RB 3668

Boetes wegens overtreding reclameverbod uit Tabaks- en rookwarenwet

Rb. Rotterdam 4 juli 2022, IEF 20814, RB 3668; ECLI:NL:RBROT:2022:5348 (Eiseres tegen verweerder) Verweerder meent dat eiseres het reclameverbod heeft overtreden en legt daarom een boete op aan eiseres. De vraag die in deze zaak centraal staat is of de afspraken van eiseres met wederverkopers aan te merken zijn als reclame in de zin van artikel 1 Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Om van reclame te kunnen spreken hoeft er niet per se een tabaksproduct of aanverwant product publiekelijk te worden aangeprezen. Wanneer een wederverkoper op grond van de overeenkomst met eiseres een tegenprestatie kan/zal ontvangen, is er sprake van afspraken met als doel het bevorderen van de verkoop van tabaksproducten. Deze afspraken zijn aan te merken als ‘reclame’ en door het maken van deze afspraken wordt het reclameverbod overtreden. Op de afspraken die eiseres heeft gemaakt met wederverkopers zijn geen uitzonderingen van toepassing. De aan eiseres opgelegde boetes moeten wel worden gematigd vanwege het feit dat het rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel te zeer in gedrang zijn gekomen.

6.9. Uit het bovenstaande moet de conclusie worden getrokken dat in het geval de wederverkoper op grond van een overeenkomst met een fabrikant of groothandel een tegenprestatie kan of zal ontvangen bij de in- of verkoop van tabaksproducten, het aanhouden van een assortiment, het - al dan niet op een specifieke plaats - in het schap presenteren van tabaksproducten en/of het op voorraad hebben van een tabaksproduct, sprake is van afspraken met als doel de verkoop van tabaksproducten te bevorderen. Voor zover in de overeenkomst afspraken voorkomen over het geven of ontvangen van voorlichting over een (nieuw) tabaksproduct of over het leveren van gegevens over verkoop en omzet zijn deze zozeer verknoopt met de andere overeengekomen prestaties dat er geen grond is om hierover tot een ander oordeel te komen. Dit betekent dat deze afspraken vallen onder de definitie van "reclame" en dat zij dus in beginsel in strijd zijn met het reclameverbod. Dat is alleen anders indien moet worden geconcludeerd dat deze afspraken vallen onder een uitzondering op dat reclameverbod.

13. Gelet op het vorenstaande dient te worden geconcludeerd dat de hiervóór weergegeven afspraken tussen eiseres en de wederverkopers vallen onder het reclamebegrip en dat deze in strijd zijn met het reclameverbod omdat ze niet vallen onder één van de uitzonderingen op dat reclameverbod. Daarmee staat dus vast dat eiseres het reclameverbod als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Trw heeft overtreden. Nu niet is gebleken dat het onderzoek naar deze afspraken onrechtmatig is geweest, was verweerder in beginsel op grond van artikel 11b, eerste lid, van de Trw bevoegd om eiseres een bestuurlijke boete op te leggen.