RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Electronica  

RB 1248

Kruiwagens en elektrische fietsen

Vzr. Rechtbank Roermond 5 januari 2012, KG ZA 11-250 (Van Cranenbroek tegen Itek)

Met dank aan Laurens Thissen, Adelmeijer Hoyng Advocaten.

Misleidende mededeling. Van Cranenbroek houdt zich bezig met de verkoop van een divers assortiment voor tuininrichting en -onderhoud en sindskort ook elektrische fietsen. Itek biedt fietsen en sindskort tuin- en sportartikelen aan in Nederland en België.

In dit kort geding over misleidende mededelingen is de vraag aan de orde of gedaagde ITEK (voldoende) kruiwagens en electrische fietsen in voorraad had waarmee ITEK in haar folder had geadverteerd. Vorderingen tot o.a. verbod en rectificatie worden afgewezen.


Kruiwagens:

4.7 De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van het vorenstaande vooreerst dat Itek niet heeft aangeboden een Fort maïskruiwagen, maar een mäiskruiwagen van 170 liter met een polyethyleen bak en een gegalvaniseerd onderstel. Het mag zo zijn dat de bij de advertentie geplaatste foto identiek is aan de (eerder door Van Cranenbroek aangeboden) maïskruiwagen van het merk Fort, maar uit dat enkele feit kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet afgeleid worden dat de aanbieding enkel om die reden betrekking had op een Fort  kruiwagen: niet aannemelijk is dat bij het publiek door de foto in de folder de indruk werd gewekt dat de advertentie betrekking had op een kruiwagen van dat specifieke merk. Dit klemt te meer nu er geen (herkenbare) merktekens op de foto van de kruiwagen zichtbaar zijn. Dat er sprake zou zijn van een zogenaamd "lokkertje", waarbij wordt geadverteerd met een merkproduct dat niet in voorraad is, zoals Van Cranenbroek lijkt te suggeren, acht de voorzieningenrechter dan ook niet aannemelijk. Gelet hierop gaat de voorzieningenrechter voorbij aan de stelling van Van Cranenbroek, die erop neerkomt dat Itek heeft geadverteerd met een (hoogwaardig) product zonder dat product op voorraad te hebben of zelfs te kunnen leveren.


4.8. Door Itek is verder, met stukken onderbouwd, gesteld dat zij de kruiwagen waarmee zij heeft geadverteerd ook op voorraad had. (...) Dat aan de door Van Cranenbroek ingeschakelde proefaankopers, waaronder een deurwaarder, kennelijk kruiwagens zijn verkocht die niet voldeden aan de in de advertentie genoemde specififcaties doet naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan het vorenstaand niets af: uit de proefaankopen volgt immers niet dat, indien de kopers daar uitdrukkelijk op gestaan hadden, aan hen (zo nodig met een leveringstermijn) geen maïskruiwagen met een gegalvaniseerd onderstel geleverd had kunnen worden.


Elektrische fietsen

4.9. Ten aanzien van de elektrische fietsen overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Uit de door Van Cranenbroek in het geding gebrachte reclamefolders van Itek volgt dat door Itek elektrische fietsen van specifieke merken en types worden aangeboden voor een daarbij expliciet vermelde prijs. Verder staat in de eerste advertentie vermeld: "we hebben al 28 inch elektrische fietsen met Shimano Nexave 7 versnellingen vanaf €550,-" en in de tweede advertentie "Er is al een 28 inch elektrische fiets vanaf €50,=". Bi jdeze aanbieding wordt, afgezien van de maat van de fiets en in de eerste advertentie het merk en type van de versnelling, geen enkele nadere specificatie vermeld. Deze advertenties kunnen naar het oordeel van de voorzieningenrechter door de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument tot wie de advertentie zich richt of die zij bereikt weinig anders opgevat worden als een - algemene - mededeling van Itek dat de allergoedkoopste nieuwe elektrische fiets van 28 insch die zij in vestigingen verkoopt, €550,= kost. uit hetgeen door Van Cranenbroek is aangevoerd, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet afgeleid worden dat deze mededeling onjuist en derhalve misleidend is, mede gelet op de - onweersproken - stelling van Itek dat zij niet alleen de nieuwste modellen, maar ook overjarige modellen verkoopt. Dat Itek, indien klanten haar vragen  om een fiets van €50,=, die fiets niet aanprijst maar uitdrukkelijk wijst op nieuwere - en waarschijnlijk betere maar in elk geval duurdere - fietsen maakt het vorenstaande niet anders, nu daaruit niet volgt dat Itek geen nieuwe fiets voor €550,= zou kunnen leveren. Dit klemt te meer nu uit de op initiatief van Van Cranenbroek plaatsgehad hebbende proefaankopen blijkt dat een dergelijke fiets - zij het met inachtneming van een levertijd - ook daadwerkelijk aan een der proefaankopers gelever kon worden.

RB 1244

Up to 3 home PC's

RCC 1 december 2011, dossiernr. 2011/00969(Best2Serve Protection for up to 3 home PC's)

Volgens de uiting biedt Norton Internet Security 2011 “Protection for up to 3 home PC’s”. Klager kon het programma echter op slechts één computer downloaden. De uiting is daarom misleidend. Per abuis een foutieve NIS-code toegezonden, dit is met een gepast oplossing verholpen (aankoopbedrag overmaken).
 
Het verweer 
Klager heeft op 24 mei 2010 via het Portugese call center van HP een bestelling geplaatst voor Norton Internet Security (NIS) 2011. Via Best2Serve worden alleen NIS-codes verkocht die voor drie verschillende computers gebruikt kunnen worden. Klager is per abuis een NIS-code toegezonden die slechts op één computer gebruikt kan worden omdat Best2Serve van de leverancier ten onrechte een aantal van dergelijke NIS-codes heeft ontvangen. Zodra klager heeft gemeld een verkeerde NIS-code te hebben ontvangen, is besloten hem het aankoopbedrag terug te betalen. Helaas blijkt een en ander niet goed te zijn gegaan en is de klacht gesloten zonder dat klager daadwerkelijk een gepaste oplossing is geboden. Adverteerder zal het aankoopbedrag alsnog naar de rekening van klager overmaken en klager daarover informeren.

Overigens stelt Best2Serve zich op het standpunt dat het toezenden aan klager van een NIS-code  die slechts op één computer te gebruiken is op een incidentele fout berust. De bestreden advertentie is niet misleidend.
 
Het oordeel van de Commissie
 
Niet is weersproken dat adverteerder in het algemeen de in de reclame-uiting beloofde NIS-codes verkoopt die geschikt zijn voor gebruik op drie computers en dat klager - mede als gevolg van een fout van de leverancier - per abuis een NIS-code is toegestuurd die slechts op één computer gebruikt kan worden. De Commissie acht voldoende aannemelijk geworden dat hierbij sprake is van een incidentele fout, die niet leidt tot het oordeel dat de bestreden uiting misleidend is. De klacht wordt daarom afgewezen.

RB 1241

Laagste prijsgarantie alleen beperkt aantal concurrenten

CVB Aanbeveling met ALERT bevestigd, 21 december 2011, dossiernr. 2011/00866 (BCC Laagste prijsgarantie alleen voor beperkt aantal concurrenten)

In't kort: het oordeel van het College: bevestigd de aanbeveling van de commissie. Ook verwijzing naar algemene voorwaarden in het Burgerlijk Wetboek leidt niet tot een ander oordeel.
 
1.
Grief 1 is gebaseerd op de stelling dat de consument door de televisiecommercial er niet toe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen. Het Col­lege verwerpt deze stelling. In de televisiecommercial garandeert BCC met zoveel woorden dat zij de “aller-, allerlaagste” prijzen heeft en dat als de consument binnen een bepaalde termijn een bij BCC gekocht product elders goedkoper vindt, het prijs­verschil wordt vergoed. In de televisiecommercial laat de BCC-verkoper zelfs weten dat BCC zelf bij een lagere prijs de koper zal weten te vinden. De gemiddelde con­sument zal deze mededelingen zo op­vat­­ten dat alle pro­ducten behorend tot het as­sortiment van BCC bij laatstgenoemde het goedkoopst zijn dan wel vallen onder het systeem van “low pricing” of “beste prijs garantie” (hierna: laagste prijs­garantie). In vertrouwen hierop zal de con­su­ment kun­nen beslui­ten een bepaald product bij BCC te kopen zonder zich vooraf te oriën­te­ren op de prijzen die andere aanbieders voor dat product han­teren.
 

2.
In het laatste geval zal de consument evenwel niet altijd aanspraak kunnen maken op de laagste prijsgarantie van BCC. Deze garantie is namelijk beperkt tot de door BCC ge­selecteer­de aanbieders. Het betreft een gelimiteerd aantal winkel(keten)s die volgens BCC met haar organisatie vergelijkbaar zijn. Het College onderschrijft het oordeel van de Com­mis­sie dat het hier om een belangrijke beperking gaat. Als feit van al­ge­mene bekend­heid geldt dat de consument steeds vaker producten via in­ternet koopt. In veel gevallen zullen door voornoemde beperking deze aanko­pen zijn uitgesloten van de laagste prijsgarantie. Het­zelfde geldt voor aankopen bij aan­bieders die niet behoren tot de groep van door BCC geselec­teer­de winkelketens. Deze beperking blijkt niet uit de televisie­commercial. De commer­cial heeft immers een absolute en algemene strek­king en zal daarom door de ge­mid­delde consument zo worden op­gevat, dat de laagste prijsgarantie voor wille­keu­rig welke aanbieder geldt, derhalve ook voor be­drij­ven buiten de groep van winkel(keten)s waartoe de laagste prijsgarantie is be­perkt. Niet aannemelijk is geworden dat deze consument
uit eigen wetenschap op de hoogte is van het feit dat er aanzien­lijke beperkingen
gelden voor een beroep op de laagste prijsgarantie van BCC, laat staan dat hij weet wat deze inhouden.
3.
Dat er sprake is van een beperking in de aanbieders waar het product moet zijn gekocht om aanspraak te kunnen maken op de laagste prijsgarantie van BCC, blijkt ook niet uit de enkele verwijzing in de televisiecommercial naar de voorwaarden op www.bcc.nl. Op zichzelf genomen kan, zoals BCC terecht aanvoert, de gemiddelde consument niet verwachten dat in een televisiecommercial alle voorwaarden volle­dig worden vermeld, maar dat neemt niet weg dat die consument wel tijdig moet worden geïnformeerd over het feit dat er een belan­­grijke be­perkende voorwaarde van toepassing is, teneinde te voorkomen dat bij hem onjuiste verwach­tin­gen wor­den gewekt en hij als gevolg daarvan een besluit tot een transactie kan nemen dat hij niet zou hebben genomen indien deze essentiële informatie tijdig aan hem zou zijn ver­strekt. Het voor de reclame gebruikte medium televisie biedt welis­waar in beperkte mate ruimte voor het verstrekken van deze informatie, maar het College acht het desondanks zeer wel moge­lijk in de televisiecommercial de consument voldoende te informeren over het bestaan van bedoelde beperking.
 
4.
Aan het voorgaande doet niet af dat, zoals BCC stelt, in haar winkels folders lig­gen waarin informatie over de laagste prijsgarantie staat. De televisiecommer­cial is im­mers een zelfstandige reclame-uiting die, los van de in de winkels te verstrekken in­formatie, aan de bepalingen van de Nederlandse Reclame Code dient te voldoen.
Ook de verwijzing door BCC naar de regeling van de algemene voor­waar­den in het Burgerlijk Wetboek leidt niet tot een ander oordeel. Deze regeling betreft immers de contractuele relatie tussen partijen, welke regeling los staat van de in deze procedu­re te beantwoorden vraag of sprake is van oneerlijke recla­me. Met de Com­mis­­sie is het College van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beant­woord. Het College zal daarom het oordeel van de Commissie bekrach­tigen, ook voor zover het betreft het onder de aandacht van een breed publiek brengen van de beslissing.
 
5.
Derhalve wordt beslist als volgt.
 
De beslissing
 
Bevestigt de beslissing van de Commissie.
Regeling: NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.3 aanhef
NRc (nieuw) art. 8.3 onder c.

RB 1240

Direct uitverkocht

RCC 9 december 2011, dossiernr. 2011/01123 (Aldi; GSM Samsung Galaxy Y euro 119 direct uitverkocht Aldi Actueel smartphone direct uitverkocht)

Klager heeft onweersproken gesteld dat de aangeboden Samsung smartphone 5 minuten na aanvang van de eerste actiedag in het door hem bezochte filiaal van Aldi niet meer te verkrijgen was, en dat aan dit filiaal slechts drie exemplaren van de smartphone ter beschikking waren gesteld. Gelet hierop is naar het oordeel van de Commissie onvoldoende aannemelijk gemaakt dat adverteerder in het kader van de onderhavige actie, gelet op de gevoerde landelijke reclame en de populariteit van smartphones - op welke markt Samsung een belangrijke speler is - heeft gezorgd voor een toereikende voorraad van de aangeboden smartphone.
 
Nu niet is gebleken dat de Samsung Galaxy Y smartphone beschikbaar was in een mate die gezien de omstandigheden redelijk is, is in de bestreden uiting geen duidelijke informatie verstrekt over de beschikbaarheid van het aangeboden product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Hieraan doet niet af dat op de webpagina “Informatie over Aldi Actueel”, die via de startpagina “Aldi actueel” kan worden bereikt, wordt toegelicht dat de voorraad van Aldi Actueel-artikelen in het algemeen beperkt is. Omdat de uiting de gemiddelde consument bovendien ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, acht de Commissie de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1221

Beware the link

RCC Uitspraak 8 november 2011, dossiernr. 2011/00362 (Actiecoupon Panasonic)

Met samenvatting van Eva Rog-den Ouden, Hoogenraad & Haak advocaten.

Panasonic heeft tijdens een actie essentiële informatieve achtergehouden (nl. sluitingsdatum actie) die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit te nemen over een transactie. Klager doet mee aan de actie via een bij Google gevonden link - namelijk www.actiecoupon.nl/p3d/ (van Online Retail Service B.V.). Bij aanschaf van een Panasonic 3D TV werd via deze site een ‘3D Blu-ray speler’ en een Avatar film cadeau gedaan. Daarvoor moest klager een aantal gegevens en e-mails uitprinten en naar adverteerder opsturen. Achteraf blijkt echter dat de actieperiode al was verlopen, waardoor klager niet (meer) in aanmerking kwam voor de aanbieding. Klager is hierover niet geïnformeerd op de website die hij via Google had gevonden. Ook de actievoorwaarden waren niet op die website vermeld. Volgens klager is dit misleidend.

Panasonic stelt dat de voorwaarden en de actieperiode van deze actie duidelijk en intensief via verschillende mediakanalen gecommuniceerd. Volgens Panasonic heeft zij op geen enkele manier de link via Google naar buiten gebracht. Met andere woorden, Panasonic vindt dat zij niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de inhoud van de link die klager via Google heeft gevonden. Panasonic wordt door de RCC in een tussenbeslissing in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken over het (niet) bestaan van een samenwerkingsverband met deze website.

Panasonic stelt nog steeds dat geen samenwerkingsverband bestaat met de actiewebsite. Klager heeft echter, na enig speurwerk, ontdekt dat de eigenaar van de betreffende website www.actiecoupon.com (Buspro) wel degelijk samenwerkt met Panasonic en vaker acties voor Panasonic organiseert. Volgens de RCC heeft Panasonic onvoldoende weersproken dat Buspro in opdracht van verweerder werkt (namelijk alleen via een inhoudelijke e-mail “buiten het dossier om” en de RCC slaat daar geen acht op). De Commissie is van oordeel dat het de verantwoordelijkheid van Panasonic is om er op toe te zien dat reclame van een in opdracht van haar uitgevoerde actie in overeenstemming is met de Nederlandse Reclame Code. Panasonic houdt essentiële informatie achter die de gemiddelde consument nodig heeft om en geïnformeerd besluit over een transactie te nemen en handelt in strijd met artikel 7 en 8.3 aanhef en onder c NRC.

RB 1211

Apparaat inclusief kaart Topo

RCC 24 oktober 2011, dossiernr. 2011/00561 (ANWB Wandel GPS)

Uiting: “Apparaat inclusief kaart Topo Benelux t.w.v. € 119,-. De informatie is gratis geïnstalleerd.”  Waarbij klager een unieke registratiecode ontving, deze heeft - blijkbaar geen nut, nu blijkt. Strijd met art. 7 NRC.

In citaten:
Klager stelt dat, om de functionaliteit ‘mapsource’ op het apparaat te verkrijgen, een DVD diende te worden aangeschaft voor een bedrag van € 119,-, voor welke DVD hij bij de aanschaf van het apparaat wel een registratiecode heeft ontvangen, die echter zonder de (niet meegeleverde) DVD nutteloos bleek. Deze stelling is door adverteerder niet betwist.
Wel is door adverteerder gesteld dat het betreffende apparaat geleverd wordt met een interne kaart en dat het apparaat aldus geen demo-versie is. Omtrent de in de reclame-uiting genoemde waarde van deze interne kaart heeft adverteerder echter, tegenover het op dit punt door klager gestelde, geen onderbouwing of toelichting gegeven.

Gelet op het voorgaande acht de Commissie het onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de interne kaart (zonder de DVD die klager alsnog voor € 119 moet aanschaffen om de functie ‘mapsource’ te kunnen gebruiken) een waarde heeft van € 119,-, zoals in de uiting staat.
 
Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de voornaamste kenmerken van het product zoals bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC), te weten de voordelen. Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consu­ment door de reclame ge­bracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te ne­men, dat hij anders niet zou hebben genomen. Aldus is sprake van misleidende en daar­door oneerlijke reclame in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1167

Optreden tegen boete Consumentenautoriteit

Rechtbank Rotterdam 5 oktober 2011, LJN BT6751 (Mikro-Electro B.V. tegen Consumentenautoriteit)

De Consumentenautoriteit (CA) heeft een aantal ondernemingen die consumentenelektronica verkopen beboet wegens overtreding van artikel 8.8 Whc jo 6:193c, 1 onder g BW wegens het, bij verkoopgesprekken of als een consument na de fabrieksgarantietermijn een defect product ter reparatie aanbiedt, verstrekken van misleidende informatie aan consumenten over zijn wettelijke rechten op kosteloos herstel of vervanging bij non-conformiteit. De CA heeft deze overtreding vastgesteld op basis van het door de ondernemingen gevoerde beleid, zoals dat is gebleken uit de met de directies gevoerde gesprekken. Verder heeft de CA aan de hand van verklaringen van een aantal filiaalleiders, een aantal mysteryshoppings en een aantal verklaringen van consumenten die een klacht bij ConsuWijzer hadden ingediend over de onderneming, vastgesteld dat uitvoering werd gegeven aan dit beleid. Verder heeft de CA aangekondigd de boetebesluiten conform zijn beleid te publiceren.

De voorzieningenrechter concludeert dat de boeterapporten voldoende grondslag bieden voor het opleggen van de boetes. Het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is dat de boetebesluiten rechtmatig zijn. Hierin is daarom geen beletsel gelegen om de boetebesluiten te publiceren. Ook in wat verzoeksters overigens hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de publicatie van de boetebesluiten onevenredig te achten. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.

Ook het feit dat verweerders onderzoek in de consumentenelektronicabranche in eerste instantie was gericht op de verkoop van bijkoopgaranties staat er naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter niet aan in de weg dat verweerder uit de onderzoeksgegevens conclusies heeft verbonden ten aanzien van de wijze waarop verzoekster omgaat met het verstrekken van informatie over garantie, conformiteit en het recht op herstel of vervanging, nu de onderzoeksresultaten op zich verweerders conclusies hierover kunnen dragen.

Nu naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter de aan het sanctiebesluit ten grondslag gelegde onderzoeksbevindingen voldoende basis bieden voor de vaststelling dat verzoekster door haar beleid feitelijk onjuiste of misleidende informatie als bedoeld in artikel 6:193c, eerste lid, aanhef en onder g, van het BW heeft verstrekt aan consumenten is er sprake van een overtreding van artikel 8.8 van de Whc, en met welke overtreding verzoekster de collectieve consumentenbelangen heeft geschonden of kon schenden. Daarmee staat naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter vast dat verweerder in beginsel de bevoegdheid toekomt om handhavend op te treden.

Verweerder heeft gekozen voor een boete, omdat de vastgestelde overtreding naar zijn aard aanzienlijke schade kan toebrengen aan het consumentenvertrouwen, en daarom is volgens verweerder een punitieve sanctie, mede gezien de speciale en generale preventieve werking daarvan gepast.

RB 1115

Eigenschap van water

RCC 18 augustus 2011, dossiernr. 2011/00599 (Watervision LED / onderwaterverlichting)

Onjuiste vergelijking LED lamp onderwaterverlichting. Uitingen: 1. Een uiting op www.watervision.nl over WaterVision15 LED Onderwaterverlichting. 2. De brochure “Onderwaterverlichting 2011” (pdf).

Klager ontwikkelt en produceert LED onderwaterverlichting en stelt dat adverteerder onjuiste informatie geeft over voornaamste kenmerk, lichtopbrengst in Lumen. De Lumen waardes die adverteerder toekent aan zijn verlichting zijn technisch onmogelijk.

Adverteerder stelt dat hij de hierboven bedoelde hoge lichtopbrengsten kan halen door toepassing van de zelf verzonnen “NanoPower®Modulatietechniek”. Deze term gebruikt adverteerder als iets wat zij door wetenschappelijk onderzoek heeft uitgevonden, terwijl het simpelweg om een eigenschap van water gaat, te weten de geleiding van licht door water. Door het gebruik van deze quasiwetenschappelijke, misleidende term is sprake van strijd met artikel 10 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). 

Commissie: adverteerder legt het begrip "Lumen" zelf uit en Meer licht via eigenschap van water is misleidend. strijd met art. 7 resp. artikel 7 en 10 NRC.

Commissie - klacht 1 Naar de Commissie begrijpt, geeft adverteerder een eigen uitleg aan het begrip Lumen, anders dan bovenstaande. Daarbij merkt adverteerder niet de LED, maar “de bak met water c.q. het zwembad” als lichtbron aan en berekent hij het aantal Lumen via “terugrekenen tot de puntbron, op basis van frequentieomzetting”.

Commissie - klacht 2 Ter onderbouwing en nadere toelichting van zijn klacht heeft klager onder meer gesteld dat de technieken die de fabrikant gebruikt ter modificatie van het licht van de lichtbron, geen invloed hebben op de lichtstroom, uitgedrukt in Lumen. Voorts heeft klager meegedeeld dat waar in het verweer wordt gesteld dat door de Nanopower Technology gemiddeld meer dan 5 keer zoveel licht overblijft, wordt uitgegaan van een vergelijking tussen traditioneel warmwitte halogeenlampen en helderwitte LED lampen, en dat dit uitgangspunt onjuist is, omdat het spectrum van de halogeenlampen veel rood bevat, waardoor, gezien de eigenschappen van water op het gebied van absorptie, van de helderwitte LED lamp onder water duidelijk meer licht overblijft dan van de halogeen onderwaterlamp.
 
Tegenover bovenbedoelde gemotiveerde betwisting van de juistheid van voornoemde suggestie heeft adverteerder niet, althans onvoldoende, aannemelijk gemaakt dat deze suggestie juist is. In zoverre gaat de brochure gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de voordelen van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de bestreden uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is deze uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1071

Geen dongel bij Glasvezel aansluiting

RCC 20 juli 2011, Dossiernr. 2011/00536 (KPN Mobiel Internet Prepaid)

Reclamerecht. Aanprijzing van Mobiel Internet Prepaid bij vaste internetaansluiting op website en in handleiding. Klager stelt dat het gratis datategoed van 50 MB, zoals aangeprezen in uitingen, niet geldt voor Glasvezel aansluiting. Dit staat niet vermeld op website of in handleiding. Verweerder stelt dat klager het product niet heeft besteld door het genoemde telefoonnummer te bellen. Hierdoor heeft hij verkeerde variant van product ontvangen, welke niet bij de Glasvezel aansluiting behoort. Biedt klager aan om alsnog kosteloos gebruik te maken van de dongel met gratis datategoed.
Commissie oordeelt dat in uitingen er geen melding van wordt gemaakt dat Mobiel Internet Prepaid uitsluitend betrekking heeft op ADSL internet en niet op Glasvezel. Sprake van onduidelijke informatie t.a.v. gebruiksmogelijkheden product (art. 8.2 aanhef en onder b NRC). Strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling. Klacht m.b.t. handleiding wordt afgewezen nu niet duidelijk is of deze voor de koop geraadpleegd kan worden.

In de bestreden uitingen op de website van adverteerder wordt Mobiel Internet Prepaid aangeprezen als mogelijkheid “naast uw vaste internetaansluiting”, “met een internetabonnement van KPN” en “naast je internet voor thuis”. Er wordt geen melding van gemaakt dat dit alleen ADSL aansluitingen betreft en Mobiel Internet Prepaid niet mogelijk is in combinatie met een glasvezelaansluiting van KPN.

Gelet op het vorenstaande gaan de bestreden uitingen op de website gepaard met onduidelijke informatie ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 7; art. 8.2 aanhef en onder b

RB 1070

Te beperkt beschikbaar

RCC 20 juli 2011, Dossiernr. 2011/00529 (Bart Smit) 

Reclamerecht. Aanbieding van Fisher Price (FP) digitale camera in online folder van Bart Smit geldig op 2, 3 en 4 juni. Klaagster stelt dat zij om 9.00 uur online deze camera wilde bestellen maar werd via de link in de folder naar een andere, merkloze, camera geleid. Acht uiting misleidend, omdat er te weinig FP camera's op voorraad waren. verweerder stelt verrast te zijn geweest door verkoopsucces FP camera. Beschikbare voorraad was onvoldoende en daarom is vervangende camera aangeboden.

Commissie oordeelt dat onweersproken is gesteld dat FP camera om 9.00 uur op de eerste actiedag al niet meer verkrijgbaar was. Ondanks vermelding op=op moet aan het begin van actie camera in zekere mate verkrijgbaar zijn. Dit is niet door verweerder aangetoond. Sprake van onduidelijke informatie over de beschikbaarheid van het product (art. 8.2 aanhef en onder b NRC). Strijd met art. 7 NRC. Aanbieden vervangende camera leidt niet tot ander oordeel. Doet aanbeveling.

Klaagster heeft onweersproken gesteld dat de digitale camera van Fisher Price op de eerste actiedag om 9.00 uur niet meer te verkrijgen was. Het feit dat het een actie betrof en in de uiting “op=op” is vermeld, duidt erop dat sprake is van een beperkte beschikbaarheid. Dit neemt echter niet weg dat het aangeboden product althans aan het begin van de actie in een zekere mate verkrijgbaar moet zijn. Het had op de weg van adverteerder gelegen om dit aan te tonen, wat zij niet heeft gedaan. Adverteerder heeft slechts gesteld verrast te zijn geweest door het verkoopsucces van de Fisher Price camera.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.2 aanhef en onder b