Bescherming van privacy

RB 2492

Reclame en geen Reply To-veld van AD in strijd met Code email

RCC 4 augustus 2015, RB 2492; dossiernr. 2015/00736 (Reclame per email en geen Reply To-veld van AD)
Aanbeveling. Bijzondere reclamecode. Geen email van het AD. De uiting: 1. Een door klager ontvangen email van 26 mei 2015, 18:04 uur, afkomstig van “AD ?bounce@mail.ad.nl?” met als onderwerp: “Bevestiging startdatum van uw abonnement”. 2. Een door klager ontvangen email van 16 juni 2015, 13:32 uur, afkomstig van “Algemeen Dagblad ?noreply@mail.ad.nl?” met als onderwerp: “Disney abonnee actie. 10,- korting met code: ADW081”. De klacht: Tegen de verschillende uitingen heeft klager de volgende bezwaren. Ad 1. De uiting is een 2e bevestigingsmail betreffende een door klager afgesloten proefabonnement op het AD, maar wijst daarnaast op “AD Voordeel” en is in zoverre aan te merken als reclame per e-mail. De uiting, verzonden vanaf “AD ?bounce@mail.ad.nl?, heeft als reply tot-adres: geenantwoord@ad.nl. Onderaan de mail staat: “reacties gestuurd naar dit e-mailadres worden niet gelezen”. Een door klager verzonden e-mail kwam dan ook als onbestelbaar retour (bounce). Hiermee wordt artikel 2.3 van de Code reclame via e-mail 2012 (hierna: Code e-mail) overtreden. Ad 2. In deze uiting wordt klager als AD-abonnee korting aangeboden op Disney-cd’s en boekjes. Ook deze mail is reclame via e-mail. Klager acht de uiting in strijd met artikel 1.3 Code e-mail. Naar zijn mening is er geen sprake van een gelijksoortig product in de zin van die bepaling. Verder is de uiting in strijd met artikel 2.2 Code e-mail, omdat het adres en contactgegevens van het AD of een directe verwijzing daarnaar in de e-mail ontbreken.

Het oordeel van de Commissie:
Met betrekking tot de verschillende bezwaren overweegt de Commissie het volgende. Ad 1. In deze mail is vermeld op welke datum de eerste krant in het kader van klagers proefabonnement op het AD zal worden bezorgd. In de mail staat ook: “En er is meer… Als klant van het AD heeft u toegang tot allerlei voordeel en acties, speciaal voor u geselecteerd. Neem eens een kijkje op www.ad.nl/voordeel”. Naar het oordeel van de Commissie wordt hier niet alleen informatie verstrekt in verband met klagers abonnement, maar houdt de betreffende mededeling tevens een aanprijzing in van www.ad.nl/voordeel en het/de daarop te vinden voordeel/acties, geselecteerd voor de klanten van het AD. In zoverre is er sprake van reclame per e-mail en had de betreffende e-mail moeten zijn voorzien van een werkend antwoordadres in het Reply To-veld, waarop response kan worden ontvangen. Nu dat niet is gebeurd, is de uiting in strijd met artikel 2.3 Code e-mail. 

Ad 2. In uiting 2 wordt aan klager € 10,- korting aangeboden op “MAGISCHE LEES- & LUISTERBOEKJES”. Meer in het bijzonder bestaat dit product uit, zoals blijkt uit de e-mail: 12 unieke boekjes, 12 cd’s, unieke verzamelbox, kleurplaten, disney stickers en kartonnen minifiguurtjers. De Commissie deelt niet het oordeel van verweerder dat hier sprake is van een product dat gelijksoortig is (als bedoeld in artikel 1.3a Code e-mail) aan het dagblad AD. Nu ook niet is gebleken dat klager door een actieve handeling vooraf toestemming heeft verleend voor het verzenden van reclame per e-mail, is de onderhavige uiting in strijd met artikel 1.3a Code e-mail. In de uiting zijn het adres en contactgegevens van verweerder niet opgenomen en ontbreekt een (duidelijke) verwijzing naar die gegevens. In zoverre is de uiting in strijd met artikel 2.2 Code e-mail. Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht uiting 1 in strijd met artikel 2.3 Code e-mail en uiting 2 in strijd met de artikelen 1.3a en 2.2 Code e-mail. Zij beveelt verweerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 
RB 2491

Alleen vermelding postbusnummer bij brievenbusreclame onvoldoende

RCC 4 augustus 2015, RB 2491; dossiernr. 2015/00721 (Alleen vermelding postbusnummer opdrachtgever bij brievenbusreclame onvoldoende)
Bijzondere reclamecode. Brievenbuspost. De uiting: Het betreft een aan klaagster gerichte Direct Mail, afkomstig van adverteerder met als onderwerp: “verzekerd bij arbeidsongeschiktheid”. De klacht: Adverteerder heeft artikel 2 van de Code brievenbus reclame, huissampling en direct response advertising (CBR) overtreden door zich niet met een daadwerkelijk bereikbaar adres te identificeren. Adverteerder heeft artikel 5.2 van de Code voor het gebruik van Postfilter 2015 (Code Postfilter 2015) overtreden door het Nationaal Postregister niet te raadplegen voordat betrokkenen worden benaderd.

Het oordeel van de Commissie:
Ten aanzien van klacht A
De bestreden uiting betreft geadresseerde reclame die via de brievenbus is verspreid. Op deze reclame is – naast de algemene bepalingen van de Nederlandse Reclame Code – de CBR van toepassing. Krachtens artikel 2 CBR dient de opdrachtgever zich in brievenbusreclame zodanig te identificeren, dat hij gemakkelijk kenbaar en daadwerkelijk bereikbaar is voor de ontvanger. Daartoe moeten naam en adres van de opdrachtgever worden vermeld en kan niet worden volstaan met de vermelding van het postbusnummer van de opdrachtgever. Nu in de onderhavige uiting het adres van adverteerder ontbreekt en slechts een postbusnummer is vermeld, is de uiting in strijd met artikel 2 CBR. Dat – zoals adverteerder aangeeft – de geadresseerde in de uiting wordt doorverwezen naar adverteerders internetsite waarop al haar adres- en correspondentiegegevens staan, maakt het oordeel van de Commissie niet anders.

Ten aanzien van klacht B
Uit de door klaagster overgelegde gegevens is vast komen te staan dat zij staat ingeschreven in het Nationaal Postregister en dat zij om die reden geen reclame via Direct Mail had mogen ontvangen. Op grond van artikel 5.2 van de Code Postfilter 2015 dient een afzender, voordat hij een adressenbestand met Prospects wil gebruiken voor het verzenden van Direct Mail, altijd het Nationaal Postregister te raadplegen, en is het hem niet toegestaan een Prospect te benaderen van wie de gegevens zijn opgenomen in het bestand van het Nationaal Postregister. Nu adverteerder niet aan deze verplichting heeft voldaan, heeft zij gehandeld in strijd met artikel 5.2 Code Postfilter 2015. Dat adverteerder kennelijk in de veronderstelling verkeerde dat alle Prospects via hun werkgever op correcte wijze een opt-out mogelijkheid was geboden, doet hieraan niet af.

Ten aanzien van klacht C
Naar aanleiding van de namens klaagster aan adverteerder verzonden klacht waarin is aangegeven dat adverteerder in strijd heeft gehandeld met (onder andere) de Code Postfilter 2015 heeft adverteerder op 3 juni 2015 – voor zover van belang – aan klaagster bericht: “Kennelijk is er in deze campagne een fout geslopen. Aan deze campagnes ligt een complex proces ten grondslag waarin diverse partijen betrokken zijn. Ergens in dat proces is in uw geval blijkbaar iets niet goed gegaan. Wij betreuren dat zeer en ik wil dan ook bij deze mijn oprechte excuses aanbieden. Wij zullen er voor zorgen dat u niet meer benaderd wordt. Uw signaal helpt ons om dit proces verder te verbeteren.” (…). Nu van een onderzoek niet is gebleken, terwijl adverteerder op grond van artikel 6.2 Code Postfilter 2015 gehouden was de klacht nader te onderzoeken, is de Commissie van oordeel dat adverteerder in strijd heeft gehandeld met voornoemd artikel.

Ten aanzien van klacht D
De Commissie is van oordeel dat adverteerder artikel 7 van de Code Postfilter 2015 heeft geschonden door niet zelf aan haar Prospects de gelegenheid te bieden om geen Direct Mail te ontvangen. Dat – zoals adverteerder stelt – werknemers van haar klant(en) de mogelijkheid krijgen om voorafgaand aan een campagne bij hun werkgever aan te geven dat zij niet door adverteerder wensen te worden aangeschreven maakt het oordeel van de Commissie niet anders. Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht op grond van hetgeen hiervoor is overwogen de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 2 CBR, artikel 5.2 Code Postfilter 2015, artikel 6.2 Code Postfilter 2015 en artikel 7 Code Postfilter 2015. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
RB 2484

Eigen website bouwen met Wordpress niet voor gemiddelde consument

RCC 28 juli 2015, RB 2484; dossiernr. 2015/00722 (Eigen website met WordPress)
Aanbeveling. Misleiding bouwen website. Digitale marketing communicatie. De uiting: “Bouw je website met WordPress. Je eigen website in een handomdraai. Met het professionele en gebruiksvriendelijke WordPress bouw je naast een blog, eenvoudig je eigen website. Je hebt de keuze uit verschillende thema’s en uitbreidingsmogelijkheden. Zonder kennis van de technologie of HTML toch snel je website online! Doorloop het bestelproces en installeer WordPress op je hostingpakket. (…) De werking van externe plug-ins wordt niet gegarandeerd en we bieden geen inhoudelijke ondersteuning op de installatie of configuratie van Word Press”. De klacht: In de uiting wordt de suggestie gewekt dat de consument in een ‘handomdraai’ en zonder kennis van technologie of HTML eenvoudig een eigen website kan maken. Adverteerder biedt voor een ‘kale’ wordpress website geen enkele procesmatige ondersteuning aan. Het installeren van ‘wordpress’ zonder een door adverteerder aangeleverd installatie script is niet eenvoudig en is zelfs voor een IT-er als klager lastig omdat adverteerder ook geen hulpmiddelen aanbiedt om de benodigde (onderliggende) MySQL database te installeren, aldus klager. Ook wordt de indruk gewekt dat het installeren van ‘wordpress’ onderdeel is van het bestelproces, hetgeen niet het geval blijkt te zijn.

Het oordeel van de Commissie: Ten aanzien van de klacht van klager dat in de uiting ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat de consument ‘in een handomdraai’ en zonder kennis van technologie of HTML eenvoudig een eigen website kan maken, oordeelt de Commissie als volgt. Doordat in de uiting onder andere wordt gezegd: “Met het professionele en gebruiksvriendelijke wordpress bouw je naast een blog, eenvoudig je eigen website.” en “Zonder kennis van de technologie of HTML toch snel je website online!” richt de uiting zich (voornamelijk) tot de niet ervaren, beginnende websitebouwer. Volgens de Commissie zal deze consument de uiting aldus opvatten dat met het product dat adverteerder aanbiedt (een hostingpakket, geschikt voor het programma ‘wordpress’) een gemiddelde computergebruiker direct na aanschaf eenvoudig in staat is om een website te bouwen. Klager stelt dat adverteerder daarmee een te rooskleurig beeld geeft van haar product. De Commissie is van oordeel dat adverteerder hiertegenover niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voor de gemiddelde consument daadwerkelijk zo eenvoudig is om een eigen website te maken zoals in de uiting wordt gesteld. Gelet hierop is de Commissie van oordeel dat er onjuiste informatie is verstrekt ten aanzien de van het gebruik te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Op andere blogs:
Webwereld
ISpam.nl
RB 2476

"Nuon blijven loont" of toch niet?

CvB 28 juli 2015, RB 2476; dossiernr. 2015/00521 (Nuon Blijven Loont)
Aanbeveling bevestigd. Misleidende ontbrekende informatie. Radio. Audiovisuele media. Digitale marketing communicatie. De uiting: Het betreft de volgende uitingen in adverteerders campagne ‘Nuon Blijven Loont’:
A. een radiocommercial waarin – voor zover hier van belang - wordt gezegd: Bent u klant bij Nuon? Speciaal voor u hebben we een korting voor klanten die blijven. Met Nuon Blijven Loont ontvangt u een jaarlijks oplopende korting op stroom tot 25%, zolang u klant blijft. (…) Kijk voor de voorwaarden op nuon.nl.” B. een televisiecommercial, waarin onder meer wordt gezegd“(…) Samen blijven, dat levert uiteindelijk het meeste op. Daarom introduceren we Nuon Blijven Loont. Een korting voor klanten die blijven. (…).” In beeld verschijnt de tekst “Nuon Blijven Loont, korting voor klanten die blijven” en aan het eind van de commercial staat onderin beeld: “Kijk voor de voorwaarden op nuon.nl”. In de op de commercial volgende tag-on wordt gezegd:“Met Nuon Blijven Loont ontvangt u een jaarlijks oplopende korting op stroom tot 25%, zolang u klant blijft. Meld u aan op nuon.nl. De laatste zinsnede verschijnt ook als tekst in beeld, evenals (onderin beeld) de mededeling “Kijk voor de voorwaarden op nuon.nl”.C. de webpagina http://www.nuon.nl/energie/blijven-loont/, waarop bovenin staat: Nuon Blijven Loont. Korting voor klanten die blijven Oplopende korting op stroom tot 25%. Korting zolang u klant blijft. Eenvoudig en snel geregeld. Meld u direct aan (button) De klacht: In de uitingen wordt gesproken over “klanten”. Klager is klant bij Nuon, maar alleen voor stroom. Omdat klager geen gas afneemt van Nuon, wordt hij niet als ‘klant’ gezien en komt hij niet in aanmerking voor de actie ‘Nuon Blijven Loont’. Klager meent dat duidelijk in de uitingen moet worden gezegd dat het gaat om klanten van Nuon die stroom èn gas afnemen. Dan zou klager direct begrijpen dat de actie niet voor hem geldt. Klager vindt de uitingen misleidend.

Het oordeel van de Commissie: 1. In de reclame-uitingen voor Nuon Blijven Loont wordt de nadruk gelegd op de (blijvende) klantrelatie met Nuon. Ook bij het afnemen van alleen stroom van Nuon is sprake van een klantrelatie. De actie houdt echter in dat alleen klanten die zowel stroom als gas van Nuon afnemen in aanmerking komen voor de korting op stroom in het kader van Nuon Blijven Loont. Deze voorwaarde betreft essentiële informatie die de gemiddelde consument tijdig en duidelijk moet worden verstrekt. Daarvan is in de bestreden uitingen naar het oordeel van de Commissie geen sprake.

2. In zowel de televisie- als de radiocommercial wordt meegedeeld dat Nuon Blijven Loont een korting inhoudt “voor klanten die blijven” en dat deze klanten met Nuon Blijven Loont “een jaarlijks oplopende korting op stroom tot 25%” ontvangen. Hieruit is voor de gemiddelde consument niet af te leiden dat onder “klanten” alleen de klanten worden verstaan die zowel stroom als gas van Nuon afnemen, en dat een klant die alleen stroom afneemt niet voor de “jaarlijks oplopende korting op stroom” van Nuon Blijven Loont in aanmerking komt, zeker niet nu wordt gesproken over “korting op stroom”. De algemene verwijzing naar de voorwaarden op nuon.nl is onvoldoende om de consument erop attent te maken dat, anders dan uit de commercials lijkt te volgen, een categorie klanten van de kortingsactie uitgesloten is. De gemiddelde consument zal uit deze algemene verwijzing immers niet begrijpen dat ‘klant’ beperkt moet worden opgevat.

3. Gelet op het voorgaande is in de televisie- en radioreclame sprake van het ontbreken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie - het al dan niet aanvragen van Nuon Blijven Loont - te nemen. Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, zijn de commercials misleidend als bedoeld in de aanhef en onder c van artikel 8.3 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

4. Naar het oordeel van de Commissie wordt de consument ook op de website nuon.nl niet tijdig en duidelijk attent gemaakt op de voorwaarde dat stroom èn gas moeten worden afgenomen om voor Nuon Blijven Loont in aanmerking te komen. Deze voorwaarde blijkt niet uit de homepage waar het product Nuon Blijven Loont wordt genoemd en waar voor informatie doorgeklikt moet worden naar de bij de klacht overgelegde pagina. Op laatstgenoemde webpagina wordt in de samenvatting van de kenmerken van het product en de daaronder staande toelichting alleen gesproken over - bestaande en nieuwe - “klanten die blijven”. Bovendien versterkt de mededeling “Nuon Blijven Loont is nu ook beschikbaar voor klanten met een vaste prijs contract, Ideaal contract en Groen uit Nederland contract” de indruk dat de actie (nu) voor alle klanten loont. Pas onder het kopje “Goed om te weten”, dat eerst zichtbaar wordt door op de pagina naar beneden te scrollen, staat: “Blijven Loont is niet mogelijk als u alleen stroom of gas afneemt”.

5. Naar het oordeel van de Commissie wordt aldus op de website te laat de essentiële informatie verstrekt die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is deze uiting misleidend als bedoeld in de aanhef en onder c van artikel 8.3 NRC en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

6. Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing van de Reclame Code Commissie
De Commissie acht de reclame-uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Het College van Beroep bekrachtigd de bestreden beslissing van de Commissie. 
RB 2472

Ongevraagd warmtescans uitvoeren, tenzij afmelden, schaadt vertrouwen in reclame

CvB 30 juni 2015, RB 2472; dossiernr. 2015/00210 (Eiser tegen Nationaal Energiebespaarfonds)
Aanbeveling bevestigd (met wijziging gronden). Direct marketing (niet digitaal). Vertrouwen in reclame.
De uiting: Het betreft een “Aan de bewoner(s) van:” (klagers adres) gerichte brief van 25 februari 2015 met als onderwerp: “Warmtescans Vianen”. In de brief staat onder meer: “Uw buurt is geselecteerd voor het aanbieden van gratis warmtescans. In de komende weken worden deze warmtescans gemaakt van de gevels van koopwoningen verspreid over diverse wijken en kernen in de gemeente Vianen. Ook uw woning komt voor een warmtescan in aanmerking.” en “Een warmtescan is een infra-rood foto die direct laat zien waar uw gevel de meeste energie verliest op het moment dat de foto genomen is. De warmtescan geeft daarmee een helder beeld van hoe goed uw woning is geïsoleerd.” en “Gratis warmtescan online te bekijken. Medewerkers van Pluimers komen de warmtescan van uw woning vervolgens bij u thuis bezorgen. Als u wilt kunnen zij daarbij uitleg geven over de scan.” en “Als u niet wilt meedoen. Stelt u de warmtescan niet op prijs, dan kunt u met uw adres en uw unieke inlogcode inloggen via de website www.wetenismeten.nl. U kunt uw woning dan tot en met vrijdag 6 maart afmelden”.

De klacht: Er worden ongevraagd warmtescans aan woningen uitgevoerd. Als men dit niet wil moet men zich daarvoor afmelden. De uiting getuigt van opdringerigheid en gebrek aan respect en lijkt op een uiting als: “U doet mee aan de loterij en betaalt maandelijks 15 euro, tenzij u zich afmeldt”. Verder werkt het afmelden niet.

Het oordeel van de Commissie: 1. In de bestreden uiting wordt een gratis warmtescan aangeboden, die vervolgens door medewerkers van “Pluimers” bij de geadresseerde thuis zal worden bezorgd. Daarbij is vermeld dat de geadresseerde zijn woning, indien hij deze scan niet op prijs stelt, door middel van inloggen via de website www.wetenismeten.nl tot en met “vrijdag 6 maart” kan afmelden. Aldus bevat de uiting een aanbod dat de ontvanger wordt geacht stilzwijgend te accepteren, tenzij hij uitdrukkelijk te kennen geeft daarvan geen gebruik te maken. Naar het oordeel van de Commissie wordt hierdoor het vertrouwen in de reclame geschaad als bedoeld in artikel 5 NRC. Men dient er immers op te kunnen vertrouwen dat een direct-mailing geen informatie bevat die tot enige verplichting van de ontvanger leidt. Dit betekent dat de klacht in zoverre slaagt.
2. Naar aanleiding van klagers bezwaar dat het afmelden niet werkt, heeft adverteerder medegedeeld dat hij in het geval van klager geen technische onvolkomenheden heeft kunnen constateren. Gelet op deze mededeling en het achterwege blijven van een nadere onderbouwing van de klacht op dit punt, acht de Commissie dit onderdeel van de klacht ongegrond.

De beslissing van de Reclame Code Commissie
Op grond van het oordeel onder 1 acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 5 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

De beslissing van het College van Beroep
Het College bevestigt de bestreden beslissing van de Commissie, voor zover in beroep aan de orde, met dien verstande dat de beslissing geacht wordt te zijn gegeven tegen Stichting Nationaal Energiebespaarfonds als verweerder in plaats van Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten, en wijzigt de beslissing van de Commissie in zoverre.

Andere blogs
Uit de Nieuwsbrief augustus: "In reclame wordt weleens gebruik gemaakt van een constructie waarbij een dienst wordt aangeboden waaraan je vastzit als je niets doet, en waar je alleen onderuit kunt komen als je je afmeldt. Volgens de vaste lijn van de beslissingen van het College van Beroep is dit in strijd met het vertrouwen in reclame".

RB 2444

Voor telemarketingboete is een verbinding tot stand brengen noodzakelijk

CBb 14 juli 2015, RB 2444; ECLI:NL:CBB:2015:197 (Loterijen tegen ACM)
Boete i.v.m. telemarketing voor het overbrengen van communicatie via de telefoon, ook als deze ongevraagd is (inschrijving in bel-me-niet-register), is in ieder geval noodzakelijk dat een verbinding tot stand wordt gebracht. Naar het oordeel van het College betekent dit, dat ACM, bij gebreke van het directe bewijs van de communicatie zelf, tenminste dient aan te tonen dat het gebruik van de contactgegevens er toe heeft geleid dat een verbinding tot stand is gebracht. Ook ten aanzien van de boete op grond van artikel 11.7, twaalfde lid van de Tw (oud), geldt dat ACM (onder meer) dient aan te tonen dat het gebruik van de contactgegevens ertoe heeft geleid dat er een verbinding tot stand is gebracht.

Zoals het College heeft geoordeeld in haar uitspraak van 10 juli 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:245), hoeft het recht van verzet immers alleen te worden aangeboden indien het gebruik van de contactgegevens ertoe leidt dat een verbinding met de abonnee tot stand wordt gebracht en met deze wordt gecommuniceerd. Het College kan uit de in de procedure overgelegde stukken en databestanden niet het bewijs putten dat telkens een verbinding tot stand is gebracht. Achter de telefoonnummers die in de databestanden zijn opgenomen zijn soms data en tijdstippen opgegeven. Echter, en anders dan ACM betoogt, ontbreken resultaatscodes, resultaatformulieren of andere gegevens – zoals de gespreksduur – waaruit kan worden geconcludeerd dat een verbinding tot stand is gebracht. De enkele, algemene bevestiging door de loterijen dat de telefoonnummers in de belbestanden zijn gebruikt, is ontoereikend als bewijs dat met dat gebruik een verbinding tot stand is gebracht. ACM heeft zodoende niet aangetoond dat de loterijen communicatie hebben overgebracht.

Op andere blogs:
Dirkzwager

RB 2431

Geen reclame originele kinderfeestjes gericht op kind

RCC 18 juni 2015, RB 2431; dossiernr. 2015/00542 (originele-kinderfeestjes.nl)
Aanbeveling. Strijd met artikel 1 KJC, dat klager heeft ingestemd met verstrekken van persoonsgegevens, maakt het oordeel niet anders. Het betreft een op het adres van klager ontvangen envelop, gericht ‘aan de (bijna) jarige’, met daarin een brochure (mailing) waarin suggesties worden gedaan voor diverse kinderfeestjes en waarin voorts staat: “Als je nu je kinderfeestje reserveert, krijg jij van ons je verjaardag cadeau!”(…) “Heb je al een keuze gemaakt? Je gratis verjaardag reserveren is zo gedaan: Ga snel naar www.originele-kinderfeestjes.nl (...) Klacht: De mailing is gericht aan de (bijna) jarige minderjarige zoon (9 jaar) van klager.

Krachtens artikel 1 KJC mag een reclame gericht op kinderen (t/m 12 jaar) niets in woord, geluid of beeld bevatten waardoor kinderen op enigerlei wijze worden misleid over de mogelijkheid en eigenschappen van het aangeboden product. In de toelichting op dit artikel staat dat daarbij rekening gehouden dient te worden met hun bevattingsvermogen en verwachtingspatroon.

 De Commissie is van oordeel dat adverteerder in strijd heeft gehandeld met voornoemd artikel door in de – rechtstreeks tot kinderen gerichte – uiting te vermelden: “Als je nu je kinderfeestje reserveert, krijg je van ons je verjaardag cadeau!” (…) “Je gratis verjaardag reserveren is zo gedaan.” (…) “Jij viert je meest originele verjaardag ooit. gratis!” Gelet op het bevattingsvermogen en verwachtingspatroon van kinderen is de Commissie van oordeel dat het gemiddelde kind deze informatie gemakkelijk aldus kan opvatten dat indien hij een reservering maakt voor een kinderfeestje (waartoe hij in de uiting wordt aangezet), hij zijn kinderfeestje gratis met al zijn vriendjes en vriendinnetjes bij adverteerder kan komen vieren. Dat alleen het jarige kind ‘gratis’ naar binnen kan, zal de doelgroep van de uiting naar het oordeel van de Commissie gemakkelijk ontgaan.

Dat klager kennelijk heeft ingestemd met het verstrekken van de persoonsgegevens van zowel hem als zijn minderjarige zoon aan adverteerder maakt het oordeel van de Commissie niet anders.

Andere blogs
Uit de Nieuwsbrief augustus: "De 9-jarige zoon van klager krijgt een aan hem geadresseerde brief waarin suggesties worden gedaan voor diverse kinderfeestjes. In de brief staat onder meer: “Als je nu je kinderfeestje reserveert, krijg jij van ons je verjaardag cadeau!”(…) “Heb je al een keuze gemaakt? Je gratis verjaardag reserveren is zo gedaan”.
RB 2413

Prejudiciële vragen over toepasselijk recht bij verbodsactie

Prejudiciële vragen aan HvJEU 27 april 2015, RB 2413, zaak C-191/15 (Verein für Konsumenteninformation)
Vragen gesteld door het Oberste Gerichtshof, Oostenrijk. Verweerster Amazon is een in Luxemburg gevestigd internationaal postorderbedrijf dat zich via haar Duitstalige website ook richt tot, en elektronisch verkoopt aan klanten in Oostenrijk. Zij heeft geen vestiging in Oostenrijk. Het geschil gaat over afwijkende bedingen in verweersters standaardverkoopvoorwaarden (zie de onder punt I genoemde 12 geschilpunten). Verweerster verklaart Luxemburgs recht van toepassing (zie beding 12) met uitsluiting van het Weens koopverdrag. Verzoekster, op grond van OOS recht daartoe bevoegd, heeft een verbodsactie in de zin van RL 2009/22 bij de Oostenrijkse rechter ingesteld tegen het gebruik van de in haar ogen oneerlijke bedingen. Zij stelt strijd met de Oostenrijkse consumentenbeschermings-wet, de wet op de betalingsdiensten en de wet inzake gegevensbescherming. Volgens verzoekster zijn de dwingendrechtelijke OOS bepalingen op grond van de Rome I Vo. van toepassing op de met Oostenrijkse consumenten gesloten overeenkomsten. Beding 12 zou met name in strijd zijn met het in RL 93/13 gestelde vereiste van transparantie. Verweerster gaat uit van de rechtsgeldigheid van beding 12, en dat zo de overige bedingen eveneens naar Luxemburgs recht (recht van het vestigingsland) beoordeeld dienen te worden.

De rechter in eerste aanleg oordeelt dat de Rome I-Vo. van toepassing is en kent de vordering toe met uitzondering van beding 8 (= vergoeding bij koop op rekening). De rechtskeuze mag er niet toe leiden dat de consument bescherming verliest welke hem toekomt op grond van bepalingen van het land waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft. De geldigheid van de bedingen dient dan ook naar OOS recht te worden beoordeeld, met uitzondering van het beding over gegevensbescherming aangezien de Rome I Vo. RL 95/46 niet terzijde stelt. In beroep (ingesteld door beide partijen) vernietigt de rechter het vonnis in eerste aanleg en verwijst de zaak terug met de opdracht beding 12 naar LUX recht te beoordelen omdat volgens deze rechter de ongeoorloofdheid van beding 12 niet uit de Rome I-Vo. kan worden afgeleid. Van dat oordeel hangt af of de overige bedingen al dan niet naar LUX recht dienen te worden beoordeeld, daarbij rekening houdend met de vraag welke regeling voor de consument het gunstigst is.

Alvorens een beslissing te nemen heeft de verwijzende OOS rechter (Oberster Gerichtshof) verduidelijking van de rechtssituatie nodig. Hij legt het HvJEU de volgende vragen voor:

1 Dient het recht dat van toepassing is op een verbodsactie in de zin van richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen, te worden bepaald aan de hand van artikel 4 van verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome-II-verordening), indien de vordering is gericht tegen het gebruik van onrechtmatige contractvoorwaarden door een in een lidstaat gevestigde onderneming die in de elektronische handel overeenkomsten sluit met consumenten die in andere lidstaten, in het bijzonder in het land van de aangezochte rechter, woonachtig zijn?

2 Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
2.1. Dient onder het land waar de schade zich heeft voorgedaan (artikel 4, lid 1, van de Rome-II-verordening) elk land te worden begrepen waarop de handelsactiviteiten van de verwerende onderneming zijn gericht, zodat de litigieuze voorwaarden naar het recht van het land van de aangezochte rechter moeten worden beoordeeld indien de tot instelling van vorderingen bevoegde instantie opkomt tegen het gebruik van deze voorwaarden bij handelstransacties met consumenten die in dit land woonachtig zijn?
2.2. Is sprake van een kennelijk nauwere band (artikel 4, lid 3, van de Rome-II verordening) met het recht van het land waar de verwerende onderneming is gevestigd, indien de algemene voorwaarden van deze onderneming bepalen dat op de door haar gesloten overeenkomsten het recht van dit land van toepassing is?
2.3. Leidt een dergelijk rechtskeuzebeding er anderszins toe dat de toetsing van de litigieuze contractvoorwaarden plaats dient te vinden naar het recht van het land waar de verwerende onderneming is gevestigd?

3 Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:
Hoe moet het op de verbodsactie toepasselijke recht dan worden bepaald?

4 Ongeacht het antwoord op de vorenstaande vragen:
4.1. Is een in de algemene voorwaarden opgenomen beding op grond waarvan een in de elektronische handel tussen een consument en een in een andere lidstaat gevestigde onderneming gesloten overeenkomst wordt beheerst door het recht van het vestigingsland van de onderneming, oneerlijk in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten?
4.2. Wordt op grond van artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, de verwerking van persoonsgegevens door een onderneming die in de elektronische handel met in een andere lidstaat woonachtige consumenten overeenkomsten sluit, ongeacht het voor het overige toepasselijke recht, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar de onderneming de vestiging heeft in het kader waarvan die verwerking plaatsvindt, of dient de onderneming zich ook te houden aan de voorschriften inzake gegevensbescherming van de lidstaten waarop zij haar handelsactiviteiten richt?