RB
Gepubliceerd op vrijdag 18 maart 2011
RB 726
De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

KPN Zakelijk een stuk eenvoudiger

RCC 17 februari 2011, Dossiernr: 2010/00938 (KPN Zakelijk Belbasis - klik plaatje voor vb uiting)

Reclamerecht. (Tele)communicatie aanbieder KPN zend aan Zakelijke Belbasis abonnees een brief met de kop “Uw Zakelijk Belbasis abonnement wordt een stuk eenvoudiger”. KPN meldt daarbij een aantal wijzigingen in de tarieven en contractsduur van dit abonnement per 1 januari 2011; klager meent dat door melden stijging van o.m. starttarief de uiting misleidend is. RCC toetst of dit reclame is (JA) naar oude definitie (overgangsrecht). Echter: de brief is voldoende duidelijk, van 8 naar 3 verschillende tarieven is een vereenvoudiging en opzegging was kostenloos mogelijk. Afwijzing van de klacht.

Het oordeel van de Commissie
 
In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of de bestreden uiting reclame betreft in de zin van de Nederlandse Reclame Code (NRC), nu dit door KPN wordt bestreden.
 
Met ingang van 1 januari 2011 is het aangepaste artikel 1 NRC, waarin wordt gedefinieerd wat onder reclame moet worden verstaan, in werking getreden. Krachtens het daarbij geldende overgangsrecht moeten klachten die zijn ingediend voor 1 januari 2011 en betrekking hebben op uitingen die zijn gepubliceerd in 2010 en niet meer in 2011, worden beoordeeld met toepassing van de definitie van reclame in het oude artikel 1 NRC. Nu de onderhavige klacht is ingediend in december 2010 en de bestreden mailing  in 2011 niet meer wordt gebruikt, beantwoordt de Commissie de vraag of sprake is van een reclame-uiting aan de hand van het tot 1 januari 2011 van kracht zijnde artikel 1 NRC. Hierin is bepaald dat onder reclame wordt verstaan iedere openbare aanprijzing van goederen, diensten of denkbeelden, alsmede het vragen van diensten.
 
Naar het oordeel van de Commissie moet de gewraakte brief als een reclame-uiting in de zin van artikel 1 NRC (oud) worden beschouwd. De uiting is niet specifiek en uitsluitend aan klager gericht, maar is verzonden aan een groep klanten met een bepaald abonnement en is in zoverre aan te merken als een openbare uiting. De uiting, gericht aan bestaande klanten met het doel hen ook na de aangekondigde wijzigingen als klant te behouden, heeft een onmiskenbaar wervend karakter.
 
De brief bevat een duidelijke omschrijving van de in te voeren wijzigingen in de tariefstruc­tuur. Nu het aantal verschillende tarieven wordt teruggebracht van acht naar drie kan met recht worden gesproken van een vereenvoudiging van de tarie­ven. Dat de klant mogelijk in veel gevallen duurder uit is dan voorheen, brengt nog niet mee dat de reclame-uiting misleidend is. In de uiting wordt uitdrukkelijk vermeld dat het effect van de wijzigingen op de factuur van de klant afhankelijk is van het belgedrag van deze klant. De klant dient er derhalve rekening mee te houden dat hij volgens de nieuwe tariefstructuur een hogere factuur zal krijgen dan onder de oude tariefstructuur. De klant dient in verband daarmee te con­troleren in hoeverre zijn belgedrag onder de nieuwe tarieven zal leiden tot een hogere reke­ning. De brief biedt de klant daartoe voldoende houvast. In de brief staat immers een duidelijke tabel met daarin naast elkaar weergegeven de oude en de nieuwe tarieven. Boven­dien wordt de klant gewezen op de mogelijkheid het abonnement naar aanleiding van de aangekondigde wijzigingen kosteloos te beëindigen. Derhalve treft de klacht geen doel.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Regeling: NRC (oud) art. 1