RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Collectieve merken en keurmerken  

RB 1268

De Halal-factuur

Strafrechter Rechtbank Breda 18 januari 2012, LJN BV1237 (Halalvleesfraude)

Als randvermelding. Uitspraak over fraude met facturen geeft aan hoe gewoon vlees opeens een Halal-stempel krijgt. (halal)vleesfraude. Valsheid in geschrift bij het opmaken van verkoopfacturen voor levering/verkoop van halalvlees aan bedrijven van de hoofdverdachte. Aan deze facturenstroom lag geen fysieke levering van vlees ten grondslag. De hoofdverdachte heeft deze facturen gebruikt voor het verkrijgen van zogenaamde halaltraceerbaarheidsformulieren.

Via NJD.

RB 1249

Erfgoedlabel en bescherming minderjarigen

Verslag van een schriftelijk overleg 23 december 2011, Kamerstukken II 21 501-34, nr. 178.

Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over o.a. de invoering van een erfgoedlabel (links de bestaande Vlaamse variant) en de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake de aanbieding van het verslag van de Informele Ministersbijeenkomst over Cultuur en Audiovisuele Zaken van 9 september jl. in Wroclaw in Polen (hier), hieronder wat relevante citaten (p. 6 vragen over het erfgoedlabel, p.6-7 vragen over bescherming minderjarige).

p. 6. Erfgoed label:
Europese Jury voor het Europees Erfgoedlabel De leden van de VVD-fractie vinden het beheer van erfgoed een belang-rijke taak van de overheid. Echter, een Erfgoedlabel en het instellen van een jury lijkt eerder op een bureaucratisch symbool dan op concrete doelstellingen en instrumenten. Hoe ziet het kabinet dit, zo vragen de leden.

 

Bescherming van minderjarigen
In reactie op de vraag van de VDD-fractie over de mogelijkheid voor een kijkwijzer en inzet van Nederland aangaande dit agendapunt nader toe te lichten, wijst de minister er op dat het gebruik van een «kijkwijzer» op internet in feite al binnen de EU al geregels is via de richtlijn voor audiovisuele mediadiensten van 2007. De hieraan verbonden regels gelden voor alle audiovisuele mediadiensten, of ze nu in de ether, op de kabel of via internet worden verspreid.

 

Alle aanbieders die lineair televisieprogramma’s of films uitzenden, moeten deze voorzien van informatie en een leeftijdsaanduiding zodat kinderen en hun ouders kunnen oordelen over de mogelijke schadelijkheid. Bovendien moeten omroepen bij de keuze van uitzendtijden de leeftijdsgrenzen in acht nemen en mogen bioscopen en videohandel aan kinderen geen toegang geven tot films die volgens de classificatie schadelijk worden geacht voor kinderen tot 16 jaar.

Voor «on demand» audiovisuele diensten – televisie of films die mensen kunnen opvragen, ook op internet – geldt een lichter regime. Hiervoor is classificatie niet verplicht en gelden er geen uitzendtijden. Wel moeten «on demand» films of programma’s die kinderen ernstige schade kunnen berokkenen door technische middelen zijn afgeschermd. De Kijkwijzer berust in Nederland op co-regulering: de branche is verantwoordelijk voor classificatie via het Nederlands Instituut voor Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM), wetgeving stelt daarmee verbonden minimum eisen, aldus de minister.

Voor de classificatie van computerspellen – offline en online – is op basis van de Kijkwijzer een speciaal Europees classificatiesysteem ontwikkeld: PEGI. Dit wordt op vrijwillige basis door de meeste bedrijven in de computerspelbranche gebruikt, ook in Nederland. Classificatiesystemen zoals de Kijkwijzer laten zich niet vertalen naar alles wat kinderen op internet tegenkomen. De raadsconclusies richten zich vooral ook op andere zaken, zoals de verdere ontwikkeling van software voor het filteren of blokkeren van websites en digitale diensten, leeftijdsverificatie voor toegang tot websites of diensten en het standaard afschermen van profielen van minderjarigen op sociale netwerksites.

Bij de voorbereiding van de raadsconclusies heeft Nederland enkele redactionele voorstellen gedaan. Deze voorstellen zijn overgenomen en Nederland kon tijdens de Raad zonder interventie instemmen met de raadsconclusies. Afgezien van de bestrijding van illegale praktijken (zoals kinderporno op internet) door politie en justitie en bovengenoemde co-regulering voor audiovisuele media, zetten de raadsconclusies net als het beleid in Nederland in op voorlichting voor kinderen en ouders (mediawijsheid), zelfregulering door het bedrijfsleven en afspraken tussen overheden en bedrijfsleven. De raadsconclusies zijn overigens niet bindend en respecteren verschillen van aanpak tussen lidstaten, zo benadrukt de minister.

Ingaand op de vragen van de SP-fractie over mediawijsheid onder kinderen en de bescherming van audiovisuele diensten op basis van voorwaardelijke toegang, zet de minister uiteen dat alle lidstaten de EU richtlijn voor audiovisuele mediadiensten vertaald hebben in hun eigen nationale wetgeving. Omdat de richtlijn kaderstellend is, kan de precieze uitwerking per land verschillen. De Europese Commissie houdt toezicht op een juiste implementatie en op naleving van de EU richtlijn.

Ook de conventie van de Raad van Europa uit 2003 over bescherming van audiovisuele diensten op basis van voorwaardelijke toegang is kaderstellend, evenals de oudere en vrijwel gelijkluidende EU richtlijn uit 1998 over hetzelfde onderwerp. De Nederlandse wetgeving is in overeenstemming met zowel de conventie als de EU richtlijn.

Voor mediawijsheid bestaat in Nederland sinds 2009 een mediawijsheid expertisecentrum, het zogeheten «mediawijzer.net». Inmiddels zijn ruim 500 partijen bij dit netwerk aangesloten. De minister licht toe dat uit de mediabegroting tot 2014 subsidie (2 miljoen euro per jaar) beschikbaar wordt gesteld voor het mediawijsheid expertisecentrum. Doel is om mediawijsheid te verankeren in de activiteiten van scholen, bibliotheken, media en maatschappelijke organisaties.

RB 1236

Kwader trouw: terwijl het een receptgeneesmiddel is

WIPO 2 december 2011, zaaknr. D2011-1792 (Hoffman-La Roche AG tegen Flee Ventures)

Receptgeneesmiddelen en domeinnamen.

In't kort: inzake cheapvaliumforsale.com doet de merkenrechthouder een beroep op haar registratie van het merk VALIUM en de bekendheid van haar merk (if not notorious). Miljoenen mensen gebruiken dit medicijn en het is verslavend, zoals ook op de website wordt vermeld. Met name omdat er sprake is van een heel sterk kwade trouw-element, omdat het medicijn zou worden aangeboden zonder recept, terwijl het een receptgeneesmiddel is, wordt de domeinnaam overgedragen.

In light of the large amount of domain dispute cases where the disputed domain name consists of a pharmaceutical product only to be sold with prescription, the Panel concurs with the following statement by the Panel in F. Hoffmann-La Roche AG v. Private Whois buyvaliumdiazepam.org, WIPO Case No. D2011-1463:

Lastly, in the Panel’s opinion, the fact that supposedly authentic VALIUM drugs are offered for sale online without prescription is to be regarded as an additional factor revealing bad faith in the use of the disputed domain name…

RB 1201

Duurzame Paling

RCC 22 september 2011, Dossiernr. 2011/00590 (St.Duurzame Palingsector Nederland Misleidende mededelingen mbt palingvangst).

Duurzame palingvangst is een streven, dat streven blijkt voldoende uit de uiting. Op enkele punten wordt erkend dat er nog geen sprake van duurzame paling is, op de punten d en f geoordeeld dat er strijd is met art. 7, 2, 3 NRC en respectievelijk ook art. 8 Milieu Reclame Code.

Het betreft de volgende onderdelen van de uiting:
a.    “Over Paling wordt veel gezegd, maar weinig is op feiten gebaseerd. Met deze PalingWIJZER weet u wel beter!”
b.    “10 REDENEN OM TE KIEZEN VOOR PALING”
c.    “Verantwoord paling kopen”
d.    “Duurzame paling herkent u aan dit logo op de verpakking”
e.    “Ook u kunt helpen, door aankoop van paling met dit logo.”
f.      “Stoppen met visserij en handel is geen optie”
g.    “Beroepsvissers worden natuurbeheerders”
h.    “Alleen op die manier komt er weer voldoende jonge paling aan onze kust”
i.      “duurzame palingconsumptie”
j.      “Alles wat u wilt weten over verantwoord paling eten”
k.     “Kan ik met een gerust hart paling blijven eten, nu de palingstand zo sterk is afgenomen? Ja, dat kan!”
l.      “Met het Duurzaam Paling Fonds helpt u mee aan een duurzaam beheer van de palingcultuur in Nederland”.
m.   Het logo van DUPAN met de tekst “Duurzaam Paling Fonds”.

 

4) Met betrekking tot de mededelingen zoals genoemd onder a tot en met c, e en g tot en met l overweegt de Commissie als volgt. De Commissie is van oordeel dat uit de reclame-uiting, in het geheel bezien, duidelijk blijkt dat sprake is van een streven van DUPAN om de palingstand te verbeteren. Duidelijk is dat het op dit moment nog slecht gesteld is met de palingstand en dat adverteerder verschillende activiteiten en financiële middelen inzet om hier iets aan te doen. Men wordt gewezen op het feit dat de paling hulp nodig heeft en men wordt geïnformeerd over de verschillende activiteiten die door DUPAN worden verricht om aan deze hulp bij te dragen. Voorts wordt men aangespoord om paling te eten met het DUPAN logo, omdat deze afkomstig is van bedrijven die zich houden aan de door DUPAN voorgeschreven duurzaamheidsregels. De in reclame gebruikelijk te achten overdrijving hierbij in acht nemende, is de Commissie van oordeel dat de genoemde mededelingen de gemiddelde consument niet op het verkeerde been zullen zetten. Aldus acht de Commissie de genoemde mededelingen niet ontoelaatbaar.

5) Ook het logo met de tekst ‘Duurzaam Paling Fonds’ (m) acht de Commissie niet in strijd met de Nederlandse Reclame Code. Uit de vermelding ‘Fonds’ blijkt voldoende dat er sprake is van een voor een bepaald doel bestemd kapitaal, te weten een verbetering van de palingstand met behulp van door DUPAN voorgeschreven duurzaamheidsregels, en voor het overige liggen in het logo geen onjuiste suggesties besloten.

De huidige stand - erkend geen duurzame paling 6)
Naar door adverteerder is erkend, kan echter bij de huidige stand van zaken niet worden gesproken van ‘duurzame paling’. Nog niet is immers duidelijk of de activiteiten die adverteerder verricht tot gevolg zullen hebben dat de palingstand daadwerkelijk verbetert. Hierover wordt, naar uit de overgelegde stukken is gebleken, door als deskundig aan te merken personen zeer verschillend gedacht. Gelet hierop acht de Commissie de mededeling zoals genoemd onder d, waarin wordt gesproken van ‘duurzame paling’, te absoluut. De Commissie is van oordeel dat de reclame-uiting aldus op dit punt gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de aard van het product als bedoeld onder a van artikel 8.2 NRC. De Commissie is voorts van oordeel dat de gemiddelde consument door de mededeling ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de genoemde mededeling misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Behalve aspecten die het welzijn van de paling betreffen, komen in de uiting tevens milieuaspecten aan de orde. Onder het kopje ‘Verantwoord paling kopen’ wordt bijvoorbeeld gesproken van ‘een milieuverantwoorde en diervriendelijke verwerking van paling’.
In dit licht bezien is de Commissie van oordeel dat ‘duurzame paling’ een milieuclaim is als bedoeld in artikel 1 van de Milieu Reclame Code. Gelet op het vorenstaande is deze claim in strijd met artikel 2 MRC, waarin is bepaald dat milieuclaims niet misleidend mogen zijn met betrekking tot bepaalde milieuaspecten van een product en met artikel 3 MRC, waarin is bepaald dat alle milieuclaims aantoonbaar juist moeten zijn.
 
7)
Naar adverteerder heeft erkend, is de mededeling zoals genoemd onder f dat ‘stoppen met visserij en handel’ ‘geen optie’ is, gebaseerd op de onjuiste mededeling in de tekst daaronder dat ‘dit’ (stoppen met visserij en handel) ‘volgens onderzoek van het LEI’ schadelijk kan zijn voor de palingstand. Adverteerder heeft toegezegd deze mededeling in een volgende reclame-uiting niet meer te zullen doen.
Door de mededeling onder f gaat de reclame derhalve eveneens gepaard met onjuiste informatie zoals bedoeld in 8.2 NRC. Nu voorts de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen, is de uiting ook op dit punt misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Ook hier is sprake van een milieuclaim die, gelet op het voorgaande, in strijd is met de artikelen 2 en 3 MRC. Nu deze onjuiste claim verwijst naar een onderzoek van het LEI, is de uiting tevens in strijd met artikel 8 MRC, waarin is bepaald dat verwijzingen naar wetenschappelijke werken representatief en controleerbaar juist dienen te zijn.

RB 1151

Profiteren van de goodwill

Hof Amsterdam 12 april 2011, LJN BT7348 (De NATIONALE SLIJTERSBON B.V. tegen GALL & GALL B.V.)

Als randvermelding. Goodwill. Concurrentie. Duurovereenkomsten. Slijterijketen Gall & Gall is vrij om naast de Nationale Slijtersbon een cadeaubon te verkopen, die alleen in de eigen winkels kan worden ingeleverd. Laagdrempelige regeling omvat de verplichting om na opzegging de slijtersbon nog gedurende 18 maanden in te wisselen. Misbruik van haar machtspositie maakt door een concurrerende bon te introduceren en daarmee DNS uit te markt te drukken en voorts dat Gall & Gall op onrechtmatige wijze profiteert van de goodwill van DNS.

4.3. DNS legt aan haar vordering ten grondslag, kort samengevat, dat met betrekking tot de afname van de slijtersbon tussen haar en Gall & Gall een duurovereenkomst is ontstaan en dat Gall & Gall in de nakoming daarvan toerekenbaar tekortschiet door zonder overleg met DNS en zonder inachtneming van een redelijke opzegtermijn een eigen cadeaubon te introduceren waardoor de afname door Gall & Gall c.s. van slijtersbonnen (drastisch) is verminderd en Gall & Gall feitelijk tot opzegging van een groot deel van de deelnameovereenkomst met DNS is overgegaan.

4.4. Dit standpunt is terecht door de voorzieningenrechter verworpen. Het betoog van DNS dat het Gall & Gall in het kader van haar relatie met DNS niet vrijstaat om de afname van slijtersbonnen te verminderen, althans niet zonder daarbij een redelijke opzegtermijn in acht te nemen, valt niet te rijmen met het bepaalde in artikel 3.4 van de algemene voorwaarden waaruit volgt dat voor deelnemende bedrijven geen afnameverplichting bestaat, noch met het bepaalde in artikel 7.2 waaruit volgt dat een deelnemer aan het DNS-systeem in feite op ieder gewenst moment deze deelname kan beëindigen door schriftelijk te verzoeken zijn uitgiftepuntnummer af te sluiten. Het enkele feit dat Gall & Gall gedurende een zeventiental jaren een belangrijke, of zelfs de belangrijkste, afnemer van slijtersbonnen is geweest en dat DNS door de verminderde afname als gevolg van de uitgifte van de Gall & Gall cadeaubon haar omzet (naar zij stelt) aanzienlijk heeft zien dalen, brengt op zichzelf niet mee dat Gall & Gall op de indertijd gekozen “laagdrempelige” regeling wat betreft het al dan niet participeren aan het slijtersbonnensysteem en de beëindiging daarvan geen beroep toekomt. Dat er in de loop der jaren sprake is geweest van contacten en/ of bestendige praktijken tussen DNS en Gall & Gall die er – mede gelet op de eisen van redelijkheid en billijkheid - toe leiden dat hun relatie op dit punt door andere spelregels wordt beheerst, is voorshands niet gebleken. Uit de stellingen van DNS volgt dat door haar niet met individuele slijterijen doch met de Vereniging van Drankenhandelaren Nederland overleg werd gevoerd. Dat Gall & Gall een belangrijk lid was van deze vereniging en zitting had in het bestuur daarvan (en daardoor onder meer op de hoogte was van de belangen van DNS) leidt op zichzelf niet tot een ander oordeel omtrent haar relatie tot DNS en de bij beëindiging daarvan in acht te nemen normen.

4.5. DNS heeft nog aangevoerd dat Gall & Gall misbruik van haar machtspositie maakt door een concurrerende bon te introduceren en daarmee DNS uit te markt te drukken en voorts dat Gall & Gall op onrechtmatige wijze profiteert van de goodwill van DNS. DNS heeft deze stellingen echter ook in hoger beroep niet deugdelijk feitelijk toegelicht. Vast staat dat Gall & Gall nog steeds slijtersbonnen verkoopt en dat deze bij haar winkels kunnen worden ingewisseld. Voorts is de door Gall & Gall geïntroduceerde cadeaubon in zoverre anders van karakter dan de slijtersbon, dat deze alleen bij Gall & Gall (franchise)winkels kan worden gekocht en ook alleen bij deze winkels kan worden ingeleverd. Niet valt in te zien dat het Gall & Gall in de gegeven omstandigheden niet vrij zou staan het geven van geschenken door eigen klanten op deze wijze te faciliteren, ook als dit nadelig is voor een concurrerende ‘algemene’ bon en leidt tot verminderde omzet van DNS. Het betoog van DNS dat een en ander jegens haar onrechtmatig is valt ook niet goed te rijmen met het door haar (primair) ingenomen standpunt dat Gall & Gall gerechtigd is een eigen cadeaubon op de markt te brengen mits zij daarbij een redelijke ‘opzegtermijn’ in acht neemt in verband met de verminderde afname van de slijtersbon (vgl. toelichting op grief 1). Door DNS wordt ook niet in twijfel getrokken dat Gall & Gall haar verplichting om na een eventuele opzegging de slijtersbon nog gedurende een periode van 18 maanden in te wisselen, gestand zal doen.

RB 1125

Gebruik van merk als Google trefwoord (adword)

Commentaar in't kort van Ernst-Jan Louwers, Louwers IP|Technology Advocaten.
In navolging van IEF 10209, aangevuld met een paragraaf gewijd aan vergelijkende reclame wat buiten de scope van het arrest valt
.

Een merkhouder kan gebruik van het merk verbieden indien dat gebruik afbreuk doet of kan doen aan een van de "functies" van het merk. Naast herkomstfunctie is een merk ook een commercieel strategisch instrument, dat met name kan worden gebruikt voor reclamedoeleinden of voor het opbouwen van een reputatie, teneinde de consument aan het merk te binden.

Het Europese Hof gaf op 22 september 2011 iets meer duidelijkheid over de functies van een merk en de vraag wanneer gebruik van trefwoorden ('keywords' of 'adwords') is toegestaan.

Samenvatting van Interflora-zaak
Interflora exploiteert een wereldwijd bloemenbezorgingsnetwerk. Het netwerk bestaat uit bloemisten bij wie klanten in persoon, telefonisch of via internet bestellingen kunnen plaatsen. De bestellingen worden afgehandeld door het lid van het netwerk dat het dichtst bij het bezorgadres van de bloemen is gevestigd.
INTERFLORA is een Engels en Europees merk. Het merk geniet in het Verenigd Koninkrijk en in andere lidstaten van de Europese Unie een grote reputatie.

De Engelse onderneming Marks & Spencer is een grote detailhandelaar in het Verenigd Koninkrijk. Een van haar diensten is de verkoop en bezorging van bloemen. Marks & Spencer is dus een concurrent van Interflora. Marks & Spencer heeft voor Google verschillende trefwoorden ('keywords') met het merk INTERFLORA geselecteerd voor haar Google advertenties.

Via de Engelse rechter is de zaak terecht gekomen bij het Hof van Justitie om uitleg te geven over het merkrecht.

Gevolgen van de uitspraak
De nationale rechter moet per geval nagaan of degene die in Google advertenties gebruik maakt van trefwoorden die met het merk van een ander overeenstemmen, daarmee afbreuk doet aan een van de functies van het merk of op die manier onrechtmatig op de reputatie van het merk meelift.

In de Interflora-zaak moet de nationale rechter met name ook nagaan of het gebruik door Marks & Spencer van de trefwoorden met het INTERFLORA, het behoud door Interflora van een reputatie die consumenten kan aantrekken en aan haar kan binden, in gevaar brengt.

Afbreuk aan de functies van het merk?
Afbreuk aan herkomstfunctie: verwarring opwekken omtrent de herkomst
Er is afbreuk aan de functie voor herkomstaanduiding van het merk wanneer de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker door de advertentie die met het merk overeenstemmende trefwoord verschijnt, de herkomst niet goed kan vaststellen. Met andere woorden: als hij niet of niet eenvoudig te weten komt of de waren of diensten uit de advertentie afkomstig zijn van de merkhouder (of een economisch met hem verbonden onderneming) of van een derde.

Afbreuk aan investeringsfunctie: merkhouder ernstig hinderen bij verwerving of behoud van reputatie
Onderzoek van deze functie van het merk door het Hof is een nieuw element. Als het gebruik van het merk de merkhouder 'ernstig' hindert bij de verwerving of het behoud van een reputatie die consumenten kan aantrekken en aan hem kan binden.
In een situatie waarin het merk reeds een reputatie geniet, wordt afbreuk gedaan aan de investeringsfunctie, wanneer het gebruik deze reputatie aantast en derhalve het behoud ervan in gevaar brengt.
Maar er is geen sprake van afbreuk aan de investeringsfunctie als het gebruik door een concurrent er enkel toe leidt dat de houder van dat merk zijn inspanningen ter verwerving of het behoud van een reputatie die consumenten kan aantrekken en aan hem kan binden, dient op te voeren. Evenmin kan de merkhouder zich met succes beroepen op de omstandigheid dat dit gebruik een aantal consumenten er mogelijkerwijs toe brengt de waren of diensten waarop dit merk is aangebracht, links te laten liggen.

Afbreuk aan reclamefunctie?
Het gebruik van een teken dat gelijk is aan een merk van een ander als trefwoord in het kader van een advertentiedienst van zoekmachines als Google, doet daarentegen op zichzelf volgens het Hof geen afbreuk aan de reclamefunctie van het merk.

Bekende merken: onrechtmatig aanhaken/meeliften
Volgens het Hof kan de selectie van bekende merken van een ander als trefwoorden - zonder geldige reden, in het kader van een advertentiedienst als onrechtmatig aanhaken/meeliften worden beschouwd. Dat is vooral ook het geval wanneer internetadverteerders door middel van het gebruik van trefwoorden die met bekende merken overeenkomen, waren te koop aanbieden die imitaties van de waren van de merkhouder zijn.

Gebruik bij bieden van alternatief toegestaan: gezonde en eerlijke mededinging
Het is volgens het Hof in beginsel wel toegestaan om een bekend merk te gebruiken als trefwoord, als de adverteerder daarmee slechts een alternatief voor het bekende merk aanbiedt (en geen imitatie). In dat geval valt een dergelijk gebruik volgens het Hof in principe onder een gezonde en eerlijke mededinging in de sector van de betrokken waren en diensten.

Dat kan anders zijn als dit leidt tot verwatering van dat merk of afbreuk aan de reputatie ervan doet of andere afbreuk aan de functies van het merk wordt gedaan. Dat is bijvoorbeeld het geval als het merk door het gebruik zou kunnen verworden tot soortnaam.

Vergelijkende reclame (buiten de scope van arrest van het Hof)
Het Hof heeft alleen  antwoord gegeven op de vragen van de verwijzende rechter over de lijnen die moeten worden gevolgd door de nationale rechter in hun beslissingen en interpretatie van de wet.

Daarom zijn andere aspecten van de gevallen als dit niet door het Hof beoordeeld, zoals de regels inzake misleidende of vergelijkende reclame als een handelsmerk van een concurrent wordt gebruikt in een Google adword om concurrerende alternatieven aan te bieden. Reclame kan worden beschouwd als vergelijkende reclame wanneer daarbij een concurrent of zijn producten of diensten expliciet of impliciet worden genoemd. Onder omstandigheden kan het  merk van de concurrent gebruikt als Google adword daartoe leiden.

RB 1107

Ontwerp-besluit etikettering energieverbruik

Kamerbrief voorhang ontwerp-besluit etikettering energieverbruik energiegerelateerde producten

Voorhang van het ontwerpbesluit etikettering energieverbruik energiegerelateerde producten. Hier een kleine selectie van artikelen, ontwerpbesluit: definitie reclame, verplichtingen handelaar, misleidende of verwarrende informatie, informatievereisten

- reclame: iedere mededeling bij de afzet van, het adverteren voor en het bevorderen van de
verkoop, verhuur of huurkoop van een specifiek model van een energiegerelateerd product;

§ 4. Verplichtingen handelaar
Artikel 5
Een handelaar stelt in een brochure of in andere schriftelijke informatie over een aangewezen product, een in de Nederlandse taal gesteld fiche ter beschikking aan de eindgebruiker.

Artikel 6
Indien een handelaar een aangewezen product uitstalt, brengt hij op een bij gedelegeerde handeling of bij ministeriële regeling aangewezen plaats een etiket aan.

§ 5. Misleidende of verwarrende informatie
Artikel 7
Het is een handelaar in of leverancier van een energiegerelateerd product verboden een etiket, merkteken, symbool of opschrift met betrekking tot het energieverbruik of het verbruik van andere belangrijke hulpbronnen van dat product aan te brengen dat kan worden verward met een etiket als bedoeld in dit besluit of met de op dat etiket vermelde merktekens, symbolen of opschriften.

 § 6. Informatievereisten
Artikel 8
1. Degene die reclame maakt waarin energiegerelateerde informatie of informatie over de prijs van een aangewezen product wordt vermeld, vermeldt de energie-efficiëntieklasse van dat product.
2. Degene die reclame maakt waarin de technische parameters van een energiegerelateerd product worden beschreven, vermeldt de energie-efficiëntieklasse of informatie over het energieverbruik van dat product.

Artikel 9
1. Degene die een bij ministeriële regeling aangewezen product te koop, te huur of in huurkoop aanbiedt op een wijze die inhoudt dat de potentiële eindgebruiker dat product waarschijnlijk niet uitgestald ziet, vermeldt de relevante gegevens die op het etiket en het fiche voor dit product worden vermeld.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in de daarvoor in aanmerking komende taal.

RB 932

Nicam pleit voor Europese Kijkwijzer

Directeur Bekkers van het Nicam, de organisatie achter Kijkwijzer, pleit voor een Europese versie van het beoordelingssysteem. Tesamen met haar buitenlandse zusterorganisaties gaat Nicam initiatieven hiervoor nemen. Het aanbod van programma's en films wordt steeds groter en internationaler, ook door de opkomst van het kijken via internet, en hierdoor wordt advisering aan ouders en kinderen omtrent de geschiktheid van programma's steeds belangrijker volgens Bekkers. Op dit moment heeft Turkije Kijkwijzer al overgenomen en heeft IJsland ook interesse. Bekkers zegt dat een uniforme aanpak ook een gelijk speelveld voor alle aanbieders zal creëren. Momenteel zijn buitenlandse zenders die in Nederland uitzenden niet verplicht Kijkwijzer toe te passen.

BRON: Het Parool, 'Kijkwijzer wil uniform Europees model,' Parool.nl 22 mei 2011

RB 893

Nieuw Keurmerk: klusbranche

Kluskeur is het nieuwe keurmerk dat op initiatief van Kluswebsite.nl en in samenwerking met het onafhankelijke certificatie-instituut IKOB-BKB uit voorgesteld. Met dit nieuwe keurmerk moet er zekerheid worden geboden binnen het groeiende aantal online-klusmarktplaatsen. Bedrijven die voor klussen zijn aangesloten bij Kluswebsite.nl, hebben de mogelijkheid dit keurmerk aan te vragen.

Het IKOB-BKB (Keuring en Onderzoek van Bouwmaterialen en BV Kwaliteitsverklaringen Bouw) beoordeelt of een onderneming het keurmerk mag voeren. Minimaal drie keer per jaar wordten bedrijven beoordeelt op offertes, periodieke bedrijfscontroles en steekproeven op geleverd werk.

Lees meer hier (link)