RB
Gepubliceerd op maandag 10 augustus 2015
RB 2467
De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Advocatenmaatschap moet oppassen wat aan de gevel hangt

RCC 20 juli 2015, RB 2467; dossiernr. 2015/00514 (Unger Hielkema advocaten)
Aanbeveling. Misleiding. Buitenreclame. Gevel. De uiting: Het betreft de op de gevel van het pand de Boelelaan 7 te Amsterdam aangebrachte aanduiding “Unger Hielkema advocaten”. De klacht: Sinds 1 januari 2015 is de samenwerking van de met de aanduiding “Unger Hielkema advocaten” bedoelde advocaten ten einde. De advocaten Goudriaan en Hielkema hebben elk een eigen kantoor opgericht en van het kantoor  “Unger Hielkema advocaten” is alleen mevrouw mr. Unger over. Nieuw zijn de heer Van Els en mevrouw Nolet. Klager acht het wenselijk dat de reclame aan de gevel overeenkomt met een bestaand advocatenkantoor en dat de rechtzoekende burger niet wordt misleid “doordat kantoorgenoten van mevrouw E. Unger niet meer daar werken”. Klager stelt: “Mevrouw Unger, nu het kantoor voerend onder de naam Unger en van Els, had al lang deze naam moeten voeren, en daar zorg voor moeten dragen”. Klager acht de uiting misleidend.

Het oordeel van de Commissie: Verweerder heeft erkend dat de bestreden uiting nog aan de gevel van het pand De Boelelaan 7, Amsterdam hing, nadat de samenwerking tussen mr. Unger en de overige advocaten, deel uitmakend van de maatschap Unger Hielkema, waaronder mr. Hielkema, per 1 januari 2015 feitelijk was beëindigd. Volgens het verweer bij brief van 30 april 2015 hing het bord op 30 april 2015 nog steeds aan de gevel en ter zitting van 25 juni 2015 heeft klager meegedeeld dat het bord intussen nog niet verwijderd was. De Commissie begrijpt uit het verweer dat het verwijderen van de uiting zal gebeuren in opdracht van de verhuurder en dat deze uit kostenoogpunt heeft besloten om het verwijderen van het oude bord te combineren met het aanbrengen van een nieuw bord, ten behoeve van de nieuwe huurder. Nu het advocatenkantoor Unger Hielkema niet meer gevestigd is in het bewuste pand gaat de onderhavige reclame naar het oordeel van de Commissie gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, bijvoorbeeld om zich te wenden tot een advocatenkantoor waarin mr. Unger en mr. Hielkema samenwerken, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Nu de uiting reeds om deze reden in strijd is met de NRC, komt de Commissie niet meer toe aan de beantwoording van de vraag of artikel 7.4 lid 1 van de Verordening op de advocatuur is overtreden. De Commissie heeft, op grond van hetgeen verweerder heeft gesteld, gebruik gemaakt van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 17 lid 2 van het Reglement inzake de Reclame Code Commissie en het College van Beroep om verweerder een termijn toe te staan waarbinnen de aanbeveling moet zijn opgevolgd en bepaalt dat aan de aanbeveling per 1 september 2015 gevolg dient te zijn gegeven.
Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de uiting in strijd met de artikel 7 NRC. Zij beveelt verweerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken en staat verweerder een termijn toe waarbinnen deze aanbeveling moet zijn opgevolgd, in die zin dat per 1 september 2015 aan de aanbeveling gevolg moet zijn gegeven.

Op andere blogs:
Wieringa