Promotionele acties

RB 3182

Aanvraag aanbesteding voor reclamemast langs A1 is evident tijdig

Nederland 20 feb 2018, RB 3182; ECLI:NL:RBAMS:2018:1206 (DKTD Media tegen Diemen), http://www.reclameboek.nl/artikelen/aanvraag-aanbesteding-voor-reclamemast-langs-a1-is-evident-tijdig

Vzr. Rechtbank Amsterdam 20 februari 2018, RB 3182; ECLI:NL:RBAMS:2018:1206 (DKTD Media tegen Diemen) Aanbesteding. Reclamemast. De Gemeente Diemen heeft op 8 april 2016 een openbare aanbesteding uitgeschreven. Doel van de aanbesteding was om een onderneming te selecteren die in staat en bereid is om een reclamemast te realiseren en te exploiteren op een door de Gemeente vastgestelde locatie langs de A1. Onder meer DKTD Media en Interbest hebben binnen de gestelde termijn op de aanbesteding ingeschreven. In de aanbesteding is een 4-weken termijn opgenomen. Op 12 juni 2017 heeft de Gemeente de opdracht definitief gegund aan Interbest. Op 24 juli 2017 heeft Interbest bij de Gemeente de vereiste omgevingsvergunning aangevraagd. DKTD stelt dat de 4-weken termijn niet is nagekomen, en heeft verzocht de opdracht aan DKTD te geven. De gemeente heeft op 20 juli de overeenkomst aan Interbest gestuurd. Dit is een vrijdag dus Interbest heeft de overeenkomst niet eerder dan op maandag 23 juli ontvangen. Een dag na de ontvangst heeft Interbest de vergunning aangevraagd, hetgeen evident tijdig is. Het is voldoende aannemelijk dat de vergunning tijdig is aangevraagd. De vordering wordt afgewezen.

RB 3174

Geen sprake van agressieve reclame door negeren bel-niet-aan verzoek

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 25 jun 2018, RB 3174; 2018/00380 (Agressieve reclame ), http://www.reclameboek.nl/artikelen/geen-sprake-van-agressieve-reclame-door-negeren-bel-niet-aan-verzoek

Voorz. RCC 25 juni 2018, RB 3174; dossiernr. 2018/00380 (bel-niet-aan en Nee/Nee-sticker) Agressieve reclame. Deels toegewezen. De klacht: Klager vond op zijn deurmat ongeadresseerd reclamedrukwerk (een kaartje) van afzender. Blijkbaar was een collectant aan de deur geweest die hem niet thuis had aangetroffen en die een kaartje heeft achtergelaten met de oproep te doneren. Het kaartje lijkt speciaal voor dit doel te zijn gemaakt. De collectant had echter door moeten lopen omdat de deur is voorzien van een bel-niet-aan sticker en de brievenbuis is voorzien van een Nee/Nee-sticker. Een verantwoorde afzender onderzoekt het als er iets mis gaat, biedt excuses aan en neemt maatregelen om herhaling te voorkomen. Afzender doet dit niet. Zij ontkent stellig en ongeloofwaardig, verhult de feiten en neemt geen maatregelen. Afzender heeft door klager niet met rust te laten en onvoldoende te reageren in strijd gehandeld met de volgende artikelen (...)

Het oordeel van de voorzitter
1)  Klager stelt dat een collectant in strijd met zijn bel-niet-aan sticker bij hem heeft aangebeld en tevens ten onrechte ongeadresseerd reclamedrukwerk bij hem heeft bezorgd. De wijze van werving bij de voordeur ('Door2Door werving') en het bezorgen van ongeadresseerd reclamedrukwerk zijn gereguleerd in de RFM respectievelijk de Code VOR. Dit brengt mee dat bij klachten over de wijze van werving waarop deze bijzondere reclamecodes zien, aan de specifieke en gedetailleerde bepalingen van die codes dient te worden getoetst. Om die reden beperkt de voorzitter de toetsing over de wijze van werving tot de artikelen 9 lid 1 RFM en artikel 3.1 Code VOR waarop de klachtonderdelen 2 en 7 zien. Het voorgaande impliceert dat de klachtonderdelen 11, 12, 13 en 14 geen afzonderlijke behandeling behoeven.

2)  Afzender acht het op grond van het door klager ontvangen kaartje aannemelijk dat een collectant bij hem heeft aangebeld. De voorzitter oordeelt op grond hiervan dat de betrokken collectant de bel-niet-aan sticker van klager niet heeft gerespecteerd. Hierdoor is gehandeld in strijd met artikel 9 lid 1 RFM, zodat klachtonderdeel 2 doel treft. Afzender heeft zich verantwoordelijk verklaard voor het handelen van haar vrijwilligers. De voorzitter ziet geen aanleiding ook de betrokken collectant verantwoordelijk te achten.

3)  Verder heeft klager onweersproken gesteld dat het kaartje bij hem is gedeponeerd in strijd met de Nee/Nee-sticker op zijn brievenbus als bedoeld in bijlage 1 bij de Code VOR. Hierdoor is gehandeld in strijd met artikel 3.1 Code VOR, zodat klachtonderdeel 7 doel treft. Afzender heeft zich voor dit handelen eveneens verantwoordelijk verklaard. Ook in zoverre ziet de voorzitter geen aanleiding om de collectant mede verantwoordelijk te achten.

4)  Klager stelt terecht dat hij niet binnen de termijn van artikel 5 is geïnformeerd door afzender naar aanleiding van zijn klacht. Klager heeft zich immers op 17 maart 2018 bij afzender schriftelijk beklaagd over de wijze van werven, waarop afzender pas heeft gereageerd bij e-mail van 24 april 2018. In zoverre heeft afzender gehandeld in strijd met artikel 5 Code VOR als bedoeld in klachtonderdeel 10. Tevens is daardoor niet de termijn van artikel 10 lid 1 RFM in acht genomen zoals kennelijk met klachtonderdeel 4 is bedoeld.

5)  Klager heeft geen belang meer bij klachtonderdeel 8, nu de uiting reeds op grond van het voorgaande in strijd met artikel 3.1 Code VOR is geacht. Nu geen contact heeft plaatsgevonden tussen klager en de collectant, doet zich verder niet de situatie voor als bedoeld in artikel 3 lid 3 RFM. Derhalve kan niet in strijd met dit artikel zijn gehandeld zodat klachtonderdeel 1 evenmin doel treft. Ook is niet gehandeld in strijd met artikel 10 lid 2 RFM. Dat klager geen genoegen neemt met de reactie van afzender, brengt niet mee dat artikel 10 lid 2 RFM is geschonden. Om dezelfde reden kan niet worden gezegd dat afzender heeft gehandeld in strijd met artikel 5 Code VOR. De klachtonderdelen 3 en 9 treffen daarom geen doel. Hetzelfde geldt voor de klachtonderdelen 5 en 6 nu de CBR in dit geval niet van toepassing is omdat het om ongeadresseerd reclamedrukwerk gaat dat onder de werking van de Code VOR valt.

6)  Afzender heeft meegedeeld het voorval te betreuren en dat zij er alles aan zal doen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Gelet hierop zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep, zodat volstaan wordt met te oordelen als volgt.

RB 3167

VPRO's poster "lijntje in de lunchpauze?" stimuleert niet tot harddrugs gebruik

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 20 jun 2018, RB 3167; 2018/00447 (Lijntje in de lunchpauze), http://www.reclameboek.nl/artikelen/vpro-s-poster-lijntje-in-de-lunchpauze-stimuleert-niet-tot-harddrugs-gebruik

RCC 20 juni 2018, RB 3167, dossiernr. 2018/00447 (VPRO) Afgewezen. Het betreft een poster van de VPRO met onder meer de tekst: "lijntje in de lunchpauze?", met daaronder de afbeelding van een opgerold biljet van € 50,- waarmee men een streep wit poeder (blijkbaar cocaïne) kan opsnuiven. Hieronder wordt melding gemaakt van 'trees', een app waarmee men journalistieke inhoud kan luisteren. De klacht: De uiting stimuleert het gebruik van harddrugs. Cafés doen er alles aan om harddrugs te verbannen, maar door de poster wordt dit dweilen met de kraan open.

RB 2971

Tattoo penis met superman-jasje GGD niet in strijd met goede smaak en fatsoen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 aug 2017, RB 2971; (Penis tattoo GGD), http://www.reclameboek.nl/artikelen/tattoo-penis-met-superman-jasje-ggd-niet-in-strijd-met-goede-smaak-en-fatsoen

RCC 24 augustus 2017, RB 2971; dossiernr. 2017/00500/A (Penis tattoo GGD) Afwijzing. De uiting: Het betreft een uiting op www.ggdhvb.nl/nieuws/2016/07/Superhero-in-drie-shots (een sub-pagina van de website www.ggdhvb.nl) waarop onder andere staat: “De GGD Hart voor Brabant vaccineert ook dit jaar op Roze Maandag mannen die seks hebben met mannen gratis tegen hepatitis B. Op maandag 25 juli staat de Tilburgse kermis weer in het teken van Roze Maandag. De GGD Hart voor Brabant is dit jaar voor de elfde keer van de partij om mannen die seks hebben met mannen (MSM) gratis te vaccineren tegen hepatitis B. de GGD-bus staat net als vorig jaar van 12.00 uur tot 20.00 uur op de Spoorlaan aan het begin van de kermis. Ter promotie van de vaccinaties plaatsen onze vrijwilligers tattoos die wel tot zeven dagen kunnen blijven zitten. Zo zien ze eruit!” Onder de tekst staat een afbeelding van de ‘tattoo’: een penis met een “Superman”- jasje en –cape aan. Op de “borst” staat  “3X” (in plaats van de “S” van Superman). Langs de cape staat “MANTOTMAN.NL”. Onder de afbeelding staat: “Superhero in 3 shots!”
De klacht: Volgens klaagster is hier sprake van een marketingstunt, waarbij een medische handeling wordt aangeprezen. Klaagster vraagt zich af of er wel op deze manier reclame gemaakt mag worden voor een medisch product. Daarnaast maakt klaagster bezwaar tegen de boodschap van de uiting, die volgens haar luidt “dat je penis een superhero wordt wanneer jij de 3 hepatitits B shots gaat halen”.

RB 2919

Tijdelijke aanbieding 50liefde.nl die automatisch overgaat in een lidmaatschap is in strijd met artikel 8.4 NRC

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 27 jun 2017, RB 2919; dossiernr. 2017/00338 (50liefde.nl), http://www.reclameboek.nl/artikelen/tijdelijke-aanbieding-50liefde-nl-die-automatisch-overgaat-in-een-lidmaatschap-is-in-strijd-met-arti

RCC 27 juni 2017, RB 2919; dossiernr. 2017/00338 (50liefde.nl) Aanbeveling. Misleiding ontbrekende informatie. Uiting: Het betreft een aan klager gerichte e-mail met de aanhef: “50liefde.nl 3 dagen PREMIUM voor slechts 1 EURO!”. Daarin staat onder meer: “Goed nieuws: Wij bieden u nu als lid van 50liefde.nl een unieke actie aan om 3 dagen volledig gebruik te maken van een PREMIUM Lidmaatschap voor slechts 1 EURO.” Klacht: Naar aanleiding van de onderhavige e-mail maakte klager, na het lezen van de algemene voorwaarden, gebruik van de aanbieding. Hij betaalde € 1,- via iDEAL Uit voorzorg zegde hij binnen drie dagen op. Vervolgens werd € 39,99 van zijn rekening afgeschreven. Dit bedrag heeft klager gestorneerd. Direct daarop ontving klager een mail waarin stond dat door de stornering de kosten waren verhoogd naar € 87,48. Uit navraag bleek dat klager niet binnen 24 uur had opgezegd en dat hij zich, door akkoord te gaan met de betalings- en algemene voorwaarden, had verbonden aan een lidmaatschap. Op de betaalpagina, staan onderaan -in heel kleine letters- de aanvullende voorwaarden, namelijk: “Om te kunnen blijven profiteren van alle voordelen van het Premium-lidmaatschap, wordt het na afloop van de eerste contractperiode maandelijks met een termijn van 1 maand voor € 39,95 volgens de voorwaarden van het standaard abonnement verlengd. Alle prijzen zijn inclusief BTW. U heeft 24 uur om dit actie abonnement op te zeggen. Hierna zal het automatisch worden verlengd zoals hierboven vermeld”.

RB 2887

CVB: “Scotch Whisky International” op voetbalshirt niet toegestaan

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 31 mei 2017, RB 2887; Dossiernr. 2017/00164 - CVB (Voetbalshirt Scotch Whisky International), http://www.reclameboek.nl/artikelen/cvb-scotch-whisky-international-op-voetbalshirt-niet-toegestaan

CVB 31 mei 2017 RB 2887; Dossiernr. 2017/00164 - CVB (Voetbalshirt Scotch Whisky International) College bevestigt aanbeveling in strijd met art. 30 lid 1 RvD 2014. Bijzondere reclamecode. Uiting: Uiting 1 (hierna: ‘shirt 1’) betreft een voetbalshirt voor zover daarop staat: “SCOTCH WHISKY INTERNATIONAL- ” Uiting 2 (hierna: ‘shirt 2’) betreft een voetbalshirt voor zover daarop staat: “? INTERNATIONAL investdontdrink.com” Klacht: Klager maakt bezwaar tegen de naamsvermelding van de sponsor (Scotch Whisky International) op de shirts van de (senioren)spelers van HFC. Volgens klager is een shirt met deze opdruk niet toegestaan op grond van artikel 30 lid 1 van de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken (RvA) 2014.  

 

RB 2830

In afwijking van Reclamecode reisaanbiedingen 2014 optionele elementen in een offerteaanvraag vooraf aanvinken

Rechtspraak (NL/EU) 26 nov 2015, RB 2830; ECLI:NL:RBROT:2015:8642 (rechtspersoon 3 tegen ACM), http://www.reclameboek.nl/artikelen/in-afwijking-van-reclamecode-reisaanbiedingen-2014-optionele-elementen-in-een-offerteaanvraag-vooraf

Rechtbank Rotterdam 26 november 2015, RB 2830; ECLI:NL:RBROT:2015:8642 (rechtspersoon 3 tegen ACM) Vergelijkende reclame. ACM legt bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 23 Luchtvaartverordening en overtreding van artikel 8.8 Whc in verbinding met artikel 6:193b lid 2 BW. Rechtsopvolging overtreder. Te passeren vormverzuim. Functiescheiding. Customer service charge en boekingskosten zijn onvermijdbare en voorzienbare kosten. Voorts is gehandeld in strijd met eigen professionele standaard door in afwijking van Reclamecode reisaanbiedingen 2014 optionele elementen in een offerteaanvraag vooraf aan te vinken. De boetes en lastopleggingen houden stand.

 

RB 2569

Kosten voor bagageruim geen onvermijdbare kosten

RCC 22 oktober 2015, RB 2569; Dossiernr. 2015/00995 (Tui Pakketreis)
Afwijzing. Reclamecode Reisaanbiedingen. Te betalen prijs. Onvermijdbare kosten. Uiting: Het betreft de aanbieding van een 8-daagse pakketreis naar Zakynthos vanaf € 552,00 p.p. op adverteerders (toenmalige) website www.arke.nl (sinds 1 oktober 2015: www.tui.nl).

Klacht: Artikel III sub 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) regelt dat de consument de verplicht te betalen prijs uit de reclame-uiting moet kunnen opmaken, aldus klaagster. De aanbiedingsprijs moet inclusief alle de aanbieder op het moment van publicatie bekende onvermijdbare kosten zijn. In de bestreden uiting wordt op de ‘kassabon’ de totale reissom weergegeven, inclusief kosten Calamiteitenfonds en reserveringskosten. Daarbij wordt echter niet vermeld dat het weergegeven bedrag de reissom op basis van handbagage betreft. Pas onderaan de kassabon staat: “Handbagage inclusief. Ruimbagage bijboeken mogelijk”. Ook wordt pas tijdens het boekingsproces de hoogte van de kosten voor ruimbagage zichtbaar, hoewel de hoogte van die toeslag adverteerder al bij publicatie van de reisaanbieding bekend is. Met name bij een pakketreis vormen de kosten voor ruimbagage een onvermijdbare bijkomende kostenpost, aldus klaagster, en geen optionele extra toeslag.

Commissie:

1. Krachtens artikel III sub 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014 dienen aanbieders van reisdiensten in hun reclame-uitingen correcte en duidelijke prijzen te hanteren, wat onder meer betekent dat zij hun prijzen publiceren inclusief de hen op het moment van publicatie bekende vaste onvermijdbare kosten. Naar het oordeel van de Commissie stelt adverteerder terecht dat het aan de consument is om te kiezen of hij al dan niet ruimbagage meeneemt, ook bij een 8-daagse pakketreis als in het onderhavige geval. De kosten voor ruimbagage zijn aan te merken als een vermijdbare kostenpost, die daarom niet in de aanbiedingsprijs opgenomen hoeven te zijn.

2. Van belang is dat de betreffende aanbieding van de reis op de website als een uitnodiging tot aankoop in verband met een overeenkomst op afstand moet worden beschouwd, waarvoor krachtens artikel 8.4 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) verzwaarde informatieverplichtingen gelden. In artikel 8.4 onder i NRC is met betrekking tot de prijsvermelding bepaald dat in geval van extra kosten die redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, moet worden vermeld dat eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd zijn.

In de onderhavige uiting wordt naar het oordeel van de Commissie aan deze informatieverplichting voldaan. Onder het bedrag van de reissom, die wordt getoond nadat voor een bepaalde reisdatum is gekozen, wordt vermeld: “Handbagage inclusief. Ruimbagage bijboeken mogelijk”. De Commissie acht voldoende aannemelijk gemaakt dat vervolgens, door op deze mededeling te klikken, informatie wordt verstrekt over de kosten die aan het meenemen van ruimbagage verbonden zijn, waarvan de hoogte kan variëren al naar gelang vliegtuigmaatschappij en gewicht van de bagage.

Commissie wijst de klacht af.