All Risk dekking 'ook bij eigen schuld' is misleidend
Vz RCC 30 september 2013, dossiernr. 2013/00597(Woongarantverzekering)Voorzitterstoewijzing, misleiding.
Het betreft de brochure betreffende “De Woongarantverzekering” van Centraal Beheer Achmea, waarin onder de kop “Meer zekerheid voor u met onze aanvullende verzekeringen” onder meer staat:
“‘All Risks’ dekking: Met de speciale ‘All Risks’ dekking verzekert u alle schades aan én in uw huis (opstal en
inboedel), ook als het uw eigen schuld is!”
De klacht - Klager heeft op basis van de aantrekkelijke voorwaarden in de brochure enige tijd geleden een uitgebreide Woongarantverzekering afgesloten. Met betrekking tot de ‘All Risks’ dekking zijn in de brochure geen uitsluitingen of verwijzing naar voorwaarden opgenomen. Het is klager onlangs gebleken dat door eigen schuld ontstane schade niet wordt vergoed, hoewel dat op grond van de tekst in de brochure wel mag worden verwacht. De verstrekte informatie is daarom misleidend.
Het oordeel van de voorzitter
Als erkend is komen vast te staan dat de mededeling “Met de speciale ‘All Risks’ dekking verzekert u alle schades aan én in uw huis (opstal en inboedel), ook als het uw eigen schuld is!” zo absoluut gesteld is, dat de gemiddelde consument op basis hiervan een ruimere dekking verwacht dan in werkelijkheid geboden wordt. Hoewel het algemeen bekend is dat aan een verzekering polisvoorwaarden verbonden zijn, die leidend zijn voor de vraag of een schade gedekt is, mag een reclame-uiting voor de betreffende verzekering de gemiddelde consument niet op het verkeerde been zetten ten aanzien van de dekking en voorwaarden. Dat is bij de onderhavige brochure wel het geval.Gelet op het voorgaande wordt in de bestreden brochure te absolute en daardoor onjuiste informatie verstrekt als bedoeld in de aanhef van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de voorzitter voorts van oordeel is dat de uiting de gemiddelde consument ertoe kan brengen een besluit te nemen over een transactie dat hij anders niet had genomen, is de bestreden uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
De voorzitter ziet in hetgeen adverteerder bij verweer heeft meegedeeld aanleiding om ten aanzien van de aanbeveling te bepalen dat deze wordt gedaan voor zover nog nodig.
De beslissing van de voorzitter
De voorzitter acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Hij beveelt adverteerder - voor zover nog nodig - aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.Regeling: NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.2 aanhef
HvJ EU: Verbod op advertorials zonder "Anzeige" niet in strijd met EU-recht
HvJ EU 17 oktober 2013, zaak C-391/12 (RLvS "Anzeige") - dossier - persbericht
Zie eerder RB 1841. Verzoek om een prejudiciële beslissing, Bundesgerichtshof. Uitlegging van OHP-richtlijn, met name van de artikelen 3, lid 5, 4 en 7, lid 2 van deze richtlijn alsook van punt 11 van bijlage I daarbij. Misleidende omissies in advertorials. Wettelijke regeling van een lidstaat op grond waarvan publicaties tegen vergoeding zijn verboden indien deze publicaties niet met het woord „advertentie” („Anzeige”) zijn aangeduid. Het Duitse verbod op de publicatie van gesponsorde artikelen zonder aanduiding ('Anzeige') is in beginsel niet in strijd met het EU-recht. Het Hof verklaart voor recht:
In omstandigheden als aan de orde in het hoofdgeding is het niet mogelijk zich jegens krantenuitgevers op [de OHP-Richtlijn] te beroepen, zodat deze richtlijn in die omstandigheden aldus moet worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen de toepassing van een nationale bepaling op grond waarvan deze uitgevers bij elke publicatie waarvoor zij een vergoeding ontvangen, een specifieke aanduiding moeten vermelden, in casu het woord „advertentie” („Anzeige”), tenzij deze publicatie door vorm en indeling algemeen herkenbaar is als reclame.
Gestelde vraag:
„Staan artikel 7, lid 2, van richtlijn 2005/29 en punt 11 van bijlage I daarbij juncto de artikelen 4 en 3, lid 5, van deze richtlijn in de weg aan de toepassing van een nationale bepaling – in casu § 10 van het Landespressegesetz [...] – die zowel bedoeld is om de consument te beschermen tegen misleiding als om de onafhankelijkheid van de pers te waarborgen, en die in tegenstelling tot artikel 7, lid 2, van richtlijn 2005/29 en punt 11 van bijlage I daarbij elke publicatie tegen betaling, ongeacht het daarmee beoogde doel, verbiedt voor zover deze niet met het woord ‚advertentie’ is aangeduid, tenzij de betrokken publicatie reeds door vorm en indeling herkenbaar is als advertentie?”
Sultana "Als lekkerste getest" niet langer toegestaan
Vzr. Rechtbank Amsterdam 10 oktober 2013, KG ZA 13-1176 (Koninklijke Verkade tegen Mondelex)
Uitspraak en samenvatting ingezonden door Anne Voerman en Richard van Schaik, DLA Piper.
Reclamerecht. Vergelijkende reclame. De reclame-uiting "Als lekkerste getest" van Verkade voor haar Sultana-fruitbiscuits is niet langer toegestaan. Dit heeft de voorzieningenrechter in reconventie geoordeeld in een door Verkade geïnitieerd kort geding tussen Verkade en Mondelez, de producent van Liga. "Als lekkerste getest" suggereert dat een vergelijking heeft plaatsgevonden tussen fruitbiscuits van verschillende merken, maar een dergelijke vergelijking heeft in het geheel niet plaatsgevonden. Dit is in strijd met de regels die gelden bij vergelijkende reclame. In hetzelfde kort geding oordeelde de voorzieningenrechter in conventie dat een reclame-uiting van Liga ("Verkozen op fruitsmaak en knapperigheid") wèl door de beugel kon, omdat Mondelez haar claim kon onderbouwen met een deugdelijk marktonderzoek.
Leessuggesties: r.o.'s 5.1 - 5.7.
Minister bereidt AMvB met criteria e-sigaret onder Warenwet voor
Vragen over reclame voor e-sigaretten, 2013-2014, Aanhangsel Handelingen II, nr. 132.
Vraag 1, 2 en 3 Hoe beoordeelt u de reclame van Flavor Vapes waarin een moeder rook bewust uitblaast in een kinderwagen? Deelt u de mening dat deze reclame de indruk wekt dat roken boven een kinderwagen normaal en aanvaardbaar is? Wat is uw oordeel hierover? Vindt u het aanvaardbaar dat mensen door middel van marketing aangezet worden tot het gebruik van de e-sigaret? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 1, 2 en 3. Wat ik zorgelijk vind, is dat in deze reclame de suggestie wordt gewekt dat het gebruik van de e-sigaret zonder risico’s is. Dit is volgens de NVWA, RIVM en het Trimbos-instituut niet het geval. Ik bereid een AMVB onder de Warenwet voor waarin criteria worden gesteld aan bepaalde aspecten van de e-sigaret, zoals veiligheid en kwaliteit, etikettering en reclames. Bij de invulling daarvan zal ik gebruik maken van het advies van de NVWA en het RIVM dat eind oktober zal verschijnen.
Vraag 4 Deelt u de vrees dat jongeren die beginnen met het roken van de e-sigaret gemakkelijker de overstap maken naar het roken van tabak? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 4. Over de e-sigaret als startproduct is nog veel wetenschappelijke discussie, we weten hier simpelweg nog onvoldoende over. Net zoals we nog onvoldoende weten over de e-sigaret als middel dat kan helpen bij het stoppen met roken. Zie hiervoor ook mijn antwoorden op de vragen van de VVD van 28 mei 2013.
Het gebruik van de e-sigaret wordt in opdracht van VWS in elk geval gemonitord in 2014 en 2015.
Vraag 5 Deelt u de visie dat marketing voor e-sigaretten per direct uitgebannen zou moeten worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer kan een dergelijk verbod worden verwacht?
Antwoord 5. Zoals aangegeven in mijn antwoord op vragen 1, 2 en 3 zal ik marketing als aandachtspunt meenemen bij het opstellen van een Warenwetbesluit.
Vraag 6 en 7 Deelt u voorts de mening dat de e-sigaret enkel zou moeten dienen als hulpmiddel om te stoppen met roken, als deze als medicijn is geregistreerd en op indicatie wordt voorgeschreven? Is dat voor u reden om de verkoop te beperken tot apothekers? Kunt u uw antwoord toelichten?3
Bent u nog steeds van mening dat de e-sigaret onder de Geneesmiddelenwet zou moeten vallen? Wat gaat u ondernemen om dat alsnog te realiseren?4 5
Antwoord 6 en 7. In het voorstel voor een nieuwe Europese Tabaksproductenrichtlijn worden e-sigaretten boven een bepaalde nicotinesterkte verboden tenzij voor deze producten een handelsvergunning als geneesmiddel is verleend. Ik vind het goed dat er met dit voorstel vanuit de EU duidelijkheid wordt geboden over de juridische status van de e-sigaret.
Vooralsnog beschouw ik in principe de e-sigaret als een waar onder de Warenwet.
Om in Nederland een geneesmiddel op de markt te mogen brengen, is een handelsvergunning van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) noodzakelijk. Het CBG toetst of het product als geneesmiddel kan worden geregistreerd. Het CBG beoordeelt daarbij of de voordelen van het gebruik van een geneesmiddel aantoonbaar opwegen tegen de nadelen.
Vraag 8
Wilt u de vragen beantwoorden vóór de plenaire behandeling van het wetsvoorstel met betrekking tot de verkoop van tabaksproducten (Kamerstukken 33 590)?
Antwoord 8
Ja.
Er moet wel eerst betaald worden voor 'Free Trial' van AFA source.caps
RCC 20 september 2013, dossiernr. 2013/00581 (AFA source.caps)
Aanbeveling, misleidende prijsvermelding, zwarte lijst. Het betreft een aan klager toegestuurde brochure waarin “AFA source.caps” worden aangeprezen.
De klacht - Afgezien van het feit dat klager de retourenveloppe niet toegestuurd heeft gekregen, is de “free trial” niet gratis, zoals in de uiting wordt gesteld. Toen klager bij adverteerder telefonisch nadere informatie inwon, werd hem aanvankelijk meegedeeld dat het aanbod niet gratis is. In een tweede telefoongesprek wees klager adverteerder op de gewraakte tekst, waarna adverteerder de verbinding verbrak. Klager vermoedt dat wanneer men het product eenmaal heeft besteld men geen geld terugkrijgt als men zich er over beklaagt dat het product niet de geclaimde werking heeft.
Het oordeel van de Commissie
De klacht richt zich tegen een reclame-uiting die in Engeland openbaar is gemaakt maar waarvan de adverteerder in Nederland is gevestigd. Aldus is sprake van een grensoverschrijdende reclame-uiting, waarover de Commissie bevoegd is te oordelen.In de uiting worden “AFASource.Caps” aangeboden met de mededeling “Enjoy your free 30-days trial today!”.
Adverteerder liet evenwel weten, dat men het product eerst moet kopen, maar dat het aankoopbedrag wordt geretourneerd als men niet tevreden is over is het product.
Dit strookt niet met de mededeling “Enjoy your free 30-days trial today!” ofwel “gratis op proef”.
Nu men het product eerst moet kopen, is de Commissie van oordeel dat de gewraakte reclame-uiting in strijd is met het bepaalde onder punt 19 van de bij artikel 8.5 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) behorende bijlage. Om die reden is de reclame-uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 7 NRC en beveelt zij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.Regeling: NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.5
Bijlage 1. onder 19.
Misleiding omtrent excursies en entreegelden tijdens busvakantie
RCC 19 september 2013, dossiernr. 2013/00609 (Kras.nl busvakanties)Aanbeveling, bijzondere reclamecode, misleidende prijsvermelding. Het betreft een uiting op pagina 88 van de catalogus Kras.nl zomer 2013 Busvakanties. Daarin wordt een 8-daagse excursiereis naar Zuid-Engeland & Wight aangeboden voor een prijs “vanaf 499,-”. Onder het kopje “Inclusief” staat onder meer: “het beschreven excursieprogramma” en onder “Exclusief” staat onder meer: “facultatieve excursies en entreegelden”.
De klacht - Deze kan als volgt worden samengevat. Gesuggereerd wordt dat de prijs exclusief entreegelden voor facultatieve excursies is. In werkelijkheid dienden ook nog entreegelden voor de excursies uit het beschreven excursieprogramma te worden betaald.
Het oordeel van de Commissie
Naar het oordeel van de Commissie is de mededeling “Exclusief” “facultatieve excursies en entreegelden” voor tweeërlei uitleg vatbaar, in die zin dat men kan denken dat alle facultatieve excursies en alle entreegelden apart moeten worden betaald dan wel dat alle facultatieve excursies en de entreegelden in het kader van facultatieve excursies apart moeten worden betaald. In werkelijkheid blijken alle entreegelden, ook die van de beschreven excursies, bovenop de geadverteerde prijs te komen.Door bovenbedoelde onduidelijkheid acht de Commissie de uiting in strijd met artikel III onder 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) waarin onder meer staat:
“Aanbieders zijn gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen in hun reclame-uitingen”.
Voorts acht de Commissie de reclame voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de prijs van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
De beslissing
Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikelen III onder 1 RR en 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.Regeling: NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.2 aanhef
NRC (nieuw) art. 8.2 onder d.
RRA III. sub 1
Voor korting e-reader moet eerst een energiecontract worden afgesloten
RCC 19 september 2013, dossiernr. 2013/00608 (Foto Klein)Aanbeveling, misleiding, ontbrekende informatie. Het betreft een uiting op pagina 4 van een 4 pagina’s tellende folder van Foto Klein. Daarin staat met betrekking tot een e-reader SONY PRS T 2 binnen een wit kader onder meer: NORMAAL: € 126,- NU 66* BEZUINIGINGSPRIJS!”. De asterisk verwijst naar de mededeling: “Na € 50,- energiecashback bij afsluiten van een energiecontract”.
De klacht - Deze kan als volgt worden samengevat. Het gedeelte van de uiting binnen het kader is duidelijk opgesteld; er is sprake van een groot lettertype en kleuren. Onder het kader staat echter in een lichtblauw veld met witte letters van 1,4 mm dat het om een retouractie van € 50,- gaat bij het afsluiten van een energiecontract. Deze letters zijn moeilijk te lezen gezien de lettergrootte en kleur. De verkoper bij Foto Kleijn wilde de bewuste e-reader niet voor € 66,- aan klager verkopen.
Het oordeel van de Commissie
In de bestreden uiting staat in grote, direct in het oog springende rode letters en cijfers: “NU 66”, terwijl daarbij een doorgestreepte prijs van ”NORMAAL” € 126,- is vermeld. Bij de vermelding “66” staat een relatief kleine asterisk die verwijst naar de onderaan de uiting in kleine letters vermelde tekst: “Na € 50,- energiecashback bij afsluiten van een energiecontract”. Dat deze voorwaarde betreffende het afsluiten van een energiecontract van toepassing is, acht de Commissie essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een besluit over een transactie te nemen en waarop de consument duidelijk dient te worden geattendeerd. Dit geldt te meer nu een ‘energiecashback bij afsluiten van een energiecontract’ geen voor de hand liggende wijze van verlenen van korting is (bij dit soort producten).Naar het oordeel van de Commissie wordt voornoemde informatie in de onderhavige uiting op onduidelijke wijze verstrekt.
Dat onder de cijfers “66” staat: “BEZUINIGINGSPRIJS!” en dat op de pagina’s 1 en 2/3 van de folder “banners” staan met de teksten:
“BEZUINIGEN?
Bespaar tot € 1250,- op uw huishouden”
respectievelijk
“BEZUINIGEN?
Bespaar tot € 1250,- op uw huishouden
Kom langs en doe de gratis besparingscheck!” geeft onvoldoende duidelijkheid omtrent de toepasselijkheid van voornoemde voorwaarde bij de aanschaf van een E-reader voor € 66,00.
Blijkens het voorgaande is er sprake van een op onduidelijke wijze verstrekken van sprake van essentiële informatie die de consument nodig heeft om een besluit over een transactie te nemen onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
De beslissing
Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.Regeling: NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.3 aanhef
NRc (nieuw) art. 8.3 onder c.
Frankrijk voert 'anti-Amazonwet' in
Dutchcowboys: Het Franse parlement heeft een wet goedgekeurd die online boekenwinkels verbiedt hun producten gratis aan huis te bezorgen. De socialisten willen op deze manier de traditionele boekenwinkels behoeden voor de dominantie van de Amerikaanse online retailer Amazon.
Verzoek om mee te werken aan evaluatie is geen reden voor alert
CVB RCC 10 september 2013, dossiernr. 2013/00410 (ziggo evaluatie)Aanbeveling, bevestiging, bijzondere reclamecode.
De klacht - Klager maakt bezwaar tegen de ontvangst op 16 mei 2013 van de door Ziggo ongevraagd aan klager toegezonden e-mail, waarin hem wordt verzocht om mee te werken aan een “Evaluatie van uw ervaring met Ziggo”. Klager beschouwt dit ‘vragen van diensten’ als reclame via e-mail in de zin van artikel 1.2 onder a van de Code Reclame via e-mail 2012. Klager heeft reeds vele malen aan Ziggo meegedeeld geen reclame per post, e-mail of telefoon te willen ontvangen, maar Ziggo lijkt haar processen steeds niet op orde te hebben. Klager verzoekt daarom over te gaan tot “het plaatsen van een persbericht”.
Het College van Beroep
De grieven
Het College vat deze als volgt samen.
Appellant is in 2010 al eens door Ziggo benaderd vanuit het e-mailadres dat ook is gebruikt voor het verzenden van de e-mail ten aanzien waarvan de Commissie op 25 juli 2013 heeft geoordeeld dat Ziggo in strijd met de Code reclame via e-mail 2012 (Code e-mail 2012) heeft gehandeld. Er is in 2010 met Ziggo de duidelijke afspraak gemaakt dat zij aan appellant geen e-mail meer zou toezenden. Deze afspraak is door Ziggo aan appellant bevestigd. De afspraak volgde op een groot aantal aanbevelingen die jegens Ziggo en haar rechtsvoorgangers zijn gedaan wegens het verzenden van reclame aan appellant. Appellant noemt in dit verband diverse dossiers, waaronder de dossiers met de nummers 05.0538 en 07.0047 waarin de Commissie heeft besloten tot een zogenaamd Alert. Appellant stelt dat inmiddels voldoende aanleiding bestaat voor een nieuw Alert, aangezien anders de afspraak met Ziggo niets waard blijkt te zijn.Het oordeel van het College
1. In beroep staat als onbestreden vast dat adverteerder heeft gehandeld in strijd met artikel 1.3 sub a Code e-mail 2012. Het geschil in beroep blijft beperkt tot de stelling van appellant dat de Commissie, zoals hij ook had verzocht, de onderhavige beslissing onder de aandacht van een breed publiek had dienen te laten brengen (Alert).2. Aangaande de omstandigheden waaronder tot een Alert kan worden besloten, verwijst het College naar artikel 18 lid 4 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep. In deze bepaling staat dat “wanneer de omstandigheden van het geval dit rechtvaardigen” de Commissie het Secretariaat van de Stichting Reclame Code opdracht kan geven de beslissing als een Alert te verspreiden. Deze bepaling is ingevolge artikel 27 van bedoeld Reglement van overeenkomstige toepassing in beroep. Het betreft een discretionaire bevoegdheid die in het Reglement niet nader is ingevuld. Het College overweegt overigens dat het een vaste lijn in de uitspraken van de Commissie en het College is dat, indien een adverteerder geen of onvoldoende gevolg geeft aan een eerdere aanbeveling, een Alert doorgaans gerechtvaardigd is. Ook andere feiten en omstandigheden kunnen een Alert rechtvaardigen.
3. Appellant heeft, zowel bij de Commissie als in beroep, aangevoerd dat hij reeds vele malen aan Ziggo heeft meegedeeld dat hij geen reclame per post, e-mail of telefoon wil ontvangen, maar dat hij desondanks nog steeds reclame van haar ontvangt. Appellant verwijst daarbij naar eerdere beslissingen waarbij (de rechtsvoorganger van) Ziggo naar aanleiding van door hem ingediende klachten is aanbevolen om hem geen reclame meer toe te zenden. Appellant noemt in dit verband de beslissingen in de dossiers 05.0143, 05.0350, 05.0538, 07.0047, 2008/0592, 2009/00127, 2009/00210, 2011/00123 en 2012/00600. Hiervan hebben de beslissingen in dossiers 05.0350, 05.0538 (Alert), 07.0047 (Alert) en 2009/00127 specifiek betrekking op reclame via e-mail.
4. Het College overweegt dat de beslissingen in dossiers 05.0350, 05.0538, 07.0047 en 2009/00127 betrekking hebben op nieuwsbrieven. De onderhavige klacht betreft echter de verzending van een e-mail waarin Ziggo, blijkbaar naar aanleiding van een telefonisch contact dat appellant met haar heeft gezocht in verband met een kwestie die verband houdt met het abonnement, hem verzoekt mee te werken aan “Evaluatie van uw ervaring met Ziggo”. Het College stelt vast dat de inhoud van de e-mail specifiek op die evaluatie is afgestemd en verder geen afzonderlijke aanprijzing van goederen of diensten inhoudt. De bestreden beslissing betreft derhalve een zodanig andere uiting dan die waarop de bovengenoemde beslissingen betrekking hadden, dat de daarin gegeven aanbevelingen niet op de onderhavige uiting van overeenkomstige toepassing kunnen worden geacht. Dat Ziggo niet heeft onderkend dat zij, zoals de Commissie heeft geoordeeld, het onderhavige formulier niet aan appellant mocht toezenden, kan om die reden niet een zwaarwegende maatregel als een Alert rechtvaardigen.
5. Het College oordeelt op grond van het voorgaande en in navolging van de Commissie, dat onvoldoende aanleiding bestaat voor een Alert. Overigens begrijpt het College dat Ziggo inmiddels maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat appellant het desbetreffende evaluatieformulier nog krijgt toegezonden. Indien deze maatregelen onvoldoende blijken, kan appellant dat in een nieuwe klacht aan de orde stellen. Dat appellant, naar hij stelt, ook andere e-mails van Ziggo krijgt toegezonden (appellant noemt in dit verband e-mails over “WifiSpots”), leidt niet tot een ander oordeel. Immers, de Commissie heeft ten aanzien van (het verzenden van) die e-mails nog niet geoordeeld over de vraag of Ziggo hierdoor heeft gehandeld in strijd met de Code e-mail 2013. Derhalve wordt beslist als volgt.
De beslissing van het College van Beroep [10 september 2013]
Het College bevestigt de beslissing van de Commissie.
Reuze eierkoeken van actie zijn van hetzelfde formaat als normaal
Vz. RCC 27 september 2013, dossiernr. 2013/00621 Voorzitterstoewijzing. Misleiding voornaamste kenmerken product.
Het betreft de reclamefolder waarin onder meer “Reuze eierkoeken” worden aangeboden van € 0.99 voor € 0,89. De klacht - Anders dan in de uiting doet vermoeden, hebben de eierkoeken hetzelfde formaat als de eierkoeken die normaal in de winkel worden verkocht. Gelet hierop acht klager het misleidend om in de uiting te spreken van “Reuze eierkoeken”.
Het oordeel van de voorzitter
Adverteerder heeft niet weersproken dat de eierkoeken, die in de gewraakte uiting als “reuze eierkoeken” worden aangeprezen niet extra groot zijn, maar hetzelfde formaat hebben als de eierkoeken die normaal bij adverteerder verkrijgbaar zijn. Gelet hierop acht de voorzitter het misleidend deze eierkoeken in het kader van deze aanbieding aan te prijzen als “Reuze eierkoeken”.
Adverteerder beroept zich op het op de achterzijde van de folder gemaakte voorbehoud ten aanzien van “druk- of zetfouten”, doch de toevoeging “reuze” is een nadere, wervende precisering van de eierkoeken die, naar het oordeel van de voorzitter, geacht moet worden bewust in de reclame-uiting te zijn vermeld. Deze toevoeging zal door de gemiddelde consument dan ook niet worden herkend als een kennelijke fout, die een beroep op het op de achterzijde van de folder gemaakte voorbehoud rechtvaardigt.
Blijkens het hiervoor overwogene is sprake van onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC).
Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
De beslissing van de voorzitter
Op grond van het hierboven overwogene acht de voorzitter de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC en beveelt hij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Regeling: NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.2 aanhef