RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Prijsaanduiding  

RB 1715

Wijnoutlet met meer dan 50% korting

RCC 26 maart 2013, dossiernr. 2013/00185 (wijnoutlet.nl)

WIJNOUTLET_FACEBOOK_LOGO.pngHet betreft de per e-mail aan klager toegezonden reclame van adverteerder met als onderwerp “Reserveer nu met 65% korting!” In de uiting wordt “Château Relais De La Poste Cotes de Bourg ’08” wijn aangeboden met 65% korting en “Terre di Kama Grillo Viognier ’10” biologische wijn met 55% korting.

Volgens klager is de uiting in strijd met artikel 20 lid 1 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken om wijn aan te bieden met meer dan 50% korting. Krachtens artikel 20 lid 1 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken (2012) is reclame waarbij alcoholhoudende drank tegen minder dan de helft van de normale verkoopprijs wordt aangeboden niet toegestaan. Vast staat dat in de onderhavige uiting wijn met kortingen van 55% of 65% wordt aangeboden. Gelet hierop is de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 20 lid 1 RVA (2012).

RB 1714

Glazen potten met chocola uitgesloten van stapelkorting

RCC 26 maart 2013, dossiernr. 2013/00094 (V&D Stapelkorting: "uitsluiting"pas bekend bij kassa)

Uiting in strijd met artikel 7 en 8 onder c NRC.Het betreft een poster die in een van de winkels van adverteerder hangt, naast een aantal uitgestalde artikelen. Op de poster staat onder meer: “4 PRODUCTEN. 20% KORTING” Daaronder staat:
“20% KORTING. Bij aanschaf van 4 producten naar keuze”.

Klaagster kocht vier artikelen die op een tafel waren uitgestald, waaronder drie glazen potten met chocola. Naast deze tafel hing de bewuste poster. Bij de kassa bleek dat de potten met chocola van de actie waren uitgesloten. Op de poster wordt geen voorbehoud gemaakt. (...) Klaagster acht de poster misleidend.

Op de poster wordt meegedeeld dat men bij aanschaf van een bepaald aantal producten ‘naar keuze’ een bepaald percentage korting krijgt, zonder dat hierbij melding wordt gemaakt van het feit dat bepaalde producten of productgroepen van deze actie zijn uitgesloten. Gelet op voornoemde beperking acht de voorzitter de wijze waarop voor deze kortingsactie reclame wordt gemaakt te absoluut. De enkele verwijzing naar de ac­tie­voor­waarden op adverteerders website is onvoldoende om de gemiddelde consument attent te maken op het feit dat bepaalde producten zijn uitgesloten.

RB 1709

Korting niet voor internet-tarief maar voor in tarievenlijst vermelde prijs

RCC 20 maart 2013, dossiernr. 2013/00108 (PonyparkCity boeken via internet korting van€60 blijkt €20 korting)

logo-ponyparkcity.pngPrijs en korting. Het betreft een geadresseerde mailing, bestaande uit een brief met als bijlagen de brochure 2013 van PonyparkCity en een tarievenlijst. In de brief staat onder meer: “Internetcode ter waarde van € 60,- www.ponyparkcity.nl/60” Omdat u eerder bij ons te gast bent geweest, geven wij u hierbij de speciale internet-kortingscode. (...) Deze internetcode is van toepassing op alle periodes vermeld op onze tarievenlijst (...).”.

Gezien de tarievenlijst ging klager ervan uit dat hij € 478,- (internet-tarief volgens de tarievenlijst) minus € 60,- = € 418,- moest worden betaald. De korting bleek echter te gelden ten opzichte van de in de tarievenlijst vermelde “Prijs” van € 518,-. In dit bedrag zijn ook nog toeristenbelasting en reserveringskosten opgenomen. Klager vindt de uiting misleidend.

De Commissie begrijpt uit het verweer dat de in de brief aangeprezen korting van € 60,- geldt ten opzichte van de “Prijs”, zoals vermeld in de bij de brief gevoegde tarievenlijst. Naar het oordeel van de Commissie is dit voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk, nu dit niet uitdrukkelijk is vermeld en in de tarievenlijst per periode niet alleen een “Prijs” is vermeld, maar ook een “Internet-tarief”. (...)

De commissie acht de uiting in strijd met artikel 7 NRC en artikel 8.2 aanhef en onder d NRC. De Commissie gaat ervan uit dat de toeristenbelasting en reserveringskosten hier vaste onvermijdbare kosten betreft, die op het moment van publicatie van de tarieven bekend waren aan adverteerder. Nu deze kosten niet in de tarieven zijn opgenomen, is de uiting in strijd met artikel III onder 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR).  

RB 1708

Totaalprijs wekelijkse onderdelen voor schaalmodel onduidelijk

RCC 20 maart 2013, dossiernr. 2013/00075 (www.007db5.nl prijs totaal schaalmodel onduidelijk)

De klacht richt zich tegen de televisiecommercial voor een bouwpakket van de James Bond Goldfinger Aston Martin DB5 met de mededeling: “Bouw een perfecte replica van de James Bond DB5. (…) Bouw hem zelf met wekelijkse onderdelen, met gedetailleerde instructies en extra filminformatie.” (...) “Nu in het tijdschriftenschap. Deel 1 €1.99” En de uiting op de website 007db5.nl waarin via de button “abonneren” wordt doorgelinkt naar een webpagina met onder meer de tekst: “Ik neem graag een abonnement op ‘James Bond DB5’ voor een bedrag van €1,99 voor nummer 1, €5,99 voor nummer 2 en €11,99 voor nummer 3 en verder.”

Klager stelt dat de consument op  het verkeerde been wordt gezet en dat het totaalbedrag van het schaalmodel, na levering van alle 85 delen, schandalig hoog is.

In de televisiecommercial wordt niet vermeld wat de prijs is voor de tweede en verdere wekelijkse edities en dat pas na 85 wekelijkse edities alle onderdelen van het aangeprezen schaalmodel zijn ontvangen. Het voor de reclame gebruikte medium (televisie) biedt voldoende ruimte om hierover meer duidelijkheid te verschaffen. Nu de gemiddelde consument zonder deze de prijs van het aangeprezen schaalmodel niet kan bepalen, is er sprake van een omissie van essentiële informatie als bedoeld in art. 8.3 aanhef en onder c NRC. Voorts is de Commissie van oordeel dat (...) de uiting misleidend en daardoor oneerlijk is in de zin van art. 7 NRC.

Ten aanzien van de website heeft de voorzitter ambtshalve geconstateerd dat hierop wel de prijs per editie en het totaal aantal wekelijkse edities wordt vermeld. (...) Nu de gemiddelde consument op basis van de website in staat wordt gesteld om de totaalprijs van het aangeprezen schaalmodel te bepalen, is de uiting niet misleidend en wijst de voorzitter de klacht op dit punt af.

RB 1704

babyfantasy.nl garandeerd de goedkoopste Quinny Zapp

RCC 14 maart 2013, dossiernr. 2013/00133 (babyfantasy.nl gegarandeerd de goedkoopste Quinny Zapp niet €179)

NewLogo60.jpgUiting in strijd met art. 7 en 8.2 NRC. Het betreft de website babyfantasy.nl in zijn geheel, en de afbeelding van een buggy genaamd Quinny Zapp Xtra Red Crackle 2013 met de daarbij genoemde prijs van €179.00 in het bijzonder.

Volgens klager wekt de website ten onrechte de suggestie dat zij een webshop is, terwijl men zelf niks verkoopt maar alleen een doorlinkservice biedt. Daarnaast kan de Quinny Zapp Xtra Red Crackle 2013 volgens klager niet worden besteld in de afgebeelde uitvoering voor de daarbij genoemde prijs.

Naar het oordeel van de voorzitter blijkt uit de tekst op de beginpagina, waaronder: "Wanneer u een artikel wilt bestellen… zult (u) worden doorverwezen naar de betreffende webshop waar u het artikel uiteindelijk kunt bestellen.” voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat de website van adverteerder een geen webshop is, maar een vergelijkingssite. De voorzitter wijst de klacht op dit punt dan ook af.

In de bestreden uiting is de “Quinny Zapp Xtra” afgebeeld in de uitvoering “Red Crackle” met daarnaast de prijs van €179. Naar niet is weersproken is deze uitvoering niet te koop voor de daarbij genoemde prijs. Gelet op het voorgaande is de uiting onduidelijk ten aanzien van één van de voornaamste kenmerken van het product als bedoeld onder b van artikel 8.2 van de NRC, te weten de uitvoering. (...)

RB 1695

Verhoogd “standaardtarieven” voor verzending tijdens actieperiode

RCC 12 maart 2013, dossiernr. 2013/00125 (“standaardtarieven” voor verzending)

Uitspraak in strijd met art. 7 NRC en art. 8.2 NRC. Het betreft de aanbieding in de webshop op adverteerders website www.mediamarkt.nl: “WESTERN DIGITAL Elements Desktop 2TB Zwart (…) € 88,- Media Markt Onlineprijs, Bezorgkosten € 4,99”. In een banner naast de aanbieding staat “21% BTW weg ermee! Nog maar 02 dagen, 09 uren, 39 minuten. Alle getoonde online prijzen zijn inclusief BTW-voordeel. Zolang de voorraad strekt. Klik hier voor alle actievoorwaarden”.

Tijdens de actieperiode bedroeg de actieprijs € 88,- inclusief BTW-voordeel, maar waren de verzendkosten verhoogd tot € 4,95. Toen de BTW-actie was afgelopen, bleek de prijs nog steeds € 88,- te zijn, maar bedroegen de verzendkosten weer € 1,95. Volgens klager is tijdens de actie dus geen korting verleend op de WD harddisk. Voor dit product moest tijdens de actie zelfs meer worden betaald dan na de actie als gevolg van de hogere verzendkosten.

(...) Naar het oordeel van de Commissie blijkt dit voor de gemiddelde consument onvoldoende uit de uiting. In de banner die verschijnt naast de beschrijving van de WD harddisk wordt gewezen op de BTW-actie, de duur van “nog maar” ruim 2 dagen, en wordt meegedeeld  dat alle getoonde online prijzen inclusief BTW-voordeel zijn. Door dit alles wordt de indruk gewekt dat de voor de WD harddisk getoonde prijs van € 88,- een actieprijs inclusief BTW-voordeel is, die slechts gedurende de actieperiode geldt. De in de banner opgenomen link naar de actievoorwaarden maakt de gemiddelde consument onvoldoende attent op het feit dat actie niet voor de naast de banner staande aanbieding geldt.

Gelet op het voorgaande wordt in de uiting dubbelzinnige informatie verstrekt over het prijsvoordeel van de aangeboden harddisk als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Dit geldt temeer, nu tijdens acties voor alle leveringen - waaronder ook, zo begrijpt de Commissie, producten waarop de betreffende actie niet van toepassing is -  de “standaardtarieven” voor verzending gelden. (...) de Commissie acht de uiting misleidend.

RB 1693

De context wekt de indruk dat je niet elders naar aanbiedingen hoeft te zoeken

RCC 12 maart 2013, dossiernr. 2013/00095 (Dag, sjouwen met aanbiedingen, Jumbo reclame)

Uiting in strijd met artikel 7 en 8.2 NRC. Het betreft een televisiecommercial waarin, door een voice-over en door verschillende, afwisselend in beeld verschijnende personen, het volgende wordt gezegd: “Dag, sjouwen met aanbiedingen. Dag, meer kopen dan je nodig hebt. Dag dure, dagelijkse boodschappen. Dag, oude supermarkt.” “Hallo Jumbo!” “Hallo, elke dag de laagste prijs.” “Ja, en dat dag in dag uit.” “En alles met de laagste prijsgarantie.” “Op al onze 32.000 producten. Hallo, altijd de laagste prijs.” “Hallo Jumbo!” In beeld verschijnt de tekst: Hallo Jumbo. Altijd de goedkoopste bij u in de buurt!” En “kijk voor de spelregels op jumbosupermarkten.nl”. Aan het eind van de commercial zegt de voice-over: “En vindt u het ergens toch blijvend goedkoper, dan passen wij de prijs aan en krijgt u het gratis”.
 
In de voorwaarde van de laagste prijsgarantie staat echter dat aanbiedingen van andere winkels niet gelden. In de reclame wordt naar de mening van klager ten onrechte de indruk gewekt dat de producten van Jumbo ook altijd goedkoper zijn dan de aanbiedingen van andere supermarkten.

De commercial, waarin de aandacht wordt gevestigd op de laagsteprijsgarantie van Jumbo, vangt aan met onder meer de zinsneden: “Dag sjouwen met aanbiedingen” en “Dag oude supermarkt”. Gelet op deze mededelingen en gelet op de context van de reclame wordt naar het oordeel van de Commissie de indruk gewekt dat men niet elders naar aanbiedingen hoeft te zoeken omdat Jumbo, vanwege haar laagsteprijsgarantie, toch goedkoper is.

Deze indruk wordt, bezien in het licht van de gehele reclame-uiting, onvoldoende weggenomen door de enkele vermelding aan het eind van de commercial, dat de prijs wordt aangepast indien men het product ergens ‘blijvend’ goedkoper vindt.  Naar het oordeel van de commissie is de uiting in strijd met artikel 7 en 8.2 NRC.

RB 1692

21% BTW weg ermee niet voor gewilde producten

RCC 6 maart 2013, dossiernr. 2013/00092-(A)/(B) (Media Markt actie 21% BTW weg ermee)

BTW-weg-ermee-actie-MediaMarkt-BCC-20131.jpgHet betreft de televisiecommercial voor de ‘BTW weg ermee-actie’ van Media Markt. De voice-over zegt, voor zover hier van belang:“21% BTW weg ermee! Tot en met zondag betaalt Media Markt voor u de BTW. Tv, computer, witgoed & huishoudelijk, hifi & mp3, telecom & navigatie, foto & video en persoonlijke verzorging, bijna allemaal zonder 21% BTW.” De genoemde productgroepen verschijnen ook in beeld, evenals (het merendeel van) de gesproken tekst. Korte tijd staat onderin beeld de mededeling: “kijk voor de actievoorwaarden op mediamarkt.nl”. Daarnaast betreft het de reclameborden die bij de kassa’s van het Media Markt filiaal(...) staan met de tekst: “Media Markt betaalt voor u de BTW! 21% BTW WEG ERMEE. Dit is hét moment om te kopen!”

Naar aanleiding van de televisiecommercial heeft klaagster een filiaal van Media Markt bezocht. In de winkel bleek haar dat de BTW weg ermee-actie voor een heleboel artikelen (...) niet gold, hoewel de reclamespot het anders doet voorkomen. Klaagster vindt de commercial misleidend. Tevens vindt klager(B) dat de mededeling dat Media Markt de 21% BTW voor de klant betaalt misleidend. Er wordt in strijd met de waarheid gesuggereerd dat de consument geen BTW betaalt, terwijl Media Markt op grond van de Wet op de omzetbelasting verplicht is 21% BTW af te dragen. Al zou Media Markt bedoelen dat men 21% korting krijgt, dan is dat niet het exacte BTW-bedrag. Dit laatste bedraagt immers 21/121e van de verkoopprijs. Er wordt niet verwezen naar voorwaarden.

In de uitspraak in dossier 2012/00958B heeft de voorzitter van de Commissie Media Markt gewezen op de noodzaak beperkende voorwaarden op de juiste wijze te communiceren. In de onderhavige uiting heeft Media Markt deze informatie achterwege gelaten, hoewel daarvoor voldoende ruimte beschikbaar is.

De Commissie stelt voorop dat in de televisiecommercial niet wordt gesteld of gesuggereerd dat de Media Markt gedurende de BTW-actie niet de wettelijk verplichte BTW afdraagt. De Commissie acht voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat de mededeling “Media Markt betaalt voor u de BTW” betekent dat Media Markt gedurende de actie het BTW-gedeelte dat is begrepen in de buiten de actieperiode geldende verkoopprijs van producten voor haar rekening neemt.

 Door deze wijze van presenteren wordt gesuggereerd dat de actie voor vrijwel het gehele assortiment binnen de genoemde productgroepen geldt en dat slechts een gering aantal artikelen van de actie uitgesloten is. Uit de in de actievoorwaarden opgenomen lijst blijkt echter dat de actie niet van toepassing is op een aanzienlijk aantal - vaak gewilde - producten. (...) Gelet hierop is sprake van het ontbreken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in de aanhef en onder c van artikel 8.3 NRC.

RB 1687

HvJ EU: Leverancier verwijst naar dwingende regeling voor andere categorie consumenten

HvJ EU 21 maart 2013, zaak C-92/11 (RWE Vertrieb) - dossier - persbericht

RWE-Logo.pngPrejudiciële vraag gesteld door het Bundesgerichtshof, Duitsland.

Uitlegging van artikel 1, lid 2, en, junctis de punten 1, sub j, en 2, sub b, tweede volzin, van de bijlage, van de artikelen 3 en 5 van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29) – Uitlegging van artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, sub b en c, van richtlijn 2003/55/EG (...) interne markt voor aardgas – Beding waarbij professionele leveranciers het recht wordt verleend de prijs van de dienst te wijzigen door te verwijzen naar een dwingende regeling die voor een andere categorie van consumenten bedoeld is – Toepasselijkheid van richtlijn 93/13/EG – Vereisten betreffende de verplichting tot duidelijke en begrijpelijk formulering en betreffende de transparantieverplichting.

Het Hof (Eerste kamer) verklaart voor recht:

1) Artikel 1, lid 2, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat deze richtlijn van toepassing is op de bedingen van algemene voorwaarden die zijn opgenomen in tussen een verkoper en een consument gesloten overeenkomsten waarin een voor een andere categorie overeenkomsten geldende regel van nationaal recht is overgenomen, en die niet aan de betrokken nationale regeling zijn onderworpen.

2) De artikelen 3 en 5 van richtlijn 93/13, gelezen in samenhang met artikel 3, lid 3, van richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG, moeten aldus worden uitgelegd dat bij de beoordeling of een standaardbeding waarin een leverancier zich het recht voorbehoudt om de gasprijs te wijzigen, beantwoordt aan de in deze bepalingen gestelde eisen van goede trouw, evenwicht en transparantie, wezenlijk belang moet worden gehecht aan met name:

– de vraag of in de overeenkomst de reden voor en de wijze van aanpassing van deze prijs transparant worden toegelicht, zodat de consument aan de hand van duidelijke en begrijpelijke criteria eventuele wijzigingen van deze prijs kan voorzien. Wanneer vóór sluiting van de overeenkomst daarover geen informatie is verstrekt, kan dit in beginsel niet worden goedgemaakt enkel door het feit dat de consumenten in de loop van de uitvoering van de overeenkomst redelijke tijd vooraf zullen worden geïnformeerd over de prijsaanpassing en hun opzeggingsrecht mochten zij deze aanpassing niet wensen te aanvaarden, en

– de vraag of de consument in concreto daadwerkelijk zijn opzeggingsrecht kan uitoefenen.

Het is de taak van de verwijzende rechter om bij deze beoordeling rekening te houden met alle omstandigheden van het concrete geval, daaronder begrepen alle bedingen van de algemene voorwaarden van de consumentenovereenkomsten waarvan het omstreden beding deel uitmaakt.

Op andere blogs:
Out-Law (Using the words of legal requirements not an absolute defence to 'unfair' contract terms claims, rules CJEU)

RB 1671

Alle producten zijn gratis! 0 euro, noppes, niks, nada!

RCC 4 maart 2013, dossiernr. 2013/00110 (GRATIS producten)

gratiskoop-logo.pngVerzendkosten. Het betreft de website gratiskoop.nl, waarop onder meer wordt gesteld: “Gratiskoop.nl, Alle producten zijn gratis! 0 euro, noppes, niks, nada!” En “Wij maken geen onnodige marketing kosten omdat jij het product deelt via Facebook of Twitter en daardoor kunnen wij blijvend nieuwe GRATIS producten blijven aanbieden aan jullie.”

Klager stelt, kort samengevat, dat de bewering onjuist is dat de producten gratis kunnen worden aangeboden omdat bespaard wordt op de marketingkosten. De producten worden betaald via de te hoge verzendkosten van standaard €5,95 per enkele bestelling. Omdat de producten worden betaald via te hoge verzendkosten, worden ze ten onrechte aangemerkt als ‘Gratis’.

(...) Naar adverteerder erkent komen de standaard voor alle bestellingen in rekening gebrachte verzendkosten niet overeen met de daadwerkelijke verzendkosten die voor de betreffende producten gelden. Op grond hiervan is sprake van een misleidende wijze van reclame maken als bedoeld in artikel 8.5 in combinatie met de aanhef en punt 19 van Bijlage 1 NRC.

De bewering dat de producten gratis kunnen worden aangeboden omdat door de reclame via Facebook of Twitter bespaard wordt op de marketing kosten, is door adverteerder onvoldoende onderbouwd. Om bovengenoemde redenen is de reclame-uiting misleidend (...)