RB

Media  

RB 1296

Goede verzorging van uw borsten

Vz. toewijzing RCC 26 januari 2012, dossiernr. 2012/00006 (Goede verzorging voorkomt borstkanker)

Op de website www.massagespa.nl staat “Door een goede verzorging van uw borsten kunt u borstkanker voorkomen en de kans op ziektes verminderen.”. De titel van de uiting luidt: “Mammacare (borstenverzorging) en een strakke buik voor vrouwen.” Verderop in de uiting staat onder meer: “Wij, van Green Relax en Spa, gebruiken een speciale massagemethode; (…)”
 
In de gewraakte mededeling wordt gesuggereerd dat met de behandeling van adverteerder borstkanker kan worden voorkomen en de kans op ziektes kan worden verminderd. Er zijn echter door adverteerder geen nadere stukken overgelegd waarmee deze claims worden bewezen.

Derhalve is niet komen vast te staan dat de in de uiting genoemde behandeling de geclaimde werking heeft. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat de uiting gepaard gaat met onjuiste informatie over de voornaamste kenmerken van het product als bedoeld onder b van arti­kel 8.2 NRC, met name ten aanzien van de voordelen. Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde con­sument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de bewuste mededeling misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1294

Reclamebelasting

Hof 's-Gravenhage 3 januari 2012, LJN BV3614 (X B.V. tegen de Inspecteur)

3296148_1_640.jpgReclamebelasting. Artikel 227 Gemeentewet of artikel 59 FinBES.

Vanaf 1 januari 1995 kent de gemeentelijke retributieheffing  slechts twee randvoorwaarden:
1. de heffing mag zich niet richten naar het inkomen, de winst of het vermogen;
2. zij mag niet in strijd komen met algemene rechtsbeginselen en/of leiden tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing.

Er bestaat een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de beperking van de onderhavige reclamebelasting tot het centrumgebied. Van een willekeurige en onredelijke belastingheffing is geen sprake. De Inspecteur heeft de afbeelding op de rolgordijnen terecht in de heffing betrokken.

8.2.  Bij de beoordeling van de stelling van belanghebbende dat voor de beperking van de heffing tot het centrumgebied geen objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat dient, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 11 november 2011, LJN: BR4564, te worden vooropgesteld dat de reclamebelasting in artikel 227 van de Gemeentewet is voorzien als een algemene belasting, hetgeen meebrengt dat een gemeente in beginsel vrij is in de besteding van de opbrengst van die belasting en derhalve ook de vrijheid heeft om die opbrengst te besteden aan activiteiten en voorzieningen binnen een bepaald gedeelte van haar grondgebied.

8.5.  Uit de toelichting bij de Verordening leidt het Hof af dat de opbrengst van de reclamebelasting in de algemene middelen van de gemeente Goes vloeit en dat deze opbrengst vrijwel geheel wordt aangewend om gedane en toekomstige investeringen in de openbare ruimte van het centrumgebied te dekken, zoals de herinrichting in het centrumgebied. Voorts blijkt uit de toelichting dat de opbrengst van de reclamebelasting ook wordt besteed aan andere uitgaven in het centrumgebied, zoals een extra impuls in sfeerverlichting. Aannemelijk is dat voor de ondernemers in het centrumgebied profijt kan ontstaan door de met de reclamebelasting te subsidiëren activiteiten en voorzieningen, en dat veel van de ondernemers in het centrumgebied - die in enigerlei mate profijt hebben van de activiteiten en de voorzieningen - in de vorm van een reclamebelasting bijdragen aan de kosten ervan. Derhalve moet worden geoordeeld dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de beperking van de onderhavige reclamebelasting tot het centrumgebied en dat van een willekeurige en onredelijke belastingheffing geen sprake is.

Het Gerechtshof:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens voor zover betrekking hebbend op de proceskostenveroordeling en het griffierecht,
- vernietigt de uitspraak op bezwaar; en
- vermindert de aanslag tot een naar een bedrag van € 2.328.

RB 1290

Veiligscan

Vz toewijzing RCC 18 januari 2012, dossiernr. 2011/01246 (Veiligscan / Angst aanjagen veiligheid in de buurt reclame appelleert aan gevoelens van angst over veiligheid in buurt)

spotv3.pngAngstgevoelens. Subjectieve beoordeling. Meegedeeld wordt dat men, door een postcode te sms’en naar 3040, bij Veiligscan de ‘status van veiligheid van die buurt’ kan opvragen, waarna in maximaal 3 sms’jes informatie wordt verstrekt over inbraken, branden, geweldsmisdrijven, opmerkelijke zaken zoals zedendelicten en wapenbezit, en een recente misdaadmelding in die buurt. Verschillende gebruikers van Veiligscan vertellen hun ervaringen daarmee.

De voorzitter vat de klacht aldus op dat klager de uiting in strijd acht met artikel 6 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), waarin is bepaald dat reclame niet zonder te rechtvaardigen redenen mag appelleren aan gevoelens van angst. Bij de beoordeling van de vraag of een reclame-uiting onnodig appelleert aan angstgevoelens stelt de voorzitter zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter hiervan. Met inachtneming van deze terughoudendheid is de voorzitter van oordeel dat in de onderhavige uiting de grens van het toelaatbare niet is overschreden. De uiting heeft betrekking op een dienst waarmee via sms gegevens over bijvoorbeeld auto- en woninginbraken, geweldsdelicten en branden in een bepaalde buurt (postcode) kunnen worden opgevraagd. De wijze waarop in de bestreden uiting voor deze dienst aandacht wordt gevraagd, is naar het oordeel van de voorzitter niet ontoelaatbaar.

RB 1289

Na geschoten reclamefoto's samenstelling gewijzigd

Vz. toewijzing RCC 18 januari 2012, Dossiernr. 2011/01229 (Chocomomentje; na reclamefoto's samenstelling gewijzigd)

pi_chocomomentje_d.jpgHertog ijs; verschil in caloriehoogte op diverse productafbeeldingen onjuiste calorische waarde vermeld. Op de grote foto staat dat het ijsproduct “Choco momentje” 200 kcal bevat (10%), terwijl op de verpakking van dit product in de andere advertentie, waarin naast “Choco momentje” nog twee andere ijssoorten worden aangeprezen, staat “220 kcal 11%”.

Inderdaad is op het artwork (grote foto) de voedingswaarde van 200 kcal aangegeven en op de packshots (kleine foto’s) de waarde van 220 kcal. Na het opmaken van de grote foto is de samenstelling van het ijs nog gewijzigd. De packshots zijn de foto’s van het daadwerkelijke product en daarop is de juiste calorische waarde vermeld.

Voorzitter: Als erkend is komen vast te staan dat in de door adverteerder als ‘artwork’ aangeduide advertentie een onjuiste calorische waarde van Hertog “Choco momentje” is vermeld. Deze calorische waarde is duidelijk leesbaar en zal de gemiddelde consument niet ontgaan. Aldus gaat deze advertentie gepaard met onjuiste informatie over een van de voornaamste kenmerken van het aangeprezen product, te weten de samenstelling, als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument door de uiting ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, acht de voorzitter de uiting misleidend en om die reden oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1287

Afscheid van de strippenkaart

Vz afwijzing RCC 18 januari 2012, dossiernr. 2011/01132 (OV-chipkaart strippenkaart niet meer geldig)

strippenkaart_791522d.jpgIn een radiocommercial wordt o.m. gezegd: "Nederland neemt in rap tempo afscheid van de strippenkaart. Straks reizen we allemaal met de OV-chipkaart. In de meeste provincies kunt u de strippenkaart nu al niet meer gebruiken.”

Klacht: In het busvervoer in de provincie Zeeland is de strippenkaart nog wel geldig. De consument denkt op grond van de commercial dat zijn strippenkaart waardeloos is geworden.

De voorzitter:

De landelijk uitgezonden radiocommercial van de rijksoverheid heeft betrekking op de strippenkaarten met 15 of 45 strippen, die als nationaal vervoersbewijs vastgesteld en via de voorverkoop verkrijgbaar waren. Vast staat dat deze strippenkaarten (ook) in Zeeland in de zomer van 2011 als geldig vervoersbewijs zijn afgeschaft en sindsdien door reizigers, voor zover deze nog strippenkaarten in hun bezit hebben, niet meer in het openbaar vervoer gebruikt kunnen worden. Dat vervoerders in de regio Zeeland reizigers thans de mogelijkheid bieden om in het openbaar vervoer een strippenkaart met 2, 3 of 8 strippen te kopen als decentraal vervoersbewijs, betekent niet dat de mededeling in de radiocommercial over het vervallen van de nationale strippenkaart als geldig vervoersbewijs onjuist is.

RB 1286

Belastingblauwe envelop

RCC 17 januari 2012, dossiernr. 2011/01179 (Belastingblauwe envelop)

Envelop-Belastingdienst.jpegMailing gericht ‘Aan de bewoner(s) van dit adres’. De mailing bevindt zich in een gesloten, blauwe vensterenvelop en op de voorzijde van die envelop is behalve “Port Betaald Port Payé Pays-Bas” en het logo van postnl vermeld: “Belastingvoordeel”. Op de achterzijde staat: “Coolsingel 215, 3012 AG Rotterdam”.

Adverteerder heeft gebruik gemaakt van een blauwe kleur, omdat zij haar klanten wil wijzen op een belastingvoordeel bij aanschaf van een gehoorapparaat. De kleur en lay-out aan de buitenzijde van de mailing zijn niet identiek aan die van de Belastingdienst, omdat dit niet is toegestaan.

De reclame is niet als zodanig herkenbaar ex  11.1 NRC strijd.

RB 1285

Spandoeken wel/geen bouwwerken

ABRvS 1 februari 2012, LJN BV2456 (Appellante tegen College B&W Amsterdam)

125.jpgBij besluit van 18 december 2009 heeft het college geweigerd [appellante] een reguliere bouwvergunning te verlenen voor de plaatsing van reclame-uitingen aan het gebouw [locatie] te Amsterdam (hierna: het pand).

[appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de beide raamwerken met spandoeken geen bouwwerken zijn. Daartoe voert zij aan dat geen sprake is van een bouwkundige constructie en dat het mogelijk is om de reclame-uitingen, zonder aantasting van de gevel, in korte tijd te verwijderen.

Het begrip"bouwwerk" is in de Woningwet niet omschreven. In de modelbouwverordening is wel een definitie gegeven. De Afdeling heeft (onder meer in de uitspraak van 17 oktober 2001 in zaak nr. 200004512/1; Gst. 2002, 7172, 11), bij herhaling aansluiting gezocht bij de in de modelbouwverordening gegeven definitie van het begrip"bouwwerk". Deze luidt:"Elke constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren".

Dat de constructies binnen een relatief korte termijn van de gevel kunnen worden verwijderd, heeft niet tot gevolg dat geen sprake is van een bouwvergunningplichtig bouwwerk, nu de raamwerken zijn bedoeld om gedurende een langere periode ter plaatse te functioneren.

Alle betogen falen en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.

2.3. Voor zover de reclame-uitingen in strijd met de redelijke eisen van welstand zijn geacht,betoogt [appellante] voorts dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Daartoe voert zij aan dat in Amsterdam andere tot dezelfde keten als [appellante] behorende panden vergelijkbare gevelreclame is aangebracht en dat op panden gelegen de directe omgeving van het pand vergelijkbare reclame-uitingen worden toegepast.

2.3.1. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. De tot dezelfde keten als [appellante] behorende panden zijn gelegen in andere stadsdelen waar een ander welstandsbeleid geldt en liggen voorts, anders dan het pand, niet in zogenaamd grootstedelijk gebied als bedoeld in de gemeentelijke welstandsnota, zodat geen sprake is van gelijke of gelijk te stellen gevallen.

Ten aanzien van de reclame-uitingen op het pand van de Praxis is ter zitting gebleken dat deze reclame-uitingen zonder bouwvergunning zijn aangebracht. De reclame-uitingen op de andere door [appellante] aangehaalde panden in de nabije omgeving van het pand zijn eveneens zonder bouwvergunning aangebracht of zijn anders over de gevels verdeeld dan de reclame-uiting van [appellante]. Van vergelijkbare reclame-uitingen als van [appellante] die wel zijn vergund, is niet gebleken, zodat geen sprake is van gelijke of gelijk te stellen gevallen.

Het betoog faalt.

2.4. [appellante] betoogt ook tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van een schending van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de welstandscommissie in de overleggen voorafgaand aan het indienen van het bouwplan geen toezeggingen heeft gedaan over de vergunbaarheid van de reclame-uitingen. Evenmin is gebleken dat door of namens het college daarover toezeggingen zijn gedaan.
RB 1283

Dirk kan niet rekenen!

Vzr. Rechtbank Amsterdam 1 februari 2012, LJN BV2530 (Albert Heijn tegen Detailconsult Supermarkt)

10546Met gelijktijdige dank aan Ebba Hoogenraad en Daan van Eek, Hoogenraad & Haak advertising + IP Advocaten.

In een paginagrote advertentie van Dirk van den Broek in De Telegraaf en het Algemeen Dagblad heeft Dirk van den Broek gesteld dat zij 20% goedkoper is dan Albert Heijn. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat deze advertentie misleidend is onder meer omdat van verkeerde prijzen is uitgegaan, omdat producten zijn vergeleken die niet met elkaar vergeleken mogen worden en omdat Dirk van den Broek een verkeerde rekenmethode heeft toegepast. Dirk van den Broek wordt veroordeeld de advertentie te rectificeren in de twee dagbladen alsmede door middel van posters die in elk filiaal van Dirk van den Broek moeten worden opgehangen.

 

 

RB 1280

YouTube niet bestemd voor kinderen onder de 13

RCC 20 december 2011, dossiernr. 2011-01066 (YouTube relatieplanet voor Mr.Bean tekenfilm)

2010_139.pngErotische uiting vóór tekenfilm, geanimeerde klacht, echter afgewezen vanwege subjectieve karakter een terughoudende toetsing en afgewezen.

Klacht: Klaagsters 6-jarige zoontje wilde zondagochtend op YouTube naar een Mr. Bean-tekenfilm kijken. Voorafgaand aan de film werd deze uiting vertoond met een halfnaakte dame die zich uitkleedt. De uiting kon niet worden weggeklikt. Een dergelijke uiting met pornografische beelden behoort niet voorafgaand aan een tekenfilm te worden vertoond. Klaagster wil niet dat haar zoontje deze seksueel beladen beelden krijgt voorgeschoteld.

Verweer: Adverteerder sub 1 stelt dat de vrouw een bepaald ‘droombeeld’ symboliseert. Van platvloerse of pornografische beelden is geen sprake. Hoewel de uiting niet gericht is op kinderen, is deze niet schadelijk voor hen te achten. Van strijd met de Nederlandse Reclame Code (NRC), meer in het bijzonder met de goede smaak en het fatsoen, is geen sprake. Overigens is YouTube niet bestemd voor kinderen onder de 13 jaar.

Adverteerder sub 2 stelt, kort samengevat, dat deze uiting voldoet aan de “Family Safe” standaard. De uiting is suggestief, maar de daarin afgebeelde vrouw is niet naakt en er komt geen seksueel expliciet materiaal of taalgebruik in de uiting voor.

Oordeel: De Commissie vat klaagsters bezwaar aldus op dat zij de uiting in strijd acht met de goede smaak en het fatsoen. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting met deze criteria in strijd is, stelt de Commissie zich terughoudend op, gezien het subjectieve karakter daarvan.

De Commissie acht de getoonde beelden niet van dien aard dat de grens van wat in het licht van de NRC toelaatbaar moet worden geacht, is overschreden, ook niet voor zover de uiting overdag is te zien.

RB 1277

450 ml vs 450 gr

RCC 13 december 2011, dossiernr. 2011/01102 (Mona-puddingbeker 450 ml vs 450 gr)

110421_vanille-schuin.pngUiting/Klacht: De aanbieding heeft betrekking op bekers met een inhoud van ‘450 ml’. Op de verpakking staat echter uitsluitend de inhoud in grammen. Hierdoor wordt de consument in verwarring gebracht en kan niet worden vastgesteld of de aanbieding juist is.

Adverteerder heeft aangevoerd dat de bewuste bekers alle 450 ml pudding bevatten, maar dat deze puddingen, ten gevolge van de samenstelling ervan, niet alle hetzelfde gewicht hebben. Klacht wordt afgewezen: Geen strijd met RVV of andere wet- en regelgeving.

Commissie:

Gelet op het voorgaande acht de Commissie het begrijpelijk dat de bewuste aanbieding - die immers ‘alle smaken’ pudding betreft - in de folder slechts wordt aangeduid met ‘ml’ en niet met grammen. Voorts acht de Commissie het, nu is gebleken dat er slechts één formaat beker is waarin de bewuste toetjes zijn verpakt, voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk waarop de aanbieding betrekking heeft.

Niet is gesteld of gebleken dat de reclame-uiting in strijd is met de Reclamecode Voor Voedingsmiddelen (RVV) of andere wet- en regelgeving op het gebied van etikettering, voedingswaardeaanduidingen en voedings- en gezondheidsclaims.