Reclamedoek met tekst Webcamsex.nl achter vliegtuig op strand toegestaan
Vzr. RCC 8 september 2015, RB 2540, dossiernr. 2015/00863/A en 2015/00863/B (Reclamedoek met tekst “Webcamsex.nl” achter vliegtuig op strand is toegestaan)
Voorzittersafwijzing. Reclame webcamsex. De bestreden reclame-uiting: Het betreft een reclamesleepvlucht waarbij het vliegtuig ‘s middags boven het strand een doek sleepte met de tekst “webcamsex.nl”. De klacht: Klager stelt, samengevat, dat het ontoelaatbaar is op een zomerse zondag met veel kinderen op het strand reclame te maken voor webcamsex. Klager vindt dat zijn zoon van acht jaar van dit soort “misplaatste reclame-uitingen” verschoond dient te blijven. Bovendien is het niet toegestaan op zondag met reclame te vliegen.
Het oordeel van de voorzitter
1) De voorzitter verwijst voor het toetsingskader naar de bij deze beslissing gevoegde uitspraak van de Reclame Code Commissie in dossier 2015/00806. Ook nu geldt dat het adverteerder is toegestaan de door haar geëxploiteerde website www.webcamsex.nl aan te prijzen, en dat een terughoudende opstelling nodig is bij de toetsing van de uiting aan het criterium van de goede smaak en fatsoen, wegens de subjectieve aard van dit criterium.2) De voorzitter oordeelt, met in achtneming van het voorgaande, dat niet te verwachten valt dat de Reclame Code Commissie naar aanleiding van de onderhavige klacht tot een ander oordeel zal komen dan in dossier 2015/00806. Anders dan in dat dossier, bestaat de onderhavige reclame-uiting, voor zover de voorzitter op grond van de beschikbare foto’s kan vaststellen, slechts uit de tekst “webscamsex.nl” en ontbreekt een afbeelding. Uit de eerdergenoemde beslissing volgt dat een dergelijke uiting de grenzen van hetgeen maatschappelijk toelaatbaar dient te worden geacht niet te buiten gaat. Daarbij merkt de voorzitter op dat niet valt aan te nemen dat een boodschap via een reclamesleepvlucht een wezenlijk ander effect op het publiek zal hebben dan een billboard langs de snelweg. In beide gevallen betreft het een confrontatie met reclame in de openbare ruimte, waaraan men zich niet kan onttrekken. De Reclame Code Commissie heeft dit aspect uitdrukkelijk meegewogen bij de eerdergenoemde beslissing, maar heeft hierin geen aanleiding gezien de uiting, waarin ook het woord “webcamsex” voorkwam, ontoelaatbaar te achten.
3) Voor zover in de klacht wordt gesteld dat het op zondag niet is toegestaan door middel van een vliegtuig sleepreclame te maken, heeft adverteerder de klacht gemotiveerd weersproken. De voorzitter laat deze kwestie verder in het midden, nu de vraag of de wijze waarop via het vliegtuig reclame is gemaakt in overeenstemming is met de specifieke bepalingen van de Regeling slepen en reclamesleepvliegen, niet ter beoordeling staat van de Reclame Code Commissie. Het betreft specifieke voorschriften waarin van overheidswege is gereguleerd onder welke voorwaarden reclamesleepvluchten zijn toegestaan. Het behoort niet tot de taak van de Reclame Code Commissie dergelijke regels te toetsen en te handhaven. Klager zal zich dienaangaande tot de betrokken toezichthouder dienen te wenden.
4) De voorzitter merkt nog op dat klager bij e-mail van 27 augustus 2015 nader is ingegaan op de kwestie van het sleepvliegen zonder dat hij daartoe in de gelegenheid was gesteld. Aan klager is vervolgens bericht dat deze reactie om procedurele redenen niet aan het dossier werd toegevoegd, waartegen hij bij e-mail van 2 september 2015 ‘bezwaar’ heeft gemaakt. De voorzitter volstaat op dit punt met op te merken dat hetgeen klager nader wenst aan te voeren met betrekking tot de vraag of is voldaan aan de voorschriften van het sleepvliegen, terecht buiten beschouwing is gelaten. Klager was immers niet in de gelegenheid gesteld tot het geven van een nadere reactie. Geheel terzijde merkt de voorzitter op dat op grond van hetgeen onder 3) is vermeld een andersluidende procedurele beslissing klager niet zou hebben gebaat.De beslissing van de voorzitter
Gelet op het bovenstaande wijst de voorzitter de klacht af.
Aanbeveling. Vergelijkende reclame. De uiting: A. een uiting in de Vomar Voordeelkrant, waarin een kassabon voor bij Deen Julianadorp op 28 april 2015 gekochte artikelen wordt vergeleken met een kassabon van gelijke datum voor dezelfde (soort) artikelen van Vomar Julianadorp. Het totaalbedrag van de kassabon van Deen is € 80,24 en het totaalbedrag van de kassabon van Vomar is € 72,50. Boven de kassabonnen (en elders in de folder) staat: “Vomar Voordeelmarkt, altijd de laagste prijs”. B. een abriposter in Julianadorp, waarop onder de tekst ”Dit is de nieuwe Vomar” de onder A omschreven kassabonnen van Deen en Vomar zijn afgebeeld. C. de achterzijde van kassabonnen van Vomar waar staat: “8.000 producten voor de laagste prijs. Niet één keer, maar altijd. Dat is de nieuwe Vomar.”
Onrechtmatige publicatie. Eiser heeft in Het Parool een advertentie geplaatst voor zijn praktijk die volgens de voorzitter van de Reclame Code Commissie [
Reclamerecht. Oneerlijke handelspraktijk. Verzoeker Luc Vanderborght is sinds 1985 gevestigd als erkend tandarts en gespecialiseerd in cosmetische en implantaatbehandelingen. Hij behandelt zowel klanten uit Beglië als uit andere EULS. Hij wordt ervan verdacht tussen 1 maart 2003 en 24 januari 2014 reclame te hebben gemaakt voor zijn praktijk door middel van een reclamezuil ‘van onbescheiden afmeting’ en andere verboden reclamepraktijken (verspreiden brochures, plaatsen advertenties in dagbladen, het beloven van voordeeltjes, ‘ronselpraktijken’, het openen van een website met reclameuitingen) te hebben verricht. Al in 2003 heeft het Verbond der Vlaamse Tandartsen (VVT) een klacht tegen verzoeker ingediend wegens zijn reclameactiviteiten. Verzoeker was tot 2003 lid van deze overkoepelende organisatie en doceerde aan het nascholingsinstituut van het VVT. Deze procedure eindigt in maart 2010 door een vordering tot buitenvervolgingstelling van het Belgische OM. Maar in mei 2010 dient VVT opnieuw een klacht in omdat verzoeker niet is gestopt met zijn reclameactiviteiten, maar ‘zich steeds verder waagt en alsmaar meer stoutmoedig wordt met zijn reclamevoering’. Belgische OM heeft de onderhavige procedure op 06-02-2014 geopend. Op grond van een wet uit 1958 mag in België geen reclame voor tandartspraktijken gemaakt worden. Verzoeker stelt dat deze wet in strijd is met Europees recht (recht vrije vestiging en vrij verkeer van diensten; en de Rln 2000/31, 2005/29 en 2006/123).
Voorzitterstoewijzing. Elektronische apparaten. De uiting: Het betreft de aanbieding van een pastamachine in een folder van Albert Heijn. Deze machine wordt in de uiting omschreven als “AH Pastamachine”. Op de bijgaande afbeelding is een pastamachine te zien van het merk Marcato, type Atlas 150 wellness. In de uiting is voorts een deel van, blijkbaar, een verpakking te zien met daarop onder meer de woorden “Atlas 150 Wellness” en “Marcato”, alsmede een afbeelding van deze machine. De klacht: Klager stelt, kort samengevat, dat de actie geen betrekking blijkt te hebben op een pastamachine van het merk Marcato maar op een apparaat van het AH huismerk. Uit eigen ervaring weet klager dat er een groot verschil bestaat tussen beide machines. Bij het scannen van de barcode van het product via de AH Appie app krijgt men eveneens de Marcato machine te zien. Klager acht de uiting op grond van het voorgaande misleidend.
De uiting: Het betreft het (onder meer) op een reclamemast naast de snelweg A4 geplaatste billboard, waarop Kelly van der Veer in gehurkte houding is afgebeeld. Zij is gekleed in lingerie en houdt een vlaggenstok in haar hand met daaraan een ‘regenboogvlag’. Naast haar afbeelding staat, als het ware handgeschreven: “Proud! xxx Kelly”. Onderop, over de hele breedte van de uiting, staat in grote letters, die dezelfde kleur hebben als de vlag: “webcamsex.nl”. De klacht: Webcamsex is een privé aangelegenheid waarmee kinderen die in een auto langsrijden niet geconfronteerd hoeven te worden, aldus klager. Op een pc kan dit geblokkeerd worden, maar de reclame is overdreven groot aanwezig.
Rapport geslaagdenpercentage. Reclamerecht. De Staat en het CBR geven een gids uit, gebaseerd op het geslaagdenpercentage. Gezien de inhoud van de aan het hof overgelegde rapportage concludeert het hof dat de beoogde doeleinden door de publicatie niet/nauwelijks zullen worden gediend en dat de gids het publiek slechts een beperkt inzicht zal geven in de kwaliteit van een rijschool. Overheid handelt door publicatie van de gids in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en derhalve onrechtmatig.
Voorzittersafwijzing. De uiting: Het betreft een advertentie in De Stentor waarin adverteerder melding maakt van de volgende actie: “Koop nú uw bank en betaal géén BTW!”. De klacht: Klager stelt dat adverteerder in strijd met de Wet op de omzetbelasting handelt door te zeggen dat men bij de aankoop van een bank geen btw hoeft te betalen. Iedere particulier moet op grond van de wet over zijn aankopen btw betalen. In de uiting staat geen verwijzing dat het om een korting gaat die overeenkomt met 21% btw. Deze manier van adverteren is misleidend en druist tegen de wet in.