Reclame

RB 3490

Uitingen productpagina’s niet-leverbare producten misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 11 feb 2021, RB 3490; (Klager tegen Bol.com), http://www.reclameboek.nl/artikelen/uitingen-productpagina-s-niet-leverbare-producten-misleidend

SCR 11 februari 2021, RB 3490; 2020/00623 (Klager tegen Bol.com) Klacht over verschillende reclame-uitingen op productpagina’s van producten waarvan Bol.com weet dat de producten nooit meer leverbaar zijn. In de bestreden uitingen ligt de suggestie besloten dat het product op dit moment niet kan worden geleverd via Bol.com, maar op enige moment weer wel, waarover Bol.com de consument dan via e-mail kan informeren. Bol.com maakt daarbij één kanttekening, namelijk dat de consument er rekening mee moet houden dat het artikel “niet altijd” terug op voorraad komt. De bestreden uitingen zijn voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk ten aanzien van de beschikbaarheid van het product. Het is niet voldoende duidelijk dat de producten nooit meer beschikbaar zullen zijn via Bol.com. Elk van de uitingen kunnen de gemiddelde consument ertoe brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. De consument zou bijvoorbeeld kunnen besluiten de aankoop van het betreffende product uit te stellen, in de gedachte dat het product later waarschijnlijk weer via Bol.com verkrijgbaar zal zijn. De reclame-uitingen van Bol.com zijn in strijd met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code.

RB 3487

Conclusie A-G: invoering JA/JA stickers niet onrechtmatig

Rechtspraak (NL/EU) 5 feb 2021, RB 3487; ECLI:NL:PHR:2021:98 (Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen tegen Gemeente Amsterdam), http://www.reclameboek.nl/artikelen/conclusie-a-g-invoering-ja-ja-stickers-niet-onrechtmatig

HR 5 februari 2021, IEF 19754, RB 3487; ECLI:NL:PHR:2021:98 (Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen tegen Gemeente Amsterdam) Sinds 2018 mag in de gemeente Amsterdam ongeadresseerd reclamedrukwerk alleen worden bezorgd indien op de brievenbus een JA/JA sticker is aangebracht. Dit wordt het opt-in-systeem genoemd. Voorheen gold dat ongeadresseerd reclamedrukwerk overal mocht worden bezorgd, tenzij er een NEE/JA of NEE/NEE sticker op de brievenbus was aangebracht. Dit is het zogenaamde opt-out-systeem. Het nieuwe systeem is er voor bedoeld om milieuvervuiling tegen te gaan. Het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen en de Vereniging Mail Distributie Bedrijven zijn een procedure gestart om schadevergoeding te vorderen van de gemeente Amsterdam, omdat zij door dit nieuwe systeem minder drukwerk kunnen verspreiden. Volgens het hof is het nieuwe systeem niet onrechtmatig. Het hof wees de vordering dan ook af. Tegen deze beslissing is casssatie ingesteld. Aan de orde is of het nieuwe systeem een wettelijke grondslag heeft en of het systeem al dan niet in strijd is met het Europese recht of met de algemene rechtsbeginselen. Advocaat-generaal Wissink adviseert de Hoge Raad in zijn conclusie de beslissing in stand te houden. Volgens hem is het systeem niet onrechtmatig en is de gemeente bevoegd om dit systeem in te voeren, mede omdat de Wet Milieubeheer ruimte laat aan de gemeente regels te stellen hieromtrent. 

RB 3283

Gall & Gall voert promotie met misleidende beschikbaarheid

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 feb 2019, RB 3283; 2018/00861 (Klaagster tegen Gall & Gall), http://www.reclameboek.nl/artikelen/gall-gall-voert-promotie-met-misleidende-beschikbaarheid

Vz. RCC 6 februari 2019, RB 3283; dossiernr. 2018/00861 (Klager tegen Gall & Gall). Gedeeltelijke voorzitterstoewijzing. Misleiding beschikbaarheid. Het betreft een op 24 november 2018 in het NRC Handelsblad gepubliceerde advertentie van Gall & Gall in het kader van ‘Topselectie wijnen’ waarin onder meer een ‘Tokara Director’s Reserve 2014’ wordt aangeboden voor € 11,99. In de advertentie staat, haaks op de verdere inhoud daarvan: “Deze actie is geldig t/m woensdag 5 december 2018, of zolang de voorraad strekt”. Toen klaagster de wijn uit de advertentie bij aanvang van de actie wilde kopen bleek deze niet meer beschikbaar.

2)  Wel is de klacht gegrond voor zover klaagster bezwaar maakt tegen het feit dat zij van de actie geen gebruik kon maken doordat de wijn bij de aanvang van de actie in (een aantal) filialen van adverteerder niet te koop was, terwijl het evenmin mogelijk was de wijn via de webshop van adverteerder te bestellen. Op het moment dat een actie start, dient immers altijd enige voorraad van het actieproduct beschikbaar te zijn, tenzij in de reclame-uiting bepaalde filialen worden uitgezonderd. De vermelding “zolang de voorraad strekt” of een soortgelijke vermelding ontslaat adverteerder niet van deze verplichting (vgl. dossier 2013/000085). Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De uiting wekt immers ten onrechte de indruk dat de desbetreffende wijn als aanbieding beschikbaar is. Verder is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden acht de voorzitter de bestreden uiting misleidend en oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 3285

Brief aan ouders is geoorloofd nu er geen aanprijzing wordt gedaan

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 12 feb 2019, RB 3285; 2018/00733 (Bibliotheek op school), http://www.reclameboek.nl/artikelen/brief-aan-ouders-is-geoorloofd-nu-er-geen-aanprijzing-wordt-gedaan

RCC 12 februari 2019, RB 3285; dossiernr. 2018/00733 (Bibliotheek op school). Bevestiging voorzittersafwijzing. De bestreden uiting betreft een geadresseerde brief van de bibliotheek waarin onder meer staat:  "Uit onze gegevens blijkt dat uw kind op dit moment geen gebruik maakt van dit bibliotheekabonnement. Wilt u wel gebruik maken van het abonnement in onze bibliotheken dan kunt u gratis een pas aanvragen bij een van onze bibliotheken. Uw kind kan dan meteen een stapel leuke boeken mee naar huis nemen. Wilt u geen gebruik meer maken van het bibliotheekabonnement buiten de ‘Bibliotheek op school’, dan hoeft u niks te doen. Na 2 maanden wordt uw kind afgemeld voor dit bibliotheekabonnement."

De klacht wordt als volgt samengevat. In de brief wordt de suggestie gewekt dat de bibliotheek en klagers kind een overeenkomst zijn aangegaan, die binnenkort eindigt of verlengd moet worden. Volgens klager is er geen klantrelatie, zijn de persoonsgegevens niet verkregen uit hoofde van een overeenkomst of na verkoop van een product of dienst. Klagers dochter heeft begin 2018 “ongevraagd” van de juf in de klas een pas van de bibliotheek gekregen. Klager heeft de bibliotheek er toen op gewezen dat er nooit een overeenkomst tot stand is gekomen, en de persoonsgegevens van zijn kind onrechtmatig verkregen en verwerkt zijn. Uit de brief die hij nu ontving (de onderhavige uiting) blijkt dat er nog steeds persoonsgegevens onrechtmatig worden verwerkt: er is geprofileerd en gekeken naar het gebruik van de pas en ook voor de verzending van deze brief zijn onrechtmatig persoonsgegevens verwerkt. De brief, die aanspoort tot verlengen of opnieuw afsluiten van het abonnement is direct mail, aldus klager. Klager en zijn dochter staan ingeschreven bij Postfilter. Volgens klager handelt de bibliotheek in strijd met de volgende artikelen: Artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) wegens strijd met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), artikelen 8 en 14 NRC; Artikel 7 Code brievenbusreclame (CBR); Artikelen 5.2 en 6.2 Code Postfilter; Artikel 2 lid 1 onder cen de artikelen 9, 12 lid 1 en lid 2 van de Kinder- en Jeugdreclamecode. Klager verwijst ten slotte in zijn klacht op de beslissing van de Commissie in dossier 2016/00160, waarin de bibliotheek een aanbeveling heeft gekregen.   

RB 3282

ING mag app aanbieden als voor eenieder beschikbaar

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 30 jan 2019, RB 3282; 2018/00800 (klager tegen ING), http://www.reclameboek.nl/artikelen/ing-mag-app-aanbieden-als-voor-eenieder-beschikbaar-1

RCC 30 januari 2019, IEF 18247, RB 3279; dossiernr. 2018/00800 (klager tegen ING) Reclamecodecommissie. Afwijzing. Geen wervend karakter boodschap. Het betreft mededelingen over de ‘Mobiel Bankieren App’ op de website van ING (subpagina https://www.ing.nl/particulier/mobiel-en-internetbankieren/mobiel-bankieren-app/index.html) en  in de berichten op klagers mijn.ing.nl. De klacht houdt in essentie in dat de app van ING niet functioneert op oudere besturingssystemen.

RB 3278

Friesland Campina misleidt met vanillevla zonder vanille

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 14 feb 2019, RB 3278; 2018/00701 (Foodwatch tegen FrieslandCampina), http://www.reclameboek.nl/artikelen/friesland-campina-misleidt-met-vanillevla-zonder-vanille

RCC 14 februari 2019, IEF 18246, Rb 3278, dossiernr. 2018/00701 (Foodwatch tegen FrieslandCampina). Optimel vanillevla van Friesland Campina is misleidend en daarmee in strijd met de wet. De vanillevla bevat in het geheel geen vanille terwijl vanwege de naam en andere uitingen op de verpakking de consument dit wel zou mogen verwachten. Dit oordeelt de Reclame Code Commissie in een klachtenprocedure die door foodwatch was gestart na een reportage van AVROTROS Radar. foodwatch is blij met de uitspraak omdat het een belangrijke uitspraak is die voor veel meer producten consequenties kan hebben: “Je ziet dat in toenemende mate echte natuurlijke ingrediënten worden vervangen door goedkopere kunstmatige aroma’s. Denk aan gembersiroop zonder gember of frambozensnoepjes zonder framboos. De uitspraak bevestigt nu dat dit onwettig is als dit niet duidelijk is voor de consument”. Dat is een vooruitgang met vroegere interpretatie van de wet, de zogenaamde ‘labeling doctrine’: een producent mocht op de verpakking van alles suggereren wat niet klopte, zo lang de ingrediëntenlijst maar correct was. In de nieuwe uitspraak wordt meer de lijn gevolgd dat liegen op de voorkant van de verpakking gewoon liegen is, ongeacht of de kleine lettertjes van de ingrediëntenlijst op de achterkant van de verpakking juist zijn. Deze lijn komt voort uit een Duitse rechtszaak (Teekanne). De Reclame Code Commissie volgt nu deze uitspraak.

RB 3085

Vragen aan HvJ EU over het vermelden van de oorsprong van een product

Rechtspraak (NL/EU) 18 jan 2018, RB 3085; C-686/17 (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs Frankfurt am Main), http://www.reclameboek.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-het-vermelden-van-de-oorsprong-van-een-product
Champignons

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 18 januari 2018, RB 3085; IEFbe 2467; C-686/17 (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs Frankfurt am Main) Etikettering. Via minuza: Verzoekster is de Duitse vereniging ter bestrijding van oneerlijke mededinging. Verweerster teelt en verhandelt gekweekte champignons met de vermelding ‘Oorsprong: Duitsland’. Het productieproces van de champignons verloopt in verschillende stappen. Samengevat komt het erop neer dat de productiecyclus voorafgaand aan de oogst in België en/of Nederland plaatsvindt. 

RB 1744

Met behulp van affiliates gemaakte reclame

RCC 1 mei 2013, dossiernr. 2012/00816; RCC 1 mei 2013, dossiernr. 2012/00816-I; RCC 1 mei 2013, dossiernr. 2012/00816-II; RCC 1 mei 2013, dossiernr. 2012/00816-III  (Supermarkt coupon)
Box o' couponsMisleidende reclame. Bijzondere Reclamecode. Agressieve reclame. Digitale marketing. Betreft een op 31 juli 2012 verzonden e-mail van be@n4c.nl, waarin onder meer staat: ''DOE MEE EN MAAK KANS OM EENSUPERMARKT COUPON TER WAARDE VAN 450 EUR TE Winnen'' en ''Wij betalen uw boodschappen! klik hier... Wij hebben u geselecteerd om kosteloos boodschappen te kunnen doen deze maand. (...) U ontvangt dit bericht omdat u lid bent van de Nieuws Voor Consumenten Nieuwsbrief''. Klaagster klikte op de link en diende vervolgens een zeer gemakkelijke vraag te beantwoorden, maar na antwoorden diende zij haar gsm nummer op te geven, waarna bleek dat het om een abonnementsdienst ging. Zij vindt de e-mail misleidend en meent dat zij recht heeft op de waardebon.

De Commissie stelt vast dat First Impressions bij verweer heeft meegedeeld dat zij deze e-mail heeft verzonden, op verzoek van Immediato B.V., die First Impressions als “adverteerder” aanmerkt. Aldus de Commissie is sprake van een klacht tegen grensoverschrijdende reclame als bedoeld in Bijlage 1 bij het Reglement RCC en het College van Beroep, nu de e-mail afkomstig is van het in Nederland gevestigde First Impressions, en is ontvangen door klaagster, die in België woont.

Nadat de Commissie in haar eerste tussenbeslissing (van 27 november 2012) heeft geoordeeld dat de bestreden e-mail in strijd is met artikel 3.1 Reclamecode SMS-dienstverlening, dat er sprake is van agressieve reclame en dat de e-mail in strijd is met de waarheid, dient nog de vraag te worden beantwoord wie verantwoordelijk moet worden geacht voor de bestreden e-mail.

(...)

Weliswaar is niet gebleken dat Immediato, overeenkomstig de door haar gehanteerde voorwaarden, toestemming heeft gegeven om de bestreden e-mail te verzenden, maar wel is komen vast te staan dat Immediato gebruik heeft gemaakt van marketing met behulp van affiliates. Niet is gesteld of gebleken dat Immediato aan neergelegde verplichtingen omtrent affiliates heeft voldaan. Gelet hierop acht de Commissie Immediato mede verantwoordelijk voor de inhoud van de bestreden, met behulp van affiliates gemaakte reclame.

(...)

Zoals is vermeld in de tweede tussenbeslissing (van 5 februari 2013) heeft het e-mail marketingbureau Sevbo MD B.V. (hierna Sevbo) meegedeeld dat zij de bestreden e-mail heeft verzonden naar de Belgische leden. Naar het oordeel van de Commissie dient bij zodanige verzending, waarbij Sevbo bekend kan worden verondersteld met de inhoud van die e-mail, in elk geval Sevbo verantwoordelijk te worden geacht voor die inhoud. Ten aanzien van First Impresssions en Scoort Media worden de klachten afgewezen.