AH Bonusactie Syoss misleidend
Voorzitter RCC 12 mei 2011, Dossiernr. 2011/00202 (AH Bonus Syoss)
Reclamerecht. Bonusfolder AH met actie tweede product gratis van Syoss. Klager stelt dat uiting indruk wekt dat alle Syoss producten onder de actie vallen, echter de hairspray was uitgesloten. Verweerder erkent de klacht en wil product aan klager vergoeden. Voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal toewijzen. Overweegt dat er sprake is van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef en onder d NRC) en daarom in strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.
De voorzitter is van oordeel dat de Commissie de klacht zal toewijzen. Hij overweegt daartoe het volgende.
Adverteerder heeft erkend dat de advertentie als misleidend kan worden opgevat, nu deze ten onrechte de indruk wekt dat de actie “2e gratis” ook geldt voor andere Syoss producten dan de twee in de Bonusfolder afgebeelde Syoss producten Gelet hierop is sprake van onjuiste informatie over het bestaan van een specifiek prijsvoordeel als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.2 aanhef en onder d
Zie ook eerdere uitspraak over AH Bonus actie tweede product gratis (RB 887)
Hof 's-Gravenhage 17 mei 2011, KG ZA 09-1645 (Architectenweb B.V. tegen Sdu Uitgevers B.V.) met dank aan Lars Bakers en Floor de Ruijter,
Reclamerecht. Uiting van zorgverzekeraar over optimale keuzevrijheid. Klager acht uiting niet juist, nu zij geweigerd is na medeling alternatieve circuit te bezoeken. Verweerder zegt dat in uiting wezenlijk kenmerk van verzekering onder de aandacht wordt gebracht. Acht acceptatiebeleid van algemene bekendheid waardoor dit niet vermeld hoeft te worden in reclame. Commissie oordeelt dat de niet-acceptatie van klaagster de uiting niet misleidend maakt. Wijst de klacht af.
Reclamerecht. Reclame voor Keizergracht Juristen: "twintig juristen staan achter u" en "met recht de beste." Klager acht reclame in strijd met waarheid, goede smaak en fatsoen omdat er geen twintig juristen werkzaam zijn. Acht reclame oneerlijk en misleidend. Verweerder stelt dat twintig juristen hen ter beschikking staan, zij werken echter niet allemaal in loondienst, maar ook via andere samenwerkingsverbanden. Repliek en dupliek. Commissie acht klacht ongegrond nu verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij 20 juristen tot haar beschikking heeft. Ook is de slogan "met recht de beste" niet in strijd met NRC. Wijst klacht af.
Reclamerecht. Uiting voor rollator. Volgens klager is deze in strijd met fatsoen en aanzet tot misbruik ziektekostenverzekering. Verweerder zegt dat advertentie door intern misverstand is geplaatst en acht advertentie misleidend nu rollater niet uit ziektekostenpakket verdwijnt. Voorzitter oordeelt dat Comissie klacht zal toewijzen, nu er sprake is van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef
Reclamerecht. Aanbieding in huis-aan-huis folder over Childhome boxkleed en beschermrand. Klager kocht dit product, alleen ontbrak de beschermrand. Bij navraag bleek deze niet onder de aanbieding te vallen en was er sprake van een drukfout. Klager acht uiting misleidend. Verweerder stelt dat er sprake is van drukfout en na hierop door klager gewezen te zijn, dit te hebben doorgegeven aan drukkerij en de winkels om dit aan te passen. Volgens verweerder geen sprake van misleiding. Voorzitter acht de uitingen onjuist (art. 8.2. aanhef en onder b
Reclamerecht. Uiting betreft een aan klaagster gerichte brief met afspraakkaart in envelop. Klaagster heeft uiting tweemaal ontvangen en vindt de reclame opdringerig en respectloos. Ook stelt zij dat het verwarrend kan werken voor ouderen. Ook wijst zij op ja/nee-sticker op haar brievenbus. Klacht is gemotiveerd weersproken.
Reclamerecht. Folder waarin staat "onbeperkt trainen voor 15,95 per maand." Klager stelt dat deze prijs alleen geldt als jaar vooruit wordt betaald en het duurder is als per maand wordt betaald. Verweerder stelt dat dit de abonnementsprijs per jaar is en dat bij betaling per maand extra kosten in rekening worden gebracht, welke duidelijk worden aangegeven voor afsluiten. De voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal toewijzen. Nu de extra kosten niet in uiting worden vermeld, is er sprake van een omissie (art. 8.3 aanhef en onder c