RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Prijsaanduiding  

RB 874

Boerderij vermeldt tarief 0900-nummer niet

Voorzitter RCC 7 april 2011, Dossiernr. 2011/00177 (geen vermelding tarief 0900-nummer)

RB 0900-logo.jpgReclamerecht. Uitnodiging voor bezoek boerderij. Klaagster stelt dat zij voor bezoeken boerderij moest bellen naar 0900-nummer. Het tarief hiervoor ontbreekt in de uiting en wordt ook niet vermeld aan de telefoon, dus in strijd met art. 8.1 RTI volgens klaagster. Verweerder stelt dat ontbreken tarief fout is van drukker en uiting zal z.s.m. worden aangepast. Nu adverteerder klacht niet weerspreekt, acht voorzitter uiting in strijd met art. 8.1 RTI en voorzitter doet aanbeveling.

Adverteerder heeft niet weersproken dat in de reclame-uiting zelf en voorafgaand aan de aanvang van de informatiedienst het tarief ontbreekt dat voor dit gesprek in rekening wordt gebracht, hetgeen in strijd is met artikel 8.1 RTI. Adverteerder heeft laten weten dat sprake is van een drukfout en heeft toegezegd de uiting te zullen aanpassen, doch dit neem de strijdigheid van de gewraakte uiting met genoemde bepaling niet weg.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf).
Regeling: RTI art. 8.1

RB 870

BMAir: vliegen naar Manilla voor 575 euro?

RCC 19 april 2011, Dossiernr. 2011/00251 (Vliegtickets naar Manilla voor 575 euro)

RB vliegticket manilla.gifReclamerecht. Op website wordt staat aanbieding voor vliegticket naar Manilla vanaf 575 euro. Klager stelt dat hij meerdere malen geprobeeerd heeft ticket voor deze prijs te boeken binnen 8 uur nadat aanbieding online kwam en dat het hem nooit gelukt is. Klager acht de uiting daarom misleidend. Verweerder stelt dat aanbieding geldt op basis van beschikbaarheid en in de door klager gekozen periode was vlucht met deze prijs niet beschikbaar.

Commissie leest de klacht als dat aanbieding feitelijk onmogelijk is door onvoldoende beschikbaarheid. Commissie acht onvoldoende aannemelijk dat verweerder in redelijke mate stoelen heeft gehad voor gestelde prijs, nu verweerder stelling klager niet heeft weersproken. Dat op website voorbehoud is gemaakt m.b.t. beschikbaarheid stoelen is niet voldoende aannemelijk geworden volgens Commissie. Strijd met art. V sub 1 RR.

De Commissie begrijpt de klacht in die zin dat volgens klager het boeken van een vliegreis naar Manilla vanaf Frankfurt voor de in de uiting genoemde prijs van € 575 feitelijk niet mogelijk is wegens onvoldoende beschikbaarheid.

Artikel V sub 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) bepaalt, dat aanbieders (van reisdiensten) dienen te zorgen voor een redelijke beschikbaarheid van de door hen in reclame-uitingen aangeboden diensten voor de genoemde prijs. Voorts dienen aanbieders op grond van artikel VI RR de juistheid en beschikbaarheid van hun aanbiedingen aannemelijk te maken indien deze worden aangevochten.

De Commissie acht onvoldoende aannemelijk geworden dat BM Air Reizen in redelijke mate stoelen beschikbaar heeft (gehad) voor de aanbieding van een ticket vanaf Frankfurt naar Manilla voor de prijs van € 575,-. Daarbij neemt de Commissie in aanmerking dat door adverteerder is erkend dat voor de periode waarin klager wenste te vertrekken de aanbieding niet beschikbaar was, en bovendien door adverteerder klagers stelling dat het bij herhaling is voorgekomen dat al binnen enkele uren na het verschijnen van de aanbieding op internet een boeking tegen het aangeboden tarief van € 575 niet (meer) mogelijk blijkt, niet is weersproken. De mededeling van adverteerder dat op de website een voorbehoud is gemaakt met betrekking tot de beschikbaarheid van de aanbieding is niet met stukken onderbouwd en is om die reden naar het oordeel van de Commissie evenmin voldoende aannemelijk gemaakt. Gelet op het vorenstaande heeft adverteerder niet voldaan aan het bepaalde in artikel V sub 1 RR.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf).
Regeling: RR art. V sub 1, art. VI

RB 859

Gouden Garantie van Montel misleidend

RCC 11 april 2011, Dossiernr. 2011/00185 (Gouden Garantieplan Montèl)

RB Gouden Garantieplan Montel.jpgReclamerecht. Aanbod Gouden Garantieplan 2011 in Montèl catalogus 2011. Klager stelt dat niet wordt vermeld dat garantieplan extra kosten met zich meebrengt en vindt de uiting daarom misleidend. Verweerder stelt dat prijs inderdaad niet vermeld wordt. Stelt dat aangezien deze catalogus alleen wordt verspreid in besloten verkoopgesprekken, klanten worden voorzien van aanvullende informatie, waardoor aankoopbeslissing verantwoord is.

Commissie vat het verweer op dat uiting niet als reclame moet worden aangemerkt en dat eenieder die verkoopgesprek voert, een catalogus kan bemachtigen. Commissie stelt dat nu uiting aanprijzing inhoudt van product van verweerder, deze dient te worden aangemerkt als reclame, zowel in de definitie van voor 1 januari 2011 als definitie van na 1 januari 2011. Commissie verwijst naar beide definities nu de klacht voor 1 januari 2011 is ingediend. Commissie stelt dat uiting in strijd is met art. 7 NRC, nu verweerder de kosten van het garantieplan niet heeft weersproken en deze niet vermeld worden in de catalogus. Aanvullende informatie in de winkel leidt volgens de Commissie niet tot een ander oordeel en doet aanbeveling.

Verweerder stelt dat de catalogus in de winkels van Montèl wordt aangeboden in het kader van een verkoopgesprek. De Commissie leidt hieruit af dat niet alleen klager de mogelijkheid heeft (gehad) om in het bezit te komen van de catalogus, maar dat dat geldt voor eenieder, die een verkoopgesprek voert/heeft gevoerd in een winkel van Montèl.

Gelet hierop en nu de uiting een aanprijzing inhoudt van een product van verweerder, moet de uiting worden aangemerkt als reclame in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code, zowel volgens de definitie van “reclame” vóór 1 januari 2011, als volgens de definitie van “reclame” vanaf 1 januari 2011.

Gelet op de geldende overgangsregeling wijst de Commissie op beide definities, nu de klacht is ingediend vóór 1 januari 2011, en niet is komen vast te staan of de catalogus alleen in 2010 is verstrekt, dan wel in 2010 en ook in 2011.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)

Regeling: NRC art. 7, art. 8.3 aanhef en onder c

RB 851

Jack en Eva trouwen wanneer jij dat wilt

RB Programma gemist.jpgCvB RCC 20 april 2011, Dossiernr. 2011/00081, (Programma gemist van Tele2)

Reclamerecht. Het betreft een reclame over interactieve televisie met als optie "programma gemist". Klacht is dat de prijs van deze optie niet vermeld wordt in de uiting. Verweerder bestrijdt dit, prijs van "programma gemist" wordt onderin in beeld getoond en is voorts terug te vinden op de website van Tele2 en via het informatienummer. De Commissie oordeelt de klacht gegrond. Uiting prijst met name "programme gemist" aan, terwijl heel klein in beeld de kosten hiervoor worden getoond. Hierom oordeelt de Commissie onduidelijk t.a.v. de prijs (art. 8.2 aanhef onder d NRC) en daarom misleidend (art. 7 NRC). Dat de prijs via andere kanalen is te achterhalen doet hier niet aan af.

Door adverteerder zijn twee grieven neergelegd. Grief 1: kosten van "programma gemist" zijn niet ondergeschikt, nu het juist gaat om de werking en voordelen van deze optie. Kosten staan tijdens de gehele uiting onderaan vermeld. Grief 2: Televisie is een beperkt medium naar haar aard in ruimte en tijd. Het College oordeelt dat alleen in het laatste deel van de uiting in kleine letters de prijs van "programma gemist" wordt vermeld. Het College is van oordeel dat wanneer in een reclame uiting een specifieke dienst wordt aangeprezen, de kosten van deze dienst ook duidelijk genoemd dienen te worden. Verweerder kan niet volstaan met kleine lettertjes, zeker niet nu de overige kosten wel prominent in beeld worden gebracht. Dat verweerder kosten op de website vermeld doet hier niet aan af. Grief 1 faalt derhalve. Ook is niet gebleken van een relevante beperking van het medium televisie om de kosten in beeld te brengen. Grief 2 treft dus ook geen doel. College bevestigt beslissing Commissie.

 

1. Vaststaat dat in de gewraakte televisiecommercial specifiek de optionele dienst Programma Gemist wordt aangeprezen en dat de consument die van deze dienst gebruik wil maken, dient te beschikken over de diensten Inter­net&Bellen en Interac­tieve Televisie van Tele2. De kosten van de laatste twee diensten wor­den aan het einde van de televisiecommercial prominent in beeld gebracht. De prij­zen die men aldus zeer groot in beeld ziet, hebben derhalve geen be­trekking op Pro­gram­ma Ge­mist, hoewel deze optie in de televisiecommercial cen­traal staat. De (extra) kosten van Programma Gemist worden slechts vermeld in een zeer klein let­tertype aan de onderzijde van het beeldscherm, overigens, anders dan Tele2 stelt, niet gedurende de gehele uiting, maar slechts gedurende het laatste gedeelte daarvan.

2. Het College is van oordeel dat, indien in een televisiecommercial een specifie­ke dienst wordt aangeprezen, de kosten van deze dienst duidelijk dienen te worden genoemd indien, zoals in het onderhavige geval, uitdrukkelijk ook kosten van ande­re, aanvullende diensten worden genoemd. De gemid­delde consument zal in een der­ge­lijk geval immers verwachten dat de uitdrukkelijk genoemde prijzen (€ 29,95 per maand respectievelijk € 5,-- per maand gedurende het eerste jaar, en daarna € 10,-- per maand) een com­pleet beeld geven van de kosten van de aangeprezen dienst. Aldus lag het op de weg van Tele2 om ook de kosten van Pro­gram­ma Ge­mist (€ 5,-- extra per maand) uitdrukkelijk in beeld te brengen teneinde onduide­lijk­heid bij de consu­ment te voor­ko­men. Tele2 kon niet vol­staan met deze kosten in een zeer klein let­terty­pe te vermelden, bovendien ook nog op een andere plaats dan de uitdrukkelijk ge­noem­de kosten die, ook door hun cen­tra­le plaatsing en wijze van in beeld verschijnen, de meeste aan­dacht vangen.

3. Aldus is juist de prijs van de dienst die specifiek wordt aangeprezen het minst duidelijk vermeld. Het College acht het aan­neme­lijk dat het de ge­middelde consu­ment hierdoor kan ont­gaan dat bovenop de uit­drukke­lijk voor Inter­net&Bellen en Interactieve Televisie ge­noemde prijzen ook nog een bedrag van € 5,-- dient te worden betaald voor Programma Gemist. De overige inhoud van de reclame-uiting neemt deze misleiding niet weg. Hetzelfde geldt voor de stelling van Tele2 dat de kosten van Programma Gemist op haar website duide­lijk worden toegelicht. Een televisiecommercial en een website zijn zelfstandige reclame-uitingen die los van elkaar de consument juist en voldoende dienen te informeren. Grief 1 faalt derhalve.

4. Van een aan het medium televisie inherente rele­vante beperking om de kosten van Program­ma Gemist duidelijk in beeld te brengen is niet gebleken. Tele2 is im­mers wel in staat de kosten van Inter­net&Bel­len en Interac­tieve Televisie duidelijk in beeld te bren­gen, zodat niet valt in te zien waarom dit ten aanzien van de kosten van Pro­gramma Gemist anders zou liggen. Ook grief 2 treft geen doel.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf volgt).

RB 850

Ritel reclame misleidend

RB Ritel reclame.jpgRCC 14 april 2011, Dossiernr. 2011/00195 (Ritel reclame misleidend)

Reclamerecht. Advertentie van Ritel in Zeeuws Vlaams Advertentieblad. Klager stelt dat adverteerder de beslissing van de Commissie in dossiernr. 2010/00573 negeert  (RB 670). Klager stelt dat niet vermeld wordt dat gratis artikelen verbonden zijn aan contractsperiode. Verweerder vind dat Commissie in eerdere dossier verkeerde conclusies heeft getrokken. Verweerder vindt klacht over niet vermelden contractsduur terecht. Zal voortaan dit wel vermelden.

De Commissie acht dat er sprake is van art. 8.3 onder c NRC (ontbreken essentiële informatie) nu adverteerder erkent de contractsduur niet te hebben vermeld. Daarom ook in strijd met art. 7 NRC, want misleidend. Volgens de Commissie tevens niet duidelijk waarvoor het begrip gratis gebruikt wordt. Hierdoor is de uiting onduidelijk t.a.v. de voordelen in de zin van art. 8.2 aanhef en onder b NRC. Daarom wederom strijd met art. 7 NRC. Beveelt niet meer op dergelijke wijze reclame te maken. Voor zover verweerder het niet eens is met een eerdere uitspraak van de Commissie, is hij in de gelegenheid hiertegen beroep in te stellen. Nalating hiervan komt voor rekening van de verweerder.

1. Naar adverteerder erkent, is in de advertentie deels nagelaten om de contractsduur, verbonden aan de in de uitingen gedane aanbiedingen, te vermelden. Het betreft hier het aanbod van een “Galaxy S.” en van een “Nokia N8” in het bovenste, blauwe deel van de advertentie en het aanbod van een “Blackberry9780” en een “HTC Desire HD”, in het onderste, oranje deel van de uiting.
Nu de desbetreffende informatie in de uiting ontbreekt, is er sprake van een verborgen houden van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

2. Voor zover klager bezwaar maakt tegen het gebruik van het begrip ‘gratis’ in de thans bestreden uiting, is de Commissie van oordeel dat in de gevallen waarin dit begrip wordt gebruikt, niet duidelijk is waarop het begrip betrekking heeft. Gelet hierop acht de Commissie de uiting voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de voordelen van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting ook op dit punt misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de uitspraak hier (link en pdf).
Zie eerdere Ritel-uitspraak hier (RB 670).
Regeling: NRC 7, 8.2 aanhef en onder b, 8.3 onder c

RB 842

Lotto: extra kans op 2 miljoen prijzen!

RB Lotto logo.gifRCC 1 april 2011, Dossiernr. 2011/00158 (Lotto; Alleen eerste maand gratis lot van Lotto)

Reclamerecht. Klager stelt dat reclame uiting een gratis lot inhoudt, maar dat na activering blijkt dat men vastzit aan betaalde maandelijkse deelname met dit lot. Verweerder stelt dat voldoende duidelijk is gesteld dat alleen bij afsluiten van maandelijks abonnement op het extra lot, het eerste lot gratis is en dat opzeggen mogelijk is. Commissie acht dat uit de brief voldoende duidelijk blijkt dat het gaat om eenmalig gratis lot, en dat daarna maandelijks € 1,50 moet worden betaald voor het lot, tenzij wordt opgezegd. Ook de mogelijkheid tot opzegging blijkt voldoende duidelijk uit de brief. Commissie acht de klacht dus ongegrond en wijst deze af.

Uit de brief, waarin aan klager een “Gratis: extra kans op ruim 2 miljoen prijzen!” wordt aangeboden, blijkt voldoende duidelijk dat met het daarbij aangeboden lot slechts één maal gratis kan worden meegespeeld.
Reeds in de tweede alinea van deze brief staat: “Met uw extra Lot speelt u één maand GRATIS mee” (…) Na de eerste maand betaalt u slechts € 1,50 per Lot per trekking; …”

In de derde en laatste alinea van deze brief staat nogmaals: “U speelt de eerste maand GRATIS mee” en deze alinea eindigt met de mededeling: “En u weet, uw extra Lot kunt u op elk gewenst moment opzeggen”.

Uit bovenstaande tekstgedeelten blijkt voldoende duidelijk dat het aanbod hieruit bestaat dat men één trekking gratis kan meespelen en dat men voor de volgende trekkingen steeds €1,50 per trekking moet betalen, tenzij men opzegt, hetgeen -aldus de brief- op elk gewenst moment mogelijk is.
Op grond van het bovenstaande overwegingen acht de Commissie de klacht ongegrond.

Lees de gehele uitspraak (link en pdf).

RB 834

Voor 5000 euro een huis kopen?

RB Huis voor 5000 euro.gifRCC 17 maart 2011, Dossiernr. 2011/00113 (Huis van 5000 euro)

Reclamerecht. Klager stelt dat reclame suggereert dat voor 5000 euro een huis kan worden gekocht, terwijl voor dit bedrag alleen een verbouwing kan worden uitgevoerd. Verweerder zegt dat in de reclame voldoende duidelijk is dat het huis 198.000 euro kost en de verbouwing 5000 euro. Commissie stelt verweerder in het gelijk. Oordeelt dat duidelijk vermeld staat dat het huis bijna 2 ton kost en dat de gemiddelde consument weet dat een huis niet voor 5000 euro te koop kan staan. De uiting wordt voldoende duidelijk geacht voor de gemiddelde consument en is dus niet in strijd met art. 8.2 aanhef en onder d NRC. RCC wijst de klacht af.

Uit de advertentie blijkt voldoende duidelijk dat de in de advertentie aangeboden woning, waarvan tevens een plattegrond in de uiting is opgenomen, niet “voor slechts € 5000,- inclusief BTW” verkrijgbaar is. Bij de plattegrond van de woning staat heel duidelijk “vanaf € 198.000,- v.o.n”, terwijl bovendien de gemiddelde consument niet zal denken dat men voor € 5000,- inclusief BTW eigenaar kan worden van een tussenwoning. Afgezien daarvan wordt over de aankoopprijs van een woning geen BTW geheven.

Hoewel aan klager kan worden toegegeven dat de linkerkolom van de advertentie vragen oproept, acht de Commissie de uiting voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk ten aanzien van de prijs als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Lees de gehele uitspraak hier en hier.

RB 832

Onduidelijke PayPal en telefoonkosten Vueling

RB Vueling.jpgRCC 5 april 2011, Dossiernr. 2011/00087 (Administratiekosten Vueling)

Reclamerecht. Administratiekosten (creditcard en PayPal) van betaling vlucht onduidelijk. Telefoonkosten van 0900 klantenservicenummer niet vermeld. Verweerder stelt dat kosten duidelijk zijn en zij voldoet aan de wetgeving hieromtrent. Commissie oordeelt dat in uiting omtrent administratiekosten geen duidelijke prijzen zijn gehanteerd dus in strijd is met art. III sub 1 Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) en dat uiting omtrent klantenservicenummer de kosten niet vermeld dus in strijd is met art. 8.1 Reclamecode voor telefonische informatiediensten (RTI). Commissie beveelt adverteerder niet meer op dergelijke wijze reclame te maken.

 

 

In het scherm waarop de vluchttarieven staan (scherm 1) staat de mededeling:
“Prijs per traject, ALLES INBEGREPEN”
Naar klager onweersproken heeft gesteld, zijn bij de op dit scherm getoonde tarieven onder meer inbegrepen de kosten voor een creditcardbetaling ad € 9,50.
 
Naar de Commissie eveneens uit de klacht begrijpt, worden, wanneer men betaalt via PayPal, deze kosten ad € 9,50 (voor een creditcardbetaling) eveneens in rekening gebracht, maar wordt daarbij voor de PayPal betaling € 8,50 extra in rekening gebracht.
 
Volgens de webpagina waarop men een keuze kan maken tussen de aangeboden betalingsmethodes, waarvan bij het verweer een uitdraai is overgelegd, worden voor de verschillende betalingsmethodes de volgende kosten (extra) in rekening gebracht:
 
Visa Vueling:                          + € 0,-
Visa Electron / Debit Card:    + € 5,50
Visa:                                       + € 9,50
Mastercard Debit Card:         + € 5,50
Mastercard Credit Card:        + € 9,50
Diners Club:                           + € 9,50
American Express:                + € 9,50
 
PayPal betaling:                     + € 8,50
 
De Commissie acht het aldus onduidelijk dat er, wanneer men kiest voor een bepaalde betaalwijze (in ieder geval bij een PayPal betaling), kennelijk hogere kosten in rekening worden gebracht dan wanneer men voor een creditcardbetaling kiest.
 
Gelet op het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat in de gewraakte uiting geen duidelijke prijzen zijn gehanteerd als bedoeld in artikel III onder 1 RR.
 
De Commissie oordeelt niet over de redelijkheid van de tarieven.
 
Ad 2.
Op grond van artikel 8.1 van de Reclamecode voor Telefonische Informatiediensten, dient, behalve voorafgaande aan de aanvang van de informatiedienst, ook in iedere reclame-uiting voor betaalnummers het tarief dat in rekening wordt gebracht voor deze dienst te worden vermeld. Op de brochure wordt bij het genoemde 0900 nummer het tarief niet vermeld. Aldus zijn deze uiting en de door klager genoemde uitingen op de website, voor zover hierbij eveneens bij betaalnummers het tarief niet is vermeld, in strijd met het voornoemde artikel.

Lees de uitspraak hier en hier.

Regeling: Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) art. III sub 1, Reclamecode voor telefonische informatiediensten (RTI) art. 8.1

RB 829

Misleidende reclame over stoel met sta-op mechanisme

RB stoel met sta-op mechanisme.jpgRCC 6 april 2011, Dossiernr. 2011/00148 (Misleidende prijs in advertentie)

Reclamerecht. Stoel met sta-op mechanisme is misleidend geprijsd in advertentie. Voor de genoemde prijs (1290 euro) in advertentie is geen stoel met sta-op mechanise me te koop, Klaagster zegt dat een dergelijke stoel minimaal 2035 euro. Verweerder bestrijdt dit. Oordeel van de Commissie is dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de prijzen uit de advertentie juist zijn. Beslissing is dat reclame-uiting in strijd is met art. 7 NRC. Zij beveelt verweerder om niet meer op dergelijke wijze reclame te maken.

 Klaagster heeft uitdrukkelijk gesteld dat men voor de in de advertenties genoemde prijzen bij adverteerder geen fauteuil met sta-op mechanisme kan kopen. Volgens klaagster kost een der­ge­lijke fauteuil minimaal € 2.035,-. Adverteerder heeft daartegenover gesteld dat men reeds voor € 590,- (model Benoti) een dergelijke fauteuil bij hem kan kopen, en dat de Olivia € 690,- kost in­clu­sief sta-op mechanisme. Een uitvoering in leder kost minimaal € 1.290,--.

Klaagster heeft bij repliek aangevoerd dat, indien men een fauteuil met sta-op mechanisme bij ad­verteerder wenst te kopen, de verkoper uitgaat van een prijsberekening waarbij eerst de kosten van het sta-op mechanisme als extra optie in rekening worden gebracht en daarna de fauteuil en de gekozen uitvoe­ring. Het sta-op mechanisme met 3 motoren kost volgens klaagster € 1.345,-. Voorts stelt klaagster dat telefonisch door een verkoper van adverteerder aan haar is meegedeeld dat adver­teerder voor de in de advertentie genoemde prijzen geen fauteuils met sta-op me­chanisme verkoopt. Adverteerder heeft niet gereageerd op hetgeen klaagster bij repliek heeft aangevoerd. Voorts heeft adverteerder geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat men bij hem voor de in de advertenties genoemde prijzen een fauteuil met sta-op mecha­nisme kan kopen. De Com­missie is op grond hiervan van oordeel dat adverteerder onvol­doende aan­nemelijk heeft gemaakt dat de in de advertenties genoemde prijzen juist zijn.

Lees de uitspraak hier en hier.

Regeling: NRC (nieuw) art. 7 en 8.2 onder d.

RB 798

Australië verbiedt reclame op eigen verpakking

RB plaatje Thank you for smoking poisones cigarettes.pngCitaat uit de film Thank you for smoking (trailer):

It is my hope that within the year every cigarette package in America will carry this symbol.

In navolging van Engelands witte reclameloze verpakkingen voor sigaretten, en waar Stivoro in Nederland prijst voor prijsverhoging, lijkt in Australië door te gaan in het verplichten van sigarettenfabrikanten van het plaatsen een gruwelijke foto van een persoon die fysiek lijden door de gevolgen van roken. In het nieuwe rookbeleid staat ook vermeld dat de pakjes verder een vieze groene kleur krijgen. Alleen onderaan op het pakje zal ruimte zijn voor de naam van het merk. Als het parlement akkoord gaat, zal per 1 januari 2012 de wet in werking treden.

smokingaust.jpgDe sigarettenfabrikanten stappen naar de rechter. Naast de vrees voor het missen van inkomsten is het wetsvoorstel in strijd met het merkenrecht, internationale handelsverdragen en intellectuele rechten, zo wordt beweerd... Ook mist het voorstel "grounds of evidence and unintented consequences" (zie hier)

Lees het beleid hier (pdf) op pagina 65, 66 onder 3.4:

Eliminate promotion of tobacco products through design of packaging.
3.4.1 Amend Tobacco Adver tising Prohibition Act 1992 to require that no tobacco product may be sold except in packaging of a shape, size, material and colour prescribed by the government, with no additional design features.
3.4.2 Under take research to establish optimal colours, pack sizes and fonts that would be prescribed.
3.4.3 Amend Trade Practices SPIS (Tobacco) Regulations 2004 to specify exact requirements for plain packaging.
3.4.4 Commence new arrangements.

Twee visies:

Matthew Rimmer, a legal expert at The Australian National University, said the government is fully within its power to regulate the packaging of tobacco products: "Trademarks are a government grant and governments always retain the capacity to regulate that grant," said Rimmer, who wrote a paper urging plain packaging of cigarettes in 2008. "So historically they've always had the provisions, for instance, to ban trademarks on certain things that are contrary to law."

Tim Wilson, an intellectual property and free trade expert at the Institute of Public Affairs in Australia, disagrees, saying the measure would violate international trademark and intellectual property regulations. Stripping the tobacco companies' logos from packaging diminishes the value of their trademarks, which is against the law, he said. (BRON: seatlepi.com)

Praat met ons mee over de merkenrechtelijke benadering van productetiketteringsvoorwaarden in onze (gesloten) LinkedIn-groep.