Tabak

RB 2941

Vragen aan HvJ EU: Verbod op het gebruik van elementen of kenmerken – inclusief merken – die verwijzen naar een smaak, geur- of smaakstoffen bij tabaksproducten

Rechtspraak (NL/EU) 21 apr 2017, RB 2941; (Planta Tabak), http://www.reclameboek.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-verbod-op-het-gebruik-van-elementen-of-kenmerken-inclusief-merken-die-verwijzen-na

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 21 april 2017, IEF 17031; RB 2941; LS&R 1488; IEFbe 2307; C-220/17-verwijzingsbeschikking (Planta Tabak) Merkenrecht. Tabak. Reclame. Het verbod op het gebruik van elementen of kenmerken – inclusief merken – die verwijzen naar een smaak, naar geur- of smaakstoffen of naar andere additieven, dan wel naar het ontbreken daarvan in artikel 13, lid 1, onder c), van de richtlijn. Na Philip Morris Brands [IEF 15923; IEFbe 1787, LS&R 1312; RB 2710] moet nog verduidelijkt worden of de etiketteringsverboden moeten worden opgevat als een „verbod om de smaakstof als reclame te gebruiken” dan wel als een „verbod om de smaakstof te vermelden. Via Minbuza: De prejudiciële vragen hebben betrekking op drie vraagcomplexen:

RB 2942

Gestelde vragen aan HvJ EU: leidt de verplichting van neutrale sigarettenpakjes tot inbreuk op het eigendomsrecht, de vrijheden van meningsuiting en ondernemerschap en het evenredigheidsbeginsel? 

Rechtspraak (NL/EU) 19 mei 2017, RB 2942; (neutraal sigarettenpakje), http://www.reclameboek.nl/artikelen/gestelde-vragen-aan-hvj-eu-leidt-de-verplichting-van-neutrale-sigarettenpakjes-tot-inbreuk-op-het-ei

HvJ EU 19 mei 2017, RB 2942; LS&R 1489; C-288/17 (neutraal sigarettenpakje) Via Minbuza: Bij de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter) zijn vijf beroepen ingesteld tot nietigverklaring van het besluit van 19 mei 2016 tot omzetting van richtlijn 2014/40/EU (hierna: de richtlijn). Dit besluit herschikt bepalingen van de Franse wetboek volksgezondheid met betrekking tot het vereiste van het “neutrale pakje”. Daarnaast zet dat besluit artikel 13 van de richtlijn in nationaal recht om waar het met name het gebruik verbiedt van merken die tabak aanprijzen/aanmoedigen. In een uitvoeringsbesluit moet worden vastgesteld welke elementen of kenmerken verboden zijn. Twee verzoeksters (SEITA en BAT France) stellen dat de wetgever inbreuk maakt op hun merkrechten, die zij op één lijn stellen met eigendomsrechten, en op de vrijheden van ondernemerschap en van meningsuiting. De Conseil d’État stelt het Hof bijgevolg vragen over de draagwijdte van de betrokken bepalingen van richtlijn 2014/40 en over hun geldigheid in het licht van bepaalde grondrechten. 

RB 2869

Prejudiciële vraag of Zweedse zuigtabak in het Verenigd Koninkrijk in de handel mag worden gebracht

buitenland 9 mrt 2017, RB 2869; (Zuigtabak), http://www.reclameboek.nl/artikelen/prejudici-le-vraag-of-zweedse-zuigtabak-in-het-verenigd-koninkrijk-in-de-handel-mag-worden-gebracht

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 9 maart 2017, LS&R 1454; RB 2869; C-151/17(Zuigtabak) Verzoekster is een ZWE NV die haar omzet haalt uit ‘rookloze tabaksproducten’ waaronder ‘snus’ (zuigtabak). Verweerder is VK MinVWS en interveniënte in de zaak is de New Nicotine Alliance (NNA). In een nieuwe VK-regeling (in werking 20-05-2016, de uitvoering van RL 2014/40) is het produceren of leveren van tabak voor oraal gebruik verboden. Van dit verbod is ZWE uitgezonderd. Verzoekster stelt 30-06-2016 een vordering in waarmee zij tegen de VK-regeling opkomt. NNA is een geregistreerde liefdadigheidsinstelling die zich inzet voor de volksgezondheid. Zij tracht tabaksschade te beperken, dat wil zeggen de beperking van schade als gevolg van het roken van sigaretten zonder noodzakelijkerwijs het gebruik van nicotine op te geven. Zij richt zich op de consument, heeft geen commercieel belang.

RB 2724

Aanbeveling voor reclame ZenSations Angel E-sigaretten

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 29 apr 2016, RB 2724; (ZenSations Angel E-Smoker), http://www.reclameboek.nl/artikelen/aanbeveling-voor-reclame-zensations-angel-e-sigaretten

RCC 29 april 2016, dossiernr. 2016/00254 en dossier 2016/00254A (ZenSations Angel E-Smoker)
Strijd met 2 en 7 NRC. 9 lid 1 Tijdelijk warenwetbesluit e-sigaret. Het betreft een televisiereclame voor de ZenSations Angel E-Smoker. Daarin wordt gezegd: “Bespaar tot € 200,- per maand met ZenSations Angel. ZenSations Angel E-Smoker, nu met twee gratis e-liquids voor maar € 17,95”. In beeld verschijnt onder meer een verpakking van genoemde E-Smoker. Op die verpakking staat onder meer: “E-Sigaret”. Onder in beeld is vermeld: “www.zensations.nl. Zensations producten bevatten geen kankerverwekkende stoffen”.

Klacht: Reclame voor sigaretten (en andere rookwaren) is al lange tijd niet meer toegestaan. E-smokers zijn geen rookwaren, maar het gebruik van dit product en reclame daarvoor geven wel aanleiding tot roken. Reclame voor E-smokers en andere alternatieven voor sigaretten dienen dan ook verboden te worden.

RB 2710

HvJ EU: Geen informatie of merken op etikettering, buitenverpakking of op tabaksproducten zelf

Rechtspraak (NL/EU) 4 mei 2016, RB 2710; ECLI:EU:C:2016:325 (Philip Morris Brands e.a.), http://www.reclameboek.nl/artikelen/hvj-eu-geen-informatie-of-merken-op-etikettering-buitenverpakking-of-op-tabaksproducten-zelf

HvJ EU 4 mei 2016, IEF 15923; IEFbe 1787; LS&R 1312; RB 2710; C-547/14; ECLI:EU:C:2016:325 (Philip Morris Brands e.a.)
Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten. Verdere voorschriften voor zover niet geharmoniseerd mag. Artikel 13 verbiedt dat informatie, maar ook merken, namen en symbolen op etikettering van verpakkingseenheden, op de buitenverpakking en op de tabaksproducten zelf wordt aangebracht, ook al is deze feitelijk juist. Het hof verklaart voor recht:

RB 2686

Vergelijking van verkooppunten sigaretten en brood in reclame KWF toelaatbaar

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 23 feb 2016, RB 2686; (KWF), http://www.reclameboek.nl/artikelen/vergelijking-van-verkooppunten-sigaretten-en-brood-in-reclame-kwf-toelaatbaar

Vzr. RCC 23 februari 2016, RB 2686; Dossiernr. 2016/00095 (KWF)
Misleiding. Audiovisuele mediadiensten. Uiting: Het betreft een televisiecommercial in het kader van de campagne ‘Eigenlijk best gek, hè’ van adverteerder waarin onder meer is te zien dat kinderen onderzoeken waar men sigaretten kan kopen. In de televisiecommercial wordt onder meer gezegd: “Afgaande op jullie bevindingen zijn er meer dan 30.000 plekken waar sigaretten verkocht worden”. Op een vraag van een kind op hoeveel plekken brood wordt verkocht antwoord een man: “ongeveer 9.000”.

Klacht: Klager stelt, samengevat en onder verwijzing naar een artikel in NRC Next van 20 januari 2016, dat in de onderhavige televisiecommercial een onjuiste vergelijking wordt gemaakt tussen het aantal verkooppunten van ‘brood’ (ongeveer 9.000) en sigaretten (meer dan 30.000). Klager stelt dat de genoemde aantallen niet kloppen, waardoor de reclame-uiting misleidend is. De hoeveelheid plekken waar men volgens de televisiecommercial ‘brood’ kan kopen, is alleen berekend op basis van het aantal plekken waar men bruin brood kan kopen. Verkooppunten waar men geen bruin brood kan kopen, tellen niet mee. Ook bij de sigaretten zijn niet alle verkooppunten meegeteld. Aldus worden onwaarheden gepresenteerd. Dit is geen ‘open vizier strategie’ en adverteerder licht het televisiepubliek daardoor op misleidende wijze voor. De suggestie wordt gewekt dat het aantal verkooppunten voor beide producten absoluut is en de reclame-uiting is door adverteerder ‘gestuurd’. Klager stelt dat op grond van het voorgaande de campagne van adverteerder met onmiddellijke ingang moet worden gestaakt.

RB 2656

VaporLinQ reclame in strijd met NRC door onduidelijke nicotine waarschuwing

RCC 22 januari 2016, RB 2656; Dossiernr. 2015/01242, Dossiernr. 2015/01242/A, Dossiernr. 2015/01242/B, Dossiernr. 2015/01242/C (VaporLinQ)
Aanbeveling. Tabakswet. Het betreft een televisiereclame voor elektrische sigaretten en e-liquids van VaporLinQ. In het begin daarvan is in relatief kleine letters -onder afbeeldingen van diverse producten- vermeld: “NIX18 Onze producten kunnen de zeer verslavende stof nicotine bevatten, in dit geval wordt het gebruik daarvan afgeraden voor niet rokers”. In de uiting wordt gezegd: “De elektrische sigaretten en e-liquids van VaporLinq bieden u wel de optimale smaakbeleving, zijn 95% minder schadelijk en tot 70% voordeliger dan traditioneel roken. VaporLinq het nieuwe roken. Vraag ernaar bij uw winkel of ga naar VaporLinq.com. VaporLinq make sense. In beeld verschijnt onder meer: “95% minder schadelijk” en “Kadotip voor rokers”. Ook zijn een man en een vrouw te zien die elk gebruik maken van een elektrische sigaret. De verplichtte waarschuwing is echter niet duidelijk genoeg in beeld gebracht. De reclame is daarom in strijd met art. 2 NRC.

Commissie: De Commissie stelt vast dat het ingevolge voornoemde bepalingen van het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret met ingang van 1 februari 2015 is toegestaan om reclame te maken voor de elektronische sigaret, mits voornoemde waarschuwing wordt gebruikt. De wetgever heeft, door middel van voornoemd besluit, voorlopig de mogelijkheid willen bieden om reclame te maken voor een elektronische sigaret. De bestreden uiting is voorzien van de waarschuwing “Onze producten kunnen de zeer verslavende stof nicotine bevatten, in dit geval wordt het gebruik daarvan afgeraden voor niet rokers”, maar deze waarschuwing verschijnt in zo kleine letters in beeld dat deze de kijker gemakkelijk kan ontgaan. Een redelijke uitleg van artikel 9 lid 1 van het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret in verbinding met artikel 8, eerste lid van dat besluit brengt mee dat dat de bewuste waarschuwing duidelijk leesbaar dient te zijn. De waarschuwing in de bestreden uiting is niet duidelijk leesbaar. Gelet hierop acht de Commissie de uiting in strijd artikel 9 lid 1 van het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret en daardoor in strijd met de wet als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code.


Uit dossier 2015/01242/B: "Ad 2. Klager vraagt zich af: ““minder schadelijk” ten opzichte waarvan?”. In de uiting wordt in dit verband voor zover hier van belang gezegd: “De elektrische sigaretten en e-liquids van VaporLinq bieden u wel de optimale smaakbeleving, zijn 95% minder schadelijk en tot 70% voordeliger dan traditioneel roken”. Kennelijk is bedoeld: “95% minder schadelijk (…) dan traditioneel roken”. Klager stelt: “Schadelijk is schadelijk”. Voor zover deze stelling moet worden opgevat als een bezwaar tegen de bestreden televisiereclame overweegt de Commissie dat in die televisiereclame niet de suggestie besloten ligt dat “De elektrische sigaretten en e-liquids van VaporLinq” onschadelijk zijn. Gezegd wordt immers: “95% minder schadelijk”."

Uit dossier 2015/01242/C: "De bestreden televisiereclame is voorzien van de waarschuwing “Onze producten kunnen de zeer verslavende stof nicotine bevatten, in dit geval wordt het gebruik daarvan afgeraden voor niet rokers”, maar deze waarschuwing verschijnt in zo kleine letters in beeld dat deze de kijker gemakkelijk kan ontgaan. Een redelijke uitleg van artikel 9 lid 1 van het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret in verbinding met artikel 8, eerste lid van dat besluit brengt mee dat dat de bewuste waarschuwing  duidelijk leesbaar dient te zijn. De waarschuwing in de bestreden uiting is niet duidelijk leesbaar. Gelet hierop acht de Commissie de uiting in strijd artikel 9 lid 1 van het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret en daardoor in strijd met de wet als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Klager heeft meegedeeld dat er wegens de kerstvakantie bovendien kinderen van 12 tot 18 nog televisie kijken op het tijdstip van uitzenden van de bestreden televisiereclame. Naar aanleiding van deze stelling overweegt de Commissie dat het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret geen verbod bevat om voor een bepaald tijdstip reclame te maken voor elektronische sigaretten. De Commissie ziet verder ook geen aanleiding om voorwaarden te stellen aan het tijdstip van uitzenden van de bestreden reclame, daargelaten dat deze reclame, zoals hiervoor overwogen, in strijd is met artikel 2 NRC.

In de bestreden radioreclame is geen waarschuwing opgenomen. Gelet hierop acht de Commissie deze uitingin strijd met artikel 9 lid 1 van het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret en daardoor in strijd met de wet als bedoeld in artikel 2 NRC."

RB 2611

Conclusie AG: artikel 20 Tabaksrichtlijn niet in strijd met EU beginselen

Conclusie AG HvJ EU 23 december 2015, RB 2611; ECLI:EU:C:2015:854 (Pillbox 38)
Uit het persbericht. Zie ook RB 2610. In drie parallelle procedures buigt het Hof zich over de centrale vraag "over welke ruimte beschikt de Uniewetgever nog om te waarborgen dat producten onder uniforme voorwaarden in de gehele Unie in de handel kunnen worden gebracht zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan het fundamentele doel van een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid, dat in het primaire recht vast verankerd is?" AG Kokott is van oordeel dat de EU Tabaksrichtlijn 2014 rechtsgeldig is aangenomen. In het bijzonder de uitgebreide standaardisering van verpakkingen, het toekomstige pan-Europese verbod op menthol sigaretten en de speciale regels voor e-Sigaretten. Volgens de AG is artikel 20 Tabaksrichtlijn niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel. Ook worden de grondrechten van vrijheid van ondernemerschap en eigendom niet door dit artikel geschaad.

Gestelde vragen:

Is artikel 20 van richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 20141 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van richtlijn 2001/37/EG2 in zijn geheel dan wel op een relevant onderdeel ongeldig, om één of meer van de volgende redenen:

Omdat dit artikel dan wel een relevant onderdeel ervan aan producenten en/of verkopers van elektronische sigaretten een reeks verplichtingen oplegt die het evenredigheidsbeginsel in samenhang met het rechtszekerheidsbeginsel schenden?

Omdat het, om dezelfde of soortgelijke redenen, niet in overeenstemming is met het gelijkheidsbeginsel en/of op onrechtmatige wijze de mededinging verstoort?

Omdat het niet in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel?

Omdat het inbreuk maakt op de rechten van producenten of verkopers van elektronische sigaretten op grond van de artikelen 16 en/of 17 van het Handvest van de grondrechten?