RB

Media  

RB 1454

Commercial Comedy Central uitzenden op ander tijdstip

RCC 26 juni 2012, dossiernr. 2012/00477 (Comedy Central)

comedyhihahondelulinterstitial.jpgSubjectieve normen. In strijd met goede smaak/fatsoen.

Het betreft een radio-commercial en een televisie-commercial voor het op Comedy Central uitgezonden satirische voetbalprogramma “Hihahondenlul - voetbal krijgt weer ballen”. In de televisie-commercial worden verschillende scènes uit het programma getoond en wordt gezegd: “Ik naai ze gewoon kneiterhard terug in hun eigen reet”.

De klacht bestaat in het feit dat de commercials worden uitgezonden op tijden dat kinderen ook naar de televisie kijken en naar de radio luisteren. De uitspraken die gedaan worden zijn ontoelaatbaar op deze tijden.

De Commissie oordeelt dat de in de commercial gebruikte zin: “Ik naai ze gewoon kneiterhard terug in hun eigen reet” niet geschikt is voor het oor van jonge kinderen. Deze terminologie is dermate grof, dat voor zover de uiting wordt uitgezonden op tijdstippen dat deze kinderen ook nog televisie kijken, de grenzen van hetgeen toelaatbaar wordt geacht zijn overschreden, voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20:00 uur. De Commissie zal voorwaarden stellen aan het tijdstip van uitzending, dat het programma als zodanig door het Nicam geschikt is bevonden leidt niet tot een ander oordeel. Met betrekking tot de term 'Hihahondenlul' die in beide uitingen is te horen, oordeelt de Commissie dat dit een algemeen bekende uitdrukking uit het voetbal is en doorgaans wordt bedoeld als verwensing met humoristische ondertoon. De klacht wordt op dit punt afgewezen.

1. De in de televisie-commercial gebruikte zin: “Ik naai ze gewoon kneiterhard terug in hun eigen reet” acht de Commissie niet geschikt voor jonge kinderen om te horen. Zij is van oordeel dat deze terminologie voor jonge kinderen dermate grof is dat, voor zover de uiting wordt uitgezonden op tijdstippen dat deze kinderen ook nog televisie kijken, de grenzen van hetgeen toelaatbaar moet worden geacht zijn overschreden. Op grond van het voorgaande acht de Commissie de uiting in strijd met de goede smaak en/of het fatsoen, voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur. De Commissie zal dan ook, gebruik makend van haar bevoegdheid in artikel 17 lid 1 sub i van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep, voorwaarden stellen aan het tijdstip van uitzending van de reclame.

Dat het programma als zodanig door het Nicam geschikt is bevonden om op elk tijdstip van de dag uit te zenden leidt niet tot een ander oordeel.

2. De term “Hihahondenlul”, die – als onderdeel van de naam van het programma - in beide uitingen is te horen, is, ook bij kinderen, voor zover deze zich al realiseren wat er precies gezegd wordt, een algemeen bekende uitdrukking uit het voetbal. Deze term wordt doorgaans bedoeld als een verwensing met een humoristische ondertoon en aldus is duidelijk dat deze term niet wordt gebruikt in de letterlijke betekenis. Op dit punt wijst de Commissie de klacht daarom af.

RB 1446

Chiropractie een medisch zinloze behandelwijze?

Vzr. RCC 20 juni 2012, dossiernr. 2012/00233 (Chiropractor)

spine.gifMisleidende reclame. Voornaamste kenmerken product. Gezondheid.

In het Parool staat een advertentie waarin onder andere wordt vermeld: “Het goede nieuws is dat chiropractische behandelingen bewezen hebben de druk op de zenuwen effectief te kunnen verlichten. Door het gebruik van lichte technieken, ben ik in staat om de druk op de zenuw op te heffen. Dit laat de zenuw herstellen en de klachten verdwijnen. Enkele conclusies uit onderzoek: Patiënten meldden 85,5% verbetering van de zenuwsymptomen na slechts 9 chiropracti­sche behandelingen. – Journal of Chiropractic Medicine, 2008. Met chiropractische zorg, rapporteerden patiënten ‘belangrijke verbetering in ervaren welzijn en functie, zenuw­werking en gevoel in de vingers in het algemeen.” JMPT, 1998. “Belangrijke toename in grijpkracht en normalisatie van motorische en sensorische reacties werden genoteerd. Orthopedische testen waren negatief. Symptomen verdwenen.” – JMPT, 1994 Wat deze onderzoeken betekenen is dat u binnenkort verder kunt met uw leven - zonder irritante zenuwklachten.”

Klaagster stelt dat chiropractie een medisch zinloze behandelwijze is. In de richtlijnen van orthopeden, neurologen en neurochirurgen komt deze behandeling niet voor, omdat er geen bewijs van werkzaamheid is. Patiënten met neuropathie krijgen hierdoor valse hoop en wordt een onwerkzame behandeling aangeboden. Chiropractie behoort niet tot de geneeskunde en kan schade veroorzaken. Adverteerder is geen arts en beschikt niet over de bevoegdheid en bekwaamheid om een diagnose te stellen, de oorzaak van een neuralgie of neuropathie vast te stellen en een juiste therapie te kiezen. Het artikel waarin zou staan “85,5% verbetering van de zenuwsymptomen” is niet te vinden.

De voorzitter oordeelt dat klaagster de stelling dat er sprake is van een medisch zinloze behandelwijze onvoldoende heeft onderbouwd, mede gelet op de verstrekkende aard daarvan. Uit de overgelegde stukken van klaagster blijkt niet dat er onder alle omstandigheiden geen enkele werking van chiropractie is te verwachten. Volgens de voorzitter zal de gemiddelde consument de bedoelde mededelingen omtrent het onderzoeken in deze zin zal begrijpen, dat op grond van de genoemde wetenschappelijke publicaties bewezen is dat chiropractie tot de in die publicaties bedoelde concrete resultaten leidt en dat adverteerder ook tot een degelijke prestatie in staat is. Omdat adverteerder in de reclame-uiting de bedoelde publicaties niet heeft overgelegd en klaagster onweersproken heeft gesteld dat het artikel, met betrekking tot het percentage van 85,5%, onvindbaar is, dient de uiting als onjuist te worden beschouwd. De voorzitter oordeeld dat de adverteerder geen juiste informatie heeft verschaft over de resultaten die bij behandeling door hem als chiropractor kunnen worden verwacht. De reclame is misleidend en daardoor oneerlijk.

3) De klacht is gebaseerd op de stelling dat chiro­prac­tie een medisch zinloze be­handelwij­ze is die in richtlijnen van orthopeden, neurologen en neuro­chi­rurgen niet voorkomt omdat er geen bewijs van werkzaamheid is. Volgens klaagster betreft het een “onwerkzame nepbe­hande­ling”. De voorzitter is evenwel van oordeel dat klaagster deze stelling, mede gelet op de vérstrekken­de aard daarvan, onvol­doende heeft onderbouwd. Ook uit het door klaagster in aanvulling op de klacht overgelegde artikel “A systematic review of systematic reviews of spinal ma­nipula­tion”, gepubliceerd in “Journal of the royal society of medicine” in april 2006, volgt niet dat er onder alle omstan­dig­heden geen enkele werking van chiro­practie is te ver­wachten. Het enkele feit dat in dit artikel chiro­practie niet als een “recom­mendable treatment” wordt aangemerkt, doet daaraan niet af.

4) Het staat adverteerder op grond van het voorgaande vrij in reclame-uitingen zijn diensten als chiropractor aan te prijzen. In het onderhavige geval is evenwel geen sprake van een aan­prijzing in algemene zin, maar betreft het reclame waarin specifiek wordt gesteld dat chiroprac­tische behandelingen “bewezen” hebben de druk op de zenuwen effectief te kun­nen verlichten, en dat adverteerder “in staat” is druk op de zenuw op te heffen en zo klachten te laten verdwij­nen. Uit de artikelen waarnaar vervolgens wordt verwezen zou blijken dat “85,5% verbete­ring van de ze­nuw­­sympto­men na slechts 9 chiropractische behandelingen” bereikt wordt, terwijl ook andere positieve concrete resultaten van chiropractische behan­de­lingen worden ge­noemd. Naar het oordeel van de voorzitter zal de gemiddelde consument de hier bedoelde mededelingen in deze zin begrijpen, dat op grond van de genoemde we­tenschap­pelijke publicaties bewezen is dat chiropractie tot de in die publicaties bedoelde concrete resultaten leidt en dat ook adverteer­der tot een dergelijke prestatie in staat is.

5) Het feit dat adverteerder van het voeren van verweer heeft afgezien, impliceert dat hij geen gebruik maakt van de mogelijkheid de juistheid of de eer­lijk­heid van de reclame aan­nemelijk te maken zoals bedoeld in artikel 15 van de Nederland­se Reclame Code (NRC). Nu adverteerder niet de in de reclame-uiting bedoelde publi­caties heeft overgelegd, kan de voorzitter zich geen oordeel vormen over de vraag of deze pu­blica­ties de onder 4) bedoelde mede­de­lingen voldoende aannemelijk maken. Daarbij neemt de voorzitter voorts in aan­mer­king dat klaagster onweersproken heeft gesteld dat het artikel waarin con­creet het per­cen­ta­ge van 85,5% wordt genoemd, onvindbaar is. Op grond daar­van kan niet worden aan­ge­no­men dat dit resultaat ook daadwerkelijk in het algemeen met chiroprac­tie wordt bereikt. Het­zelfde geldt voor de overige resultaten die volgens de reclame-uiting uit onderzoek blij­ken. Op grond hiervan dient de uiting in zoverre als onjuist te worden beschouwd.

6) De voorzitter is op grond van het voorgaande van oordeel dat adverteerder geen juiste in­formatie heeft verschaft over de resultaten die bij behandeling door hem als chiropractor kun­nen worden verwacht, als bedoeld in artikel 8.2 aan­hef en onder b NRC, voor zover het be­treft de mededeling dat chiropractische be­han­de­lin­gen “bewezen” hebben de druk op de ze­nuwen effectief te kunnen verlichten in combinatie met de volgende mededelingen:
• hoe 85% van patiënten van hun gevoelloosheid, tintelingen en scherpe pijnklachten af kwamen
• patiën­ten 85,5% verbetering van de zenuwsymptomen meldden na slechts 9 chiro­practi­sche behandelingen,
• patiënten belangrijke verbeteringen ervaren in welzijn en functie, zenuw­werking en gevoel in de vingers in het algemeen,
• bij patiënten belangrijke toename in grijpkracht en normalisatie van motorische en sensorische reacties werden genoteerd,
• patiënten volgens de onderzoeken binnenkort verder kunnen leven zonder irritante zenuwklachten.
Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1444

Mededelingen over middelen in Swinglevend

CvB 19 juni 2012, dossiernr. 2011/01103 (Pharma Nord)

pharma-nord.jpgMisleidende reclame. voornaamste kenmerken product. Claims

Uit 't persbericht: De Reclame Code Commissie heeft naar aanleiding van een klacht tegen diverse mededelingen in het blad Swinglevend, nummer 3, 2011, ruim 20 mededelingen in dit blad in strijd met de Nederlandse Reclame Code (NRC) bevonden. Het betreft mededelingen over de middelen Q10 en Bio-Seleen + Zink alsmede over het product B-Daddy, welke te raadplegen zijn in onderstaande beslissing. De Reclame Code Commissie houdt zowel Pharma Nord als Partner Medien hiervoor verantwoordelijk.

De Commissie acht de bestreden uitgave van Swinglevend in strijd met de Geneesmiddelenwet omdat de middelen Q10 en Bio-Seleen + Zink en het product B-Daddy worden gepresenteerd als een geneesmiddel zonder dat daarvoor een handelsvergunning is verleend. Dit is wettelijk verboden en daarom in strijd met artikel 2 van de NRC. Tevens acht de Commissie de uitingen misleidend omdat de werking niet aannemelijk is gemaakt.

Pharma Nord heeft hoger beroep ingesteld tegen een aantal onderdelen van de beslissing van de Commissie. Het College oordeelt drie mededelingen alsnog toelaatbaar. Het betreft twee mededelingen over Bio-Seleen+Zink en een mededeling over B-Daddy. Voor het overige blijft de beslissing van de Commissie in stand.

Omdat beide verweerders al eerder is aanbevolen om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. is besloten deze uitspraak onder de aandacht van een breed publiek te brengen.

RB 1442

Anti-snurkbeugel past niet iedereen

RCC 14 juni 2012, dossiernr. 2012/00313 (ZQuiet)

zquietbig.jpgMisleidende reclame. Voornaamste kenmerken product. Medisch hulpmiddel.

In een televisiereclame voor het product ZQuiet wordt onder meer gezegd: “Heeft niets tot nu toe gewerkt en eindigt u vaak in verschillende slaapkamers om maar te kunnen slapen? Dat is nu voorgoed voorbij. Nu is er een fonkelnieuwe oplossing die in Amerika door honderdduizenden mensen wordt gebruikt en er gegarandeerd voor zal zorgen dat ook u direct met snurken zal stoppen” en “Tel Sell introduceert ZQuiet Comfortabel en eenvoudig in het gebruik” en “Nu is er eindelijk een apparaat dat u zonder pijn of moeite in kunt doen” en “Bestel voor een gegarandeerd stille nachtrust de ZQuiet”.

Klaagster stelt dat ten onrechte wordt gesuggereerd dat de beugel 'ZQuiet' tegen snurken bij iedereen past en voor iedereen werkt. Voor klaagster was duidelijk dat de ZQuiet niet in haar mond zou passen en niet om haar tanden zou kunnen sluiten. Als men het product niet in de mond kan doen, kan het niet werken.

De Commissie oordeelt dat niet voldoende duidellijk is dat het product niet voor een ieder bruikbaar is. De Commissie acht de reclame voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de van het gebruikt van ZQuiet te verwachten resultaten. Er is sprake van misleidende reclame.

In de bestreden uiting wordt het product ZQuiet aangeprezen als oplossing voor het probleem van snurken.

In de uiting wordt weliswaar niet uitdrukkelijk gesteld dat ZQuiet voor iedereen geschikt is, maar wel wordt met grote stelligheid en zonder voorbehoud gezegd: “Heeft niets tot nu toe gewerkt en eindigt u vaak in verschillende slaapkamers om maar te kunnen slapen? Dat is nu voorgoed voorbij”, “een oplossing (..) die er gegarandeerd voor zal zorgen dat ook u direct met snurken zal stoppen”, “Nu is er eindelijk een apparaat dat u zonder pijn of moeite in kunt doen” en “voor een gegarandeerd stille nachtrust”. Aldus wordt naar het oordeel van de Commissie in te absolute bewoordingen gewezen op van het gebruik van ZQuiet te verwachten resultaten. Niet voldoende duidelijk is dat het product -naar adverteerder bij verweer heeft meegedeeld- niet voor een ieder bruikbaar is. In zoverre acht de Commissie de reclame voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de van het gebruik van ZQuiet te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1441

Roze zalm kan ook wilde zalm zijn

RCC 13 juni 2012, dossiernr. 2012/00356 (Lidl)

server?type=image&source=promobutler_be%2Flidl%2Factive%2F%2Flidl194n000011.jpg&width=275Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

In De Gelderlander staat de advertentie voor een aanbieding bij Lidl van 2 pakken Trawlic 'wilde zalmfilets' voor € 5,-, alsmede de verpakking.

Op de verpakking van dit product staat bij ingrediënten: 'wilde zalmfilet (100%)'. Er wordt medegedeeld dat uit de vermelding van de letter A of B bij de houdbaarheidsdatum kan worden afgeleid welke vissoort is gebruikt. In de advertentie en op de verpakking staat 'wilde zalm', maar of dit daadwerkelijk het geval is blijkt pas uit de code op de verpakking. Klaagster acht dit misleidend, vooral 'in verband met berichtgeving dat roze zalm kankerverwekkend zou zijn'.

De Commissie oordeelt dat het voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk is dat onder de aanduiding 'wilde zalm' de zalmsoorten worden verstaan die in zee zijn gevangen, in tegenstelling tot gekweekte zalm. Het wordt voldoende aannemelijk geacht dat de in de advertentie en op de verpakking gebruikte benaming betrekking heeft op gevangen en niet op gekweekte zalmsoorten. Niet is gebleken dat roze zalm geen wilde zalm kan zijn en wordt er uitdrukkelijk melding gemaakt van de 'zachtroze kleur' van de wilde zamfilets. De Commissie wijst de klacht af.

RB 1440

Maaltijd verzorgt door chef-kok, niet door top-kok

Vzr. RCC 13 juni 2012, dossiernr. 2012/00488 (KLM)

Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

Op www.klm.com/travel/nl staat onder de aanhef 'World Business Class' onder meer: “Geniet van uw keuze uit heerlijke driegangenmenu’s die speciaal zijn bereid zijn door Nederlandse topkoks. Alle maaltijden worden geserveerd op prachtig Marcel Wanders servies en met een uitstekend glas wijn of ander drankje. Heeft u speciale wensen, dan doen we er alles aan om die te vervullen”.

In de uiting wordt gesuggereerd dat de reiziger een driegangenmaaltijd van een Nederlandse top-kok geserveerd krijgt. Aan boord blijkt deze service niet te gelden voor vegetariërs. Klaagster vindt de reclame misleidend.

De voorzitter oordeelt dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de voordelen van het product. De voorzitter acht de reclame-uiting misleidend.

Vast is komen te staan dat indien een klant speciale wensen heeft ten aanzien van het driegangenmenu, bijvoorbeeld omdat hij een vegetarische maaltijd verkiest, de maaltijd wordt voorbereid door een chefkok, en niet door een Nederlandse topkok. Nu echter in de uiting zonder voorbehoud wordt gesteld: “Geniet van uw keuze uit heerlijke driegangenmenu’s die speciaal zijn bereid zijn door Nederlandse topkoks” gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de voordelen van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, acht de voorzitter de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1439

Geen voorwaarde aan tijdstip van uitzenden

Vzr. RCC 13 juni 2012, dossiernr. 2012/00492 (Ziggo)

vlcsnap-2012-05-23-10h05m24s97.pngPedagogisch onverantwoord.

In een televisiereclame vertelt een jongetje op een schoolplein aan andere kinderen wat je allemaal kunt doen om langer te kunnen opblijven. Intussen is te zien dat dat jongetje bij zijn ouders op de bank naar een film mag blijven kijken, nadat hij allerlei smoesjes heeft bedacht. Ten slotte zegt het jongetje: 'Ik vind het een hele leuke familiefilm'. De voice-over zegt: 'Volop keuze uit de allernieuwste films en series. Altijd iets voor jou'. 'Ziggo' verschijnt in beeld.

De klacht richt zich op het feit dat de reclame om 19:15 uur wordt uitgezonden. Zijn kinderen krijgen ongevraagd een reclame te zien, waarin een jongetje allerlei leugens verzint om op te blijven en het product van Ziggo te bekijken. Klager vindt de reclame pedagogisch onverantwoord en verzoekt tot het stellen van een voorwaarde aan het tijdstip van uitzenden.

De voorzitter oordeelt dat de grens van het toelaatbare niet is overschreden, ook niet voor zover (kleine) kinderen de uiting zien. De commercial is duidelijk humoristisch. De klacht wordt afgewezen.

RB 1438

Geen sprake van bangmakerij

RCC 11 juni 2012, dossiernr. 2012/00380 (California Primavera Lelli Kelly)

veterst-220x119.jpgSubjectieve vormen. Bangmakerij. Kinderen.

In Happinez staat een advertentie: “KINDEREN: hier zijn de schoenen die je leren veters strikken”. “In de internationale pers is een onderzoek verschenen, uitgevoerd door AGI/AVG, gespecialiseerd in onderzoeken via internet, waaruit blijkt dat kinderen van vandaag vóór een bepaalde leeftijd niet in staat zijn om een eenvoudige handeling zoals het strikken van hun schoenveters uit te voeren. Dat is niet onbelangrijk: het leren strikken van schoenveters binnen de juiste leeftijdsgrenzen (volgens de experts is dit 4 of 5 jaar), maakt deel uit van de correcte psychomotorische ontwikkeling” en “In tegenstelling tot wat het geval zou moeten zijn, kan slechts 11% zijn schoenveters strikken vóór de leeftijd van 11 jaar” en “Het kan gebeuren dat schoenveters niet kunnen worden gestrikt vanwege dyspraxie, een aandoening die vaak wordt verward met onhandigheid, maar die echter een tijdige diagnose vereist” en “Als u merkt dat uw kind echt grote moeilijkheden heeft om zijn schoenveters te strikken, doet u er goed aan een arts te raadplegen om na te gaan of er geen complexere problemen aan de basis liggen”.

Volgens klager is er sprake van bangmakerij en leidt de uiting bij mensen die daar gevoelig voor zijn tot extra kosten in de zorg.

Volgens de Commissie is er geen sprake van een advertentie die appelleert aan gevoelens van angst. Het feit dat adverteerder naar dyspraxie verwijst en het advies geeft om eventueel een arts te raadplegen noch de wijze waarop dit gebeurt leidt tot een ander oordeel. Dat de advertentie tot 'extra kosten in de zorg' zou leiden betekent niet dat de uiting in strijd is met de NRC.

De Commissie wijst de klacht af.

De Commissie vat de klacht in de eerste plaats op in die zin dat door de uiting zonder te rechtvaardigen redenen wordt geappelleerd aan gevoelens van angst als bedoeld in artikel 6 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

In de bestreden uiting vestigt adverteerder de aandacht op veterschoenen en op het belang voor kinderen om in het kader van hun psychomotorische ontwikkeling te leren om schoenveters te strikken. In dit verband wordt een onderzoek over “kinderen van vandaag” en het op een bepaalde leeftijd (nog niet) kunnen strikken van veters aangehaald en wordt gesteld dat het (gemakkelijke en praktische) gebruik van schoenen met klittenband het aanleren van het strikken van schoenveters vertraagt. Aan het slot van de advertentie wordt de lezer aangemoedigd kinderen te leren schoenveters te strikken, onder verwijzing naar methodes van vroeger en wordt gesteld: “Oefenen is belangrijk –zegt Mariella Attilieni, Vice-presidente van Lelli Kelly– en dit kan alleen door schoenen met veters te dragen in plaats van met klittenband”.

In de uiting wordt ook ingegaan op een mogelijke andere oorzaak van het niet kunnen strikken van schoenveters, te weten de aandoening dyspraxie. Noch het feit dat adverteerder naar deze aandoening verwijst en het advies geeft om eventueel een arts te raadplegen noch de wijze waarop dat gebeurt, leidt tot het oordeel dat in de bestreden advertentie, die in haar geheel moet worden beoordeeld, wordt geappelleerd aan gevoelens van angst als bedoeld in artikel 6 NRC.

RB 1437

Het goede erin, het slechte eruit

RCC 11 juni 2012, dossiernr. 2012/00336 (Céréal Choco Delight)

Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

In Psychologie Magazine staat een advertentie: “HET GOEDE ERIN, HET SLECHTE ERUIT”. “Als je iets lekkers wilt, dan wil je iets lekkers. En dus geen troep in je lijf. Kleurstoffen, geraffineerde suikers, verzadigd vet … daar heb je toch geen zin in? Die rommel komt er bij onze koekjes dan ook niet in. Daar is ook geen plek voor. Want ze zitten al vol. Met echte, natuurlijke ingrediënten. Zoals vezels, cacao en mineralen. Onze koekjes zijn dus niet alleen goed voor de lekkere trek, maar ook goed voor jou. Veel lekkerder toch? Op cereal.nl lees je meer”. Daaronder is een deel van de verpakking van het product Céréal Choco Delight afgebeeld.

Klager stelt zich op het standpunt dat er kunstmatige zoetstoffen in het aangeprezen product zitten, die kunnen niet als natuurlijk worden aangemerkt.

De Commissie oordeelt dat reclame gepaard gaat met onjuiste informatie over de samenstelling van het product waardoor de uiting misleidend en oneerlijk is. Het verweer van adverteerder dat de gemiddelde consument zal begrijpen dat de slogan 'Het goede erin, het slechte eruit' een vorm van overdrijven is doet hier niet aan af. Het is niet duidelijk dat er sprake is van overdrijving.

Ad a.
Adverteerder heeft niet weersproken dat het product Céréal Choco Delight per 100 gram 10,5 gram verzadigde vetten bevat. Nu in de bestreden uiting met betrekking tot (onder meer) verzadigd vet wordt gesteld: “Die rommel komt er bij onze koekjes dan ook niet in” gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie over de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad b.
In de advertentie wordt met betrekking tot de koekjes van adverteerder gesteld: “(…) ze zitten al vol. Met echte, natuurlijke ingrediënten”. Adverteerder heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat Céréal Choco Delight maltitol in poeder, gedroogde maltitolstroop en sucralose bevat en dat dit kunstmatige zoetstoffen zijn. Met betrekking tot maltitol heeft adverteerder slechts meegedeeld dat in het product Céréal Choco Delight de gewone suiker hoofdzakelijk wordt vervangen door de suikervervanger maltitol, dat maltitol een polyol is en van oorsprong wordt gewonnen uit tarwe of maïs en dat maltitol om die reden “aan de basis” een natuurlijke oorsprong heeft. Op klagers stelling omtrent sucralose is adverteerder niet ingegaan. Gelet op het bovenstaande heeft adverteerder de juistheid van de mededeling “(…) ze zitten al vol. Met echte, natuurlijke ingrediënten” niet aangetoond. Gelet hierop gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie over de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad c.
Adverteerder heeft niet weersproken dat de zoetstoffen maltitol in poeder, gedroogde maltitolstroop en sucralose, ten aanzien van welk stoffen adverteerder niet heeft bestreden dat deze deel uitmaken van Céréal Choco Delight, worden gemaakt van geraffineerde suiker. Gelet hierop is de Commissie van oordeel dat de reclame, voor zover daarin staat: “geraffineerde suikers ( … ) daar heb je toch geen zin in? Die rommel komt er bij onze koekjes dan ook niet in” gepaard gaat met onjuiste informatie over de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Het verweer dat de gemiddelde consument zal begrijpen dat de slogan “Het goede erin, het slechte eruit” en de tekst daaronder niet bedoeld zijn als een objectieve, op onderzoek gebaseerde weergave over de producten van Céréal, maar als een vorm van overdrijving die aan reclame eigen is, leidt niet tot een ander oordeel. Niet duidelijk is dat er sprake is van overdrijving. Het verweer dat in de advertentie wordt verwezen naar de website cereal.nl leidt evenmin tot een ander oordeel. Deze verwijzing neemt bovenbedoelde onjuiste informatie niet weg.

RB 1436

SP mag geen bekend voorbeeld van acquisitiefraude noemen

Vzr. Rechtbank Utrecht 29 juni 2012, LJN BX0083 (Telefoongids.com tegen Socialistische Partij)

Als randvermelding. Rapport over acquisitiefraude waarin staat: "Een geraffineerde werkwijze is het gebruik van naamsbekendheid van een ander. Een bekend voorbeeld hiervan is de Telefoongids.com, die de indruk wekte te bellen namens de bekende Telefoongids.nl van KPN."

Passage uit op de website van SP gepubliceerde rapport over acquisitiefraude moet door gedaagden worden verwijderd. De gewraakte passage staat niet op zichzelf maar maakt onderdeel uit van een rapport over acquisitiefraude. De in de passage beschreven werkwijze wordt onmiskenbaar in verband gebracht met de in het rapport op andere plaatsen genoemde kwalificaties als “malafide praktijken” en “boeven” en dergelijke. Niet gebleken is dat de auteurs van het rapport een eigen onderzoek hebben verricht, dan wel dat de bij het Landelijk Steunpunt Acquisitiefraude binnengekomen meldingen over eiser op hun inhoud zijn onderzocht.

De geuite beschuldigingen of verdachtmakingen kunnen door SP niet worden gestaafd, zijn onvoldoende concreet onderbouwd en moeten om genoemde redenen als onrechtmatig worden aangemerkt. De SP dient de passage te verwijderen.

4.2.  Vooropgesteld moet worden dat het een maatschappelijk belang is dat wordt opgetreden tegen acquisitiefraude en andere oneerlijke handelspraktijken. Het staat SP dan ook in beginsel vrij om zich over dergelijke praktijken kritisch uit te laten, daarbij man en paard te noemen en daarover een mening te geven of te publiceren.

Daarbij dienen echter de grenzen die de zorgvuldigheid in het maatschappelijk verkeer met zich brengt niet te worden overschreden. Van een dergelijke overschrijding kan sprake zijn, indien de gepubliceerde uitlatingen feitelijk onjuist of onnodig grievend zijn.

4.3.  Door Telefoongids.com is betoogd, dat de in het rapport gewraakte passage onjuist is en dat er geen sprake is van misleiding, oplichting dan wel van acquisitiefraude. Telefoongids.com heeft haar werkwijze toegelicht en heeft verwezen naar een aantal uitspraken van verschillende rechtbanken waarin in diverse kwesties is geoordeeld dat aan de door haar gevolgde werkwijze voor de totstandkoming van een overeenkomst geen gebreken kleven. Ook heeft Telefoongids.com aangevoerd dat het onjuist en onnodig grievend is dat het rapport haar onderneming over één kam scheert met ondernemingen die spooknota’s sturen en derhalve geen enkele dienst verrichten. Dat de aanduiding van “de fraudeurs” is vervangen door “ deze ‘dienstverlener’ ”, heft, naar zij heeft betoogd, de onrechtmatigheid van de hiervoor bedoelde passage niet op.

Telefoongids.com heeft ten slotte gesteld dat zij door deze publicatie reputatieschade en omzetderving ondervindt, hetgeen versterkt wordt door het feit dat de beschuldigingen zijn geuit door een politieke partij waardoor er voor de gemiddelde lezer veel autoriteit en betrouwbaarheid van die beschuldigingen uitgaat.


4.4.  SP heeft betwist dat de in dat rapport gebezigde termen als “malafide praktijken”,“geraffineerde werkwijze”, “boeven”, “vorm van fraude” en “oplichting” in verband zijn gebracht met de activiteiten van Telefoongids.com. SP stelt dat er slechts een kleine passage aan Telefoongids.com is gewijd en dat de daarin geuite beschuldigingen niet onjuist zijn en steun vinden in het feit dat er bij het Landelijk Steunpunt Acquisitiefraude meer dan 1200 klachten tegen Telefoongids.com zijn ingediend en dat MKB Nederland heeft gemeend een procedure tegen Telefoongids.com te moeten starten ter beantwoording van de vraag of haar werkwijze als misleidend en onrechtmatig moet worden aangemerkt.


4.5. De voorzieningenrechter acht de gewraakte passage onrechtmatig jegens Telefoongids.com. Daarbij zijn de volgende overwegingen van belang.

4.6. De gewraakte passage staat niet op zichzelf maar maakt onderdeel uit van een rapport over acquisitiefraude. Door het enkele vermelden van de handelsnaam van Telefoongids.com wordt zij, gelet op de context van deze passage, derhalve direct in verband gebracht met deze vorm van fraude. De uitlating “een geraffineerde werkwijze” brengt de beschreven werkwijze onmiskenbaar in verband met de in het rapport op andere plaatsen genoemde kwalificaties als “malafide praktijken” en “boeven” en dergelijke.

Daarnaast wordt in de beschreven werkwijze van Telefoongids.com de indruk gewekt dat de overeenkomst via een telefoongesprek tot stand komt, hetgeen door Telefoongids.com gemotiveerd is betwist. Ook is niet gebleken dat de auteurs van het rapport een eigen onderzoek hebben verricht, dan wel dat de bij het Landelijk Steunpunt Acquisitiefraude binnengekomen meldingen op hun inhoud zijn onderzocht. De geuite beschuldigingen of verdachtmakingen kunnen door SP niet worden gestaafd, zijn onvoldoende concreet onderbouwd en moeten om genoemde redenen als onrechtmatig worden aangemerkt.