RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Kinderen  

RB 1832

Aanbieden seksartikelen in folder ontoelaatbaar

RCC 14 juni 2013, dossiernr. 2013/00429 (Cadeau’s met een knipoog)
Kinderen. Seksuele strekking. Artikel 2 NRC. Goede smaak en fatsoen. Aanbeveling. Het betreft een huis-aan-huis verspreide folder met aanbiedingen voor de periode 2 tot en met 15 juni 2013. Op de voorzijde staat onder meer: “Vaderdag! 16 juni”. Op pagina 2 worden “Cadeau’s met een knipoog” aangeboden, waaronder: “Willy string”, “Sexy kraskaarten”, “Willy warmer”, “Trophy ‘lulletje van de week’”, “Ring for sex bel”, “Kamasutra kaarten”, “After sex tissues” en “Kamasutra toiletpapier”. Ook wordt een “Mok sexy striptease” aangeboden met daarbij de mededeling: “Gevuld met warme drank begint de striptease”.

De klacht - In de folder worden seksartikelen te koop aangeboden, terwijl het een algemene folder betreft, die ook door (jonge) kinderen zal worden gezien. Dit is in strijd met de goede smaak en de goede zeden. Het laatste geldt ook voor het zichtbaar te koop aanbieden van deze artikelen in de winkel. Klaagster wijst op het verschil met seksshops, waarbij duidelijk is wat de aard is van de bezochte winkel en op folders van bijvoorbeeld Pabo, die in een gesloten envelop worden verspreid. In dit geval lijkt klaagster ook artikel 8 van de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC) van toepassing: “Het is verboden ongeadresseerd of aan kinderen geadresseerd reclamemateriaal te (doen) verspreiden dat redelijkerwijs geacht kan worden schade toe te brengen aan de geestelijke gezondheid van kinderen”.

Het oordeel van de Commissie
Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en/of de goede zeden stelt de Commissie zich terughoudend op. Bij dergelijke normen is de invulling immers afhankelijk van de persoonlijke waardering en opvattingen van degene die met de uiting wordt geconfronteerd. In een dergelijk geval dient te worden volstaan met te beoordelen of naar de huidige algemene maatschappelijke opvattingen de uiting de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat, mede gelet op het publiek dat door de uiting wordt bereikt. Uitgaande hiervan oordeelt de Commissie als volgt.
Op pagina 2 van de folder worden in woord en beeld diverse cadeaus aangeprezen die een expliciete seksuele strekking hebben, zoals “Sexy kraskaarten”, de “Mok sexy striptease”, “Kamasutra kaarten”, “Kamasutra toiletpapier”, de “Ring for sex” en de “After sex tissues”. Voorts worden “Willy strings” en “Willy warmers” aangeboden waarmee op een kennelijk humoristisch bedoelde wijze specifiek het mannelijk ge­slachts­deel kan worden bedekt. Rechtsboven de pagina staat een afbeelding van een “Trophy” met de naam “lulletje van de week”, die onmiskenbaar een penis tijdens een erectie voorstelt.
De Commissie constateert dat adverteerder de hiervoor bedoelde artikelen aanprijst in een huis-aan-huis verspreide folder die geacht kan worden tevens voor kinderen be­stem­­de suggesties voor Vaderdag-geschenken te bevatten. De Commissie wijst in dit verband op de plakdecoratie die onderaan de bewuste pagina wordt aangeboden waar­mee men zelf serviesgoed kan decoreren, waarbij als voorbeeld het woord “papa” wordt getoond. Voorts bevat de folder een aanbieding voor “Glow in the dark sticks” en andere producten die specifiek voor kinderen lijken te zijn bedoeld.
De Commissie is van oordeel dat het naar de huidige algemene maatschappelijke opvattingen ontoelaatbaar moet worden geacht dat in een huis-aan-huis verspreide folder die mede op kinderen is gericht en die ook voor hen bedoelde aanbiedingen bevat, tevens wordt geadverteerd met producten die een expliciete seksuele strekking hebben. Dit geldt te meer, nu deze producten in het kader van “Vaderdag” worden aangeprezen, waarmee de suggestie wordt gewekt dat kinderen deze cadeaus aan hun vader kunnen geven. Dat het gaat om “Cadeau’s met een knipoog”, doet aan het voorgaande niet af.
Nu de uiting op grond van het voorgaande ontoelaatbaar dient te worden geacht wegens strijd met de goede smaak en het fatsoen, kan in het midden blijven of de uiting tevens in strijd is met het door klaagster aangehaalde artikel 8 KJC.
Klaagster stelt dat zij “het zichtbaar te koop aanbieden in de winkel van deze artikelen” ook in strijd acht met de goede smaak en de goede zeden. Dienaangaande oordeelt de Commissie dat in zoverre geen sprake is van een klacht over een concrete reclame-uiting, zodat de klacht in zoverre niet kan slagen.

De beslissing
Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 2 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst zij de klacht af.

RB 1818

Yoki drankenvergelijker is voldoende duidelijk

RCC 11 juni 2013, dossiernr. 2013/00349 (yoki drankenvergelijker)
Vergelijkende reclame. Kinderen. Vormgeving en aard product. Voldoende duidelijk. Afwijzing. Het betreft de “drankenvergelijker” op adverteerders website www.yoki.nl. In de uiting is een – uit de televisiereclame voor Yoki bekende – kat afgebeeld naast een rij glazen met verschillende dranken en een pak Yoki drink. Onder elke drank wordt de hoeveelheid suiker vermeld die de betreffende drank bevat. De kat bedient de hendel van een apparaat waarop, naast allerlei metertjes, de mededeling “Yoki 07,80 gr. suiker” is te zien.

De klacht - Door de afbeelding van een pak Yoki drink naast glazen met andere dranken wordt de indruk gewekt dat de onder de dranken staande grammen suiker voor een heel pak Yoki gelden en voor veel geringere hoeveelheden van de andere dranken. Onderin de uiting staat in kleine lettertjes, die slecht leesbaar zijn, dat de vergeleken cijfers per 100 ml zijn. Kinderen, op wie de site erg lijkt te zijn gericht, lezen nooit de kleine lettertjes. De aanduiding “drankenvergelijker” is misleidend omdat alleen de hoeveelheid suiker wordt vergeleken. Om een duidelijke en eerlijke vergelijking van de dranken te krijgen, zou ook het vetpercentage moeten worden vergeleken. De uiting is in strijd met artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code.

Het oordeel van de Commissie
2. Naar het oordeel van de Commissie is geen sprake van misleiding. In de uiting wordt voldoende duidelijk gemaakt dat de vergelijking betrekking heeft op het suikergehalte van de verschillende dranken en dat de weergegeven hoeveelheden zijn gebaseerd op grammen suiker per 100 ml. Het enkele gegeven dat van Yoki drink een pak is afgebeeld en van de andere dranken een glas wekt niet de indruk dat het voor Yoki drink genoemde suikergehalte van 07,80 gram niet de hoeveelheid per 100 ml betreft, zoals in de uiting uitdrukkelijk en naar het oordeel van de Commissie voldoende leesbaar wordt meegedeeld.
3. De Commissie acht de aanduiding “drankenvergelijker” evenmin misleidend. Met deze aanduiding wordt niet gesuggereerd dat de vergelijking van de verschillende dranken betrekking heeft op alle bestanddelen daarvan. Uit de uiting blijkt voldoende duidelijk dat de vergelijking alleen het suikergehalte betreft, om daardoor de aandacht te vestigen op het lage suikergehalte van Yoki drink in vergelijking tot vergelijkbare dranken. Overigens heeft klager niet aannemelijk gemaakt dat Yoki drink - dat volgens adverteerder geen vet bevat - minder goed uit de vergelijking zou komen indien deze ook betrekking heeft op het vetpercentage van de verschillende dranken.
4. Voor zover klager de uiting misleidend acht omdat deze vooral op kinderen lijkt te zijn gericht, overweegt de Commissie dat de uiting door de vormgeving alsmede de aard van het aangeprezen product moet worden beschouwd als mede op kinderen ouder dan 7 jaar te zijn gericht. Voor zover deze kinderen zich door de reclame aangesproken voelen, acht de Commissie de uiting echter ook voor hen voldoende duidelijk en niet misleidend.

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 1790

'Koop een steentje van mij' is niet immoreel

RCC 4 juni 2013, dossiernr. 2013/00296 (Kikabouw app) - dossier 2013/00296A
Subjectieve normen. Kinderen. Social media. Afwijzing. Het betreft een radiocommercial bestaande uit een hoofdcommercial en een tag-on. In de hoofdcommercial zingt Frans Bauer: “Koop een steentje van mij”, waarna hij, al sprekend over de actie met een meisje, luisteraars aanspoort om voor € 5,- per stuk een steentje te kopen om te helpen met de bouw van het Prinses Maxima centrum en de strijd tegen kinderkanker te steunen. In de tag-on zegt het meisje: “He Frans, je moet nog even zeggen van die app (..) Die kun je downloaden (..) Daarmee kunnen ze steentjes kopen en in de gaten houden hoeveel steentjes hun vrienden kopen (..) zeg het dan even”. Vervolgens zegt Frans: “Download nu de speciale KiKabouw app in de App Store of op Google Play. Daarmee kun je steentjes kopen en steun je dus de strijd tegen kinderkanker”.

De klacht 2013/00296 - Klager maakt bezwaar tegen de tag-on. Daarin vertelt Frans Bauer dat je ook een app kunt downloaden waarin je kunt zien hoeveel bouwstenen “jij en je vriendjes” hebben gekocht. Door deze tag-on wordt ingespeeld op het tegen elkaar uitspelen van de kinderen die meer of minder bouwstenen hebben gekocht. Naar de mening van klager is dit een gemene manier om een competitie te creëren. Bovendien gaat de reclame voorbij aan de vraag of men wel of niet wenst deel te nemen aan de KiKa-actie. In dit verband wijst klager op gezinnen met een Bijstandsuitkering. Een actie als deze kan het pesten van kinderen aanwakkeren, een onderwerp waar op dit moment juist veel aandacht naar uitgaat. Klager spreekt van “een immorele reclame actie”.

De klacht 2013/00296A - In de reclame worden kinderen aangespoord een app te downloaden, waardoor ze “het geef gedrag van hun vriendjes kunnen volgen”. Volgens klager betreft het hier een privacy gevoelig onderwerp. Hoewel het om een goed doel gaat, lijkt een en ander klager niet acceptabel. Desgevraagd heeft klager aan het secretariaat van de Stichting Reclame Code meegedeeld dat zijn klacht kan worden opgevat in die zin dat de uiting in strijd is met de goede smaak en het fatsoen en met artikel 12 lid 3 van de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC).

Het oordeel van de Commissie in 2013/00296

De Commissie stelt voorop dat de klacht duidelijk is gericht tegen de hierboven onder “de bestreden reclame-uiting” omschreven radiocommercial, meer in het bijzonder tegen de daarvan deel uitmakende tag-on. Voor zover de klacht moet worden opgevat in die zin dat de uiting gericht is op kinderen en dat de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC) van toepassing is, wijst de Commissie op het toepassingsgebied van de KJC: “Code voor reclame-uitingen die kennelijk geheel of gedeeltelijk tot kinderen en minderjarigen/jeugdigen zijn gericht”. Naar het oordeel van de Commissie is de bestreden uiting niet “kennelijk” geheel of gedeeltelijk tot kinderen gericht. In dit verband overweegt de Commissie dat, anders dan klager stelt, in de uiting niet wordt gesproken over “vriendjes”, maar over “vrienden”. Dat Frans Bauer in de uiting een gesprek voert met een kind, betekent evenmin dat de uiting, die betrekking heeft op fondsenwerving ter bestrijding van kinderkanker, “kennelijk geheel of gedeeltelijk tot kinderen en minderjarigen/jeugdigen is gericht”.
In de bestreden tag-on wordt de aandacht gevestigd op een app die de mogelijkheid biedt om “steentjes” te kopen ten behoeve van de bouw van het Prinses Maxima centrum en de strijd tegen kinderkanker en waarmee bovendien kan worden gevolgd hoeveel steentjes zijn gekocht door “vrienden”, waarmee wordt gedoeld op vrienden in het kader van social media als Facebook en Twitter. Noch het feit dat de luisteraar op deze mogelijkheden wordt geattendeerd, noch de wijze waarop dat gebeurt, leidt tot het oordeel dat de uiting in strijd is met de Nederlandse Reclame Code. Het staat een ieder vrij om al dan niet aan de KiKa-actie deel te nemen en de Commissie acht het niet aannemelijk dat de uiting zal leiden tot het pesten van kinderen.

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.


Het oordeel van de Commissie in 2013/00296A
De Commissie stelt voorop dat de klacht duidelijk is gericht tegen de hierboven onder “de bestreden reclame-uiting” omschreven radiocommercial, meer in het bijzonder tegen de daarvan deel uitmakende tag-on. Voor zover de klacht luidt dat de uiting gericht is op kinderen en dat artikel 12 lid 3 KJC van toepassing is, wijst de Commissie op het toepassingsgebied van de KJC: “Code voor reclame-uitingen die kennelijk geheel of gedeeltelijk tot kinderen en minderjarigen/jeugdigen zijn gericht”. Naar het oordeel van de Commissie is de bestreden uiting niet “kennelijk” geheel of gedeeltelijk tot kinderen gericht. In dit verband overweegt de Commissie dat, anders dan uit de klacht zou kunnen worden opgemaakt,  in de uiting niet wordt gesproken over “vriendjes”, maar over “vrienden”. Dat Frans Bauer in de uiting een gesprek voert met een kind, betekent evenmin dat de uiting, die betrekking heeft op fondsenwerving ter bestrijding van kinderkanker, “kennelijk geheel of gedeeltelijk tot kinderen en minderjarigen/jeugdigen is gericht”. Nu de uiting naar het oordeel van de Commissie niet kennelijk geheel of gedeeltelijk tot kinderen en minderjarigen/jeugdigen zijn gericht, is de KJC, daaronder begrepen artikel 12 lid 3 KJC in dit geval niet van toepassing.
In de bestreden tag-on wordt de aandacht gevestigd op een app die de mogelijkheid biedt om “steentjes” te kopen ten behoeve van de bouw van het Prinses Maxima centrum en de strijd tegen kinderkanker en waarmee bovendien kan worden gevolgd hoeveel steentjes zijn gekocht door “vrienden”, waarmee wordt gedoeld op vrienden in het kader van social media als Facebook en Twitter. Noch het feit dat de luisteraar op deze mogelijkheden wordt geattendeerd, noch de wijze waarop dat gebeurt, leidt tot het oordeel dat de uiting in strijd is met de Nederlandse Reclame Code.

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 1791

Alleen voor ‘geen-watjes' leidt tot sociaal voordeel

RCC 27 mei 2013, dossiernr. 2013/00214 (wwww.ikbengeenwatje.nl) - dossier 2013/00214A
Kinderen. Discriminatie. Het betreft de website www.ikbengeenwatje.nl,  op de landingspagina waarvan kinderen worden aangemoedigd zich te laten vaccineren. Aanbeveling.

De klacht 2013/00214 - In een reclamecampagne van verweerder, waarin kinderen worden uitgenodigd om zich te laten vaccineren, worden kinderen die zich niet laten vaccineren “watjes” genoemd. Geen enkel kind is een watje. Door deze campagne worden kinderen uitgesloten en kunnen zij gepest worden. Hierdoor schaadt de campagne kinderen en is deze jegens hen respectloos. Kinderen die zich wel hebben laten vaccineren krijgen een “cool bandje” en bij de op de website afgebeelde bandjes staat “Alleen voor ‘geen-watjes!’”, hetgeen discriminerend is.

De klacht 2013/00214A - Door de op de gewraakte pagina gebezigde teksten worden kinderen onder druk gezet om zich te laten vaccineren en vervolgens worden zij ertoe aangezet om kinderen die niet meedoen uit te schelden voor “watje”. Of men zich wil laten vaccineren is een vrije keuze en de keuzevrijheid wordt door deze uiting geschonden. Tevens is de uiting discriminerend, door de wijze waarop kinderen daarin worden aangesproken. Klaagster acht de uiting op grond van het vorenstaande in strijd met de artikelen 2 en 3 van de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC). Klaagster vraagt zich voorts af of vaccins geneesmiddelen zijn en zo ja, dan acht klaagster de uiting ook in strijd met artikel 23 van de Code publieksreclame voor geneesmiddelen.

Het oordeel van de Commissie in 00214

Met betrekking tot het bepaalde in artikel 3 KJC overweegt de Commissie dat de uiting daarmee in strijd is nu verweerder aan het zich hebben laten vaccineren, het zijn van “geen-watje” heeft gekoppeld. In de uiting ligt besloten dat kinderen die zich hebben laten vaccineren, daarvan sociaal voordeel (kunnen) hebben. Verweerder heeft ook erkend dat daarin wordt geappelleerd aan een sociaal aspect, teneinde de gewenste vaccinatiegraad te bereiken. Kinderen worden gestimuleerd om samen naar de vaccinatiedag te gaan en hen wordt een “cool bandje” “Alleen voor ‘geen-watjes’” in het vooruitzicht gesteld, als zij zich hebben laten vaccineren. Met het bandje kan een kind laten zien dat het “geen watje” is en het bandje kan aldus worden opgevat als een bewijs van stoerheid, waarmee een kind zich kan onderscheiden van een kind dat géén bandje heeft. De uiting speelt onmiskenbaar in op dit als sociaal voordeel te beschouwen aspect en bevat de suggestie dat kinderen die zich niet laten vaccineren “watjes” zijn en in ieder geval aan die kinderen een sociaal voordeel wordt onthouden. Dat de bandjes gratis zijn te verkrijgen doet aan het vorenstaande niet af. Deze dragen immers het opschrift “Ik ben geen watje” en dat opschrift refereert weer aan het gevaccineerd zijn.

Gelet op het boven overwogene acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 3 KJC.

 De beslissing
Op grond van het hierboven overwogene acht de Commissie de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 3 van de Kinder- en Jeugdreclamecode en beveelt zij de verweerder, voor zover nodig, aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst zij de klacht af.

Het oordeel van de Commissie in 2013/00214A

Bij de beoordeling van de uiting heeft de Commissie in aanmerking genomen dat een zo groot mogelijke deelname aan het door verweerder in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma georganiseerde speciale vaccinatiedagen, in het belang is van de volksgezondheid. Met betrekking tot het bepaalde in artikel 2 KJC overweegt de Commissie dat de uiting daarmee niet in strijd is, omdat deze voldoet aan de in deze bepaling genoemde criteria.

Met betrekking tot het bepaalde in artikel 3 KJC overweegt de Commissie dat de uiting daarmee in strijd is nu verweerder aan het zich hebben laten vaccineren, het zijn van “geen-watje” heeft gekoppeld. In de uiting ligt besloten dat kinderen die zich hebben laten vaccineren, daarvan sociaal voordeel (kunnen) hebben. Verweerder heeft ook erkend dat daarin wordt geappelleerd aan een sociaal aspect, teneinde de gewenste vaccinatiegraad te bereiken. Kinderen worden gestimuleerd om samen naar de vaccinatiedag te gaan en hen wordt een “cool bandje” “Alleen voor ‘geen-watjes’” in het vooruitzicht gesteld, als zij zich hebben laten vaccineren. Met het bandje kan een kind laten zien dat het “geen watje” is en het bandje kan aldus worden opgevat als een bewijs van stoerheid, waarmee een kind zich kan onderscheiden van een kind dat géén bandje heeft. De uiting speelt onmiskenbaar in op dit als sociaal voordeel te beschouwen aspect en bevat de suggestie dat kinderen die zich niet laten vaccineren “watjes” zijn en in ieder geval aan die kinderen een sociaal voordeel wordt onthouden. Dat de bandjes gratis zijn te verkrijgen doet aan het vorenstaande niet af. Deze dragen immers het opschrift “Ik ben geen watje” en dat opschrift refereert weer aan het gevaccineerd zijn. Gelet op het boven overwogene acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 3 KJC.

Tot slot overweegt de Commissie dat een uitnodiging om deel te nemen aan een vaccinatiedag, niet kan worden aangemerkt als het aanprijzen van een geneesmiddel, zodat de Geneesmiddelenwet niet op de uiting van toepassing is.  

De beslissing
Op grond van het hierboven overwogene acht de Commissie de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 3 van de Kinder- en Jeugdreclamecode en beveelt zij de verweerder, voor zover nodig, aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst zij de klacht af.

RB 1784

Aanduiding laserstralen misleidend

Vz. RCC 3 juni 2013, dossiernr. 2013/00377 (Laserstralen)
Misleiding. Oneerlijk. Onjuiste informatie. Aanbeveling. Het betreft adverteerders website www.de uithof.nl waarop een beschrijving wordt gegeven van de PowerZone. Daarop staat met betrekking tot deze activiteit onder meer: “In de PowerZone worden 3 eigenschappen getest door middel van verschillende onderdelen: lef, lenigheid en kracht. Kruip bijvoorbeeld door een ruimte met lasers heen zonder dat je ze aanraakt, doe de bungeerun en toon je kracht met ladder klimmen!” (..) “Klim net als Tom Cruise in Mission Impossible door de lasers heen. Kijk uit dat je ze niet aanraakt anders ben je af!”

De klacht - Anders dan de uiting doet vermoeden waren er geen laserstralen, maar fluoriserende kunststof lijnen. Het aanraken van deze lijnen had geen enkele consequentie. Er was dus nooit iemand “af”, zodat de activiteit minder spannend was dan klaagster zich had voorgesteld. Voorts duurde het programma 20 minuten korter dan de afgesproken 1 1/2 uur. Gelet op het voorgaande, acht klaagster de uiting misleidend. Inmiddels is de informatie op de website substantieel aangepast.

Het oordeel van de voorzitter
In de reclame-uiting wordt bij de PowerZone-activiteit gesproken over “lasers” evenals in het programmaoverzicht waarin onder meer staat “Probeer door de rook je weg te vinden maar pas op voor de lasers die kriskras door de tunnel lopen”. Adverteerder heeft klaagsters bezwaar dat er geen lasers zijn niet weersproken. Door het ontbreken van laserstralen is de activiteit minder spannend dan in de uiting wordt voorgesteld en om die reden acht de voorzitter de uiting misleidend. De voorzitter heeft er nota van genomen dat de uiting inmiddels is aangepast, maar dit doet niet af aan het feit dat de uiting op grond waarvan klaagster besloot gebruik te maken van het aanbod misleidend was. Wel zal de voorzitter daarmee rekening houden door te bepalen dat de aanbeveling wordt gedaan voor zover nog nodig.
 
De beslissing van de voorzitter
Op grond van het hierboven overwogene acht de voorzitter de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC en beveelt hij adverteerder, voor zover nog nodig, aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 1771

Geen aanzet om met poppetjes in kokend frituurvet te spelen

RCC 21 mei 2013, dossiernr. 2013/00251 (Diamant frituurvet)
Reclame frituurvet niet in strijd met goede smaak en fatsoen (2NRC) of geestelijke en lichamelijke volksgezondheid (4 NRC).

Het betreft een televisiereclame waarin Diamant frituurvet wordt aangeprezen. In de uiting ziet men een frituurpan met kokend vet met daarin twee rondzwemmende en aan de rand hangende figuurtjes, een gelig, langwerpig figuurtje dat een frietje voorstelt en een bruin dikker en groter figuurtje, dat een kroket voorstelt. Zij prijzen het Diamant frituurvet aan door te wijzen op de positieve eigenschappen van dit frituurvet, namelijk dat het krokant bakt aan de buitenkant, zonder het zachte van de binnenkant uit het oog te verliezen. Op de achtergrond ziet men een vader met twee jonge kinderen aan tafel zitten, terwijl de moeder de figuurtjes quasi streng toespreekt.

De klacht - De meeste ongelukken met kinderen gebeuren in en om het huis en klaagster is bang dat kleine kinderen door deze reclame-uiting op een idee worden gebracht. De meeste ouders zullen de frituurpan ver houden van hun kinderen, maar als dat niet het geval is, kan het spelen met poppetjes in, om en/of naast de pan rampzalige gevolgen hebben. Om die reden dient de uiting niet langer te worden uitgezonden.

Het oordeel van de Commissie
De Commissie vat klaagsters bewaar aldus op dat de uiting in strijd is met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 NRC en/of met de geestelijke en/of lichamelijke volksgezondheid als bedoeld in artikel 4 NRC.
Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met (één van) eerdergenoemde criteria stelt de Commissie zich terughoudend op, gezien het subjectieve karakter van deze criteria.
De sprekende en in het frituurvet zwemmende figuurtjes, voorstellende een frietje en een kroket, zijn fantasiefiguurtjes. Ook kinderen zal dit duidelijk zijn. Voorts bevinden zich geen kinderen in de nabijheid van de frituurpan. De kinderen die even in beeld komen, zitten op veilige afstand met hun vader aan tafel en van een gevaarsituatie is in de uiting geen sprake.
Gelet op het vorenstaande is de Commissie van oordeel dat de reclame-uiting kinderen er niet toe aanzet om met poppetjes in kokend frituurvet te gaan spelen en om die reden acht zij de klacht ongegrond.
 
De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 1766

Motie over bindende afspraken kidsmarketing

Motie over bindende afspraken over kidsmarketing, kamerstukken II, 32 793, nr. 81.

MOTIE VAN HET LID BRUINS SLOT
Voorgesteld 4 juni 2013
De Kamer, gehoord de beraadslaging,
constaterende dat afspraken over reclames voor kinderen tussen 7 en 12 jaar massaal genegeerd worden;
overwegende dat kinderen in die leeftijdscategorie erg beïnvloedbaar voor kidsmarketing zijn;
overwegende dat dergelijke guerrillamarketing het gezag van ouders ondermijnt;
verzoekt de regering, in overleg te gaan met de branchevereniging en het bedrijfsleven om bindende afspraken te maken over kidsmarketing tussen 7 en 12 jaar op televisie, internet en sociale media en bij onvoldoende voortgang tot regelgeving over te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.

Bruins Slot

 

RB 1738

De beelden kunnen door kinderen als zeer schokkend worden ervaren

RCC 19 april 2013, dossiernr. 2013/00199 (Partij voor de Dieren)
Propageren. Kinderen. Audiovisuele mediadiensten. Betreft een op 19 februari 2013 in de zendtijd voor politieke partijen uitgezonden trailer van de film 'De haas in de marathon', een documentaire over tien jaar Partij voor de Dieren. De trailer wordt direct na Sesamstraat uitgezonden, terwijl het niet geschikt is voor kinderen. Volgens klager is uitzending op dat tijdstip zeer ongepast.

Volgens de Commissie kan de uiting worden aangemerkt als een openbare aanprijzing van denkbeelden en derhalve van reclame in de zin van artikel 1 NRC. De Commissie is van oordeel dat de beelden (van ritueel slachten), gebruikt in de trailer, door kinderen als zeer schokkend (kunnen) worden ervaren en dat uitzending op tijdstippen dat kinderen televisie kijken niet wenselijk is. Het feit dat het tijdstip van uitzenden door de NPO wordt bepaald, ontslaat Partij voor de Dieren niet van de verantwoordelijkheid voor de inhoud van haar uitzending. Aldus acht de Commissie de uiting in strijd met de goede smaak en het fatsoen voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20:00 uur.

3) Het in de trailer aan de orde gestelde onderwerp van (een verbod op) het onverdoofd slachten gaat vergezeld van beelden van schapen met een doorgesneden keel en een kennelijk in doodsangst verkerende, gefixeerde koe.  De Commissie is van oordeel – en Partij voor de Dieren heeft dat niet weersproken – dat deze beelden door kinderen als zeer schokkend (kunnen) worden ervaren en dat uitzending van dergelijke beelden op tijdstippen dat kinderen televisie kijken niet wenselijk is.
Partij voor de Dieren heeft terecht aangevoerd dat het tijdstip van uitzending in de zendtijd voor politieke partijen niet door de politieke partij zelf, maar door de NPO wordt bepaald. Dit ontslaat Partij voor de Dieren echter niet van de verantwoordelijkheid voor de inhoud van haar uitzending. Nu – naar de Commissie bekend is – het tijdstip van uitzending ruim tevoren aan de betreffende politieke partij bekend wordt gemaakt, ligt het op de weg van Partij voor de Dieren ervoor te zorgen dat een vóór 20.00 uur uitgezonden filmpje geen voor kinderen ongeschikte beelden bevat.
 
4) Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de uiting voor wat betreft de onder 3 beschreven beelden in strijd met de goede smaak en het fatsoen voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur. De Commissie zal - onder verwijzing naar haar bevoegdheid neergelegd in artikel 17 lid 1 sub i van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep – een advies geven ten aanzien van het tijdstip van uitzenden.

RB 1737

De suggestie dat deze 'sexy' maakt

Vzr. RCC 18 april 2013, dossiernr. 2013/00223 (Intertoys) - 2013/00223A

Bijzondere Reclamecode. Kinderen en jongeren. Digitale marketing. De uiting betreft de website www.intertoys.nl waarop 'Parfum Sexy Dentelle' en 'Parfum Miss Sexy' worden aangeboden. Volgens klagers behoort een speelgoedwinkel geen product onder deze naam aan kinderen 'vanaf 10 jaar' aan te prijzen.

De voorzitter acht beide uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 3 Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC). Van de uitingen gaat de suggestie uit dat deze 'sexy' maakt en daardoor tot sociaal voordeel kan leiden.

 

 

RB 1736

Beperken van de invloed van alcoholreclame

Antwoord op vragen van de leden Kooiman, Voordewind en Van der Staaij over het onderzoek 'Do time restrictions on alcohol advertising reduce youth exposure', Aanhangsel Handelingen II, 2012-2013, nr. 2061
2. Deelt u de mening dat de groep jongeren van 12-18 jaar zoveel mogelijk gevrijwaard dient te worden van de confrontatie met alcoholreclame via tv, radio en internet?

Eén van de onderdelen van het alcoholbeleid betreft het beperken van de invloed van alcoholreclame op jonge kinderen. Daarom is een aantal jaren geleden een verbod op alcoholreclame tot 21.00 uur ingesteld op radio en televisie. Uit de ‘Evaluatie van de alcoholreclamebeperking op radio en televisie in 2009-2010’ blijkt dat in ieder geval jonge kinderen minder worden geconfronteerd met alcoholreclame. Ook worden er via de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken (zelfregulering) regels gesteld aan reclames, zodat deze niet gericht zijn op jongeren en ook minder jongeren bereiken.

 

Zo mag er bijvoorbeeld geen alcoholreclame worden uitgezonden rond programma’s waar veel jongeren naar kijken. Alcoholreclames worden bovendien vooraf getoetst door de STIVA toetsingscommissie. Ik ben mij er echter van bewust dat niet alle reclame bij jongeren vandaan kan worden gehouden. De vraag is ook of dat wenselijk is, aangezien wij leven in een samenleving waarin media een prominente tol spelen. Naast het tijdslot is het daarom goed om jongeren verstandig te leren omgaan met reclameuitingen. O.a. de inzet van Mediawijzer.net bevordert de bewustwording onder jongeren van prikkels die hen bereiken via de media en de weerbaarheid daartegen.

3. Wat vindt u ervan dat in het genoemde onderzoek de conclusie bevestigd wordt dat het huidige tijdslot voor alcoholreclame contraproductief is als instrument om de blootstelling aan alcoholreclame voor hoog-risico jongeren
te doen afnemen?
6. Bent u – gezien de conclusie dat het huidige tijdslot een contraproductief effect heeft voor de hoogrisicogroep – bereid het tijdslot uit te breiden of andere effectieve instrumenten in te zetten om de blootstelling van jongeren aan alcoholreclame te doen afnemen?

Voor de volledigheid wil ik benadrukken dat uit het door u aangehaalde onderzoek en het rapport ‘Evaluatie van de alcoholreclamebeperking op radio en televisie in 2009-2010’ ook blijkt dat het tijdslot juist voor jonge kinderen wel effectief is. Ik zal, zoals eerder aangegeven tijdens het debat over het initiatiefwetsvoorstel verhoging leeftijd alcohol, binnenkort met het ministerie van OCW bespreken op welke manier jongeren tussen de 12-18 jaar verder kunnen worden beschermd tegen de invloed van alcoholreclame. Daarbij wil ik kijken naar de hierboven genoemde instrumenten, zoals zelfregulering, mediawijzer en de tijdsgrens. Ik zal u hierover informeren.