Recensie: Bescherming tegen ambush marketing
M. Arnoldus, Bescherming tegen ambush marketing, Amsterdam: deLex 2012.
Met recensie van Hanneke van Lith, UvA Master Informatierecht.
Van de hand van Merel Arnoldus is onlangs bij deLex het boekje ‘Bescherming tegen Ambush Marketing’ verschenen.
In dit boek(je, het telt 88 pagina’s) wordt een zoektocht uiteen gezet naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse wet- en regelgeving op het moment van schrijven voldoende bescherming biedt tegen ambush marketing in overeenstemming met de door de organisatoren van sportevenementen gestelde eisen.
Aan de hand van summiere zogenoemde ‘vaderlandse’ rechtspraak op het gebied van ambush marketing wordt deze vraag onderzocht. Er wordt een vergelijking gemaakt met andere gastlanden van sportevenementen en hoe zij omgaan met het bieden van bescherming tegen ambush marketing. Op een heldere wijze zet Arnoldus uiteen wat ambush marketing inhoudt en welke vormen het kan aannemen, waarbij zij leuke voorbeelden uit de praktijk gebruikt. Ook wordt de rol van sociale media aangehaald en is een bespreking van de huidige juridische situatie in Nederland van belang. In het laatste hoofdstuk trekt zij de conclusie of Nederland, met de huidige stand van zaken, klaar is om adequate bescherming te bieden tegen ambush marketing.
Hot Topic
Ambush marketing is op het moment weer een hot-topic gezien het (voor Nederland ietwat vervroegd geëindigd) EK voetbal en de huidige Olympische Spelen in Londen. Deze vorm van marketing is een terugkerend fenomeen bij grote sportevenementen: 'niet-sponsoren die via een marketingstrategie zich verbinden aan een (groot) sportevenement'. Zie bijvoorbeeld het incident rondom de Bavaria-jurkjes tijdens het WK voetbal 2010. Nederland heeft de ambitie om organisator van de Olympische Spelen in 2028 te zijn. Dit duurt nog een hele tijd, maar of dit mogelijk is, gezien de juridische situatie in onze Lage Landen, wordt duidelijk na het lezen van deze scriptie.
Korte bibliografie auteur
Merel Arnoldus heeft haar bachelor Rechtsgeleerdheid behaald aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, gevolgd door een master Ondernemingsrecht aan de Universiteit van Leiden. Na het behalen van haar masterbul en een reis door Zuidoost-Azië is zij zich verder gaan verbreden in het onderwerp ambush marketing. Dit heeft geresulteerd in een interessante, heldere scriptie.
Inzicht van de lezer
Het boek leest makkelijk weg en door de uiteenzetting van de verschillende intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot ambush marketing stuit men op leuke voorbeelden uit de ambush-praktijk. Door het bespreken van de eisen die worden gesteld aan een groot sportevenement als het WK Voetbal door de FIFA, wordt al snel duidelijk dat het een ingewikkelde machtstrijd is tussen organisatoren en degene die aan ambush marketing doen. Voor velen was het oppakken van de ‘Bavaria-meisjes’ te overdreven, maar voor degene die een groot evenement als het WK Voetbal in goede banen moet leiden is ambush marketing een doorn in het oog. Al met al een erg interessant onderwerp en een leuke scriptie.
Het boekje is zeer geschikt voor iedereen die een ‘overview’ van de regels omtrent ambush marketing wil verkrijgen.
Bestel uw exemplaar voor € 20,00 (incl. btw, excl. Verzendkosten) hier, ook inbegrepen in het Praktijkgebied IE. Het is te prijzen dat deLex publicaties van scripties mogelijk maakt voor jonge alumni.
Google top ads voldoende herkenbaar als reclame
CvB 12 september 2012, dossiernr. 2012/00085 (Google top ads)
Principiële uitspraak. Reclame dient als zodanig duidelijk herkenbaar te zijn voor het publiek waarvoor zij is bestemd. Google is de meest gebruikte zoekmachine in Nederland, die door ruim 90% van de bevolking voor meer dan honderd zoekopdrachten per maand wordt gebruikt. De gemiddelde consument is dus zeer goed bekend met het uiterlijk en de werkwijze van Google. Deze gebruiker zal begrijpen dat Google inkomsten genereert door advertenties op zoekresultatenpagina’s en heeft dus niet de verwachting dat Google’s zoekmachine advertentievrij is.
Anders dan appellant stelt, dient bij deze beoordeling niet te worden uitgegaan van een specifieke groep gebruikers zoals visueel gehandicapten of dyslectici.
Naar het oordeel van het College kan het de gemiddelde gebruiker onder normaal te achten omstandigheden niet ontgaan dat, indien top-ads worden getoond, een deel van het scherm een gekleurde achtergrond heeft. Evenmin zal deze gebruiker ontgaan dat bovenaan het gekleurde vlak staat “Advertenties met betrekking tot [zoekterm]” en “Waarom deze advertenties”. Het College acht het op grond van het voorgaande voor de gemiddelde gebruiker voldoende duidelijk waarom sommige mededelingen zijn voorzien van een geelroze achtergrond en dat die mededelingen reclame betreffen. Eveneens acht het College aannemelijk dat deze gebruiker weet dat de informatie die geen specifieke achtergrondkleur heeft, bestaat uit organische zoekresultaten.
3. De Commissie stelt voorop dat zij de vraag of sprake is van voldoende herkenbaarheid van de top ads op de betreffende zoekresultatenpagina beoordeelt aan de hand van het computerscherm, nu Google - naar verweerder terecht heeft gesteld - een internetdienst is die uitsluitend op een computerscherm wordt geleverd. Voorts neemt de Commissie tot uitgangspunt dat de gemiddelde gebruiker van Google ervan op de hoogte zal zijn dat op een pagina met zoekresultaten ook advertenties getoond (kunnen) worden.
4. Anders dan de voorzitter is de Commissie van oordeel dat voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk is wat op de na het invoeren van de zoekopdracht “computer” getoonde zoekresultatenpagina advertenties en wat zoekresultaten zijn. Weliswaar blijkt dit onderscheid niet uit verschil in opmaak of inhoud van beide onderdelen, nu voor de advertenties en de zoekresultaten eenzelfde lettertype wordt gebruikt en de onder de top ads getoonde zoekresultaten ook een commerciële inhoud (kunnen) hebben.
Het College van Beroep:
1. Het College begrijpt dat volgens appellant niet is voldaan aan het bepaalde in arti-kel 11.1 NRC, omdat niet wordt toegelicht in hoeverre er onderscheid is tussen de achtergrondkleur van top-ads (de boven de zoekresultaten geplaatste advertenties) en de zoekresultaten, alsmede omdat de voor top-ads gebruikte achtergrondkleur onvoldoende opvallend is, waardoor niet duidelijk is waar de top-ads eindigen. Hierdoor kan volgens appellant bij een zoekopdracht met Google verwarring ontstaan met betrekking tot de vraag wat op het computerbeeldscherm reclame is en wat een zoekresultaat. Appellant heeft het beroep hierop toegespitst. Aldus dient te worden beoordeeld of de Commissie terecht de achtergrondkleur die wordt gebruikt voor de top-ads (het College kwalificeert deze kleur als geelroze) bij gebruik van een computerbeeldscherm voldoende onderscheidend heeft geacht, in deze zin dat uit het kleurgebruik in combinatie met de verdere inhoud en vormgeving van het zoekresultatenscherm in de volgens artikel 11.1 NRC vereiste mate blijkt waar op dit scherm de grens ligt tussen reclame en (organische) zoekresultaten.
2. Anders dan appellant stelt, dient bij deze beoordeling niet te worden uitgegaan van een specifieke groep gebruikers zoals visueel gehandicapten of dyslectici. Google richt zich immers op een algemeen publiek (kort gezegd: alle gebruikers met internet), zodat dient te worden beoordeeld of voor de gemiddelde gebruiker van dit publiek voldoende duidelijk is waar de grens ligt tussen reclame en zoekresultaten. Bij de beoordeling van het onderscheidend vermogen van de geelroze achtergrondkleur dient voorts te worden uitgegaan van het beeld zoals dat op een computerscherm zichtbaar is. Vaststaat immers dat uitsluitend via een scherm kennis wordt genomen van de zoekresultaten en de getoonde advertenties. Voorts wordt uitgegaan van het beeld zoals de gemiddelde gebruiker dat ziet, rekening houdend met een normaal te achten beeldcontrast, lichtinval en kijkafstand, zittend recht voor het beeldscherm. Uitgaande daarvan oordeelt het College als volgt.
3. Naar het oordeel van het College kan het de gemiddelde gebruiker onder normaal te achten omstandigheden niet ontgaan dat, indien top-ads worden getoond, een deel van het scherm een gekleurde achtergrond heeft. Evenmin zal deze gebruiker ontgaan dat bovenaan het gekleurde vlak staat “Advertenties met betrekking tot [zoekterm]” en “Waarom deze advertenties”. Het College acht het op grond van het voorgaande voor de gemiddelde gebruiker voldoende duidelijk waarom sommige mededelingen zijn voorzien van een geelroze achtergrond en dat die mededelingen reclame betreffen. Eveneens acht het College aannemelijk dat deze gebruiker weet dat de informatie die geen specifieke achtergrondkleur heeft, bestaat uit organische zoekresultaten.
4. Ten aanzien van de begrenzing van het gekleurde vlak is het College van oordeel dat deze onder normaal te achten omstandigheden nog juist zodanig zichtbaar is, dat de gemiddelde gebruiker zonder moeite kan vaststellen waar dit vlak eindigt. Aldus is, zoals de Commissie terecht heeft geoordeeld, voldaan aan de eis van artikel 11.1 NRC dat reclame voldoende duidelijk herkenbaar dient te zijn door opmaak, presentatie, inhoud of anderszins, mede gelet op het publiek waarvoor zij is bestemd. Het feit dat het gekleurde vlak opvallender had gekund, doet aan het voorgaande niet af. Het geven van meetbare, (semi-)wetenschappelijke criteria of richtlijnen op dit punt behoort overigens niet tot de bevoegdheid van het College.
5. Op grond van het voorgaande zal de beslissing van de Commissie worden bevestigd. Het College constateert dat aldus niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder het voorwaardelijk incidenteel appel is ingesteld, te weten voor het geval het College zou hebben geoordeeld dat de beslissing van de Commissie niet in stand kan blijven.
Op andere blogs:
Hoogenraad & Haak (Internetter herkent Google-ads als reclame)
Geen dieet, geen oefeningen, toch afvallen
RCC 21 augustus 2012, dossiernr. 2012/00700 (Sweet & Slim)
“De mooie reclamebelofte over product Sweet & Slim houdt door gebrek aan feiten geen stand.”. Preventief KAG-advies niet ingewonnen, strijd met CAG, Warenwet, Geneesmiddelenwet. Misleidende reclame, bewijslast verdeling bij de adverteerder voor een geclaimde uiting; in strijd met art. 7 Nederlandse Reclame Code (hierna: NRC).
Voor het afslankproduct “Sweet & Slim” worden er uitingen in een huis-aan-huis folder gedaan over de speciale werking van het product om af te vallen zonder hiervoor een dieet te volgen en er oefeningen voor te doen. Het gaat hier om de volgende uiting:
“Sweet & Slim is speciaal ontwikkeld voor het bestrijden van zwaarlijvigheid, en het is zo’n krachtig werkend middel, dat ik het alleen kan voorschrijven in de allerkleinste hoeveelheden. U hoeft Geen Dieet te Volgen en U Hoeft Geen Oefeningen te Doen (…)”.
Klager heeft het product besteld. In de folder staat dat men geen dieet hoeft te volgen en uitsluitend de pillen dient te slikken om af te vallen. In de verpakking van het product zit echter een gebruiksaanwijzing waarin ook dieet-tips staan. Klager is van mening dat hij, wanneer hij een dieet volgt, geen pillen hoeft in te nemen.
De uiting is niet aan de KAG ter preventieve toetsing voorgelegd. Zou dat wel zijn gebeurd zouden er strijd met artikel 10 Code Aanprijzing Gezondheidsproducten (cfrm. 19 / 20 Warenwet) zijn. En daarbij strijd met 6 CAG en 84 Geneesmiddelenwet: - “(…)zorgt ook voor het verlagen van uw cholesterol en het vermindert ook het risico op een hartaandoening en andere organische aandoeningen”.
Voorts acht de Keuringsraad de volgende claims onaannemelijk en misleidend, en derhalve in strijd met de artikelen 7 en 35 CAG:
- “(…) gemakkelijk 15 kilo kwijtraakten in de proefperiode van 10 dagen, zonder diëten, oefeningen of een operatie”,
- “iedere proefpersoon raakte 15 kilo kwijt in 10 dagen en 0,2% van de proefpersonen viel zoveel af dat ze moesten stoppen” en
- “in dit geval is lichaamsbeweging niet noodzakelijk als hulp bij het afvallen”.
Tot slot: Adverteerder garandeert de werking van het product zoals die eveneens is verwoord in de advertentie. Het enkele innemen van de zoetstofkorrels conform de gebruiksaanwijzing leidt tot de beoogde gewichtsafname. Hoewel het volgen van een dieet derhalve niet noodzakelijk is om het beloofde resultaat te bereiken, heeft adverteerder algemene dieettips bij de verzending van zijn product ingesloten. Het is algemeen bekend dat een gezonde en evenwichtige voeding bijdraagt aan een gezonde levensstijl en er eerder toe zal bijdragen dat de beoogde resultaten behouden kunnen worden, terwijl het voedingspatroon evenwichtig blijft.
Commissie:
In de uiting wordt op verschillende plaatsen, al dan niet nadrukkelijk, meegedeeld dat het product, zonder dat men een dieet hoeft te volgen en zonder oefeningen te doen, ervoor zorgt dat men ‘flink wat overgewicht’ kwijt raakt.
Zo wordt onder meer meegedeeld: “Sweet Slim is speciaal ontwikkeld voor het bestrijden van zwaarlijvigheid, en het is zo’n krachtig werkend middel, dat ik het alleen kan voorschrijven in de allerkleinste hoeveelheden. U hoeft Geen Dieet te Volgen en U Hoeft Geen Oefeningen te Doen (…)”. Om in 10 dagen 15 kilo af te vallen, is, volgens de uiting, “alles wat u hoeft te doen”, ‘s ochtends, ’s middags en ’s avonds “één Sweet & Slim korrel” in te nemen.
Gelet op de klacht, waarin deze werking wordt betwist, lag het op de weg van adverteerder om de werking van het product aannemelijk te maken. Adverteerder heeft echter geen stukken overgelegd ter onderbouwing van de door haar geclaimde werking.
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Afmelden voor ongewenste reclame per postbusnummer
RCC 21 augustus 2012, dossiernr. 2012/00592 (NCRV Down Town Abbey)
Ongewenste reclame, opt-in/ opt-out beleid, vermelden van persoonsgegevens op internet voor marketing doeleinde, recht op verweer. Artikelen 1.1, 1.2 a, 4 en 5 Code Reclame via de e-mail 2012.
Het betreft een uiting op de website van de NCRV, waarop persoonlijke gegevens dienen te worden ingevuld door een prijsvraagdeelnemer onder vermelding van "De NCRV legt gegevens vast ter uitvoering van bovenstaande verzoek en om bestaande gegevens te verrijken en actualiseren. Ook kunnen we deze gegevens gebruiken om u te informeren over ons en onze producten. Als u op deze informatie geen prijs stelt, dan kunt u zich schriftelijk melden bij de NCRV, afd. relatiemarketing, Postbus 25000, 1202 HB Hilversum"
In het kader van de bewuste prijsvraag worden klagers gegevens gebruikt voor marketing, tenzij klager een brief stuurt naar een “niet-antwoordnummer adres”. Aldus wordt in de uiting een hoge drempel opgeworpen om van ongewenste reclame af te komen. Volgens klager mag dit niet meer sinds de nieuwe Code e-mail. Zijns inziens had op de webpagina de mogelijkheid moeten worden geboden om aan te vinken of men wel of niet wil dat zijn gegevens worden gebruikt voor marketingdoeleinden.
Commissie wijst de klacht af: omdat het geen reclame via email betreft. Het opgeven van een postbusnummer in plaats van een (gratis aan te verzenden) antwoordnummer, is geen overtreding van de NRC.
De Commissie:
deelt de opvatting van adverteerder dat de bestreden uiting geen reclame via e-mail betreft en dat de Code reclame via e-mail 2012 (hierna: Code e-mail) op grond van het toepassingsgebied daarvan, niet van toepassing is; artikel 1.1 Code e-mail luidt: “Deze Code is van toepassing op het toezenden van ongevraagde reclame via e-mail”.Overigens staat het adverteerder op zichzelf vrij om aan deelname aan de onderhavige prijsvraag de voorwaarde te verbinden dat adverteerder de deelnemer vervolgens per e-mail kan benaderen. Dat een postbusnummer en geen antwoordnummer is vermeld, om adverteerder te berichten in geval men geen prijs stelt op informatie “over ons en onze producten”, betekent niet dat de Nederlandse Reclame Code is overtreden.
Personalia juristen, leden bij de RCC
Vanaf 13 September zal mevrouw Sjoukje Rullmann, vice-president Rechtbank Amsterdam, zich als voorzitter bij de Reclame Code Commissie voegen. In een volgende nieuwsbrief zal zij nader geïntroduceerd worden.
De heer A. Bossema, lid van de RCC, is vanaf heden werkzaam bij Omega Pharma Nederland BV.
Nieuw bij Stichting Reclame Code
- Fabian Bloem, Compliance Coördinator, is in mei na 3 jaar vertrokken bij SRC voor een andere werkuitdaging.
Tot er een opvolger gevonden is zal zijn functie tijdelijk worden waargenomen door Prisca Ancion-Kors.
- Ook is in juni Wim Hoen aangetrokken als Hoofd Klachtenbehandeling. Wim werkte voorheen als jurist bij bij ondermeer Endemol en Sony Television, en zal nu leiding geven aan het team van secretarissen.
- Tot slot is Jessica Bookelmann, Marketing en Communicatie Coördinator, in september bij SRC vertrokken om zich in het zuiden van het land te vestigen. Haar functie is overgenomen door Laura van Lingen. Zij komt van ABN AMRO waar zij diverse rollen heeft vervuld waaronder persvoorlichter en communicatie adviseur van ABN AMRO MeesPierson en Sponsoring.
Nieuwe Checks!
Uit de RCC-nieuwsbrief: Graag maak ik u erop attent dat er op onze Check SRC site de afgelopen maanden 4 nieuwe Checks zijn toegevoegd. De Check Telemarketing, Check Voedingsclaims, Check Reisaanbiedingen en Check Personenauto’s. Op Check! SRC kunt u lezen wat de checks precies inhouden en tevens de andere checks raadplegen.
Wat vindt u?
SRC is bezig om de Check! SRC site meer onder de aandacht te brengen. Met deze site willen we adverteerders al in het beginstadium van het maken van reclame bijstaan met advies over hoe verantwoord reclame te maken en waar men zoal aan moet denken. We nodigen u uit een kijkje te nemen op de site Check! SRC en ons te laten weten wat u er van vindt. Daarnaast komen we graag in contact met reclamemakers die ons willen helpen onze site te optimaliseren door als ‘testgebruiker’ onze site kritisch te bekijken zodat we u in de toekomst nog beter van dienst kunnen zijn. U kunt ons dit laten weten door een email te sturen naar communicatie@reclamecode.nl.
Smakeloos - hoer
Uit de RCC-nieuwsbrief: RCC 28 juni 2012, dossiernr. 2012/00513 (theaterproductie hoer)
Als een reclame smakeloos wordt bevonden, hebben we het over de subjectieve normen waar een reclame aan getoetst wordt, maar wat houden deze normen in? De Reclame Code Commissie deed hier recent uitspraak over in een zaak waarin een poster met de naam ´Hoer´ in abri´s verscheen.
Lees hier de volledige uitspraak.
Nieuwe beleidsregels reclame en sponsoring CvdM in werking

Een bijdrage van Machteld Robinchon, SOLV.
De Beleidsregels sponsoring commerciële media-instellingen 2012 en de Beleidsregels reclame commerciële media-instellingen 2012 opgesteld door het Commissariaat voor de Media zijn deze maand in werking getreden. Deze regels zijn eerder jaar dit jaar geconsulteerd. De beleidsregels zijn niet alleen van belang voor commerciële omroepen, maar gelden ook voor aanbieders van door de Mediawet 2008 gereguleerde videodiensten (video on demand).
Goed nieuws voor de radiozenders, bij de sponsorvermelding mag voortaan ook het audiologo van de sponsor worden gebruikt.
De Beleidsregels sponsoring bepalen in samenhang met de Regeling productplaatsing het speelveld voor externe financiering in de vorm van een financiële of andere bijdrage door bedrijven. Voor productplaatsing geldt een strikter regime dan voor sponsoring. Voor marktpartijen is het dus van belang om te weten in welk geval een bijdrage kwalificeert als sponsoring of als productplaatsing. Helaas is de Regeling productplaatsing – die wel is geconsulteerd – nog niet beschikbaar. Deze moet eerst nog door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden goedgekeurd.
De Beleidsregels reclame zijn op onderdelen verruimd ten opzichte van het concept. Zo mag splitscreen reclame maximaal tweederde van het totaal beschikbare beeld innemen in plaats van de eerder voorgestelde limiet van vijftig procent. Het verbod op afzonderlijke reclamespots geldt als voorheen niet voor programma’s bestaand uit het verslag of de weergave van sportevenementen. In andere programma’s kunnen afzonderlijke spots bij uitzondering worden opgenomen en moet het aantal volgens de toelichting beperkt blijven tot maximaal twee per uur. De toelichting biedt marktpartijen meer ruimte dan voorheen het geval leek.
Lees ook op de SOLV-blog.
Fruity Dutch advertisements: how misleading are they?
In het september nummer van European Food and Feed Law tijdschrift is het "Country Report" voor Nederland verschenen van de hand van Ebba Hoogenraad en Christine Fontaine, Hoogenraad & Haak advertising + IP advocaten.
Lees hier de bijdrage "Fruity Dutch advertisements: how misleading are they?"
VSM vakantieproducten onwerkbare smeersels?
RCC 9 augustus 2012, dossier 2012/00652 (VSM Vakantie producten)
Het betreft een advertentie met de aanhef “VSM vakantieproducten” in Allerhande nummer 7, 2012. Daarin worden de producten Kaloba, Prrrikweg!, Calendulan en Arniflor aangeprezen. Van deze homeopatische geneesmiddelen wordt een werking geclaimd, die niet is aangetoond. In werkelijkheid gaat het om onwerkbare smeersels of druppeltjes. De klacht wordt afgewezen, zie het dictum hieronder.
De KOAG/KAG heeft nog aan de Commissie meegedeeld dat de uiting, indien deze aan de raad was voorgelegd, niet van een toelating had kunnen worden voorzien, omdat bij Kaloba de werkzame stof niet wordt genoemd. Dit leidt echter niet tot een ander oordeel van de Commissie, omdat de klacht geen betrekking heeft op dit punt.
1. Vorenbedoelde werkingen komen deels dan wel geheel overeen met claims ten aanzien van die producten, die voorkomen in de bij het verweer overgelegde “Tekst brochure VSM Zelfzorgassortiment februari 2011”, welke tekst (na doorvoering van een aantal hier niet relevante opmerkingen van de KOAG/KAG) is voorzien van een toelatingsnummer van de KOAG/KAG.
2. De bewuste claims komen deels dan wel geheel overeen met de bij het verweer overgelegde zogenaamde SPC’s (Summary of Product Characteristics), volgens het verweer “documenten zoals bekend bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen”.
3. Blijkens de door de KOAG/KAG aan de Commissie verstrekte informatie is de thans bestreden uiting niet aan de KOAG/KAG voorgelegd, maar zou de KOAG/KAG de gehanteerde claims niet afwijzen.
4. In de bestreden reclame-uiting is overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 9.3 en 9.4 CPG vermeld dat het om homeopatische geneesmiddelen gaat respectievelijk (bij Kaloba) dat het gaat om een traditioneel kruidenmiddel en dat de toepassing uitsluitend is gebaseerd op langdurige gebruikservaring.
Gegeven bovenstaande vaststellingen kan niet worden geoordeeld dat de uiting geen objectieve voorstelling van zaken geeft en/of misleidend is als bedoeld in artikel 10 CPG.
De KOAG/KAG heeft nog aan de Commissie meegedeeld dat de uiting, indien deze aan de raad was voorgelegd, niet van een toelating had kunnen worden voorzien, omdat bij Kaloba de werkzame stof niet wordt genoemd. Dit leidt echter niet tot een ander oordeel van de Commissie, omdat de klacht geen betrekking heeft op dit punt.