RB

Algemene regels  

RB 1180

Achteraf opsturen van actievoorwaarden

Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2011, LJN BU2117 

Actievoorwaarden. Overeenkomst tot levering gas en elektriciteit. Vordering tot betaling. Beroep van leverancier op actievoorwaarden wordt afgewezen omdat deze niet bij sluiten van de overeenkomst bekend zijn gemaakt. Leverancier heeft mogelijk bijgedragen aan voortijdige beëindiging van overeenkomst, zodat geen aanspraak kan worden gemaakt op opzegvergoeding.

[eiseres] ziet echter over het hoofd dat een dergelijke voorwaarde om gelding te hebben direct bij het sluiten van de overeenkomst bekend moet worden gemaakt en dat het achteraf opsturen van zg. Actievoorwaarden of Algemene Voorwaarden dit verzuim niet kan repareren

7. Op het verweer van [gedaagde] ten aanzien van de 1000 kWh heeft [eiseres] gezegd dat dat alleen gold wanneer [gedaagde] minstens een jaar klant van [eiseres] zou blijven. [gedaagde] heeft echter de overeenkomst na vier maanden beëindigd. [eiseres] ziet echter over het hoofd dat een dergelijke voorwaarde om gelding te hebben direct bij het sluiten van de overeenkomst bekend moet worden gemaakt en dat het achteraf opsturen van zg. Actievoorwaarden of Algemene Voorwaarden dit verzuim niet kan repareren. Nu niet is gesteld door [eiseres] dat de medewerkster van [eiseres] bij het telefonisch sluiten van de overeenkomst deze voorwaarde bekend heeft gemaakt wordt hier niet van uitgegaan, zodat er geen reden is om ten aanzien van dit punt de geluidsopname te gaan beluisteren die is gemaakt van het sluiten van de overeenkomst.

RB 1178

Reclame Code Commissie acht milieuclaims papierbedrijf APP misleidend

RCC 28 oktober 2011, Dossiernr. 2011/00811D (Stichting Greenpeace tegen Asia Pulp & Paper Group)

Met citaat van Rogier Overbeek, Mediareport 10300 De Reclame Code Commissie heeft naar aanleiding van een klacht van Greenpeace afgelopen vrijdag geoordeeld dat een grootschalige reclamecampagne van papier- en pulpfabrikant Asian Pulp and Paper Group (APP) misleidend is.

Onderwerp van de klacht was een intensief uitgezonden televisiecommercial en een in de grote Nederlandse kranten geplaatste advertentie van APP. De TV-commercial stelde dat APP een verantwoordelijke en duurzame leidende rol wil spelen door het aanplanten van bomen. De print advertentie liet een pootafdruk van een tijger zien, met daarbij de slogan ”Stap in onze voetsporen om onze inzet voor biodiversiteit te zien“. Daarbij presenteerde APP zich als opzichter van het milieu en beriep zij zich op diverse milieuprograma’s die zij zou ondersteunen. De televisiecommercial en de advertentie vermeldden echter niet dat APP in werkelijkheid een papierbedrijf is dat verantwoordelijk is voor de kap van grote hoeveelheden tropisch regenwoud in Indonesië.

RB 1177

Durex Play Vibrations

RCC 28 januari 2009, Dossiernr. 2008/01228 (Durex Play Vibrations) en dossiernr. 2008/01228A

De uiting betreft een tv-commercial waarin een intens vibrerende ring wordt gepresenteerd middels vrouwen di op het ritme van hun mondbewegingen een melodie uit een opera zingen. Hoewel geen naakt te zien is, toch suggestief.

Klacht: uitgezonden om 20:30 tijdens het programma popstars. SBS Broadcasting heeft geoordeeld dat de commercial vanaf 19:00 getoond kan worden. Geen bezwaar tegen uitzending om 20:30, maar wel vóór 20:00, adverteerder heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid.

Commissie acht het tijdstip ongeschikt en doet aanbeveling, mede gebruik makend van haar bevoegdheid voorwaarden te stellen aan het tijdstip van uitzending.

2. Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de uiting in strijd met de goede smaak en het fatsoen is, voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur. Klaagster maakt weliswaar bezwaar tegen het uitzenden van de commercial om 20.30 uur, maar nu adverteerder erkent dat de commercial ook vóór 20.00 uur is uitgezonden, acht de Commissie de klacht gegrond. Hieraan doet niet af dat de SBS Broadcasting van mening is dat de commercial vanaf 19.00 uur mag worden uitgezonden. De adverteerder heeft ten deze een eigen verantwoordelijkheid. De Commissie is voorts bevoegd te beoordelen of een bepaalde commercial in strijd met de Nederlandse Reclame Code is, dit ongeacht de mening van de betrokken exploitant over het toegestane tijdstip van uitzenden. Nu de Commissie van oordeel is dat adverteerder door het tijdstip waarop de commercial is uitgezonden in strijd met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) nieuw heeft gehandeld, zal de Commissie - gebruikmakend van haar bevoegdheid die volgt uit artikel 17 lid 1 sub g van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep - voorwaarden stellen aan het tijdstip van uitzending van de reclame.

RB 1176

Een zekere tegenspraak

RCC 12 oktober 2011, Dossiernr. 2011/00828 (Nikita Bruidsmode €35 kosten + 30% commissie onvermeld)

De website www.verkoopjetrouwjurk.nl vermeldt niet dat er naast € 35 kosten ook 30% commissie wordt berekend. Dit staat alleen in de “kleine lettertjes” van het inschrijfformulier. Klager acht dit misleidend. Commissie ziet een zekere tegenspraak, het is echter wel voldoende duidelijk toegelicht dat geen commissie in rekening wordt gebracht, dat adverteerder van de koper een hoger bedrag ontvangt is niet in strijd met aangehaalde tekst.

Commissie:
Hoewel op het eerste gezicht een zekere tegenspraak aanwezig lijkt tussen het tekstgedeelte “Bij dit soort concepten wordt er met commissie gewerkt en meestal wordt dit bij verkoop van je trouwjurk dan van jouw vraagprijs verrekend. Wij werken echter anders, bij ons ontvang je ook echt wat je voor de jurk vraagt, zie ons inschrijfformulier” en de zinsnede in het inschrijfformulier “We hanteren een commissie van 30% over uw vraagprijs (excl. BTW)”, is naar het oordeel van de Commissie geen sprake van misleiding. In het inschrijfformulier, waarnaar op de website wordt verwezen en dat via een link kan worden opgevraagd, wordt voldoende duidelijk toegelicht dat aan de inbrenger van een trouwjurk geen commissie in rekening wordt gebracht en op welke wijze de vraagprijs wordt berekend. De mededeling dat de kosten € 35 bedragen voor één jaar is derhalve niet onjuist. Aan de aanbieder van de jurk worden immers niet meer kosten in rekening gebracht en de verkoper ontvangt bij verkoop het volledige bedrag van zijn vraagprijs. Dat adverteerder van de koper een hoger bedrag ontvangt is niet in strijd met het hiervoor aangehaalde tekstgedeelte.

RB 1174

Type fiets

RCC 10 oktober 2011, Dossiernr. 2011/00753 (Dutch Lady Bike)

Reclamerecht. Herkomstfunctie van een merk. lager acht reclame misleidend over de kwaliteit en herkomst, omdat de "Dutch Lady Bike in China wordt gemaakt. Dutch Bike wordt gebruik om het type fiets te omschrijven.

Commissie:
Naast een afbeelding van een typisch Nederlandse (oma)fiets, staat de naam “Dutch Lady Bike 28 (…)”. In de omschrijving staat onder meer:
“Type: Dutch Lady Bike; Color: black”

De Commissie acht het aldus aannemelijk dat de gemiddelde consument de term ‘Dutch Lady Bike’ in de uiting zal toeschrijven aan een bepaald type fiets en niet aan de herkomst en de kwaliteit van de fiets.

RB 1173

Een of ander smeerseltje

RCC 4 oktober 2011, dossiernr. 2011/00758 (VSM Pure Lijfkracht)

Uiting betreft een tv-commercial over Arniflor "Arniflor vermindert op natuurlijke wijze de zwelling en daarmee de pijn. Pure lijfkracht noemen we dat.” Klager meent dat pure lijfkracht niet gaat over het toepassen van een of ander smeerseltje.

Verweer: het is een homeopatisch geneesmiddeld en ingeschreven bij College ter Beoordeling van Geneesmiddelen en magals zodanig worden aangeprezen. Tevens is het door KOAG/KAG goedgekeurd.

Commissie keurt klacht af:

De Commissie heeft geconstateerd dat het aangeprezen product Arniflor van VSM een door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geregistreerd homeopathisch geneesmiddel is. Krachtens de Bijzondere Reclamecode onder a dient publieksreclame voor geneesmiddelen te zijn voorzien van een geldig toelatingsstempel, afgegeven door de KOAG. Vast is komen te staan dat de bestreden reclame-uiting van een dergelijk toelatingsstempel is voorzien.
 
Goedkeuring door de KOAG betekent niet zonder meer dat de bestreden pay-off “Pure Lijfkracht” niet als misleidend in de zin van de Nederlandse Reclame Code (NRC) zou kunnen worden beoordeeld. De Commissie is echter van oordeel dat van misleiding geen sprake is, nu de aanduiding “Pure Lijfkracht” duidelijk doelt op de ondersteuning door het homeopathische middel Arniflor van het zelfherstellend vermogen van het lichaam bij blauwe plekken en kneuzingen. De klacht wordt daarom afgewezen.

RB 1171

Haal je ouders over

RCC 22 september 2011, Dossiernr. 2011/00675 (The Oddshop, www.haaljeoudersover.nl)  

Reclamerecht. Kinder en jongerencode. Een reclameuiting op de website www.haaljeoudersover.nl, en twee commercials voor vakanties die zijn te boeken bij prijsvrij.nl. In de commercial wordt gezegd "Maar ja, hoe krijg je je ouders zover om hierin te trappen. Verderop in het reclameblok zit een echte 'haal-je-ouders-over-reclame", en "Zitten je ouders klaar? Daar komt ie … En, hebben ze hem gezien? Zo niet, ga naar haaljeoudersover.nl en stuur ze de reclame."

Klacht: Minderjarigen worden aangespoord om persoonlijke gegevens van hun ouders door te geven aan adverteerder, hetgeen in strijd is met artikel 2b van de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC), en in strijd met privacy regelgeving.  

RCC meent dat KJC van toepassing is, omdat de uitingen geheel of gedeeltelijk tot kinderen zijn gericht. Dergelijke reclame mag er niet rechtstreeks toe aanzetten hun ouders of anderen te overreden tot de aankoop van producten waarvoor reclame wordt gemaakt. De website en de commercial is in strijd met deze bepaling. De RCC begrijpt dat de campagne humoristisch is bedoeld, en acht het aannemelijk dat de gemiddelde ouder deze reclame ook zo opvat. Dit is echter geen goede grond om van de KJC af te wijken, gezien de groep die door de KJC wordt beschermd (kinderen van 12 jaar en jonger). 

Slotsom: campagne is in strijd met artikel 2 sub b KJC. RCC beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige klacht afgewezen.

RB 1169

Moment dat de folder werd gedrukt

RCC 16 december 2010, dossiernr. 2010/00793-I (Geldigheid strippenkaart per 18 november beëindigd)

Misleidende informatie over invoering OV-Chipkaart en uiting in folder: "De Stadsregio Arnhem Nijmegen heeft de minister toestemming gevraagd om de geldigheid van alle strippenkaarten in de regio’s Arnhem en Nijmegen te beëindigen per 18 november 2010" Op het moment van drukken was de (gewijzigde) informatie juist, klacht wordt ongegrond verklaard.

Klacht: Onlangs heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat besloten om voor Oost-Nederland de verplichte invoering van de OV-chipkaart op te schorten tot 1-02-2011. Het was de wens van o.a. de Provincie Gelderland en de Stadsregio KAN (Knooppunt Arnhem-Nijmegen) om de strippenkaart per 18 -11-2010 af te schaffen, maar dit is niet gehonoreerd. Desondanks verspreidt de regionale (KAN)busvervoerder Breng nog folders met de mededeling dat het mogelijk in november al zover is. Aldus wordt misleidende informatie verspreid.

Verweer: Er wordt geadviseerd niet te veel strippenkaarten op voorraad te nemen, grote promotiecampagne was reeds gepland en materiaal kon niet worden aangepast.

Commissie: De in de folder onder het kopje “Strippenkaart nog beperkt geldig’’ staande tekst is niet onjuist. Deze bevat de feitelijk juiste mededeling dat aan de minister toestemming is gevraagd om de geldigheid van de strippenkaart te beëindigen per 18 november 2010. Daarmee was, op het moment dat de folder werd gedrukt, niets miszegd. In verband met de onzekerheid over de geldigheidsduur van de strippenkaart wordt geadviseerd om in afwachting van het besluit van de minister daarover niet te veel strippenkaarten in voorraad te nemen. De consument wordt slechts gemaand tot een voorzichtig uitgavenpatroon, ten aanzien van de strippenkaart. Adverteerder heeft de tekst van de eerstvolgende folder aan de gewijzigde situatie aangepast, zoals ook blijkt uit een door adverteerder overgelegd exemplaar daarvan. Gelet op het vorenstaande acht de Commissie de klacht ongegrond.

RB 1167

Optreden tegen boete Consumentenautoriteit

Rechtbank Rotterdam 5 oktober 2011, LJN BT6751 (Mikro-Electro B.V. tegen Consumentenautoriteit)

De Consumentenautoriteit (CA) heeft een aantal ondernemingen die consumentenelektronica verkopen beboet wegens overtreding van artikel 8.8 Whc jo 6:193c, 1 onder g BW wegens het, bij verkoopgesprekken of als een consument na de fabrieksgarantietermijn een defect product ter reparatie aanbiedt, verstrekken van misleidende informatie aan consumenten over zijn wettelijke rechten op kosteloos herstel of vervanging bij non-conformiteit. De CA heeft deze overtreding vastgesteld op basis van het door de ondernemingen gevoerde beleid, zoals dat is gebleken uit de met de directies gevoerde gesprekken. Verder heeft de CA aan de hand van verklaringen van een aantal filiaalleiders, een aantal mysteryshoppings en een aantal verklaringen van consumenten die een klacht bij ConsuWijzer hadden ingediend over de onderneming, vastgesteld dat uitvoering werd gegeven aan dit beleid. Verder heeft de CA aangekondigd de boetebesluiten conform zijn beleid te publiceren.

De voorzieningenrechter concludeert dat de boeterapporten voldoende grondslag bieden voor het opleggen van de boetes. Het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is dat de boetebesluiten rechtmatig zijn. Hierin is daarom geen beletsel gelegen om de boetebesluiten te publiceren. Ook in wat verzoeksters overigens hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de publicatie van de boetebesluiten onevenredig te achten. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.

Ook het feit dat verweerders onderzoek in de consumentenelektronicabranche in eerste instantie was gericht op de verkoop van bijkoopgaranties staat er naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter niet aan in de weg dat verweerder uit de onderzoeksgegevens conclusies heeft verbonden ten aanzien van de wijze waarop verzoekster omgaat met het verstrekken van informatie over garantie, conformiteit en het recht op herstel of vervanging, nu de onderzoeksresultaten op zich verweerders conclusies hierover kunnen dragen.

Nu naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter de aan het sanctiebesluit ten grondslag gelegde onderzoeksbevindingen voldoende basis bieden voor de vaststelling dat verzoekster door haar beleid feitelijk onjuiste of misleidende informatie als bedoeld in artikel 6:193c, eerste lid, aanhef en onder g, van het BW heeft verstrekt aan consumenten is er sprake van een overtreding van artikel 8.8 van de Whc, en met welke overtreding verzoekster de collectieve consumentenbelangen heeft geschonden of kon schenden. Daarmee staat naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter vast dat verweerder in beginsel de bevoegdheid toekomt om handhavend op te treden.

Verweerder heeft gekozen voor een boete, omdat de vastgestelde overtreding naar zijn aard aanzienlijke schade kan toebrengen aan het consumentenvertrouwen, en daarom is volgens verweerder een punitieve sanctie, mede gezien de speciale en generale preventieve werking daarvan gepast.

RB 1165

Gamma zegt sorry in naam van de buren

RCC 4 oktober 211, Dossiernr. 2011/00783 (GAMMA Sorry, de buren)

Uiting: een tweezijdig bedrukte, ongeadresseerde kaart met beer voorop. Achterop: “Sorry…Voor de eventuele overlast, want wij gaan de komende week verbouwen” en “Groetjes de buren” en “P.S. GAMMA geeft dit weekend namelijk heel veel korting!”. Klacht: onvoldoende als reclame herkenbaar, commissie vind het wel onmiskenbaar reclame van de Gamma en wijst de klacht  af.

De Commissie begrijpt klagers bezwaren tegen onderhavige uiting aldus, dat de uiting onvoldoende als reclame herkenbaar is als bedoeld in artikel 11.1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).
 
Artikel 11.1 NRC bepaalt dat reclame “duidelijk” als zodanig herkenbaar dient te zijn. Aan dit vereiste is voldaan als het publiek waarvoor de uiting is bestemd zonder moeite kan vaststellen dat een uiting reclame is. Naar het oordeel van de Commissie is dat bij onderhavige uiting het geval. Hoewel de voorzijde van de kaart even de indruk kan wekken dat het een gewone ansichtkaart betreft, blijkt uit de achterzijde onmis­ken­baar dat er sprake is van reclame van de Gamma. Met name de zeer in het oog sprin­gende actiecoupons maken dit duidelijk. Dergelijke coupons plegen geen onderdeel te zijn van een gewone ansichtkaart. Ook uit de verdere teksten op de achterzijde van de uiting blijkt duidelijk dat sprake is van een reclame-uiting van de Gamma. Dat deze re­clame met een knipoog is bedoeld, doet daaraan niet af. De klacht kan derhalve niet slagen.