RB 116

Af van de regelzucht

“We willen af van de regelzucht uit Brussel en Nederland." Met deze boodschap kwam kamerlid Martijn van Dam van de Partij van de Arbeid (PvdA). (…) De uitspraken van de PvdA-mediawoordvoerder zijn opmerkelijk. Van de regels die het PvdA-kamerlid wil laten schrappen, noemde Van Dam alleen dat een verbod op zeer misleidende reclame (korte flitsreclame) moest blijven.

Met het betoog van Van Dam om in feite nagenoeg alle rechten en plichten uit de richtlijn TV zonder grenzen af te schaffen, raakt Van Dam de wortel van het de Europese regelgeving die voor commerciële zenders bepalingen [kent] over o.a. (…) maximumreclamevolumes, een verbod op reclame bij nieuwsuitzendingen korter dan 30 minuten, het tabaksreclameverbod, het medicijnenreclameverbod alsmede richtlijnen voor alcoholreclame en minderjarigen”

Lees hier meer (Dutchmedia).

RB 156

Gevelvermeldingen

Rechtbank Amsterdam, 14 september 2006, KG 06-1228 P. KIA Motor Corporation c.s. tegen Egbers KIA B.V. (Met dank aan Davien Dirkzwager, Houthoff Buruma)

Uitspraak over voormalige KIA-dealer die de KIA-merken nog steeds vermeldt op de gevel en op internet.

Egbers was van 2002 tot 2004 officieel KIA dealer. Egbers is na het  beëindigen van de dealerrelatie  KIA auto's blijven verhandelen.  Egbers heeft het merk en logo van KIA op de gevel staan en vermeldt  het woordmerk van KIA in rode letters op internet. KIA spreekt Egbers aan op merkinbreuk. Egbers verweert zich met het feit dat het gebouw in  het bezit is van een ander, namelijk Egbers Holding en dat deze Holding  verantwoordelijk is voor de gevelvermeldingen.

Daarnaast is een andere  B.V. verantwoordelijk voor de website, namelijk: Egbers Auto’s B.V.. De  voorzieningenrechter oordeelt echter dat Egbers de enige in de Egbers- groep is, die belang heeft bij het plaatsen van de merken KIA op de  gevel en website, aangezien de andere organisaties niet in KIA handelen.  Het plaatsen van het logo en (woord)merk op resp. de gevel en het internet  kan aan Egbers worden toegerekend. Egbers wordt veroordeeld om de  reclame van de gevel te verwijderen of in elk geval zo aan te passen dat  niet langer de suggestie wordt gewekt dat zij een KIA-dealer of erkend  reparateur van KIA is.

Egbers heeft als handelaar in KIA-auto's belang bij  het gebruik van het woord KIA op internet. Het staat haar daarbij echter  niet vrij gebruik te maken van rode hoofdletters, de kleur waarmee KIA  Motor haar merk aanduidt.  Hoewel Egbers geen gebruik maakt van enig beeldmerk van KIA, wekt zij  door deze wijze van gebruik van het woordmerk de indruk dat zij nog  steeds een commerciële band heeft met KIA en daarmee maakt zij inbreuk  op het merkrecht van KIA Motor.

Nu Egbers niet meer tot het KIA- netwerk behoort, kan zij aan haar klanten niet meer zelf de KIA garantie  afgeven. Ook mag zij zich niet tegenover klanten de indruk wekken dat zij  zelf reparaties of onderhoud kan verrichten onder de KIA-garantie.

Lees het vonnis hier.

RB 115

Nu al

Het ANP bericht dat “Reisorganisaties en luchtvaartmaatschappijen zich in advertenties nu al moeten houden aan de code reisaanbiedingen, hoewel die officieel pas op 1 april 2007 van kracht wordt. Dat blijkt uit een uitspraak van de Reclame Code Commissie in een zaak die de Consumentenbond had aangespannen tegen Transavia. (…)Transavia is het niet eens met dit oordeel en tekent bij de Reclame Code Commissie hoger beroep aan.”

RB 114

Versoepelen

Dutchmedia bericht dat  “CDA-mediaminister Maria van der Hoeven de reclameregels voor de commerciële Nederlandse tv-zenders wil versoepelen. Dit blijkt uit een schrijven die Van der Hoeven aan de volksvertegenwoordiging heeft verstuurd. De nummer drie van het CDA spreekt over het toestaan van 'splitscreenreclame', het verkorten van de minimumduur van reclame (thans 90 seconden) en het versoepelen van regelgeving omtrent het mogen onderbreken van films (thans elke 45 minuten). en het verruimen van mogelijkheden voor sponsorvermeldingen.

(…) De OCW-minister meldt samen met de minister van Economische Zaken een onderzoek te hebben gedaan dat binnenkort geopenbaard zal worden onder de naam 'Televisiereclame en technologische veranderingen'.”

Lees hier meer.

 

RB 113

De wederzijdse vorderingen

"Energiebedrijven Essent en Oxxio hebben hun ruzie over reclame-uitingen bijgelegd. Ze stonden vorige maand voor de rechter omdat Oxxio zich op zijn website ten onrechte zou profileren als het goedkoopste energiebedrijf met de beste service. Oxxio beschuldigde daarop Essent ook van onjuist reclame te voeren. De wederzijdse vorderingen zijn nu ingetrokken."

Lees hier meer (Reclamewereld).

RB 155

De gewraakte radiospot

College Van  Beroep, 20 juli 2006, in het appel van MSD BV tegen de beslissing van de Reclame Code Commissie d.d. 20 juli 2006 in dossier 06.0242. (Met dank aan Klaas Bisschop, Lovells

Aardige uitspraak van het CvB  Ingegaan wordt op de vraag wanneer sprake is van reclame en op de vraag of indien in een radiospot wordt verwezen naar een website, beide bij de beoordeling van de zaak tezamen mogen worden genomen.

"In haar beoordeling van de in eerste aanleg ingediende klacht tegen de radiospot heeft de Commissie ambtshalve de website www.hoofdpiin.nl betrokken. Het College stelt onder verwijzing naar [eerdere]  uitspraken voorop dat de gewraakte radiospot met bijbehorende tag-on enerzijds en de website www.hoofdpijn.nl anderzijds onafhankelijk van elkaar bestaande uitingen zijn en als zodanig afzonderlijk van elkaar dienen te worden beoordeeld. Dat in de radiospot wordt verwezen naar de website leidt in beginsel en behoudens bijzondere omstandigheden waarvan te dezen niet is gebleken, niet tot het oordeel dat de website daarvan deel uitmaakt of anderszins bij de beoordeling van de radiospot moet worden betrokken.

De Commissie heeft vervolgens geoordeeld dat de radiospot door de verwijzing naar de website een reclame-uiting is voor producten van MSD.

De radiospot wijst op de problemen die hoofdpijn en migraine met zich mee kunnen brengen en op de mogelijkheid hoofdpijn of migraine te behandelen. In dit kader worden belangstellenden aangespoord de website www.hoofdpijn.nl te raadplegen. Nu in de radiospot niet over een geneesmiddel van MSD wordt gesproken, noch duidelijk wordt verwezen naar een geneesmiddel van MSD -de enkele verwijzing naar de website www.hoofdpijn.nl biedt in dat opzicht onvoldoende grond- kan -anders dan de Commissie heeft gedaan- niet worden geoordeeld dat de radiospot een reclame-uiting is voor goederen (door de Commissie aangeduid als “producten”) van MSD.

Het College vernietigt de beslissing van de Commissie, voor zover daartegen beroep is ingesteld."

Lees de beslissing hier.

RB 154

Consumptiegoederen

HvJ EG, 19 september 2006, zaak C-356/04. Prejudiciële antwoorden m.b.t. de Belgische zaak Lidl Belgium GmbH & Co KG tegen Etablissementen Franz Colruyt N.V.

Prijspeilvergelijking. Misleidende  & vergelijkende reclame. Prijsvergelijkingen moeten objectief en controleerbaar zijn, maar niet alle feiten en vergelijkingen hoeven volledig  en direct vermeld te worden in de desbetreffend reclame-uiting.

Lidl  en Colruyt exploiteren beide in België een warenhuisketen die hoofdzakelijk actief is in de detailhandel in gangbare consumptiegoederen. Supermarkten, kort gezegd. In  2004 heeft Colruyt haar prijzen in verschillende vormen van reclame (mailings, reclame op kassabonnen, folders) vergeleken met die van andere supermarkten. Lidl maakte her bezwaar tegen en in de procedure tussen Lidl en Colruyt  heeft de Brussels Rechtbank van Koophandel het Hof een aantal prejudiciële vragen gesteld.

Het Hof overweegt dat in het hoofdgeding twee verschillende wijzen van vergelijkende reclame aan de orde zijn.

In het eerste geval wordt het algemene niveau van de door concurrerende warenhuisketens toegepaste prijzen ter zake van hun assortimenten vergelijkbare producten vergeleken en wordt daaruit afgeleid hoeveel de consument jaarlijks kan besparen naargelang hij dagelijks zijn aankopen van gangbare consumptiegoederen bij de ene keten en niet bij de andere doet.

Bij de tweede wijze van reclame verklaart de adverteerder dat al zijn producten met een rood etiket met de vermelding „BASIC” door hem worden verkocht tegen de laagste prijs in België.

Het Hof bespreekt de vragen redelijk uitgebreid en komt vervolgens tot de conclusie dat: 

1)      De in artikel 3 bis, lid 1, sub b, van de richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame gestelde voorwaarde voor geoorloofdheid van vergelijkende reclame moet aldus worden uitgelegd, dat zij er niet aan in de weg staat dat vergelijkende reclame collectief ziet op assortimenten van gangbare consumptiegoederen die door twee concurrerende warenhuisketens worden verkocht, voor zover die assortimenten aan beide zijden bestaan uit individuele producten die, per paar bezien, individueel voldoen aan het in die bepaling gestelde vereiste van vergelijkbaarheid.

2)      Artikel 3 bis, lid 1, sub c, van richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, moet aldus worden uitgelegd, dat het in deze bepaling gestelde vereiste dat de reclame de kenmerken van de betrokken goederen „op objectieve wijze [...] met elkaar vergelijkt”, bij vergelijking van de prijzen van een assortiment van vergelijkbare gangbare consumptiegoederen die door concurrerende warenhuisketens worden verkocht of van het algemene niveau van de door deze ketens toegepaste prijzen ter zake van het assortiment van de vergelijkbare producten die zij verkopen, niet betekent dat de vergeleken producten en prijzen, te weten zowel die van de adverteerder als die van al zijn bij de vergelijking betrokken concurrenten, uitdrukkelijk en uitputtend in de reclameboodschap worden genoemd.

3)      Artikel 3 bis, lid 1, sub c, van richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, moet aldus worden uitgelegd, dat in de zin van deze bepaling worden beschouwd als „controleerbare” kenmerken van goederen die door twee concurrerende warenhuisketens worden verkocht:

– de prijzen van die goederen;

–het algemene niveau van de prijzen die respectievelijk door die warenhuisketens worden toegepast ter zake van hun assortiment vergelijkbare producten en het bedrag dat de consument die dergelijke producten bij de ene keten en niet bij de anderen koopt, kan besparen, voor zover de betrokken goederen daadwerkelijk deel uitmaken van het assortiment vergelijkbare producten aan de hand waarvan het genoemde algemene prijsniveau is bepaald.

4)      Artikel 3 bis, lid 1, sub c, van richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, moet aldus worden uitgelegd, dat wanneer een kenmerk in vergelijkende reclame wordt vermeld zonder dat de vergelijkingsbestanddelen waarop de vermelding van dit kenmerk berust, in deze reclame zijn genoemd, dat kenmerk slechts voldoet aan het in die bepaling gestelde vereiste van controleerbaarheid indien de adverteerder met name voor de geadresseerden van die boodschap te kennen geeft waar en hoe deze gemakkelijk kennis kunnen nemen van die bestanddelen om de juistheid daarvan en de juistheid van het betrokken kenmerk te controleren of, indien zij niet over de daartoe vereiste kennis van zaken beschikken, te laten controleren.

5)      Artikel 3 bis, lid 1, sub a, van richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, moet aldus worden uitgelegd, dat vergelijkende reclame die vermeldt dat het algemene prijsniveau van de adverteerder lager is dan dat van zijn voornaamste concurrenten, terwijl enkel een staal producten is vergeleken, misleidend kan zijn wanneer:

–uit de reclameboodschap niet blijkt dat slechts een staal producten en niet alle producten van de adverteerder zijn vergeleken;

–de reclameboodschap de bestanddelen van de vergelijking niet identificeert of de geadresseerde niet inlicht over de informatiebron waar die identificatie toegankelijk is, of

– in de reclameboodschap een collectieve verwijzing is opgenomen naar de mate van de besparingen die kunnen worden gerealiseerd door de consument die zijn aankopen bij de adverteerder en niet bij zijn concurrenten doet, zonder individualisering van het algemene niveau van de respectievelijk door elk van die concurrenten toegepaste prijzen en van het bedrag van de besparingen die kunnen worden verwezenlijkt door bij de adverteerder en niet bij elk van deze concurrenten te kopen.

Lees het arrest hier.

RB 112

Werkt goed

Via Molblog.nl: “Reclamecode voor Voedingsmiddelen werkt goed (…) Uit een evaluatie van FNLI blijkt dat er geen overtredingen van de Reclamecode voor Voedingsmiddelen zijn geregistreerd.

‘Bij een controle van reclame-uitingen voor voeding op televisie in de eerste drie maanden van 2006 werden geen afwijkingen geconstateerd. Geen enkele bij de Stichting Reclame Code ontvangen klacht werd toegewezen.’”

Lees hier meer. Website FNLI hier.

 

RB 153

Sportwater

Rechtbank Rotterdam,  30 augustus 2006, HA ZA 03-2183. United Soft Drinks B.V. tegen Coca-Cola Enterprises Nederland B.V. (Vonnis met dank aan Charles Gielen, NautaDutilh)

United Soft Drinks (USD) verhandelt onder meer het merk AA Drink onder de benaming “sportwater”. Coca Cola verhandelt onder het merk Aquana ook een drank met de benaming “sportwater”. Aan dit water zijn naast water en mineralen ook vitaminen, smaak en zoetstoffen toegevoegd. USD stelt in dit verband dat Coca Cola onrechtmatig handelt door de drinkwaar Aquana te verkopen onder de aanduiding “sportwater”.

Strijd met de WEL. De eerste vraag die de rechtbank beantwoordt is of Coca Cola aldus in strijd handelt met de in artikelen 3 en 4 WEL (Warenbesluit Etikettering Levensmiddelen) neergelegde voorschriften omtrent de aanduiding van producten. USD voert aan dat Coca Cola door de presentatie van Aquana Sportwater met de aanduiding “sportwater”, terwijl Aquana Sportwater geen water is maar een frisdrank, in strijd handelt met de artikelen 3 en 4 WEL. 

 “Vaststaat dat Coca-Cola aan de (…) aanmerking van de KvW (Keuringsdienst van Waren), dat de aanduiding moet worden aangevuld met de zinsnede “met toegevoegde voedingsstoffen…” inmiddels heeft voldaan door de aanduiding aan te vullen met het woord “toegevoegde” vóór “vitaminen”. De conclusie moet dan ook zijn dat de als aanduiding te kwalificeren omschrijving van de drank van Aquana naar inhoud voldoende duidelijk is en in dat opzicht voldoet aan het vereiste als opgenomen in artikel 4 lid 1 aanhef en sub c WEL”.

Misleidende reclame. In geschil is vervolgens de tweede vraag of de presentatie van Aquana Sportwater misleidend is in de zin van artikel 29 Warenwet en artikel 6:164 BW door onder meer het gebruik van de benaming “Sportwater”.

Volgens USD “is het gebruik van de benaming Sportwater misleidend, omdat de consument niet verwacht dat aan Sportwater een smaak is toegevoegd en deze benaming derhalve is gereserveerd voor een drank van een bepaalde samenstelling en smaak (…).” 

“Voorop staat dat (…) er geen wettelijk voorgeschreven of algemeen gebruikelijke benaming bestaat voor de litigieuze dranken, zodat het partijen in beginsel vrij stond hier een benaming voor te kiezen.” De rechtbank vervolgt met: “Dat de gemiddeld geïnformeerde oplettende consument bij de benaming Sportwater uitsluitend denkt aan een drank met de samenstelling en smaak als die van AA Sportdrank, is niet gebleken.” Voorts acht de rechtbank het van belang dat deze benaming door Coca Cola gebruikt wordt met een verwijzing naar een smaak. De rechtbank concludeert dat er geen sprake van misleidende reclame.

Lees het vonnis hier

RB 152

Grote beurzen

Rechtbank Amsterdam, 17 augustus 2006, KG 06-1188SR. Memory Productions Events B.V. tegen Nobiles Media B.V.  (Vonnis met dank aan Fulco Blokhuis, Boekx)

Uniek vonnis, met materiaal uit de ruimtevaarttechnologie.*

Memory is een bedrijf dat zich bezighoudt met arbeidsmarktcommunicatie en organiseert o.a. de Nationale Carrierebeurs. Nohiles is een concurrent van Memory en organiseert de Nobiles Carrièredagen.

 

Memory stelt dat Nobiles onjuiste mededelingen doet over de omvang van haar evenementen en aantallen bezoekers en eist een rectificatie. Nobiles zou ten onrechte gebruik maken van de superlatief ‘grootste’. Nobiles, houder van het merk ‘Nobiles Carrieredagen’  vordert in reconventie de overdracht van de domeinnaam carrieredagen.nl. Ook eist zij dat Memory niet meer mag stellen dat haar carrièrebeurs uniek is. Memory heeft bezwaar tegen het gebruik van het superlatief  'de grootste' door Nobilis.

Voor wat betreft de mededeling dat de Nobiles Carrièredagen het grootste carrière-evenement in het najaar is, wordt geoordeeld dat niet aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat die mededeling onrechtmatig is. Immers is de claim het grootste carrière-evenement te zijn in deze mededeling beperkt tot het najaar en heeft Memory niet bestreden dat de Nobiles Carrièredagen ook het grootste carrière-evenement in het najaar is.

Niet valt in te zien dat het publiek dc mededeling niet in deze zin zou opvatten of dat bij het publiek de suggestie zou kunnen worden gewekt dat de Nobiles Carrièredagen in het algemeen het grootste carrière-evenement in Nederland is. Bovendien gaat het hier om een reclame-uiting, waarbij in beginsel geldt dat overdrijvingen door toevoegingen als woorden als ‘grootste’ niet zonder meer ertoe leidt dat de mededeling misleidend en dus onrechtmatig is. Vooralsnog wordt daarom. op dit punt niet uitgegaan van een misleidende mededeling en onrechtmatig handelen van Nobiles jegens Memory.

De mededeling dat de Nationale Carrièrebeurs van memory een uniek evenement is leven vooralsnog onvoldoende grond voor het oordeel dat sprake is van een misleidende uiting. Het gebruik van het woord uniek’ moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter worden gezien als een in reclame-uitingen gebruikelijke overdrijving waarmee wordt getracht het eigen product te onderscheiden van andere producten. In dit geval valt niet in te zien op welke wijze het gebruik van de toevoeging ‘uniek’ in de mededelingen van Memory kan leiden tot misleiding van het publiek omtrent de carrière-evenementen die partijen organiseren.

Vastgesteld moet worden dat niet Memory maar Memory Productions Publications houder is van de websjte wwwcarrieredagen.nl Indien geoordeeld zou moeten worden dat het gebruik van deze website een inbreuk op de handelsnaam of merkenrechten van Nobiles betekent kan dit daarom niet leiden tot de conclusie dat Memory onrechtmatig heeft gehandeld jegens Nobilea. Dit deel van de vordering is dan ook niet toewijsbaar.

Nobiles zal zich verder  moeten onthouden van het doen van de mededeling dat de Nobiles Carrièredagen door 10.500 bezoekers is bezocht dan wel dat de Nationale Carrièrebeurs jaarlijks door 10.500 bezoekers wordt bezocht. Gelet op artikel 6:194 BW heeft Memory belang bij rectificatie van deze mededeling(en).

De vordering om Nobiles te veroordelen tot afgifte van een lijst met alle relaties van Nobiles die de voorjaarsbrochure 2006 hebben ontvangen is niet toewijsbaar, omdat toewijzing ertoe zou leiden dat Nobiles bedrijfsgeheimen aan Memory, namelijk informatie omtrent (potentiële) standhouders, zou moeten prijsgeven en de voorzieningenrechter niet inziet dat Memory op dit punt een zodanig belang heeft dat het belang van Nobiles om baar bedrijfsgeheimen te bewaren daarvoor zou moeten wijken.

Lees het vonnis hier.

*Hof Den Bosch 19 juni 1991, Slankheidsgordel, IER 1991/4

RB 111

Nooit verder afgedaald

“Een snelle reclamejongen heeft mijn naam, en die van oppersmaakman Yvo van Regteren Altena, in een radiospotje voor de nieuwe Honda Accord verwerkt. Een slinkse streek, want zoals iedereen weet wil ik geen reclame maken voor een brave burgermannenauto. En Van Regteren Altena al helemaal niet. Die is nooit verder afgedaald dan een Peugeot 504 Coupé en een Fiat 500, wat ontelbaar veel chicquer is dan zo'n Vinex-locatiemodel van Honda.”

Lees hier meer (Jort Kelder op Quotenet.nl).

RB 110

Het sigarettenmerk

Adformatie.nl  bericht dat de RCC heeft geoordeeld dat de vermelding van het sigarettenmerk Gauloises op de website van het Dakar-raceteam De Rooy, www.dakar-derooy.com, in strijd is met artikel 5 lid 1 van de Tabakswet (reclame en sponsoring).

RB 151

Claeryn niet meer nodig?

Voorzieningrenrechter rechtbank Arnhem, 16 augustus 2006, KG ZA 06-433, Koninklijke KPN. c.s. tegen UPC Nederland BV.(Vonnis met dank aan Alexandra van Beelen, DLA SchutGrosheide)

UPC gebruikt in haar reclames teksten als ‘geen KPN mee nodig’ en ‘KPN opzeggen’. KPN maakt hiertegen bezwaar uit hoofde van art. 13A lid 1 sub d BMW (gebruik anders dan ter onderscheiding van waren) en art. 6:194a BW (ongeoorloofde vergelijkende reclame).

Voorts heeft UPC in haar reclames gezegd dat er al 750.000 bellers en internetters zijn overgestapt. Volgens KPN is dit niet waar en derhalve in strijd met art. 6:194 BW (misleidende reclame).

KPN wordt in het gelijk gesteld wat art. 13A lid 1 sub d en art. 6:194a betreft. Enkel de verbodsvordering wordt toegwezen. De vorderingen tot rectificatie (internet, televisie en kranten) worden afgewezen.

Art. 13A lid 1 sub d BMW

De discussie spitst zich toe op de vraag of UPC een geldige reden had om het merk KPN te gebruiken. Volgens UPC hoeft er geen sprake te zijn van de door het Benelux Gerechtshof in Klarein / Claeryn gestelde ‘noodzaak’ om het merk te gebruiken. Dit volgt volgens UPC uit de merkenrichtlijn.

De voorzieningenrechter zoekt – opvallend – aansluiting bij de uitleg van het Hof van Justitie van art. 6 lid 1 sub c van de richtlijn (gebruik ter aanduiding van de bestemming van een product, met name als accessoire of onderdeel) welke uitleg is gegeven in Gilette / La-Laboratories. Daarin had het Hof van Justitie geoordeeld dat gebruik ter aanduiding van de bestemming niet is geoorloofd wanneer dat gebruik kleinerend is. Volgens de voorzieningenrechter vereist art. 6 lid 1 sub c eveneens een noodzaak om het merk te gebruiken, welk gebruik vervolgens moet overeenstemmen met de eerlijke gebruiken in handel en nijverheid.

De vraag of de merkenrichtlijn überhaupt gebruikt moet worden voor de uitleg van ‘geldige reden’ in art. 13A lid 1 sub d, dat blijkens art. 5 lid 5 van de richtlijn geen geharmoniseerde bepaling is, wordt in het vonnis niet aan de orde gesteld.

Art. 6:194a BW

“4.12  Uit die overwegingen [preambule van de richtlijn vergelijkende reclame onder 14. en 15.] volgt dat het gebruik van het merk en de handelsnaam ‘KPN’ in een vergelijkende reclame geoorloofd is als dat voor de vergelijking van de producten en de diensten noodzakelijk is. De vergelijking moet daarom centraal staan en niet het vergeleken product of de vergeleken dienst.”

Art. 6:194 BW

Omdat UPC 503.000 internet abbonnees en 325.000 telefonie abbonnees heeft, acht de voorzieningenrechter de mededeling dat er al 750.000 bellers en internetters zijn overgestapt niet misleidend. De stelling van KPN dat daarmee wordt gesuggereerd dat er 750.000 telefonie abbonnees zijn, wordt verworpen.

Lees het vonnis hier.

RB 150

Gratis bier

Beslissing van de Reclame Code Commissie Dossier 06.0299, Stichting Alcoholpreventie tegen : Kijkshop (Met dank aan Martin Hemmer, AKD Prinsen Van Wijmen).

Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen een reclamefolder waarin onder meer het volgende wordt aangeboden:  “Het eerste fust van uw favoriete bier gratis!” De aanbieding geldt bij aankoop van een Philips PerfectDraft HD3600 thuistap of een Krups Beertender 840 of IEF5.  De uiting zou in strijd met artikel 20 van de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken (RVA) omdat een gratis fust bier wordt aangeboden.

Adverteerder verstrekt geen gratis bier en dat een koper het aankoopbedrag van zijn eerste fustje krijgt teruggestort, zal, volgens adverteerder  in redelijkheid niet leiden tot een verhoogde bierconsumptie. De Commissie oordeelt op formele gronden dat  Artikel 20 zich richt op situaties waar alcoholhoudende drank wordt aangeboden door een lid van de branche of met actieve medewerking van een lid van de branche. Nu adverteerster geen lid van de branche is en ook niet is gebleken van actieve medewerking van een lid van de branche, is artikel 20 hier niet van toepassing. De Commissie wijst de klacht dus af.

 

RB 149

Een molecuul in een cactus

Voorzieningenrechter Rechtbank Groningen, 9 augustus 2006, LJN: AY6043. Stichting Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten (KAG) tegen Swiss B.V. c.s. 

Misleidende reclame voor afslankprodukt. Letter en strekking van onthoudingsverklaring. Statutaire belangenbehartiging. Buitengerechtelijke kosten.

Hoewel een zekere overdrijving, respectievelijk het overbelichten van positieve eigenschappen van een product inherent is aan (het wervende karakter van) reclame, moet men in beginsel op de juistheid van feitelijke mededelingen ter zake van een product kunnen vertrouwen.

 

 

Naar mate de eigenschappen van het aangeprezen product meer spectaculair zijn - zoals in het onderhavige geval - mogen strengere eisen worden gesteld aan de wijze waarop de omtrent het product gedane mededelingen feitelijk (kunnen) worden onderbouwd en verantwoord.

Ondanks het verzoek van de KAG aan Swiss om bewijs te leveren omtrent de juistheid van voormelde door Swiss gestelde feitelijkheden over de eigenschappen van het afslankmiddel is geenszins gebleken dat deze juist zijn, noch op voldoende wijze onderbouwd respectievelijk verantwoord.’

Dat sprake is van misleidende reclame-uitingen is door Swiss ten aanzien van de gevraagde verboden erkend door ondertekening van de onthoudingsverklaring. Er is sprake van een notoire veelpleger die weigert een onthoudingsverklaring versterkt door een boeteclausule te ondertekenen. Bedacht moet worden dat Swiss steeds nieuwe wegen inslaat om haar producten op misleidende wijze aan de consument voor te leggen, zodat de verboden zoals gevorderd gerechtvaardigd zijn.

Het had op de weg van Swiss gelegen haar reclame-uitingen niet alleen af te stemmen op de letter van de onthoudingsverklaring, maar ook op de strekking daarvan

Ingevolge artikel 3:305a BW kan een stichting een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt. Met het instellen van haar vorderingen behartigt de KAG het belang dat - kort gezegd - Swiss c.s. niet (meer) op mislijdende wijze in de zin van artikel 6:194 BW reclame maken voor het product. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit een belang dat de KAG ingevolge haar statuten behartigt. De KAG heeft bovendien een rechtstreeks eigen belang bij de door haar ingestelde vorderingen voortvloeiende uit een met gedaagde overeengekomen onthoudingsverklaring.

Buitengerechtelijke kosten. (…) Voorts geldt, dat de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten slechts toewijsbaar is, indien deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang daarvan eveneens redelijk is. De vordering van de KAG gaat het in het Rapport Voor-werk II gehanteerde forfaitaire tarief, dat in zijn algemeenheid redelijk wordt geacht, in ruime mate te boven.

Uit de stellingen van de KAG kan niet worden afgeleid dat zij redelijkerwijs duidelijk meer buitengerechtelijke kosten heeft moeten maken dan in dit tarief is besloten. De stelling dat thans in IE-zaken de volledige proceskosten kunnen worden vergoed rechtvaardigt geen andere conclusie. De door de KAG gemaakte kosten moeten dan ook als onredelijk worden aangemerkt, voor zover zij het forfaitaire tarief overschrijden.

Lees het vonnis hier.

RB 109

Relatie met de werkelijkheid

Radiofreak.nl meldt: “Een spotje van de Publieke Omroep voor Radio 1 waarin een hond in de lucht wordt geslingerd door zijn baasje kan volgens de Reclame Code Comissie (RCC). De Commissie vindt dat het spotje humoristisch bedoeld is en 'dermate absurd dat een relatie met de werkelijkheid ontbreekt'. De Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren is het daar niet mee eens. Volgens de vereniging kan de spot wel degelijk leiden tot dierenmishandeling. De vereniging gaat dan ook in beroep.”

Lees hier meer.

RB 108

We doen onszelf dus tekort

De Volkskrant bericht over de jongste telecomreclamezaak: “De juridische afdeling van KPN heeft het er maar druk mee. De telecomaanbieder spant geding na geding aan tegen concurrenten. Ook de staat was deze maand het mikpunt van KPN’s juridisch geweld. Woensdag was de kabelexploitant UPC de klos, voor de rechtbank in Arnhem.

Om telefoneren via de kabel te promoten, heeft provider UPC reclamespotjes ontwikkeld met de zin ‘geen KPN meer nodig’.

 

“‘De boodschap van de campagne is: kom bij UPC, dan ben je eindelijk van KPN af. Dat kan echt niet,’ zegt Richard van Schaik, de advocaat van KPN. Het bedrijf eist een rectificatie en een boete van 50 duizend euro voor iedere nieuwe reclame-uiting waarin het zinnetje is opgenomen.

(…) Volgens de advocaat van UPC, Paul Reeskamp, is het nodig KPN te noemen, omdat de telefoon in huis door het merendeel van de bevolking wordt geassocieerd met KPN.

(…) Een andere kwestie die tijdens het geding ter sprake komt, is de advertentie van UPC met de tekst: ‘750 Duizend internetters/bellers gingen u voor.’ Volgens KPN heeft UPC de huishoudens met één pakket voor zowel bellen als internetten twee keer meegeteld (..) ‘Misleidende reclame’, aldus Van Schaik.

(…) Reeskamp weerlegt dit met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek: ‘Het gemiddelde huishouden bestaat uit 2,3 personen. Op dit moment bellen en internetten 605 duizend huishoudens via UPC. (…)We doen onszelf dus tekort, want eigenlijk bellen en internetten 1,4 miljoen mensen via UPC.’

Van Schaik slaakt hierop een diepe zucht. ‘U denkt toch niet dat ik dit argument serieus neem?’

Uitspraak op 9 augustus

Lees hier meer.

RB 107

Moderne coupe

'Wordt het niet eens tijd voor een nieuw kapsel?' Met deze boodschap verspreidde kapper Jamal Saoud 20.000 flyers met de afbeelding van Balkenende en Wilders mét een moderne coupe. Ook zette hij de beeltenis van de twee politici in etalage van zijn kapsalon Haarvisie in Rijswijk.

De Rijksvoorlichtingsdienst zag er de humor niet van in. De directeur-generaal benadrukt nog maar eens dat een beeld van een regeringsleider niet gebruikt mag worden voor commerciële doeleinden zonder toestemming van de betreffende persoon. "Meneer heeft een standaard waarschuwingsbrief gehad. Dat is eigenlijk heel aardig van ons. We hadden hem ook direct voor de rechter kunnen slepen."

 

 

Saoud begrijpt het 'gezeur' niet. "De Kijkshop heeft eerder ook Balkenende gebruikt in een campagne en een schadevergoeding moeten betalen. Daar heb ik geen zin in. Het is alleen jammer dat de Kijkshop Balkenende belachelijk maakte en dat ik hem er juist leuker uit laat zien." Saoud haalt de poster van Balkenende uit de etalage.

En Wilders? Die vindt de RVD kinderachtig: "Het is een kleine ondernemer die op creatieve wijze reclame maakt. Ik ben niet van plan om mijn haar te veranderen zoals op de afbeeldingen in zijn zaak. Ik ga er ook geen probleem van maken dat hij mijn gezicht gebruikt. Dat zou ik wel doen als mijn hoofd elke dag in een spotje vóór het achtuur-journaal wordt uitgezonden."

Lees hier meer.

RB 148

Benelux Reclamerecht

Belgische zaak over de sponsored links van Google. Onder andere De Tijd bericht dat de reisaanbieder Travelprice door de rechter is verboden de merk- en handelsnaam van haar concurrent Airstop als adword in Google te gebruiken. Volgens de rechtbank maakte Travelprice zich schuldig aan parasitisme en ongeoorloofde reclame, aldus Airstop-woordvoerster Katharina Beelen. Bij herhaling van het misbruik zal Travelprice 50.000 euro per dag moeten betalen en een samenvatting van het vonnis zal op de homepage van Travelprice (lastminute.com) vermeld moeten worden.

Volgens de woordvoerdster van Airstop heeft ook Corendon de naam Airstop misbruikt. "In de gesponsorde links van Google verscheen bij het ingeven van de naam Airstop bovenaan een link onder de hoofding Airstop. Als je hierop klikte kwam je bij Corendon terecht. Corendon wijst zeer nadrukkelijk alle verantwoordelijkheid hiervoor af: zij hebben/hadden een contract met Google voor advertenties via het systeem Adwords maar zij hebben het ingeven/verfijnen van de zoektermen volledig aan Google overgelaten."

Airstop vreest dan ook dat Google mee schuldig kan zijn aan het bewust misleiden van bezoekers. "Wij hebben Google met de situatie geconfronteerd maar Google weigert elke samenwerking. We worden al maanden van het kastje naar de muur gestuurd en krijgen geen enkel antwoord meer op onze vragen."

RB 147

Recente RCC uitspraken

- De Reclame Code Commissie heeft reclame-uitingen voor de verzamelwerken “Creatief borduren” en “Tekenen” van Lecturama misleidend bevonden. Uit de reclame blijkt niet of niet duidelijk uit hoeveel “afleveringen” de verzamelwerken bestaan en welke kosten aan die afleveringen verbonden zijn.

- Swiss BV en de drogisterijen Herba en De Brink hebben voor de aanprijzing van het product Garlic Combi Gold gebruik gemaakt van een misleidende reclame-uiting. Dit product is niet ter toetsing voorgelegd aan de Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten. In de uiting worden, niet onderbouwde, toespelingen gemaakt dat Garlic Combi Gold ziekten van een mens kan voorkomen, behandelen of genezen.

- De uitingen 'Gewrichten en spieren blijven soepel’ en  ‘Cranberry + vitamine C: Cran Combi voor gezonde blaas en nieren’ worden misleidend geacht, aangezien de adverteerders niet voldoende aannemelijk kunnen maken dat het product de werking heeft die daaraan in de advertentie wordt toegeschreven.

Lees hier meer.