RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Electronica  

RB 1424

Voor een Nederlandse set betaal je 28 euro extra

Vz. RCC 31 mei 2012, dossiernr. 2012/00389 (Videopartner.nl)

(Tele) communicatie technologie. Misleidende reclame. Ontbrekende informatie. De website www.videopartner.nl bevat de aanbieding van een Siemens Gigaset SL785 duo.

De klacht zegt dat de na de aankoop van dit product het toestel niet in de Nederlandse taal kan worden ingesteld, omdat het niet bestemd is voor de Nederlandse markt. Uit navraag blijkt ook dat voor een Nederlandse set € 28,- extra moet worden betaald. Volgens klager mag je er als klant mag je ervan uitgaan dat producten van een Nederlandse webwinkel ook voor die markt geschikt zijn. 

De voorzitter oordeelt dat indien een product wordt aangeboden op een website, welke specifiek op de Nederlandse markt is gericht, de consument erop mag vertrouwen dat het een product is welke ook geschikt is voor de Nederlandse markt.

Vaststaat is dat er enkel een dergelijk product wordt gelevert tegen een meerprijs, waardoor er sprake is van een omissie zoals bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. De uiting is derhalve misleidend. De voorzitter concludeert dan ook dat de reclame-uiting in strijd is met artikel 7 NRC. De klacht wordt toegewezen.

RB 1414

Pinnen in gemakswinkels geen tabaksreclame

Vz (afwijzing) RCC 22 mei 2012, dossiernr. 2012/00449 (Pin en win 2012 bij tabakswinkel)

Klacht: De aanbeveling om “bij uw gemaks- en tabakswinkel” te pinnen en kans te maken op een geldbedrag kan worden gezien als een indirecte reclame voor tabak. De commercial is daarom in strijd met “de reclamecode”.

Verweer: De commercial heeft tot doel het pinnen te stimuleren, ongeacht de hoogte van het bedrag en bij elk type zaak waar door consumenten wordt afgerekend, omdat pinnen veiliger en efficiënter is. Uit de actievoorwaarden (artikel 3.2) blijkt dat het in de gemaks- en tabakswinkel te winnen prijsbedrag van 250 euro niet mag worden besteed aan tabaksproducten.

Naar het oordeel van de voorzitter blijkt echter uit tekst en beeld voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat de televisiecommercial tot doel heeft het pinnen bij gemaks- en tabakswinkels te stimuleren en geen aanprijzing inhoudt van deze winkels en/of de in deze winkels verkrijgbare tabaksproducten. Met betrekking tot de pin-en-winactie kan evenmin worden geoordeeld dat sprake is van tabaksreclame, nu uit de actievoorwaarden, waarnaar in de commercial wordt verwezen, blijkt dat de te winnen prijs bestaat uit producten uit de betreffende gemakswinkel tot een bedrag van 250 euro met uitzondering van tabaksproducten en tabaksgerelateerde producten.

RB 1402

Voldoende inschrijvingen voor aanleg glasvezel

RCC 7 mei 2012, (Voldoende inschrijvingen glasvezel), Reggefiber dossiernr. 2012/00296, XS4All dossiernr. 2012/00339
KPN dossiernr. 2012/00340.

In diverse uitingen  wordt uitgelegd dat er voldoende inschrijvingen moeten zijn in de woonplaats van klagers om glasvezel aan te leggen. Reggefiber wil pas glasvezel aanleggen bij minimaal 30% deelname van de huishoudens in het gebied. XS4All en KPN werken met Reggefiber samen en kunnen geen diensten aanbieden via de andere aanbieder, de (non-profit) Stichting Kabelnet Veendam (SKV) die sinds januari 2012 is gestart met de aanleg van de glasvezelverbinding. Er is strijd, in alledrie de gevallen, met artikel 7 en 8.2 onder e NRC.

Reggefiber-dossier
Door de zinsnede “Schrijft u zich nu niet in voor glasvezel, dan kan het jaren duren voordat Veendam en Wildervank weer aan de beurt zijn” wordt de indruk gewekt dat in genoemde plaatsen de komende jaren in het geheel geen glasvezelnetwerk wordt aangelegd als men zich nu niet daarvoor inschrijft bij Reggefiber. Als onweersproken is echter komen vast te staan dat Reggefiber niet de enige aanbieder van glasvezelnetwerk in Veendam en Wildervank is en dat de aanleg van glasvezel door SKV reeds is gestart. Strijd met art 7 en 8.2 onder e NRC.

XS4All-dossier

XS4ALL werkt voor de uitrol van glasvezel samen met het bedrijf Reggefiber, dat de bouw en uitrol van het glasvezelnetwerk verzorgt. In de uiting zegt XS4ALL glasvezel internet aan te bieden als 30% van het gebied zich voor glasvezel inschrijft.

Door de aanhef “Schrijf u nú in” en de zinsneden “Wordt de benodigde 30% niet gehaald, dan duurt het minimaal vijf jaar voordat uw woonplaats weer aan de beurt is. Schrijf u daarom nu in” wordt de indruk gewekt dat in klaagsters woonplaats de komende vijf jaar geen glasvezelnetwerk wordt aangelegd als men zich nu niet daarvoor inschrijft via XS4ALL. Als onweersproken is echter komen vast te staan dat in klaagsters woonplaats Veendam een andere aanbieder reeds met de aanleg van glasvezel is gestart. Strijd met art. 7 en 8.2 onder e.


KPN-dossier:
Uit eerdere communicatie volgt dat KPN zijn diensten aanbiedt over het glasvezelnetwerk van Reggefiber. KPN kan zijn diensten niet aanbieden over het netwerk van SKV.

Door de zinsneden “Uw inschrijving kan beslissend zijn voor de aanleg van glasvezel in Wildervank. Alleen als alle inwoners samen op 25 maart voldoende interesse hebben getoond, wordt er glasvezel aangelegd” wordt de indruk gewekt dat in klagers woonplaats in het geheel geen glasvezelnetwerk wordt aangelegd als men zich nu niet daarvoor inschrijft via KPN. Als onweersproken is echter komen vast te staan Reggefiber, via wiens glasvezelnetwerk KPN zijn diensten kan aanbieden, niet de enige aanbieder van glasvezelnetwerk in Wildervank is en dat de aanleg van glasvezel door SKV reeds is gestart.

RB 1397

Verfresten in een vaatwasser

Vz (toewijzing) 24 april 2012, dossiernr. 2012/00330 (Verfkwasten in Miele)

In een commercial worden verfkwasten, een palet en potjes met verfresten in de vaatwasser gedaan. Dit is in strijd met de milieuwetgeving. Door de reclame zouden meer mensen op het idee kunnen komen verfresten door het riool te spoelen. Als verweer wordt aangegeven dat gebruik is gemaakt van natuurverf.

De voorzitter oordeelt dat de gemiddelde consument zal uitgaan van de in het algemeen gebruikte verven, nu er niets over de soort gebruikte verf wordt gebruikt. Er is strijd met de wet (artikel 10.1 lid 2 van de Wet milieubeheer - verbod om zodanige handelingen met betrekking tot afvalstoffen te verrichten of na te laten waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan) en tv-commercial in strijd met het openbaar belang.

Ingevolge artikel 10.1 lid 2 van de Wet milieubeheer is het een ieder verboden om zodanige handelingen met betrekking tot afvalstoffen te verrichten of na te laten waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) ontstaan. Het in een vaatwasser reinigen van gebruikte verfartikelen dient te worden aangemerkt als een verboden handeling als bedoeld in deze bepaling. Verf bevat immers over het algemeen stoffen die bezwaarlijk zijn voor het (water)milieu. Of dat ook het geval is bij “natuurverf”, waarvan volgens Miele in de commercial gebruik wordt gemaakt, kan in het midden blijven, nu over het soort gebruikte verf in de commercial niets wordt gezegd. De gemiddelde consument zal uitgaan van de in het algemeen gebruikte verven.

Consumenten kunnen door de commercial ertoe gebracht worden om, in strijd met genoemde wettelijke bepaling, gebruikt verfmateriaal te reinigen in een (Miele) afwasautomaat. Om deze reden acht de voorzitter de televisiecommercial in strijd met het algemeen belang als bedoeld in artikel 3 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

TV-Commercial is hier nog te vinden: YouTube.

RB 1390

Adviseert u geen alternatieven te gebruiken...

Rechtbank Rotterdam 29 februari 2012, LJN BW4623 (AGIB tegen LELY c.s.)

Misleidende mededelingen omtrent producten die samenhangen met melkrobots.

Agib handelt in, onder meer, producten die samenhangen met het gebruik van melkrobots, zoals uierverzorgingsmiddelen, reinigingsmiddelen en desinfecteermiddelen. Lely c.s. vermarkt melkrobots via een franchiseformule en verzorgingsmiddelen via haar eigen opgeleide adviseurs die in SRV-achtige vrachtwagens door heen Nederland rijden. Nu vordert AGIB verbod tot het doen van misleidende mededelingen over verzorgingsmiddelen in het bijzonder over de geschiktheid om te worden gebruikt bij Lely's merkrobots.

Een verkoopbrochure valt ook onder de werking van 6:194 BW. De navolgende mededeling is niet onrechtmatig omdat het misleidende karakter ontbreekt: uiting a) "De lijst uierspraymiddelen, die geadviseerd worden, zijn samen met Lely bepaald. CA FNZ Agri en Lely hebben door de jarenlange samenwerking een reeks met kwalitatief hoogstaande producten opgesteld. Het advies is maatwerk. De Lely-monteur zal uw Lely A-3 Astronaut afstellen op het geadviseerde uierspraymiddel".

De tweede uiting, het advies om geen alternatieven te gebruiken*, is suggestief. Dat betekent dat in elk geval degene van wie het stuk uitgaat onrechtmatig jegens Agib heeft gehandeld. Daarom dient deze tekst te worden rechtgezet middels een rectificatie. De gevorderde rectificatie wordt, na een niet onredelijk bezwaar, aangepast, omdat de voorsteltekst impliciet vervat de aanprijzing van het product van Agib.

Verder wordt een uitgebreide exercitie gedaan omtrent de misbruik van de machtspositie in een mededingingsrechtelijk kader en de producten die samenhangen met melkrobots.
* Uiting b)"Lely adviseert u geen alternatieven te gebruiken. De verkoopprijzen worden bepaald door Lely. "

In citaten:
4.2.1. (...) Agib noemt het stuk waarin deze zijn opgenomen (zie 2.11) een verkoopbrochure, Lely meent dat het een handleiding betreft, die in zeer besloten kring slechts wordt verschaft aan degenen die al een melkrobot hebben aangeschaft. De mededeling is dus, volgens Lely, niet openbaar gemaakt in de zin van art. 6:194 BW.

4.2.2 De rechtbank is met Agib van mening dat het onder 2.11 bedoelde stuk binnen het bereik van art. 6:194 BW valt, ook als juist is dat dit slechts aan de melkveehouders die een melkrobot type A3 Astronaut hebben aangeschaft is/wordt verstrekt. Dat het een mededeling omtrent een goed dat door Lely wordt aangeboden betreft staat vast, evenals de omstandigheid dat deze is gedaan in de uitoefening van haar bedrijf. Uit de tekst als geciteerd volgt, dat het geen "handleiding" in de normale zin van het woord betreft, nu de gewraakte mededelingen geen instructies bevatten aangaande het door de melkveehouder te maken gebruik van zijn melkrobot.

Gelet op de ratio van deze bepaling moet openbaarmaking in de zin van art. 6:194 BW niet te eng worden opgevat en het betreft hier een mededeling aan het publiek, al gaat het daarbij slechts om een beperkt aantal personen. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden nopen heeft Lely niet aangevoerd.

Dat betekent, dat Lely onrechtmatig heeft gehandeld jegens Agib als zij voldoende onderbouwd heeft gesteld dat van misleidende mededelingen sprake is. In dat geval wordt toegekomen aan de bewijslastverdeling als in art. 6:195 BW bedoeld, te weten dat het aan Lely is om te bewijzen dat de mededelingen waarop het misleidende karakter berust juist en volledig zijn.

4.2.4 Ad b. Het advies om geen alternatieven te gebruiken acht Agib suggestief. De suggestie wordt gewekt dat het product van een ander merk inferieur is; het afraden wekt de indruk dat schade zal ontstaan. De indruk wordt, volgens Agib, gewekt dat het advies specialistisch en onafhankelijk is, terwijl het wordt gegeven door verkopers van Lely.

Lely meent dat geen suggestie omtrent inferioriteit in de mededeling te lezen valt. Deze paragraaf gaat over uierverzorgingsmiddelen en gebruik daarvan luistert nauw. Hoewel er op zich geen bezwaar bestaat tegen gebruik van middelen van ander fabricaat wordt dit advies gegeven, omdat Lely niet van de precieze samenstelling van de producten van haar concurrenten op de hoogte is en niet gehouden is zich daarin te verdiepen.

Een gemiddeld geïnformeerde, normaal oplettende melkveehouder leest, naar het oordeel van de rechtbank, in de mededeling geen bedekte aantijging dat de middelen van Agib inferieur zouden zijn leest en evenmin een bewering dat de verkoper onafhankelijk zou zijn.

De rechtbank is wel met Agib eens dat de tekst bij een dergelijke lezer de suggestie wekt dat het onverstandig zou zijn om een ander product dan dat van Lely te gebruiken. De door Lely gegeven verklaring is niet voldoende om deze tekst te rechtvaardigen. Met name valt niet in te zien dat de onbekendheid met de precieze samenstelling van de producten van de concurrent -waarin Lely zich inderdaad niet hoeft te verdiepen, hoewel zij dat uiteraard wel zou kunnen- noopt tot deze formulering. De opmerkingen over reinigingsmiddelen kunnen, wegens gebrek aan relevantie op dit punt, onbesproken blijven.

Bewijslevering is, gelet op het vorenstaande, niet aan de orde, omdat geen sprake is van betwiste relevante feiten. Dat betekent dat in elk geval degene van wie het stuk uitgaat onrechtmatig jegens Agib heeft gehandeld. Daarom dient deze tekst te worden rechtgezet, nu dat de vorm van genoegdoening is die Agib vordert en in dit geval ook bij uitstek geschikt is. Lely heeft echter bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde tekst; dat bezwaar is, gelet op de in die voorsteltekst impliciet vervatte aanprijzing van het product van Agib, niet onredelijk.

De rechtbank zal daarom, bij gelegenheid van een te gelasten comparitie van partijen, met partijen overleggen over een adequate rectificatie. Daarbij kan ook aan de orde zijn wat de precieze rol van Lely West en Lely Consumables in dit kader is, een en ander met het oog op de vraag tot wie een verklaring voor recht, veroordeling en/of gebod zich moet richten.

RB 1372

Afbeelding op verpakking

RCC 3 april 2012, dossiernr. 2012/00139 (Afbeelding op verpakking)

Klager meent dat door op de verpakking twee mokken en een verpakking Senseo koffiepads af te beelden wordt, de suggestie gewekt dat deze ook in de doos zitten.

De Commissie is van oordeel dat het enkele feit dat, naast het apparaat, op de verpakking tevens twee mokken en een zak koffiepads zijn afgebeeld, er niet toe leidt dat sprake is van misleidende reclame. Naar haar oordeel zal de gemiddelde consument, wanneer op een verpakking naast het product waar het om gaat, tevens andere elementen zijn afgebeeld, in het algemeen niet verwachten dat alle afgebeelde producten in de verpakking aanwezig zijn. In het onderhavige geval zal de gemiddelde consument begrijpen dat de afgebeelde kopjes en (zakken) koffiepads dienen ter nadere informatie met betrekking tot de wijze van het gebruik van het apparaat.

RB 1368

Penny for your thoughts...

Vz (afwijzing) RCC 28 maart 2012, dossiernr. 2012/00243 (ING App)

Voldoende duidelijk dat er sprake is van beperking van de functionaliteiten van de app?

Het betreft de televisiecommercial waarin de Mobiel Bankieren App van ING wordt aangeprezen. Te zien is hoe een jongen, in de bergen, en een meisje, thuis, op de gezongen tekst “A penny for your thoughts, a nickel for a kiss, a dime if you tell me that you love me” door middel van de ING App respectievelijk 1 cent, 5 cent en 10 cent naar de rekening van de ander overboeken. Bij de ING App blijkt het minimale bedrag dat kan worden overgeschreven €1,00 te zijn.

Het verweer: overschrijvingen van betaal-naar-betaalrekening is mogelijk vanaf 1 cent. Klager doelt op de overschrijving van een betaal-naar een spaarrekening (of andersom), in dat geval is het minimumbedrag inderdaad 1 euro. Nu de getoonde personen naar elkaars rekening geld overmaken is het voldoende aannemelijk geworden dat overschrijving van de getoonde bedragen mogelijk is. De klacht wordt afgewezen.

RB 1367

Een overlegde reconstructie van een videobewerking

Vz (afwijzing) 13 maart 2012, dossiernr. 2012/00173 (Windows 7)

In een televisiereclame voor Windows 7/Live Movie Maker wordt een dansende vader getoond. De klager acht dat de wijze en snelheid waarop in deze video een opname van een mobiele telefoon wordt verzonden naar en bewerkt op een laptop onmogelijk en daardoor misleidend.

Middels een overlegde reconstructie van een videobewerking is getoond dat het mogelijk is om de effecten zoals getoond te bewerkstelligen. Het is ook voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat - gelet op de beperkte duur van tv-commercials - een bewerking meer tijd in beslag neemt.

De voorzitter acht voldoende aannemelijk gemaakt, onder meer door de door adverteerder overgelegde reconstructie van een videobewerking, dat het mogelijk is om met het door gebruikers van Windows 7 te downloaden videobewerkingsprogramma Windows Live Movie Maker de effecten die in het filmpje in de commercial worden getoond te bewerkstelligen. Voorts is de voorzitter van oordeel dat het voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk is dat het bewerken van een video-opname in werkelijkheid meer tijd in beslag neemt dan in de commercial, gelet op de beperkte duur daarvan, kan worden getoond.

RB 1311

Producten niet overal verkrijgbaar

Vz (afwijzing) 3 november 2011, dossiernr. 2011/00768 (Mega magazijn opruiming: producten niet overal verkrijgbaar)

Het betreft een reclamefolder in verband met de “Mega magazijn opruiming”. In deze folder wordt onder meer een “Samsung G2 Harddisk 320 Gb” (hierna: het product) aan­geboden voor € 18,75. Op de desbetreffende pagina van de folder staat onder meer: “Producten niet overal verkrijgbaar”. De actie was geldig van 9 augustus 2011 tot en met 21 augustus 2011. Op de ingangsdatum was klager als eerste in de winkel, echter het product bleek uitverkocht te zijn, evenals in andere filialen.

Naar het oordeel van de voorzitter heeft adverteerder aannemelijk gemaakt dat het product op 9 augustus 2011 in verschillende filialen nog beschikbaar was. Gelet op het vorenstaande en gezien het feit dat onderaan de voorpagina van de folder duidelijk staat “Producten niet overal verkrijgbaar”, acht de voorzitter de klacht ongegrond.  

RB 1260

Modern warfare voor kinderen te schokkend?

RCC 8 december 2011, dossiernr. 2011/01073 (Call of Duty Modern Warfare 3)

De televisiecommercial voor een spel genaam Call of Duty Modern Warfare 3 wordt vóór 19u uitgezonden. Dit is in lijn met de NICAM/Kijkwijzerclassificatie 6+ dus toegestaan. De klacht wordt afgewezen.

De Commissie vat het bezwaar van klager aldus op dat hij de televisiecommercial voor de game Call of Duty Modern Warfare 3 voor jonge kinderen te schokkend acht. In dit verband zal de Commissie beoordelen of de commercial, voor zover deze is uitgezonden om 18.53 uur, een tijdstip waarop kinderen ook naar de televisie kijken, in strijd is met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Daarbij wordt opgemerkt dat de Commissie, onafhankelijk van de classificatie door NICAM/ Kijkwijzer, een eigen verantwoordelijkheid heeft bij de beoordeling van de voorgelegde reclame-uiting.

Bij de beoordeling van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen stelt de Commissie zich, gelet op het subjectieve karakter van deze criteria, terughoudend op. Met inachtneming van deze terughoudendheid is de Commissie van oordeel dat de commercial weliswaar veel actie- en oorlogsgeweld laat zien, maar dat deze scènes niet dermate schokkend zijn dat door uitzending van de commercial op een tijdstip waarop ook kinderen naar de televisie kijken de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden.