's de prijs berekenen. Gesteld noch gebleken is voorts dat IBV op enig moment zelfs maar bij benadering heeft laten weten wat de kosten van de publicatie zouden zijn. Ook in de overgelegde correspondentie wordt met geen woord gerept over de uiteindelijk aan het artikel verbonden kosten, terwijl dit heel wel mogelijk was geweest. Immers, nog voordat Liandyn het orderformulier tekende was bekend welke foto's geplaatst zouden worden en hadden de kosten door IBV berekend kunnen worden. Niettemin is tot aan de verzending van de factuur nimmer een concreet bedrag genoemd. IBV heeft ook ter zitting niet duidelijk kunnen maken wat de achtergrond van deze handelwijze is. Indien zij ervan uitgaat dat de wil van Liandyn gericht was op het doen plaatsen van een publicatie tegen een bedrag van ongeveer € 11.000,= had er niets aan in de weg gestaan om deze kosten op enig moment te noemen of in ieder geval een indicatie te geven van de aan de plaatsing van het artikel verbonden kosten. IBV heeft evenmin duidelijk gemaakt waarom per foto moet worden betaald en niet - bijvoorbeeld - per bladzijde. Het moet er derhalve voor gehouden worden dat de werkwijze van IBV wordt ingegeven door de wens om bedrijven tot het plaatsen van een artikel te bewegen zonder dat deze bedrijven zich van de daaraan verbonden hoge kosten bewust zijn. Dit klemt te meer nu het initiatief tot het maken en het plaatsen van het artikel afkomstig is van IBV. Een dergelijke handelwijze is wellicht lucratief maar verdient in rechte geen bescherming. Het feit dat een grotere oplettendheid aan de zijde van Lyandin had kunnen voorkomen dat zij "erin was getuind", doet aan het vorenstaande niet af. Degene die beoogt zijn wederpartij tot het sluiten van een overeenkomst te bewegen terwijl hij weet of moet weten dat die wederpartij zich niet van de consequenties van de overeenkomst bewust is, kan zich in rechte niet beroepen op de onoplettendheid van die wederpartij.

4.8.Het bovenstaande brengt mee dat de vordering in conventie zal worden afgewezen. De door Liandyn voorts nog naar voren gebrachte verweren (bedrog en dwaling) kunnen mitsdien onbesproken blijven.

Lees het vonnis hier (LJN / pdf)

RB 1198

Kaarten in het buitenland kopen

CVB 10 november 2011, dossiernr. 2011/00520 (easyjet Goedkoopste / laagste tarief niet mogelijk in NL)

Goedkoopste tarieven kunnen niet in Nederland worden geboekt, boekingskosten blijven alleen met niet-Nederlandse credit cards onbetaald.

Tussen partijen staat vast dat het meermalen in de uiting vermelde tarief van € 33,99 voor een enkele reis alleen geldt indien een elektronische boeking wordt gedaan met een Visa electron card of een Carte Bleue en dat in andere gevallen een boekingstoeslag geldt. Adverteerder heeft erkend c.q. niet weersproken dat voornoemde kaarten in Nederland niet verkrijgbaar zijn. Adverteerder heeft meegedeeld dat men in het Verenigd Koninkrijk een Visa Electron card kan aanschaffen, en vervolgens van daaruit via easyJet.com/nl een boeking kan doen, zonder toeslag.

 

Onder deze omstandigheden acht de Commissie vermelding in de onderhavige -op Nederland gerichte- uiting van € 33,99 als laagste tarief, zonder dat daarbij direct een voorbehoud wordt gemaakt betreffende vrijwel altijd bijkomende kosten per boeking, niet correct en duidelijk. Artikel III RR luidt, voor zover hier van belang: “Aanbieders zijn gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen in hun reclame-uitingen”. Commissie doet aanbeveling en College van Beroep bevestigd het oordeel van college.

 

2. In beroep is geen grief gericht tegen het onder­deel van de bestre­den be­slis­sing waarin de Commissie heeft geoordeeld dat Visa Electron en Carte Bleue in Neder­land niet ver­krijg­baar zijn. Niet gesteld of gebleken is dat de Nederlandse con­su­ment deze kaarten in het buitenland koopt en daarmee bij easyJet betalingen doet.  Uit­gangs­punt is daarom dat indien de Neder­land­se consu­ment bij easyJet een reis boekt, dat ge­beurt met de in Nederland gebruikelijke betaalmiddelen. Voor die be­talingen zijn krachtens de voorwaarden van easyJet altijd de hiervoor bedoelde boe­kings­toeslagen verschuldigd.
 
3. Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van het Col­lege de wijze waar­op easyJet in de onderhavige uiting informatie over de prijs geeft, niet correct en dui­delijk. De in de uiting genoemde uitzonderingen waarbij geen boekingstoesla­gen in rekening worden gebracht, zijn voor de Ne­derlandse con­su­ment immers niet rele­vant en wekken bij deze consument ten onrechte de indruk dat die toeslagen op­tioneel zijn.
 
4. Dat de toeslagen per boeking gelden, is naar het oordeel van het College geen re­den om deze niet als vaste onvermijdbare kosten te beschouwen in de zin van het bepaalde onder III sub 1 RR. Wel kan in dit laatste, zoals ook uit de beslissing van de Commissie volgt, aanleiding worden ge­vonden het toelaatbaar te achten dat easyJet in reclame-uitingen de prijzen aldus publiceert, dat direct bij de prijs het voor­behoud wordt gemaakt dat de prijs dient te worden ver­meerderd met de bij­ko­mende, gespecificeerde, toeslagen per boeking. Nu de verplichting tot be­ta­ling van die toeslagen in het onderhavige geval evenwel niet direct uit de uiting blijkt, heeft de Commis­sie de uiting terecht in strijd met het bepaalde onder III RR geacht.

RB 1191

Ik wil nu rente op mijn betaalrekening

RCC 4 oktober 2011, Dossiernr. 2011/00792 (SNS-bank als wenige rente)

6edb5ecb-57e8-460e-8904-e0836b2590a4_mini-etalage-ik-ook.jpgUiting op ikwilnurenteopmijnbetaalrekening.nl. ASN en Friesland geven (ook) rente over positief saldo op betaalrekening. De klacht gaat voorbij aan de woorden “Van alle grote banken”. Adverteerder, zelf een grote bank, verwijst in de uiting naar de (andere) grote banken van Nederland. Duidelijk zal zijn dat het hier gaat om ING, ABN AMRO/Fortis en Rabobank. Friesland Bank en ASN worden niet tot de grote banken gerekend. De kwalificatie ‘Grootbank’ of ‘grote bank’ ter onderscheiding van de overige -kleine- banken mag als bekend worden verondersteld en wordt ook gebruikt door De Nederlandsche Bank. 

Het oordeel van de Commissie
Klager gaat ervan uit dat in de uiting wordt gesteld dat SNS Bank de enige bank is die rente geeft over een betaalrekening. Dit uitgangspunt is onjuist, omdat in de radioreclame wordt gezegd: “Van alle grote banken krijgen nu alleen klanten van SNS Bank rente op hun betaalrekening met SNS Betalen”. Klager heeft niet gesteld noch is  anderszins gebleken dat SNS Bank niet de enige grote bank is die rente op betaalrekeningen geeft.
Derhalve wordt als volgt beslist.

RB 1180

Achteraf opsturen van actievoorwaarden

Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2011, LJN BU2117 

Actievoorwaarden_Oxxio3maandengratis_groene_stroom_Energie_Deals.gifActievoorwaarden. Overeenkomst tot levering gas en elektriciteit. Vordering tot betaling. Beroep van leverancier op actievoorwaarden wordt afgewezen omdat deze niet bij sluiten van de overeenkomst bekend zijn gemaakt. Leverancier heeft mogelijk bijgedragen aan voortijdige beëindiging van overeenkomst, zodat geen aanspraak kan worden gemaakt op opzegvergoeding.

[eiseres] ziet echter over het hoofd dat een dergelijke voorwaarde om gelding te hebben direct bij het sluiten van de overeenkomst bekend moet worden gemaakt en dat het achteraf opsturen van zg. Actievoorwaarden of Algemene Voorwaarden dit verzuim niet kan repareren

7. Op het verweer van [gedaagde] ten aanzien van de 1000 kWh heeft [eiseres] gezegd dat dat alleen gold wanneer [gedaagde] minstens een jaar klant van [eiseres] zou blijven. [gedaagde] heeft echter de overeenkomst na vier maanden beëindigd. [eiseres] ziet echter over het hoofd dat een dergelijke voorwaarde om gelding te hebben direct bij het sluiten van de overeenkomst bekend moet worden gemaakt en dat het achteraf opsturen van zg. Actievoorwaarden of Algemene Voorwaarden dit verzuim niet kan repareren. Nu niet is gesteld door [eiseres] dat de medewerkster van [eiseres] bij het telefonisch sluiten van de overeenkomst deze voorwaarde bekend heeft gemaakt wordt hier niet van uitgegaan, zodat er geen reden is om ten aanzien van dit punt de geluidsopname te gaan beluisteren die is gemaakt van het sluiten van de overeenkomst.

RB 1176

Een zekere tegenspraak

RCC 12 oktober 2011, Dossiernr. 2011/00828 (Nikita Bruidsmode €35 kosten + 30% commissie onvermeld)

753931?bl-slideshow-imageDe website www.verkoopjetrouwjurk.nl vermeldt niet dat er naast € 35 kosten ook 30% commissie wordt berekend. Dit staat alleen in de “kleine lettertjes” van het inschrijfformulier. Klager acht dit misleidend. Commissie ziet een zekere tegenspraak, het is echter wel voldoende duidelijk toegelicht dat geen commissie in rekening wordt gebracht, dat adverteerder van de koper een hoger bedrag ontvangt is niet in strijd met aangehaalde tekst.

Commissie:
Hoewel op het eerste gezicht een zekere tegenspraak aanwezig lijkt tussen het tekstgedeelte “Bij dit soort concepten wordt er met commissie gewerkt en meestal wordt dit bij verkoop van je trouwjurk dan van jouw vraagprijs verrekend. Wij werken echter anders, bij ons ontvang je ook echt wat je voor de jurk vraagt, zie ons inschrijfformulier” en de zinsnede in het inschrijfformulier “We hanteren een commissie van 30% over uw vraagprijs (excl. BTW)”, is naar het oordeel van de Commissie geen sprake van misleiding. In het inschrijfformulier, waarnaar op de website wordt verwezen en dat via een link kan worden opgevraagd, wordt voldoende duidelijk toegelicht dat aan de inbrenger van een trouwjurk geen commissie in rekening wordt gebracht en op welke wijze de vraagprijs wordt berekend. De mededeling dat de kosten € 35 bedragen voor één jaar is derhalve niet onjuist. Aan de aanbieder van de jurk worden immers niet meer kosten in rekening gebracht en de verkoper ontvangt bij verkoop het volledige bedrag van zijn vraagprijs. Dat adverteerder van de koper een hoger bedrag ontvangt is niet in strijd met het hiervoor aangehaalde tekstgedeelte.

RB 1161

Vaste lage prijzen

RCC 29 september 2011, Dossiernr. 2011/00815 (HEMA - Vaste lage prijzen, 22 koffiepads > 20 koffiepads)

koffiepads-mokka-10380117-big.jpg

images?q=tbn:ANd9GcRWJmShePtt91-Xy1R-0VchFqyrPAt2jleMPqizGISUMyWYQ4aRXMVZGdayUiting op www.hema.nl/winkel/vaste-lage-prijzen: Aanbieding vaste lage prijs van €1 voor koffiepads, sinds kort geen 22, maar slechts 20 koffiepads. Verweer; stijging grondprijzen en de afbeelding is verouderd ten tijde van de klacht, is inmiddels aangepast.

Commissie: Gebleken is dat de in de uiting voor “altijd 1,-” aangeboden zak koffiepads mokka één van de artikelen is die door adverteerder voor een “vaste lage prijs” worden aangeboden. Naar het oordeel van de Commissie is geen sprake van een vaste (lage) prijs als voor de eerder gehanteerde  prijs op een later moment een kleinere hoeveelheid van het betreffende product wordt aangeboden..De prijs per producteenheid stijgt dan immers. Nu adverteerder heeft erkend dat de inhoud van de voor € 1,- aangeboden verpakking koffiepads mokka onlangs is teruggebracht van 22 naar 20 pads, wordt ten aanzien van dit product ten onrechte de aanduiding “vaste lage prijs” gebruikt. Gelet hierop gaat de reclame-uiting gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC.
 
Vast is komen te staan, dat in de bestreden uiting een verpakking met 22 koffiepads is afgebeeld, terwijl het aanbod in werkelijkheid een verpakking met 20 koffiepads betreft. Op dit punt wordt derhalve in de uiting onjuiste informatie verstrekt ten aanzien van een van de voornaamste kenmerken van het aangeboden productals bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC, te weten de hoeveelheid. In dit kader wijst de Commissie tevens op haar
Algemene aanbeveling onder i (afbeelding van het aangeboden product).

De Commissie is van oordeel dat de gemid­delde con­su­ment door de genoemde onjuiste informatie ertoe ge­bracht kan worden een besluit over een transactie te ne­men, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daar­door oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1132

Gratis reparatie

Vz.RCC 7 september 2011, Dossiernr. 2011/00730 (Ruitschade)

Ruitschade.jpgReclamerecht. Gratis. Televisiecommercial over reparatie ruitschade: goed verzekerd, kost het je niets. Klager stelt dat reparatie niet gratis is, want zijn verzekeraar wilde hem hierdoor geen bonustreden geven.

Voorzitter: De voorzitter is van oordeel dat de klacht de Commissie geen aanleiding zal geven een aanbeveling te doen. Hij overweegt daartoe het volgende.
Uit de mededeling “(…) u bent goed verzekerd, kost u helemaal niets” blijkt dat de vraag of een reparatie niets kost, afhankelijk is van het feit of men “goed verzekerd” is. Aangezien, naar adverteerder stelt en ook voldoende aannemelijk is, niet bij iedere verzekeringsmaatschappij c.q. verzekeringspolis het laten uitvoeren van de in de uiting genoemde reparatie van invloed is op de hoogte van de premie die men bij verlenging van de verzekering moet betalen, acht de voorzitter de klacht ongegrond.

Op grond van het hierboven overwogene wijst de voorzitter de klacht af.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 1131

Contanten voor Caravan

RCC 6 september 2011, Dossiernr. 2011/00660 (Contant geld voor caravan)

Caravan.pngReclamerecht. Misleiding. Advertentie op marktplaats met tekst: "wij geven contant geld voor uw caravan." Klager heeft caravan naar adverteerder gebracht maar is, na herhaaldelijke pogingen, niet uitbetaald.

Commissie: De Commissie is van oordeel dat door de reclame-uiting de indruk wordt gewekt dat door adverteerder direct na inlevering van de caravan, contant geld wordt betaald. Zowel door de gebruikte afbeeldingen als door de tekst wordt gesuggereerd dat sprake is van een direct af te sluiten transactie, waarbij na inleveren van de caravan onmiddellijk wordt overgegaan tot uitbetaling. Gebleken is echter dat adverteerder, ook omdat hij daarvoor niet de middelen in huis heeft, niet direct uitbetaalt, maar dat hij pas betaalt op het moment dat de caravan verkocht is.

Daargelaten klagers stelling dat de caravan in het geheel niet wordt verkocht, is de Commissie, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de uiting gepaard gaat met onjuiste dan wel voor de gemiddelde consument onduidelijke informatie zoals bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). (...) de reclame-uiting (is) misleidend en daar­door oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 1129

De winnaar betaalt

RCC 1 september 2011, Dossiernr. 2011/00625 (Ringaling SMS)

Reclamerecht. SMS code. Kansspel. Folder in omroepgids met kansspel, bij winnen moet je smsen. Klager stelt dat het onduidelijk is dat als je smst, je lid wordt en 9 euro per week moet betalen.

Commissie: (...) Klager stelt terecht dat uit de uiting onvoldoende blijkt dat deze in feite reclame voor een abonnement op een betaalde SMS-dienst betreft. Op de voorzijde van de uiting wordt sterk de aandacht gevestigd op de promotionele actie en de prijzen die men daarbij kan winnen. De tekst dat men alleen kan winnen “Als je lid wordt van onze mobiele abonnement-club” en dat men alleen kans heeft op het winnen van “geweldige prijzen (--) als je lid wordt van het Ringaling Mobile VIP content-netwerk” acht de Commissie onvoldoende opvallend en ook verder in het geheel van de uiting onvoldoende informatief voor de ge­middelde consument. Elke verwijzing naar het afsluiten van een abonnement op een betaalde dienst ontbreekt. Ook op de achterzijde (...). Tevens ontbreekt het logo als bedoeld in bijlage 3 van de Reclamecode Sms-dienstverlening. Ook hierdoor is onvoldoende duidelijk dat de reclame betrekking heeft op een betaalde SMS-abonne­ments­dienst. Op grond van het voorgaande heeft adverteerder gehandeld in strijd met de artikelen 3.1, 3.3, 3.4, 4.1 sub c en 5.1 van de Reclamecode Sms-dienstverlening.
(...) De Commissie beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)